Tweede assisenproces voor bloedige overval op geldtransport

18 april 2006

Op 19 juni 1996 wordt in Villers-la-Ville een geldtransport van Securitas overvallen. De geldkoerier Michel Jacques krijgt een kogel in zijn been dat later gedeeltelijk geamputeerd moet worden. De overval levert de daders meer dan 800.000 euro op. In september 2003 vindt het assisenproces tegen de daders plaats. De hoofdverdachte, François Troukens, wordt veroordeeld tot 28 jaar, maar hij is voortvluchtig. Het is dus een proces bij verstek.

Op 27 januari 2004 wordt Troukens tijdens een banale politiecontrole in hartje Parijs in de kraag gevat. Hij verzet zich met hand en tand tegen zijn uitlevering, maar zonder succes. Op 1 december 2004 wordt hij uitgeleverd. Hij tekent verzet aan tegen de uitspraak van de assisenjury. Daardoor moet het proces opnieuw worden gedaan, met een andere jury. Die kan hem dezelfde straf geven of minder, nooit meer.

Nu, tien jaar later, is het aantal overvallen op geldtransporten behoorlijk gedaald. Maar ondanks de inzet van de plofkoffer zijn ze nog altijd de wereld niet uit. De geldkoeriers vragen al jaren het statuut van risicoberoep, maar dat is er nog altijd niet. “Als het er niet snel komt, gaan we over tot acties. De geldkoeriers zijn het eindeloos gepalaver moe”, zegt Marc Geerinck, secretaris van de afdeling Voeding en diensten van de christelijke vakbond ACV.

De vakbond sluit niet uit dat de acties kunnen leiden tot problemen zoals in 1998, toen de geldkoeriers gedurende zes weken het werk hebben neergelegd.

“Onze achterban is het beu door het ministerie van Binnenlandse Zaken en dat van Tewerkstelling van het kastje naar de muur te worden gestuurd. Als je de mensen op straat vraagt wat zij van het beroep van geldkoerier denken, dan is het antwoord unaniem: dat is een risicoberoep. Alleen de overheid denkt er anders over”, vervolgt Marc Geerinck.

Het statuut van risicoberoep, zoals de brandweermannen en bepaalde politiemensen verkregen hebben, biedt de mogelijkheid om de leeftijd voor brugpensioen te verlagen. Een risicoberoep krijgt ook financiële opwaardering. Geen luxe als men weet dat een geldkoerier per uur gemiddeld 12 euro bruto verdient.

Maar volgens Dominique Pieters, woordvoerder van Brinks, bestaat het statuut van risicoberoep in de particuliere sector niet. “Het onderwerp is onlangs in het paritair comité besproken. Alle betrokkenen staan met een open geest tegenover die eis, maar het statuut van risicoberoep zal gecreëerd moeten worden.”

Twee weken geleden werden de geldkoeriers nog eens ontvangen op het ministerie van Binnenlandse Zaken om over hun eisen te praten. En die gaan niet alleen over de erkenning van hun beroep als risicoberoep. “Wij vragen ook een betere communicatie met een ondersteuning door de federale en lokale politie”, zegt Geerinck. “Wij willen een lijst van beveiligde plaatsen, zoals de oude rijkswachtkazernes, waar de waardetransporteurs terecht kunnen als zij te lang moeten wachten. Wij eisen ook de opschorting van de ophaalbeurten in de winkels zolang die slechts door één man moeten worden uitgevoerd.”

De eis tot meer bijstand door de politie begrijpt Pieters. “Maar je moet ook de kosten afwegen die daarmee gepaard gaan. Wij krijgen jaarlijks een zware factuur van de overheid, want de bijstand door de politie moeten we wel zelf betalen. Wij proberen die factuur wel door te rekenen aan onze klanten, maar dat is niet eenvoudig. En hoe hoger die factuur wordt, hoe moeilijker. Klanten zullen dan trouwens andere oplossingen gaan zoeken en dat zal de veiligheid helemaal niet verhogen. Het zou goed zijn mocht de overheid tussenbeide komen in de veiligheidskosten”, aldus Pieters.

Eind april is er een vergadering van de vakbonden met de werkgevers uit de sector.

Bron » De Standaard

Tags:

Menu