Feiten

De moord op Francis Zwarts

26 Oktober 1982

Op het moment dat hij zijn toestel in de vroege avond van 26 oktober ’82 aan de grond zet, merkt de piloot van lijnvlucht SN 786 uit Zürich aan het einde van de tarmac een witte rijkswacht Taunus met rode streep op. Na het vervullen van de gebruikelijke formaliteiten neemt veiligheidsagent Francis Zwarts om 21u20 een koffer met kostbare inhoud in ontvangst. De zending waarvan de waarde tussen 67 en 90 miljoen frank wordt geraamd, bevat 20 goudstaven, ongeveer 1 miljoen gouden Krügerrands, 50 Vrenelli goudstukken, 12 gouden Cartier-uurwerken, een partij industriële diamanten van 178.4 karaat en een kleine hoeveelheid juwelen.

Na eerst nog een diplomatiek koffertje te hebben opgehaald bij het toestel uit Moskou, vertrekt Zwarts zonder de gebruikelijke begeleider met een VW-bestelwagen naar Brucargo waar de kostbaarheden in de safe zullen worden opgeborgen. Zwarts gebruikt de VW-bestelwagen omdat het geblindeerde voertuig dat normaal voor het transport wordt ingezet, die avond om ongebruikelijke redenen niet beschikbaar is. Zwarts heeft het Brucargo-complex nooit bereikt. Twee personeelsleden van Sabena, die dezelfde avond van Brucargo naar Zaventem reden, zagen vlak voor de tunnel onder de startbaan een rijkswacht Taunus bemand door vier met stenguns bewapende rijkswachters.

Veiligheidsagent Francis Zwarts. Zijn lichaam is nog steeds niet gevonden.

Veiligheidsagent Francis Zwarts. Zijn lichaam is nog steeds niet gevonden.

Uit de andere richting kwam de VW-bestelwagen van Zwarts aangereden. Nadat hij de tunnel inreed zijn Zwarts, zijn kostbare lading, de vier rijkswachters en de Taunus spoorloos verdwenen. De volgende dag werd de met bloed besmeurde bestelwagen teruggevonden in de buurt van Diegem. Ondanks intensief speurwerk en smeekbeden in de pers om een teken van leven vanwege de moeder en de echtgenote van Zwarts, blijft de veiligheidsagent onvindbaar. Het mysterie wordt er niet kleiner op als de rijkswacht laat weten dat er die dag geen rijkswachtpatrouille in de zone waar Zwarts verdween actief was, dat de rijkswacht Taunussen niet meer in gebruik zijn, enkel de groep Dyane beschikt nog over twee dergelijke voertuigen, en dat stenguns ook al niet meer tot het arsenaal van het korps behoren.

Is de Taunus van Bouhouche de Taunus van de nep-rijkswachters in de zaak Zwarts? De speurders menen van wel, maar kunnen het niet bewijzen. De verdwijning van Zwarts vertoont bovendien veel gelijkenis met de overval, vier maanden voordien, op een koerier van Kirschen & Co. Antione Brouwers werd toen op de E10-autosnelweg Antwerpen-Brussel overvallen door drie nep-rijkswachters die in een witte BMW met rode band reden. De overvallers gingen toen aan de haal met vijftig kilo goud en een grote hoeveelheid buitenlandse valuta.

In tegenstelling tot de zaak Zwarts wordt Brouwers een eindje uit de buurt gekneveld maar voor het overige ongedeerd teruggevonden. Zowel de modus operandi als de aard van de buit wijzen erop dat het om dezelfde bende gaat. Bovendien staat het vrijwel vast dat de overvallers in het rijkswachtmilieu moeten worden gezocht, ze moeten de beschikking hebben gehad over uniformen en ze moeten vooral geweten hebben dat ze op die bepaalde tijdstippen op beide locaties van de overvallen niet het risico liepen echte rijkswachters tegen het lijf te lopen. Ook het gebruik van de achterhaalde Taunus en de dito stenguns is een aanwijzing dat het om ex-rijkswachters gaat.