Lelièvre vraagt zich af waarom hij niet naar politie stapte

13 mei 2004

Michel Lelièvre weet nog altijd niet waarom hij nooit beslist heeft om naar de politie te stappen en te vertellen dat hij met Marc Dutroux meisjes had ontvoerd. Dat antwoordde hij vandaag op vraag van één van zijn ex-klasgenoten.

De medescholieren van Lelièvre drukten vanmorgen voor het assisenhof van Aarlen quasi unaniem hun verwondering uit over het feit dat de vriendelijke jongen uit hun klas, die weliswaar veel familiale problemen had, betrokken geraakt was bij de gruwelijke feiten van de affaire Dutroux.

“Ik excuseer me tegenover de families van de slachtoffers dat ik in deze bewoordingen over Michel moet praten. Maar ik moet wel zeggen dat Michel op school een vriendelijke en brave jongen was’, zei één van zijn klasgenoten, intussen moeder van twee kinderen. Ze zag haar oude schoolmakker in juni of juli ’96 terug in het gemeentehuis van Jemeppe-sur-Sambre in het gezelschap van een “heel bizarre man met een bril op”. Zowel Lelièvre als de getuige vermoeden vandaag dat dat Michaël Diakostavrianos moet geweest zijn.

“Vandaag weet ik dat Michel toen al An, Eefje en juffrouw Dardenne had ontvoerd. Ik walgde ervan toen ik het vernam. En ik begreep er niets van. Daarom wil ik Michel vandaag vragen waarom hij toen nooit is wakker geworden met het gevoel dat hij het moest vertellen. De foto’s van die meisjes hingen toen overal aan de muur”, zei de vrouw.

“Ik stel mijzelf ook nog steeds de vraag waarom ik toen niet gereageerd heb. Ik kan je niet antwoorden”, repliceerde Lelièvre in de beschuldigdenbox. “Ik begrijp nog steeds niet wat ik hier doe en wat jij daar doet”, zei de jonge vrouw, alvorens de assisenzaal te verlaten.

Aalmoezenier

Marcel C., de protestantse aalmoezenier die Michel Lelièvre al acht jaar lang regelmatig gaat bezoeken in de gevangenis, zei vandaag dat de derde beklaagde er niet in slaagt om een goede manier te vinden om zijn spijt uit te drukken tegenover de slachtoffers en hun families.

“Hij is bang dat men zou denken dat hij excuses of een gemakkelijke oplossing zoekt om aan zijn verantwoordelijkheden te ontsnappen”, zei de aalmoezenier. “Sinds enkele jaren is er één vraag die hem bijzonder bezighoudt: zullen de families van de slachtoffers mij kunnen vergeven wat ik gedaan heb.”

Ook de 74-jarige grootvader van Lelièvre, Gilbert D., zei even voordien dat zijn kleinzoon wel degelijk spijt had, maar die moeilijk kon uitdrukken. Lelièvre vertelde hem kort na zijn aanhouding dat hij “de bevelen had uitgevoerd van een netwerk”, zonder dat nader uit te leggen.

De aalmoezenier is ervan overtuigd dat Lelièvre hem, in de honderden uren die hij met hem heeft gesproken, alles gezegd heeft. “Hij was zich op het moment van de feiten bewust van wat hij gedaan had, maar zag er de reikwijdte niet van in. Hij zei dat hij toen helemaal vastzat in een systeem, waar hij niet van uit kon. Hij heeft echter nooit geprobeerd om de schuld af te schuiven op anderen, zoals zijn familie of zijn pleeggezin.” Volgens Marcel C. volgt Lelièvre al enige tijd een cursus per correspondentie over geloofsbelijdenis.

Paul Marchal verwonderde er zich over dat Lelièvre blijkbaar nooit over een motief voor de ontvoeringen gesproken had tegen de pastor. Advocaat Paul Quirynen wees erop dat het getuigenis van de aalmoezenier in tegenstrijd is met de conclusies van de psychiaters. “Alsof Lelièvre helemaal geen psychologische problemen heeft. Dergelijke getuigenis is pijnlijk voor de families van de slachtoffers.”

De verdediging van Marc Dutroux vond het vreemd dat de aalmoezenier er zo van overtuigd was dat Lelièvre alles gezegd had. Advocaat Magnée wilde weten over welke ontvoeringen Lelièvre gesproken had. Magnée wilde nagaan of Lelièvre het, zonder ze met naam te noemen, ook over Julie en Melissa gehad had. “An, Eefje, Sabine, Laetitia”, zei Marcel C.

Marc Dutroux, die beweert dat niet hij maar Lelièvre bij de ontvoering van Julie en Melissa betrokken is, ging op hetzelfde elan verder: “Hoe kan u zo zeker zijn dat Michel Lelièvre u alles gezegd heeft? Men kan toch ook dingen niét zeggen”. De aalmoezenier tegen Dutroux: “U bent goed geplaatst om dat te zeggen…” Hierna las de assisenvoorzitter enkele verklaringen voor van personen die als getuigen werden opgeroepen, maar niet zijn komen opdagen voor het assisenhof.

Bron » De Standaard

Tags: ,

Menu