‘Om te doen wat we hebben gedaan, was geen parlementaire commissie nodig’

17 oktober 1997

Dinsdagavond zette de parlementaire onderzoekscommissie naar de feiten van de Bende van Nijvel een punt achter haar werkzaamheden. Over het eindrapport van de commissie kon geen consensus worden gevonden. De liberale fractie onthield zich. Het Vlaams Blok stemde bij monde van commissielid Gerolf Annemans resoluut tegen.

‘Om te doen wat wij hebben gedaan, had men geen parlementaire commissie moeten oprichten. Een werkgroep had net hetzelfde kunnen doen’, zegt het parlementslid. Gerolf Annemans die na verklaringen over de commissie-Dutroux al op het matje werd geroepen wegens van loslippigheid, wil uitdrukkelijk niet citeren uit het eindrapport van de Bendecommissie. Evenmin wil hij praten over de gesprekken uit de geheime zittingen. Inmiddels zijn over de inhoud van het eindrapport al zoveel zaken uitgelegd, dat Annemans wel enige marge heeft om zijn tegenstem toe te lichten.

‘Wat de aanbevelingen betreft, vind ik het rapport een mager beestje. Wat de politiestructuur betreft, was het na de commissie-Dutroux niet nodig om met nog een nieuw voorstel te komen. Maar het minste wat men had kunnen doen was zich uitdrukkelijk achter de aanbevelingen van Verwilghen te scharen. Men loopt een beetje rond de hete brij’, zegt Annemans.

Er wordt ook geen enkele verantwoordelijkheid vastgelegd.

Gerolf Annemans: “Geen enkele. Er is zelfs geen analyse gemaakt van waarom de aanbevelingen van de eerste Bendecommissie uit 1989 geen resultaten hebben opgeleverd. Ik geet toe dat dat rapport toen nog vol compromissen zat, maar toch is er niets mee gebeurd. Men had deze keer minstens de politieke verantwoordelijkheid moeten vastleggen.”

“Het rapport staat vol anekdotes over het gebrek aan middelen voor de speurders. Op die manier kon het onderzoek gewoon nooit slagen. Dat is de verantwoordelijkheid van de politiek, maar die conclusie zal u niet lezen. Om te doen wat we hebben gedaan, had men geen nieuw parlementaire onderzoekscommissie moeten oprichten. Men had kunnen volstaan met een werkgroep.”

Nieuw is wel dat de commissie een aantal deuren heeft willen dichtklappen: extreem-rechts, Roze Balletten… het waren loze sporen.

Gerolf Annemans: “Deze commissie was bezeten door de idee om te elimineren. Ik vind dat men naar de bredere context had moeten zoeken. Als Albert Raes als gewezen topman van de Staatsveiligheid komt vertellen dat hij de betrokkenheid van CEPIC, WNP en dergelijke nooit volledig heeft uitgesloten, dan vind ik het toch gewaagd om de conclusie te trekken dat die er niets mee te maken hadden. Men zegt dat het extreem-rechtse spoor voldoende is onderzocht. Ik wil dat aannemen. Maar dat zegt nog niets over de vraag of het goed is onderzocht. Hetzelfde geldt voor de zedendossiers, voor het onderzoek naar de schietclubs, enzovoort.”

Wat bedoelt u met de bredere context?

Gerolf Annemans: “Er zijn twee scholen in het bendeondezoek. Zij die een strafrechtelijke kwalificatie willen hanteren: dat is de school van de smoking gun. Zij zoeken feitelijk materiaal: wapens, vingerafdrukken, bekentenissen. De andere school zoekt naar een maatschappelijke verklaring. Ik hoor tot die tweede groep, net als de ex-rijkswachters Bihay en Balfroid of de Brusselse magistraat Jean-François Godbille.”

Die zochten naar verbanden tussen duistere financiële milieus, wapentrafieken, drugs, zedenzaken.

Gerolf Annemans: “In het rapport wordt hun geen recht gedaan. Godbille staat in het hoofdstuk extreem-rechts en dit hoewel hij bezig is met de financiële connecties tussen een aantal figuren uit het dossier. Hij moest ergens worden tussengeperst en dus is zijn getuigenis in verband gebracht met een zoektocht naar extreem-rechts.”

De commissie ging uit van zes publiek gemaakte grieven. Dat was dus een keurslijf?

Gerolf Annemans: “Ja. Ik blijf bij de vraag of die publiek gemaakte grieven mij de maatschappelijke uitleg hadden kunnen geven voor het bendeverhaal. Men heeft zich te veel door deze zes deeldossiers laten leiden. De commissie heeft een soort audit gedaan van wat allemaal is gepubliceerd over de bende. Ik vind dat wij een maatschappelijk bredere opdracht hadden.”

De commissie had als opdracht het onderzoek naar het onderzoek. Het was niet de bedoeling op zoek te gaan naar de bende.

Gerolf Annemans: “Er waren kapstokken genoeg om verder te gaan. Als parlementscommissie hebben wij als een van onze opdrachten het in kaart brengen van de maatschappelijke realiteit achter de bende. Ik denk dat een bepaald Brussels milieu heeft gediend in een reeks vuile zaken; aan een heel circuit van onwettelijkheid. Ik denk daarbij vooral aan de invoer van verboden goederen en aan een strijd om de controle over dit circuit. België was met al zijn kleine vliegtuigveldjes en met zijn corruptie een ideaal land voor dergelijk circuit.”

“Mogelijk waren er verbanden met extreem-rechts. Mogelijk zijn de Roze Balletten een onderdeel van het hele verhaal. Mogelijk speelt internationaal terrorisme mee. Mogelijk is er een afpersing geweest op Delhaize. Wat ik vooral wil weten is of de bende niet een afrekening is geweest tussen groepen die een strijd hebben gevoerd over de controle van het hele netwerk.”

Bron » De Tijd | René De Witte

Tags:

Menu