Ex-rechter rekent af met Justitie: ‘Ondenkbaar wat die rijkswachters allemaal uitspookten’

Het land van de onbestrafte misdaden heet het pas verschenen boek van de gepensioneerde rechter Walter De Smedt. De ondertitel Waarom faalt justitie? laat er geen misverstand over bestaan: België is volgens hem door jarenlange manipulatie uitgegroeid tot een failed state. ‘Ik ben niet de enige die ze gepakt hebben.’

Van de Tweede Wereldoorlog tot nu ziet Walter De Smedt (71) een rode lijn van een door de VS geïnspireerde, extreemrechtse, ondergrondse macht die de staat probeert te ontwrichten. “Wat is een complot?”, repliceert hij als we hem vragen of hij een complottheoreticus is. “De parlementaire onderzoeken over het stay-behindnetwerk Gladio en de Bende van Nijvel stopten toen het te lastig werd. Wie greep toen in? In het eerste Bende-onderzoek omschreef het parlement dat als ‘de duistere macht’.”

De Smedt begon zijn magistratencarrière als substituut bij het Antwerpse parket. Later werd hij er onderzoeksrechter. In 1993 stapte hij over naar het Comité P, dat de politiediensten controleert. Acht jaar later werd hij lid van het Comité I, controleur van de inlichtingendiensten. Als enige Belg ooit zetelde hij in beide comités. In 2007 werd hij strafrechter in Antwerpen. “Na mijn passage bij Comités P en I had ik nooit als rechter mogen terugkeren”, beseft hij nu. “Andere rechters zagen me als een afvallige, ook al was ik juist voor hen in de politiek gestapt.”

Toen De Smedt in mei 2009 een recidiverende gps-dief wegens ‘uitlokking’ vrijsprak, veroorzaakte dat een storm van protest. Dat vonnis leidde twee jaar later tot De Smedts vervroegde pensionering. “Die dag stond er een man voor mij die al negen veroordelingen had opgelopen. Een zware drugsdealer en -gebruiker die een paar maanden eerder voor identieke feiten tot achttien maanden effectieve gevangenisstraf was veroordeeld. Nu bleek dat die straf nooit was uitgevoerd. Ik kreeg het niet verteerd dat die man zonder straf op straat was gezet en zo de kans kreeg om gewoon verder te doen. Als je zo iemand laat gaan, weet je toch dat hij meteen dezelfde feiten pleegt? Daarom was mijn stelling: het feit dat zijn straf níét is uitgevoerd, is uitlokking. Dat was toch zo gek niet? Waarom daar toen zo heftig op gereageerd is? Uit schrik dat nog rechters zouden zeggen: ‘Wij zitten hier niet voor nougatbollen.’”

Schreef u dit boek als verwerking?

“Zo ben ik het beginnen schrijven, maar toen tekenden zich die contouren af van waarom het in dit land al vele jaren misgaat. In essentie komt het altijd op hetzelfde neer: het achterhouden van informatie die door occulte inlichtingendiensten is ingezameld, verwerkt en niet gerapporteerd.”

“Ik was nog substituut toen ik voor de allereerste keer tijdens de zaak-François met zo’n parallelle inlichtingendienst geconfronteerd werd. In 1971 richtte de toenmalige socialistische minister van Justitie Alfons Vranckx het Bureau van de Criminele Informatie (BIC) op. De Amerikanen voerden met hun Drug Enforcement Administration (DEA) een globale war on drugs en het BIC sloot daar naadloos bij aan. De DEA gebruikte bijzondere methoden zoals werken met informanten en infiltratie en uitlokking door undercoveragenten. Bij het BIC waren ook undercoveragenten actief die volledig buiten het gerecht om werkten. Zij waren vogelvrij.”

“De rijkswacht wou ook zoiets en richtte het Nationaal Bureau voor Drugs (NBD) op. Ze pasten de technieken toe die ze van de Amerikanen geleerd hadden. Maar dat liep faliekant af: die mannen werden zelf criminelen. Dat eindigde in 1982 met het proces-François, waarbij rijkswachtcommandant Leon François veroordeeld werd tot één jaar gevangenis met uitstel voor 27 misdrijven, waaronder handel in drugs. Dat belette de rijkswacht niet om de man tot majoor te bevorderen.”

“In 1988 ontdekte ik als onderzoeksrechter in Antwerpen een nieuwe geheime inlichtingendienst van de rijkswacht, de Gerechtelijke Informatiedienst (GID). Niemand had daar ooit over gehoord.”

Hoe kwam u hen op het spoor?

“Bij toeval. Dat was in een zaak van Duitse oplichters die in Antwerpen als ‘beleggingsadviseurs’ actief waren. De rijkswacht had huiszoekingen uitgevoerd, aanhoudingen verricht en ik kreeg als onderzoeksrechter het proces-verbaal op mijn bureau. Dat was opgesteld door liefst acht rijkswachters. Dat waren er bijzonder veel, vond ik, dus belde ik de chef voor meer uitleg. ‘Die kan ik niet geven, want ik was er niet bij’, zei hij. Ik riep ze alle acht bij me. Ze bekenden dat geen van hen bij die operatie betrokken was. Ik stond perplex en vroeg wie dan wel. ‘De mensen van de GID.’ Ik viel uit de lucht. Ze zeiden: ‘Het is een informatieonderzoek van adjudant Willy Van Mechelen waar wij verder niets van weten.’”

‘Topspeurder’ Willy Van Mechelen werd in 2002 veroordeeld tot vijf jaar gevangenis voor de smokkel van 20 ton marihuana.

“Jaren werkte ik onwetend met hem samen. Ik nodigde Van Mechelen uit op mijn kantoor, bleek dat hij zijn huiszoekingen had uitgevoerd samen met Duitse politieambtenaren van een Einsatzkommando. Mijn oren tuitten. Het pv was vervalst en de huiszoekingen waren zonder mandaat uitgevoerd. Ze hadden geld in beslag genomen, maar daar was in het pv niets van terug te vinden. Het stonk langs alle kanten. Ik had toen mijn ogen kunnen sluiten om mijn eigen carrière niet in het gedrang te brengen, maar zo zit ik niet ineen. Ik besloot om een huiszoeking bij de generale staf van de rijkswacht in Brussel te organiseren. Daar vond ik op mijn knieën de complete blauwdruk voor de parallelle GID.”

Dat was geen hobbyclub van een paar gefrustreerde rijkswachtofficieren?

“Dat was een door de rijkswachtstaf opgerichte inlichtingendienst die zich niet enkel beperkte tot het verzamelen van informatie, maar ook geheime operaties uitvoerde. De magistratuur wist daar niets van en werd om de tuin geleid met vervalste pv’s. Ik stelde de onderofficieren in verdenking. Nog voor ik aan Van Mechelen toekwam, vroeg het parket-generaal het dossier op ‘om het te bestuderen’. Zij maakten een ‘eindvordering tot buitenvervolgingsstelling’, want er was zogezegd geen enkel misdrijf gepleegd. Mijn collega van de raadkamer was het daar niet mee eens, het dossier kwam voor het hof van beroep en vervolgens hoorden we er nooit nog iets van.”

Achter de schermen was druk uitgeoefend om de GID uit de wind te zetten?

“Natuurlijk, mijn dossier verhuisde naar de catacomben. Nu moet u weten dat collega’s van de gerechtelijke politie zonder dat ik het wist al een jaar bezig waren met een onderzoek naar die mannen. Wij werden bedrogen met 100 per uur. Toen ik later in conflict raakte met de toenmalige Antwerpse procureur-generaal Roger Van Camp kreeg ik de kans om te gaan werken bij het pas opgerichte Comité P. Daar heb ik geprobeerd om die toestanden écht aan te pakken, maar Freddyke Troch wou niet.”

U bent in uw boek ontzettend hard voor magistraat Freddy Troch die net als u in Dendermonde geboren is, onderzoeksrechter werd en voorzitter van het Comité P was toen u er lid van was.

“Troch heeft mij ontgoocheld. We zijn generatiegenoten en in het begin steunde ik hem. Hij had het onderzoek naar de Bende van Nijvel geleid en beweerde dat toenmalig minister van Justitie Melchior Wathelet hem eraf had gehaald. Ik geloofde hem, tot ik een brief onder ogen kreeg waarin hij schreef dat hij het Bende-onderzoek wou verlaten als hij in ruil gepromoveerd werd tot ondervoorzitter van de rechtbank.”

Ging het in die tijd niet altijd zo?

“Ja, maar toen besefte ik ook dat Troch op de onvoorwaardelijke steun kon rekenen van zijn goede vriend en jaargenoot Tony Van Parys, de CD&V’er die het tot minister van Justitie schopte en Troch in het Comité P katapulteerde. Diezelfde Van Parys begon een afzettingsprocedure tegen mij.”

U was zelf geen politieke maagd: u was van liberale signatuur.

“Ik heb dat nooit onder stoelen of banken gestoken. Ik was wel altijd duidelijk: ‘Ik zit in het Comité P als liberaal, niet als vertegenwoordiger van de liberale partij.’ De liberalen wisten dat ik een dwarsligger ben en dat ze me nooit iets moesten vragen wat niet door de beugel kan. Ik mocht mijn zin doen, met alle gevolgen van dien. (lacht) Herman De Croo is een vriend en zelfs met hem raakte ik ooit in de clinch. Dat was naar aanleiding van de Turkse dossiers, toen bleek dat de rijkswacht halverwege de jaren negentig alweer met haar geheime dienst GID haar boekje ver te buiten gegaan was. U kunt zich niet voorstellen wat die rijkswachters indertijd allemaal uitspookten.”

De rijkswacht is intussen al lang opgedoekt.

“Ze is van naam veranderd. De organisatie van de politie is hervormd, maar het échte probleem werd niet aangepakt: het inwinnen, verwerken en bewaren van informatie. Kennis is macht. Daar ging het altijd over en dat weegt nog steeds als een erfelijke belasting op de politie. In gelijk welke zaak kom je dat probleem van vergaren van informatie in geheime operaties tegen.”

Donald Trump klaagt altijd over tegenwerking door the deep state. U gelooft dat er in België ook zo’n deep state actief is?

“Ik kwam ze zelf tegen. Die deep state is net die ideologisch extreemrechtse stroom van na WO II die het communisme wou tegenhouden. Om dat te begrijpen moet u de boeken over de moord op Julien Lahaut in augustus 1950 lezen. Een week nadat iemand tijdens de eedaflegging van koning Boudewijn in het parlement riep ‘Vive la république!’ werd Lahaut, de voorzitter van de communistische partij, in zijn huis doodgeschoten. Die moord raakte nooit opgehelderd, tot wetenschappers er zich mee gingen bemoeien. Hij werd vermoord door leden van het door de Amerikanen opgerichte stay-behindnetwerk Gladio. De politie kende de daders, maar de onderzoeksrechters wisten van niets. Een identiek scenario als dat van de GID.”

Zijn de spelletjes en afrekeningen onder magistraten niet een groter probleem dan de deep state?

“Ik ben niet de enige die ze gepakt hebben. Kent u het verhaal van de fiscale substituut Peter Van Calster? In 2011 werd de afkoopwet ingevoerd. Justitie oordeelde dat in grote fraudezaken een minnelijke schikking soms beter is dan verjaring of overschrijding van de redelijke termijn. Over de toepassing van die wet ontstond tijdens de diamantoorlog een meningsverschil tussen Peter Van Calster en de Antwerpse procureur-generaal Yves Liégeois. Van Calster was niet tegen de afkoopwet, maar wou de minnelijke schikking eerst voorleggen aan een rechter. Dat kon voor Liégeois niet. Van Calster werd gepest, kreeg strafrechtelijke onderzoeken over zich heen. Ze haalden alles uit de kast, maar vonden niets want hij is een correcte gast. Uiteindelijk straften ze hem toch met één jaar ontzetting uit zijn ambt, wat opgetrokken werd tot twee jaar. Die man zit nog altijd thuis, terwijl hij van het Grondwettelijk Hof volledig gelijk kreeg. Ze pleegden een karaktermoord op hem.”

Walter De Smedt, Het land van de onbestrafte misdaden, Kritak, 288 blz., 22,99 euro

Bron » De Morgen

Ex-chef over aangehouden Bendespeurder Philippe V.: “Ik had dit 20 jaar geleden eigenlijk al verwacht”

“De magistraten in het Bendeonderzoek zeggen al jaren dat Philippe V. zaken verzwijgt over de wapens van de Bende van Nijvel die uit het ­kanaal werden opgevist. Pas nu schiet men in actie. Waarom niet vroeger?” Ex-rijkswacht­kolonel Gérard Lhost was ooit de overste van Philippe V. Ook hij kreeg onlangs de Bendespeurders over de vloer. “Het werd tijd.”

De tijd dringt, de verjaring van het Bendedossier nadert met rasse schreden, er is geen tijd meer om rond de pot te draaien. Dat is de redenering achter de aanhouding van oud-speurder Philippe V. en de huiszoeking bij een van zijn oversten bij de speciale eenheden, ex-rijkswachtkolonel Gérard Lhost. De gewezen officier begrijpt echter niet goed waarom Philippe V. nu pas echt op de rooster gelegd wordt, en hijzelf pas twee maanden geleden een huiszoeking kreeg. “Als je al jaren denkt te weten wie het onderzoek over zulke zware feiten heeft gemanipuleerd, dan wacht je niet zo lang om tot de actie over te gaan.”

Onder één hoedje?

Speelden kolonel Lhost en Philippe V. onder één hoedje om het Bendeonderzoek te manipuleren en de rijkswacht uit de wind te zetten? De nieuwe lichting Bendespeurders lijkt dat op z’n minst te vermoeden.

“Als bevelvoerder van de speciale eenheden was ik inderdaad een van de hiërarchische oversten van Philippe V.”, zegt ex-kolonel Lhost. “Maar ik moeide mij niet met de operationele werking van die groep. Ik twijfel er sterk aan of Philippe V. toen vanuit zijn positie iets kon ondernemen om welk onderzoek dan ook te manipuleren. Hij kreeg inderdaad veel processen-verbaal doorgespeeld, maar diezelfde pv’s waren ook in handen van onderzoeksrechters. Zij hadden de leiding over hun onderzoek.”

De speurders stellen zich ernstige vragen bij de manier waarop Philippe V. tot het besluit kwam om een jaar na een (vruchteloze) eerste zoektocht terug te keren naar het kanaal in Ronquières, waar plots wél iets gevonden werd. Maar Lhost begrijpt niet waarom het gerecht nu pas in actie schiet. “Een jaar of zes geleden betreurde procureur-generaal De Valkeneer al in het openbaar dat Philippe V. dingen verzweeg. Maar het bleef bij verklaringen. Nu voegt de onderzoeksrechter de daad bij het woord. Het werd tijd, zou ik zeggen. Weg met die twijfel.”

De commissie banditisime van de Kamer ondervroeg Lhost in 1997 al over zijn verstandhouding met Philippe V. “Ik antwoordde hetzelfde als vandaag. Ik dacht toen echt dat ik de volgende dag een huiszoeking zou krijgen. Het zou een logische stap geweest zijn. Niet dus. Ik heb daar nog 20 jaar op moeten wachten.”

Typische reflex

Dat Gérard Lhost zich kan vinden in de stappen die het gerecht heeft ondernomen tegenover Philippe V., valt bij meester Walter Damen, de advocaat van de aangehouden oud-speurder, in het verkeerde keelgat. “Zichzelf zo snel mogelijk uit de wind zetten door een beschuldigende ­vinger in andermans richting uit te steken, het lijkt wel een typische reflex aan de andere kant van de taalgrens”, reageert hij. “Ik roep iedereen op om daarmee te stoppen. Laat het gerechtelijk onderzoek zijn werk doen. Ik ben er vast van overtuigd dat mijn cliënt er volledig onschuldig uit zal komen.”

Bron » Het Nieuwsblad | Yves Barbieux

“Men deed het voorkomen als één Bende van Nijvel, terwijl het er volgens mij meerdere waren”

Hij volgde de zaak destijds als misdaadjournalist voor deze krant en gaf later mee vorm aan de grote politiehervorming. En nu schreef Paul Ponsaers (67) een nieuw boek over de Bende met grote B. “Jonge mensen hebben geen flauw benul in wat voor tijd het zich afspeelde. Dit is echt criminele archeologie.”

“Ik was in Aalst, die avond. Niemand heeft het mij daar gezegd, dat hoefde ook niet. Je voelde het. Dit was vér buiten het normale. Je kon het lezen in de gezichten van al die mensen. Dit was een terroristische raid.”

Hij steekt een sigaret op.

Paul Ponsaers was in de jaren 80 misdaadjournalist voor De Morgen. Hij ging later rechtssociologie doceren in Amsterdam. Bij de Algemene Politiesteundienst (APSD) lag hij mee aan de basis van wat we vandaag kennen als de politiehervorming.

“Ik moest de gemeentepolitie, de gerechtelijke politie en de rijkswacht ertoe brengen dat ze informatie zouden uitwisselen, wat in die tijd compleet nieuw was. Voor de leidinggevenden was het de eerste keer dat ze met een ‘burger’, zoals ze mij noemden, rond de tafel zaten. Fons Van Rie (rechercheur bij de naar de Bende speurende cel-Delta uit Dendermonde, DDC) was daar. Ik had de Bende allang achter mij gelaten. Dacht ik. Hij niet. Het speelde nog heel erg.”

U publiceerde in 1988 al samen met Gilbert Dupont het boek De Bende. Op 2dehands.be vraagt men er tot 85 euro voor.

Paul Ponsaers: “Eigenaardig genoeg is er sindsdien nauwelijks kennis bijgekomen. Het onderzoek staat nog min of meer waar het toen stond. Ergens zit er nog iets in het collectieve geheugen dat wordt getriggerd. Een litteken. Het doet iedere keer weer pijn als iemand het aanraakt. Ik merk het bij mezelf. Je kunt het niet achter je laten.”

“Mensen die denken dat mijn nieuwe boek de daders zal ontmaskeren, kunnen het beter niet kopen. Ik wilde iets schrijven voor de lezer die de berichtgeving van het afgelopen jaar tracht te volgen. Mensen kennen het verhaal in grote lijnen wel, maar niet de historische context. Jonge mensen hebben ook geen flauw benul in wat voor tijd men leefde. Mobiele telefoons bestonden nog niet. Internet was er nog niet. Dit is criminele archeologie.”

U benoemt aan het begin van het boek de peetvader die volgens u het terrein heeft geëffend voor de Bende van Nijvel: oud-premier Paul Vanden Boeynants.

“Ik zeg niet dat Vanden Boeynants aanleiding heeft gegeven tot de Bende of dat ze het gevolg is van zijn persoonlijke actieve wil, maar dit is wel het aquarium waarin het extreemrechtse terrorisme van die tijd tot stand is gekomen. Rond Vanden Boeynants is een organisatie ontstaan als het Front de la Jeunesse. Dat was een terreurgroep, zonder meer.”

Zij hebben de redactie van het linkse weekblad Pour in brand gestoken.

“Ja, en het was een serieuze brandstichting. En dat is maar één moment in het verbijsterende schouwspel rond Vanden Boeynants.”

Een beetje Charlie Hebdo in 1981, zij het zonder dodelijke slachtoffers.

“Ze hebben ook gemoord, het was allesbehalve onschuldig. Men heeft over het motief van de brandstichting gespeculeerd. Dat Pour in het bezit was gekomen van het dossier-Pinon over seksfuiven met notabelen, terwijl ik eerder denk aan hun onthullingen over extreemrechtse trainingskampen in de Ardennen. Zij schreven ook over WNP-leider Paul Latinus (Westland New Post WNP, extreemrechtse inlichtingendienst, DDC), die op een ministerieel kabinet van de christen-democratische PSC terecht was gekomen. De partij van Vanden Boeynants.”

Oud WNP’er Michel Libert zegt dat hij alles wat hij destijds deed als een daad van verzet tegen het rode gevaar zag. Hij zag zich als een verzetsman, zeker niet als een terrorist.

“Dat zegt al veel. Die mannen pleegden een dubbele rituele moord, gingen geheime telexen stelen bij de NAVO, en altijd weer ‘in opdracht’. Veel van die groepjes zijn begin jaren 80 gefragmenteerd, er zijn interne kampen ontstaan. Vergeet niet dat er écht plannen zijn geweest voor een staatsgreep, en dat de rijkswachttop eerder mak reageerde toen bekend raakte dat eigen mensen daarmee bezig waren geweest. Men negeerde het, men verplaatste intern enkele figuren. Je had een figuur als Francis Dossogne, de latere leider van het Front de la Jeunesse. Hij was de aanstoker die binnen de rijkswacht een extreemrechtse cel wilde oprichten.”

“Eerst is men bezig een structuur op te zetten vanuit de overtuiging dat we worden bedreigd door een inval van de Sovjet-Unie, en na een tijdje word je als politieman gesanctioneerd voor de opdrachten die je buiten je uren hebt uitgevoerd. Ik zie in de Bende van Nijvel de hand van mensen met veel rancune. Ze voelen zich misbruikt, te kort gedaan. Na Westland New Post had je rijkswachters Madani Bouhouche en Robert Beijer, van wie je je achteraf toch afvraagt: hoe was dát mogelijk?”

Dat politiemensen gelijktijdig gangsters waren?

“Dat niet alleen. De enorme logistieke infrastructuur die die twee hebben uitgebouwd tijdens hun lidmaatschap van de rijkswacht, en daarna: garageboxen, wapens, huurflats, zendmasten voor radioverbindingen… Als je dat dan afweegt tegen die paar feiten waarvoor ze zijn veroordeeld, dan wordt de omvang van die infrastructuur op geen enkele manier verantwoord. Van tal van garageboxen die zij huurden, is nooit achterhaald waarvoor ze dienden. Dat moet een fortuin hebben gekost. Iemand moet dat toch hebben betaald?”

Bouhouche en Beijer bekenden na de verjaring de spectaculaire wapenroof bij de Groep Diane, en de moordpoging op hun eigen baas Herman Vernaillen. Ze zeiden: ‘Wij wilden de rijkswacht raken in haar hart.’

“Die twee passen perfect in het plaatje, maar zo zijn er nog. Het politieke motief wordt een persoonlijk motief. Als je dat met elkaar matcht, krijg je iets heel explosiefs.”

Beijer woont nu in het Thaise Pattaya.

“Vluchten deden ze allemaal, toch? Jean-Philippe Van Engeland (brandstichter bij ‘Pour’, DDC), onze gevangenisdirecteur Jean Bultot, de extreemrechtse rijkswachter Martial Lekeu, Jean-François Buslik (kompaan van Bouhouche en Beijer, DDC) en nog een hele reeks anderen. Zo’n Bultot, die sloeg op de vlucht en schreeuwde vanuit Paraguay zijn onschuld uit. Maar als je onschuldig bent, ga je dan vluchten? Al deze figuren werden ook op geen enkele manier actief opgespoord. Zo’n Buslik, die was op een assisenproces bij verstek veroordeeld voor moord, werd in 1999 in Florida ontdekt door Belgische media, maar werd op een nieuw proces vrijgesproken. Hoe kan dat?”

De generatie gerechtsjournalisten die in de jaren 90 aan de slag ging, werd tureluurs van al die theorieën en intriges. Niemand kon nog volgen, en misschien gold dat ook een beetje voor justitie. De Muur was gevallen, bovendien.

“Het einde van de Bende valt daarmee samen, ja. Er was geen Sovjet-gevaar meer. Dat is opvallend. Sommigen zeggen dat de zogenaamde reus in Aalst is neergeschoten door een politieman, en dat daar de verklaring ligt. Ik betwijfel sterk of er maar één reus was.”

Justitieminister Koen Geens kondigde begin vorig jaar aan dat het proces tegen de Bende van Nijvel over drie jaar van start gaat.

“Dat siert hem, dat hij daar nog in gelooft. Ik wil er ook niet schamper over doen, maar sinds Christiaan Bonkoffsky zijn we alweer een dik jaar verder. Ik zie het niet gebeuren. De kennis verwatert. Vorig jaar kwam Jef Vermassen met de onthulling dat de rijkswacht in Aalst op 9 november 1985 enkele minuten voor de komst van de Bende de bewaking had opgeheven. Ik dacht: wacht eens even…”

U hebt dat samen met Walter De Bock zelf geschreven in De Morgen van 11 november 1985, de maandag erna.

“Inderdaad. Ik ben het voor de zekerheid zelfs nog gaan nakijken. Onwaarschijnlijk toch?”

Het verschil is wel dat de rijkswachters van toen moesten zwijgen. Vandaag zijn zij oude mannetjes die misschien willen vertellen van wie de orders kwamen.

“Oké, maar je moet een beetje ernstig blijven met wat je naar voren schuift als een nieuw gegeven. Daar, bij Vermassen, is eigenlijk het idee gegroeid voor dit boek. Er zijn al heel goede boeken over de Bende verschenen, in de eerste plaats Beetgenomen van Hilde Geens. Het vergt wel een hoop incrowd-kennis. Ik wilde een boek schrijven voor mensen die die periode niet hebben meegemaakt.”

“Ik probeer te vertrekken vanuit een heel simpele vaststelling: elke normale misdaadbende is erop uit te vermijden dat het ene misdrijf in verband wordt gebracht met het andere. Dat is een eenvoudige, evidente regel uit het milieu. Een wapen waarmee één keer is geschoten, is ‘verbrand’. Hier zie je knal het omgekeerde. Bij de vondst van de Bende-wapens in Ronquières in november 1986 werden in verschillende zakken alle materiële sporen samengebracht: kogelhulzen, stukjes van kogelvrije vesten die in 1983 waren gestolen in Temse, de babykoffer en de cheques van de Delhaize in Aalst, wapens die waren gestolen in 1982. Bewijsstukken waren zelfs in stukjes gezaagd en minutieus verdeeld over die zakken.”

Nu zegt het federaal parket dat die zakken maar een paar dagen in het water hebben gelegen, dat de boel is gemanipuleerd.

“Tja, zij zeggen dat daar wetenschappelijk bewijs voor is.”

Kijk even naar de door het parket zelf ooit verspreide foto van de babykoffer. Die zou maar drie dagen in het water hebben gelegen?

“Ik ga ervan uit dat als men zegt dat het wetenschappelijk onderzocht is, dat ook zo is. Dit gezegd zijnde, twijfel ik geen seconde aan de oprechtheid van de mensen in Dender­monde.”

Toch raar, niet?

“Ongeacht of de zakken daar nu in november 1985 of een jaar later zijn gedropt, is de essentiële vraag: waarom stak de Bende dat materiaal samen? Waarom zoveel moeite om de eigen misdrijven te signeren? Je moet de realiteit proberen te lezen: men wil het doen voorkomen dat het gaat om één bende met één en hetzelfde objectief. De film van Stijn Coninx is prachtig, maar hij versterkt het beeld van een bende die warenhuizen overvalt, terwijl deze mensen veel meer deden dan dat. Nachtelijke diefstallen, soms gewoon bij een kruidenier, zoals in Maubeuge. Gerichte diefstallen van wapentuig. Fysieke liquidaties.”

“Ik vergelijk de vondst in Ronquières met de parels aan één snoer. Men zegt: ‘Dat zijn wij.’ Waarom? Toch niet om het justitie gemakkelijker te maken? Vergeet niet dat er soms wel behoorlijk wat buit is. Soms werd er heel militair, getraind opgetreden, soms heel amateuristisch. Na de moord op Jacques Van Camp in herberg Au Trois Canards gingen de daders eerst nog uitgebreid tafelen voor ze wegvluchtten. Men wilde het doen voorkomen als één bende, terwijl het er volgens mij meerdere waren. Bekijk gewoon de fysionomie van al die mensen op al die robotfoto’s. Dat zijn heel verschillende types.”

“Ik ging er vroeger ook altijd van uit dat ze militair geschoold moesten zijn. We leidden dat af uit het spervuur, zoals de Bende dat in 1983 deed bij de overval in Nijvel. Mensen die daar meer van afweten dan ik leggen me uit dat het juist heel stom was, wat ze daar deden. Dat het weinig scheelde of ze hadden elkaar dood geschoten. Het blijft buitenissig, een gradatie van geweld die je anders nooit zag, of toch hoogst uitzonderlijk. Bij de bende-Haemers, misschien. Die gingen ook erg driest te keer.”

De bende-Haemers kan voor u hooguit een sub-Bende zijn geweest, een eenmalig ingehuurd commando?

“Er is ergens op een of ander niveau toch een vorm van organisatie. Het lijkt op een terreur­organisatie met aparte uitvoerende cellen. Volgens mij is er slechts een heel beperkt aantal mensen die het hele verhaal kennen, en enkel op het niveau van de organisatie. De premie die Delhaize uitloofde (250.000 euro, DDC) was groter dan de totale buit van de Bende. Waarom is er dan geen enkele onder de uitvoerders die iets heeft gelost?”

Omdat hij, door die wapenvondst, meteen verantwoordelijk zou worden gehouden voor 28 moorden?

“Dat zou een aannemelijke uitleg kunnen zijn. Ik was vroeger als journalist heilig overtuigd van de ‘strategie van de spanning’. Ik geloof er intussen steeds minder in. De klassieke ingrediënten van die strategie, zoals we die in Italië hebben gezien, is desinformatie, mensen tegen elkaar opzetten.”

“Er is nog een mogelijkheid: het ene misdrijf kan bedoeld zijn om een alibi te verschaffen voor het andere. Ik volgde voor De Morgen het proces tegen de Bende van de Borinage (een groepje zigeuners uit Bergen die door een assisenRijkshof werden vrijgesproken omdat er was geknoeid met de bewijsvoering, DDC). Die mannen zaten al vast toen de Bende in 1985 aan haar tweede golf begon. Misschien waren de Borains ook zo’n sub-Bende. Ik heb me er gek over gepiekerd. Er zit een boodschap achter de zakken in Ronquières.”

U pleit er aan het eind van het boek voor om het onderzoek uit handen te nemen van justitie en historici aan het werk te zetten.

“Het is allang geen gerechtelijk dossier meer. Geef het aan historici, zoals de moorden op Julien Lahaut en Patrice Lumumba. Ik heb met een boel ex-speurders en ex-magistraten gesproken. Wat me trof is hoe hard er bij elk van hen een rotsvaste overtuiging is van het eigen grote gelijk. Dat is gevaarlijk. Het blijft een stellingenoorlog, en zo kom je geen stap verder.”

“Als je het à la Lahaut of Lumumba – twee jarenlange criminele enigma’s die uiteindelijk toch zijn opgehelderd – wilt doen, moet je dekking krijgen van het parlement. Dat kan beslissen dat de dossiers worden vrijgegeven. Het is tijd voor een waarheidscommissie, lijkt mij. Die kan haar eigen experts aanstellen, zoals bij Lahaut. Je laat die hun werk doen, je komt tot een educated guess. En je laat dat publiceren. Dan pas krijg je een catharsis.”

Nu zit het onderzoek bij het federaal parket.

“Da’s het gekke. Ik heb die hele hervorming mee tot stand zien komen. Die was absoluut nood­zakelijk. Je zou het je niet kunnen voorstellen dat iemand die klok ooit zou willen terugdraaien. Het is allemaal hierdoor gekomen: het federaal parket, de eengemaakte politie. Het enige wat steekt, is dat we die daders nog altijd niet hebben. Want daar was het toch allemaal om te doen?”

Hoe ziet u het verder evolueren?

(zucht) “Wat denkte gij?”

Bron » De Morgen | Douglas De Coninck

Inval bij ‘beschermer van extreemrechtse rijkswachters’

De speurders in het onderzoek naar de Bende van Nijvel zijn binnengevallen bij een voormalige rijkswachtkolonel, Gérard Lhost (78). Volgens onze bronnen zijn er verscheidene voorwerpen meegenomen. Lhost – die kort na de laatste Benderaid de rijkswacht verliet – wordt beschouwd als beschermer van extreemrechts binnen de rijkswacht.

Bendespeurders zijn donderdag binnengevallen in de woning van Gérard Lhost, een voormalige luitenant-kolonel van de rijkswacht, in het Vlaams-Brabantse Alsemberg. “Alles zal nu verder onderzocht worden”, klinkt het bij bronnen, die evenwel niet kwijt willen wat er exact meegenomen werd. “Deze inval was al enige tijd gepland en hield geen verband met de opsporingsvragen die vorige week aan het publiek gesteld zijn.” Met die opsporingsvragen wordt verwezen naar de oproep van de speurders in Faroek, die onder meer op zoek zijn naar één van de daders met een opvallende geboorteplek in zijn nek én een garagist die een rode auto zwart heeft gespoten.

Volgens onze informatie willen de speurders met de huiszoeking bij Gérard Lhost vooral de verwevenheid van extreemrechts met de rijkswacht uitpluizen. Lhost, die in 1981 promoveerde tot luitenant-kolonel, wordt beschouwd als de beschermer van extreemrechts binnen het korps. Zo kreeg hij in 1982 de opdracht om een nachtelijke wapendiefstal bij de Groep Diane – een speciale eenheid binnen de rijkswacht – te onderzoeken, maar zou hij nagelaten hebben om bepaalde rijkswachters en ex-rijkswachters met een uiterst rechts profiel aan de tand te voelen. Een deel van die gestolen wapens zouden later gelinkt worden aan bekende namen in het Bende-dossier, zoals Madani Bouhouche en Robert Beijer.

Verlof zonder wedde

Daarnaast zou één van Lhosts naaste medewerkers in het onderzoek naar die wapendiefstal in 1986 overgeplaatst zijn naar de Dendermondse Delta-cel. Die Oost-Vlaamse rijkswachter zou ook een cruciale rol gespeeld hebben in de beruchte zoekactie van de Delta-cel in de zwaaikom van het kanaal Brussel-Charleroi in Ronquières.

Duikers haalden daar in november 1986 zakken boven met wapens en andere voorwerpen die gelinkt werden aan de Bende. Onderzoek heeft echter uitgewezen dat die voorwerpen maximaal een week voor de vondst gedropt werden in het kanaal. Het parket neemt daarom aan dat die vondst “een poging tot manipulatie van het onderzoek” was. In 1985, na de laatste raid van de Bende, hadden andere speurders óók al gezocht in dat kanaal – toen zonder resultaat. Lhost zelf had op dat ogenblik – rond de jaarwisseling 1985-1986 – al verlof zonder wedde genomen.

“In werkelijkheid had hij zijn topfunctie bij de rijkswacht al kort na de laatste aanslag in Aalst opgegeven”, klinkt het bij een oud-collega van Lhost. “Zijn oversten wisten dat hij te nauw verbonden was met extreemrechtse figuren. Daardoor is hij weggepromoveerd naar de beveiligingsdienst van de toenmalige Europese Gemeenschap. Pas in maart 1987 is hij officieel gestopt bij de rijkswacht.”

Ondanks die opmerkelijke connecties werd Lhost zelf niet verhoord afgelopen donderdag. In 1997 werd hij tijdens de tweede Bendecommissie wél gehoord, maar toen ontkende hij elke link of bescherming van extreemrechtse figuren en rijkswachters. De voormalige rijkswachtkolonel was gisteren zelf niet bereid om commentaar te geven op de huiszoeking.

Bron » Het Laatste Nieuws

Onderzoek Bende van Nijvel: huiszoeking verricht bij gewezen rijkswachtkolonel

In het onderzoek naar de Bende van Nijvel is er vandaag een huiszoeking uitgevoerd bij de gewezen rijkswachtkolonel Gérard Lhost in Beersel. Dat heeft onze redactie uit goede bron vernomen. Wat de huiszoeking heeft opgeleverd is niet bekend. Niemand werd opgepakt.

Het federaal parket heeft een nieuwe huiszoeking uitgevoerd in het onderzoek naar de Bende van Nijvel. De huiszoeking vond plaats bij de gewezen rijkswachtkolonel Gérard Lhost in Beersel.

Lhost getuigde in de tweede parlementaire bendecommissie, onder meer over de invloed van extreem rechts binnen de rijkswacht. Hij was ook een tijdlang hoofd van het Speciaal Interventie Eskadron.

Wat de precieze aanleiding was voor de huiszoeking bij de gewezen rijkswachtkolonel is niet bekend. Het federaal parket dat het onderzoek voert, wou geen commentaar kwijt. Bij de overvallen van de Bende van Nijvel, halfweg de jaren 80, onder meer op warenhuizen van Delhaize, vielen 28 doden. De daders zijn nooit gevonden.

Bron » VRT Nieuws