Bevoorrechte getuigen over Madani bouhouche, spin in het web van de loden jaren tachtig

3 januari 2006

Spannend, gevaarlijk, verwarrend en angstaanjagend. Zo typeren bevoorrechte getuigen de ‘jaren van lood’, toen het blinde geweld van de Bende van Nijvel het land terroriseerde. De eind vorige maand overleden Madani Bouhouche, ex-BOB’er en vermoedelijke spilfiguur van de Bende van Nijvel (DM 2/1), was maar een van de vele pionnen in een grote macabere dans, waarvan de ware omvang nog steeds niet bekend is en misschien ook nooit volledig aan het licht zal komen. ‘Het waren de laatste stuiptrekkingen van de Koude Oorlog’, herinnert journalist Walter De Bock zich.

Het waren de jaren van bloed, zweet en tranen. Speurders en journalisten die zich op het schemergebied tussen politiek en misdaad toelegden wisten niet welk schandaal ze eerst moesten aanpakken. De aanvallen op supermarkten van de Bende van Nijvel wisselden elkaar af met de bomaanslagen van de ‘linkse’ CCC. De rijkswacht, dat boven elke verdenking staande elitekorps, bleek vergeven te zijn van rotte, extreem rechtse flikken.

Plots dook vanuit het niets een clandestiene neonazigroep op, Westland New Post, die speciaal leek opgericht om de Staatsveiligheid en de militaire inlichtingendienst in hun hemd te zetten. Albert Raes, de chef van de Staatsveiligheid, moest na een gevecht op leven en dood met Benoît de Bonvoisin, alias de zwarte baron, en diens politieke mentor zakenman Paul Vanden Boeynants, in het zand bijten.

Pas later ontdekte een verblufte publieke opinie het bestaan van Gladio, door de NAVO georganiseerde stay behind-groepen in alle Europese landen, die alles wat als subversief en ‘communistisch’ werd beschouwd, bevochten met ongekende illegale methodes, tot het met false flag-operaties waarbij ‘men’ zich voordeed als links om des te doeltreffender het progressieve kamp te verzwakken, te compromitteren en uit te schakelen.

“Je voelde op je klompen dat er ergens een leiding aan het werk was”, zegt Walter De Bock, toenmalig onderzoeksjournalist van De Morgen. “Mensen zoals Bouhouche speelden elk hun rol, maar hadden zelf ook geen overzicht over het geheel van de operaties. Maar het ging hier zeker niet om geïsoleerde zotten.” De Bock wijst op de “niet te onderschatten invloed” uit het buitenland, vooral uit de VS.

Volgens hem moeten fenomenen als de Bende van Nijvel gesitueerd worden in de laatste stuiptrekkingen van de Koude Oorlog. “België was het laboratorium en het vliegwiel van de strategie van de spanning”, zegt hij. “Dezelfde destabiliseringstechnieken werden later op nog grotere schaal toegepast in Italië en ook in andere West-Europese landen waren er aanzetten in dezelfde richting. Natuurlijk was er een soort samenhang tussen al die verschillende affaires en tussen de zaken die we nog niet eens kennen. En natuurlijk zit je met zo’n analyse al snel in het hoekje van de complottheorie. Het was een stelling die men destijds ook voortdurend belachelijk heeft proberen te maken.”

Jan Willems, vroeger onderzoeksjournalist bij Panorama, ziet het anders. “Journalistiek is er te weinig veldwerk gebeurd op die dossiers”, meent hij. “Intellectueel gezien kon je allerlei interessante hypotheses verzinnen, ook ik heb daarmee geflirt, maar het komt er op aan de hypothese hard te maken. Journalisten waren te veel afhankelijk van hun bronnen bij de politie, die onderling vetes uitvochten en dossiers manipuleerden. Zo zijn er allerlei cowboyverhalen ontstaan. Er waren bovendien veel stoorzenders aan het werk, onder anderen Bouhouche zelf. En er waren bepaalde magistraten die er alles aan hebben gedaan om het onderzoek in de soep te laten draaien.”

Ook senator Hugo Coveliers kijkt met gemengde gevoelens terug. “Ik heb Bouhouche één keer ontmoet, in een rijkswachtkazerne, als ik me goed herinner. Bouhouche wist zeer veel, dat kan niet anders.” Coveliers noemt het angstaanjagend dat de waarheid over de Bende van Nijvel en aanverwante affaires nog steeds niet boven water is gekomen.

“Toen we indertijd bezig waren met de parlementaire onderzoekscommissies naar de misdaden van de Bende, dacht ik: we weten het nu nog niet, maar ooit zullen we het wel weten. Toen president Kennedy in 1963 werd vermoord, had ik hetzelfde gevoel. Het is bijzonder pijnlijk voor de rechtsstaat dat een zaak die zoveel mensen heeft beroerd en zo’n grote impact had nooit werd opgelost. In tegenstelling tot de zaak-Dutroux is er officieel zelfs geen enkele dader bekend.”

Aan de basis van vele probleemdossiers, zo meent Coveliers, lag het feit dat de politie destijds bijzondere opsporingsmethodes gebruikte, zoals provocatie en infiltratie, zonder dat er daarvoor een wettelijke basis bestond. “Onder druk van de Amerikanen tolereerden sommige magistraten de inzet van illegale methodes”, vult De Bock aan. “Niet toevallig was Bouhouche een adept van practical shooting, een zeer omstreden techniek bedoeld om mensen te doden, iets wat normaal alleen in oorlogsomstandigheden kan. Dat model werd uitgewerkt in de VS en in ons land voor het eerst op grote schaal toegepast, volledig buiten het Belgische wettelijke kader. In enkele jaren tijd werden minstens tachtig personen, vaak uit extreem rechtse milieus, ingelijfd en ingeschakeld in destabiliseringsoperaties.”

Coveliers herinnert zich gesprekken met een CIA-man. “Hij opperde de mogelijkheid dat er in België zogenaamde degenerated agents aan het werk waren geweest”, vertelt de senator. “Er werd me verzekerd dat de officiële Amerikaanse geheime diensten zich nooit hebben ingelaten met misdaden zoals die van de Bende van Nijvel. Maar ja, je kunt ook niet zeggen dat dé rijkswacht bij de Bende betrokken was, maar toch staat het onomstotelijk vast dat een reeks rijkswachters, vaak van extreem rechtse signatuur, er wel bij betrokken waren. Ook de mogelijkheid van parallelle Amerikaanse organisaties kan niet uitgesloten worden. De Amerikaanse diensten hebben een ingeburgerde traditie om bepaalde opdrachten in onderaanneming te laten uitvoeren, soms door privéfirma’s.”

Toen Marc Verwilghen (VLD) minister van Justitie werd, hoopte Coveliers even op een doorbraak in de mysterieuze dossiers uit de jaren tachtig. “Maar blijkbaar is men zelfs op dat niveau niet machtig genoeg”, constateert hij. “Dagen en nachten ben ik met die dossiers bezig geweest. Uiteindelijk houden we er een grote kater aan over.” Is er nog een kans dat de waarheid ooit aan het licht komt? “Er zal onvermijdelijk nog informatie boven water komen”, weet De Bock, “al kan het natuurlijk nog lang duren.”

Bron » De Morgen

Tags: ,

Menu