Onbeantwoorde vragen
Zoveel dingen die we niet weten
Met de vrijlating van Philippe Lacroix, woensdag, en die van Basri Bajrami, is de voltallige bende rond wijlen Patrick Haemers op vrije voeten. Een meer dan bloederig hoofdstuk uit de Belgische criminele geschiedenis is afgesloten, maar heel wat vragen blijven. Douglas De Coninck overloopt er een paar. Het is het gebruikelijke tafereel sinds de creatie van de Commissie voor Voorwaardelijke Invrijheidstelling. De CCC-terroristen hadden we al gehad, Madani Bouhouche en Philippe De Staerke evenzeer. Nog even en er zit buiten Freddy Horion en de ontvoerders van Anthony De Clerck geen enkele ronkende naam van weleer nog achter de tralies. De bijbehorende uitleg had ook nu weer iets ontroerends.
"In de gevangenis van Doornik heeft hij zijn diploma secundair onderwijs behaald", sprak Denis Bosquet, de advocaat van Philippe Lacroix, de pers toe. "Daarna begon hij met een universitaire studie in de letteren. Hij wil dit jaar en het volgende zijn studie en zijn scriptie afwerken. Dan wil hij werk zoeken met zijn diploma. Lacroix is vastbesloten met zijn verleden te breken." "Hij heeft zich in de gevangenis van Jamioulx voorbeeldig gedragen", prees ook advocate Carine Couquelet haar cliënt Basri Bajrami. "Hij heeft geregeld deelgenomen aan groepsgesprekken en heeft op vraag van de directie een paar gedetineerden toegesproken en tot kalmte aangemaand toen de situatie onrustig dreigde te worden." Philippe Lacroix, licentiaat in de letteren. Basri Bajrami, vredesapostel. De wonderen zijn de wereld nog niet uit.
Meer dan vijftien jaar in de gevangenis. Het is lang, onwezenlijk lang, zelfs al is daar een vox populi die opmerkt dat vijftien jaar niet hetzelfde is als levenslang - of in dit geval nog de doodstraf - waartoe Lacroix en Bajrami werden veroordeeld. De natie maakte tijdens hun processen kennis met het soort criminelen zoals je die vandaag niet vaak meer ziet. Welbespraakt, grappend, bekommerd om haarsnit en imago. Het was de tijd waarin de vanuit Rio doorgestraalde beelden van de daar dan toch gearresteerde leider Patrick Haemers hetzelfde effect hadden op vrouwelijke hormonen als Brad Pitt of David Beckham een decennium later.
Haemers, Lacroix en hun kompaan van de begindagen Thierry Smars: het waren allesbehalve op straat gevormde criminelen. Hun jeugd situeert zich in de vroege jaren zeventig. Jeunesse dorée uit Woluwe, het welstellende westen van Brussel. Rijke vaders, mooie auto's, een druk en geldverslindend nachtleven. Haemers was zoon van een textielhandelaar, Lacroix kwam uit een familie van bankiers. Zijn broer was kaderlid bij de Caisse Privé, een kleinere bank waartegen begin jaren tachtig een onderzoek liep. De klanten: allemaal bourgeoisiefiguren uit de Franstalige christen-democratie van toen, wijlen oud-premier Paul Vanden Boeynants op kop. Via 'papa', die in die kringen zo zijn connecties had, zag Haemers ooit een gevangenisstraf - wegens verkrachting in 1978 - tot haar strikte minimum teruggeschroefd.
Hij kreeg na zijn vrijlating van papa een bar cadeau, de Happy Few langs de Brusselse Louizalaan. Daar leerde hij zijn latere echtgenote Denise Tyack kennen en werkte Lacroix als kelner. Tijdelijk. Halfweg de jaren tachtig verdienden Haemers, Lacroix en Smars smakken geld met transporten van zwart geld voor vooral klanten van de Caisse Privé richting Zwitserland. Het is die voorgeschiedenis die sommigen tot in lengte van jaren doet twijfelen of de ontvoering van Paul Vanden Boeynants in 1989 wel een "echte ontvoering" was, hoe gebrekkig de verdere aanwijzingen voor die these ook zijn. Het is vooral dat laatste wapenfeit dat we ons herinneren van de bende-Haemers, hoe de vroegere premier wekenlang in een huisje in het Franse Le Touquet opgesloten zat en na zijn vrijlating sprak: "Ik weet niet van waar ik kom, maar ik kom van ver."
Minder bekend zijn de vele gewapende overvallen die de bende daarvoor, reeds vanaf 1983, pleegde, veelal op geldtransporten. Drie doden, een behoorlijk aantal gewonden. Ettelijke miljoenen franken, want deze bende rekende nooit in honderdduizenden. De bende, dat waren vooral Patrick Haemers zelf, Philippe Lacroix ('luitenant'), Denise Tyack, Marc Van Dam, Axel Zeyen en Robert Darville, de man van de wapens en de explosieven. Basri Bajrami is een beetje de vreemde eend in de bijt. Eind jaren zeventig als Kosovaars vluchteling in België aanbeland, maar een nachtraaf en bijzonder vaardig met vuurwapens. Haemers pleegde zelfmoord in zijn cel op 14 mei 1993. Met Lacroix en Bajrami heroveren nu de laatste leden van de legendarische bende de vrijheid. Vastbesloten een nieuw leven te beginnen, bij gebrek aan geldige verblijfsvergunning wordt Bajrami wordt volgende week op het vliegtuig naar Kosovo gezet. Praten over toen zullen ze niet meer. Terwijl zoveel vragen bleven hangen.
21 mei 1986 : Pleegde Thierry Smars werkelijk zelfmoord?
Er is iets geks aan de foto, het laatste beeld van bendelid Thierry Smars, zoals hij door familieleden werd aangetroffen in zijn kamer. De revolver (kaliber .3 lijkt wel érg losjes in de hand van de zelfmoordenaar te liggen. Wie zich een kogel door het hoofd jaagt, heeft daarna meestal niet meer de mogelijkheid om het wapen zo vredig op de eigen buik te leggen. Na een eerste kwalificatie als zelfmoord laat het Brusselse parket het dossier in 1989 opnieuw onderzoeken. Op de hand van Smars blijken geen sporen van antimonium aanwezig, wat had gemoeten als hijzelf het schot zou hebben afgevuurd.
Aan speculaties over de veronderstelde moord op Smars geen gebrek. Ruzie met Haemers en Lacroix. Het zwijgen opgelegd na kritiek op Darville vanwege het gebruik van al te dodelijke explosieven bij een zoveelste raid. Een voornemen om uit de biecht te klappen over de klusjes die hij hielp verrichten voor de klanten van de Caisse Privé. Het zijn nochtans zeker niet Haemers of Lacroix die hun kornuit kunnen hebben 'geholpen' bij de 'zelfmoord'. Zij zijn in oktober 1985 aangehouden door de Brusselse onderzoeksrechter Collin, die zich sterk maakt de daders te hebben gevonden van een lange reeks agressieve overvallen op geldtransporten. Lacroix wordt in maart 1987 echter vrijgelaten bij gebrek aan harde bewijzen.
13 augustus 1986 : Wie hielp bij de ontsnapping van Patrick Haemers?
Het ondenkbare gebeurt: aan de Celestijnenlaan in Heverlee rijdt een Audi een celwagen klem. "Wij tellen tot drie, als de deur dan niet open is, schieten we u dood", horen de begeleiders aan het eind van een eerste kogelregen roepen. Een rijkswachter wordt getroffen in het dijbeen. Haemers springt uit de boevenwagen. Wie hem bevrijdde, werd nooit duidelijk. Aangenomen wordt dat het Lacroix, Bajrami en Van Dam waren. Zij bleven echter altijd ontkennen. De bevrijding van Haemers is het beginpunt van een reeks van nog gewelddadiger overvallen op geldtransporten.
13 juli 1988 : Wat werd er van Jean-Pierre Halla?
Bij een schietpartij heb je weinig tijd om na te denken. Dat is ook zo als leden van de bende-Haemers daar op 29 juni 1988 in verwikkeld raken tijdens de (mislukte) overval op een geldtransport van Brink's Ziegler nabij een BBL-kantoor in Etterbeek. Een gewapende bewaker heeft bijtijds opgemerkt hoe Marc Van Dam een bom tegen de achterdeur van de geldwagen probeert te plaatsten en opent het vuur. Verwarring alom. Van Dam wordt vijf keer beschoten en raakt gewond aan zijn arm. Niet door de kogels van de bewaker, maar door die van het minder bekende bendelid Jean-Pierre Halla. De man wordt voor het laatst gezien op 13 juli 1988 nabij het Zuidstation. Sindsdien: niets meer. Volgens het geruchtencircuit in de Brusselse misdaadwereld is Halla vanwege zijn blunder door de bende geëxecuteerd en begraven in het Zoniënwoud.
13 februari 1989 : Waar bleef het voor VdB betaalde losgeld?
Omstreeks 22.15 uur stapt een oude man met een witte baard in een taxi aan het station van Doornik. "Ik ben Paul Vanden Boeynants", zegt hij. Onbewogen brengt de chauffeur hem naar het opgegeven adres van diens partner in Brussel. Na dertig dagen komt een einde aan de ontvoering van VdB. Drie dagen eerder, op 10 februari 1989, heeft een vriend van hem in Genève een aktetas met daarin 63 miljoen Belgische frank overhandigd. "Het geld werd in eerste instantie betaald door Israëlische relaties", zo onthulde Jean Natan (74) eerder dit jaar in een gesprek met Canvas-journalist Dirk Leestmans. "Ze deden dat in ruil voor diensten die Vanden Boeynants als politicus had verleend aan Israël." Maar wat werd er van het losgeld? Slechts een beperkt deel werd teruggevonden, bij de arrestatie van Basri Bajrami in Metz, daags na de vrijlating van VdB. Hij had 5 miljoen frank in biljetten van 5.000 frank bij zich. Op zijn 78ste kreeg VdB in 1998, na negen jaar wachten, die biljetten - verouderd, inmiddels - van justitie terug.
27 mei 1989 : Wilde 'men' Haemers wel terughalen uit Brazilië?
Na de ontvoering van VdB ontbindt de bende zich. Haemers, Tyack, Lacroix, Bajrami, Van Dam en Zeyen zijn uitgeweken naar Brazilië, waar ze een nieuw leven in luxe zijn begonnen. Het duurt drie maanden voor ze daar kunnen worden opgespoord. Dat is vooral de verdienste van de Brusselse BOB'ers Patrick Van Brussel en Rudy De Jonghe. Maandenlang zijn ze vader Achille Haemers en kennissen blijven schaduwen en hebben het milieu geïnfiltreerd, zeker als ze zijn dat er toch ooit eens een telefoontje moet komen van de zoon. En dat gebeurt. Van Brussel bleef zijn informatiemap tot zijn dood bewaren als een trofee. Een vergeelde informatiefiche: 'Contact RTT: telefoon afkomstig uit Rio de Janeiro!!!!!'
Op 27 mei 1989 wordt op verzoek vanuit Brussel de bende in Brazilië gearresteerd (zij het dan dat Van Dam en Lacroix na een paar dagen weten te ontsnappen). En toch, blikte de inmiddels overleden speurder in 1998 terug "scheen 'men' niet zo happig zijn om Haemers terug te halen". Het duurde bijna een jaar voor België Haemers, Tyack en Zeyen uitgeleverd wist te krijgen. "Geloof me, er waren in die tijd heftige krachten aan het werk om Haemers in Rio te laten zitten", aldus Van Brussel, alluderend op "mensen binnen de Brusselse magistratuur" die bevreesd zouden zijn geweest voor de kennis die Haemers en co. tijdens de ontvoering van VdB los zouden kunnen hebben geweekt.
Onterechte vrees. Eens terug in België viel het een beetje tegen met al die 'onthullingen' die Haemers of anderen zouden gaan doen. "Ik deed dat voor het geld." Veel meer zinnigs kwam er verder niet. En toch. In plaats van een lintje kregen Van Brussel en De Jonghe enkel gedonder met de rijkswachthiërarchie en noemde Van Brussel zich "buiten gepest omdat ik Haemers hielp lokaliseren". Uiteindelijk zou de hele Bende wel degelijk worden geklist en voor assisen worden gebracht. Het tijdperk van de bende-Haemers leek definitief voorbij.
3 mei 1993 : Wie leverde de wapens voor de ontsnapping van de eeuw?
Het land stond op stelten. Uit de gevangenis van Sint-Gillis was zowat de top van het landelijke gangsterwezen ontsnapt: Philippe Lacroix, Basri Bajrami en ontsnappingskoning Kaplan Murat. Die laatste behoorde niet tot de bende-Haemers, maar was het zo'n beetje aan zijn reputatie verplicht om deze gelegenheid niet voorbij te laten gaan. Er waren niet alleen deze drie klinkende namen, er was ook de manier waarop. 's Ochtends, bij het luchten, drukte Lacroix een cipier een pistool tegen het hoofd. Hij verplichtte hem de cellen van de twee anderen open te maken. Lacroix en Murat namen uit hun cel enkele granaten mee en wisten zich, daarmee dreigend, een weg naar buiten te banen. Ze gijzelden een tweede cipier en even later ook de ter plaatse geroepen inspecteur-generaal Harry Van Oers van het Bestuur der Strafinrichtingen. Met hem als gijzelaar reed het trio weg in een voor de gevangenis klaarstaande BMW.
Hoe geraakten al die wapens in de gevangenis? Wie regelde die BMW? Het Brusselse parket verdacht Eddy Wauters, een cipier met een niet geheel onbesproken reputatie. Tegen hem pleitte de getuigenis van gevangene Johnny D.S., die beweerde "te hebben gehoord" dat Wauters een lucratieve deal had beklonken met Lacroix. Na de arrestatie van Wauters wees De Morgen in 1997 al op een hoogst toevallige samenloop van omstandigheden. Kroongetuige D.S. zat in de cel wegens betrokkenheid bij overvallen van de bende-Maäche. Het was uitgerekend in het gezelschap van een kopstuk van die bende, Djurica Djordjevic, dat Kaplan Murat later zou worden gevat. De rest van de bewijsvoering was zo goed als waardeloos.
Tegenover zijn ondervragers liet Kaplan Murat zich daarvoor al, met een grijns maar off the record ontvallen: "Jullie hebben de verkeerde." Lacroix en Bajrami, inmiddels ook gevat, hielden de lippen op elkaar. Tijdens de rechtszaak zei gentleman Philippe Lacroix dat hij niet wist wie het was geweest - "die granaten lagen daar zomaar opeens" - maar dat dat er wat hem betrof ook allemaal niet zoveel meer toe deed: "Ik neem de schuld op mij, ik heb alles georganiseerd. Ik heb daar geen problemen mee." Het kon niet beletten dat de Brusselse correctionele rechtbank Eddy Wauters veroordeelde tot vier jaar cel met uitstel. Op 29 april 1999 sprak het hof van beroep hem echter vrij, wegens al te evidente twijfels. Niemand werd ooit veroordeeld voor het aanleveren van pistool en granaten.
Praten over toen zullen Philippe Lacroix en Basri Bajrami niet meer. Ook niet over wie Patrick Haemers in 1986 uit die celwagen bevrijdde, wat er gebeurde met het voor VdB betaalde losgeld of over hoe ze in 1993 uit de gevangenis van Sint-Gillis wisten te ontsnappen.
|
Bron » De Morgen | Douglas De Coninck Forum » Bespreek de Bende Haemers
|
| Meer » Paul Vanden Boeynants | Jean-Paul Dumont |
Nasleep
Inleiding
Sinds een drietal jaar worden Brussel en het zuiden van het land door elkaar geschud door een niet aflatende reeks car jackings en uiterst gewelddadige overvallen op geldtransporten,warenhuizen en geldmachines. Uit een misdaadanalyse die drie jaar geleden door een jonge rijkswachter van de brigade van Ukkel werd begonnen, blijkt dat die bloedige overvallen regelrecht naar de vroegere bende van de dode gangster Patrick Haemers leiden.
Nijveliaans geweld
Deze nieuwe golf van bloed en bijna Bende-van-Nijveliaans geweld, die door de affaire rond Marc Dutroux en Michel Nihoul een beetje uit het oog van het publiek wordt gehouden, vindt haar oorsprong in een milieu dat zich verzamelt in de restaurants, cafés en nachtclubs van de Brusselse bon chic, bon genre-gemeenten Sint-Lambrechls-Woluwe en Ukkel, het rijke-mensenmilieu waarin Patrick Haemers in de jaren '90 rondbewoog, en dat nu nog altijd wordt bevolkt door zijn vroegere maatjes: gangsters, zakenmannen, politici, ex-huurlingen en advocaten. Rijkswachter Marc Toussaint zegt in zijn analyse dat dit milieu bovendien rechtstreeks te maken heeft met het seksimperium van Michel Nihoul, en dat er zelfs sporen naar de Bende van Nijvel lopen. Dat is het resultaat van zijn onthutsende onderzoek dat Humo kon inkijken. Zal men dit ook weer afdoen als het zoveelste amalgaam van een halve gare die onzin voor waarheid neemt? Of gaat men dat milieu eindelijk eens serieus onder de loupe nemen?
- Een brandend geldtransport na een overval.
Nationale Misdaad
In de jaren '80 entertainde een bende gangsters rond Patrick Haemers en Philippe Lacroix de Belgische bevolking met een pak - "veertig à zestig", zei Haemers zelf na zijn arrestatie in 1989 in Rio de Janeiro - spectaculaire hold-ups en overvallen op geldtransporten, waarbij nogal wat mensen het leven lieten. Pas nadat de bende Paul Vanden Boeynants had ontvoerd, vond de Belgische magistratuur dat het tijd werd om Haemers en co aan te pakken. In 1994 werd een aantal kopstukken van de bende Haemers tot lange gevangenisstraffen veroordeeld: Philippe Lacroix, Basri Bajrami, financieel advocaat Michel Vander Elst, wapenleverancier Robert Darville ... Haemers zelf werd niet veroordeeld. Die had in 1993 zelfmoord gepleegd in zijn cel. Daarmee leek voor de Belgische justitie de kous af, de bende Haemers was niet meer, het probleem was opgelost. Voor de magistratuur waren Patrick Haemers en zijn mannen gewoon onafhankelijk opererende gangsters die toevallig ook VdB hadden ontvoerd, meer niet.
Het officiële onderzoek had hooguit een beetje aan de oppervlakte van het Brusselse milieu rond Haemers gekrabd. Het handjevol politiemensen dat wél in de diepte had willen gaan, werd zonder omhaal opzij geschoven. Rijkswachter Marc Toussaint schrijft in zijn verslag: "In België bestaat er een groep mensen - tussen de vijftig en de tweehonderd in getal - die een nationale misdaadorganisatie met internationale contacten beheren. Ze houden zich bezig met wapentrafiek, drugssmokkel en prostitutie. Met handel in blanke slavinnen én pedofilienetwerken. Met overvallen, het witwassen van misdaadgeld en zware financiële criminaliteit. Die mensen hebben zich in een aantal gemeentes van dit land ingenesteld en organiseren van daaruit hun criminele activiteiten. Ik geef als voorbeelden: Ukkel, Lasne - één van de duurste gemeenten van het land waar Patrick Haemers ooit nog heeft gewoond - Sint-lambrechts-Woluwe, Knokke..." Hoe komt Toussaint daarbij?
Toffe P.
In juni 1995 begon een nieuwe golf van gewelddadige overvallen op voornamelijk geldtransporten. In de rijkswachtbrigade van Ukkel zat Marc Toussaint, die de rijkswachtpatrouilles coördineerde en de gegevens die de patrouilles binnenbrachten verwerkte, te kijken naar de informatie die binnenstroomde over de hold-ups. Vooral de gestolen wagens die daarbij werden gebruikt, trokken zijn aandacht. Hij zag er een systeem in, de auto's werden steevast gestolen én teruggevonden in duidelijk afgebakende delen van Ukkel en Sint-Lambrechts-Woluwe. Waarom? Toussaint vond een verklaring toen hij zag dat het begin van de nieuwe golf overvallen samenviel met het moment waarop Constant H., een gewezen lid van de bende van Marcel Habran, gespecialiseerd in overvallen op banken en geldtransporten, gebruik maakte van een penitentiair verlof om spoorloos te verdwijnen.
Na zijn verdwijning werd H. een vaste klant van een restaurant in de Karmelietenstraat in Ukkel, dat toevallig ook een vaste stek was van advocaat Jean-Paul Dumont en van Fréderic Hilger, een vroeger gangstermaatje van Haemers. Het viel Toussaint ook op dat er in de wijken waar de wagens werden gestolen en teruggevonden, zich nog meer verdachte restaurants en drankgelegenheden bevonden. In Ukkel zijn dat een etablissement in de Edith Cavellstraat, een restaurant aan het Globe-kruispunt en een aan de Alsembergsesteenweg. In Sint-Lambrechts-Woluwe gaat het ook om enkele restaurants en cafés die door de oude bende Haemers werden gefrequenteerd, en één in het Woluwe Shopping eenter. En verder naar het zuiden nog een restaurant in Linkebeek.
Toussaint zag dat de BMW 530i die was gebruikt bij de overval op een ASLK-kantoor in Buizingen op 11 mei 1995, de dag voordien was gestolen in de Edith Cavelistraat in Ukkel. En de BMW 530 die anderhalve maand later werd gebruikt voor een mislukte aanval op een geldtransport in Jodoigne, werd gepikt in de Karmelietenstraat. De man die klacht kwam indienen omtrent de BMW die in Buizingen werd gebruikt, was P., de baas van een aantal van de tenten in Sint-Lambrechts-Woluwe en een vaste klant van het restaurant in de Karmelietenstraat in Ukkel. Op 29 december 1997 werden in het Woluwe Shopping eenter, in het Inno-filiaal, twee geldtransporteurs met zware wapens overvallen: één transporteur stierf, de andere werd zwaar gewond. Toeval?
Diezelfde P. is de huidige vriend van Denise Tyack, de vroegere vrouw van Patrick Haemers, die alle grote avonturen van Haemers heeft meegemaakt, maar hem voor P. inruilde nadat ze uit de gevangenis was vrijgelaten. P., die officieel in Lasne woont, is ook een kennis van AchilIe Haemers, de vader van Patrick. En hij is geen kleine jongen. Toussaint schrijft dat de Brusselse substituut Jean-Françis Godbille op dit moment met een onderzoek bezig is naar een BTW-carrousel van P. van meer dan één miljard frank. P. lijkt verder vooral gespecialiseerd in autotrafiek. Al in 1978 begon de politie een onderzoek naar zijn rol in trafiek van wagens die in Italië werden gestolen en naar België en Nederland werden doorgesluisd. In 1982 werd hij gearresteerd in een zwendel met luxe-auto's die als gestolen werden aangegeven met de bedoeling de verzekeringsmaatschappijen op te lichten. In dat zaakje bleken ook mensen betrokken te zijn als de adellijke T. de M. uit Elsene en V., de vroegere uitbater van de dubieuze Brusselse privé-club Parc Savoye.
In De Gouden Pot
Toussaint stootte in zijn zoektocht naar de daders en de opdrachtgevers van de overvallen op geldtransporten op nog meer jongens uit het Haemers-milieu. Op Michel Gigot bijvoorbeeld. Gigot is een oude bekende uit de Brusselse penose van de jaren tachtig rond Simonne Menin, ooit de 'schoonmoeder' van Patrick Haemers, en de Franse drugstrafikant en prostitutiekoning Albert Farcy. Toen al werd Gigot ervan verdacht een en ander te maken te hebben met ... de Bende van Nijvel. En er is ook nog B., een heel goeie vriend van Patrick Haemers, die een paar café's drijft in Sint-Lambrechts-Woluwe. Marc Toussaint: "Het ziet er naar uit dat die mensen niet zélf die overvallen uitvoeren of de wagens stelen. Tenslotte zijn ze geen twintig meer.
Zij bedenken de overvallen en bestellen dan jongens bij bendes als die van de gebroeders Maâche voor het praktische werk. Het hoofdkwartier van dat reservoir van jonge criminelen is een café op het Globe-kruispunt in Ukkel. Het is eigendom van de ex-uitbater van het café-restaurant De Kwak in Sint-Lambrechts-Woluwe, vroeger dé verzamelplaats bij uitstek voor de jongens van de bende Haemers. Vanuit het café op het Globekruispunt. zijn er contacten met een ander Ukkels café: Le Pot d'Or, een verzamelplaats voor plaatselijke jonge criminelen, sommigen nog minderjarig, die zich met kleine criminaliteit bezighouden: diefstallen, handtassen roven, die dingen... Maar dat jong grut wil serieus worden genomen en doorstoten naar de zware criminaliteit. De groep wordt geleid door twee oudere, ervaren jongens: Jean-Claude P.-V., alias Coco, en Salvatare C., alias Toto."
"Op een dag kreeg ik van een rijkswachtcollega een robotfoto die was gemaakt van een van de overvallers in Jodoigne. Ik ging met die foto naar mijn informanten. Die herkenden de jongen onmiddellijk: E, die vaak in Le Pol d'Or kwam. E. was niet alleen betrokken bij de overvallen. Hij was ook de contactpersoon tussen de opdrachtgevers en de uitvoerders. Hij liep doorgaans naar Coca en Toto als er weer eens een luxe-wagen moest worden ge-carjacked om een overval mee uit te voeren. Ik heb dat deel van de zaak mee helpen oplossen. In januari '97 werden een aantal van de kereltjes uit Le Pot d'Or veroordeeld.
Maar er zijn nog meer groepen aan het werk. Ik had bijvoorbeeld gezien dat een deel van de auto's naar Anderlecht ging, naar de Van Kalkenstraat, waar een bende Marokkanen werkt. En een ander deel naar het Flageyplein, waar het hoofdkwartier is van de Bende Maâche. De wapens voor de ovevallen worden dan weer betrokken op het Lemmensplein in Anderlecht, in het café van de plaatselijke caïd. Ook die groepen worden duidelijk ingehuurd door de jongens uit het milieu Haemers. Als je ziet hoe sommige van die overvallen tot in de puntjes zijn voorbereid ... Bij de overval in Dilbeek zijn ze aan het werk geweest met zeker tien, vijftien personen. Dat betekent dat er op de achtergrond nóg eens twintig man bij betrokken is. Tja, dan heb je het al over een serieuze organisatie, hè."
Mister Cash
De grote doorbraak in zijn onderzoek kwam er volgens Toussaint op 10 februari 1997. Toen kwam hij in contact met een informant die hem vertelde dat er op 12 februari een grote slag zou worden geslagen in het Luikse, in Rocour. De informant had die gegevens van een keukenhulpje uit het restaurant in de Karmelietenstraat in Ukkel. De overval was opgezet door onder anderen C., het ex-lid van de bende van Marcel Habran, door Michel Gigot en door U., een extreem-rechtse ex-huurling. Nadat de informant Toussaint had ingelicht vertrok hij naar het restaurant in linkebeek, om daar nog meer informatie in te winnen. Dat restaurant is toevallig één van de vaste stekken waar de Brusselse advocaat Michel Vander Elst zijn vriendjes Patrick Haemers en Philippe Lacroix mee naartoe placht te nemen. Daar kwam de informant te weten dat er bij de overval in Rocour een UZI en een Kalasjnikov zouden worden gebruikt.
Maar op 12 februari gebeurde er geen overval in Recour. Toussaint: "Nogal logisch. Er was toen een heel grote politieactie bezig tegen het overvallersmilieu uit Charleroi, Namen en Brussel, enz... Het milieu werd danig door elkaar geschud. Uiteraard pleegt men op zo'n moment geen overval. Maar twee maanden later, op 29 maart 1997 werd er in Rocour een Mister Cash-apparaat aangepakt. De poging om het apparaat te laten springen mislukte en de aanval eindigde in een schietpartij waarbij een gangster werd gewond. Die werd in het Sint-Pietersziekenhuis in Brussel teruggevonden. Het ging om Zacharia Hebchane, een lid van de Bende Maâche. Ter plaatse hadden de overvallers twee wapens achtergelaten: een Kalasjnikov en een UZI. Toeval? Ballistisch onderzoek maakte duidelijk dat de heren die in Rocour in de weer zijn geweest ook verantwoordelijk waren voor de zware overvallen in Dilbeek en in het Noord-Franse Lesquin."
Dat het Ukkelse restaurant in de Karmelietenstraat en haar vaste klanten een belangrijke rol spelen in de overvallen, werd Toussaint helemaal duidelijk toen hij eind 1996 te weten kwam dat er op 5 oktober 1996 een vergadering had plaatsgehad. Daarbij waren aanwezig: H., Michel Gigot, en één van de vroegere bazen van de Brusselse nachtclub Le Mirano. Rijkswachter Toussaint schrijft in zijn verslag: "Zij, en dan vooral de man van de Mirano, vonden dat ik te ver ging in mijn onderzoek, zeker voor wat de pedofilienetwerken betrof. En dus besloten ze een contract op mijn hoofd te zetten."
Bloot & Bizaar
Via die oude Haemers-kliek kwam Toussaint in het Brusselse nachtleven, in de prostitutie en de pedofilie terecht. Via één van die overvaljongens botste hij op een zekere Farid R. Volgens de gegevens van Toussaint is R. een pooier en baat hij samen met een advocaat uit de vroegere entourage van Haemers een drankgelegenheid uit in het Malou-park in Sint-lambrechts-Woluwe, vlak naast een speelpleintje voor kinderen. Overdag komen moeders en hun kinderen er iets drinken, maar 's nachts worden er seksfeesten en sadomasochistische uitjes georganiseerd. Men maakt er ook reclame voor. In het gespecialiseerde blad Journal de L'Erotisme plaatste men in december 1993 een advertentie voor een zogenaamde fetisjistennacht. Dergelijke avonden worden volgens de rijkswachter bezocht door rijke heren in grote auto's. Van R. schoof Toussaint voort naar een discreet bordeel aan de Vleurgatsesteenweg: L'Institut Bizaar, uitgebaat door Chantal R.
Het bordeel bevindt zich op de eerste verdieping, waar ook een kamer voor sado-maso -praktijken is uitgerust. Op de benedenverdieping bevindt zich een schoonheidssalon, te Body-Sun. Het systeem om de zaak discreet te houden is eenvoudig: er is een aparte discrete ingang voor de klanten, die naar de eerste verdieping leidt. De prostituees zelf gaan binnen via het schoonheidssalon, zogezegd om een uurtje onder de zonnebank te gaan, maar lopen via de achterdeur van het salon de trap op naar boven. Hoeren en klanten gaan dus nooit door dezelfde deur naar binnen. In het Institut Bizoor ontdekte Toussaint naar eigen zeggen een pedofilienetwerk. In de Bizaar werd op carnavalszondag 1995 Cindy, een kind van twaalf jaar verkracht. De klant, die om een maagd had gevraagd, had voor die verkrachting 120.000 frank over. Het netwerk rond de Bizaar had Cindy in Bergen gevonden. Ze was van huis weggelopen en terecht gekomen bij Isabelle L. en Carlo C., die haar naar de Bizaar hadden gebracht. Toussaint begon een onderzoek en vond het kind terug. Het gaf toe dat het in de Bizaar was verkracht. Pikant detail: het onderhoud van het Institut Bizaar wordt gedaan door een werkneemster van het schoonmaakbedrijf Omnium Maintenance.
Toussaint: "En het adres van Omnium Maintenance is hetzelfde als het adres dat P., de vriend van Denise Tyack, opgeeft als zijn domicilie in Lasne. Daar zit trouwens ook de vennootschap X Car Immo, die als enige activiteit heeft het verhuren van het huis in Lasne aan Omnium Maintenance. Een onderzoek van de telefoontjes die van en naar de Bizaar werden gedaan, heeft een fraaie verzameling contacten blootgelegd. Er werd naar de Bizaar gebeld vanuit ministeries, vanuit de E.G., vanuit gemeentelijke diensten, vanuit de rijkswacht en vanuit allerhande advocatenkabinetten." Maar het meest verontrustende vindt Toussaint de telefoontjes die Chantal R. op haar privé-GSM ontving. Die kwamen van instellingen voor verwaarloosde en zelfs autistische kinderen. Hij vraagt zich af of daar echt zoveel bordeel bezoekers werken. Of dat zij een andere reden hadden om de Bizaar te bellen.
Ontslag
Rijkswachter Marc Toussaint gaat niet meer werken. Vorig jaar bood hij zijn ontslag aan, omdat hij vond dat hem het werken onmogelijk werd gemaakt. Volgens hem probeerde zijn brigadecommandant steeds opnieuw zijn werk te dwarsbomen. Toussaint steekt niet onder stoelen of banken dat hij de commandant niet vertrouwt. De reden, in oktober 1995 vierde die zijn verjaardag. In de brigade van Ukkel kocht men een taart en een fles champagne om dat te vieren. Maar de commandant was in geen velden of wegen te bekennen. Uiteindelijk biepte men hem op met de vraag of hij zijn ondergeschikten de eer wilde betuigen de taart te komen opeten. Bleek dat hij was ingegaan op een uitnodiging van Juju D'Haene, een politieman uit Ukkel. De commandant was in Sint-lambrechts-Woluwe samen met D'Haene naar een taverne van P. gegaan, de vriend van Denise Tyack én het belangrijkste doelwit van het onderzoek van Toussaint.
D'Haene had de commandant voorgesteld aan P., en daarna was het een lang feest geworden. Andere aanwezigen waren Jean-Marc Duchateau van de zedensectie van de Brusselse BOB, Marc Artiges, de vroegere rijkswachtcommandant van Tubize, en André Lemouchi, een wijnhandelaar die volgens Toussaint de gewoonte heeft de hoge heren van het Brusselse rijkswachtdistrict te voorzien van gratis kisten wijn voor het grote rijkswachtbal. De rijkswacht weigerde Toussaint zijn ontslag. Daarop weigerde Toussaint nog te komen werken. Gevolg, hij krijgt zijn loon niet meer uitbetaald. Marc Toussaint heeft er nu genoeg van. Hij heeft een uitgebreid verslag over zijn bevindingen aan commissievoorzitter Marc Verwilghen bezorgd, en hij heeft er geen bezwaar tegen om met Humo te praten. Integendeel, zei hij: "Dit land moet weten wat ik heb ontdekt."
|
Bron » Humo | Raf Sauviller & Danny Illegems | Januari 1998 Forum » Bespreek de Bende Haemers
|
| Meer » Roze Balletten | Rijkswacht | Michel Nihoul | De zaak Dutroux |