Bendecommissie wil grieven over oriëntatie van onderzoek uitpluizen

8 oktober 1996

De parlementaire commissie die het ‘onderzoek naar het onderzoek’ van de Bende Van Nijvel uitvoert, heeft gisteren van de professoren Fijnaut en Verstraete een inventaris gekregen van alle klachten die de afgelopen jaren over het dossier te berde zijn gebracht. Gisteren werd beslist dat vooral de grieven in verband met oriëntatie van het gerechtelijk onderzoek (welke sporen werden uitgezocht en welke niet?) nu aan de concrete onderzoeksdocumenten zullen worden getoetst.

De parlementaire commissie die moet onderzoeken hoe het gerechtelijk onderzoek naar de aanslagen van de Bende van Nijvel is verlopen, heeft gisteren van de professoren Cyrille Fijnaut en Raf Verstraete de inventaris gekregen van alle mogelijke grieven die de afgelopen jaren in verband met het dossier zijn te berde gebracht.

Om een zo volledig mogelijke lijst van klachten te kunnen opstellen hebben de twee experts de voorbije maanden de verslagen van de eerste Bendecommissie, maar ook alle persberichten, televisiereportages en secundaire literatuur over het Bende-dossier uitgeplozen. Het resultaat van al dat werk is een ellenlange lijst van grieven, die zowel over de oriëntatie van het onderzoek (welke sporen zijn er gevolgd, welke zijn er verwaarloosd?), over zeer concrete detailonderzoeken als over de hele organisatie van het onderzoek handelen.

De Bendecommissie ‘bis’ besliste gisterenmiddag samen met de professoren welke van deze grieven nu grondig zullen worden gecontroleerd. CVP-Kamerlid Tony van Parys, die de commissie voorzit, stelde gisteren zes prioriteiten. Eerst en vooral zal nagegaan worden wat de rol van de militairen en van de Staatsveiligheid in het onderzoek is geweest. Is het zo, zoals velen beweren, dat het spoor dat een verband legde tussen de Bende en extreem-rechtse organisaties als Westland New Post niet voldoende is onderzocht?

Samenhangend daarmee zullen de professoren ook controleren of het zogenaamde crimino-politieke spoor genoeg is uitgespit, volgens hetwelke gewone misdadigers (de Bende De Staerke) in opdracht van een politieke groepering zou hebben gewerkt. Ook de rol van een aantal rijkswachter en het eventuele verband met ‘verwante’ dossiers zoals dat naar de moord op Mendez, zal worden onderzocht.

De professoren zullen ook bekijken in hoeverre er onderzoek is gebeurd naar de trefpunten waar mensen uit verschillende milieu’s die in het dossier worden genoemd, elkaar eventueel hebben ontmoet. Het gaat hier om de in bepaalde kringen erg populaire ‘practical shooting clubs’ en de veelbesproken ‘roze balletten’. Tenslotte zullen Fijnaut en Verstraete ook nagaan in hoeverre de slachtoffers van de Bende-aanslagen en hun familie bij het onderzoek zijn betrokken.

Van Parys beklemtoonde dat nog geen posities worden ingenomen. ‘Er is alleen een inventaris opgesteld, die nu aan het dossier wordt getoetst’, stelde Van Parys. ‘In een later stadium volgt de confrontatie met de betrokkenen in het onderzoek.’ Van Parys wist nog te melden dat de Bendecommissie deze week antwoord krijgt van de gerechtelijke instanties op de vraag om inzage te krijgen in alle formele én informele documenten die met het Bende-onderzoek te maken hebben.

Terwijl Fijnaut en Verstraete de tweede fase van hun opdracht uitvoeren, gaat de Bendecommissie zelf met de professoren Franchimont en Uyttendaele nakijken in hoeverre de concrete voorstellen die in de conclusies van de eerste Bendecommissie waren opgenomen, verwezenlijkt werden.

Bron » De Tijd

Menu