“De Reus keek ons aan, mikte en schoot”

17 mei 2010

Toen de Bende van Nijvel op 9 november 1985 acht mensen in en rondom het Delhaize-warenhuis van Aalst genadeloos vermoordde, lagen David Van de Steen en Jo Cami, toen 9 en 11, doodsbang achter een klapdeur. Gisteren werden in het Delhaize-warenhuis van Aalst voor het VTM-programma Telefacts Crime twee mannen met elkaar geconfronteerd. Als kind hadden ze in het warenhuis de dood in de ogen gekeken bij één van de meest bloedige overvallen die ons land ooit heeft gekend.

De Bende van Nijvel maakte begin de jaren tachtig 28 dodelijke slachtoffers in ons land, acht ervan in de Delhaize van Aalst. David en Jo zaten in 1985 op dezelfde school. Het noodlot bracht hen samen op de plaats van het drama. “Elke zaterdag kwam ik mijn moeder naar dit warenhuis. Niet om met haar te winkelen, wel om strips te lezen in de boekenafdeling. Plots brak in de winkel paniek los. David kwam door de achteringang de winkel binnen. Ga liggen, riep een man. David kwam naast mij achter de klapdeur liggen”, herinnert Jo Cami zich.

David Van de Steen was totaal overstuur. “Enkele seconden voordien had een groepje roepende en tierende kerels mijn ouders en mijn 14-jarige zus voor mijn ogen op de parking van de zaak doodgeschoten”, vertelt David.

“Ik zag slechts één uitweg: de winkel. Binnen kreeg ik Jo in de gaten. Ik ben naast hem gaan liggen. Ik zag hoe de bende in de winkel nog meer mensen neerschoot en de verantwoordelijke van de winkel gijzelde. Plots kwam de ‘Reus’ onze richting uit. Op nauwelijks een meter van ons bleef hij staan. Hij richtte zijn afgezaagde tweeloop op ons. Ik herinner me nog dat het wapen op een ruwe manier was afgezaagd. Dat viel mij op omdat we thuis een zaak hadden in mechanische onderdelen.”

“Ik weet nog dat de schutter iets geroepen heeft, niet in het Nederlands”, vervolgt Jo. “Nee, heb ik nog geroepen. Toen het schot weerklonk, heb ik mijn hoofd ingetrokken. Als bij wonder werd ik niet geraakt.” Maar naast hem had David Van de Steen de volle laag gekregen: “Ik werd zwaar gewond aan mijn heup en been. Bijna 25 jaar na datum en 33 operaties later heb ik dagelijks nog thuisverpleging nodig.”

“Ook emotioneel viel het niet mee. Als jongen van negen was ik in één klap alles kwijt, mijn ouders en mijn zus. Zoiets vergeet je nooit. Ik herinner me de Reus alsof hij gisteren nog voor me stond: 1,90 meter groot, met twee jassen over elkaar en daar bovenop nog een soort cape. Zijn mager en grauw gezicht was gedeeltelijk door een sjaal bedekt. Daarboven, op zijn wang, was een opvallende puist te zien.”

“We zijn door het oog van de naald gekropen. Elke dag van de voorbije 25 jaar is voor ons pure winst op de dood die wij voor ogen hebben gezien”, beseffen David en Jo. Gisteren moesten zij vertellen of de reconstructie van de bloedige overval zoals de speurders ze maken, overeenstemde met wat zij zich van de feiten herinneren. De speurders naar de Bende van Nijvel willen met hun reconstructie van wat zij de “laatste 36 uur van de Bende” noemen – want na Aalst stopten de overvallen – een ultieme poging doen om toch nog getuigen te vinden die kunnen helpen bij de ontmaskering van de Bende.

Bron » De Standaard

Tags:

Menu