Flip Voets (74) overleden, de vader van de gerechtsjournalistiek in Vlaanderen

Oud-journalist Flip Voets is overleden. Dat laat zijn familie weten aan onze redactie. Voets was ongetwijfeld een van de belangrijkste journalisten van de voorbije decennia. Hij lag aan de basis van de aandacht voor de gerechtelijke journalistiek bij de toenmalige BRT. Als voormalig topman van de Raad voor de Journalistiek maakte hij zich zorgen over de recente evoluties in het vak. Flip Voets had al een tijd kanker en overleed vandaag op 74-jarige leeftijd.

Jurist Flip Voets kwam eind jaren 70 bij de radionieuwsdienst van de toenmalige BRT. Als gewezen advocaat was hij goed geplaatst om de geruchtmakende processen Jespers en Horion te volgen. Vanaf de eerste golf van aanslagen van de Bende van Nijvel in 1982 hield hij zich vooral bezig met misdaad en justitie. Dat was toen relatief nieuw op een redactie van de toenmalige BRT, de huidige VRT.

Toen in 1985 de Bende opnieuw toesloeg, in de Delhaize van Aalst, legde hij zich zo goed als exclusief toe op gerechtelijke verslaggeving, voor het radionieuws en het duidingsprogramma “Actueel”.

Zoals je dat hieronder kan zien en horen deed Voets dat altijd neutraal, rustig en sereen, met zijn karakteristieke, vrij diepe, vertrouwenwekkende stem. Voets was wars van spektakel en sensatie.

Bouhouche en Beijer

Het duurde niet lang voor Voets een enorme dossierkennis had over zowat alle bendes en schandalen in ons land. Ook het Heizeldrama, extreemrechtse organisaties als Westland New Post en de terreur van de communistische CCC behandelde hij, en de contacten van sommige corrupte rijkswachters en gevangenisdirecteurs met obscure detectives, wapensmokkelaars en gangsters.

Voets ploegde zich doorheen de netwerken van toen vertrouwde namen als Jean Bultot, Juan Mendez, Madani Bouhouche en Robert Beijer. Als autoriteit over die dossiers kwam hij ook in het tv-journaal en in het duidingsprogramma Panorama aan bod.

Daarnaast was Voets een kenner van het justitiebeleid. Hij volgde de ontwikkelingen in de strafwet, en de evoluties in het gevangeniswezen in de jaren 80. Zo legt Voets hieronder een hervorming uit:

Couleur Locale en consumentenzaken

Begin jaren 90 verliet Voets het dagelijkse nieuws om programma’s te maken die veel aandacht schonken aan de multiculturele samenleving en mensen in het zuiden, onder meer “Couleur locale” en “NV de wereld”. Hij was ook producer van het consumentenmagazine “Per slot van rekening”. Op de nieuwsdienst volgden Jan Van Delm en Leo Stoops hem op, en na de zaak-Dutroux ontstond er snel een volledige crimi-redactie.

Flip Voets had ook nog een leven na de omroep. Zo begon Voets les te geven over gerechtelijke verslaggeving aan een paar hogescholen. In 1998 werd hij eindredacteur van “De Juristenkrant” en integratie-ambtenaar van de stad Antwerpen. Als ombudsman van de Raad voor de Journalistiek bemiddelde hij bij conflicten tussen de media en burgers die zich onheus behandeld voelden.

Logisch dat hij, met zijn staat van dienst, in 2002 de eerste secretaris-generaal werd van de Raad Voor Journalistiek. Dat bleef hij tot in 2014, toen Pieter Knapen hem opvolgde.

Bezorgd over huidige journalistiek

Voets maakte zich ook zorgen over zijn vak, de journalistiek. “Het is een moeilijke tijd, we zitten in een overgang, de journalistiek vindt haar plaats niet in de digitale, technologische evolutie”, zo zei hij in een recent interview, dat gepubliceerd werd in de Gazet van Zurenborg, een lokale Antwerpse krant.

“Vroeger was de radio het snelste medium, maar we gaven slechts om het uur nieuws en sloten ’s nachts de tent”, blikte hij terug op zijn tijd bij de omroep. “Nu proberen ze om één minuut vóór de concurrentie te zijn, ten koste van de betrouwbaarheid.”

“Iedereen post informatie naar iedereen in de hele wereld, alles heeft dezelfde status, er is geen kwaliteitstoets. De kans op foute informatie en fake nieuws is groter dan ooit. Het is een moeilijke tijd voor journalisten om zich te onderscheiden van al die anderen”, zo stelde hij vast.

In Voets’ overlijdensbericht schrijft zijn familie dat “zijn aanpak zich kenmerkte door diplomatie, integriteit en een breed interesseveld”. Om te besluiten met deze mooie woorden: “Wie dichter bij hem stond, kende hem als een warme persoonlijkheid, betrokken en intelligent met een grote gevoeligheid voor maatschappelijke thema’s.”

Bron » VRT Nieuws

Onderzoek naar moord op Peter De Vleeschauwer na 28 jaar afgesloten zonder daders

Het gerechtelijk onderzoek naar de moord op rijkswachter Peter De Vleeschauwer in 1996 is afgesloten. Dat heeft de Gentse kamer van inbeschuldigingstelling (KI) donderdag beslist. “Natuurlijk zijn we ontgoocheld over het resultaat”, reageert broer Chris De Vleeschauwer. “Ze wilden de echte daders niet vinden.”

Peter De Vleeschauwer verdween op 14 november 1996 uit de rijkswachtkazerne van Sint-Niklaas. Zijn lichaam werd op 26 december teruggevonden aan de Schelde in Hamme. Hij was om het leven gebracht met een nekschot. Het gerechtelijke onderzoek leverde niets op. De nabestaanden van De Vleeschauwer – in de eerste plaats zijn broer Chris – hielden altijd vol dat de verantwoordelijken bij de toenmalige rijkswacht gezocht worden, maar dat spoor leverde niets op, net zomin als alle andere sporen die in de loop der jaren onderzocht werden.

In mei 2009 trok de Gentse kamer van inbeschuldigingstelling het onderzoek weg bij het parket van Dendermonde. De familie hoopte toen op een doorbraak, maar die kwam er niet.

De Gentse KI oordeelde donderdag dat het onderzoek afgesloten wordt. Alle sporen zijn doodgelopen. Als er belangrijke nieuwe informatie zou opduiken, kan er wel een nieuw opsporingsonderzoek gestart worden.

Geen doorbraak

In de maand die volgde op de vondst van het lichaam, kregen de rijkswacht en de politie meer dan 50 tips binnen en werden er 150 personen verhoord over de verdwijningszaak. Peters broer Chris De Vleeschauwer stelde zich burgerlijke partij. Dat deed hij omdat hij vond dat de speurders bepaalde sporen, die wezen naar de rijkswacht zelf, niet wilden volgen.

Raadsheer-onderzoeksrechter Henri Heimans zette een volledig nieuw team aan het werk en liet het al geleverde onderzoek herbekijken, maar ook dat leverde niets op. Heimans ging in 2015 met pensioen, waarna een andere raadsheer-onderzoeksrechter het dossier overnam, maar eveneens zonder doorbraak bleef.

Chris De Vleeschauwer vroeg dat het onderzoek naar de moord werd stopgezet en het dossier openbaar werd gemaakt om de fouten in het onderzoek duidelijk te maken, maar het gerecht ging daar niet op in. Hij schreef in 2015 het eerste deel van een fictiereeks over het dossier. Bij de voorstelling van het tweede deel, een jaar later, beweerde hij te weten wie zijn broer om het leven had gebracht, maar dat hij dat in een roman zou vertellen om niet beschuldigd te worden van schending van het onderzoeksgeheim.

“Hoop heb ik niet meer”

“Het onderzoek ligt eigenlijk sinds 2014 stil”, zegt Chris De Vleeschauwer na de beslissing van de Gentse KI. “We hebben ons daarom ook niet verzet tegen de afsluiting van het onderzoek, maar we zijn natuurlijk ontgoocheld. Het gerecht beschouwt het als een cold case en wil zich er niet meer in verdiepen, dus het had weinig zin om het te laten aanslepen.” De Vleeschauwer heeft een duidelijke mening over de zaak: “De echte daders wilden ze niet vinden. De betrokkenheid van het rijkswachtmilieu probeerden ze te verdoezelen.” Het systeem heeft volgens hem gefaald. “De mensen uit het criminele milieu die indertijd gearresteerd werden, hadden er niets mee te maken. Twee personen hebben drie maanden in voorhechtenis gezeten, tot men moest toegeven dat er onvoldoende aanwijzingen waren om hen vast te houden.’’

Walter Van Steenbrugge, de advocaat van Chris De Vleeschauwer, beraadt zich met zijn cliënt over verdere stappen. “Zolang de verjaringstermijn niet definitief verstreken is, kan het onderzoek nog altijd heropend worden.”

Bron » De Standaard

Blijft moord op rijkswachter Peter De Vleeschauwer uit 1996 voor altijd onopgelost? Onderzoek na 28 jaar afgesloten

Het onderzoek naar de moord op rijkswachter Peter De Vleeschauwer in 1996 zal vermoedelijk voor altijd onopgelost blijven. De Gentse Kamer van Inbeschuldigingstelling heeft beslist om het onderzoek af te sluiten. Een dader werd nooit gevonden.

Voor het begin van het verhaal moeten we terugkeren naar 14 november 1996. Eerste wachtmeester Peter De Vleeschauwer had eigenlijk dienst tot 21 uur, maar verdwijnt uit de kazerne van de rijkswacht van Sint-Niklaas. Alles wijst daar op een gevecht: zijn stoel ligt omver, en er is een kom soep gemorst. Volgens getuigen reed een BMW met gierende banden weg.

Het is voor de familie het begin van een lange onzekere periode. Meteen vreest ze het ergste. De 37-jarige De Vleeschauwer zou een gevoelig milieudelict op het spoor zijn, en had niet lang voor zijn verdwijning doodsbedreigingen ontvangen.

Na enkele dagen richten de vrouw en de broer van De Vleeschauwer zich in een videoboodschap naar de ontvoerders. “Zijn drie kinderen en zijn vrouw Ginda hebben hem nu al tien dagen niet gezien. Zijn kinderen en onze hele familie missen Peter. We vragen de ontvoerders of de personen die weten waar Peter is, om dringend contact op te nemen”, klinkt het.

Aan zijn familie zegt de toenmalige districtscommandant van de rijkswacht dat hij vertrokken is naar het buitenland. Hij kan er niet meer naast zitten: 6 weken na de ontvoering, op tweede Kerstdag, wordt zijn lichaam gevonden op de oever van de Schelde in Hamme.

Uit de autopsie komt naar voren dat hij de dag van zijn ontvoering nog afgemaakt is met een nekschot. Een koelbloedige afrekening.

Nooit een dader gevonden

Járenlang is er gezocht naar een dader (of daders). Er worden verschillende verdachten opgepakt, maar een voor een worden ze telkens ook vrijgelaten.

Het onderzoek zat eerst bij Dendermonde, maar op vraag van de familie verhuisde het dossier naar Gent. Daar werden onder meer tientallen mogelijke betrokkenen onderworpen aan een test met de leugendetector, en werd een misdaadanalyse gehouden. Ook daar kwam het niet tot een doorbraak, en in 2021 klonk het al dat het in een eindfase zat.

“Mijn hoop op een ontknoping in een deze zaak is al lang verdwenen”, vertelde broer Chris De Vleeschauwer enkele jaren geleden nog aan VRT NWS. In één adem deed hij wel nog een ultieme oproep naar getuigen.

Die hoop is nu nog wat kleiner geworden, want de Kamer van Inbeschuldigingstelling oordeelde dat het onderzoek afgesloten wordt en dat er dus geen onderzoeksdaden meer moeten volgen.

De Vleeschauwer oppert zelf wel al jaren om het onderzoek af te sluiten: “Bij mijn laatste inzage heb ik vastgesteld dat er sinds 2014 geen enkele onderzoeksopdracht meer werd uitgevoerd. Dan is het weinig zinvol dat het nog gevoerd wordt, het is beter dat het dossier dan afgesloten wordt. Nu is dat een signaal: het is een cold case, niemand is nog geïnteresseerd, dus we sluiten het af.”

Het gevoel dat achterblijft? “Wrang”. “We hebben ons niet verzet tegen de afsluiting van het onderzoek omdat het al jaren stil lag, maar we zijn natuurlijk ontgoocheld in het resultaat. De echte daders heeft men niet willen vinden en de betrokkenheid van het rijkswachtmilieu probeerde men te verdoezelen. Een echt onderzoek is er niet gevoerd.” Hij doelt daarmee op een interne afrekening, een piste waar hij al jaren van overtuigd is.

Wat als er nog nieuwe sporen opduiken?

Het gerechtelijk onderzoek is dan wel definitief afgesloten, maar als er nog belangrijke informatie opduikt kan er wel een nieuw opsporingsonderzoek gestart worden.”Het speelt ook geen rol. Wanneer er nieuwe elementen opduiken, kan het nog altijd worden heropgestart”, klinkt het bij De Vleeschauwer.

“Als er nog sporen naar boven komen, kan dat nog leiden tot een schuldigverklaring”, zegt ook Walter Van Steenbrugge, advocaat van de familie. “Vandaag valt er symbolisch een doek over de zaak, maar er is niks definitief.” Een kanttekening hierbij: juridisch gezien verjaart de zaak normaal gezien over twee jaar.

Bron » VRT Nieuws | Caroline Van den Berghe, Hanne Decré

Wanneer een (deel van een) tweeling een misdaad pleegt, hoe kan DNA-onderzoek in toekomst de juiste dader aanwijzen?

Wetenschappers van de KU Leuven willen een methode ontwikkelen waarmee ontdekt kan worden welk familielid een misdaad gepleegd heeft. Via het DNA van naaste verwanten kunnen daders al worden opgespoord, maar bij broers of mannelijke tweelingen is het nog vrij complex om te achterhalen wie van hen de dader is. Met de hulp van 100 tweelingen willen wetenschappers dat verschil duidelijker in kaart brengen.

Even een kleine opfrissing van de werking van DNA: een vrouw heeft twee X-chromosomen, terwijl een man een X- en een Y-chromosoom heeft. Dat Y-chromosoom wordt generaties lang bijna onveranderd doorgegeven van vader op zoon. Wanneer je dus het DNA van een man onder de microscoop legt, vind je ook sporen van zijn mannelijke verwanten.

Handig wanneer er DNA van een misdadiger onder de microscoop ligt, zou je denken. Want als je de dader niet kan vinden in de DNA-databank, kom je misschien toch al een stap dichterbij door een van zijn familieleden te vinden.

Maar daar heeft de DNA-wet uit 1999 lang een stokje voor gestoken. Die wet zegt dat er een identieke match nodig is tussen de verdachte en het DNA dat gevonden wordt tijdens een misdaad. Anders gezegd: het DNA moest je rechtstreeks naar de dader leiden.

Een jaar geleden is er dan toch een wetsontwerp goedgekeurd waardoor het mogelijk wordt om daders op te sporen via het DNA van naaste verwanten. Dat wetsontwerp kwam er mede dankzij het wetenschappelijk onderzoek van doctor in de forensische biomedische wetenschappen Sofie Claerhout (KU Leuven).

Zij gebruikte de onopgeloste moord op Ingrid Caeckaert om aan te tonen waarom een uitbreiding van de wetgeving nodig was voor zowel cold cases (onopgeloste moorden, red.) als toekomstig forensisch onderzoek.


Ingrid Caeckaert

Ingrid Caeckaert werd in 1991 met 62 messteken vermoord in de trappenhal van haar appartement in Knokke-Heist. Na 32 jaar blijft de moord onopgelost.

De dader liet een bebloede handafdruk achter op de deur van haar appartement. Er bestaat dus een DNA-staal van de dader. Het enige dat met het staal geconcludeerd kon worden, is dat het over een man gaat.

De dader zal, zelfs als ze hem ooit vinden, nooit meer berecht kunnen worden. Op 16 maart 2021 is de zaak namelijk verjaard.


Bij het DNA-staal gevonden bij de moord op Caeckaert werd nooit een exacte match gevonden in de DNA-databank. “Terwijl we door dat Y-DNA dat gevonden werd, relatief eenvoudig op zoek kunnen gaan naar dichte en verre familieleden van de onbekende dader.” Dat is dankzij het wetsontwerp van vorig jaar dus wel mogelijk.

Op dit moment doet Claerhout nog DNA-verwantschapsonderzoek om te weten te komen hoeveel generaties er tussen de verschillende Y-DNA’s zitten. Zo kan er op termijn bepaald worden wat het verschil in generatie is tussen de gedeeltelijke match en het oorspronkelijk Y-DNA.

Wat met dezelfde generatie?

Dat verschil tussen de generaties vinden is heel essentieel, anders wordt de foute persoon misschien beschuldigd van een daad die hij niet gepleegd heeft. Wanneer er geen generatieverschil is en er bijvoorbeeld een Y-DNA gevonden wordt van de broer van de dader, is het soms heel moeilijk om een onderscheid te maken, zo leren andere misdaden ons.

In Frankrijk bijvoorbeeld, moest een rechter twee personen veroordelen tot dezelfde gevangenisstraf. Het geweer waarmee drie mensen werden neergeschoten had het DNA van de dader. Probleem? Er kwamen twee verdachten in aanmerking: Mohamed en Djibril, een eeneiige tweeling. Eén van de twee had het geweer doen afgaan, maar beiden kregen een gevangenisstraf van 12 jaar opgelegd omdat er geen onderscheid in DNA gevonden kon worden.

In de Verenigde Staten heeft het 20 jaar geduurd vooraleer de juiste broer werd veroordeeld in een verkrachtingszaak. Ook hier toonde een DNA-spoor dat de dader een deel van een tweeling was, maar ze bleven naar elkaar met de vinger wijzen. Door vernieuwd onderzoek is er in 2019 toch een verschil gevonden in hun DNA.

In Nederland kwam er sneller duidelijkheid. De rechter moest daar te weten komen wie in 2019 een oudere vrouw verkracht had. Ook hier twee verdachten: een eeneiige tweeling. Twee jaar heeft het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) nodig gehad om in het gehele DNA van de broers – zo’n 3 miljard letters – een minimaal verschil te vinden.

Tweelingen van dichterbij bekijken

Maar het kan dus, een verschil vinden bij dichte verwanten. Het is nu alleen nog zoeken naar een speld in een hooiberg. Daar wil doctoraatstudent Heleen Coreelman onder leiding van Claerhout verandering in brengen. Hoe? Door 100 tweelingen te vragen hun DNA af te staan.

Door bij meerdere dichte verwanten hun Y-chromosoom te onderzoeken, zal er hopelijk sneller een verschil te vinden zijn tussen de 3 miljard tekens in het DNA. Ze zal in haar onderzoek vooral focussen op het Y-chromosoom, omdat net daar de verschillen zo klein zijn bij dichte verwanten.

Tot 20 maart kunnen tweelingen – en ook verre achterneven – zich melden op de website van CSY-verwantschapsonderzoek. Tegen eind oktober 2026 hoopt Coreelman resultaten voor te kunnen leggen. “Want het duurt wel een tijdje voordat we de profielen volledig in kaart hebben gebracht.”

Vingerafdrukken misschien niet zo uniek als gedacht, beweert nieuwe AI-tool

Men gelooft dat elke vingerafdruk op iemands hand volledig uniek is, maar dat wordt nu in twijfel getrokken door onderzoek van Columbia University. Een team van de Amerikaanse universiteit trainde een AI-tool om 60.000 vingerafdrukken te onderzoeken om te zien of het kon achterhalen welke van dezelfde persoon waren.

De onderzoekers beweren dat de technologie met 75 tot 90 procent nauwkeurigheid kan vaststellen of afdrukken van verschillende vingers van één persoon afkomstig zijn. “We weten niet zeker hoe de AI het doet,” gaf prof. Hod Lipson toe, een robotica-onderzoeker aan Columbia University die het onderzoek begeleidde.

Forensisch onderzoek

De onderzoekers denken dat de AI-tool de vingerafdrukken op een andere manier analyseerde dan traditionele methoden, door zich te richten op de oriëntatie van de ribbels in het midden van een vinger in plaats van op de manier waarop de individuele ribbels eindigen en splitsen.

“Het is duidelijk dat er geen gebruik wordt gemaakt van de traditionele markers die forensisch onderzoek al tientallen jaren gebruikt”, aldus prof. “Het lijkt erop dat het iets gebruikt zoals de kromming en de hoek van de wervelingen in het midden.” Prof. Lipson zei dat zowel hij als Gabe Guo, een student, verrast waren door het resultaat. “We waren erg sceptisch. We moesten controleren en dubbel controleren,” zei hij.

Graham Williams, hoogleraar forensische wetenschap aan de universiteit van Hull, zei dat het idee van unieke vingerafdrukken nooit vaststaat. “We weten eigenlijk niet of vingerafdrukken uniek zijn,” zei hij. “Het enige wat we kunnen zeggen is dat, voor zover wij weten, nog geen twee mensen dezelfde vingerafdrukken hebben laten zien.”

Plaats delict

De resultaten van het onderzoek van Columbia University kunnen invloed hebben op zowel biometrie – het gebruik van een bepaalde vinger om een apparaat te ontgrendelen of identificatie te verschaffen – als forensische wetenschap. Als er bijvoorbeeld een niet-geïdentificeerde duimafdruk wordt gevonden op plaats delict A en een niet-geïdentificeerde wijsvingerafdruk op plaats delict B, kunnen de twee op dit moment forensisch gezien niet met dezelfde persoon in verband worden gebracht – maar de AI-tool zou dit wel kunnen vaststellen.

Het team van Columbia University, dat geen van allen een forensische achtergrond heeft, gaf toe dat er meer onderzoek nodig was. AI-tools worden meestal getraind op enorme hoeveelheden gegevens en er zouden veel meer vingerafdrukken nodig zijn om deze technologie verder te ontwikkelen. Bovendien waren alle vingerafdrukken die gebruikt werden om het model te ontwikkelen complete afdrukken van goede kwaliteit, terwijl in de echte wereld vaak eerder gedeeltelijke of slechte afdrukken worden gevonden.

Geen bewijs in rechtszaken

“Ons hulpmiddel is niet goed genoeg voor het bepalen van bewijs in rechtszaken, maar het is goed voor het genereren van aanwijzingen in forensisch onderzoek,” beweerde de heer Guo. Maar Dr. Sarah Fieldhouse, universitair hoofddocent forensische wetenschap aan de Staffordshire University, zei dat ze in dit stadium niet dacht dat het onderzoek een “significante impact” zou hebben op het strafrechtelijk onderzoek.

Ze zei dat er vragen waren over de vraag of de markeringen waar de AI-tool zich op richtte hetzelfde bleven, afhankelijk van hoe de huid draaide toen het in contact kwam met het afdrukoppervlak, en ook of ze hetzelfde bleven in de loop van een mensenleven, zoals traditionele markeringen dat doen.

Maar dit kan lastig te beantwoorden zijn omdat de onderzoekers onzeker zijn over wat de AI precies doet, zoals het geval is met veel AI-gestuurde tools. Het onderzoek van Columbia University is getoetst door vakgenoten en wordt vrijdag gepubliceerd in het tijdschrift Science Advances.

Tweeling kan elkaars iPhone ontgrendelen

Maar een tweeling in Cheshire zou iedereen wel eens voor kunnen zijn. Hun oma Carol vertelde de ‘BBC’ dat haar twee kleinkinderen elkaars iPhone kunnen openen met hun eigen vingers. “Ze lieten het me zien op eerste kerstdag,” zei ze. “Ons werd verteld dat ze identiek waren toen ze geboren werden, maar ik kan het verschil tussen hen zien nu ze ouder zijn.” Ze beweerde dat haar kleinkinderen ook de gezichtsherkenning van de telefoons kunnen omzeilen.

Vingerafdrukken worden al voor de geboorte gevormd. Vorig jaar gepubliceerd onderzoek suggereerde dat het genetische proces erachter vergelijkbaar zou kunnen zijn met de manier waarop dieren zoals zebra’s en luipaarden hun markeringen krijgen: een theorie die voor het eerst werd voorgesteld door codebreker Alan Turing in de jaren 1950.

Bron » Het Laatste Nieuws