Inleiding
De terugkeer van de terreur
Drie doden in een warenhuis in Eigenbrakel en nog vijf slachtoffers in de Delhaize van Overijse. Beroepsterroristen, echte killers, 'monsters' zijn verantwoordelijk voor het eerste bloedbad van de herfst van 1985. Een bloedbad waarbij een aanvalstechniek gebruikt werd die in oktober 1983 werd uitgetest in de Delhaize in Beersel. Met dat verschil dat 'zij' nu riotguns afvuren op alles wat beweegt.
'Zij', dat zijn natuurlijk de Brabantse moordenaars. Rijkswacht en gerechtelijke politie weigeren na de feiten informatie vrij te geven over de weinige aanwijzingen die werden gevonden, maar de pers twijfelt er op dat moment niet aan dat de moordenaars zijn teruggekeerd. Het publiek is ontsteld: een caissière, zes klanten en een kind van veertien, mensen die gewoon boodschappen deden op een vrijdagavond, sterven een even absurde als wrede dood. De buit van beide warenhuisovervallen samen bedraagt nog geen vier miljoen frank.
| Meer » Beersel | Erps-Kwerps | Forum |
Eigenbrakel: 27 September 1985
De overval op de Delhaize van Eigenbrakel
De nachtmerrie begint om 20u07 in de Delhaize aan de Rue de la Graignette in Eigenbrakel, vlakbij het fameuze kruispunt van Mont-Saint-Pont. Op dat tijdstip houdt een donkere wagen stil op de parking, ter hoogte van het restaurant vlakbij het warenhuis. Drie individuen, waarvan een met een indrukwekkend gestalte, komen uit de zwartgrijze wagen te voorschijn. Hun gezicht gaat schuil achter een carnavalsmasker. Alle drie zijn ze gewapend.
In oktober '83, in de Delhaize in Beersel, hadden de moordenaars eerst een student geneeskunde vastgegrepen en die dan het warenhuis binnengeduwd. In Eigenbrakel wenden ze dezelfde techniek aan. Ze gijzelen een kind van zo'n twaalf jaar dat in afwachting dat zijn ouders terugkeren uit de drugstore, op de parking rondjes rijdt met zijn fiets. Een van de gemaskerde licht het kind van zijn fiets en sleept het verscheidene meters over de grond naar de ingang van het warenhuis.
Een kind als menselijk schild
Het gangstertrio beweegt zich voort in de richting van de hoofdingang van het warenhuis. Ze gebruiken het kind als menselijk schild. Precies op dat moment wil een klant, Ghislain Platane, het warenhuis verlaten. Ghislain krijgt zelfs de tijd niet om wat dan ook te begrijpen, een ontlading uit de riotgun maait de 39-jarige inwoner van Eigenbrakel neer. Het bij zijn haar vasthoudend kind nog steeds voor zich uitduwend, duiken de moordenaars dan op in de verkoopruimte. Bij het horen van de buiten afgevuurde salvo's is iedereen daar teruggeplooid naar de achterkant van het magazijn en proberen de klanten zich tussen de rekken te verstoppen. Een zwaar gebouwde, sterke man heeft de leiding en beveelt de klanten: "Allemaal op de grond! Liggen, of je gaat eraan." Deze hold-up verloopt alsof elke fase ervan is ingeoefend. Alsof de moordenaars op voorhand hebben beslist dat ze van bij het begin zouden schieten.
Het gegijzelde kind wordt even los gelaten en het grootste bendelid keert zich naar een klant toe en beveelt hem te volgen naar het bureau van de directeur, waar zich de koffers bevinden. Vooraleer de klant de tijd krijgt om uit te leggen dat hij de beheerder niet is, vertrekken al twee schoten in zijn richting, gelukkig zonder hem te treffen. Twee van de drie bendeleden haasten zich dan naar het bureau van de beheerder. Zij dragen handschoenen en proppen de bankbiljetten in een grote reiszak.
Met een korte ruk trekken ze dan de telefoondraden los en komen terug in de verkoopruimte waar de derde bandiet de jongeman opnieuw gijzelt. Hij drukt de loop van een pistool in diens nek en herinnert caissières en cliënteel er droogjes aan dat ze braaf neergeknield moeten blijven. Een klant die dat bevel niet snel genoeg opvolgt, wordt neergeschoten door een salvo uit de riotgun. Een slachting is het. Ook Roger Engelbienne zal zijn verwondingen niet overleven. Hij is het 14de slachtoffer van de Bende van Nijvel. De moordenaars vertonen geen spoor van emotie.
Getuigen, ontevredenen en bemoeizuchtigen worden tot doelwit genomen. De trekker van de riotgun overhalen, vergt minder inspanning dan het verpletteren van een insect. De moord op Engelbienne brengt een wending in het verloop van een weldoordacht plan om in elk geval bloed te doen vloeien. Met droge stem brult de grootste der boeven tot een van de onthutste caissières, dat ze het geld van alle kassa's moeten ophalen en opbergen in de reistas die hij haar toegooit. "Vlug wat, of ik maak de jongen af ..."
De gangsters trekken zich terug naar hun vluchtwagen die klaar staat op de parking. Ondertussen is de nacht ingetreden. In het schijnsel van de verlichting ziet een van de drie gangsters een vader met zijn zoon, in een bestelwagen. Het gezin Djuroski was pas aangekomen bij de Delhaize. Naast zijn zeventienjarige zoon, wacht Bozidar Djuroski voorin de bestelwagen op de terugkeer van zijn vrouw en dochter. Het lot deed hen kruisen met het pad van de Brabantse moordenaars.
Deze laatste bewegen zich behoedzaam over de parking, als bij een oefening. Op enkele meters van de bestelwagen, brengt een gangster zijn wapen in aanslag en vuurt op de arme man. De kogelregen verbrijzelt de voorruit. Een kreet slakend, zakt Bozidar Djuroski ineen op het stuur van zijn bestelwagen. Tegen het eind van de avond zal hij overleden zijn. Zijn zoon wordt zwaar gewond door verscheidene kogeltjes in de borst en in de schouder.
Reconstructie
Een reconstructie van de feiten in Eigenbrakel, gemaakt door televisiezender France 3.
|
Bron » De Bende: Een documentaire | Paul Ponsaers & Gilbert Dupont | 1988
|
| Meer » Nijvel | Beersel | Overijse | Onderzoek Nijvel | Forum |
Pauze
Einde van het eerste bedrijf. Doek. Pauze.
Luttele seconden later zijn de gangsters al op weg naar Overijse, terwijl de eerste hulpdiensten op de parking van het warenhuis overal verwilderde, verbijsterde en afgestompte klanten in shocktoestand aantreffen. Sommigen kunnen geen woord uitbrengen. Anderen geven verwarde, maar steeds hallucinante beschrijvingen van de overval. Rijkswachters stellen vast dat het gegijzelde kind ongedeerd achtergelaten werd op de parking. Getuigen bevestigen dat de moordenaars in een donkere wagen gesprongen zijn, dat ze met huilende turbo de parking hebben verlaten en in de nacht verdwenen zijn.
Men weet op dat moment nog niet dat de drie doden die op de parking en aan de kassa's van het warenhuis liggen, de gangsters 388.000 frank hebben opgebracht. De politielui beven als ze het schouwspel ontdekken. De organisatie van de hulp verloopt, in een woord, moeilijk. Om 20u25 vraagt de rijkswacht zich af waar ze haar onderzoek moet beginnen, terwijl sommigen al gewagen van de terugkeer van de Brabantse moordenaars. De herinnering aan deze slachtingen is zeer levendig gebleven in deze streek van Waals Brabant waar eenieder weet dat hier, in Eigenbrakel, de beruchte Saab 900 turbo gestolen en teruggevonden werd.
De bendeleden verliezen niet de minste tijd met vruchteloze hypothesen, hun avond is nog niet ten einde. De pauze is voorbij. Na vijftien minuten van keihard rijden tussen Brakel en Overijse, duiken ze al op aan de parking van de Delhaize in Overijse. In hun haast zijn de moordenaars zelfs een kazerne van de rijkswacht gepasseerd. Het tweede bedrijf kan beginnen. Met drie hamerslagen. Of juister, met de drie eerste schoten uit een riotgun.
|
Bron » De Bende: Een documentaire | Paul Ponsaers & Gilbert Dupont | 1988
|
Interview dokter Jacques D.
Inleiding
Het volgende interview met deze getuige van de overval op de Delhaize van Eigenbrakel verscheen op 17 juni 2009 in het Frans op de website tueriesdubrabant.com. De getuige beantwoord vragen die zijn ingediend door de leden van het forum.
Het interview
Wat waren de weersomstandigheden op de avond van 27 september 1985?
"De weersomstandigheden waren goed op 27 september. Het had niet geregend en ik had mijn zomerjas aan. Ik herinner me dat het tegen het einde van de middag lekker weer was, daarom ging ik later naar de Delhaize dan verwacht en gelukkig niet met mijn vrouw en kinderen zoals aanvankelijk was gepland."
Was het uw gewoonte bij de Delhaize Eigenbrakel inkopen te doen? Waar was u toen de overval begon?
"Als inwoner van Chenois in Waterloo was het voor mij gebruikelijk om in het Delhaize-warenhuis van Eigenbrakel boodschappen te gaan doen. Op mijn weg naar de Delhaize passeerde ik een rood bestelbusje dat ik later met kogels doorzeeft op de parking zag staan. Dat bleek het busje van de familie Djuroski te zijn. Na mijn aankomst bij de Delhaize liep ik door de sluis de ingang binnen maar toen herinnerde ik me dat ik nog wat lege statiegeld-flessen in de koffer van mijn auto had liggen en liep terug om deze op te halen. Vervolgens liep ik met de lege flessen om circa 20u00 de winkel opnieuw binnen en begaf mij naar het loket van de flessen-inname. Dat loket was gelegen aan het einde van de 'gang' en dus tegenover de sluis. Om er te komen loop je langs de kassa's aan de linkerkant en de ruiten en deuren aan de rechterkant, zonder de winkel zelf binnen te hoeven gaan. Ik drukte tevergeefs op de bel bij het loket om de bediende te roepen. Toen begon het…"
Besefte u meteen dat het een overval was? Kunt u ons vertellen wat er gebeurd is vanaf het begin tot het einde van de aanval?
De eerste schoten die ik hoorde kwamen volgens mij uit de sluis bij de ingang. Het geluid leek zo zwak dat ik niet meteen begreep dat het schoten waren. Toen ik vervolgens naar de ingang keek en de daders binnen zag komen besefte ik dat het een overval was, echter ik dacht nog niet aan moordenaars dus bleef ik kalm op mijn plaats staan, als een toeschouwer die niet van plan was om in te grijpen of hen in de weg te staan. Volgens mijn herinneringen liepen twee van de drie daders meteen en zonder te aarzelen naar het kantoortje. De derde, dat was de Reus, liep samen met een gegijzelde systematisch langs de kassa's. Hij eiste geld van de kassiersters en dwong hen om hun kassa-lades te legen in een papieren zak (een bruine van Delhaize?)."
"Halverwege zijn gang naar de laatste kassa (die bij mij in de buurt stond) draaide hij zich om en vuurde hij zonder aanwijsbare reden de winkel in. Vervolgens liep hij verder waarbij hij zich verder omdraaide en mij de rug toekeerde. Vlak bij de wijnrekken tegen de muur van de winkel, op zo'n 4 tot 5 meter van mij vandaan, stopte hij met zijn gijzelaar en observeerde de winkel. Toen zijn handlangers klaar waren met de kluis en uit het kantoor kwamen, vertrok ook hij. Van positie wijzigend draaide hij zich om, zag mij staan en vuurde toen een schot af op mij. Ik had mijn armen in de lucht en zei nog: 'Niet schieten!'. Hij liep heel kalm, stopte toen plotseling en mijn persoonlijke indruk was dat hij toen langzaam aan zijn Riotgun op mij richtte vanaf zo'n 6 tot 7 meter afstand en de trekker overhaalde. Het schot doorboorde mijn jas en onthoofde de lege flessen die naast mij op de balie stonden."
Besefte u al vanaf het begin van de overval dat u in groot gevaar was?
"In het begin van de overval voelde ik mij nog niet in gevaar, denkende dat criminelen die overvallen plegen nooit de intentie hebben om onnodig mensen te doden. Toen ik echter het gekreun hoorde van het slachtoffer dat tijdens de gang van de Reus langs de kassa's werd neergeschoten, een slachtoffer dat geen bedreiging vormde voor de daders, realiseerde ik mij dat dit geen 'klassieke' overval was en besefte ik dat ik in groot gevaar was. Ik dacht erover om op de grond te gaan liggen zoals de Reus had geroepen maar ik heb dat niet gedaan omdat ik bang was dat ik hierdoor geluid zou maken en zijn aandacht op mij zou vestigen. Ik koos er dus voor om stil en bewegingsloos te blijven staat, behalve dan dat ik mijn handen omhoog deed. Het kwam nog even in mij op om een fles te nemen en de rotzak op zijn kop te slaan maar hij leek te groot en te sterk en had medeplichtigen dus bleef ik toch maar liever stil staan. Er was nog een angstig moment toen er een auto parkeerde en de koplampen door de glazen deuren heen op mij schenen. Ik was bang dat de Reus zich om zou draaien maar de auto vertrok echter snel en de Reus reageerde er helemaal niet op."
Hoe reageerde het personeel en de klanten op de overval?
"Tijdens de overval kregen de mensen het commando 'liggen en niet bewegen'. Degenen die zich in de achteraan in de winkel bevonden, beseften dat er iets gaande was en zij bleven daar achterin staan. Na de overval liepen de mensen met hun winkelwagentje naar de kassa's om hun boodschappen af te rekenen. Zelf kocht ik na afloop bloemen voor mijn vrouw. Het klinkt misschien absurd maar ja, je moet toch je boodschappen afrekenen, Wat moet je anders doen? Alles achterlaten? Weggaan zonder te betalen?"
U heeft de dader die men "de Reus" noemt, van dichtbij gezien. Komt hij overeen met het getekende portret van hem? Leek hij "verwijfd"?
"Hij was lang maar niet reusachtig, ongeveer 1m90 in mijn ogen. Hij was stevig maar niet zwaarlijvig. Hij bewoog zich gemakkelijk en leek helemaal niet verwijfd. Hij droeg een lange zwarte mantel waaronder hij waarschijnlijk een kogelvrij vest droeg. Hij was vermomd met een bivakmuts. Meer kan ik niet beschrijven."
Kunt u ons een exacte beschrijving geven van de andere daders? Uiterlijk, kleding, wapens en maskers. Er wordt onder andere gesproken over maskers van Franse politici?
"De andere twee daders leken van middelgrote lengte en doorsnee postuur. Zij bewogen snel en gemakkelijk. Zij droegen maskers van Franse politici maar ik weet niet meer of dit Mitterand en Chirac waren of dat dit beide identieke maskers waren. Zij droegen donkere kleding, eerder mantels dan sportjassen."
Kunt u iets vertellen over hun modus operandi? Hoever liepen zij uit elkaar? Bleef er een op de uitkijk staan? Wie was de leider, Reus of een andere? Wisten zij waar de kluis was of riepen zij "waar is de kluis"?
"Ze kwamen tegelijkertijd binnen waarbij zij achter elkaar liepen. Twee van hen gingen zonder aarzelen met een gijzelaar naar het kantoor met de geldkluis. De derde ging meteen richting de kassa's. Het was deze derde persoon die tijdens de gehele duur van de overval de winkel bleef observeren, die de gijzelaar bij zich hield en die in de winkel het slachtoffer doodde."
De moordenaars, spraken zij enkel in het Frans? Hadden zij een bepaald accent? Spraken zij in het algemeen beschaafd Frans of was er een dialect? Op welke toon spraken zij tegen de aanwezigen, simpele orders of bevel in militaire stijl? Spraken de daders met elkaar, en zo ja wat zeiden zij?
De Reus sprak heel rustig en in het Frans zonder accent, ook niet met een herkenbaar dialect als Waals-Frans, Frans, Amerikaans-Frans, Noord-Afrikaans en Afrikaans-Frans of Aziatisch-Frans. De Reus zei: 'Tout le monde à terre. Le premier qui bouge, je le coupe en deux'. ('Iedereen op de grond. De eerste die beweegt, schiet ik doormidden.') Dat is alles wat ik heb gehoord."
Waren de daders kalm of nerveus? Hadden zij een strakke organisatie of leken zij te improviseren? Leek hun agressie spontaan of berekend? Diegenen waarop zij het vuur openden, vormden zij een bedreiging of hindernis voor de bende? De pers spreekt van een (para) militaire aanval, deelt u dit gevoel?
"De Reus was heel kalm en wachtte roerloos de winkel observerend terwijl zijn medeplichtigen nog in het kantoor bezig waren. Ze schoten niet in alle richtingen om een bloedbad te veroorzaken maar zij schoten en doodden als iemand ongemak veroorzaakte of niet de bevelen gehoorzaamden. Ik merk op dat zij in Eigenbrakel niet hun gijzelaar gedood hebben. Wat het schot op mijzelf betreft, toen de Reus de winkel verliet en zich omdraaide had ik het idee dat hij even verrast was door mijn aanwezigheid maar vervolgens heeft hij rustig zijn arm gestrekt en zijn Riotgun op mij gericht. Hij schoot één keer en vertrok."
Hadden zij naast het legen van de kassa's en de kluis nog aandacht voor de sigaretten en alcohol?"
"Niet dat ik weet."
Klopt het dat een van de daders tijdens of tegen het eind van de overval zijn masker afzette?
"Niet dat ik gezien heb.
Heeft u nog ander belangrijke of onbelangrijk lijkende details gezien? Vielen er andere slachtoffers in de winkel?
"Andere details heb ik niet, Er is één slachtoffer in de winkel gevallen, de anderen vielen buiten."
U bent arts, heeft u iets kunnen doen na de overval?
"Zodra de daders vertrokken waren rende ik naar het slachtoffer dat binnen viel. Ik hoorde hem niet meer kreunen en probeerde hem te reanimeren, daarbij geholpen door een klant. Een brandweerman van de SMUR in Eigenbrakel gaf mij eerste hulp materiaal maar zei dat zij buiten meerdere slachtoffers aan het helpen waren. Helaas is het slachtoffer overleden. Een schot hagel uit de riotgun had zijn sleutelbeen gebroken en zijn sleutelbeenslagader gescheurd (Arteria Subclavia ). Deze slagader is niet dicht te drukken… het slachtoffer is leeggebloed."
Is het waar dat er pas hulp kwam na 20 minuten? Welke dienst verscheen er het eerst op het toneel: ambulance, politie of rijkswacht?
"Het is moeilijk iets te zeggen over de tijd. De mensen die ik het eerst zag waren van de SMUR en daarna kwam er een massa van politie-agenten en rijkswachters uit de omliggende gemeentes aan."
Hoe laat kwam u uit de Delhaize? Wist u op dat moment dat er een soortgelijke overval was gepleegd in Overijse?
"Ik kwam om 21u00 uit de Delhaize en ik wist toen nog helemaal niets van de andere overval, dat hoorde ik pas nadat ik thuis kwam, op de radio."
Wanneer bent u voor het eerst verhoord door de onderzoekers? Hoe vaak bent u daarna nog opgeroepen door CWB of door andere onderzoekers? Heeft men u foto's van verdachten laten zien?
"Ik heb mij die avond in de winkel bij een agent of rijkswachter gemeld als een getuige maar mijn verklaring werd pas enkele dagen later opgenomen. Ze hebben mij nooit foto's van verdachten getoond maar ik heb ook nooit de gezichten van de daders gezien."
Hoe heeft uw psychologisch gereageerd op de overval?
"Men neemt zich dingen voor: minder gaan werken en meer met de kinderen gaan bezig houden. Ik nam één dag vrij om mijn kinderen - en meer bepaald mijn oudste zoon aan wie ik dit op voorhand had beloofd - naar de dierentuin te brengen, maar daarna werd dit snel vergeten. Ik bleef na de overval wel ontzettend achterdochtig."
Wanneer bent u weer naar deze Delhaize terug gegaan?
"Ik ben de week na de overval naar deze Delhaize terug gegaan, maar ik heb nooit meer mijn kinderen meegenomen. Ik heb begrip voor de kassiersters die het niet meer aandurfden om er te gaan werken."
Heeft u daarna nog interesse gehad in het onderzoek? Heeft u contact gehad met andere getuigen van de overval in Eigenbrakel? Was u uitgenodigd voor de jaarlijkse bijeenkomsten van onderzoekers, rechters, slachtoffers en nabestaanden?
"Ik ben twee keer naar een bijeenkomst geweest en ik ontvang nog steeds de uitnodigingen maar ik bezoek de bijeenkomsten niet meer. Ik werd geraakt toen ik enige tijd geleden de gegijzelde jongen kort op televisie zag. Ik zag het helemaal anders, zelfs rekening houdend met de verstreken jaren."
Is er veel verandert aan het interieur en exterieur van de Delhaize in Eigenbrakel?
"Het is voor lange tijd onveranderd gebleven en elke keer als ik ging, zag ik de kogelgaten van het schot dat op mij werd gevuurd nog in de muur zitten, een beetje zoals in de Lucky Luke strips. Een paar jaar geleden werd er verbouwd en zijn ook de gaten niet meer te zien."
Heeft u een persoonlijke hypothese over de Bende van Nijvel? Denkt u dat de daders ooit zullen worden geïdentificeerd?
"Alle hypothesen zijn mogelijk. De daders hadden waarschijnlijk een militaire opleiding gehad zonder dat men echt van militaire operaties kan spreken. Het blijft problematisch, ik zou graag weten wie zij waren maar op dit punt denk ik dat alleen de verjaring de oplossing kan bieden."
| Meer » Overijse | Cel Waals Brabant | Forum |
Interview Bozidar Djuroski
BOZIDAR DJUROSKI WAS 15 TOEN ZIJN VADER WERD DOODGESCHOTEN DOOR DE BENDE VAN NIJVEL
"Elke ochtend als ik wakker word, is het eerste waar ik aan denk: de overval. De schoten op de parking waarvan we dachten dat het vuurwerk was. Mijn vader die roept dat ik moet gaan liggen. Het gezicht van de dader die zijn wapen op ons richt. De ruiten van onze bestelwagen die uit elkaar spatten. De enorme pijn in mijn zij; ik kan niet meer ademen. Elke ochtend denk ik eraan. Zelfs nu, zevenentwintig jaar later. Ik krijg het niet uit mijn hoofd."
Bozidar Djuroski was vijftien toen hij zijn vader zag sterven tijdens de overval van de Bende van Nijvel op de Delhaize in Eigenbrakel, op 27 september 1985. Hijzelf raakte zwaargewond. Met Humo keert hij voor het eerst terug naar de plek waar zijn leven veranderde in een hel.
Zijn gezicht geeft geen krimp. Zijn donkere ogen spieden vanachter zijn brilglazen. Zijn smalle mond verraadt geen emoties, maar ze zijn er wel. Op dit ogenblik is het woede. Een enorme, allesverterende woede tegenover de daders. Hij wandelt langs de betonnen wand van de Delhaize, zet zijn kraag omhoog en rilt: "Wat is het koud." Het is niet druk op de parking, mensen met boodschappenkarretjes haasten zich warm ingeduffeld naar hun wagen.
Een doordeweekse ochtend in de Delhaize van Eigenbrakel. Hier sloeg de Bende van Nijvel op vrijdag 27 september 1985 hard en bloedig toe. 20.07 uur. Drie gangsters met carnavalsmaskers stappen uit een donkere wagen, gijzelen een jongen van dertien op de parking en lopen met hem als menselijk schild naar de winkel. Ze knallen een klant neer die hen in de weg loopt en stormen binnen, brullend en schietend.
In paniek stuiven de klanten naar de achterkant van de winkel en zoeken dekking achter de rekken. "Een overval! Een overval!" Een gangster beveelt klanten en caissières om braaf neer te knielen. Een klant die dat bevel niet snel genoeg opvolgt, wordt neergemaaid door een salvo uit een riotgun. Eén van de boeven beveelt een caissière om de kassa's leeg te halen: "Vlug wat, of we maken de jongen af."
Met een buit van iets minder dan 400.000 frank (10.000 euro) verlaten de gangsters de winkel. Op de parking laten ze het gegijzelde jongetje vrij en lopen ze naar hun vluchtwagen. Dan ziet één van hen in het schijnsel van een lantaarnpaal een vader met zijn zoon in een bestelwagen zitten. Op enkele meters van de bestelwagen brengt de gangster zijn wapen in aanslag en vuurt verschillende keren. De ruiten verbrijzelen, de vader zakt bloedend ineen op het stuur, zijn zoon raakt zwaargewond door verscheidene kogeltjes in zijn zij en zijn borst.
SLIVOVITSJ
"We zouden die avond bij vrienden van mijn vader op bezoek gaan", vertelt de zoon, Bozidar Djuroski, inmiddels drieenveertig jaar oud. Bozidar Djuroski: "Mijn moeder had er totaal geen zin in, maar om mijn vader plezier te doen gingen we toch. Ze wilde niet met lege handen aankomen, en daarom stopten we aan de Delhaize om een fles slivovitsj te halen. Mijn moeder, mijn zus Nalacha en mijn nichtje gingen de winkel binnen, ik bleef met mijn vader in de bestelwagen wachten."
"We luisterden naar zijn cassettes met Joegoslavische muziek. Het was een warme nazomeravond in september, en heel druk op de parking. Aan de kant stond een venter gele bloemen te verkopen. De muziek stond vrij hard en ik lette verder niet op wat er buiten gebeurde. We hoorden een paar knallen, ik dacht dat het vuurwerk was. Mijn vader moet zich het eerst gerealiseerd hebben dat het iels anders was, want plots schreeuwde hij: 'Ga liggen!'"
"Ik zag nog net een man die met een wapen op ons afkwam, klaar om te schieten, en dook naar beneden. Het volgende ogenblik voelde ik een enorme pijn in mijn rechterzij. Ik kon mijn arm niet meer bewegen, kon niet meer ademen. Het ging allemaal heel snel. Door de kogelinslagen in onze bestelwagen weet ik dat ze nog verschillende keren hebben geschoten om ons allebei te doden. Er zijn kogels die me rakelings gemist hebben, maar dat herinner ik me niet, ik had zoveel pijn. Ik weet dat ik het portier met mijn linkerhand heb opengedaan, en ik ben naar de winkel gestrompeld. Achteraf bekeken was dat misschien niet zo slim, want misschien waren de gangsters nog in de buurt. Maar daar dacht ik op dat moment niet aan."
En je vader? Hoe was het met hem?
Djuroski: "Dat weel ik niet, ik heb niet naar hem gekeken. Daar heb ik nog altijd spijt van. Ik heb gewoon mijn instinct gevolgd en ben naar de winkel gelopen om hulp te zoeken. Daar hebben ze mij op een bruin tapijt in de ingang gelegd. In de chaos kwam mijn moeder aangelopen. Ze had zich tijdens de overval achteraan in de winkel verstopt met mijn zus en mijn nichtje. Ze zag me liggen en zei tegen mijn zus: 'Kijk wat ze met die arme jongen gedaan hebben!' Ze had me niet eens herkend, ik zat helemaal onder het bloed. 'Ga kijken hoe hel met papa is', kon ik nog uitbrengen."
Rosemarie Djuroski loopt naar buiten, naar de doorzeefde bestelwagen van de familie Djuroski. Haar man Bozidar, drieënveertig jaar - hij draagt dezelfde voornaam als zijn zoon - ligt bloedend met een groot gat in zijn hoofd op het stuur. Hij zal diezelfde avond nog overlijden en wordt het vijftiende dodelijke slachtoffer van de Bende van Nijvel.
In 1982 en 1983 hebben de Brabantse moordenaars verschillende overvallen gepleegd, voornamelijk op supermarkten, waarbij de belachelijk lage buit in complete wanverhouding staat tot het bloedvergielen. De politie staat machteloos. België is getraumatiseerd door de ongrijpbare Bende. Na de overval op de Delhaize in Beersel op 7 oktober 1983, waarbij de filiaalhouder wordt afgemaakt, houdt de terreurgolf plots op. Twee jaar gaan voorbij zonder slachtingen.
Op 27 september 1985 keert de Bende terug, nog gewelddadiger dan eerst. Tussen het eerste en het tweede bloedbad van de herfst van 1985 ligt nauwelijks een kwartier. Om 20.12 uur hebben de gangsters de parking van Eigenbrakel verlaten, en terwijl de hulpdiensten daar de klanten in shocktoestand aantreffen, zitten de gangsters al in Overijse, over de taalgrens, waar ze nog een Delhaize overvallen en vijf dodelijke slachtoffers maken. Tol van de avond: acht doden, verschillende zwaargewonden. Het Ievert de boeven net geen miljoen frank (25.000 euro) op.
BERICHT AAN DE SLACHTOFFERS
Op maandag 5 maart 2012, hield het parket van Charleroi voor het eerst in zeven jaar nog eens een informatievergadenng voor de families van de Bende-slachtoffers. Justitieminister Annemie Turlelboom kwam voor de gelegenheid naar Charleroi afgezakt. De vorige vergadering dateert van zeven jaar geleden, en sindsdien is er in het speurdersteam van de Cel Waals Brabant in Charleroi veel veranderd: na het vertrek van onderzoeksleider Lionel Ruth (verdacht van het achterhouden van een bewijsstuk) en onderzoeksrechter Jean-Paul Raynal (door zijn procureur gedwongen om op te hoepelen), stapte ook de meest strijdlustige Bendespeurder Eddy Vos twee maanden geleden ontgoocheld op.
Daarmee zijn de speurders met de meeste ervaring uit het onderzoek verdwenen. De nieuwe speurders zijn van nul af aan begonnen, en concentreren zich, onder leiding van de nieuwe onderzoeksrechter Martine Michel, weer op de politieke piste: die van WNP (Westland New Post) en extreemrechtse groeperingen, die door het zaaien van terreur een ruk naar rechts wilden bewerkstelligen in de Belgische politiek. Een spoor dat tien jaar geleden ook al eens is onderzocht.
Bozidar Djuroski gaat zeker naar de vergadering. Djuroski: "De speurders hebben nog drie jaar voor de zaak verjaart. Dat is nog veel tijd, en tegelijk heel weinig. Ik heb nog altijd een beetje hoop. Ik zou het ondraaglijk vinden om te moeten sterven zonder dat ik de waarheid ken. Dus ja, als je me vraagt of het een goed idee is dat ze de zaak zouden classificeren als een misdaad tegen de mensheid, zodat ze nooit meer zou verjaren, dan stem ik absoluut vóór."
Bozidar heeft vandaag een vriendin en twee kinderen, maar verder is zijn leven allesbehalve normaal verlopen. De jongen die door de overval een long verloor maar de kogelregen als bij wonder overleefde, is één van de meest getraumatiseerde Bendeslachtoffers. Op een zeldzaam interview na heeft hij nooit gesproken over de herinneringen die hij al bijna drie decennia meetorst.
BADKAMERRITUEEL
Djuroski: "Ik heb lang getwijfeld of ik u zou ontmoeten, want ik vind het nog altijd heel moeilijk om er over te praten. Mijn moeder weet bijvoorbeeld niets van dit gesprek af. We hebben het nooit met elkaar over de feiten. Zij niet, ik ook niet. Als ze me ziet, zegt ze: 'Je bent altijd zo gehaast. Je bent nerveus.' Ze weet niet hoe slecht ik me nog altijd voel, en ik wil het haar ook niet vertellen. Ik wil haar met nog méér verdriet doen."
"De overval, ik denk er constant aan. Zeker nu er weer veel rond de Bende te doen is. Ik sta 's morgens op, ga me scheren in de badkamer, en in de spiegel zie ik de film zich opnieuw afspelen. De muziek van mijn vader in de auto, de luide knallen, het gezicht van de dader die op ons geschoten heeft. Hij had een donkere, indringende blik die ik nooit zal vergeten. Ik zal me ook altijd de rit in de ambulance naar het Ziekenhuis herinneren. Naast mij lag nog een man, volledig onder het bloed, voor zijn leven te vechten. lk hoorde gerochel, zijn wanhopige pogingen om te ademen, die plots stopten. Ik vraag me af of dat mijn vader was, ik hoop van niet. AI die beelden malen constant door mijn hoofd, terwijl ik autorij, als ik eten kook, zelfs als ik met mijn kinderen bezig ben."
"Ik heb geen nachtmeries, maar elke ochtend komt de molen op gang. Ik wou dat het stopte. Het lukt maar niet om die beelden van mijn netvlies te krijgen. Sinds anderhalf jaar ben ik in therapie. Op vraag van mijn vriendin. 'Als je het niet voor jezelf wil doen, doe het dan voor mij en de kinderen,' zei ze. Ze heeft natuurlijk gelijk. Ik ben snel geïrriteerd of boos en ik heb weinig geduld met de kinderen, terwijl het toch hun fout niet is. Het beïnvloedt je Ieven en je relatie zo ingrijpend. Toch wou ik vroeger nooit hulp zoeken. Ik zei tegen mezelf: 'Ik heb geen probleem, het gaat goed met mij.' Maar nee, het ging niet."
"Onlangs zag ik een reportage van een man die door een ongeval van de ene dag op de andere in een rolstoel was terechtgekomen. Hij had zich schrap gezet en was er als een herboren mens uitgekomen. Ik zou dat ook willen. Maar ik slaag er niet in. Ik weet niet hoe de andere slachtoffers het ervaren, maar ik heb moeite om te leven."
GEEN TRAAN GELATEN
Bozidar heeft de Delhaize van Eigenblakel na de overval nooit meer bezocht. Vandaag is de eerste keer. Djuroski: "Soms moet ik hier langs de grote baan passeren, en dan zie ik de vlag met het Delhaize-leeuw van ver wapperen. Daar word ik al ongemakkelijk van. Ik heb me vandaag mentaal goed voorbereid omdat ik wist wat er ging komen. Het is extra confronterend omdat we naar hier zijn gereden langs de kleine baantjes, langs precies dezelfde weg die we die avond ook hebben genomen."
De ingang van toen is vervangen door een moderne draaideur. "Ik geloof dat we hier ergens stonden", zegt Bozldar, en hij wijst naar een parkeerplaats met uitzicht op de draaideur, net onder een roestige lantaarnpaal. "In ieder geval niet verder dan een meter of dertig van de ingang."
Wat voel je nu?
Djuroski: "Een enorme colère. Ik voel mezelf overlopen van woede tegenover de daders. Soms wou ik dat ze vandaag opnieuw zouden beginnen om te kijken of de politie hen nu wel zou vinden, met de moderne technieken, DNA-onderzoek en zo. Niet dat ik wil dat er nog slachtoffers vallen, maar het is zo onrechtvaardig! Het is vreemd: hoe ouder ik word, hoe meer woede ik voel. Wat ik nu ga zeggen is stout, maar als de daders ooit voor mij zullen staan, vermoord ik ze."
Wat voor familie waren jullie eigenlijk?
Djuroski: "Een gelukkige familie. Er waren altijd veel kinderen in huis. Ik had een oudere halfzus en halfbroer uit een eerder huwelijk van mijn moeder, een zusje van vijf jaar jonger, en ook mijn twee nichtjes woonden bij ons in sinds hun moeder was gestorven. We woonden eerst in Charleroi, waar mijn ouders een restaurant hadden meI Slavische specialiteiten - mijn vader was afkomstig uit Macedonie. Hij was een zachte, vriendelijke man. Moeder noemde hem 'Bosjko'. Toen het restaurant onteigend werd, zijn we naar Waterloo verhuisd en zijn mijn ouders met een brocante begonnen Ze hadden net een jaar voor de overval een huis gekocht met een atelier om meubels te restaureren."
"Mijn herrineringen aan mijn kindertijd zijn vaag, het is de overval die ik nog scherp voor mij zie en die zoveel plaats inneemt. Dat ik gewond werd is één ding, maar dat ik mijn vader heb verloren, is veel erger. Ik was vijftien, het was de periode waarin hij me van alles begon te leren. Hoe hij meubels restaureerde, bijvoorbeeld. Hij wilde ons ook graag de taal van zijn geboorteland bijbrengen. Ik heb niet veel tijd met hem gehad. Ik heb alles op mezelf moeten ontdekken, al die dingen die vaders normaal aan hun zoons doorgeven. Ik ben er zeker van dat als hij het had overleefd, hij alles had gedaan om de daders te vinden. Soms wou ik dat hij nog leefde en dat ik dood was. Ik mis hem enorm. Er hangt geen foto van hem in huis, dat is te confronterend voor mij, maar hij zit hier, in mijn hoofd."
"Waar ik het heel moeilijk mee heb: toen hij stierf, heb ik geen traan gelaten. Omdat het niet tot me doordrong. Ik herinner me in het ziekenhuis dat mijn moeder op de rand van het bed zat. Ze kwam elke dag. Ik vroeg waar papa was. Ze zei dat hij in een ander ziekenhuis lag. Ik schudde van nee, en zei: 'Papa is dood.' Ik heb helemaal niet geweend."
Je mocht al na achttien dagen uit het ziekenhuis.
Djuroski: "Ja, de dokters zeiden dat het een mirakel was dat ik zo snel herstelde. Ik ben terug naar school gegaan alsof er niets gebeurd was. De kinderen van mijn klas waren heel aardig, ik kreeg van iedereen cadeautjes, maar ik zat met mijn gedachten ergens anders. Het was alsof wat ik had meegemaakt niet belangrijk was. Alsof het maar een droom was geweest. Jarenlang heb ik er ook niet aan gedacht. Ik sprak er met niemand over, ook niet met mijn moeder of mijn zus. Het was iets geheims. Ik had een muur om mij heen gebouwd, waar niemand door kon dringen."
Hoe verging het jullie gezin na de overval?
Djuroski: "Mijn moeder heeft de brocante twee maanden later geslolen. Er stonden meubels in het atelier waar mijn vader mee bezig was, dat was te pijnlijk voor haar. Nog later is het gerecht onze bestelwagen, doorzeefd met kogels en onder het bloed voor onze deur komen zetten. 'Voilà, die krijgt u alvast terug'. Maar mijn moeder wilde hem niet meer, zelfs niet als ze er al het goud van de wereld bij kreeg. Financieel kregen we het moeilijk. Mijn moeder had recht op een weduwepensioen van 12.000 frank (300 euro). Met zes kinderen! Mijn zusje van tien had het erg lastig: ze kreeg nachtmerries en aanvallen van spasmofilie en moest in therapie. Ik was vijftien, ik zat in het derde middelbaar en volgde een kappersopleiding. Maar die heb ik moeten opgeven: de producten waar een kapper mee werkt waren veel te schadelijk voor mijn resterende long. Ik ben van school gegaan en heb mijn moeder een tijdje geholpen in de winkel. Maar het werk was te zwaar, ik was te verzwakt en snel buiten adem. Nog altijd trouwens."
Kregen jullie geen schadevergoeding?
Djuroski: "Pas in 2002. We wisten niet wat we moesten doen om recht te hebben op zo'n schadevergoeding, niemand kwam ons ook iets vertellen. Dat jaar moesten we voor een commissie verschijnen, heel onaangenaam was dat. De mensen in die commissie ondervroegen ons op een heel afstandelijke manier. Alsof we moesten bewijzen dat mijn vader dood was en dat we het financieel moeilijk hadden. De hele familie samen heeft zo'n 2 miljoen Belgische frank gekregen, 50.000 euro ongeveer. Dat dekte onze kosten niet, maar ze zeiden dat we meer konden krijgen als ze de daders hadden teruggevonden. Een beetje degoutant, toch. Dat ik niet meer kan werken, dat ik elke week naar de therapeut moet dat kost allemaal veel geld. Mijn moeder is nu eenenzeventig, en ze werkt nog altijd omdat ze zo'n laag pensioentje heeft - anders komt ze niet rond."
Welke letsels heb je?
p>Djuroski: "Als kind was ik heel sportief, ik rende altijd maar, nu kan ik geen honderd meter meer lopen, door die ontbrekende long. Ik kan vijf minuten met mijn zoontje voetballen, voorzichtig, en dan ben ik uitgeput. Soms ga ik met de kinderen zwemmen, maar ik kan mijn rechterarm niet meer omhoogtillen. Ik voel me altijd beschaamd als ik de mensen in het zwembad zie kijken naar mijn littekens, die over heel mijn romp lopen. Toen ik mijn vriendin leerde kennen, was ik bang dat ik haar niet zou bevallen, met die littekens en die ene long. Ik heb nog kogelbolIetjes in mijn lijf zitten, diep in het weefsel. Ik ben al verschillende keren geopereerd, maar zolang ik er geen last van heb, laten ze die zitten. Ik weet best dat ik geluk gehad heb: als ik me niet had neergelegd was ik ook dood geweest.""Ik heb vroeger het statuut van gehandicapte aangevraagd, maar niet gekregen: volgens een stom puntensysteem ben ik net niet hulpeloos genoeg. Ik heb veel spijt dat ik mijn kappersopleiding niet heb afgemaakt, want ik heb het moeilijk om werk te vinden. De enige plek waar ik aan een job schijn te kunnen raken, is de Delhaize. Dat heb ik verschillende keren geprobeerd. Ik dacht: 'Ik moet het aankunnen om daar te gaan werken. Maar ik heb het telkens moeten opgeven. Ik werd altijd ziek en heel depressief. Tot mijn dertigste ben ik ten laste van mijn moeder gebleven, leuk is anders. Dertien jaar geleden heb ik mijn vriendin leren kennen en zijn we gaan samenwonen. Ik zit nu weer thuis met rugproblemen, maar ik zou graag werken. Ik wil weg uit dat isolement."
NUMMER VIER
In 1997 heb je meegewerkt aan een reeks robotfoto's die de speurders in het Bende-onderzoek toen verspreidden, op basis van getuigenissen onder hypnose.
Djuroski: "Ze zeggen dat je herinneringen vervagen door de jaren, maar bij mij is dat niet het geval. Het gezicht van de dader kan ik me nog heel scherp voor de geest halen. Met de jaren wordt het zelfs nog reëler, ook al heb ik het maar een paar seconden gezien. Hij droeg geen masker, wellicht had hij dat al afgezet."
Je had die blik tien jaar eerder nog ergens anders gezien, in een rijkswachtkazerne in Aalst.
Djuroski: "Kort na mijn ontslag uit het ziekenhuis moest ik bij de speurders van de rijkswacht van Aalst komen, waar de Bende intussen ook had toegeslagen (de overval op de Delhaize op 9 november 1985, acht doden, red.). Daar kruiste ik in de gang een man die precies dezelfde blik had als de dader, heel expressief en donker. Ik kreeg bijna een hartaanval van 't schrikken, maar ik heb het toen aan niemand verteld. Ik durfde niet. Pas na het tien jaar voor mezelf te hebben gehouden, ben ik ermee naar buiten gekomen. De speurders hebben me toen ondervraagd, en ik heb hem uit een line up gehaald: het was een rijkswachter. 'Ik beschuldig u nergens van', heb ik hem gezegd. 'Ik herken alleen uw blik.' De speurders hebben me verzekerd dat hun collega boven alle verdenking stond, dat hij destijds zells op de plaats van de Bende-overvallen was geweest. Nadien heb ik er nooit meer iets van gehoord."
"In mijn therapie werken we nu vaak rond de herinnering aan de dader. We doen hypnosesessies en EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing, een behandelmethode voor traumatische ervaringen, red.). Eerst geloofde ik daar niet in, maar toen ik nog niet zo lang In therapie was, stond ik op een ochtend op en ik dacht niet meer aan de overval. Het was ... weg! Eén maand heb ik er niet meer aan gedacht. Zelfs 's ochtends niet meer. Alsof de herinneringen in rook waren opgegaan. Daarna is het wel teruggekomen. Volgens mijn psychologe is dat normaal. Ze zegt dat ik mijn pijn veel te lang voor mezelf heb gehouden, en dat dat alles nu veel moeilijker maakt. Ik was gesloten, als een schelp. Ik toonde mijn gevoelens aan niemand."
Destijds was er geen enkeIe psychologische begeleiding voor slachtoffers van misdaden.
Djuroski: "Nee. En psychologen, dat was voor mensen die gek waren, en ik vond mezelf niet gek. Nu vraag ik me soms wel af: 'Ben ik gek?' Ik heb het nog altijd moeilijk om gevoelens of liefde te tonen. Natuurlijk hou ik van mijn kinderen en mijn vriendin, maar ik kan het hun niet tonen. Als er iets ergs gebeurt, ween ik nooit. Ik denk: 'Ik heb niet geweend toen mijn vader dood was, dan heb ik ook met het recht om dat om iets anders te doen. Maar na een EMDR-sessie rollen de tranen over mijn gezicht, dan ben ik altijd verschrikkelijk in de war en opgelucht tegelijk. Nu heb ik die sessies nodig. Als ik niet ga, ontplof ik. Terwijl de overval bijna dertig jaar geleden is! En toch lijkt het in mijn herinnering alsof het gisteren is gebeurd. Het is alsof mijn leven is blijven steken op die ene dag in september 1985, alsof de tijd is blijven stilstaan. Ik heb me gewoon niet gerealiseerd dat de jaren ondertussen voorbijgingen. Ik leefde voort van dag tot dag, zonder echt te leven. Nu nog heb ik het moeilijk om toekomstplannen te maken. Dat ik nooit met mijn vriendin getrouwd ben, is niet omdat ik niet van haar hou, maar omdat ik bang ben om me voor iets te engageren. Terwijl ik het eigenlijk wel wil."
Dat moet toch enorm wegen op je relatie?
Djuroski: "Ja, 't is bijwijlen heel explosief. Ik heb dikwijls zwarte gedachten, en ik heb al vaak aan zelfmoord gedacht. Met Kerstmis vorig jaar hadden we ruzie omdat ik weer zelfmoordgedachten had. 'Je mag niet in het verleden blijven steken, het heden is ook belangrijk', zegt mijn vriendin. Ik weet dat ze gelijk heeft, maar het is moeilijk."
"PAPA, COURAGE"
Weten je kinderen wat er met je gebeurd is?
Djuroski: "We hebben het hun in grote lijnen verteld, zonder veel details. Mijn zoontje is tien en mijn dochter acht. Toen ze klein waren, stelden ze veel vragen over mijn littekens. Nu niet meer, ze weten het. 'Hoe kunnen mensen zoiets doen?' vragen ze, en dan kan ik niet antwoorden. Onlangs heeft mijn zoontje de video van een reconstructie gezien. Per ongeluk, op het internet. Mijn vriendin was er niet gelukkig mee, maar het was te laat. Hij zei: 'Ik wist dat die meneren stout waren, maar niet dat ze zó stout waren.' Hij praat er eigenlijk meer over dan ik. Hij is erg gevoelig. Vanmorgen wist hij wat we vandaag gingen doen, en hij ze me: 'Papa, courage.'"
Je vriendin zei me dat je dit gesprek een jaar geleden niet had kunnen voeren, en dat je toen zeker niet naar de Delhaize had durven terugkeren.
Djuroski: "Ik ben nog heel angstig en heb nog vaak migraine, maar ik voel dat er dingen veranderen. Twee maanden geleden stierf een tante van mijn vader. Toen we haar huis leegmaakten, vond ik foto's van de begrafenis van mijn vader. Dat was een schok: het werd plots allemaal heel concreet. Vreemd genoeg voelde ik me ook opgelucht. Ik heb het altijd moeilijk gehad om me echt te realiseren dat mijn vader dood was, want ik was niet naar zijn begrafenis geweest. Door die foto's wist ik plots zeker dat hij dood en begraven was."
Twee maanden geleden pas?
Djuroski: "Ja. Raar, hè. Ik weet dat hij het is die in de kist ligt: als je met een vergrootglas kijkt naar de letters op de kist, zie je zijn naam staan en de datum waarop hij gestorven is. Die foto's zien heeft veel bij mij teweeggeblacht: alsof ik ontwaak uit een droom en alles tot me doordringt. Misschien had ik het allemaal sneller verwerkt als ik er vroeger over had gepraat, als ze de daders vroeger hadden gevonden. Dan had ik waarschijnlijk ook die haatgevoelens niet gehad. lk wil echt dat ze de schuldigen vinden. Dan pas zal er rust zijn in mijn hoofd."
|
Bron » Humo | Annemie Bulté | Februari 2012
|
| Meer » Overijse | Aalst | Cel Waals Brabant | Robotfoto's | Forum |