Staatsveiligheid infiltreerde terreurgroep CCC

18 februari 2006

De nieuwe chef van de Staatsveiligheid die binnenkort door de regering zal worden benoemd, kan alvast beginnen met het opruimen van een paar oude lijken in de kast. De Morgen journalist Georges Timmerman zocht uit hoe het komt dat de CCC-aanslagen niet werden verhinderd, hoewel de Staatsveiligheid nog voor de eerste bom ontplofte over een infiltrant beschikte in de groep van Pierre Carette.

Uit nieuwe gegevens waarover De Morgen beschikt, blijkt onomstotelijk dat de Staatsveiligheid een ‘mol’ had in de directe omgeving van Pierre Carette, de leider van de Cellules Communistes Combattantes. Het ging om Maurice Appelmans, inmiddels 58 jaar, een rotatiepersdrukker uit Elsene.

In een door de top van het Brusselse gerecht afgeblokt onderzoek naar mogelijke infiltratie van de CCC door de Belgische inlichtingendiensten, dat de redactie kon inkijken, staat zwart op wit dat Appelmans al sinds het begin van de jaren zeventig werkzaam was als betaald informant voor de Staatsveiligheid.

Nog vooraleer de eerste bomaanslag werd gepleegd, stond hij al in direct contact met de extreem linkse militanten die later de terreurorganisatie CCC zouden vormen, zo blijkt uit het onderzoek. Het is een raadsel waarom het gerecht op basis van de informatie van Appelmans kon verschaffen, niet eerder is opgetreden tegen Carette en zijn medestanders.

In dat geval had men talrijke bomaanslagen en twee dode brandweermannen kunnen vermijden. De Brusselse substituut Edwig Steppé, een magistraat met een CVP-etiket, vorderde in december 1994 een onderzoek bij onderzoeksrechter Johan Vlogaert, met als doel “uit te maken of leden van de Staatsveiligheid, via infiltranten en/of informanten, eventueel waren betrokken bij de CCC-aanslagen”. Steppé wou met andere woorden weten of er een mol zat in de CCC.

Hij vond het nodig om klaarheid te scheppen over “het moment waarop het gerecht is kunnen tussenkomen in de CCC-zaak, met name uit te maken of een eerder gerechtelijk ingrijpen mogelijk zou geweest zijn indien de informatie waarover specifieke infodiensten – Staatsveiligheid, rijkswacht, militaire veiligheid – al dan niet beschikten ook daadwerkelijk op effectieve wijze in het onderzoek gediend had”.

Als er een mol was, dan had die alleszins niet verhinderd dat de CCC gedurende veertien maanden, tussen 2 oktober 1984 en 6 december 1985, niet minder dan 25 bomaanslagen pleegde tegen banken, Amerikaanse multinationals en defensiebedrijven, Navo-pijpleidingen en partijhoofdkwartieren. Bij een van die aanslagen, tegen het VBO-gebouw in Brussel, stierven twee brandweermannen.

Uiteindelijk werden Carette en zijn medestanders pas op 10 december 1985 aangehouden in een GB-Quick in Namen. Blijkbaar had het gerecht voor de arrestaties gewacht op een materieel bewijs, meer bepaald een vingerafdruk van Carette die was teruggevonden op de plakband waarmee de CCC’ers een doorgezaagde slagboom hadden hersteld bij de aanslag tegen de BBL- bank in Etterbeek, op 4 november 1985.

Bron » De Morgen

Tags: ,

Menu