“Afkoopwet is sterk wapen in strijd tegen fiscale fraude”

10 januari 2017

De minnelijke schikking zoals geregeld in de zogenaamde afkoopwet is een krachtig wapen in de strijd tegen de fiscale fraude. Dat hebben twee substituten-procureur van het parket van Gent vandaag in de Kamer gezegd. Ze staafden hun betoog met cijfers: in West- en Oost-Vlaanderen alleen al is op vier jaar 100 miljoen euro binnengehaald.

De afkoopwet is omstreden, onder mee omwille van de manier waarop ze tot stand is gekomen. Een parlementaire onderzoekscommissie onderzoekt de rol van de Kazachse zakenman Patokh Chodiev daarin. “We zijn ons ervan bewust dat het een aangebrand onderwerp is”, zei substituut-procureur Kristof Lammens tijdens de parlementscommissie over het fiscale schandaal rond de Panama Papers. “Ik spreek mij niet uit over hoe de wet tot stand is gekomen, maar we mogen het kind niet met het badwater weggooien.”

De substituten wezen op de voordelen van het systeem, waarbij belastingfraudeurs een deal sluiten om vervolging te vermijden. Zo is er bij de minnelijke schikking 100 procent zekerheid over de inning van de sommen. “Dit is in tegenstelling tot bij de strafrechtelijke veroordeling, waar de praktijk leert dat een inning moeilijk verloopt”, zei Lammens. Bovendien ontlasten de schikkingen de rechtbanken en hoven.

Het Gentse parket presenteerde vervolgens trots zijn resultaten. Op vier jaar tijd (oktober 2011 – oktober 2015) is in Oost- en West-Vlaanderen aan 95 verdachten een minnelijke schikking voorgesteld, waarbij 75 miljoen euro aan ontdoken belastingen en meer dan 26 miljoen euro schikkingen is betaald. In het voorbije jaar kwam circa 19 miljoen euro bij de fiscus terecht en werd 5 miljoen euro aan schikkingen betaald.

Lammens weerlegde de kritiek dat het systeem een vorm van klassenjustitie inhoudt. Er wordt een vast percentage aangerekend op het bedrag, zei hij. “Iemand die veel fraudeert, moet dus meer betalen.” Ook van achterkamertjespolitiek is geen sprake, luidde het. “Dit gebeurt niet zomaar uit de losse pols. Er is een vaste beleidslijn en we zitten met twee substituten samen. Daarnaast zit ook de BBI vaak mee aan tafel, met vetorecht. Ook het parket-generaal kijkt toe, wat maakt dat er een drievoudig controlemechanisme is.”

Bovendien worden fraudeurs ook werkelijk gestraft, zei Lammens. “Neem bijvoorbeeld iemand met 1 miljoen euro zwarte inkomsten. Hij moet 50 procent belastingschuld betalen, 500.000 euro dus, en daarop berekenen we nog een sanctie van 60 procent, nog eens 300.000 euro is dat. Van zijn miljoen houdt hij nog 200.000 euro over. Als hij eerlijk had betaald, had hij 500.000 overgehouden. Die man is effectief gestraft. Ik denk dat dit een krachtig wapen is.”

Ongrondwettelijk

Probleem is dat het Grondwettelijk Hof de afkoopwet vorig jaar deels ongrondwettelijk noemde, bij gebrek aan rechterlijke controle op de schikkingen. “We kregen de instructie om geen nieuwe onderhandelingen meer op te starten. Bestaande dossiers mogen we verderzetten, maar het wordt afgeraden. Soms zijn we echter zo ver gevorderd dat het bijna contractbreuk zou zijn als we niet afronden”, legde Lammens uit. “Er lopen dossiers die in aanmerking zouden kunnen komen en waar we een vraag voor kregen, maar waar we moesten zeggen dat het niet kan. We zijn vragende partij om de toestand te deblokkeren.”

Open Vld-Kamerlid Luk Van Biesen was het daarmee eens. “We moeten snel starten met voorstellen voor een reparatiewet en mogen dat niet koppelen aan de parlementaire onderzoekscommissie”, stelde hij.

PVDA’er Marco Van Hees was het dan weer niet eens met de uitspraak van Lammens dat het systeem geen klassenjustitie is. “Kijk naar winkeldieven of andere strafbare feiten, reële dossiers. Die mensen kunnen een gevangenisstraf krijgen. De mensen waarover u sprak – het ging om dossiers van gemiddeld 1 miljoen euro – kunnen aan de gevangenis ontsnappen. Dan kan men toch wel over een klassenjustitie spreken?”

Eric Van Rompuy (CD&V) maakte op zijn beurt van de gelegenheid gebruik om wat kritiek – vermomd in vragen – te spuien op het Gentse parket in de Optima-zaak rond Jeroen Piqueur. “Ik hoor dat er dingen worden onderzocht. Wij vragen ons af wat de timing van zo’n onderzoek is. Piqueur is nog niet ondervraagd geweest? Hoe komt het dat er nog geen enkele stap van betekenis is gezet in het strafonderzoek? Kan men het maatschappelijk verantwoorden dat dit jaren kan duren? In het buitenland gaat zoiets toch sneller en doelmatiger. Zes maanden na de feiten staat men nog nergens.”

Lammens bleef er rustig onder. “Het is moeilijk om hierop te antwoorden. Zo’n dossiers nemen hun tijd. Maar ik kan wel zeggen dat er op politieniveau zwaar wordt op ingezet. Het kan echter maar zo snel gaan als het kan gaan.” Zijn collega-substituut Olivier Ruysschaert wees er nog op dat het om een gerechtelijk onderzoek onder leiding van een onderzoeksrechter gaat. “In zo’n onderzoek is zes maanden een prille periode.”

Bron » De Morgen

Tags: , ,

Menu