Genval

De overval op het Delhaize-warenhuis van Genval

  • Wanneer? 11 Februari 1983
  • Waar? Place Albert Ier 13 in Genval
  • Wie? Vier daders

Verloop van de feiten

Rond 18u40 merkt een gerante van een winkel die deel uitmaakt van het Delhaize-complex voor haar winkel een wagen op waarvan de lichten zijn blijven branden. Een twintigtal minuten later verlaat ze haar winkel nadat ze deze gesloten heeft. Ze bevindt zich nu recht tegenover het voertuig.

Onmiddellijk stapt iemand uit en begint haar te volgen. Ze vertraagt haar tempo om daarna om te draaien en terug te keren. De persoon blijft haar echter volgen.

Ze passeert het restaurant “L’Echalotte” (later een DI-winkel). Wanneer ze aan de hoek van het gebouw komt, vertraagt ze en keert ze opnieuw om zodat de onbekende persoon haar kan passeren. Dat doe de man niet, hij vertraagt eveneens zijn tempo.

Ze gaat binnen in het Delhaize-warenhuis, nog steeds gevolgd door de onbekende man. Volgens de vrouw droeg de man een valse neus en een bril. Ze heeft geen andere gangsters opgemerkt.

In het warenhuis gaat ze naar het bureau, gelegen op de eerste verdieping. De man blijft haar volgen en op een bepaald moment duwt de man een wapen in haar rug en geeft haar het bevel om sneller te wandelen. In het bureau bevinden zich op dat moment twee personen die het geld van de kassa’s aan het tellen zijn.

De man met het wapen roept: “c’est un hold-up”. Hij eist het geld van de bedienden. Eén van hen antwoordt: “L’argent est sur le table. Servez-vous.” De gangsters antwoordt: “Non. Pas ça. La clé du coffre.”

Daarop opent één van de bedienden de koffer en krijgt daarna het bevel om op de grond te gaan liggen. De man schiet één keer naar een computer die op een tafel staat en één keer in de lucht. Hij trekt ook de telefoonkabels uit. Een tweede gangster steekt het geld in een grijze plastiek zak. Terwijl deze gebeurtenissen zich afspelen in het bureau ziet de kassierster van kassa 3 een man met een riot gun.

Op het moment dat de overval begon, bevond de gerant van het Delhaize-warenhuis zich achteraan in de winkel, bij de slagerij. Wanneer hij zich omdraait om te kijken wat er aan de ingang gebeurt, hoort hij iemand zeggen: “C’est à votre tour …”. Hij ziet een grote, gemaskerde man met een wapen dat hij op hem richt. Hij zegt tegen de gangster dat hij de sleutel van de brandkast heeft en vraagt of hij deze naar het bureau mag brengen. De gangster zegt dat dit mag.

De gerant begeeft zich naar het bureau maar één van de twee gangsters in het bureau zegt: “Fou le camp …” (“Loop weg”). De gerant volgt dit bevel op en keert terug naar de winkel. De gangster die in de winkel is, is verbaasd om de gerant zo snel terug te zien. Hij geeft hem het bevel om ter hoogte van kassa 1 op de grond te gaan liggen.

Van waar hij ligt, ziet de gerant de twee mannen naar beneden komen. Hij ziet hoe één van die twee mannen een schot in het plafond vuurt. De derde man, die beneden de wacht hield, laat een cartouche vallen. Hij raapt die op en volgt zijn twee medeplichtigen.

Jacques Culot is op dat moment op de parking van het warenhuis. Hij zit in zijn wagen, een Audi 100, die geparkeerd staat aan het restaurant “L’Echalotte”. Nadat hij zijn inkopen heeft gedaan, neemt hij plaats aan het stuur van zijn wagen en in zijn achteruitkijkspiegel ziet hij drie mannen wandelen.

Eén van de drie mannen is groot en heeft een geweer van groot kaliber. De drie gangsters begeven zich op de parking in de richting van een Peugeot 504 die daar op hen wacht. De grootste van de drie, die bevelen lijkt te geven, legt de plastieken zak met het geld in de wagen. Langzaam rijdt Jacques Culot weg langs het restaurant.

Op een bepaald moment merkt hij dat een van de gangsters een pistool op mensen richtte. Hij had het wapen met beide handen vast en zijn benen waren wijd gespreid. Daarna richtte de gangster het pistool op hem, richtte het op de andere mensen en richtte het daarna weer op hem.

Jacques Culot stopt zijn auto ter hoogte van het tankstation en legt zich neer achter zijn zetel. Hij hoort direct daarna verschillende kogels zijn auto raken. Hij ziet daarna hoe de schutter plaatst neemt in de Peugeot. Een auto van het merk VW Polo raakt ook beschadigd door twee kogels van het kaliber 9mm.

Het Delhaize-warenhuis van Genval.
Het Delhaize-warenhuis van Genval.

Daders

In het warenhuis waren er drie personen, twee van hen droegen een masker. Deze maskers waren van het type “grote neus en bril, lachend en dikke wangen”. Van de vierde dader, de chauffeur van de Peugeot, is geen persoonsbeschrijving.

Dader 1

  • 1m85 groot
  • Drager van een bruine, groene of donkergrijze bivakmuts, type motorrijder.

Dader 2

  • Kleiner dan de eerste dader
  • Zwart gekruld haar
  • Drager van een masker.

Dader 3

  • 1m85 groot
  • Sterk gebouwd
  • Krullend haar
  • Lichtbruine huidskleur
  • Ongeveer 40 jaar
  • Drager van een masker.

Wapens

De daders waren gewapend met minstens drie wapens:

  • Riot gun, kaliber 12. Dit wapen werd niet gebruikt maar werd opgemerkt door verschillende getuigen.
  • Revolver, kaliber .38 of 357 Magnum
  • Revolver of pistool, kaliber 9mm

Wagen

De gangsters reden met een Peugeot 504 in een donkere of zwarte kleur met de nummerplaat B 785 P of BSV 285. Het is waarschijnlijk de blauwe Peugeot 504 met nummerplaat D 705 F, die op 28 januari 1983 in Watermaal-Bosvoorde werd gestolen.

Buit

De buit bedraagt 692.384 frank.