Advocaat van De Bonvoisin verbijsterd over houding van hoge magistratuur

11 mei 1996

Op 9 april jl. liet kabinetschef Christine Dekkers van het kabinet van Justitie in een schrijven aan meester Mario Spandre, een van de advocaten van Benoit de Bonvoisin, weten dat de minister op basis van artikel 485 van het wetboek van strafvordering een onderzoek had gevorderd naar de manier waarop een klacht van De Bonvoisin tegen de Staatsveiligheid door het gerecht was behandeld. Beter op zijn plaats is: niet was behandeld. Het Hof van Beroep van Brussel legt de vraag van minister De Clerck evenwel naast zich neer. Volgens de advocaat van De Bonvoisin is dit een heel aberrante zaak.

De Vlaamse raadsman van De Bonvoisin is de Antwerpse advocaat Bruno Schoenaerts, door zijn cliënt aangesproken na de publikatie van een ophefmakend boek dat Schoenaerts publiceerde over de ‘Kafkaiaanse toestanden in ons rechtssysteem’. Bruno Schoenaerts: ‘Ik distantieer mij van de persoon van De Bonvoisin. Maar de waarheid heeft haar recht. Als van de honderd zaken die De Bonvoisin zegt er maar 10 waar zijn, dan is wat hij vertelt zeer erg. Ik weet inmiddels zeker dat er meer dan 10 zaken waar zijn.’

Meester Schoenaerts was zwaar aangeslagen toen hij vorige week een kopie kreeg van de brief van procureur-generaal A. van Oudenhove aan de Luikse advokaat Julien Pierre, ook een raadsman van De Bonvoisin. In die brief van 3 mei stelt de procureur-generaal droogweg dat hij de brief van minister van Justitie De Clerck goed heeft ontvangen. ‘Ik heb besloten dat er geen reden is om aan het verzoek van de minister gevolg te geven en klasseer de zaak zonder gevolg’, aldus het antwoord.

Meester Schoenaerts: ‘Dit is aberrant. Een duidelijker voorbeeld van rechtsweigering is er niet. De brief die de minister naar de hoge magistratuur heeft gestuurd, siert hem. En wat zien we daarna? We hebben opnieuw het eeuwige probleem van België dat men in plaats van te zoeken naar de maatschappelijke oplossing van een probleem, kiest voor een juridische oplossing.’

‘Ik twijfel er niet aan dat het Hof van Beroep louter formeel wel gelijk zal hebben. Maar daar gaat het niet om. Met zoekt naar formele oplossingen terwijl het maatschappelijke probleem niet is opgelost. Het maatschappelijk conflict blijft dus even groot. Men zit met een minister die vol goede wil is maar die wordt gesaboteerd. Deze techniek van conflictbehandeling is maatschappelijk niet langer acceptabel. Er moet tabula rasa gemaakt worden met de hele structuur. Meer nog: de hele top van de magistratuur moet dringend weg.’

De Antwerpse raadsman voelt zich niet alleen met zijn stellingname. Hij verwijst naar de rapporten die drie rechtsgeleerden onafhankelijk van elkaar opstelden voor De Bonvoisin, namelijk Marcel Trousse (voorzitter emiritus van de rechtbank van eerste aanleg in Luik en expert in de Bende-commissie), Bernard Bouloc (professor aan de Sorbonne te Parijs) en Yves Cartuyvels (professor aan de UCL). ‘Vooral wat Bouloc schrijft, is erg. Een eminente rechtskundige als Bouloc schrijft dat de behandeling van de zaak-De Bonvoisin een rechtsstaat onwaardig is. Dat kan men toch niet zomaar onder tafel vegen’, aldus Schoenaerts .

Justitie

Minister van Justitie De Clerck was gisteren niet bereikbaar voor commentaar, maar zijn kabinet bevestigde de weigering van het Hof van Beroep om de zaak te heropenen. Ontkend werd dat enige gelijkenis mag gezocht worden met het dossier over de Bende van Nijvel.

In december ’95 stuurde De Clerck twee professoren uit om na te gaan waar het Bende-onderzoek klem was geraakt. Hij werd nadien teruggefloten door de magistratuur. Wat De Bonvoisin betreft, stelde het kabinet aanvankelijk dat het om een doorsnee dossier gaat, maar gaf het achteraf toe dat het wel om een bijzondere zaak gaat.

‘Wij hebben advies gevraagd aan Cassatie. Dat antwoordde daarop dat de procureur-generaal van het Hof van Beroep bevoegd is. En die heeft de zaak geklasseerd. Wij nemen daar nota van’, aldus adjunct-kabinetschef Cédric Visart.

Bron » De Tijd | René De Witte & Dirk Selleslagh

Tags:

Menu