Topmagistraten willen terrorisme als aparte misdaad in het strafrecht

16 januari 2002

Het college van procureurs-generaal, bestaande uit de vijf hoogste magistraten van het land, vraagt dat het parlement terrorisme als aparte misdaad in het strafwetboek zou opnemen. Ze zijn ook gewonnen voor een spijtoptantenregeling, al formuleren ze hun mening minder uitgesproken dat de raad van procureurs (zie hiernaast). Dat bleek gisteren na afloop van een hoorzitting met de procureurs-generaal in de vervolgcommissie Georganiseerde Criminaliteit van de Senaat.

De topmagistraten vergaderden gisteren de hele dag achter gesloten deuren met de senatoren. Na afloop verklaarde Hugo Vandenberghe (CD&V), de voorzitter van de vervolgcommissie, dat de Gentse procureur-generaal Frank Schins een vijftiental voorstellen heeft geformuleerd om de strafwetgeving aan te passen en terrorisme beter te bestrijden. Terrorisme is volgens Schins een misdaadfenomeen dat heel wat capaciteit heeft opgeslorpt bij de parketten en de politiediensten.

“Er moet een specifieke misdaadbeschrijving in het leven geroepen worden om terrorisme strafbaar te stellen”, stelt Vandenberghe. De PG’s zitten hiermee op dezelfde lijn als de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie van de Europese Unie, die eind vorig jaar in overleg met de Amerikaanse autoriteiten eveneens een eengemaakte definitie en dito wetgeving ter bestrijding van terrorisme hebben afgesproken.

Verwijzend naar de zaak-Massoed en de commentaren in de buitenlandse pers over België als thuisland van terroristen, pleiten de PG’s eveneens voor een wettelijk kader voor proactieve recherche en bijzondere opsporingstechnieken. Desgevraagd hield Schins zich over de spijtoptanten op de vlakte. “Dat is een politiek probleem”, zei de Gentse procureur-generaal. “Wat ons betreft zijn ‘alle’ wettelijke middelen goed die ons in staat stellen op een snelle en efficiënte de zware misdaad te bestrijden. Wij zijn vragende partij, maar het is niet aan ons om te bepalen welke middelen er kunnen worden ingezet, dat is de taak van de wetgever.”

Vandenberghe meent dat er het afgelopen jaar vooruitgang is geboekt in de strijd tegen de georganiseerde misdaad, al was het maar omdat er “een grotere gevoeligheid voor het probleem is ontstaan op alle niveaus”. Om een gericht beleid te kunnen voeren, moeten de parketten echter kunnen beschikken over een systeem van knipperlichten, dat hen waarschuwt voor het opduiken van nieuwe misdaadvormen zodat ze sneller kunnen reageren of anticiperen. “Aan de beeldvorming over criminele organisaties kan nog gesleuteld worden”, zei Vandenberghe.

“Er moet een preciezere beschrijving komen van misdaadorganisaties, met informatie afkomstig van de federale en lokale politie, de parketten en de staatsveiligheid. Hoe valt het bijvoorbeeld te verklaren dat de xtc-handel in ons land zo’n omvang heeft kunnen nemen?” Een nieuw fenomeen dat de PG’s alvast signaleren, is het bestaan van zogenaamd externe criminele organisaties. Dat zijn misdaadbendes die hun uitvalsbasis in het buitenland hebben en op ons grondgebied gerichte commandoachtige acties uitvoeren.

Hoewel er beterschap is vastgesteld in Antwerpen en Luik, blijven de topmagistraten klagen over de onderbemanning van de parketten in Bergen en vooral Brussel. Daarnaast vragen ze dringend een versterking van de administratieve ondersteuning van het collega van PG’s. “In Nederland beschikken onze collega’s over honderd medewerkers. Wij moeten het stellen met drie of vier mensen”, zei de Brusselse procureur-generaal André Van Oudenhove.

Bron » De Morgen

Tags: , ,

Menu