Opinie: “De Cel Jumet komt altijd te laat”

5 januari 2006

“In het onderzoek naar de Bende van Nijvel is het spoor naar ex-rijkswachters met extreem-rechtse sympathieën nooit opgegeven. Een van die rijkswachters was Madani Bouhouche”, zo vertelden magistraten van Bergen en Charleroi gisteren op een persconferentie. Maar Madani Bouhouche is ondertussen dood.

Zijn lijk werd op 22 november aan de voet van de Franse Pyreneeën onder een afgezaagde eik teruggevonden. Hij is ondertussen verast. Dat doet een aantal vragen rijzen. Zo bijvoorbeeld waarom de Belgische speurders niet eerder wisten dat Bouhouche dood was. Naar verluidt vernamen zij ‘toevallig’ dat hij gestorven was. Meer bepaald tijdens een routinecontrole in het rijksregister.

Pardon? Hoezo toevallig ontdekt? Hier klopt iets niet. Van twee zaken een: ofwel werd Bouhouche gevolgd als potentiële dader, zoals woensdag met grote stelligheid werd beweerd in Charleroi maar dan is het ontoelaatbaar dat de speurders niet onmiddellijk van zijn dood op de hoogte waren. Ofwel werd hij niet gevolgd en is het normaal dat men niet eerder wist dat hij verongelukt was. Maar dan werd er gisteren in Charleroi flink op los gelogen, wat even ontoelaatbaar is.

De weduwe van een slachtoffer van de Bende van Nijvel, verwoorde het gisteren zo: “De Cel Jumet komt altijd te laat.” Wellicht is dat de best mogelijke samenvatting van de lijdensweg van een onderzoek naar de zwaarste criminele feiten uit de Belgische geschiedenis. Na meer dan 20 jaar beschikt het gerecht op dit moment niet over een echte verdachte voor in totaal 28 moorden.

Niet te verwonderen eigenlijk. Destijds moest het onderzoek verhuizen van Dendermonde naar Nijvel, met alle tijdverlies vandien. Denk aan de massale vertalingen, aan nieuwe speurders en magistraten die zich moesten inwerken.

Toen al werden ernstige vragen gesteld over het ‘waarom’ van die beslissing van hogerhand. Was Dendermonde te dicht bij de ontknoping? Na die betwiste overheveling is er in feite geen vooruitgang meer geboekt. Af en toe spectaculaire aankondigingen ‘dat het ging gebeuren’, dat wel. Zo werden op een bepaald moment nieuwe robotfoto’s verspreid. Die zouden het doen. Maar er gebeurde niets.

In feite heeft men de familie van de slachtoffers van de Bende van Nijvel jarenlang zand in de ogen gestrooid. Met nu en dan nieuwe onderzoeksdaden te beloven, wilde men de publieke opinie de indruk geven dat er nog steeds werd gezocht. Quod non.

Het verhaal van de dood van Madani Bouhouche lijkt perfect in dat scenario te passen. Als Bouhouche echt een serieuze verdachte was, waarom is de Cel Jumet dan niet eerder opgetreden? Hij woonde daar al vijf jaar. En er was reden om in te grijpen, zo blijkt nu.

Hij deed er meer dan honden kweken en geitenkaas maken. Hij had onverklaarbaar veel geld en hij had wapens. En tegen de probatievoorwaarden in had hij nog contact met vroegere kompanen. Dat laatste was voldoende om hem op te pakken. Maar nee, men deed niets. Men onderzocht niets. Men wachtte tot anderhalve maand na zijn dood om zijn berghut uit te kammen. Waarom? Wilde of mocht men niets vinden?

Bron » Gazet van Antwerpen | Paul Geudens

Tags: ,

Menu