Opinie: Kent politie de les van de Witte Mars nog?

20 oktober 2016

Door de grote focus op terreur dreigen de belangrijke hervormingen uit het post-Dutroux-tijdperk teruggedraaid te worden, vreest Heidi De Pauw, Algemeen directeur bij Child Focus.

Carine Russo, de moeder van Mélissa, beschrijft in haar beklemmende boek 14 maanden uiterst precies de eenzaamheid die de ouders van de zes door Dutroux ontvoerde meisjes doormaakten. De chaos in hun zaak was compleet. Politiediensten werkten niet samen, onthielden elkaar noodzakelijke informatie, documenten kwamen niet in de juiste handen terecht, er werden onbegrijpelijke beslissingen genomen en met de ouders werd niet gecommuniceerd.

Zij stonden er letterlijk alleen voor. Enkele jaren voordien maakte de familie van de verdwenen Loubna Benaïssa hetzelfde mee. Zij kreeg niet de minste ondersteuning vanwege de politie, maar zelfs verkeerde raad. Het politieonderzoek zelf was een warboel en het dossier werd voortijdig geklasseerd. Pas nadat hun zaak door de grote ruchtbaarheid rond de zaak-Dutroux opnieuw in de aandacht kwam, werd het onderzoek hervat en hun levenloze dochter uiteindelijk gevonden. Ook de ouders van Kim en Ken, Liam, Nathalie, Gevrije, Ilse, Conrad en zo vele anderen maakten in essentie hetzelfde mee: de overheid liet hen grotendeels aan hun lot over.

Het werd de grote verdienste van de ouders van Julie, Mélissa, An, Eefje, Sabine en Laetitia dat ze zélf hun zaak in handen namen. De Witte Mars die daar het resultaat van werd, kwam er omdat het grote publiek plots zag dat slachtoffers en hun naasten er alleen voor stonden en dat de rechtsstaat jammerlijk tekortschoot in zijn belangrijkste taak: zorgen voor de meest kwetsbaren onder ons.

Mensgericht

Meteen stond de politiek met de rug tegen de muur. Beleidsmakers realiseerden zich dat zij in actie moesten schieten om het laatste restje krediet niet te verliezen. Vier dagen na de Witte Mars werd een parlementaire onderzoekscommissie in het leven geroepen, de start van een proces dat leidde tot grondige hervormingen bij justitie en politie en dat bij uitbreiding de positie en het statuut van slachtoffers grondig bijstuurde.

Het werk van politie en gerecht kreeg er een nieuwe, mensgerichte dimensie bij. Nieuwe functies, zoals politie- en parketwoordvoerders of slachtofferbejegenaars, werden in het leven geroepen. Voor politiemensen werd het normaal om in vele dossiers samen te werken met welzijnswerkers. Er kwamen moderne richtlijnen, zodat bijvoorbeeld wie aangifte van de verdwijning van tienerzoon of -dochter komt doen, nooit meer te horen krijgt dat hij over vierentwintig uur maar eens terug moet komen.

Dit alles vergt natuurlijk inzet en menskracht. Als we alleen maar vermissingen in ogenschouw nemen, gaat het jaarlijks om duizenden. En zelfs al gaat het in de meeste gevallen niet om de meest verontrustende situaties, dan nog kruipt daar onveranderlijk veel tijd in. Bovendien leert de ervaring dat zelfs achter een ogenschijnlijk niet-onrustwekkende wegloopsituatie in werkelijkheid een schrijnende achterliggende problematiek van geweld, seksuele uitbuiting of dreigende zelfdoding kan schuilgaan. Je weet waaraan je begint, niet waar je eindigt.

Overbelast

Tijd is dus cruciaal. En precies daarvan is er steeds minder. Om te beginnen is het een publiek geheim dat de Cel Vermiste Personen bij de Federale Politie vaak overbelast is, en best nog extra middelen en mensen kan gebruiken. Maar ook op andere fronten, bij de Federale Gerechtelijke Politie en bij de lokale politiezones, is er almaar minder ruimte om dat complexe en mensgerichte werk te blijven uitvoeren.

Het is duidelijk dat de sterk toenemende focus op terreurbestrijding daar geen goed aan doet. Een agent die met een mitrailleur op straat staat, kan niet tegelijkertijd de zoektocht naar een vermist kind aanvatten. Overpolicing inzake terreur leidt onvermijdelijk tot underpolicing voor andere vormen van criminaliteit én heeft een negatieve impact op de zo belangrijke gemeenschapsgerichte politiezorg.

Laten we daarom koers houden en de geschiedenis niet vergeten. Justitie en politie moeten iedereen dienen en dus ook beschikbaar blijven voor minder spectaculair werk als het bijstaan van slachtoffers en voor gemeenschapsgericht politiewerk in het algemeen. Want als we dat uit het oog verliezen, stevenen we vroeg of laat opnieuw af op een debacle zoals de zaak Dutroux er een was.

Overigens kan onze lof voor de ouders wier inzet en moed ten grondslag lagen aan de Witte Mars nooit groot genoeg zijn. In hun diepste ellende kozen zij voor opbouwende actie en nooit voor vernieling of haat.

Bron » De Standaard

Tags: , ,

Menu