Zes politieke moorden blijven voor eeuwig een mysterie

Een van de meest enigmatische gerechtelijke dossiers uit de Belgische geschiedenis is voorgoed begraven. Abdelkader Belliraj gaat in ons land definitief vrijuit voor zes moorden.

Abdelkader Belliraj (63), de ‘superterrorist’ uit Evergem, werd sinds 2008 in ons land verdacht van zes politieke moorden uit 1988 en 1989. Maar die misdrijven zijn vandaag – 30 jaar na de feiten – stuk voor stuk verjaard. Dat heeft de ­kamer van inbeschuldigingstelling (KI) in Brussel donderdag beslist na jarenlang juridisch getouwtrek.

Belliraj werd in 2008 in Marokko tot levenslang veroordeeld omdat hij betrokken zou zijn geweest bij een complot om in Marokko ­hoge militairen, politici en Joden te vermoorden. Op het moment dat hij in Marokko werd opgepakt, woonde Belliraj, bijgenaamd ‘de mankepoot’, al enkele jaren of­­fi­cieel in Evergem. Hij reisde vanuit ons land veel, onder meer naar ­Libanon, Algerije en Libië, en keerde ook vaak terug naar zijn thuisland Marokko.

Aan de Marokkaanse speurders vertelde hij hoe hij in augustus 2001 naar Afghanistan reisde en daar Osama bin Laden ontmoette. Belliraj zei ook aan de Marokkaanse politie dat hij sinds 2001 een tipgever was van de Belgische Staatsveiligheid. De Staats­veiligheid heeft altijd geweigerd dat te bevestigen of te ontkennen. Maar tijdens de recente zittingen voor de KI bleek dat inderdaad te kloppen. Of Belliraj Bin Laden echt heeft ontmoet, zal allicht altijd een mysterie blijven.

Aboe Nidal

Maar Belliraj praatte niet alleen over Bin Laden. Tijdens zijn ondervraging in 2008 bekende hij aan de Marokkaanse speurders ook op een bijzonder gedetailleerde manier hoe hij eind jaren 80 samen met zijn kleine terroristische cel in Brussel in opdracht van de beruchte Palestijnse terrorist Aboe Nidal zes politieke moorden had gepleegd. Ook voor die moorden werd hij in Marokko veroordeeld.

De moorden die de grootste weerklank kregen, waren die op de imam van de Brusselse grote moskee, Abdulah Al Ahdal, en zijn vicedirecteur Salem Bahri op 29 maart 1989 (beiden Saudi), en die op de Joodse dokter Joseph Wybran op 3 oktober 1989. Die moordzaken beheersten destijds dagenlang het nieuws. Belliraj zei in zijn bekentenis van 16 februari 2008: ‘Ik kreeg de opdracht van de organisatie van Aboe Nidal om in België een lijst aan te leggen van Joodse personaliteiten die we als doelwit konden nemen en liquideren. Met hetzelfde doel legde ik een lijst aan van Saudische hooggeplaatsten in België. Ook hen wilde Aboe Nidal liquideren. Zo wilde hij het Saudische regime dwingen om Aboe Nidal financieel te steunen, en niet alleen de PLO van Yasser Arafat. Speciaal daarvoor heb ik in België een cel opgericht.’

Behalve de moorden op Joodse en Saudische personaliteiten bekende Belliraj aan de Marokkaanse politie ook nog de moord op de klusjesman van de Saudische ambassade en twee moorden die alleen kleine berichten in de kranten hadden opgeleverd. De eerste was die op de homoseksuele kleer­maker Marcel Bille, die volgens Belliraj ‘een Joodse seksuele deviant was’, de tweede op de kruidenverkoper Raoul Schouppé. Alweer bleken zijn bekentenissen griezelig precies.

Raison d’état

Toen hij een paar maanden later in zijn cel in Marokko door Belgische speurders ondervraagd werd, trok Belliraj zijn bekentenissen weer in. Zijn advocaat Vincent Lurquin is altijd blijven volhouden dat Belliraj zijn bekentenissen in Marokko onder druk van foltering heeft afgelegd. Ook de vermoedelijke medeplichtigen van Belliraj die nog in België wonen, brachten geen opheldering. Zij ontkenden dat ze iets te maken hadden met de moorden die Belliraj hen had aangewreven. Ze kenden hem wel en net zoals hij waren ze in de jaren 80 politiek actief geweest in pro-Iraanse bewegingen.

Het juridische getouwtrek duurde jaren en uiteindelijk vroeg het federaal parket aan de KI om Belliraj niet te vervolgen. Volgens het parket waren er geen aanwijzingen dat hij betrokken was bij de moorden. De KI heeft zich woensdag over die vraag niet uitgesproken, maar heeft wel de verjaring vastgesteld. ‘De weduwe van dokter Wybran vecht al dertig jaar voor gerechtigheid’, zei haar advocate Michèle Hirsch vrijdag aan De Standaard. ‘Ze kent dankzij Marokko een deel van de waarheid. Maar in België zal ze nooit gerechtigheid vinden.’

Voor Hirsch staat het boven elke twijfel dat Belliraj de moordenaar van dokter Wybran is. ‘Een zesvoudige moordenaar was tegelijk een informant van onze Staatsveiligheid die moest infiltreren in het terroristische milieu. Dat het federaal parket niet heeft doorgeduwd in deze zaak, heeft maar één oorzaak: raison d’ état, staatsbelang.’

Bron » De Standaard | Mark Eeckhaut

Levenslang in Marokko wegens 6 moorden in België, maar vermeende terrorist wordt straks bij ons wellicht buiten vervolging gesteld

Krijgt het federaal parket zijn zin, dan wordt Abdelkader Belliraj (63) donderdag door de Brusselse kamer van inbeschuldigingstelling (KI) buiten vervolging gesteld voor zes terroristische moorden die in Brussel gepleegd werden in 1988 en 1989. Raar maar waar: dat terwijl de man in Marokko een levenslange straf uitzit nadat hij er uitgerekend die zes moorden zou bekend hebben. Het lijkt niet te rijmen

Er is de Bende van Nijvel. En dan de zes onopgehelderde terreurmoorden in het Brusselse van eind de jaren 1980. Twee loodzware dossiers die al decennia op een ontknoping wachten. Twaalf jaar geleden leek de oplossing voor het tweede dossier uit Marokko te komen, waar Abdelkader Belliraj, een Belgisch-Marokkaanse man uit Evergem, bekentenissen zou afgelegd hebben. Maar dat is nu helemaal niet meer zo zeker als het toen leek.

Zes op rij

Eerst de feiten op een rijtje. Op 23 juli 1988 werd kruidenier Raoul Schouppe (65) vermoord achter de kassa van zijn zaak. Belliraj zou gedacht hebben dat hij van joodse afkomst was. Op 16 augustus 1989 werd Abdullah Al Ahdal (36), de imam van de Grote Moskee in Brussel, met een wapen van zelfde kaliber 7,65 mm doodgeschoten. Omdat hij de verzoening predikte tussen joden en moslims. Ook de bibliothecaris van de moskee, Salem Bahri (48), rechterhand van de imam, werd die dag vermoord.

Drie maanden later werd Samir Gahez-Rasoul (24), klusjesman op de ambassade van Saoedi-Arabië, van kortbij doodgeschoten. Zijn werkgever reageerde te lauw op De Duivelsverzen van auteur Salman Rushdie. En op 3 oktober 1989 werd het lichaam van dokter Joseph Wybran (49), voorzitter van Joodse Organisaties, levenloos op de parking van het Erasmusziekenhuis in Anderlecht aangetroffen.

Veel overeenkomsten

Haat, vergelding, een wapen van kaliber 7,65 mm, van dichtbij doodgeschoten, telkens een kogel in het hoofd. Overeenkomsten tussen de moorden waren er genoeg. Toch beten de speurders hun tanden stuk op de zaak. Tot die bekentenissen van Belliraj tijdens een verhoor in 2008 na zijn arrestatie op verdenking van staatsterrorisme in de Marokkaanse stad Fez.

Voor de nabestaanden van de zes slachtoffers bestaat er geen twijfel: “Belliraj legde omstandige verklaringen af over de manier waarop de moorden voltrokken werden. Hij was dader of opdrachtgever”, besluiten zij. “Mijn cliënt werd tijdens het verhoor gefolterd. Dat proces-verbaal is een vals bewijsstuk”, weerlegt meester Vincent Lurquin, advocaat van Belliraj.

Licence to kill

Het federaal parket spaarde kosten noch moeite, maar 12 jaar onderzoek en 100.000 bladzijdes later werd “geen bewijs gevonden van de betrokkenheid van Belliraj in de onopgehelderde moorden”. De nabestaanden leggen er zich niet bij neer. “Geen wonder”, sneerde meester Michèle Hirsch, de advocate van de weduwe van dokter Wybran onlangs in de Franstalige pers. “Belliraj werd in de jaren 1990 door de Staatsveiligheid ingehuurd als informant. De inlichtingendienst kan een proces, waarop zij zou moeten bekennen dat zij een moordenaar in dienst nam en in ruil daarvoor bescherming bood, missen als kiespijn.”

De Staatsveiligheid heeft altijd ontkend dat zij Belliraj een soort van “licence to kill après la lettre” zou gegeven hebben. De inlichtingendienst heeft Belliraj integendeel jaren als tegenstander van het regime van de Marokkaanse koning Hassan II in de gaten gehouden. Maar nooit is een link gevonden tussen Belliraj en een (islamitische) terreurbeweging. Belliraj werd ook nooit als informant ingehuurd. “Indien hij bescherming had genoten, had men toch alles in het werk gesteld om hem niet in zijn cel te laten verkommeren”, aldus meester Lurquin. “Dat is niet gebeurd.”

Tegengestelde besluiten?

De teerling is geworpen. De kans is reëel dat de KI Belliraj buiten vervolging stelt voor de zes moorden die hem al 12 jaar boven het hoofd hangen. Maar gaat daarmee zijn grote droom in vervulling? Het lijkt de wereld op zijn kop, maar Belliraj wil koste wat het kost voor een assisenhof in België verschijnen. Terwijl het openbaar ministerie, de aanklager dus, daar geen reden voor ziet bij gebrek aan bewijslast. Belliraj dreigt daardoor de kans te missen om in het openbaar zijn onschuld uit te schreeuwen. Want wat moet er met hem gebeuren indien België en Marokko tot twee totaal verschillende besluiten zouden komen?

Bron » Het Nieuwsblad

Bende van Nijvel: Advocaten Vermassen en Callebaut verliezen geloof in onderzoek

Als er binnen de twee jaar geen assisenproces komt over de Bende van Nijvel, dan mogen ze het onderzoek definitief opdoeken. Dat zegt advocaat Jef Vermassen, die nabestaanden van slachtoffers vertegenwoordigt, aan TV Oost. Advocaat Peter Callebaut, die ook burgerlijke partijen bijstaat, verwijt het federaal parket “onwil” en “onkunde”.

Callebaut stelde in juni dat Abdelkader Belliraj, de Belgische Marokkaan uit Evergem die in Marokko veroordeeld werd tot levenslang voor terrorisme, de leider zou geweest zijn van de Bende van Nijvel. “Als men dat niet wil onderzoeken, is dat onkunde of is dat onwil, of is het allebei? Het zijn natuurlijk jongens die vernoemd worden in dat laatste dossier. Dat zijn echte terroristen. Dus daar lach je niet mee, die schieten vooraleer ze vragen stellen. Wij hebben naam en toenaam genoemd in het dossier en dat ook meegedeeld aan het parket”, zegt Callebaut.

Een doorbraak in het dossier dringt zich op want over twee jaar loopt de verjaringstermijn naar het Bende-onderzoek af, zegt Vermassen aan TV Oost. “Maar zonder dat er mensen in het gerechtelijk onderzoek als beschuldigde worden vervolgd, krijg je geen assisenzaak. En dat wordt toch wel hoog tijd als men nog voor de verjaringstermijn een assisenzaak wil houden.” Volgens de advocaten staan de namen van de leden van de Bende van Nijvel in het dossier.

Bron » Het Nieuwsblad

Link tussen Abdelkader Belliraj en de Bende van Nijvel verdient nader onderzoek

De voor terrorisme veroordeelde Marokkaan Abdelkader Belliraj zou de leider zijn geweest van de Bende van Nijvel. Hij zit een levenslange gevangenisstraf uit in Marokko. Zijn handlanger Ali Aârras, die ook in Marokko in de cel zit, was ‘De Reus’. Hij zou weldra vrijkomen. Dat is volgens Het Nieuwsblad de stelling die een “hooggeplaatste ambtenaar” twee jaar geleden doorspeelde aan de Bendespeurders. Die onderzoeken naar eigen zeggen het spoor maar noemen het weinig plausibel. Volgens Walter De Smedt verdient deze piste echter meer onderzoek.

Op 17 juli 2010 werd de tot Belg genaturaliseerde Marokkaan Abdelkader Bellirajveroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. Het Hof van Beroep te Salé in Marokko bevond hem en een dertigtal van zijn kompanen schuldig aan terrorisme in dat land. In het Marokkaans onderzoek bekende Belliraj ook zes in België gepleegde moorden en verklaarde hij dat hij die in opdracht van de terrorismeorganisatie van Abu Nidal pleegde.

Deze bekentenis is op zich, en los van het bendedossier, een erg belangrijk gegeven. De Fatah-Revolutionaire Raad van Abu Nidal is immers verantwoordelijk voor 90 aanslagen in 20 landen en een reeks afpersingen in de voorbije halve eeuw. Gezien de aard van de door Belliraj bekende moorden in ons land, waaronder die van 29 maart 1989 op de imam van de Grote Moskee te Brussel en die van 3 oktober 1989 op het hoofd van de Joodse gemeenschap in ons land, dokter Wybran, is de verklaring van Belliraj niet enkel geloofwaardig. Ze is ook erg belangrijk voor de opheldering van meerdere in ons land onopgeloste dossiers: Eurosystems, de Silco-affaire en de gijzeling van dokter Jan Cools, de moord op PLO vertegenwoordiger Khader, en meerdere feiten die deel uitmaken van het bendeonderzoek.

Eurosystem

Met de steun van de regering-Tindemans sloot een Belgisch consortium op 14 juni 1976 een contract van meer dan 36 miljard Belgische frank (36.257.829.000 frank om precies te zijn) met de Nationale Wacht van Saoedi-Arabië. Het contract van Eurosystem ging over de bouw van een gigantisch ziekenhuiscomplex in Riad. Het was onder andere voorbereid door een handelsmissie van de toenmalige kroonprins Albert. Het contract ging echter niet door. Het zorgde wel voor heel wat politieke heibel wegens de rol van het callgirl-netwerk van Tunia, Lydia Montaricourt. In De Standaard van 3 augustus 1979 schreef Louis de Lentdecker over het proces dat tegen Lydia Montaricourt liep:

“Hoezeer sommigen thans tekeer gaan om het bestaan van Tunia te loochenen, het is een feit dat zij op de personeelslijst van Eurosystem voorkwam, dat zij als lid van het kader betaald werd en zeker was van RSZ en pensioen. Zij was door de firma officieel als personeelslid aangediend en wie ter zake twijfel koestert kan inzage vragen van een veelbetekenend dossier dat nu, zonder dat iemand precies weet waarom, discreet werd afgesloten…Het zou jammer zijn moest men de huidige politieactie remmen of naar andere schuiven om bepaalde mensen te redden. Vroeg of laat komt toch de ganse waarheid toch aan het licht. Tuna heeft lange tijd gedacht dat zij onaantastbaar was als de hartsvriendin van een eminent figuur van Akzo (ASCO, WDS) die via B.M.S. pantsers levert. Zij vergiste zich.”

Maar Louis de Lentdecker kreeg ongelijk: het in beslag genomen adressenboekje van Tunia verdween, aan wie de vier commissielonen in ons land werden betaald kwam nooit uit.

Gijzelingen

De gijzeling op 1 augustus 1985 van de familie Houtekins-Kets in Libië, en de ontvoering en gijzeling op 21 mei 1988 van Jan Cools in Libanon door de groep Abu Nidal zijn nooit uitgeklaard. Als we aannemen dat Belliraj in 1988 zijn terroristische cel te Brussel oprichtte om voor de groep Abu Nidal te werken dan komen daardoor de oude vragen omtrent de vrijlating van de Silco-gijzelaars (29 december 1988) en van Jan Cools (15 juni 1989) terug op het voorplan.

Werd er zoals in Frankrijk een deal met Abu Nidal gesloten? En maakte de erg vervroegde vrijlating van Saïd Al Nasser die op 12 januari 1991 de bomaanslag op een groep joods-orthodoxe kinderen te Antwerpen pleegde er deel van uit? Het zijn belangrijke vragen. Ook de nooit opgeloste moord op 1 juni 1981 op Khader, de vertegenwoordiger te Brussel van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie PLO, waarvan Abu Nidal zich afscheurde, komt er opnieuw door op de voorgrond.

Bendedossier

Bij het zoeken naar een antwoord op de vraag of Belliraj wat te maken heeft met het Bendedossier, zoals Het Nieuwsblad poneert, moeten we niet enkel rekening houden met de sensationele aspecten van deze onthulling. Zonder bijkomende bewijzen blijft het weinig waarschijnlijk dat Belliraj en Ali Aârras respectievelijk de leider en de Reus van de Bende waren. Er wordt immers aangenomen dat Belliraj zijn activiteiten in ons land pas in 1988 startte, drie jaar na de laatste aanslag van de Bende van Nijvel.

Bende van Nijvel

Er is echter een ander element dat wel erg belangrijk is omdat het wél en rechtstreeks aan de Bendefeiten kan worden gekoppeld: de rol van Faez Al Ajjaz.

Faez Al Ajjaz, die voor het Saudische regime werkte, verbleef onder de cover van journalist gedurende de gehele periode van lood in ons land. Hij werd naar hier gestuurd in het kader van het Eurosystem-project en om de renovatiewerken aan de Grote Moskee te Brussel in goede banen te leiden. Al Ajjaz duikt ook op in de toenmalige grote wapenleveringen aan de falangistische milities in Libanon. En met Faez Al Ajjaz kom je ook erg dicht bij een erg belangrijk facet van het Bendedossier, zoals de financiering en de operaties van het extreemrechtse Westland New Post.

Hij financierde de WNP, gaf de opdracht aan de WNP om Navo-telexen te stelen, leden van de WNP fungeerden als chauffeur, lijfwacht, geldkoerier, privédetective en informant van Al Ajjaz. Het kan evenmin toeval zijn dat de Mazda 626 waarmee de aanslag op de Rijkswachtmajoor Vernaillen werd gepleegd aan Faez Al Ajjaz toebehoorde. Met die aanslag zit je in de kern van het onderzoek-François, de uit de hand gelopen operaties van het Nationaal Bureau voor Drugs van de Rijkswacht, maar ook in de daarop volgende operaties van de ‘eeuwige’ Bendeverdachten, Madani Bouhouche en Robert Beijer en de nu onderzochte betrokkenheid van andere Rijkswachters in het bendedossier.

Jaren van Lood

Kan het dat de terreurorganisatie van Abu Nidal achter de Bende van Nijvel zit? Als je de piste-Faez Al Ajjaz volgt zijn daar ernstige en samenlopende aanwijzingen voor. Mogelijk passen daar ook de zes door Belliraj bekende moorden in. Bovendien worden ook andere dossiers zoals het Eurosystem-schandaal, de gijzelingen, en de daarop volgende vrijlating van de hier aangetroffen en veroordeelde dader Saïd Al Nasser mogelijk klaarder.

Hierin kan ook de oorzaak van de manipulaties in het Bendedossier liggen: zowel de andere dossiers als de afhandeling van de door Abu Nidal opgeëiste gijzelingen roepen vragen op naar de wijze waarop belangrijke personaliteiten in de jaren van lood hebben gehandeld. In beide dossiers ligt bovendien de nodige link naar de theorie van de spanning, de opzettelijke ontwrichting van de Staat.

Dat de Belgische overheden in 1976 toelieten dat door de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie, waarvan de organisatie van Abu Nidal een afscheuring is, in Brussel een kantoor werd geopend, heeft bij onze bondgenoten, net zoals het verzet tegen de plaatsing van raketten, kwaad bloed gezet. Bovendien zijn er ook aanwijzingen dat Faez Al Ajjaz zowel voor de CIA als voor de Mossad werkte. Wie de details van deze feiten en gebeurtenissen nader wil kennen moet daarvoor niet zelf op speurtocht gaan: het is allemaal kundig onderzocht en gepubliceerd in het in 2011 uitgegeven boek van Georges Timmerman ‘Het Geheim van Belliraj’ dat ook in een artikelenreeks verscheen op Apache.

Beletsels

Wat belet onderzoekers om voorgaande piste ernstig te nemen? Er zijn er twee: de wijze waarop ‘het beleid’ in al deze dossiers is opgetreden. Daardoor stel je een ander begrip in confrontatie met het leed van de slachtoffers en van de nabestaanden: la raison d’état. Als je het belang van de Staat voorop stelt, aanvaardt je ook dat deze problematiek als een erfelijke belasting blijft doorwegen op de werking van justitie en politie. Je kan ook spelen met de factor tijd: de tijd heelt wonden en wie er pijn door had is intussen verdwenen.

Als je deze opvatting volgt moet je ook de consequentie ervan aanvaarden: dan is de scheiding tussen de rechterlijke en de uitvoerende macht maar schijn is, en is de gerechtelijke waarheidsvinding ondergeschikt is aan de politieke. Wat daar de gevolgen van zijn is merkbaar in de mislukte justitiehervorming die deze opvatting wou doordrukken: de rechter moest ontweken of vervangen worden. Tot wat dat leidt is reeds zichtbaar in de nieuw bevrijde staten als Hongarije, Polen en Roemenië.

In Frankrijk heeft de magistratuur daarin een moediger houding aangenomen: gewezen president Sarkozy wordt vervolgd in meerdere dossiers. Daar is het Gaulisme, waarvan Sarkozy afweek door de samenwerking met de Nato te herstellen, nooit geheel weg geweest: Macron wil terecht een Europese ‘verdediging’. Bij ons is dat anders: de ‘Harmel-diplomatie’ die, naar Frans voorbeeld, de ontspanning en billateraal overleg nastreefde lijkt vergeten, onze F16 bommenwerpers werden offensief in het buitenland ingezet, de F35 verkozen boven de operationele Rafale.

‘Geen commentaar over lopend gerechtelijk onderzoek’

  1. Apache stelde naar aanleiding van de berichtgeving in Het Nieuwsblad vier vragen aan ontslagnemend minister van Justitie Koen Geens (CD&V).
    Op 25 februari 2019, berichtte Belga dat de minister en zijn Marokkaanse collega een overeenkomst tot samenwerking hadden gesloten waarin ook “voorwaarden voor de tijdelijke overbrenging van opgesloten personen naar het grondgebied van het verzoekende of aangezochte land, bijvoorbeeld als getuige” stonden. Had dat akkoord betrekking op Ali Aârras?
  2. De minister verklaarde op 29 april 2018 dat er binnen de drie jaar een proces komt over de Bende van Nijvel. Verwees hij daarbij naar de nieuwe piste-Al Aârras?
  3. In februari 2019 werd het Bende-dossier onttrokken aan Christian De Valkeneer en overgedragen aan het federale parket. Had dit te maken met de weigering van De Valkeneer om deze nieuwe piste te onderzoeken?
  4. Wanneer werd minister Geens op de hoogte gebracht van dit nieuwe spoor en welk gevolg heeft hij eraan gegeven?

Via zijn woordvoerster antwoordde minister Geens het volgende:

“De vraag tot overbrenging van de veroordeelde gedetineerde gaat uit van de gedetineerde zelf. In dergelijke gevallen meldt de Minister dit via zijn administratie aan het land van de opsluiting. De uiteindelijke beslissing ligt bij het land van opsluiting. Dit is zo geregeld in de verdragsrechtelijke bepalingen. Verder kan de Minister geen commentaar geven over individuele strafzaken.”

Nadat Apache erop wees dat dit slechts een gedeeltelijk antwoord is op een van de vier vragen, kwam nog een korte mededeling waaruit kan worden afgeleid dat nieuwe piste momenteel wordt onderzocht.

“Zoals aangegeven is dit een lopend gerechtelijk onderzoek. Informatie die vrij toegankelijk is zijn de verslagen van het parlementair debat hierover.” Onze vraag om hierover contact te kunnen hebben met de minister of zijn medewerker die bevoegd is voor dit dossier, kwam geen antwoord.

Bron » Apache | Walter De Smedt

Advocaat familie: “Belliraj als leider van Bende van Nijvel slaat nergens op”

Dat Abdelkader Belliraj, de Belgische Marokkaan uit Evergem die in Marokko veroordeeld werd tot levenslang voor terrorisme, de leider zou geweest zijn van de Bende van Nijvel, is “fake news”. Dat zegt Abderrahim Lahlali, de advocaat van de familie van Belliraj.

“De familie is onthutst, want dit slaat nergens op. Er is vandaag telefonisch contact geweest met Abdelkader Belliraj, die verbaasd is, maar wel bereid om daarover ondervraagd te worden in het kader van een uitleveringsprocedure.”

Het Nieuwsblad berichtte vandaag ver een piste van een hoge federale ambtenaar. Die stelt dat de Bende van Nijvel een Belgische terreurcel zou geweest zijn die afhing van de internationale terreurorganisatie Abu Nidal. Abdelkader Belliraj zou als agent van Abu Nidal in België de leider van de bende geweest zijn en Ali Aarras, die momenteel in een Marokkaanse cel zit, zou de “reus” van de bende geweest zijn.

Abdelkader Belliraj werd in 2008 in Marokko opgepakt. Hij bekende daar dat hij in de jaren ’80 en ’90 zes politieke moorden pleegde in België, maar hij trok die later terug in en zei dat hij gefolterd werd. Het ging onder meer over de moord op de imam van de Brusselse Grote Moskee en de moord op de Joodse dokter Joseph Wybran, beide in 1989. Hij werd in Marokko tot levenslang veroordeeld voor terrorisme.

“Dat Belliraj met de Bende van Nijvel iets te maken zou hebben, raakt kant nog wal”, zegt Abderrahim Lahlali, de advocaat van de familie van Belliraj. “Hij is daarover nooit ondervraagd geweest, maar wel over de zes moorden. In de zaak van de zes moorden heeft het federaal parket de buitenvervolgingstelling gevraagd jaren geleden, maar de uitspraak is steeds op de lange baan geschoven. Hij is dus nog altijd niet buiten vervolging gesteld, en nu wordt de Bende van Nijvel in zijn schoenen geschoven. En in die van Ali Aarras, die trouwens ongeveer 1 meter 75 is. Het is per definitie uitgesloten dat hij de reus is.”

Belliraj wil wel verklaringen afleggen, zegt Lahlali. “Het is voor hem een verrassing dat hij met dit dossier geconfronteerd wordt, maar hij is bereid om daarover gehoord te worden door de Belgische justitie. Hij wil gerust zeggen waar hij was in die jaren. Zijn familie is tien jaar geleden al door het slijk gehaald, en vreest nu hetzelfde. De hoge ambtenaar die de piste lanceerde, gelooft blijkbaar in het scenario van een goedkope B-Hollywoodfilm. De slachtoffers van de Bende van Nijvel krijgen zo opnieuw een rad voor de ogen gedraaid.”

Bron » Het Laatste Nieuws

“Bekende terrorist Belliraj was de leider van Bende van Nijvel”

“De Bende van Nijvel was eigenlijk een Belgische terreurcel die afhing van de in de jaren tachtig beruchte internationale terreurorganisatie Abu Nidal. De agent van Abu Nidal in België was Abdelkader Belliraj (61), de bekende terrorist die in Marokko veroordeeld werd tot levenslange gevangenisstraf”. Dat is kort gezegd de Bende-these die een hoge federale ambtenaar, bevoegd voor terrorisme, heeft overgemaakt aan het federaal parket. De piste wordt ook in regeringskringen het onderzoeken waard geacht. De reus van de Bende die momenteel in een Marokkaanse cel zit, zou ook een veroordeelde terrorist zijn. Hij heet Ali Aarras (57).

Een spectaculaire nieuwe piste, zo bestempelde advocaat Peter Callebaut die verschillende nabestaanden van Bendeslachtoffers verdedigt, gisteren het dossier dat de hoge ambtenaar en expert terrorisme, indiende. Vandaag vernam deze redactie meer over dit nieuwe bendedossier. “De Bende van Nijvel werd geleid door terrorist Abdelkader Belliraj”, zo staat er genoteerd.

Belliraj werkte via een tussenpersoon voor Abu Nidal. Die Palestijnse terreurorganisatie uit de jaren tachtig pleegde meer dan 90 aanslagen en maakte meer dan 300 slachtoffers. Belliraj, elektricien van opleiding en ooit nog een agent van de Belgische Staatsveiligheid, woonde in zijn jeugd in Braine-le-comte en in Clabecq, beide plekken liggen vlakbij het bos van Houssière, de vaste afspraakplek van de Bende, zo meldt de ambtenaar.

Aanslag in Antwerpen

In die tijd zaten er verschillende andere agenten van Abu Nidal vast in ons land. Eén van hen was veroordeeld voor een aanslag op joodse kinderen in Antwerpen waarbij één kind omkwam in 1979. Abu Nidal wou die kerel vrij krijgen en dat is één van de redenen waarom de bende van Belliraj met de aanslagen begon die later bekend zouden te komen staan als de “Bende van Nijvel”, zo vermoedt de hoge ambtenaar die de zaak Belliraj altijd van heel dichtbij gevolgd heeft.

De overvallen van de Bende gebeurden in 1982 en 1983 en 1985. “1984 was een pauzejaar. We weten zeker dat Belliraj toen niet in het land was. Hij volgde een gevechtsopleiding in Libanon. De aanslagen van de bende in 1985, waarbij het meeste slachtoffers vielen, waren echte terreurcommando’s. Wellicht een gevolg van de opleiding”.

“Killer is broer van Belliraj”

Na de dood van “De Killer” van de bende, die in Aalst neergeschoten werd, stopte de bende. Nog volgens de these van de hoge ambtenaar is “De Killer” een broer van Belliraj en is het de vader van Belliraj die zijn zoon verplicht heeft om te stoppen met de overvallen.

Belliraj zou daarna alle bewijsmateriaal met mondjesmaat in het kanaal van Ronquières gegooid hebben. Die spullen zijn later door duikers van de rijkswacht bovengehaald. De broer ligt wellicht begraven in de tuin van het ouderlijk huis. “Het is best mogelijk dat de stoffelijke overschotten er nog steeds liggen”, meldt de ambtenaar aan het federaal parket.

Meteen nadien stopten de aanslagen. Abu Nidal bleef echter proberen om de veroordeelde ‘strijder’ van de aanslag tegen de Joodse kinderen, vrij te krijgen. Onder meer via de ontvoering van een Belgische familie op zee, en door nog meer aanslagen op Joodse doelwitten, die Belliraj later zou bekennen in Marokko. Hij bekende daar dat hij in de periode 1988-1990 verantwoordelijk is voor zes moorden op Belgische bodem.

Uitgebrande Golf

Bij één van de bekende moorden werd een uitgebrande Golf GTI zonder achterbank gevonden, wat inderdaad fel doet denken aan de manier van opereren van de Bende van Nijvel. De bekentenissen trok Belliraj overigens later terug in. Hij beweerde dat hij die gedaan heeft omdat hij gefolterd werd. Hij is voor die moorden nooit veroordeeld in ons land. In Marokko kreeg hij levenslang voor wapensmokkel en deelname aan een terroristisch netwerk.

Belliraj zit zijn straf uit in Marokko. Zijn kompaan Ali Aarras. zit er ook vast, hij kreeg twaalf jaar en kan volgend jaar vrijkomen. Aarras is volgens de hoge ambtenaar mogelijk de reus van de Bende van Nijvel. “Hij is 1,90 meter groot”. Dat de man kan vrijkomen wordt door Belgische regeringskringen bestempeld als uiterst “verontrustend”.

Steun vanuit België

Anderzijds krijgt Aarras, die ook veroordeeld werd voor wapensmokkel en lidmaatschap van een terroristische organisatie, veel steun vanuit België. Ook hij beweert dat hij gefolterd is. Actiecomités hier hebben al meermaals zijn vrijlating geëist. De advocaat van Aarras. reageerde inmiddels: “Ik heb eigenlijk geen commentaar. Behalve dat deze nieuwe Bendethese absoluut onwaar is”, zegt meester Christophe Marchand.

Het federaal parket bevestigde gisteren dat het de zaak onderzoekt maar dat enkele verificaties alvast geen doorbraak hebben opgeleverd. “Het onderzoek naar deze piste is nog niet afgesloten. Maar we kunnen wel al voorzichtig opperen dat we de these van de hoge ambtenaar niet de meest beloftevolle vinden van het hele onderzoek”, klonk het.

Advocaat reageert

Abderrahim Lahlali, de advocaat van de familie van Belliraj, reageerde vrijdagavond laat en heeft het over ‘fake news’. “De familie is onthutst want dit slaat nergens op. Er is vandaag telefonisch contact geweest met Abdelkader Belliraj, die verbaasd is, maar wel bereid om daarover ondervraagd te worden in het kader van een uitleveringsprocedure.”

Bron » Het Nieuwsblad

“Terrorist Belliraj is leider Bende van Nijvel”

Vergeet de piste van extreemrechts of de infiltratie door de rijkswacht. “De Bende van Nijvel was een Belgische terreurcel die afhing van de in de jaren tachtig belangrijke internationale terreurorganisatie Abu Nidal en de bendeleider was Abdelkader Belliraj (61), de terrorist die in Marokko veroordeeld werd tot levenslang.” Dat is kort gezegd de Bende-these die een hoge federale ambtenaar, bevoegd voor terrorisme, overmaakte aan het federaal parket. De piste wordt ook in regeringskringen het onderzoeken waard geacht.

Een spectaculaire nieuwe piste, zo bestempelde advocaat Peter Callebaut, die verschillende nabestaanden van Bendeslachtoffers verdedigt, gisteren het dossier dat de hoge ambtenaar en expert terrorisme, indiende. Vandaag vernam deze redactie meer over dit nieuwe bendedossier. “De Bende van Nijvel werd geleid door terrorist Abdelkader Belliraj. Hij werkte via een tussenpersoon voor Abu Nidal, een Palestijnse terreurorganisatie uit de jaren tachtig die meer dan 90 aanslagen pleegde, waarbij 300 slachtoffers vielen. Belliraj, elektricien van opleiding en ooit nog een agent van de Belgische Staatsveiligheid, woonde in zijn jeugd in Braine-le-Comte en in Clabecq. Beide plekken liggen vlakbij het bos van Houssière, de vaste afspraakplek van de Bende.

Pauzejaar 1984

In die tijd zaten er verschillende andere agenten van Abu Nidal vast in ons land. Eén van hen was veroordeeld voor een aanslag in 1979 op joodse kinderen in Antwerpen, waarbij één kind omkwam. Abu Nidal wou die kerel vrij krijgen en dat is een van de redenen waarom de Belliraj en zijn bende, die later zou bekendstaan als de Bende van Nijvel, aan zijn misdaden begon. Dat vermoedt althans de hoge ambtenaar, die de zaak Belliraj altijd van dichtbij gevolgd heeft.

De overvallen van de Bende gebeurden in 1982, 1983 en 1985. “1984 was een pauzejaar. We weten zeker dat Belliraj toen niet in het land was. Hij volgde een gevechtsopleiding in Libanon. De aanslagen van de bende in 1985, waarbij het meeste slachtoffers vielen, waren echte terreurcommando’s. Wellicht een gevolg van de opleiding”.

Na de dood van de ‘Killer’ van de Bende, die in Aalst neergeschoten werd, stopten de overvallen. Abu Nidal bleef echter proberen om de veroordeelde dader van de aanslag tegen de joodse kinderen, vrij te krijgen. Onder meer door een Belgische familie op zee te ontvoeren en door nog meer aanslagen op joodse doelwitten, die Belliraj later zou bekennen in Marokko. Hij zei daar dat hij in de periode 1988-1990 verantwoordelijk was voor zes moorden op Belgische bodem.

Bij een van die moorden werd een uitgebrande Golf GTI zonder achterbank gevonden, wat inderdaad fel doet denken aan de manier van opereren van de Bende van Nijvel. De bekentenissen trok hij overigens later terug in. Hij beweerde dat hij die gedaan had omdat hij gefolterd werd. Hij is voor die moorden nooit veroordeeld in ons land. In Marokko kreeg hij levenslang voor wapensmokkel en deelname aan een terroristisch netwerk.

‘De Reus’ kan vrijkomen

Belliraj zit zijn straf uit in Marokko. Zijn kompaan Ali Aarras zit er ook vast. Hij kreeg twaalf jaar en kan volgend jaar vrijkomen. Aarras is volgens de hoge ambtenaar mogelijk de beruchte Reus van de Bende van Nijvel. “Hij is 1,90 meter groot”. Dat de man kan vrijkomen, wordt door Belgische regeringskringen bestempeld als “uiterst verontrustend”.

Anderzijds krijgt Aarras, die ook veroordeeld werd voor wapensmokkel en lidmaatschap van een terroristische organisatie, veel steun vanuit België. Ook hij beweert dat hij gefolterd is. Actiecomités hier hebben al meermaals zijn vrijlating geëist. Christophe Marchand, advocaat van ‘de Reus’, doet de nieuwe Bendethese af als “absoluut onwaar”.

Abderrahim Lahlali, de advocaat van de familie van Belliraj, heeft het over ‘fake news’.

“De familie is onthutst want dit slaat nergens op. Er is vandaag telefonisch contact geweest met Abdelkader Belliraj, die verbaasd is, maar wel bereid om daarover ondervraagd te worden in het kader van een uitleveringsprocedure.”

Bron » Het Nieuwsblad

Abdelkader Belliraj buiten vervolging gesteld

De raadkamer van Brussel heeft bijkomende onderzoeksdaden bevolen in de zaak rond Abdelkader Belliraj, aldus het federaal parket. De man wordt ervan verdacht deel uit te maken van een terroristische organisatie en in Brussel zes politieke moorden te hebben gepleegd in de jaren tachtig.

De raadkamer besliste de zaak terug over te maken aan de procureur des Konings, om contact op te nemen met de verbindingsofficier in Marokko zodat de advocaat van Abdelkader Belliraj, meester Vincent Lurquin, zijn cliënt kan spreken die in dat land in de gevangenis zit.

Het federaal parket, dat een seponering had gevraagd, zal beroep aantekenen tegen de beschikking van de raadkamer, aldus de woordvoerder.

Abdelkader Belliraj wordt verdacht van zes moorden in Brussel, in 1988 en 1989. Bij de slachtoffers behoren onder meer Abdullah Al-Ahdal, het hoofd van de Grote Moskee van Brussel, en dr. Joseph Wybran, voorzitter van het coördinatiecomité van Joodse organisaties van België (CCOJB).
Abdelkader Belliraj heeft die misdaden in Marokko bekend, maar zijn verdediging stelt dat die bekentenissen in België niet rechtsgeldig zijn want afgedwongen door foltering.

De man, die informant was van de Belgische Staatsveiligheid, werd voor deze misdaden in ons land, en andere feiten, in Marokko berecht op basis van de omstreden bekentenissen. Hij werd tot levenslange opsluiting veroordeeld en zit de straf nu uit.

Bron » Het Laatste Nieuws

De broodheren van Belliraj

Brussel was in de jaren tachtig het werkterrein van de Israëlische Mossad en de Saudische geheime dienst. Voor wie werkte Abdelkader Belliraj? Journalist Georges Timmerman zoekt naar antwoorden in ‘Het geheim van Belliraj’.

Het hof van beroep in Salé veroordeelde de Belgisch-Marokkaanse Abdelkader Belliraj in de zomer van 2010 tot een levenslange gevangenisstraf: hij zou een terroristisch netwerk hebben gerund en in de jaren tachtig betrokken zijn geweest bij zes moorden in België.

Toch bleven na het proces heel wat vragen onbeantwoord. In de pers lekte uit dat Belliraj een informant zou zijn van de Belgische Staatsveiligheid, maar wat had hij nog allemaal op zijn palmares? Volgens Georges Timmerman, hoofdredacteur van de nieuwssite Apache, vormen de jaren tachtig dé sleutel om de raadsels van de affaire-Belliraj te ontcijferen. Hij beet zich drie jaar vast in de figuur van Belliraj, woonde het proces bij, bestudeerde de Marokkaanse én Belgische gerechtelijke dossiers, doorploeterde archieven en kreeg vertrouwelijke documenten van de Staatsveiligheid en het Comité I onder ogen.

Volgens Wikileaks noemde een Belgische diplomaat in Rabat het proces-Belliraj oneerlijk en voorgekookt. Was Belliraj wel bij de zes moorden betrokken?

Georges Timmerman: Als je de vergelijking maakt tussen de Belgische moorddossiers uit de jaren tachtig, en Belliraj’ verklaringen aan de Marokkaanse politie en justitie, dan zie je dat die naadloos in elkaar schuiven. Belliraj geeft een vrij accurate beschrijving van de moorden en voegt er ongevraagd details aan toe die het Belgische gerecht niet kende.

Bijvoorbeeld over de vluchtwagen die gebruikt is voor een aantal van die moorden, een witte Mercedes bestelwagen. Toen Belliraj in beeld kwam als mogelijke verdachte van de moskeemoorden en de moord op de Joodse dokter Joseph Wybran (op de parking van het Erasmusziekenhuis in Anderlecht), vond de politie tijdens een huiszoeking de autopapieren van die Mercedes. Maar ze legde de link niet met de moorden. Belliraj wel.

Zit er een graduele escalatie in de zes moorden?

Timmerman: De eerste twee moorden – op kruidenier Raoul Schouppe en de homoseksueel Marcel Bille – hadden geen enkele politieke betekenis. Je zou het als vingeroefeningen kunnen zien, om het vak te leren. De aanslagen op prominente figuren van de Joodse en Saudische gemeenschap in België waren vermoedelijk een doelbewuste tactiek om door te dringen tot de groep rond de Palestijnse terrorist Aboe Nidal.

Die had zich losgescheurd van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) van Yasser Arafat. Wat wilde Aboe Nidal met de aanslagen bereiken?

Timmerman: Hij vond dat Arabische landen die de PLO steunden minstens evenveel moesten betalen aan zijn eigen organisatie. In dat kader gebeurden een hele reeks gerichte aanslagen, onder meer tegen diplomaten van Saudi-Arabië over heel de wereld. Met blijkbaar als enige bedoeling Saudi-Arabië te dwingen protectiegeld te betalen.

Werd ook België afgeperst?

Timmerman: De cruciale zaak is de ontvoering van de familie Houtekins-Kets. Die Belgisch-Franse familie werd in augustus 1985 per abuis gevangengenomen door het Libische leger, op het moment dat hun jacht voor de Libische kust moest schuilen voor een storm. Toen de Libische leider Khaddafi begreep dat zijn mannen een stommiteit hadden begaan, vroeg hij de groep Aboe Nidal om die zogenaamde gijzeling voor zijn rekening te nemen.

België had geen ervaring met onderhandelingen over de vrijlating van gijzelaars, en sloot uiteindelijk een akkoord met de groep Aboe Nidal. De familie Houtekins-Kets kwam vrij in ruil voor de vrijlating van Saïd Al Nasser, die in België achter de tralies zat na een aanslag op Joodse kinderen in de Lamorinièrestraat in Antwerpen. De Belgische regering betaalde verder ook een aantal beursstudenten en een bepaald bedrag ‘ontwikkelingshulp’, dat in handen kwam van de groep Aboe Nidal in Libanon.

Wat is dan de link met de zaak-Belliraj?

Timmerman: De onderhandelingen hebben een hele tijd aangesleept, en je ziet in de chronologie dat de aanslagen van de cel rond Belliraj daarin perfect passen. Je zou kunnen veronderstellen dat ze deel uitmaakten van een poging van de groep Aboe Nidal om bijkomende druk te zetten op België, opdat het over de brug zou komen en betalen.

Hoe hielpen de aanslagen van Aboe Nidal de Palestijnse zaak vooruit?

Timmerman: Eigenlijk brachten ze de Palestijnse zaak veeleer schade toe. Heel wat doelwitten waren vertegenwoordigers van de PLO in West-Europa, vaak de meest gematigde elementen die bereid waren tot toenadering met Israël. Vandaar dat de theorie niet onwaarschijnlijk is dat de groep Aboe Nidal van het begin af aan werd geïnfiltreerd en gemanipuleerd door de Israëlische inlichtingendienst.

Journalist Serge Dumont van Le Vif/L’Express ontdekte destijds dat na de moskeemoorden valse sporen zijn aangelegd. Wie doet zoiets?

Timmerman: De personen die politie en gerecht in de verkeerde richting stuurden, probeerden de echte daders uit de wind te zetten. Op verschillende tijdstippen is valse informatie doorgespeeld aan het Belgische gerecht, zowel via anonieme tips als via het officiële kanaal van de Saudische geheime dienst. De info bleek telkens afkomstig van een reeks figuren die behoorden tot het spionagenetwerk van Faez Al Ajjaz.

Spionagenetwerk? Al Ajjaz werkte in Brussel toch als journalist?

Timmerman: Volgens nota’s van de Staatsveiligheid was hij overduidelijk een geheim agent van de Saudische inlichtingendienst. Al is het niet duidelijk of mijnheer Al Ajjaz in deze handelde in opdracht van de Saudi’s, een andere dienst of op eigen initiatief. Merkwaardig genoeg, zo ontdekte ik, verbleef diezelfde Al Ajjaz in het Erasmusziekenhuis in Anderlecht, net op het moment dat Wybran werd vermoord, vermoedelijk door de bende-Belliraj.

Nog zo’n opmerkelijke figuur die in uw boek opduikt, is Stéphane Mandelbaum, een jonge Brusselse kunstenaar die in 1987 vermoord is teruggevonden.

Timmerman: Hij was actief in een bende die zich inliet met handel in gestolen kunst, diamanten en wapens. Praktisch alle leden van die bende hadden een link met de Israëlische geheime dienst. In 2006 heropende het Brusselse parket de cold case rond dokter Wybran omdat er blijkbaar een link was gevonden met de moord op Mandelbaum.

Ik weet niet waartoe dat heropende onderzoek heeft geleid, maar kon wel achterhalen dat een van de leden van de bende van Mandelbaum gedomicilieerd was op het adres van Wybran. Het is eigenaardig dat een respectabele figuur zoals dokter Wybran een gangster de kans gaf zich te domiciliëren op zijn privéadres. Dat roept vragen op.

U bedoelt: was Wybran gelieerd aan de Mossad?

Timmerman: Ik durf er geen antwoord op te geven. Ik kan alleen maar de feiten vaststellen en er vraagtekens bij plaatsen.

In uw boek citeert u een voorlopig verslag van het Comité I over de zaak-Belliraj, waarin zou staan dat Belliraj in opdracht werkte van een buitenlandse geheime dienst. Welke?

Timmerman: Het Comité I weet om welke dienst het gaat, maar geeft die informatie niet door aan het parlement, nochtans zijn opdrachtgever. Uiteindelijk komen er maar een handvol diensten in aanmerking: de Amerikaanse, Franse, Britse en Israëlische. Van die vier lijkt het meest plausibel dat de Israëli’s er iets mee te maken hebben.

Wat was Belliraj’ motivatie?

Timmerman: Door zijn activiteiten voor de groep Aboe Nidal verschafte Belliraj zich een toegangsticket tot het internationale terroristische universum. Want van dan af begon hij aan de lopende band en over de hele wereld contacten te leggen met terroristische bewegingen in de extremistisch-islamistische sfeer. Als je ziet op welk niveau hij blijkbaar actief was – naar eigen zeggen ontmoette hij in de weken voor 9/11 Osama Bin Laden in Afghanistan – dan denk ik dat hij grof geld heeft gekregen voor zijn inlichtingen.

Uw boek eindigt met een waslijst ‘in dikke mist gehulde’ raadsels. Waarom blijven zo veel vragen onopgelost?

Timmerman: Omdat de antwoorden te gênant zouden zijn voor bepaalde Belgische diensten of omdat ze zware diplomatieke gevolgen zouden kunnen hebben. Een klein aantal Belgische verantwoordelijken kent die antwoorden wel, maar zij zijn gebonden door de zwijgplicht of het beroepsgeheim.

Wat leert de zaak-Belliraj over België als democratie?

Timmerman: Dat in sommige gevallen de normale parlementaire controle op de inlichtingendiensten niet functioneert – namelijk wanneer de belangen van bevriende buitenlandse inlichtingendiensten op het spel staan.

Bron » Knack | Kristof Clerix

“Werkte Belliraj voor de Mossad of de Saudi’s?”

Brussel was in de jaren tachtig het werkterrein van de Israëlische Mossad en de Saudische geheime dienst. Voor wie werkte Abdelkader Belliraj? Journalist Georges Timmerman zoekt naar antwoorden in ‘Het geheim van Belliraj’.

Het hof van beroep in Salé veroordeelde de Belgisch-Marokkaanse Abdelkader Belliraj in de zomer van 2010 tot een levenslange gevangenisstraf: hij zou een terroristisch netwerk hebben gerund en in de jaren tachtig betrokken zijn geweest bij zes moorden in België. Toch bleven na het proces heel wat vragen onbeantwoord. In de pers lekte uit dat Belliraj een informant zou zijn van de Belgische Staatsveiligheid, maar wat had hij nog allemaal op zijn palmares?

Volgens Georges Timmerman, hoofdredacteur van de nieuwssite Apache, vormen de jaren tachtig dé sleutel om de raadsels van de affaire-Belliraj te ontcijferen. Hij beet zich drie jaar vast in de figuur van Belliraj, woonde het proces bij, bestudeerde de Marokkaanse én Belgische gerechtelijke dossiers, doorploeterde archieven en kreeg vertrouwelijke documenten van de Staatsveiligheid en het Comité I onder ogen.

In uw boek citeert u een voorlopig verslag van het Comité I over de zaak-Belliraj, waarin zou staan dat Belliraj in opdracht werkte van een buitenlandse geheime dienst. Welke?

Timmerman: Het Comité I weet om welke dienst het gaat, maar geeft die informatie niet door aan het parlement, nochtans zijn opdrachtgever. Uiteindelijk komen er maar een handvol diensten in aanmerking: de Amerikaanse, Franse, Britse en Israëlische. Van die vier lijkt het meest plausibel dat de Israëli’s er iets mee te maken hebben.

Wat was Belliraj’ motivatie?

Timmerman: Door zijn activiteiten voor de groep Aboe Nidal verschafte Belliraj zich een toegangsticket tot het internationale terroristische universum. Want van dan af begon hij aan de lopende band en over de hele wereld contacten te leggen met terroristische bewegingen in de extremistisch-islamistische sfeer. Als je ziet op welk niveau hij blijkbaar actief was – naar eigen zeggen ontmoette hij in de weken voor 9/11 Osama Bin Laden in Afghanistan – dan denk ik dat hij grof geld heeft gekregen voor zijn inlichtingen.

Uw boek eindigt met een waslijst ‘in dikke mist gehulde’ raadsels. Waarom blijven zo veel vragen onopgelost?

Timmerman: Omdat de antwoorden te gênant zouden zijn voor bepaalde Belgische diensten of omdat ze zware diplomatieke gevolgen zouden kunnen hebben. Een klein aantal Belgische verantwoordelijken kent die antwoorden wel, maar zij zijn gebonden door de zwijgplicht of het beroepsgeheim.

Wat leert de zaak-Belliraj over België als democratie?

Timmerman: Dat in sommige gevallen de normale parlementaire controle op de inlichtingendiensten niet functioneert – namelijk wanneer de belangen van bevriende buitenlandse inlichtingendiensten op het spel staan.

Bron » Knack | Kristof Clerix