Aalst : 9 November 1985

De aanslag

Even na halfacht draaide het schutterscommando, vermoedelijk in een antracietgrijze of groene Golf GTI, de parking van het warenhuis op. De gangsters hadden hun zwartgemaakte gezicht gecamoufleerd met sjaals, zonnebrillen en zwartepietpruiken, en droegen een half wapenarsenaal met zich mee. Een jongen van tien, die zijn ouders en zus voor zijn ogen had zien afslachten op het parkeerterrein maar zelf nog naar binnen was kunnen vluchten, verklaarde zeven jaar geleden dat de moordenaar op hem geschoten had met een slordig afgezaagde tweeloop. Tegenover Humo preciseerde hij in diezelfde periode dat de mantel van de man alleen bovenaan was dichtgeknoopt en bij elke stap openviel. Zo had de jongen kunnen zien dat er vermoedelijk granaten aan zijn riem hingen.

De moordenaar van zijn ouders en zus was heel groot. Er hing een machinegeweer aan zijn schouder en uit zijn vest stak de kolf van een revolver. Een ander slachtoffer was het opgevallen dat de gangster bovendien twee dolken droeg, één die aan een soort snoer om zijn hals hing, en een soort werpmes dat hij in zijn riem had zitten. De jongen was een van de zeldzame getuigen die de schutters zowel op het parkeerterrein als binnen in de Delhaize had gezien. Hij wist zich haarscherp te herinneren dat hij vier en niet drie gangsters door het warenhuis had zien stormen.

"Ik heb die mannen zien binnenkomen. Ze hebben mensen mishandeld, geschopt en geslagen, op alles geschoten wat bewoog ... Een paar mannen waren dieper de Delhaize binnengegaan en haalden in de rekken sigaretten en drank. Die stopten ze in jutezakken met het logo van De Post. Gedurende een tweetal minuten hebben ze geschoten en mensen mishandeld. Daarna zijn ze allevier buitengegaan, maar de laatste gangster stopte voor mij en richtte heel bewust zijn wapen op mij. Ik herinner me zijn grijns, die kon ik zien omdat zijn sjaal een beetje was afgezakt. Ze hadden gezegd dat we niet mochten kijken. Ik heb wel gekeken. Dat beeld zal ik nooit vergeten. Ik herinner me elk detail. Ze hadden verschrikkelijk veel drank en sigaretten meegenomen. Ze spraken gebroken Frans, eigenlijk een beetje van alles door mekaar. Ik denk dat ze eigenlijk Vlaams spraken, maar dat wilden camoufleren."

Paul Bekaert, destijds onderdirecteur van de Aalsterse Delhaize, heeft andere herinneringen. "Ik heb maar drie gangsters gezien. Een van hen droeg het geldkoffertje, waar zowat vijftigduizend frank munten inzat en dat alleen opzij 'oren' had. Het woog misschien tien kilo, hij had dus beide handen nodig om ermee te zeulen. De andere droeg een papieren zak waarin de bankbiljetten zaten, en de derde had die riotgun, waarmee hij op ons schoot. Er zijn bij mijn weten ook geen sigaretten of drank gestolen. Ik vermoed dat die jongen zich vergist heeft en die bruine papieren zak met het rode logo van Delhaize erop verward heeft met een postzak." Iedereen kan zich vergissen. In dit geval misschien de onderdirecteur?

Delhaize Aalst
- Het Delhaize-warenhuis in Aalst na de aanslag.
"Een film in mijn hoofd"

Gewezen Deltaspeurders herinneren zich dat het geldkoffertje, dat later opgevist is in Ronquières, wel een handvat aan de bovenkant had. Andere getuigen bevestigen dat ze een gangster een of zelfs twee zware bruine zakken zagen voortslepen. En de jongen blijft bij zijn verklaring van zeven jaar geleden. "Die overval zit als een film in mijn hoofd, ik zie alles nog voor me alsof het gisteren gebeurd is. Patrick Haemers, ik heb hem herkend omdat zijn sjaal was afgegleden, heeft een jutezak waar de zwarte hoorn van De Post opstond neergezet om op mij te schieten. En hoe hij toen lachte, dat zal ik nooit vergeten." De jongen, die in zijn dij werd geraakt en daar een blijvende handicap aan heeft overgehouden, is niet de enige Aalstenaar die blijft volhouden dat hij vier schutters heeft gezien. Mensen die tijdens de slachting tijdig van het parkeerterrein konden wegvluchten, verklaren met grote stelligheid hetzelfde.

Nog een argument voor het feit dat er meer dan drie gangsters aan het werk waren, sommige getuigen houden vol dat de overvallers sjaals, donkere brillen en zwartepiet-pruiken droegen, andere beweren dan weer dat ze alleen maar bivakmutsen ophadden. De uitleg van Jumet is simpel, de gangsters kleedden zich om tijdens hun overvallen. Maar je zou je afvragen of die uiteenlopende beschrijvingen er niet simpelweg op wijzen dat een paar schutters bivakmutsen droegen, en de andere sjaals en pruiken. Na de overval stoof een metaalkleurige Golf GTI met drie inzittenden weg, een achterdeur nog open, in de richting van Ninove.

Het moet daar heel benauwd geweest zijn in dat kleine Golfje, met de oude man aan het stuur, de reus vooraan naast hem, en de als gek om zich heen schietende killer tussen de Ingrams, riotguns en Thompson-machinegeweren, de dolken en granaten, het geldkoffertje, de postzakken met drank en sigaretten, en daar ergens tussenin - vermoedelijk achtdubbel geplooid want geen van de achtervolgende agenten heeft hem zien zitten - de vierde dader. Maar stel dat Jumet gelijk heeft, en dat er maar drie gangsters waren, dat veronderstelt dat ze hun speciaal voor de overval omgebouwde vluchtwagen tijdens de overval onbewaakt achtergelaten hadden op het parkeerterrein. Niet echt briljant van een Bende die nu al twintig jaar de hele Belgische justitie te slim afblijft. Is het niet veel logischer dat bij de overval in Aalst minstens een tweede wagen werd gebruikt, de Mercedes met Nederlandse nummerplaat of de bleke Taunus, en dat er in die wagen net als in de Golf GTI een chauffeur is blijven wachten terwijl de vier schutters binnen hun slag sloegen?

Bron » Humo
Forum » Bespreek dit artikel | Bekijk de foto's
Meer » Bende Haemers | Dendermonde | Cel Waals Brabant | Bewijsstukken

De ooggetuigen

Het begin

Twintig minuten na het merkwaardige telefoontje bij radio Di Amigo wil een klant op het parkeerterrein van de Delhaize in Aalst oprijden. Binnen gooien klanten hun karretje vol voor het lange weekend van Sint-Maarten, een feest dat in Aalst meer gevierd wordt dan Sinterklaas. Voor de ingang van de winkel ziet deze getuige vier mannen, telkens op ongeveer twee meter afstand van elkaar. Drie dragen een vuurwapen en schieten in de richting van de ingang. Ze zijn gemaskerd. De vierde lijkt aanwijzingen te geven. Hij is niet gemaskerd, vrij klein, rond de 25 jaar en heeft een kleine snor. De getuige vlucht weg met zijn gezin.

Een andere Aalstenaar zit op de parking aan het stuur van zijn wagen te wachten terwijl zijn familie boodschappen doet. Hij ziet de ingang goed liggen. Er komen drie mannen aan. Ze dragen bivakmutsen, en zijn gewapend met een kort machinegeweer. Wat er toen gebeurde, heeft deze getuige al tot in den treure verteld: "De eerste man liep naar het pad van het Osbroekpark opzij van het warenhuis, de tweede naar het leeggoed, waar hij uitzicht had op het parkeerterrein, de uitrit en het Osbroekwegeltje. De derde greep een klant vast die net buitenkwam. Ik hoorde een schot en zag die klant in elkaar stuiken. Ik hoorde ijselijk vrouwengegil."

De getuige rijdt onmiddellijk weg - zijn zoontje zit achterin - en blijft doorrijden, ook als zijn achterruit stukgeschoten wordt. Hij voelt pijn aan zijn hoofd, bloed ook. Hij zet zijn kind af in een café vlakbij en keert terug om zijn vrouw te gaan zoeken. Hij vindt haar op de eerste verdieping boven een taverne. Ze heeft de dader kunnen zien, die aan de uitrit van het parkeerterrein stond. Zijn hoofd had de vorm van een trapezium, met de breedste zijde naar boven."

Ondertussen zijn de gangsters op de winkel toe gestapt. Eén van hen schiet op alles wat beweegt. Er staat een felle wind, en hij mikt op de reclamepanelen. Een ander gezin - man, vrouw en dochtertje - heeft net afgerekend. Hun kasbonnetje is afgetikt om twintig voor acht. Vlak voor de uitgang vraagt het meisje om een lolly. Haar vader zoekt in de boodschappentassen. De vrouw hoort knallen, snel na elkaar. De man gooit zich bovenop zijn dochter, roept: 'Vallen!' en trekt zijn vrouw naar beneden. Ze liggen met hun gezicht tegen de grond. De vrouw krijgt schoppen en doet of ze dood is. Iemand geeft haar bars bevelen in een taal die ze niet begrijpt. Dan wordt ze bij haar linkerschouder omhooggetrokken. Ze staat oog in oog met een man bij wie een wapen op de borst bungelt. Hij pakt haar bij de keel. Ze zegt: "Toe, laat me los" en ziet dan in een flits de onderdirecteur van het warenhuis staan. Hij smeekt: "Toe, laat haar los." "Opzij dan", zegt de gangster in treffelijk Nederlands.

De vrouw vlucht nu in paniek weg naar het kantoortje dat bij de winkel hoort. Daar ziet ze een man iets uit de brandkast nemen. Ze draait zich om en holt naar de stapelplaats, waar ze een andere men kassa dertien ziet leegmaken. De man die haar gestampt heeft, is weg. Hij was heel groot, zal ze later getuigen, zeker 1,90 meter. Binnen in de supermarkt hoort een winkelende man knallen die hem aan vuurwerk doen denken. Bij een telefoontoestel ziet hij een jongen van een jaar of twaalf, een boek en een ballonnetje in zijn hand. Het kind huilt en tiert. De man wil naar hem toe gaan, maar dan hoort hij glas rinkelen. Plotseling staat hij oog in oog met één van de gangsters, die met lenige stap de winkel binnenkomt.

"Een overval! Een overval!"

Een ander kind hoort knallen, en geroep en gehuil op het parkeerterrein. Iedereen laat zich vallen. Zijn broertje is bang en huilt. Hij staat op en gaat bovenop zijn broertje liggen. Klanten stormen de winkel in en rennen tussen de rekken door naar de uitgang. Ze schreeuwen door elkaar, "een overval! een overval!" Iedereen holt achter mekaar aan. Een kind huilt: "Mij niets doen, mij niet pakken!" Een man ziet vier gangsters. Nog een andere klant ziet hoe vlak achter hem een vrouw wordt doodgeschoten. Haar benen vallen bijna op hem.

Een kind filmt alles met zijn ogen: "Mijn meter lag voor de uitgang. Ze probeerde op haar buik weg te kruipen. Toen stak Man Eén zijn wapen door het gat van de deur en vuurde naar mijn meter. Ze werd geraakt in de keel en overleed ter plaatse. Door het schot moet ze achteruitgeslagen zijn, waardoor de uitgang vrijkwam. De drie gangsters gingen naar buiten. Man Eén droeg een spannend lichtbruin pak, met onder zijn vest een gevlekte jas zoals de para's. Aan zijn riem hingen drie zakjes en een mes van twintig centimeter. Aan een leren snoer om zijn hals hing nog een mes in een leren houder. Hij was 1.90 meter en van het type bodybuilder. Hij droeg een riotgun en sprak Nederlands en Frans."

Terwijl de gangsters nog op het parkeerterrein zijn, komt de politie ter plaatse. In het café tegenover de uitrit zien stamgasten hoe een man van ongeveer 1.90 meter, slank, lange jas, bivakmuts, machinegeweer aan een riem op de rug, zeer rustig naast een donkere Golf GTI met twee inzittenden stapt. De achterdeur van de wagen staat open. Als de politie hem ziet, schiet hij, ijzig kalm. De politie vuurt terug. Wegens de druk voorbijrijdende auto's moeten de agenten uitkijken om geen voorbijgangers te raken. De schutter zoekt geen dekking en blijft vuren. De agenten duiken weg achter een muurtje. Uiteindelijk springt de schutter achteraan in de Golf, die met gedoofde lichten richting Ninove rijdt. Twee politiewagens rijden erachter aan. Agent Eddy Nevens mikt drie keer op het vluchtende voertuig.

Nu ze zeker weten dat de gangsters weg zijn, betreden de agenten en hulpdiensten het slagveld. Overal staan vernielde auto's: doorzeefd, de ruiten verbrijzeld. Alle huizen in de straat hebben kogelinslagen. Achter het stuur van een wagen ligt een zwaargewonde man, hij zal later in het ziekenhuis overlijden. In een andere auto ligt het lijk van een man, hoofd op het stuur. Op de achterbank ligt het levenloze lichaam van zijn dochtertje. Net voor de ingang van het warenhuis zien agenten vier bloedende lichamen op de grond. Enkele bewegen nog. Rechts ligt een vrouw op haar rug. Ze draagt een witte jurk. Haar kaak is weggeschoten. Haar parelsnoer is stuk, de parels en een kapotte oorbel liggen verderop. Naast haar hoofd staat een bruine boodschappentas vol kogelgaten.

In het sas bij de ingang ligt een vrouw. Haar keel is weggeschoten. Ze leunt tegen een boodschappenkarretje vol winkelwaren. Een brandweerman vindt een meisje met weggeschoten onderkaak, de hand op de borst van haar vader. Het lijkt of ze elkaar in de dood omstrengeld hebben. Binnen achter de kassa's ligt een man met weggeschoten linkerkaak, maar hij leeft nog. Een ambulancier ziet een man, een kind onder zijn jas verstopt, in paniek door het warenhuis dwalen. Gewonden worden naar het ziekenhuis gereden. Een kwartier na de overval starten de verhoren. Luc Boeve is precies een week aan de slag bij de BOB van Aalst. Net dat weekend heeft hij dienst.

Een doodse stilte

Luc Boeve: "Ik was misschien een halfuur op kantoor toen dat bericht binnenliep. Ik dacht onmiddellijk aan de overvallen in Overijse en Eigenbrakel. Ik ben in de wagen gesprongen met mijn 9mm. Aan de rotonde van de Haring vlak bij de Delhaize stonden al politiewagens. We reden het parkeerterrein van het warenhuis op. Ik herinner me de doodse stilte, de hevige wind die door de bomen van het Osbroekpark sloeg en de hulzen van de jachtpatronen die tak-tak-tak alle kanten opwaaiden. Ik probeerde er zo goed en zo kwaad als het ging voor te zorgen dat de materiële sporen niet beschadigd raakte."

"De winkel leek hallucinant leeg. Links en rechts vluchtten de mensen in paniek weg, nog voor je ze kon aanspreken. Nieuwsgierigen die van de overval gehoord hadden probeerden de Delhaize langs de voorkant aan de Parklaan binnen te dringen. Op de televisiebeelden zie je mij tegen de uniformjongen aan de ingang zeggen: "Asjeblief, laat niemand meer binnen, maar noteer de adressen van de getuigen. Ondertussen ratelde onze radioverbinding maar door. Ploegen naar hier, ploegen naar daar. De hele nacht hebben we mensen verhoord. We hebben onmiddellijk een maquette van het warenhuis en de omgeving besteld, zodat de getuigen konden tonen waar ze welke dader, welke wagen of welk verdacht gedrag gezien hadden. De chaos was enorm. Sommige getuigen hadden gemaskerde daders met zwartepietpruiken gezien, andere beschreven mannen met bivakmutsen, nog andere paramilitairen. De gangsters reden in een Golf, maar de kleur liep volgens de getuigen uiteen van antracietgrijs tot groen en blauw, het model van drie- tot vijfdeurs. Sommige mensen hadden een oude wagen gezien, andere een nieuwe. Het was om wanhopig van te worden."

In Brussel legde het commissariaat-generaal van de gerechtelijke politie de beschrijving van de daders naast die van de roofmoorden in de Delhaizes van Beersel op 7 oktober 1983 en in Eigenbrakel en Overijse op 27 september 1985. Op basis daarvan stelden ze begin december 1985 een gedetailleerde persoonsbeschrijving op van de 'reus' van de Bende van Nijvel. Hij zou om en bij de 1.90 meter groot zijn en tussen de 25 en 45 jaar oud. Hij is Franstalig, maar kan zich uitdrukken in het Nederlands. In Aalst zegt hij 'opzij dan' met een zware stem, die volgens sommige getuigen 'recht uit de keel' kwam. Hij komt over als de leider, en lijkt een zelfverzekerd en doelbewust man die rustig voor alles de tijd neemt. Zijn stap is markant, maar de typering verschilt. In Beersel leek hij licht te hinken, hij stapte 'alsof hij blaren aan zijn voeten had'. In Overijse en Eigenbrakel was er sprake van een langzame, verende tred en een slungelachtige, licht gebogen houding, en in Aalst vonden getuigen dat de reus 'als een robot' liep en zijn linkerbeen op een vreemde manier naar voren bewoog, bijna in slow motion. Hij droeg een riotgun, en in Overijse en Eigenbrakel ook nog een grijze plastic zak met de opdruk 'Propsac'.

Als de eerste ballistische rapporten binnenlopen, slaan die de speurders met verbijstering. In de Delhaize van Aalst zijn er mensen vermoord met precies dezelfde riotgun die meer dan twee jaar eerder gebruikt was om de man van de conciërge van zeilmakerij Wittock-Van Landeghem in Temse de buik uit het lijf te schieten. Het is haast niet te geloven, maar kennelijk hebben de daders het risico genomen om een wapen waarmee een zeer zwaarwichtig misdrijf gepleegd was, al die tijd bij zich te houden om er nog een verschrikkelijker moordpartij mee te plegen.

Bron » Humo | Hilde Geens | Oktober 2005
Forum » Bespreek dit artikel | Bekijk de foto's
Meer » Temse | Eigenbrakel & Overijse | Bende Haemers | Dendermonde | Cel Waals Brabant | Bewijsstukken

De getuigenis van Eddy Nevens

"Niemand van ons was tegen die kerels opgewassen."

Eddy Nevens, mager, een korte stoppelbaard in een bleek gezicht, het lichtgrijzend haar achterover gekamd, klemt in zijn handen een farde met documenten en zucht. Al twintig jaar is hij met het drama van Aalst bezig. Het laat hem niet los. Als journalist Guy Bouten hem vraagt wie zoal voor de Bende in aanmerking komt, moet hij het antwoord schuldig blijven. "Die avond vernam ik via de boordradio dat er geschoten werd in de Delhaize van Aalst. Ik was samen met een collega in de buurt op patrouille en controleerde een Autobianchi vol stickers voor het filiaal van de Nationale Bank."

"De Delhaize is daar amper zeshonderd meter van verwijderd. Een paar minuten later was ik ter plaatse. Er stond een massa volk voor de ingang aan de Parklaan maar de mensen gaven ons teken naar de andere kant te gaan waar de twee parkings liggen. Voor we het beseften was onze combi omringd door een paniekerige menigte en moesten we te voet verder. Tijd om een uzi te nemen was er niet."

"Ik deed dan maar een beroep op mijn Smith & Wesson-revolver 9mm, een wapen waarmee ik nog nooit geoefend had en waarvan het eerste gat in de trommel leeg is uit veiligheidsreden. Ik moest dus tweemaal de trekker overhalen om te kunnen vuren. Toen ik de oprit naderde die naar de parkings leidt, werd ik meteen beschoten door iemand die verdekt stond opgesteld. De afstand tussen ons bedroeg zo'n dertig meter. De vluchtauto was voor mij onzichtbaar. Ik richtte het wapen geklemd in beide handen, de voeten ietwat uit mekaar en schoot, maar mijn doelwit bleef roerloos staan en vuurde met zijn riotgun meteen terug. Een kogel miste me op een haar."

"Aan de overkant stond inmiddels een andere politiecombi en ik zag de gestalte van een collega samen met enkele omstaanders verscholen in een portiek. Een Toyota van de rijkswacht kwam inmiddels met piepende remmen tot stilstand. Ik zag twee rijkswachters naderbij sluipen, de uzi in aanslag. Er klonk opnieuw een tiental schoten. Dan zag ik een kleine auto achteruit de parking verlaten en met gierende banden wegrijden in de richting van Ninove. Ik schoot opnieuw, driemaal en voelde me machteloos."

"Niemand van ons was tegen die kerels opgewassen. Ze handelden als echte profs, haast militair. Nochtans volstond het de toegang naar de parkings af te sluiten en de overvallers zaten als ratten in de val. Ik schoot nog tenminste. Mijn collega's aan de overkant zochten dekking en ondernamen niets. En ik moest schieten met een verouderd wapen. En een achtervolging met een combi die hooguit honderd kilometer per uur haalde was zinloos. De GP van Aalst heeft me maanden later kort ondervraagd."

"Ze vroegen niet eens naar mijn revolver of naar de hulzen. Gelukkig had ik alles thuis bewaard. Gewoon als souvenir. De cel van Jumet hecht nu veel belang aan mijn wapen en beweert dat ik een van de daders zou geraakt hebben. Ik heb dat nooit beweerd. Wel vermoed ik dat één kogel de Golf raakte, tenminste het zwarte vlak dat ik zag. Ik ben echter formeel. De achterklep was dicht. Er zat dus geen schutter die met open vizier iedereen onder vuur nam zoals weleens wordt beweerd."

Bron » De Bende van Nijvel | Guy Bouten | 2008
Forum » Bespreek dit artikel | Bekijk de foto's

De minuten na de aanslag

"Het was een echte heksenketel"

"Uit de auto, uit de auto, ga plat liggen!" Ik sleur mijn vriendin Fabienne uit de wagen en we zoeken dekking in een aanpalende tuin. We horen doffe knallen. Op de Haring staan rijkswachters met een mitraillette in aanhef. Agenten lopen over en weer op de grasperken. Mensen roepen, huilen. Omdat gangsters op vlucht naar de autosnelweg dezelfde weg zouden nemen als wij sla ik op het laatste nippertje het stuur om. "Maken dat we weg zijn," roep ik. Vooraan aan de Hoezestraat kruipen we buiten. Als de vluchters de Haring nemen staan we pal in het schietveld van de achtervolgers. We knielen, met mijn wagen, een muurtje en struiken als bescherming. Het is precies tien voor acht. Een autootje R4 van de rijkswacht rijdt achterwaarts de Parklaan op. Een man in gevechtskledij rent naar de hoek waar in een restaurant koppen naar buiten kijken.

Alles gaat vlug. Op de vluchtheuvel een andere rijkswachter. Op het grasperk voor de garage 'Central' lopen een vijftal politieagenten over en weer. Dan volgen vijf, zes, misschien zeven doffe korte knallen. In de verte klinken angstaanjagende sirenes. Rijkswachters en agenten lopen de Nifoofsesteenweg op. Even zien we niets en is het stil. Dan ontstaat tussen de ingangen van het warenhuis op straat een heen-en-weer geloop van mensen. Politie en burgers. Deuren gaan open. Aan het woord is René De Witte, toenmalig journalist voor de Gazet van Antwerpen, die op die bewuste negende november 1985 het bloedige pad van de Bende van Nijvel kruiste.

"Waar is onze kleine?"

Nog voor acht uur is er aan de parking een ware heksenketel ontstaan. Enkele agenten houden de mensen op afstand. In de menigte verspreidt zich het gerucht dat op de parking nog gangsters zijn. Mensen huilen, omarmen of omhelzen elkaar. Een vrouw is hysterisch. 'Onze kleine. Hij is daar nog!' Ze wijst naar een parking waar zenuwachtig wordt gedaan door politie. Omarmd door een koppel is de vrouw niet te troosten tot uit de parking een man komt gerend. Er druppelt bloed uit zijn oor. "'t Is niets, 't is niets. Hij heeft niets!" De vrouw valt in zijn armen. Ze huilen. Over haar schouder heen staat zijn blik op oneindig. De tranen in de ogen, het gezicht vol bloed en een blik van verslagenheid, van troosteloosheid maar vooral van woede, van haat.

Vlakbij een paar, een zoontje in de armen van de man, zo innig tegen hem gedrukt alsof iemand hem wil wegrukken. De man, klein en vooraan in de twintig, heeft doorlopen ogen. Tussen tranen en zoenen op de wang van het jongetje door, hoor ik flarden van zijn verhaal. Hoe dit kleine gezin ontsnapte aan de dood. Een man wringt zich door de mensen naar hen toe. Mag ik uw naam en adres, a.u.b. "Neen, zegt de vrouw, we kennen dat." Maar die mijnheer is niet van de gazet. "Politie, u begrijpt dat wij uw getuigenis moeten hebben. Maar ik verzeker u volstrekte discretie." De agent is in burger maar krijgt pas na vertoon van zijn dienstkaart de gevraagde gegevens. Als de agent weer weggaat, vertelt de man aan de omstaanders verder, waarop de agent zich weer omdraait, de man bij de schouders vat en boos uithaalt: "Als u wil dat de politie discreet is, dan mag u dat zelf ook wel zijn."

De politie heeft ondertussen de handen vol om de massa van de oprit van de parking weg te houden. Ambulances rijden op en af. Tien, twintig of meer die elkaar aflossen. De eerste waren vrijwel onmiddellijk ter plaatse. Ze rijden tot half negen. Dit beeld maakt vele aanwezigen radeloos. Drie doden, vijf doden wordt verteld maar niemand weet het echt. En niemand kan vermoeden welk leed achter de ambulanceruiten wordt geleden. Sommigen drummen naar de bewakingsposten aan de parking, maar de agenten weten niets of zeggen althans dat ze niets weten. Parking en ingang aan de Parklaan zijn hermetisch afgesloten. Aan de Parklaan is het tafereel even triestig. Huilende mensen. Men kan hier binnen kijken, geen lijken, geen bloed want de overval gebeurde aan de overkant van de winkel. Aan de kant van de Parklaan staan minder kassa's. Langs hier vluchtten de meeste klanten en personeelsleden. Ze hoorden wel tumult maar zagen niets. Aan de kassa's omvergelopen sigarettenrekken, maar geen echte warboel. Guy V.H. uit Aalst is een van de verschillende 'vaste' jobstudenten. Hij is een geslagen hond en gaat naar huis. De kassiersters en het personeel van de kant van de parking staan, zitten of leunen nu aan de voorkant. Ze staan vlakbij, pal in het zicht van een paar honderd toeschouwers.

"Wij waren dood van schrik"

Het vriendelijk mevrouwtje waar ik zelf bij boodschappen graag ga afrekenen weent onophoudelijk. Ik heb een krop in de keel. Peter V.M. uit Erembodegem, ook jobstudent, had zaterdag vrijaf. Daar dankt hij misschien zijn leven aan omdat hij normaal in de 'dodenzone' werkt. Als zijn vader hem in de massa opspoort is deze woest. "Ge had ons kunnen bellen. We waren dood van de schrik." Het enige concrete verhaal tussen honderden uitlatingen van woede en pijn is dat van Patrick. Hij woont in de Lokerenveldstraat als het ware in de schaduw van de Delhaize uithangborden. Hij deed zopas zijn verklaring voor de politie en mengt zich nu in de menigte. "Neen, liever geen naam." Ik noteer wat hij later zal overdoen voor de televisie en wellicht de vele journalisten die pas nu, de een na de andere opduiken. Een uur geleden beleefde Patrick de schrik van zijn leven. Hij zal voor kostbare gegevens zorgen.

"Ik vond dat al eigenaardig toen ik rond kwart voor acht naar de parking toestapte en er geen mensen zag. Vooral 's zaterdags is het daar anders zeer druk. Maar nu geen beweging. Ik zag een man Robert's Place, een café, binnenlopen. Ik hoorde knallen maar dat kwam misschien van kinderen die met bommetjes speelden. Ja, wie denkt nu aan een overval? Ik stap dus door tot ik in de verte een man zie met een bivakmuts, misschien een nylonkous over het hoofd. Ik steek me weg achter de hoek (Bric Center) en hoor schieten. Dan zie ik een tweede man. Hij stapte gebogen onder iets zwaar, iets logs dat hij in de armen draagt. Hij had veel moeite. En dan volgt een derde. Een grote, zware kerel met een geweer. Die schiet naar alles wat beweegt. Ook naar mij, zelfs naar een reclamebord dat in de wind wapperde. In 't wilde weg. Dan komt er een combi van de politie. Ik roep: 'stop, ze zijn daar op de parking'. Ze waren met twee, stappen uit. Een agent loopt weg, de andere steekt met mij de straat over. Hij brult naar de mensen in de deurgaten: 'binnen. Binnen!' Daar staan we. Hij toont me zijn pistool: 'Wat moet ik daar mee doen?'" Wat Patrick verder vertelt, hebben ook anderen vanuit het café op de hoek gezien. Twee gangsters in een grijze antracietmetaalkleurige Golf GTI rijden de parking af. Lichten gedoofd.

De schutter is te voet, stopt op het voetpad, merkt een tweede politiecombi op die de kant van de Haring aan de overkant van de straat en hooguit honderd meter verder op het fietspad geparkeerd staat. Hij vuurt. Er zijn vijf kogelinslagen. De kofferdeur van de Golf hebben de gangsters open gelaten. Daar zal de schutter postvatten. Met gierende banden vluchtten ze richting Ninove. Ondertussen is ook de R4 van de rijkswacht in de buurt. De eerste combi zet samen met het autootje de achtervolging in. Een ongelijke strijd terwijl op de achterbank de gangster als een wilde verder vuurt. In de menigte wordt druk commentaar gegeven. Hoe kon de ordedienst de mannen uit de handen laten gaan? Waarom versperde de eerste politieploeg niet de doorgang aan de parking? Aan café 'Corner' aan de Haring is er ook veel beweging. In de herberg staat een knaap onbegrijpend te kijken in de armen van zijn moeder. Hij bloedt aan het hoofd. Hij was met zijn moeder inkopen gaan doen. Op de parking wil de vader zich in zijn Opel Kadett uit de voeten maken. Hij rijdt traag weg maar als hij plots vol gas geeft, wordt hij nageschoten. Vier inslagen boven de achterruit en een verbrijzelde zijruit worden later door tientallen nieuwsgierigen bekeken, betast.

Maurits Devulder zag de gangsters vluchten

"Om kwart voor acht zaterdagavond zat ik recht tegenover de Delhaize-parking aan de Geraardsbergsestraat op café", vertelt Maurice Devulder, 57, uit Aalst. "Wij hoorden plots buiten schieten. Een vrouw kwam de herberg binnengestormd en, huilend in paniek, bracht ze eruit dat er een overval bezig was en dat haar man zich in de supermarkt bevond. Onmiddellijk werden in het café alle lichten gedoofd. Door het raam kon ik het verdere verloop duidelijk volgen. Een tweetal minuten later arriveerde een politiewagen", vertelt Maurits Devulder verder. "Hij parkeerde een tiental meter voorbij de uitrit van de betrokken parking. Twee agenten sprongen eruit. De ene liep in de richting van het rond punt, de andere rende de straat over en stak zich weg achter de glascontainer schuin tegenover de uitrit. Dan kwam een gemaskerde persoon van de parking op straat gelopen", aldus Maurits Devulder.

"Hij droeg een donkere lederen vest, had een grote gestalte, en een nogal weelderige haardos. In zijn hand had hij een wapen. Hij vuurde enkele schoten af in de richting van het rond punt. Vlak daarop kwam een VW Golf achteruit van de parking de Geraardsbergsestraat ingereden. Zijn lichten waren gedoofd, en zijn kofferdeksel stond open. De grote schutter dook erin, en de Volkswagen stoof er vanonder, de Geraardsbergsestraat in, richting Denderleeuw. Vanuit de openstaande koffer werd tijdens de vlucht nog verschillende keren geschoten. Later bleek dat de lege politiewagen daarbij werd getroffen. Kort daarop - ik kan onmogelijk de tijdspanne inschatten - arriveerde een Rijkswachtcombi. Hij ging dezelfde richting uit als de gevluchte VW."

"Ta gueule"

Aan de winkel is het ondertussen moeilijk geworden getuigen te vinden onder te veel nieuwsgierigen. Uitleg her en der geeft meer inzicht in het ganse scenario. Het feit dat een van de gangsters een man gijzelde. Een vrouw in de buurt werd afgesnauwd: "Ta gueule!" Waren de overvallers dus Franstallig? Kroongetuigen zijn niet meer te spreken. Zeer snel na de feiten hebben politiemensen in burger onder het volk getuigen opgespoord voor verhoor. Kroongetuigen krijgen de opdracht meteen de buurt te verlaten en buiten geen verklaringen af te leggen. Niemand overigens die de kassiersters durft aan te klampen als ze na uren en zwaar beproefd het warenhuis verlaten. Ook de vrouw die na tienen met haar twee kinderen een volgeladen winkelkarretje buiten rijdt. Niemand gaat vragen welke slapeloze nacht ze tegemoet gaan.

Rond middernacht wordt ik aangeklampt. Of ik mee wil voor een verhoor. In het winkelpand kruis ik schepenen van de stad en de burgemeester Uyttersprot. Onder de indruk. Smalle trappen leiden naar een gang. Links in de refter wachten personeelsleden. Rechts in de bergplaats tussen kapstokken, borstels, divers onderhoudsgerief zit een man achter een draagbare schrijfmachine. Beleefd maar kordaat zegt hij dat ik er niet moet op rekenen bij hem informatie los te peuteren. Er is een absolute zwijgplicht, zo zegt hij. Ik ben zijn laatste klant. Hij tikt aan een razend tempo. Naast hem liggen bruine mappen met stapels getuigenissen. "Ons onderzoek is een puzzel", kijkt hij op het einde op. "Elk detail heeft belang." Buiten is een miezerige regen beginnen vallen.

Bron » Gazet van Antwerpen | René De Witte | November 1985
Forum » Bespreek dit artikel | Bekijk de foto's