Nieuwe databank Staatsveiligheid ‘simpelweg onbruikbaar’ voor werknemers

Werknemers van de Staatsveiligheid zitten met de handen in het haar: ze weten niet eens meer of hun informatie nog klopt. De boosdoener is een nieuwe databank, waarvan de uitrol volledig in het honderd loopt. Dat schrijft Het Nieuwsblad.

Staatsveiligheid, de inlichtingendienst die info verzamelt over bedreigingen voor ons land, zit al enkele jaren in volle transitie: zo wordt er meer ingezet op specialisatie en heeft men het aantal personeelsleden opgetrokken. Daarnaast werd beslist een nieuwe databank te ontwikkelen. Daar waar vroeger alles in één systeem vervat zat, werd het plan opgevat om voortaan met verschillende, aan elkaar gekoppelde systemen te werken.

De oude databank had namelijk zijn beperkingen. Zo was het moeilijk om grote massa’s gegevens te verwerken. Ook audio- en videobestanden konden moeilijk op een uniforme wijze worden opgeslagen. Maar de oude databank had ook veel voordelen, zo klinkt het bij twee bronnen bij de Staatsveiligheid, die anoniem willen blijven. “Ze was gebruiksvriendelijk, overzichtelijk en zat logisch in elkaar. De informatiestromen waren voor iedereen duidelijk”, zegt een van hen.

Een van de bedrijven die betrokken was bij het ontwikkelen van het nieuwe systeem, dat op 12 juni werd ingevoerd, is Smals. De IT-dienstenleverancier was ook verantwoordelijk voor het omstreden systeem voor het contactonderzoek tijdens de coronacrisis. Bij het bedrijf wenst men niet te reageren op deze zaak.

“Ondanks jaren voorbereidingswerk en miljoenenfacturen, is dit systeem simpelweg onbruikbaar”, zegt een van de bronnen aan Het Nieuwsblad. “Het ontbreekt aan logica, overzichtelijkheid, traceerbaarheid, controlemechanismen, snelheid, kortom: aan alles wat de databank van een inlichtingendienst nodig heeft.”

Een woordvoerder van Staatsveiligheid bevestigt dat er een probleem is met de nieuwe databank. Er wordt door een taskforce hard gewerkt om de problemen zo snel mogelijk opgelost te krijgen, klinkt het.

Bron » De Morgen

Opvallend veel topbenoemingen bij politie en justitie blijven uit

Er is een opvallend aantal topfuncties bij politie en justitie ad interim ingevuld. En binnenkort komen er nog tal van plaatsen vrij. Een overzicht van de stoelen die tijdelijk bezet zijn en de te verwachten benoemingen.

Aan de top van minstens vijf belangrijke organisaties bij politie en justitie, staan mensen die tijdelijk benoemd zijn. Dat is erg veel. De leidinggevenden bij het parket van Brussel, het federaal parket voor de verkeersveiligheid, het OCAD, de Staatsveiligheid en de federale politie zijn tijdelijk benoemd. Bovendien moeten nog tal van andere topfuncties tijdelijk ingevuld worden.

De redenen hiervoor verschillen van dienst tot dienst. Soms is er een erg valabele reden, ziekte bv., zoals bij de Staatsveiligheid het geval is.

Veel scherper (en ook pijnlijker) is de toestand bij het parket van Brussel, het grootste en wellicht ook het belangrijkste parket van het land. Op 1 april 2021 vertrok de toenmalige procureur en al die tijd is er een procureur ad interim benoemd. Om tot een volwaardige benoeming te kunnen overgaan is er een wetswijziging nodig. Maar de wetgever laat dat dus al ruim twee jaar na.

In het geval van de federale politie had de ex-commissaris-generaal al in december vorig jaar aangegeven zijn mandaat niet te verlengen. Men had dus in principe voldoende tijd om een nieuwe selectieprocedure op te starten.

Dat een dienst ad interim geleid wordt hoeft op zich niet problematisch te zijn. Er is geen enkele reden om te twijfelen aan de capaciteiten van de mensen die de job tijdelijk invullen.

Maar hoe dan ook geniet iemand die functioneert ad interim niet dezelfde bescherming als iemand die vast benoemd is. Bovendien zit hij of zij op een stoel die misschien iemand anders ook ambieert, maar zich geen kandidaat kan stellen. Politie en justitie zijn ook belangrijk genoeg om te werken met leidinggevenden die volwaardig benoemd zijn. En, niet in het minst: zeker voor magistraten is het wenselijk dat benoemingen gebeuren door de Hoge Raad voor Justitie, met alle waarborgen voor objectivering. Daarvoor werd dat orgaan ook opgericht.

Er zijn uiteenlopende verklaringen voor de huidige situatie, maar sommige waarnemers zien in de aanslepende kwestie van deze topbenoemingen ook een politieke factor. Door de benoemingstaart groter te maken is het ook makkelijker ieder zijn deel te geven.

Hieronder vindt u per korps of organisatie een gedetailleerde beschrijving van de toestand.

Federale politie

Marc De Mesmaeker werkte woensdag 14 juni zijn laatste dag als commissaris-generaal van de federale politie. Hij gaat vanaf september aan de slag bij het Nationaal Drugscommissariaat. Eric Snoeck neemt zijn functie ad interim over.

Eric Snoeck begon zijn carrière in 1997 bij de toenmalige rijkswacht. In mei 2019 startte hij als directeur-generaal van de gerechtelijke zuil van de federale politie zij het dat hij die functie een kleine drie jaar ad interim uitoefende. Pas in januari 2022 werd hij officieel benoemd.

Het is onduidelijk wanneer de selectieprocedure voor de functie van commissaris-generaal officieel start. In afwachting daarvan blijft Eric Snoeck de leiding van het korps nemen. Volgens onze informatie zal Eric Snoeck kandidaat zijn en is hij zelfs een groot kanshebber. Snoeck deed ook al mee bij de vorige selectieprocedure en eindigde toen als tweede kandidaat (na De Mesmaeker dus).

Eric Snoeck wordt als directeur-generaal van de gerechtelijke politie opgevolgd door Laurent Blondiau (die als directeur werkte in Bergen). Maar ook deze benoeming is, u raadt het, ad interim.

Tijdelijk benoemd is ook Wald Thielemans aan het hoofd van de Algemene Directie Bestuurlijke Politie. Hij volgde in de zomer van 2020, toch al drie jaar geleden, ad interim André Desenfants op (die als gevolg van de zaak-Chovanec een stap opzij moest zetten).

Het directiecomité van de federale politie bestaat uit vier mensen. Enkel Dominique Van Rijckeghem, als baas van de Algemene Directie van het Middelenbeheer en de Informatie, is officieel. Zij is officieel benoemd op 21 augustus 2022 (overigens nadat ze de functie al ruim drie jaar, vanaf april 2019, ad interim had gedaan).

Conclusie: het directiecomité van de federale politie is voor drie vierde tijdelijk benoemd.

Parket Brussel

Wellicht het pijnlijkst is de situatie bij het parket van Brussel. Op 1 april 2021 stapte de Brusselse procureur des Konings Jean-Marc Meilleur over naar de privésector. Sinds die periode, dat is dus al ruim twee jaar geleden, is er geen nieuwe benoeming aan het hoofd van het grootste parket van dit land waar al bij al zo’n 500 mensen aan verbonden zijn.

Tim De Wolf nam de functie ad interim over. De Wolf werkte op dat moment als eerste substituut-procureur des Konings en was adjunct van Jean-Marc Meilleur. Hij is nu nog steeds procureur des Konings ad interim.

Deze benoemingskwestie wordt bemoeilijkt door wettelijke beperkingen die betrekking hebben op taalevenwichten. Dat probleem kan opgelost worden door een wetswijziging. Maar die blijft uit.

De aanslepende kwestie werd al herhaaldelijk publiekelijk aangeklaagd, o.a. door de Brusselse procureur-generaal Johan Delmulle. Hij hekelde in zijn mercuriale, dat is de openingsrede die wordt uitgesproken bij het begin van het gerechtelijk jaar, in september 2021 in scherpe bewoordingen het uitblijven van een definitieve regeling. In september 2022 deed hij dat opnieuw. Het ziet ernaar uit dat hij zijn tekst nog eens kan herhalen in september 2023.

Federaal parket voor de verkeersveiligheid

In de zomer van 2021 keurde de ministerraad de oprichting van het nationaal parket voor verkeersveiligheid goed. Dat idee was bedoeld om de verkeersveiligheid te bevorderen. Het nieuwe parket zal ook instaan voor een uniforme afhandeling van de verkeersboetes.

Men vond lange tijd geen enkele kandidaat voor deze functie, ondanks herhaalde oproepen. Er werkten ondertussen al wel een veertigtal mensen.

Eind februari 2023 werd Michèle Coninsx aangesteld als tijdelijk procureur. Michèle Coninsx heeft er al een lange en bepaald indrukwekkende carrière opzitten. Ze werkte o.a. op het parket in Brussel, bij Eurojust en stond aan het hoofd van de directie contraterrorisme bij de Verenigde Naties.

De reden waarom haar benoeming tijdelijk is, heeft te maken met haar leeftijd. In principe geldt zo’n benoeming voor een periode van vijf jaar, maar die periode kan Michèle Coninsx niet meer volledig invullen. Hoe lang ze dan wel aan de slag kan blijven, is onduidelijk. In het Belgisch Staatsblad (van 14 februari) staat dat “zolang er geen procureur voor de verkeersveiligheid is aangewezen, neemt zij de opdrachten van de procureur voor de verkeersveiligheid waar.”

Overigens gebeurde de benoeming van Michele Coninsx door het college van het openbaar ministerie en niet, zoals gebruikelijk zou zijn, door de Hoge Raad voor Justitie (precies omdat er geen kandidaten waren en er dus ook niet geselecteerd moest worden).

Voor de functie van substituut procureur bij het federaal verkeersparket loopt er momenteel wel een officiële selectieprocedure.

Staatsveiligheid

In mei 2022 liet Jaak Raes weten om medische redenen niet langer nog aan het hoofd te kunnen staan van de Veiligheid van de Staat. Om die reden nam hij ziekteverlof. Officieel loopt het mandaat van Jaak Raes nog tot 1 april 2024.

Francisca Bostyn nam tijdelijk zijn functie over. Bostyn werkte al bij Staatsveiligheid als directeur van de dienst internationale relaties. Ruim een jaar vervult ze dus al ‘tijdelijk’ de functie van administrateur-generaal.

De verwachting is dat pas na het mandaat van Jaak Raes er officieel een selectieprocedure start. Tot dan is hij officieel nog altijd de baas van de inlichtingendienst. Hoe dan ook is er in brede kringen een consensus dat Bostyn haar tijdelijke rol invult op een wijze die haar tot de meest geschikte kandidaat maakt.

OCAD

Paul Van Tighelt vertrok in oktober 2020 als directeur bij Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse (OCAD). Hij werd adjunct kabinetschef bij Minister van Justitie Vincent Van Quickenborne. Van Tighelt nam hiervoor ontslag bij het OCAD. Hij kan dus, bv. bij het einde van de regering, niet zondermeer terugkeren naar het OCAD. Hij behoudt wel zijn statuut van magistraat.

De leiding van het OCAD werd ad interim overgenomen door Gert Vercauteren, destijds de adjunct van Van Tighelt. Gert Vercauteren is tot op de dag van vandaag tijdelijk directeur. Zijn tijdelijke benoeming is geregeld bij Koninklijk Besluit, een KB dat op zijn beurt al eens verlengd werd.

Parket Halle Vilvoorde

Ine Van Wymersch was procureur des konings van het parket Halle Vilvoorde. Maar in februari van dit jaar werd ze benoemd als nationaal drugscommissaris. Vanaf dan wordt het parket Halle Vilvoorde ad interim geleid door Carol Vercarre.

In Halle Vilvoorde gaat het wel sneller. Op 5 mei verscheen in het Belgisch Staatsblad al een nieuwe vacature. De selectieprocedure loopt nog steeds. Volgens onze informatie heeft Carol Vercarre zich kandidaat gesteld. De kans is dus reëel dat in dit geval tijdelijk ook definitief wordt al is ze niet de enige kandidaat.

Een grote benoemingsgolf op komst

Tien jaar geleden werd de organisatie van hoven en rechtbanken grondig gereorganiseerd. Veel van de mandaten die toen werden ingevuld hadden een periode van 5 jaar die één keer kon verlengd worden. Vandaar de grote benoemingsgolf die ons te wachten staat voor begin 2024.

Het zijn niet de minste functies die opnieuw moeten ingevuld worden. Zo is er een vacature uitgeschreven voor o.a. de functie van eerste voorzitter van het Hof van Cassatie, procureur-generaal bij het Hof van Cassatie, eerste voorzitter van het hof van beroep te Brussel, voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen en Oost-Vlaanderen, voorzitter van de arbeidsrechtbank Antwerpen, voorzitter van de ondernemingsrechtbank Antwerpen, procureur-generaal bij het hof van beroep te Antwerpen en Brussel, federaal procureur en procureur des Konings bij het parket Limburg.

Ook het mandaat van de voorzitter van de Federale Overheidsdienst Justitie, Jean-Paul Janssens, loopt eind dit jaar af.

Die vacatures werden recent allemaal gepubliceerd. Het valt af te wachten wie de nieuwe topfuncties zal invullen.

Bron » VRT Nieuws | Dirk Leestmans

België heeft eindelijk werkwijze voor vrijgave geclassificeerde stukken

De Kamer heeft woensdag unaniem het licht op groen gezet voor een wetsvoorstel dat een procedure invoert voor de vrijgave van geclassificeerde stukken. België is een van de weinige landen in West-Europa die nog niet over een vaste werkwijze beschikken waardoor geclassificeerde stukken dat in principe voor altijd blijven.

Een wet van 1998 bepaalt dat informatie of gegevens in een classificatie kunnen worden ondergebracht, indien hun oneigenlijk gebruik bepaalde belangen kan schaden. Zoals de meeste landen kent België drie graden: vertrouwelijk, geheim en zeer geheim. De classificatie is gekoppeld aan een machtigingsregime en straffen.

Het ontbreekt echter aan een regeling om de classificatie na verloop van tijd op te heffen. Dat kan dat voor historisch onderzoek noodzakelijk zijn. Momenteel zijn er nog belangrijke gaten in de Belgische geschiedschrijving van periodes die al lang achter ons liggen, zoals, de ‘loden’ jaren 80, de Koude Oorlog, of ons koloniaal verleden.

De wettekst werd ingediend door Stefaan Van Hecke (Groen). Hij werd bijgeschaafd door een amendement van de meerderheid, dat rekening hield met vragen van de inlichtingendiensten. In een eerste versie was sprake van het automatisch vrijgeven na 20, 30 of 50 jaar, afhankelijk van de graad. De definitieve tekst voorziet in een evaluatiesysteem aan het einde van de termijnen en een mogelijkheid tot verlenging. In principe wordt ieder stuk voortaan na honderd jaar gedeclassificeerd.

Bron » Het Laatste Nieuws

Informanten Staats­veiligheid mogen misdrijven plegen

Geld storten aan een jihadi of deelnemen aan een verboden manifestatie: binnenkort zullen bronnen van de inlichtingendiensten de wet mogen overtreden om het vertrouwen van hun doelwit te behouden. De spionnen zelf zullen mogen infiltreren.

Wegens de toegenomen terreurdreiging van de voorbije jaren is in de wet de omschrijving van wat terrorisme is en vooral wat het betekent steun te geven aan terroristische groeperingen, fors uitgebreid. Allerlei hand- en spandiensten zijn expliciet strafbaar geworden. Voor de bronnen die de Staatsveiligheid en militaire inlichtingendienst Adiv in extremistische kringen hebben, is dat een probleem. Een bron moet nu vaak stoppen net op het moment dat ze belangrijke informatie naar boven zou kunnen halen. Zo is geld storten op de rekening van een potentiële terrorist om op die manier diens rekeningnummer te achterhalen bijvoorbeeld strafbaar.

Een hele reeks nieuwe regels voor de inlichtingendiensten maakt het voortaan mogelijk voor die bronnen om ‘bepaalde lichte strafbare feiten’ te begaan. Concrete voorbeelden van wat nu wel mag, zijn een voertuig uitlenen aan een doelwit, geld storten aan iemand die naar jihadistisch gebied is vertrokken, een valse nummerplaat gebruiken of betalen voor de toegang tot een website met propaganda. Het federaal parlement gaf vorige donderdag groen licht voor de nieuwe regels.

Aan de toelating om strafbare feiten te plegen zijn veel voorwaarden gekoppeld. Zo mag de bron het alleen doen om haar ‘informatiepositie’ veilig te stellen, wat betekent dat ze zo het contact met het doelwit kan behouden. Het mag ook als de eigen veiligheid of die van andere personen in gevaar zou komen als ze de feiten niet pleegt. Belangrijk is dat er geen geweld ­tegen personen mag worden ­gebruikt. Ook zaken als brandstichting zijn uit den boze. Deelnemen aan een verboden bijeenkomst kan wel, net zoals daar haatpropaganda verspreiden.

Expertise nodig

Er zijn verschillende vormen van controle. Vooraf zullen agenten van de inlichtingendiensten de ­fysieke, psychische en morele integriteit van bronnen nagaan. De ­beslissing voor een machtiging om een strafbaar feit te begaan, kan ­alleen worden genomen door de chef van de inlichtingendienst. De commissie van magistraten die nu controle uitoefent op de bijzondere inlichtingenmethodes, zal dat ook doen voor de feiten die bronnen plegen. De bron wordt geregistreerd in een register en moet een overeenkomst tekenen met daarin de voorwaarden voor de uitvoering van die strafbare feiten, en hoe daarover verslag wordt uitgebracht. Toezichthouder Comité I wordt hierover ook geïnformeerd.

Zodra de feiten zijn gepleegd, moet de bron dat melden. Als de ­inlichtingendienst twijfelt aan de betrouwbaarheid van de bron, dan kan die zelf het doelwit worden van een afluisteroperatie.

‘De nieuwe mogelijkheden zijn zeer goed, dit zijn belangrijke stappen om volwaardige inlichtingendiensten met offensieve capaciteiten te maken’, zegt Kenneth Lasoen, docent inlichtingen­studies (UAntwerpen) en fellow bij het Nederlandse Clingendael Instituut. ‘Nu is het belangrijk dat de diensten voldoende mensen hebben, met de nodige opleiding, om met dergelijke verantwoordelijkheden om te gaan. Als bronnen strafbare feiten mogen plegen, is het essentieel dat ze goed worden aangestuurd. Die expertise zullen ze nog verder moeten ontwikkelen. Bronnen de toelating geven om de wet te overtreden is altijd risky business. Als je een bron verkeerd inschat, kan het snel slecht aflopen wanneer die zich gelegitimeerd voelt door de Staatsveiligheid.’

Gaan sporten met de spion

Naast die nieuwe regels voor bronnen, zullen de agenten van de ­inlichtingendiensten zelf ook kunnen infiltreren bij doelwitten, ­zowel online als in de reële wereld. Dat kan van pas komen om contact te leggen met spionnen van buitenlandse inlichtingendiensten die hier onder een dekmantel actief zijn, zeker als die erg voorzichtig zijn met hun telefonische en elektronische communicatie.

‘Om informatie over de activiteiten, interesses of zwakke punten van de buitenlandse inlichtingenagent te verkrijgen, zal een agent van een Belgische inlichtingen- en veiligheidsdienst duurzaam met hem socializen op culturele evenementen of sportmanifestaties’, staat in het goedgekeurde wetsontwerp. ‘Daarvoor zal de Belgische inlichtingenagent een fictieve identiteit moeten gebruiken om zich in te schrijven in clubs of verenigingen, om betalingen in verband met die activiteiten te doen, om uitnodigingen te ontvangen en tot slot om in contact te treden met de buitenlandse inlichtingenagent.’

De infiltratie in gesloten online chatgroepen moet het mogelijk maken meer zicht te krijgen op terroristische groeperingen. ‘Om toegang te krijgen tot deze geheime kamers moeten onze veiligheidsdiensten het vertrouwen kunnen winnen van hun doelwitten’, verklaarde minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD). ‘Hier botsen ze vaak op de grenzen van wat wettelijk toegelaten is. We voorzien hiervoor in een aangepast kader, waardoor het ­bijvoorbeeld mogelijk wordt om extremistische of haatdragende taal te gebruiken.’

Militairen mogen cyberaanval plegen

Behalve de bijkomende ­bevoegdheden rond infiltratie, zal de militaire inlichtingendienst Adiv ook cyberaanvallen mogen uitvoeren, zij het in de uitzonderlijke ­omstandigheden van een ­‘nationale cyber security crisis’. In eerste instantie zal de Adiv de aanval die België te verduren krijgt, helpen neutraliseren en de ­daders ervan identificeren. Dan kan worden gereageerd met een eigen ­cyberaanval.

Bron » De Standaard

Forse investering moet Staatsveiligheid bijna verdubbelen

Over een jaar of drie moet de Staatsveiligheid bijna verdubbeld zijn in omvang. Daarnaast komen er extra investeringen in ICT. ‘Een historische stap’, vindt administrateur-generaal Jaak Raes.

De cijfers van budget en personeel bij de Staatsveiligheid zijn al jaren om rode kaken bij te krijgen, wanneer ze worden vergeleken met die van buitenlandse diensten. Vandaag werken er 583 mensen, het vaste jaarlijkse budget ligt tegenwoordig rond de zestig miljoen euro. Tot na de terroristische aanslagen in Brussel in 2016 zat dat rond de 45 miljoen. ‘De opruiming van zwerfvuil in Vlaanderen kost 61 miljoen euro. Twintig procent meer dan het budget van de Staatsveiligheid’, verklaarde administrateur-generaal Jaak Raes tijdens de parlementaire onderzoekscommissie naar die aanslagen.

Landen als Nederland, Denemarken, Zweden of Kroatië hebben ‘significant meer middelen’ ter beschikking, stelde de dienst vorig jaar nog vast. Regelmatig wordt er ook op gewezen dat Brussel na Washington D.C. de stad is met het meeste diplomatieke activiteit, wat onvermijdelijk ook spionage met zich meebrengt. De te kleine Staatsveiligheid is daar niet altijd tegen opgewassen.

Die spionage en inmenging bij diplomatie identificeert de Staatsveiligheid als één van de drie prioriteiten in haar strategisch plan voor de komende jaren. De twee andere zijn de strijd tegen terrorisme en extremisme, en de bescherming van het wetenschappelijk en economisch potentieel – zeg maar voorkomen dat er wordt gespioneerd bij bedrijven en universiteiten. Zeker dat laatste was jarenlang een ondergeschoven kind.

Om die dreigingen het hoofd te bieden, komt er een forse investering in de capaciteit van de inlichtingendienst. Tegen 2024, wanneer deze regeerperiode ten einde komt, moet het aantal medewerkers van 583 naar duizend zijn gestegen. De Staatsveiligheid mikt op zo’n 135 aanwervingen per jaar in plaats van één keer een grotere instroom. ‘Het duurt algauw twee jaar tot iemand is ingewerkt’, zegt Raes. ‘Nieuwe mensen krijgen hun opleiding van iemand die hier al actief is, en we kunnen hen niet allemaal ineens wegtrekken van hun dagelijkse werk.’

Boter bij de vis

Voor deze inhaalbeweging maakt minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD) ‘meerdere tientallen miljoenen euro’s per jaar’ vrij. Over de exacte investering op het budget worden voorlopig geen cijfers vrijgegeven.

‘Eindelijk komt er boter bij de vis’, zegt Van Quickenborne. ‘We investeren ook jaarlijks gemiddeld 7,5 miljoen euro extra voor ICT-toepassingen. Deze zomer komen de eerste nieuwe modules voor dataverwerking.’

Jaak Raes sprak bij de bekendmaking van de investeringen van een ‘historisch moment’, en dat is niet overdreven. Er is brede eensgezindheid over dat er jarenlang te weinig geld naar de dienst is gegaan. ‘Dit zal de Staatsveiligheid toelaten om met gelijke wapens te strijden’, zegt Raes. Het moet ook het internationaal profiel van de dienst verstevigen. Raes: ‘Je kunt niet verwachten dat partnerdiensten je overstelpen met informatie als ze niet zeker zijn dat het hier goed wordt verwerkt.’

Forse investering moet Staatsveiligheid bijna verdubbelen

Voor de nieuwe aanwervingen, die via Selor zullen verlopen, volstaat een universitair diploma. ‘Veel van onze analisten zijn bijvoorbeeld geschiedkundigen’, zegt Raes. ‘Voor bepaalde dossiers hebben we wel mensen met een specifieker profiel nodig, bijvoorbeeld beheersing van Berbertalen.’ 135 aanwervingen per jaar lijkt een haalbare kaart, maar zo zeker is het niet dat die vlot ingevuld geraken. De concurrentie van de privésector, die betere voorwaarden kan bieden, is hard, en verschillende veiligheidsdiensten vissen in dezelfde vijver.

Online infiltratie

Behalve de versterking op budgettair en personeelsvlak, worden er ook functies gecreëerd of versterkt. ‘In de strijd tegen terrorisme en extremisme zal het mogelijk worden voor “virtual agents” om online te infiltreren bij bepaalde groepen en misdrijven te plegen om het vertrouwen te winnen’, zegt Van Quickenborne. ‘De ministerraad heeft een wetsvoorstel daarover goedgekeurd op 29 mei, dat gaat nu naar de Raad van State. Die infiltraties gebeuren wel altijd met goedkeuring van de commissie Bijzondere Inlichtingenmethoden.’

De Staatsveiligheid zal ook twee verbindingsofficieren uitsturen, één in Washington en één bij Europol in Den Haag, om korter op de bal te spelen bij informatiewinning en -verspreiding. Als dat goed werkt, komen er op nog meer plaatsen. Voor de contacten met bedrijven, universiteiten en spin-offs zal de inlichtingendienst werken met ‘front officers’, een soort vertegenwoordigers van de Staatsveiligheid die hen moeten wijzen op de risico’s van spionage en hoe ze die kunnen voorkomen.

Bron » De Standaard