Nijvel: 17 September 1983

Het bloedbad aan de Colruyt

Drie dodelijke slachtoffers voor een beetje sterke drank, wat koffie en pralines. Dat is de balans van een bloedbad dat volgens berekeningen van de firma Colruyt de belachelijke som van 22.070 frank opleverde. De buit bestond uit vijf dozen pralines, vijf bussen arachide olie van vijf liter, vijf bussen maïsolie van vijf liter, tien zakken koffie van twee en een halve kilo en veertig pakjes Maragogype van vijfhonderd gram. Op 17 september 1983, om 1u26, weerklinkt in de bewakingscentrale van de firma Colruyt in Halle de alarmschel van het magazijn in Nijvel.

Minder dan vijf minuten later zijn twee rijkswachters uit Nijvel ter plaatse en worden er op schoten onthaald. Rijkswachter Marcel Moreu wordt gedood. Zijn collega wordt gewond maar brengt het er levend van af door zich dood te houden. Op de plaats van de misdaad ontdekt men ook de lijken van de heer Jacques Fourez, 49 jaar, en van mevrouw Elise Dewit, 49 jaar, allebei met meerdere kogels door het hoofd omgebracht.

De bandieten hadden het alarm in werking gesteld toen ze aan de achterkant van de Colruyt, een nogal geïsoleerd gebouw op zo'n honderd meter van de opritten van de snelweg naar Parijs, een ijzeren poort met een snijbrander bewerkten. De rijkswacht van Nijvel weet dat de alarmsystemen van magazijnen nogal wispelturig zijn. Een vals alarm kan ontketend worden door het voorbij daveren van een vrachtwagen. Het is dus 1u26 als de officier van wacht, onderluitenant Carreau, twee van zijn mannen opdracht geeft de oorzaak na te gaan van het vanuit Halle gemelde alarm in de Colruyt aan de chaussée de Bruxelles. Wachtmeester Marcel Moreu, 31 jaar, en Jean-Marie Lacroix, 30 jaar, vertrekken per politiewagen om het controle-onderzoek uit te voeren. Op de parking houden ze stil op zo'n driehonderd meter afstand van een donkerblauwe Saab 900 turbo en worden ze direct onthaald op een salvo schoten uit een long rifle 22.

De licht verwonde rijkswachter Lacroix zoekt dekking achter de politiewagen, vuurt zijn 7.65 twee keer direct na elkaar af en kort nadien nog eens. Terwijl zijn collega Marcel Morue hem zegt versterkingen te laten aanrukken, wordt hij door twee kogels in zijn enkel getroffen en ploft op zijn rug neer. Hij wordt nog eens geraakt door enkele schoten uit een .22, schoten die, zo blijkt, vanuit de Mercedes werden afgevuurd. Marcel Morue wordt aan de keel getroffen. Hij wordt afgemaakt door drie van vlakbij in zijn hoofd afgevuurde geweerkogels. Jean-Marie Lacroix wordt door een salvo aan de linkerhand gewond.

De rijkswachter bezat desondanks de reflex om op zijn stuur neer te zijgen en zich, met buiten de combi hangende benen, dood te houden. Deze reflex redde hem het leven, ook al naderde een van de doders om hem met een ter hoogte van de nek afgevuurd schot af te maken. De kogel schampte af op een epaulet van de rijkswachter. Rijkswachter Lacroix heeft de tijd gekregen om, in de lichtbundel van de politiewagen, het silhouet te onderscheiden van een man van 1m80 met gemiddelde lichaamsbouw, gekleed in een driekwart regenjas en met een ringbaard. De gebeurtenissen volgen elkaar snel op. Direct na het vertrek van de doders, slaat de rijkswachter die aan de slachtpartij is ontsnapt alarm. Het is een kort radiobericht: "Marcel is gedood! Snel! Versterkingen."

Lastige getuigen

Op de rijkswachtpost van Nijvel is het op dat ogenblik 1u34. Sterk onder de indruk contacteert onderluitenant Carreau eerst en vooral de Procureur des Konings van Nijvel op zijn privé-adres. De procureur zal als een van de eersten ter plaatse komen. De onderofficier brengt dan alle brigades van Waals Brabant in alarmtoestand en stuurt hulp naar de Colruyt in Nijvel om er de twee zwaargewonde rijkswachters te evacueren. Op dat moment wist men nog niet dat Marcel Morue al gestorven was en dat, met de dood van deze moedige rijkswachter, de negatieve balans nog niet volledig was.

Inderdaad, de aankomst van de versterkingen aan de Colruyt aan de chaussée de Bruxelles zou samenvallen met de ontdekking van de twee met kogels doorboorde lijken van een vrouw en een man, die vrij achteloos onder twee boodschappenkarretjes verborgen waren. De twee lichamen werden vrij snel geïdentificeerd als die van M. Jacques Fourez, een zakenman van 49 jaar, ingeschreven in Knokke maar in feite in Ukkel wonend op nummer 13 van de Mercuriuslaan, samen met zijn gezellin Mevrouw Elise Dewit, 49 jaar, die vroeger secretaresse was van een notaris uit de Jordaensstraat in Brussel en later werkte bij de administratie van de hoofdstad. Het paar was bij het begin van de avond uit Parijs vertrokken.

Ter hoogte van Nijvel had M. Fourez de snelweg verlaten om te tanken aan de pompen op de parking van Colruyt. Jacques Fourez kon immers beschikken over een magnetische kredietkaart. De Mercedes was omstreeks 1u10 aan de Colruyt gearriveerd. Vooraleer zijn benzinetank te openen zou Jacques Fourez aan een natuurlijke behoefte hebben willen voldoen en zou hij zich enkele stappen verwijderd hebben. Ook denkt men dat de zakenman een of twee individuen moet gezien hebben en dat zij direct het vuur op hem hebben geopend. Hij werd neergekogeld met een projectiel van 7.65 dat zijn hoofd binnendrong. Jacques Fourez werd daarna afgemaakt met twee andere kogels door het hoofd.

De wijzers van zijn armand-uurwerk wijzen 1u16 aan. Mevrouw Dewit die in de witte Mercedes was blijven zitten, was getuige van het drama en, haar schoenen in de auto latend, rende ze naar haar gezel. Men schoot op haar zonder haar te raken. Ze probeerde zich te verweren als ze vastgegrepen werd. Een kam viel uit haar zak, haar bril tuimelde op de grond. Men sleepte haar naar de achterkant van de Colruyt. Iemand schoot haar een of twee kogels .22 door het hoofd. Eerst in de rechterwang, dan in het rechteroog. Dan werd ze een eind verder meegesleept. Waarschijnlijk werd ze dan opnieuw door twee .22 kogels aan het hoofd getroffen.

De doders slepen haar lichaam dan tot aan het traliewerk waardoor de parking wordt afgesloten, ze probeerden het dan op te heffen en in het struikgewas aan de andere kant van de afrastering te gooien. Dat lukte niet en het lichaam werd haastig verborgen onder enkele boodschappenkarretjes. Dan kwam de rijkswachtcombi eraan, gealarmeerd door het alarm dat tijdens de inbraak in werking was getreden. Rijkswachter Morue werd neergeschoten toen hij het voertuig verliet, de gewonde rijkswachter Lacroix hield zich dood. Volgens experts hebben de doders een 9 mm schot afgevuurd, een ander uit een 357 Magnum, zeven schoten met een Colt 45 en acht ontladingen van een riotgun. In het lichaam van wachtmeester Marcel Morue worden vierentwintig projectielen teruggevonden.

Op de parking werd de magnetische Colruyt-kredietkaart DATS 00/321336 teruggevonden die toebehoorde aan Jacques Fourez. De zakenman uit Ukkel had 22 Belgische frank en 24 Franse frank op zak. Al te veel in beslag genomen door de koffie, de bussen olie en de pralines, hebben de moordenaars nagelaten het parelsnoer en de drie met briljanten bezette ringen van Elise Dewit te stelen. Toen de eerste hulp arriveerde lag de grond bezaaid met tientallen patroonhulzen en kogels, jachthagel en projectielen van kaliber .22, .45 en 7.65 mm en van kaliber 357 Magnum. De politie vond ook een katoenen muts die een van de moordenaars daar blijkbaar verloren had. Op dit hoofddeksel werden geen haren teruggevonden.

Bron » De Bende: Een documentaire | Paul Ponsaers & Gilbert Dupont | 1988
Meer » Filière Boraine | Onderzoek Nijvel | Forum

Het vuurgevecht met de politie

Een militaire hinderlaag

De vanuit Nijvel uitgeroepen alarmtoestand werd onder meer opgevangen door drie politiemannen die in een VW Golf in Eigenbrakel patrouilleerde. Enkele minuten voor tweeën 's morgens draait de Golf van de politie van Eigenbrakel, komende uit de Avenue Allard, de weg op die van Nijvel naar Waterloo leidt. De Golf kruist twee razendsnel rijdende voertuigen, een witte Mercedes 190 en een donkerblauwe Saab 900 turbo. Het is dan 1u44. In Eigenbrakel beschikt de politie op dat moment nog niet over een nauwkeurig signalement van de wagen, of wagens, waarmee de doders van Nijvel gevlucht waren. De verwarring is zeer groot.

De inlichtingen zijn alles behalve klaar en duidelijk. De Golf van de politie van Eigenbrakel achtervolgt de twee voertuigen die ze net op rijksweg 5 gekruist hebben, zonder te weten of het wel om de doders van Nijvel gaat, dan wel om autobestuurders die naar huis terugkeren na de avond doorgebracht te hebben in een dancing of restaurant in de streek. Enkele honderden meters verder vertragen de witte Mercedes en de donkere Saab 900 turbo, waarschijnlijk omdat de inzittenden gemerkt hebben dat ze door een Golf van de politie nagezeten worden en omdat ze, ver voor zich uit, het zwaailicht van de rijkswachtcombi kunnen waarnemen. Beide wagens komen tot stilstand ter hoogte van een in Waals Brabant goed gekende bar, de 'Diable Amoureux'.

Beide wagens wachten de Golf op, de Mercedes links van de weg en de donkerblauwe Saab op de rechterwegberm. Op het moment dat de politiewagen opdoemt, wordt vanuit de Mercedes het vuur op de politiemannen geopend. Ook van rechts knetteren schoten en het kruisvuur wordt een vuurgevecht. Politieagent Benoît Ruys, die de politiewagen bestuurt, wordt aan het hoofd getroffen, maar slaagt er desondanks in de controle over de Golf te behouden. Om aan de projectielen te ontsnappen duiken zijn collega's op de bodem van het voertuig. De agenten André Bernier en Marc Lemal komen er met een flinke dosis sterke emotie van af.

De ruiten van het voertuig vliegen in stukken maar de Golf stuift dwars door de versperring die de doders geïmproviseerd hebben. Killers van een ongewone slag die verduiveld goed weten hoe ze zich moeten meten met ordestrijdkrachten. De politielui vervolgen hun weg tot het kruispunt aan de 'Cosmos' en keren dan terug naar de 'Diable Amoureux', waar ze alleen nog kunnen vaststellen dat de gangsters daar de Mercedes 190, met nummerplaat 'CNN 254', hebben achtergelaten, de wagen die ze gestolen hadden van het vermoorde paar uit Ukkel.

De carrosserie van de Mercedes droeg veelvuldige sporen van kogelinslag en in de koffer bevonden zich de waren die de bandieten in de Colruyt van Nijvel gestolen hadden. De tweede wagen, de Saab 900 turbo, werd pas vele uren later, op zaterdagmorgen, teruggevonden. Het laboratorium van de gerechtelijke politie van Brussel zou er zich vol overtuiging op gooien en vele tientallen vingerafdrukken ontdekken in de wagen, op het koetswerk, op een plastiek zak die in de wagen werd gevonden en op de autokrik die uit de gereedschapstas gehaald werd.

Men vond ook bloedsporen en minder opvallende maar even waardevolle indicaties, zoals bijvoorbeeld een blonde haar. De doders hadden hun wagen achtergelaten in Eigenbrakel, op een weg die uitkomt op de chaussée d'Alsemberg, bijna ter hoogte van huisnummer 404 en dus niet ver verwijderd van de Delhaize supermarkt die twee jaar later, op 27 september 1985, het terrein zou worden van een slachtpartij waarbij drie slachtoffers vielen. Ook de garage Jadot waar de wagen iets meer dan drie maanden eerder gestolen werd was niet ver af. De slachtpartijen spelen zich dus tot nog toe af op een zeer kleine oppervlakte.

Volgens destijds gemaakte vaststellingen, zouden de moordenaars met hun Saab rechtsomkeer gemaakt hebben nadat ze de Mercedes achtergelaten hadden op rijksweg 5. De Saab zou dan naar rechts gedraaid zijn, op een alleen door insiders gekende wegel, en aldus zijn de vluchtelingen erin geslaagd op de chaussée d'Alsemberg, aan de andere kant van de gemeente, te geraken. Daar lieten ze de onbruikbaar geworden wagen achter. In de koffer vond men de kilo's koffie en de vijftig liter olie die in de Colruyt van Nijvel waren gestolen.

Bron » De Bende: Een documentaire | Paul Ponsaers & Gilbert Dupont | 1988
Meer » Eigenbrakel | Overijse | Forum

Nasleep

De Saab 900 turbo

De Saab 900 turbo was voorzien van een valse nummerplaat, SX967. Sedert 8 juni, de dag dat de wagen werd gestolen, had het voertuig zoals bekend, 1227 kilometer afgelegd. De turbo-motor had de geest gegeven en hoger dan de derde versnelling raakte men niet meer. In de wagen vonden experts bloedsporen terug, maar geen aanwijzingen van de twee pistolen van kaliber 7.65 mm - twee FN- wapens met registratienummer N3452G71 en NA1200235 - die werden ontfutseld aan de twee rijkswachters van Nijvel op de parking van de Colruyt.

Geen spoor ook van een UZI-machinepistool dat aan de Colruyt van Nijvel uit de politiewagen werd gestolen. Zoals gemeld, werd de stereo-installatie, die zich oorspronkelijk in de Saab bevond, gedemonteerd. De boeven namen ook nog twee gechromeerde ronde Cibié-mistlichten mee en een dubbeltonige claxon voorzien van een batterij van zes volt. In de koffer van de wagen hadden de doders een kakigroene benzinebus van 10 liter geplaatst. Op de bus met de metalen schenktuit stond het jaartal 1977 gedrukt. De onderzoekers verspreidden een foto van de bus via de pers.

Een automobilist herinnerde zich dat hij van de zomer op de autosnelweg hulp had verleend aan mensen met autopech en bij hen een bus had achtergelaten die sterk geleek op degene die in de Saab werd teruggevonden. Niet meer dan een zwak begin voor een onderzoek, net als het haar van 4.3 cm dat de experts in de wagen vonden. Vooraleer de Saab in de steek te laten, probeerden de doders van de Colruyt van Nijvel de wagen in brand te steken door een salvo van een riotgun in de benzinetank te jagen, maar ze slaagden niet in hun opzet.

De doders waren waarschijnlijk niet van plan geweest hun wagen in Eigenbrakel achter te laten. Dat deden ze omdat de wagen niet meer dan 70 km per uur kon halen, omdat een zuiger gebroken was en achteraan rechts een band lek geslagen was. De gangsters hebben zelfs geprobeerd een nieuw wiel te steken, aangezien ze de later vlakbij de Saab teruggevonden krik uit de gereedschapstas haalden.

Het reservewiel van de wagen werd teruggevonden in een nabijgelegen woning. Bij onderzoek naar de Saab 900 turbo waren de experts verrast toen ze vaststelden hoe de moordenaars van Brabant de wagen voorbereid hadden voor hun bloedige expedities. Om de wagen zo anoniem mogelijk te maken, hadden ze alle kenmerkende tekens verwijderd, het windscherm, de radio-antenne op de wagen, de hoofdsteun, de veiligheidsriemen en zelfs de verstralers die op het radiatorrooster stonden. Het gat in de antenne werd zorgvuldig dicht gestopt en achteraan de auto werden de lampjes van de stoplichten geïsoleerd door middel van plakband. Onderin de motor werd een elektrische montage zodanig aangepast, dat gedurende korte tijd nog sneller kon worden gereden. Specialistenwerk!

De ontsnapping van de moordenaars

Bekend is, dat de groep zich dan naar het kruispunt Mont Saint-Pont begaf, waar een Seca-station gelegen is. De moordenaars zouden zich toegang hebben verschaft tot de toiletten om aan wc-papier te geraken, zonder twijfel ter verwijdering van vetplekken en sporen van bloed afkomstig van de lijken van Elise Dewit en Jaqcues Fourez die ze verschillende meters hebben versleept. Hoe zijn de doders erin geslaagd spoorloos te verdwijnen? Mysterie.

Een speurdershond die bij de Saab gebracht werd, leidde de rijkswachters tot aan het kruispunt van Mont Saint-Pont, maar daar hield het spoor op. Hoe zijn ze van het kruispunt weggeraakt in een sector die gonsde van de rijkswacht en de politie? Nog voor dageraad werd een klopjacht georganiseerd rondom de 'Diable Amoureux' waarvan de eigenaar meende twee silhouetten ontwaard te hebben. Men voerde klopjachten uit op een campingterrein. Alles zonder resultaat. De onderzoekers veronderstellen dat er een derde wagen geweest is. Deze moet de door autopech getroffen moordenaars vervoegd hebben op het kruispunt van Mont Saint-Pont.

De moordenaars zouden in radioverbinding gestaan hebben met medeplichtigen die er zouden in geslaagd zijn de wegversperringen in Waals Brabant te omzeilen, waarschijnlijk door het beluisteren van de berichten van de ordediensten via de walkie-talkie die ze hadden ontvreemd op de Colruytparking na de moord op wachtmeester Marcel Morue. Verschillende getuigen hebben beweerd dat ze omstreeks 4u15 een oude Mercedes taxi opgemerkt hebben die gedurende een tiental minuten stilstond, niet ver van de plaats waar de Saab 900 turbo gevonden werd. De houding van de taxichauffeur was hun verdacht overgekomen.

De politie denkt dan ook dat de moordenaars misschien konden ontkomen aan boord van deze zwarte taxi, die voorzien was van een taxiteken maar verder geen enkel onderscheidingsteken droeg, zelfs geen zelfklever met de naam van de eigenaar of de firma. De Mercedes werd bestuurd door een man van zo'n dertig jaar, met krullend haar en snor. Hij was vergezeld van een jonge vrouw met blond, kort geknipt haar. Een andere ooggetuige heeft het ook over een voorbijkomende BMW. In elk geval ging de vluchtweg die nacht niet richting Borinage, maar richting Brussel.

De politie registreerde ook de verklaringen van agent Lemal die zich gedurende de schietpartij aan boord bevond van de Golf van de politie van Eigenbrakel. De politieman preciseert dat een van de daders van de moordpartij, die hij zag toen hij een riotgun op hem gericht hield, zwart achterwaarts gekamd haar en een kalend voorhoofd had. De autopsie van de lijken van Mevr. Dewit en zakenman Jacques Fourez zou aan het licht brengen dat beiden door meerdere kogels in het hoofd werden getroffen, afgevuurd door een pistool kaliber .22 LR, een wapen dat ook gebruikt werd in december in de Auberge du Chevalier, in januari bij de moord op taxichauffeur Constantin Angelou, in juni bij het neerknallen van de Duitse herdershond van de garage Jadot en in de nacht van 8 op 9 september, bij het neerkogelen van de huisbewaarder van het textielbedrijf Wittock-Van Landeghem. Een riotgun kaliber 12 die in Nijvel gebruikt werd, had al gediend in Temse en de kogels die de onderzoekers een maand later in de Delhaize van Beersel en in november 1985 zullen vinden, werden afgevuurd door hetzelfde wapen. Behalve het wapen van rijkswachter Lacroix werden in de Colruyt nog vier andere wapens gebruikt: een 357 magnum revolver, een 9 mm pistool, een pistool van kaliber 7.65 en een Colt 45 die ook zal gebruikt worden bij de dubbele moord in Anderlues.

Nooit eerder vertoond in de misdaadgeschiedenis

Dit wijst erop dat de moordenaars voor het uitvoeren van een overval van 22.070 frank beschikten over zeven wapens, misschien zelfs meer. Met hoevelen waren deze killers? Met zijn drieën, vieren of vijven? Nog vele andere vragen bleven onbeantwoord. Ging het in de Colruyt van Nijvel om gewone inbrekers die, doordat ze verrast werden, slechts koffie en pralines konden stelen? Of was de werkelijke drijfveer eerder het uit de wegruimen van het paar dat terugkeerde uit Parijs? Het luidt geen twijfel dat de onderzoekers af en toe verrast waren bij het doorzoeken van het verleden van Jaqcues Fourez en Elise Dewit. Maar bij nader toezien zijn de onderzoekers nu toch eerder van mening dat Jaqcues Fourez en zijn vriendin zich wel degelijk per toeval in de buurt van de Colruyt ophielden en dat ze zonder precieze reden werden neergekogeld. Eenvoudigweg omdat ze er op dat moment waren en omdat ze de inbrekers verrasten die geen getuigen wensten achter te laten.

Het paar kwam terug uit Parijs waar ze het uitgevoerde verfwerk in een huurappartement waren gaan bekijken en controleren. Christel, de dochter van Mevr. Dewit, weerlegt de veronderstelling dat haar ouders de gewoonte hadden hun wagen te laten voltanken aan het benzinestation van de Colruyt in Nijvel. Jaqcues Fourez was zeer vertrouwd met zijn wagen en diens verbruik. Men beschrijft hem als een vrij mysterieus personage, vrijgezel, ingeschreven in Menen en in het geheim al een tiental jaar samenlevend met Elise Dewit. De van nature goedmoedige maar in zaken keiharde Fourez was de beheerder van een bouwmaatschappij, hij hield zich bezig met een keten van kleine warenhuizen, stond in contact met grote voedingsbedrijven, verhuurde gemeubelde appartementen en was vennoot in een pralinebedrijf en in een koffiezaak. Zijn gezellin, Elise Dewit, was eigenares van haar appartement, een hotel in Brussel en een woning in Knokke.

Colruyt Nijvel
- Procureur des konings Jean Deprêtre geeft na de feiten tekst en uitleg aan de pers.
De ontsnapping van de eeuw

Enkele uren vooraleer de slachtpartij op de parking van de Colruyt van Nijvel zou plaatsgrijpen, waren achtendertig gevangenen ontsnapt uit de gevangenis van Doornik. Onder deze gevangenen bevond zich een zekere Philippe De Staerke, een oud legionair, toendertijd heel wat minder beroemd dat zijn grote broer Leon, bekend onder de bijnaam 'Petit leon'. Deze Petit Leon was gedurende acht maanden lastig gevallen, nadat in het begin van de herfst 1980 drie lijken gevonden waren in een sparrenbos in Sint-Genesius-Rode. Vroeg in de morgen van zaterdag 17 september wordt over de ontsnapping van de achtendertig gevangenen nog nauwelijks gerept. In de streek heerst dan grote verslagenheid en voor het eerst in de sinistere sage van de slachtpartijen in Brabant gewagen sommigen van een doldrieste Bende van Nijvel.

Nooit eerder vertoond in de misdaadgeschiedenis. Uit het niets opgedoken boeven ruimen koelbloedig getuigen uit de weg, of het nu om vrouwen of om rijkswachters gaat. Pas door het bloedbad van Nijvel kwam de pers tot de vaststelling dat in Waals Brabant de voorbije weken verscheidene nooit opgehelderde geweldplegingen plaats hadden gegrepen en begon men zich af te vragen of deze gewelddaden door dezelfde personen waren gepleegd. Op slag stelt de pers zich vragen over wat de gerechtelijke autoriteiten, die sedert de bloedige overval op wapenhandel Dekaise in Waver in september 1982 ter plaatse trappelen, uitrichten. De gerechtelijke autoriteiten zelf stellen vast dat ze opgescheept zitten met de meest ingewikkelde misdaadzaak die het gerecht in de voorbije jaren op te lossen kreeg. Een van de onbelangrijke details die de onderzoekers na de slachting van Nijvel vaststellen, is dat Jacques Fourez regelmatig een bezoek bracht aan het gastronomisch restaurant van Ohain, in Brussel bekend als 'Au Trois Canards'.

Bron » De Bende: Een documentaire | Paul Ponsaers & Gilbert Dupont | 1988
Meer » Waver | Ohain | Bende De Staerke | Filière Boraine | Onderzoek Nijvel | Robotfoto's | Forum

Onderzoek

Een lijst met acht moorden

Op 24 september 1983 maakt de pers, bij monde van Philippe Robert, bekend dat de onderzoekers nu in het bezit zijn van een lijst van acht andere moorden die door de Bende gepleegd werden. Een bende die niet aarzelt valstrikken te spannen voor politie en rijkswacht en die elke verbeelding tart. Nog verontrustender is dat deze daden niet te rijmen vallen met de soms belachelijke buit die de bende zich toeëigent. De bandieten schakelen enorme middelen in.

Door de overval van 10 september, op het textielbedrijf Wittock-Van Landeghem in Temse hebben de moordenaars nu ook nog zeven kogelvrije vesten bemachtigd. Het land wordt uitgekamd, tipgevers worden geraadpleegd en alle sporen worden nagetrokken door de gerechtelijke autoriteiten die in het allernoodzakelijkste moeten voorzien. Op zekere avond meent de gerechtelijke politie van Nijvel te weten dat de moordenaars zouden samenkomen in Genval, in het gehucht Le Petit Château. Deze informatie wordt ernstig genomen. Op de afspraak zouden moeten aanwezig zijn: een zekere Roger Van de Waele, een meisje luisterend naar de voornaam Christiane, de genaamde Gerard De Wilde, die verondersteld wordt de moordenaar te zijn van de huisbewaarder van Temse, en drie jongens waarvan men alleen de voornamen - Marcel, Henri en Christian - kent. Toezicht wordt georganiseerd. Natuurlijk tevergeefs.

Andere sporen leiden naar Alain Moussa en Patrick Moïse, twee beroemde namen in het Brusselse milieu van prostitutie en drughandel. Op het parket van Brussel laat eerste substituut Pierre Erauw aan onderzoeksrechter Guy Wezel een dossier overmaken waarin hij aanstipt dat volgens inlichtingen ingewonnen door de rijkswacht, de moordenaars van het Brabantse zouden bestaan uit een organisatie luisterend naar de naam 'Zwarte Vesten' ...

Twee getuigenissen en een gecamoufleerde politiewagen

Slechts tegen het einde van de maand september 1984, dus zowat een jaar na de overval op de Colruyt, slaagde de rijkswacht van Nijvel erin om twee getuigen van het gebeuren te identificeren. Het ging om een klant van de bar Le Diable Amoureux, en om de 'beschermheer' van een van de diensters. De getuigen kwamen pas boven water, nadat de gerante van de Diable Amoureux een tijdje werd opgepakt en uiteindelijk toch aan het praten ging. Nadat beide getuigen werden geïdentificeerd werd een reconstructie georganiseerd op bevel van onderzoeksrechter Schlicker, in gezelschap van substituut De Prelle en in aanwezigheid van beide getuigen. Het bleek dat de klant geen enkele beschrijving kon geven van de moordenaars en dat hij zelfs in het pikdonker van de nacht niet zag dat de wapens vuur spuwden. Geheugenverlies? De pooier bleek een ander geval. Het gaat om een technisch ingenieur, werkzaam bij Sabena. Hij is gehuwd met een meisje dat zich beroepsmatig 'Mirella' noemt en afkomstig is van de Mauritiuseilanden.

Zijn vriendin uit Ath noemt Patricia L. In de nacht van de feiten volgde Paul L., de pooier, de Golf van de politie van Eigenbrakel, tijdens de achtervolging die eindigde voor zijn bar, met het spervuur. Hij reed met een witte wagen, waar een oranje band overheen geschilderd stond en waarop een rijkswachtantenne gemonteerd was, net als bij een politiewagen. Toen de echte politiewagen door het spervuur reed, braakten de wapens van de moordenaars van Nijvel kogels. Als Paul L. onmiddellijk daarna hetzelfde manoever uitvoerde, werd er niet op hem gevuurd. Eigenaardig. Hoe konden de bendeleden weten dat het niet ging om een politiewagen? En nog, waarom heeft Paul L. zijn wagen als een politiewagen geschilderd? Dat zijn vragen die de gerechtelijk expert zich stelt, zonder dat er eigenlijk een bevredigend antwoord op komt.

Een merkwaardige videotape

In het dossier 'Bende van Nijvel' werd een wel erg vreemde PV toegevoegd door de BOB van Waver. Daarin wordt de vraag gesteld kennis te mogen nemen van een onderzoek dat uitgevoerd wordt door het Hoog Comité van Toezicht ten aanzien van een overleden magnaat in de Brusselse bouwsector, Charly De Pauw, en naar 'verschillende personen die banden hadden met slachtoffers van de Bende van Nijvel'. Ook Charly De Pauw was in de jaren '70 lid van de zakelijke lobby rond Paul Vanden Boeynants. In het PV, nr. 665 van 18 juni 1985, is er sprake van een videocassette, opgenomen in La Hulpe.

Die cassette zou obscene beelden bevatten en verschillende belangrijke figuren zouden erop figureren. Charly De Pauw zou voor die cassette 140 miljoen frank betaald hebben. Een kopie van die cassette zou in het bezit zijn van een notaris. Adjudant Goffinon van de Brusselse BOB, belast met het onderzoek in Nijvel, gelastte zelfs een onderzoek naar de omstandigheden waarin de magnaat overleed. Volgens een bepaalde hypothese zou het paar Fourez-Dewit in de nacht van 16 op 17 september 1983 in het bezit geweest zijn van deze cassette. De Bende zou de videocassette uit de kofferruimte van de Mercedes van Fourez hebben genomen tijdens de moordpartij.

Bron » De Bende: Een documentaire | Paul Ponsaers & Gilbert Dupont | 1988
Meer » Bende Haemers | Bende De Staerke | Roze Balletten | Onderzoek Nijvel | Forum