1

De Europese eenmaking was reeds in het interbellum een wijdverspreid thema dat werd aangehaald door denkers als Richard Coudenhove-Kalergi (1923), Trotski (1923), Aristide Briand (1929), Édouard Herriot (1931) en Arthur Salter (1933). In 1922 werd een eerste grote stap gezet via Coudenhove-Kalergi die Paneuropese Unie oprichtte. Het thema van een Verenigd Europa vond tevens zijn ingang in occulte ridderorden en sekten. Na WOII kwam het plan voor de Europese eenheidsconstructie in een stroomversnelling en werd het voorzien van de nodige sérieux, waarbij het concept aan de bevolking werd gepresenteerd als unieke manier om vrede op het continent na te streven en om economisch tegengewicht te kunnen bieden aan grootheden zoals de Verenigde Staten.

De ware redenen zijn te zoeken in reactionaire en anticommunistische sferen die niet altijd even democratisch zijn en gevormd worden door een alliantie van een ultrakatholieke, aristocratie uit de hoek van Opus dei met geostrategen uit de Verenigde Staten, die financieel een handje toestaken (ACUE). De beweging voor een Paneuropese Unie (PEU), opgericht in 1923 door de Oostenrijkse Graaf Richard Coudenhove-Kalergi, rivaliseerde met de European Movement (EM) en had een sterkere christelijke ondertoon. De PEU organiseerde het eerste Paneuropese Congres in 1926 te Wenen. De doelstelling van deze beweging was het streven naar een Rooms-katholiek ééngemaakt Europa, vrij van nihilisme en atheïsme.

Otto von Habsburg als Messias

Als het aan Opus dei had gelegen, was een Habsburger aan het hoofd komen te staan van een Verenigd Europa, als opvolger van de troon van het Heilige Roomse Rijk. De troonkandidaat die de voorkeur wegdroeg zou in eerste instantie Hugo de Bourbon-Parme geweest zijn, ook gekend als wapenhandelaar. Deze liet zich trouwens ontvallen: "L'Opus doit régner sur l'Europe entière. Je suis convaincu que c'est le seul moyen de sauver l'Europe". Na de scheidingszaak van Hugo de Bourbon, werd in 1964 dan maar aartshertog Otto von Habsburg naar voor geschoven, de troonpretendent van Oostenrijk-Hongarije die naast Coudenhove een hoofdrol speelde in de PEU.

Reeds in 1961 zou Franco voorgesteld hebben om, na zijn dood, Otto von Habsburg koning van Spanje te maken, wat deze laatste zou afgeslaan hebben. In hetzelfde jaar liet von Habsburg trouwens zijn aanspraak op de Oostenrijkse troom vallen, waarop hij in 1966 weer in Oostenrijk werd toegelaten. Eerder was hij vanuit zijn schuiloord in Washington na de oorlog in Frankrijk komen wonen, en sinds 1954 in het Duitse Poecking. Nostalgie naar het Heilige Roomse Rijk was hem alvast niet vreemd, zoals bleek uit volgend bericht aan het Europese Parlement uit 1989:

"The [European] Community is living largely by the heritage of the Holy Roman Empire, though the great majority of the people who live by it don't know by what heritage they live".

Was het de bedoeling dat katholieke netwerken, zoals het "Sauvez le guide"-netwerk, de paneuropese en opusiaanse stroming aanstuurden op het overnemen van nationale regeringen, om uiteindelijk te streven naar ultraconservatieve, sterke regeerders die dan geschaard moesten worden onder het algemene rechtmatige beleid van Otto von Habsburg? Deze laatste liet in de Zeitbühne (editie van april 1978) alvast blijken dat hij in "noodsituaties" (zoals terrorisme of nucleaire dreiging) voorkeur gaf aan het overhevelen van de politieke macht naar een sterk bestuur voor een periode van negen maanden, om bepaalde wetten op te heffen en drastische acties te ondernemen.

Structuren: CEDI, etc.

In 1948 zou Opus-leider Balaguer aan Otto von Habsburg en Alfredo Sanchez Bella opgedragen hebben om het European Center of Documentation and Information (CEDI) op te richten. Van 1952 tot 1957 was dit instituut formeel gevestigd in Madrid, en nadien in München. Het CEDI werd financieel gesteund door ondermeer Philippe de Weck (UBS) en verwierf politieke daadkracht dankzij de PEU.

Otto von Habsburg, staat niet alleen gekend als lid van Opus Dei maar ook van de Orde van Malta en de Mont Pelerin Society. Hij was verder patroon van de Augustan Society en "sovereign" van de Orde van het Gulden Vlies. Mogelijk behoorde hij tot de mysterieuze Orde van Zion (samen met Alain Poher en Giulio Andreotti). Paneuropa had tevens een belangrijke Belgische tak.

Impact op de EU

De vlag van de PEU diende als model voor de Europese vlag, die werd ontworpen op verzoek van de Raad van Europa. Het betreft een cirkel van twaalf gouden sterren op blauwe achtergrond, dewelke lijkt overeen te komen met de afbeelding van de Maagd met twaalfsterrige kroon, zoals die staat beschreven in de Apocalyps (12:1-12:8). Arsène Heitz, ontwerper van de vlag, heeft inderdaad verklaard geïnspireerd geweest te zijn door de hogervermelde passage uit de Apocalyps. De vlag werd trouwens in gebruik genomen op 8 december 1955, wat overeenkomt met het feest van de Onbevlekte Ontvangenis van de Maagd Maria.

Het kruis dat oorspronkelijk aanwezig was op de vlag van de PEU werd verwijderd na protest van socialisten en de Turken. Via de Duitse CSU zetelde von Habsburg vanaf 1979 in het Europees Parlement voor een periode van twintig jaar, waar hij probeerde de Europese lijnen te beïnvloeden. Hij heeft het met zowel paus Johannes-Paulus II als Benedikt XVI uitvoerig over de Europese integratie gehad. In zijn haat voor de orthodoxe aartsvijand Servië lijkt Otto von Habsburg dan weer geijverd te hebben voor het bombarderen van Belgrado in 1993. Ook onderhield hij nauwe banden met het Europese grootkapitaal.

Zo werd De Benedetti, hoofdaandeelhouder van ondermeer de Generale Maatschappij, gelauwerd door Otto von Habsburg omwille van de uitbouwing van de "eerste Paneuropese financiële holding". Via Rudolf Dumont du Voitel, hoofd van de audiovisuele divisie van de EEG, had de paneuropese beweging ook een greep op de media.

2

Over de Belgische tak

Begin jaren '60 slaagde PEU-leider Coudenhove erin om een aantal prominente Belgen mee aan boord te krijgen van zijn Paneuropese beweging, zoals PSC-senator Maurice Orban (algemene raad van de PUE), ex-premier Joseph Pholien (voorzitter PEU-commissie "Strcuture de l'Europe") en senaatsvorzitter Paul Struye die deel uitmaakten van het erecomité van het 9de Paneuropese congres in Nice (1960). Ook PSC-senator Pierre Nothomb was aanwezig op dit congres, waarna hij in november 1960 werd opgedragen om een nationaal PEU-comité voor België op te richten met Orban en Pholien.

Maurice Frère (Sofina, ex-gouverneur Nationale Bank) werd gecontacteerd voor de financiering maar deze beweerde dat Sofina te krap bij kas was. Nog in november 1960 werd Coudenhove benaderd door Florimond Damman, de rexistische oprichter van de PEN, die vervolgens de PEU in België van elan voorzag door een netwerk uit te bouwen rond Orban, Nothomb, Pholien, Jacques Pirenne (ex-secretaris Leopold III), ex-PSC-minister Pierre Wigny en de barones Agnès della Faille. De Belgische tak van de CEDI ontwikkelde zich in die periode rond Jack de Spirlet en Marcel de Roover. Eind 1961 werd ook de Ukkelse liberale minister Jacques Van Offelen in de beweging betrokken, net als de liberale dissident Paul Rohr.

1962: AENA

Florimond Damman's PEN ontwikkelde zich tot de AENA in 1962. Rohr onderhield intussen banden met rechtse journalisten zoals Raoul Crabbé (Phare-Dimanche), Jo Gérard (Europe-Magazine) en Jacques Dubois (Eurafrica). Op 10 januari 1963 organiseerde Damman in Brussel een "dîner Charlemagne" ter ere van Otto van Habsburg, waarbij Damman aanstuurt op een pro-gaullistische en toch atlantistische koers. Ook Gaston Eyskens en (via Nothomb) de "Association atlantique belge" (AAB) werden in de Belgische PEU-sferen opgenomen.

Andere Belgische namen uit de beweging waren Lahaye, Saintraint, Henry Wynants, Omer Van Audenhove, ex-minister Raymond Scheyven, ex-minister Jacques Van der Schueren. Rond 1964 ging Damman een alliantie aan met de elitaire "Europe Meeting Club" en de "Europe University Club" van Jean en Bernard de Marcken, die in contact getreden waren met Damman via Alain de Villegas, wiens broer Diego getrouwd was met Julienne, de zus van Damman. Vanaf 1965 werden, onder impuls van het Italiaanse PEU-kopstuk Vittorio Pons, ook linkse figuren opgenomen in de Paneuropese sfeer, zoals Leo Cappuyns (socialistische vice-gouverneur van Brabant) en Maurice Lambilliotte (ex-raadgever van Spaak en na WOII aan de slag in linkse kabinetten).

Tijdens het 10de "Congrès du Mouvement paneuropéen" in oktober 1966 te Wenen doken onder de Belgische deelnemers ook de namen op van ex-PSC-minister Arthur Gilson. In 1966 kwam het voorzitterschap van AENA in handen van Adelin van Ypersele de Strihou, vriend van prins Albert en directeur van Vanypeco.

1969: MAUE en AESP

In 1969 werd AENA herdoopt tot MAUE. In hetzelfde jaar werd ook de meer internationaal getinte AESP opgericht door Florimond Damman. De ledenlijst van MAUE omvatte ondermeer figuren uit de Ordre du Rouvre (Paul Vankerkhoven, Nicolas de Kerchove, Jacques Jonet en Vincent van den Bosch), Benoît de Bonvoisin, Robert Close, M. Nieuwenhuys, Joseph de Foy, Aldo Mungo, Luc Beyer de Ryke, Joseph Basile, Albert Dupuis, Georges Henrard, Jean-Paul Preumont, Robert Remy, Emmanuel Sacre, Philibert de Liedekerke en Daniel van Steenberghe.

De Belgische leden van het AESP waren (bovenop een aantal van de reeds genoemde MAUE-leden):

  • Paul Vanden Boeynants

  • Bernard Mercier

  • Walter Kunnen

  • Auguste Bekaert

  • mevr. R. Bauduin

  • mevr. Marcel Masson

  • Mark Dirven

  • Jacques de Limelette

  • père Valentin Nelissen- Paul Peeters

  • Marcel Zimmer

  • Fernand Mairlot

  • Paul Teichmann

  • Pierre de Gaiffier d'Hestroy

  • Marc Jottard

  • Léopold Lambert

  • Georges Henrard

  • Robert Marique

  • Gaston Eyskens

  • waarschijnlijk Jean Gol (die op de listings stond van Damman en die zijn "patronage" verleende aan AESP)

Een aantal belgische AESP-leden hadden een duidelijk militair profiel: Jean-Victor Marique, Georges de Lovinfosse, Georges Vivario en Jean-Francis Biot (kolonel, ex-SHAPE). Behalve Belgen waren er nog een aantal buitenlanders die in België gevestigd waren, zoals het Duitse AESP-lid Rudolf Dumont du Voitel (EEG), hongaarse belg Erno Töttösy, de pool Stanislaw Merlo en Roberto Jacobo (Spaanse ambassade en Franco's geheime diensten).

3

Hoe aandoenlijk, de Orde van Malta heeft zich als Koude Oorlog-souvenir een stuk van de Muur toegeëigend? Om zich van tijd tot tijd nog eens op de borst te kloppen om hun overwinning op het communisme te vieren. Dat die ondermeer moest passeren via de schandelijke intereventies in Afghanistan, daar heeft men het niet meer over, behalve dan dat we de fall out elke dag in het gezicht staren (Al Qaida, Al Nusra, IS, ...).

Een groep anonieme studenten heeft de populaire John Lennon-graffitimuur in Praag, een symbool van westerse cultuur onder een voormalige communistisch regime, overschilderd.Waar tot gisteren kleurrijke graffiti en vredestekens prijkten, stond dinsdag nog enkel in grote letters ‘Wall is over’. Een groep van anonieme studenten liet weten dat ze de muur op de 25ste verjaardag van de Fluwelen Revolutie wit heeft geschilderd als teken van herdenking en om plaats te maken voor nieuwe berichten van de huidige generatie.

Niet iedereen vindt de actie geslaagd. Een woordvoerster van de wijk toonde zich geschokt en veroordeelde het ‘omgekeerde vandalisme’. De eigenaar van de muur, de Orde van Malta, schakelde de politie in. Voor de val van het regime in 1989 was de protestgraffiti op de muur een doorn in het oog van de communistische autoriteiten die de muur geregeld met groene of grijze verf overschilderden. Ook voor de dood van John Lennon in 1980 stond de muur al vol met anticommunistische slogans, liefdesberichten en hippieschilderingen.

Na de revolutie groeide de muur uit tot een symbool voor het einde van het communisme. Toeristen namen foto’s en voegden vaak eigen berichten toe. Intussen hebben voorbijgangers al nieuwe berichten geschreven op de overschilderde muur.

Bron » De Standaard