Politiemensen mogen naamplaatje door identificatienummer vervangen

6 juni 2013

De Senaat heeft een wetsvoorstel van Gérard Deprez (MR) goedgekeurd waardoor politieambtenaren in bepaalde gevallen hun naamplaatje mogen vervangen door een identificatienummer. Hierdoor moeten wraakacties door criminele organisaties tegen politiemensen vermeden worden, maar blijven ze identificeerbaar. Enkel de N-VA onthield zich bij de stemming.

De wet voorziet dat alle politieambtenaren en -agenten in functie in alle omstandigheden kunnen worden geïdentificeerd. Dat gebeurt met een naamplaatje dat zichtbaar en leesbaar moet aangebracht worden op hun uniform.

Het wetsvoorstel laat de korpschef, commissaris-generaal of directeur-generaal toe te beslissen om voor bepaalde interventies het naamplaatje door een interventienummer te vervangen, bijvoorbeeld omwille van de veiligheid of privacy van de politiebeambte.

Politiemensen die optreden in burger moeten een armband dragen met daarop hun interventienummer. Dat nummer bestaat uit een nummer van maximum vier cijfers, voorafgegaan door een code voor de politiezone van de lokale politie of voor de dienst van de federale politie.

Cécile Thibault betreurde dat de meerderheid niet van de gelegenheid gebruikt heeft gemaakt om sancties op te leggen tegen politiemensen die bewust hun naamplaatje of identificatienummer verbergen. Ecolo steunt het voorstel evenwel omdat er stappen vooruit gezet werden.

N-VA onthield zich omdat de Senaat niet instemde met een amendement van de fractie dat de korpschef verplicht om de gemotiveerde beslissing over te maken aan het Comité P, dat toezicht houdt op de politiediensten, verklaarde Bart De Nijn. Het wetsvoorstel verhuist nu naar de Kamer.

Bron » De Standaard

Tags:

Menu