Wat de wetenschap voor het Bende-dossier kan betekenen

Pieter Leloup is criminoloog aan de Universiteit Gent en de Vrije Universiteit Brussel. Hij hoopt dat het weer mogelijk wordt nieuwe onderzoeksmethodes aan te wenden voor de zaak van de Bende van Nijvel.

Met de recent doorgevoerde wetswijziging rond de afschaffing van de verjaringstermijn bij moordzaken ‘met grote maatschappelijke impact’, kwam het onderzoek naar de bloedige overvallen van de Bende van Nijvel de voorbije maanden opnieuw in het nieuws. Ondertussen kwam het bericht dat het federaal parket het onderzoek naar de Bende afsluit. Dit doet sommigen vrezen dat de hoop op opheldering van het bijna 40 jaar oude dossier verder is afgenomen.

Het nieuws wordt niet enkel op gemengde gevoelens onthaald bij nabestaanden en slachtoffers van de overvallen, maar ook oud-Bende-speurder Eddy Vos (DM 13/2) en journalist Douglas De Coninck (DM 28/6) uitten hieromtrent al hun bezorgdheden. Ze menen dat met het afschaffen van de verjaringstermijn de ooit gehoopte wetenschappelijke benadering van het Bende-dossier onmogelijk wordt gemaakt. Op dat laatste punt zouden ze weleens gelijk kunnen krijgen. Het is over die wetenschappelijke inbreng dat ik enkele gedachten naar voren wil schuiven.

Vier miljoen pagina’s

De wetswijziging belet inderdaad dat een gespecialiseerd team van wetenschappers via de nieuwste digitale methoden het Bende-dossier ooit aan een optimale analyse kan onderwerpen. Het betrekken van academici bij het (succesvol) uitspitten van moeilijke dossiers en moordzaken is voor België nochtans niet nieuw. De voorbije decennia voerden historici met inhoudelijke en archivalische expertise in opdracht van het parlement reeds diepgaand onderzoek naar de moord op Patrice Lumumba en deze op Julien Lahaut. In beide gevallen leidde hun engagement tot belangrijke nieuwe inzichten over opdrachtgevers en betrokkenen.

Zonder te beweren dat in het Bende-onderzoek een team van wetenschappers zomaar dé oplossing zal vinden, kunnen ze wel methodologisch een belangrijke bijdrage leveren. Volgens ingewijden telt het Bende-dossier ondertussen ergens tussen de drie en vier miljoen pagina’s, voor zover iemand daar nog zicht op heeft. Ondanks de deskundigheid van de betrokken speurders is het niet onlogisch dat een dossier van deze complexiteit en omvang niet langer via uitsluitend traditionele (ballistiek en vingerafdrukken) en moderne (DNA-stalen) onderzoeks- en opsporingsmethoden kan worden gelezen, geanalyseerd en geëvalueerd.

De snelle digitale en technologische evoluties die we de voorbije jaren met betrekking tot de analyse van omvangrijke datasets mochten aanschouwen, roepen de vraag op hoe deze technieken wetenschappelijk voor deze zaak kunnen worden aangewend. Het gaat dan over bijvoorbeeld text mining, machine learning en andere AI-toepassingen die er optimaal in slagen complexe en grote hoeveelheden data naar menselijke normen uiterst snel te verwerken en de analysemogelijkheden uit te breiden.

Cold cases

In het domein van cold cases zijn daar internationaal steeds meer voorbeelden van terug te vinden. In Nederland zet de politie sinds 2018 digitale en computergestuurde methoden in voor de analyse van ongeveer 1.500 onopgeloste dossiers, waaronder een duizendtal moorden. Het doel is om uiteindelijk 25 miljoen pagina’s te digitaliseren, een omvang die de menselijke denkcapaciteit ruimschoots overstijgt. Het automatiseren van deze forensische screening biedt de Nederlandse rechercheurs ondersteuning in de selectie van dossiers en het ontdekken van eerder gemiste sporen en patronen.

Laat dergelijke innovatieve analysemethoden nu net ook behoren tot het arsenaal waarop historici, criminologen en computerwetenschappers sinds het begin van de 21ste eeuw in toenemende mate een beroep doen.

Innovatieve analyses bij omvangrijk gedigitaliseerd (archief)materiaal of zogenaamde historische big data kennen vele toepassingen. De inzet van deze methoden is niet zonder valkuilen, zoals een gebrekkige transparantie of de aanwezigheid van een bias in het AI-model, maar zijn wel in staat om datasets te analyseren die het menselijke begrip overstijgen. Voordelen zijn dat ze snel sporen, verbanden en patronen ontdekken die eerder zijn gemist, zeker wanneer naast het Bende-dossier andere zaken uit die periode worden gedigitaliseerd. Dit maakt een vergelijking tussen dossiers mogelijk.

In het forensisch onderzoek blijft een combinatie van klassieke en nieuwe methoden cruciaal. Het gebruik van uitsluitend innovatieve digitale en technologische technieken zal niet dé mirakeloplossing zijn, maar het kan wel een aanzet zijn om op een andere wijze het Bende-dossier te onderzoeken. Voor de toekomst lijkt nu de vrees te groeien dat ook deze piste is afgesloten. Hopelijk niet onherroepelijk.

Bron » De Morgen | Pieter Leloup

Na stopzetting Bende van Nijvel-onderzoek: ‘Laat historici het dossier opnieuw tegen het licht houden’

De overheid moet een taskforce van historici en criminologen samenstellen om het dossier over de Bende van Nijvel te onderzoeken. Dat zegt historicus Emmanuel Gerard (72), die eerder al de moorden op Julien Lahaut en Patrice Lumumba hielp oplossen.

Einde juni kondigde het federaal parket aan dat het onderzoek naar de Bende van Nijvel wordt stopgezet. Bij de bendeterreur tussen 1982 en 1985 vielen 28 doden en 40 gewonden. Hoe moet het nu verder? Knack vroeg het aan historicus Emmanuel Gerard, emeritus hoogleraar aan de KU Leuven.

Gerard schreef in 2000 nog mee aan het eindrapport van de parlementaire onderzoekscommissie naar de Belgische betrokkenheid bij de moord op de afgezette Congolese premier Patrice Lumumba in 1961. Later leidde hij ook het historisch onderzoek, in opdracht van de Senaat, naar de moord op Julien Lahaut in 1950, de voorzitter van de Kommunistische Partij.

Wat vindt u van de beslissing van het federaal parket om het Bende-onderzoek stop te zetten?

Emmanuel Gerard: Die beslissing is op zijn minst merkwaardig, gelet op de mogelijkheid die is gecreëerd om misdaden van de zogenoemde Bende van Nijvel niet te laten verjaren.

Voor de verkiezingen keurde het parlement daarover een wetswijziging goed op initiatief van minister van Justitie Paul Van Tigchelt (Open VLD), waardoor moorden met een grote maatschappelijke impact niet meer kunnen verjaren.

Gerard: Als men de niet-verjaring accepteert wegens de geweldige maatschappelijke impact van bepaalde misdaden, dan is het op zijn minst vreemd dat men nu zegt dat het onderzoek daarnaar stopt.

Wat betekent zo’n niet-verjaring precies?

Gerard: Dat de misdaad nog bestraft kan worden zodra er nieuwe elementen opduiken. Natuurlijk willen wij allemaal dat de misdadigers bestraft worden, maar dat is ondertussen wel zeer illusoir geworden.

Advocaat Jef Vermassen, verdediger van een van de slachtoffers, waarschuwt dat bij niet-verjaring ook het geheim van het onderzoek voor eeuwig en altijd blijft gelden.

Gerard: Ik durf dat niet met zo veel stelligheid te zeggen. Maar als hij gelijk heeft, vind ik dat problematisch.

Wordt historisch onderzoek naar de Bende van Nijvel dan onmogelijk?

Gerard: Historisch onderzoek is altijd mogelijk, er is niemand die dat belet. Er zijn trouwens al ontzettend veel boeken verschenen over de Bende van Nijvel. Dat is niet het punt. Maar wetenschappers zouden de nodige machtigingen moeten krijgen om zich over de zaak te buigen en zouden toegang moeten krijgen tot bepaalde documentatie – op zijn minst tot het gerechtelijk dossier.

Hoe ziet u dat dan concreet?

Gerard: Ik vind dat de overheid het initiatief moet nemen voor een taskforce van historici en criminologen om het Bende-dossier opnieuw te onderzoeken. Een andere blik op het dossier kan erin bestaan dat men informatie uit het gerechtelijk dossier koppelt aan andere bronnen die normaal niet in het vizier van de speurders komen. Zo zijn we in de zaak-Lahaut de collusie tussen privénetwerken en politiediensten op het spoor gekomen. Maar blijkbaar heeft het gerechtelijk onderzoek zijn limieten bereikt. Misschien zijn er nu wel andere mogelijkheden om bepaalde aspecten uit het dossier toch op te helderen.

Welke andere bronnen zouden een nieuw licht kunnen werpen op de zaak?

Gerard: Ik wil daar niet te expliciet over zijn. Dat heeft niet veel zin als je die bronnen nog te pakken wilt krijgen.

Het archief van de toenmalige Rijkswacht?

Gerard: Bijvoorbeeld. Ik denk aan bronnen die de modus operandi van de Rijkswacht tonen, maar niet specifiek in het gerechtelijk dossier zitten. Bronnen bijvoorbeeld over communicaties tussen rijkswachteenheden en commando’s, of over contacten tussen de rijkswacht en andere instanties. Ik denk dat ook met de archieven van onze inlichtingendiensten iets aan te vangen valt. In dat van de Staatsveiligheid heb ik al heel wat onderzoek verricht in het verleden.

Wat kunnen we uit de zaak-Lumumba leren voor het Bende-dossier?

Gerard: Daar was het bijzonder interessant om archieven van diverse echelons van de besluitvorming in te kunnen kijken, zaken die je meestal niet kunt koppelen. Speurders in een gerechtelijk onderzoek kunnen niet zomaar bij iedereen aankloppen, er moet op zijn minst een verdenking berusten op de persoon. Wetenschappelijk onderzoek kan heel wat andere vragen stellen.

Over de Bende van Nijvel bestaan er tal van denksporen en hypotheses, van banditisme tot de strategie van de spanning. Welke vindt u het meest plausibel?

Gerard: Daarover spreek ik me niet uit. Het is belangrijk dat wetenschappers een openheid van geest bewaren en niet een bepaalde tunnelvisie volgen. Ik denk dat men alle mogelijke hypotheses nog eens rustig moet kunnen bekijken.

Kan kunstmatige intelligentie helpen om met een nieuwe blik naar de documenten van het gerechtelijk onderzoek te kijken?

Gerard: Ongetwijfeld kan AI een rol spelen in het ontleden van het strafdossier. Maar het onderzoek waar ik voor pleit, moet dat strafdossier ook overstijgen. Er moeten ook andere bronnen aangeboord worden.

Sinds 2018 heeft het federaal parket al 593 DNA-stalen genomen, 2748 vingerafdrukken vergeleken en 1815 tips onderzocht.

Gerard: Dat is indrukwekkend. Maar het heeft niets opgeleverd. En dus is het tijd om het over een andere boeg te gooien. Voor alle duidelijkheid: het gaat hier niet om de arrogantie van ‘wij historici gaan dat hier eventjes oplossen’. Maar ik vind dat de overheid hier bijkomende inspanningen moet doen, want het Bende-dossier is de ultieme blaam voor de Belgische rechtsstaat.

Hebt u ooit de optie van zo’n wetenschappelijke taskforce met beleidsmakers besproken?

Gerard: Toen het Bende-dossier in 2017 in een stroomversnelling leek te komen door de zaak-Bonkoffsky (een man die op zijn sterfbed beweerde lid te zijn geweest van de Bende, nvdr), zijn daar inderdaad gesprekken over gevoerd met politici, onder meer met toenmalig justitieminister Koen Geens (CD&V). En daarvoor, in 2015, waren ook al eens leden van de toenmalige dunbemande onderzoekscel mij en collega Rudi Van Doorslaer komen opzoeken.

U hebt de werking van de Belgische democratie grondig onderzocht. Als u met die kennis naar het Bende-dossier kijkt, wat komt dan bovendrijven?

Gerard: Het gerechtelijk onderzoek is duidelijk gemanipuleerd. Niet de afgelopen jaren, hè. Het federaal parket heeft effectief een inspanning gedaan. Maar in de eerste jaren van het onderzoek zijn er zaken gebeurd die je niet anders kunt begrijpen. Een reeks misdaden die zo veel mensen het leven heeft gekost en die men dan niet kan oplossen, terwijl er zo veel getuigenissen en materiële aanwijzingen zijn…

Sommigen stellen dat de niet-verjaring van het dossier gecombineerd met het stopzetten van het onderzoek neerkomt op een heuse doofpotoperatie.

Gerard: Ik denk niet dat men vandaag een doofpot wil organiseren. Maar het resultaat is natuurlijk dat dit dossier compleet ondergesneeuwd zal raken en men misschien nooit een antwoord zal vinden op de vraag wat er is gebeurd. Daarom zou er beter toch nog een toelating komen om op de een of andere manier ernstig wetenschappelijk onderzoek te doen naar het Bende-dossier.

Bron » Knack | Kristof Clerix

Mark (70) overleefde overval Bende van Nijvel – Ze zaten te dicht bij de waarheid

Na 1.815 onderzochte tips, 593 DNA-sporen en 2.748 vingerafdrukken wordt het onderzoek naar de Bende van Nijvel begraven. En dat zint Overijsenaar Mark Ghekiere (70) niet. Hij overleefde de overval op het Delhaize-warenhuis in de druivengemeente omdat één van de daders volgens hem een jeugdvriend was.

Het mag dan wel al bijna veertig jaar geleden zijn, toch spoken de beelden nog regelmatig door mijn hoofd. Aan het woord is de nu 70-jarige Mark Ghekiere, die op 27 september 1985 als bij wonder de overval van de Bende van Nijvel op het Delhaize-warenhuis in Overijse overleefde. Hij was er die avond samen met vier vrienden verkiezingsaffiches van wijlen Jean-Luc Dehaene aan het ophangen toen plots gangsters opdoken.

Mijn kameraad Luc Bennekens stond bovenaan de ladder, terwijl ik hem de affiches aangaf, blikt Mark Ghekiere 39 jaar terug in de tijd. Eén van de gewapende mannen liep onze richting uit en schreeuwde in het Frans dat Luc naar beneden moest komen. Aanvankelijk dachten we dat het om een carnavalsmop ging, maar toen we zagen dat een tiener doodgeschoten werd, wisten we dat het echte gangsters waren. Seconden later werd Luc als levend schild de winkel ingesleurd.

Jeugdvereniging

Mark en zijn drie andere vrienden verscholen zich achter een nabijgelegen carwash en komen pas terug tevoorschijn als ze de daders in een zwarte Golf met open koffer weg zien stuiven. Wat verderop zagen ze Luc Bennekens dood liggen.

Dat Luc en niet hij een slachtoffer van de Bende van Nijvel werd, is volgens Mark logisch te verklaren. De gewapende man die op ons kwam afgestormd, kende me, klinkt het. Ik vermoed dat het iemand was met wie ik in een jeugdvereniging actief was. En dat verklaart waarom ik twijfel in zijn ogen zag toen hij me aankeek. Mogelijk herkende hij me en wilde hij me sparen. Daarom riep hij Luc naar beneden, terwijl ik onderaan de ladder stond en hij mij dus veel gemakkelijker als menselijk schild had kunnen gebruiken.

Wie de man is, wil Mark Ghekiere niet kwijt omdat hij geen bewijzen heeft. Maar de speurders kennen de naam wel. Of het ooit onderzocht werd? Ik weet het niet. En het ziet ernaar uit dat we het nooit zullen weten nu men beslist heeft om het onderzoek te begraven.

Een beslissing die Mark niet begrijpt. Ik heb er maar één verklaring voor: ze zitten te dicht bij de waarheid en alles moet in de doofpot blijven steken. Als slachtoffer, al word ik in dit onderzoek zo niet beschouwd, is het jammer dat ik nooit zal weten wie er achter deze vreselijke daden zat. Langs de andere kant: wat als we het wel zouden weten? Zouden de daders dan nog gestraft kunnen worden? Zijn ze nog in leven?

En dus zal de Overijsenaar vermoedelijk de rest van zijn leven met de onbeantwoorde vraag of de dader hem kende, blijven zitten. Nochtans had men het met DNA-onderzoek te weten kunnen komen. Maar de vraag is of men het ooit willen onderzoeken heeft.

Been kwijt

In 1985 overleefde Mark als bij wonder de overval en drie jaar geleden kroop hij opnieuw door het oog van de naald. In de Bollenstraat in Terlanen – een gehucht van Overijse – werd hij op zijn Vespa aangereden door een wagen.

De kroongetuige van de Bende van Nijvel werd in kritieke toestand afgevoerd naar het ziekenhuis. Er werd eerst gedacht aan een aanslag, maar dat bleek uiteindelijk toch niet het geval. Sinds dat ongeval zit ik in een rolstoel, want ik ben een been kwijt, besluit Mark.

Bron » Het Laatste Nieuws | Robby Dierickx

De wet over moordzaken ‘met grote maatschappelijke impact’ is onbedoeld voordelig voor de Bende van Nijvel zelf

Douglas De Coninck is journalist. Hij stelt dat een toekomstige regering de verjaringswet moet terugdraaien.

Minder dan drie maanden geleden, net voor de verkiezingen, keurde het federale parlement met niets dan goede bedoelingen een wetswijziging rond de verjaring in moordzaken goed. Nadat verjaring eerder was opgeheven in zaken rond misdaden tegen de menselijkheid en genocide geldt dat nu ook voor moordzaken “met een grote maatschappelijke impact”. Zo staat het er.

De wet is overduidelijk geschreven op maat van de Bende van Nijvel. Ze werd in de voorbereidende parlementaire debatten ook luid en duidelijk geclaimd door nabestaanden van de slachtoffers van de moorddadige raids op vooral supermarkten uit 1982, 1983 en 1985.

Een nakende verjaring is voor generaties speurders op meerdere momenten een akelig dichtbij komend zwaard van Damocles geweest. Met de herdenking van 20 en 30 jaar Bende van Nijvel werden de verjaringstermijnen voor roofmoord telkens met 10 jaar verlengd. Ook toen, altijd weer, met goede bedoelingen: de hoop levend houden dat de moordenaars van 28 gewone burgers, hoe lang geleden ook, zich ooit zouden moeten verantwoorden in een rechtbank.

Ze zijn niet zo talrijk meer, de mensen die dat hele dossier, 4 miljoen pagina’s dik, nog een beetje kunnen overzien. Een van hen is ex-onderzoeksleider Eddy Vos. Hij pleitte er onlangs in Humo voor om het onderzoek in handen te geven van historici. Diezelfde aanpak leidde in het verleden tot de opheldering van de tot dan toe onoplosbaar gewaande moorden op Julien Lahaut (1950) en Patrice Lumumba (1961).

Los van het feit dat een op een particuliere zaak afgestemde wet zelden erg weloverwogen kan zijn, is er een irritant neveneffect als het samengaat met het stopzetten van het onderzoek. Doordat de aan de Bende van Nijvel toegeschreven misdrijven niet meer kunnen verjaren, blijft volgens advocaat Jef Vermassen het geheim van het onderzoek voor eeuwig en altijd gelden. Tenminste, dat is wat hij vrijdag onthield van het vragenuurtje na een bijeenkomst van het federale parket met nabestaanden.

Tot op de dag dat alsnog daders kunnen worden vervolgd – maar die kans is met het stopzetten van het onderzoek nu echt wel nihil – blijft het strafonderzoek geheim. Dat betekent dat historici er nooit mee aan de slag zullen kunnen. Het betekent dat bijvoorbeeld toekomstige criminologen nooit artificiële intelligentie zullen kunnen loslaten op de vele miljoenen data in dit dossier.

Het federale parket heeft een situatie gecreëerd die slechts voordelig kan zijn voor één partij: eventueel nog in leven zijnde daders van de feiten die worden toegeschreven aan de Bende van Nijvel. Dat was ongetwijfeld nooit de bedoeling, maar het is de pijnlijke realiteit waar de nabestaanden nu mee verder moeten.

Als de regering in wording iets wil betekenen voor deze mensen draait ze bij haar aantreden de nieuwe verjaringswet meteen weer terug. Want los van de Bende: aan de hand van welke criteria ga je meten vanaf welk punt een moordzaak voldoet aan het criterium ‘grote maatschappelijke impact’? Wie gaat daar dan trouwens over?

Bron » De Morgen | Douglas De Coninck

De pijnlijke en ongemakkelijke waarheid na 40 jaar onderzoek naar de Bende van Nijvel

Het federaal parket zet een punt achter het Bende-onderzoek, een gerechtelijk onderzoek dat decennialang alle richtingen uitging, maar finaal nergens eindigde. Dat politie en justitie gefaald hebben in dit gruwelijke dossier is een even pijnlijke als ongemakkelijke waarheid.

Over het onderzoek naar de Bende van Nijvel kan veel gezegd worden maar niet dat er niet in gewerkt is geweest. Aan de inzet van mensen en middelen zal het niet gelegen hebben dat er geen resultaat werd geboekt. Al zijn er wel twijfels of er al die jaren altijd en overal even efficiënt gewerkt werd.

Want als er hard gewerkt is, moet ook gezegd worden dat er bij tijd en wijle ook hard tegengewerkt is. In het dossier zijn er tal van voorbeelden te geven van manipulaties en open oorlogen tussen magistraten en politiemensen. Dat laatste ging soms erg ver. Als er nooit een doorbraak kwam in het onderzoek kan je je afvragen of dat iets zegt over het professionalisme van de misdadigers dan wel het gebrek aan professionalisme van de misdaadbestrijders.

Niet vergeten ook dat de feiten zich afspeelden in de jaren 80. Het was een tijd waarbij er geen gebruik werd gemaakt van mobiele telefoons en niet op elke hoek van de straat een camera stond. Het politielandschap zag er helemaal anders uit. Van een geïntegreerde politie was nog geen sprake. België had toen drie politiediensten en er was geregeld sprake van een ware guerre des flics. En ook wetenschappelijk onderzoek was toen niet wat het nu is. Denk alleen nog maar aan de enorme recente evolutie in het DNA-onderzoek.

Hoe dan ook, met het afsluiten van dit dossier, blijven heel veel vragen. Omdat sommigen daar blijkbaar moeilijk mee kunnen leven, worden de antwoorden dan maar zelf ingevuld. Bovendien bevat het dossier van de Bende ook alle ingrediënten om er een fantastisch verhaal mee te construeren.

En allicht vind je in de miljoenen pagina’s wel ergens een naam of element om je verhaal te staven. De toegenomen omvang van het dossier laat ondertussen toe om zowat elke theorie, de een al wat fantasierijker dan de ander, te linken aan een of ander proces-verbaal. ‘Mijnheer Amalgaam’ maakt in zo’n omgeving al snel veel kans om schuldig verklaard te worden door deze of gene.

Maar een link leggen tussen A en B is nog iets anders dan een sluitend juridisch bewijs leveren. Want zelfs mocht het gerechtelijk onderzoek niet zonder meer afgesloten worden, zoals nu gebeurt, en geleid hebben tot een proces, dan nog zou het de vraag geweest zijn of er ook iemand effectief veroordeeld zou worden.

Los van de vraag naar het bewijs is er immers ook nog de procedure. Een beetje procedurepleiter werpt de vraag naar de redelijke termijn op (vier decennia onderzoek …) of de vraag naar de schending van het geheim van het onderzoek (bij de arrestatie in januari 2023 van Robert Beijer in Thailand volgde een cameraploeg de mensen van de federale politie en het federaal parket). En wat als een uitspraak zou gevolgd worden door beroep, cassatie, Europees Hof,…

Neen, een definitieve juridische waarheid, dat zouden we niet meer meemaken, zo veel was eigenlijk al wel langer duidelijk.

Helaas, het valt te vrezen dat de afwezigheid van een proces tegelijk ook de ruimte creëert om fantasten en complotdenkers helemaal los te laten gaan. En als er nu iets is waar het Bendedossier niet vooruit mee geholpen is, is het precies de verdere mythevorming.

Geen ordinaire zware criminaliteit

In alles wat er over de Bende al gezegd en geschreven is, zijn er weliswaar geen definitieve antwoorden te geven, maar kunnen er wel een paar lijnen getrokken worden.

De Bende van Nijvel is eigenlijk een verzamelnaam. Men heeft een aantal feiten aan elkaar gelinkt en toegeschreven aan ‘de’ Bende. In een aantal gevallen zijn daar ook materiële elementen voor. Denk aan wapens die gebruikt werden bij feit A én B én C. In een aantal gevallen leek het er zelfs op dat die materiële bewijzen door de Bende zelf bewust gegeven werden.

Alsof de Bende een visitekaartje wou afgeven en zeggen: het waren wij. Maar het blijft niettemin de vraag of er wel echt één bende achter alle feiten zat.

Die feiten waren overigens erg uiteenlopend. In de perceptie wordt de Bende vooral geassocieerd met drieste overvallen op warenhuizen maar soms werden er ook diefstallen ’s nachts gepleegd, met wisselende buit, of individuen geliquideerd, niet altijd duidelijk om welke reden.

Sommigen opperen de mogelijkheid van diverse bendes die dan mogelijk wel gedirigeerd werden door steeds dezelfde opdrachtgevers. In die hypothese blijven dezelfde vragen, wie en waarom, maar situeren ze zich slechts op een ander niveau.

De feiten van de Bende maken het dus moeilijk er een zuiver crimineel fenomeen in te zien
Anderen zeggen dat men het in het Bendedossier te ver gaan zoeken is. Al zijn er toch een aantal ernstige indicaties die het weinig waarschijnlijk maken dat het hier gaat om ordinaire criminaliteit. De criminele code zegt bijvoorbeeld dat je niet zomaar kinderen doodschiet en dat de buit in verhouding moet staan tot het gepleegde geweld. Het gebeurde in dit dossier wel. Bovendien liet men soms doelbewust sporen achter met het risico op identificatie en strafverzwaring. De feiten van de Bende maken het dus moeilijk er een zuiver crimineel fenomeen in te zien.

Nog een teken: het tipgeld dat destijds door Delhaize werd beloofd, een niet onaardig bedrag van omgerekend 250.000 euro, heeft blijkbaar nooit iemand uit het criminele milieu kunnen verleiden om te praten. Nochtans zijn ze daar verlekkerd op snel geldgewin.

Het is een cynische berekening, maar die 250.000 euro is meer dan de opgetelde buit van alle Bende-overvallen. En toch heeft niemand info gegeven om dan te kunnen cashen. Het ware nochtans makkelijker verdiend dan het uitvoeren van al dat geweld.

Als het geen ordinaire, zeer zware criminaliteit is, wat is het dan wel? Wie had hier baat bij?
Ook de introductie in het Belgische strafrecht van de figuur van de spijtoptant, iemand die in ruil voor bescherming informatie geeft, zorgde er niet voor dat iemand uit zijn criminele schaduw naar de politie stapte om te praten. In Italië bewees het weliswaar omstreden statuut van ‘pentiti’ wel zijn nut in de strijd tegen de maffia.

In ons land is er tot vandaag twee keer met een kroongetuige gewerkt, maar niet in het Bendedossier zoals men gehoopt had. Jammer. Want als er iemand weet wie de Bende is, is het natuurlijk de Bende zelf. Maar niet dus. Ook uit het criminele milieu kwam geen informatie die leidde tot een oplossing.

Als het geen ordinaire, zeer zware criminaliteit is, wat is het dan wel? Wie had hier baat bij? A qui profite le crime? Naast het honderdduizenden pagina’s dikke dossier, is er inmiddels ook al een bibliotheek volgeschreven over de Bende.

Gamma van verklaringen

Wie al die publicaties naast elkaar legt, komt tot een gamma van verklaringen voor het Bendegeweld. Veel van die verklaringen overlappen elkaar.

Men weet het niet. In het beste geval wordt het onderzoek nu toegankelijk voor historici
De bekendste namen die vaak terugkeren zijn die van Bouhouche en Beijer. Het zijn twee ex rijkswachters die het korps moesten verlaten. Ze waren verwikkeld in drugs- en wapenhandel en later ook betrokken bij een roofmoord. Rancune en een rechtsextremistische ideologie zou hun motivatie dan zijn.

Een figuur, geen naam, die haast automatisch geassocieerd wordt met de Bende, is de reus. Dat heeft te maken met de gestalte van een verdachte die bij diverse Bendefeiten zou betrokken zijn. Maar ook op de reus heeft men nooit een naam kunnen kleven.

Extreemrechts wordt ook vaak in verband gebracht met de Bende. Er kunnen verbanden gelegd worden naar rechtsextremistische organisaties als Westland New Post en Front de la Jeunesse en ook enkele sleutelfiguren binnen de rijkswacht die zich groepeerden in de Groep G. Het motief zou ideologisch zijn. Het Bendegeweld moest de zwakte van de staatsinstellingen (politie en justitie) aantonen. Vanuit die logica kon dan vervolgens gewerkt worden aan de versterking van de staat.

In het verlengde hiervan is er de hypothese Gladio/Stay Behind. Dat was een netwerk dat na WO II door inlichtingendiensten van de geallieerden werd opgezet. Dit netwerk had als primaire doelstelling het anticommunisme. Maar sommige auteurs geloven in de piste dat (een afsplitsing van) Gladio zich ook schuldig zou gemaakt hebben aan Bendefeiten. Destabilisering van de staat zou dan het motief moeten zijn. Het creëren van een terreurklimaat opdat justitie- en politiediensten zouden versterkt worden. In dit verband spreekt men ook over de strategie van de spanning.

Wie de feiten in een Belgische politieke context analyseert, verwijst ook naar de figuur van Paul Vanden Boeynants, een ondernemer in de vleesindustrie én ex-premier die rond zich een aantal mensen had verzameld die vragen opriepen.

Van een heel andere orde is de theorie dat de groep Delhaize zou afgeperst worden. Ook het Noord-Franse misdaadmilieu wordt genoemd in deze context, net zoals enkele notoire Belgische figuren uit het criminele milieu als De Staerke en Van Esbroeck.

28 doden en de afwezigheid van antwoorden laten een haast onverdraaglijke stilte na
Maar het kan niet genoeg herhaald worden: het zijn allemaal slechts theorieën. Men weet het niet. In het beste geval wordt het onderzoek nu toegankelijk voor historici en kunnen zij inzichten geven. Eerder gebeurde dat ook in dossiers als de moord op Julien Lahaut (de communistische volksvertegenwoordiger die in augustus 1950 geliquideerd werd) en Patrice Lumumba (de eerste premier van de Republiek Congo die in 1961 mishandeld en vermoord werd).

Het federaal parket laat weten een punt achter het Bende-onderzoek te zetten, een gerechtelijk onderzoek dat decennialang alle richtingen uitging maar finaal dus nergens eindigde.

Dat is erg pijnlijk voor alle slachtoffers en nabestaanden. 28 doden en de afwezigheid van antwoorden laten een haast onverdraaglijke stilte na. Maar ook de hele samenleving lijdt. Terugblikkend op heel deze criminele historie, kan je niet anders dan concluderen dat politie en justitie hebben gefaald in een van de gruwelijkste dossiers in de geschiedenis van België. Die even pijnlijke als ongemakkelijke waarheid is er wel.

Bron » VRT Nieuws | Dirk Leestmans