Het nooit gestopte complot van de stilte

Het nieuwe boek van Hilde Geens, Het complot van de stilte, doet recht aan gewezen rijkswachtkolonel Herman Vernaillen en eerste wachtmeester François Raes en bevestigt dat de zaak-François de moeder van alle disfuncties is. Het geeft een goed beeld van wat er in de onderzoeken naar gewezen rijkswachtcommandant Léon François en de moorden van de Bende van Nijvel verkeerd liep. Het complot van de stilte in beide dossiers is nooit gestopt.

De zaak-François gaat over de manier waarop in de jaren van lood, ook in België, op aangeven en in samenwerking met de Amerikaanse Drug Enforcement Administration (DEA) de strijd tegen de wereldwijde drugshandel werd aangepakt. De DEA was een geheime dienst die door undercoverpraktijken met informanten en infiltratie in het crimineel milieu wou doordringen tot de organisatoren van de drugshandel. Daarvoor hadden zij de hulp nodig van de Belgische politie en justitie.

De toenmalige justitieminister Alfons Vranckx richtte het Bureau voor Criminele Informatie voor op. De rijkswacht deed hetzelfde met de oprichting van het Nationaal Bureau voor Drugs waarvan commandant Léon François de chef was. Door de infiltratie in het milieu liep het volkomen mis. De Belgische undercoveragenten van beide diensten raakten volkomen betrokken in de drugshandel en andere misdrijven en werden zelf criminelen.
De toenmalige rijkswachtmajoor Herman Vernaillen beet zich vast in het onderzoek maar kreeg zowel in het eigen korps als daarbuiten meer dan tegenwerking. Hij werd in zijn woonst door de verlopen rijkswachters Robert Beijer en Madani Bouhouche  beschoten waarbij hijzelf verwond werd en zijn echtgenote blijvende invaliditeit opliep. Eerste wachtmeester François Raes werkte met dezelfde verbetenheid maar werd er door de hiërarchie op de meest brutale wijze voor gepest en gestraft.

Hilde Geens heeft het allemaal doorzocht en op een rijtje gezet. Haar gedegen onderzoeksjournalistiek leidt tot het besluit dat de zaak-François de aanloop was tot de feiten gepleegd door de Bende van Nijvel en dat de betrokkenheid van diverse rijkswachters in beide dossiers niet ontkend kan worden.

Manipulaties bij onderzoek

Terecht draagt het boek de titel Het complot van de stilte. Twee parlementaire onderzoeken en het nog steeds lopende gerechtelijke onderzoek naar beide dossiers zijn er niet in geslaagd de waarheid boven te spitten. Dat komt omdat zowel bij de rijkswacht als de gerechtelijke politie maar ook in de magistratuur het stilzwijgen werd bewaard over heel wat feiten en pistes en er van alle kanten werd gemanipuleerd om de onderzoeken de verkeerde weg op te sturen. Het hele verhaal kan herleid worden tot enkele vaststaande elementen. Er is vooreerst het feit dat met de wereldwijde drugshandel ontzettend veel geld werd en wordt verdiend en dat het aangewend wordt niet enkel voor persoonlijk gewin maar ook voor politieke doeleinden.

Daarin zit de meest plausibele piste dat extreemrechts erbij betrokken was en het paste in de toenmalige extreem liberale en anticommunistische opvatting zoals die vanuit Amerika aan Europa werd opgedrongen. Het geheel toont hoe het misloopt wanneer de rechtsstaat wordt miskend, parallelle organisaties van of naast de gerechtelijke diensten en de reguliere politiediensten op afgeschermde wijze en met gebruik van bijzondere methoden hun gang mogen gaan.

Het is de vraag of het na de feiten en de onderzoeken anders is geworden. Meerdere elementen kunnen die vraag beantwoorden. De mislukking van het Nationaal Bureau voor Drugs heeft de rijkswacht niet verhinderd gewoon verder te gaan met dezelfde praktijken. Er werd een nieuwe geheime en parallelle dienst opgericht, de Gerechtelijke Informatie Dienst. Een gerechtelijk onderzoek in het witwasdossier rond de Antwerp Tower legde alle disfuncties bloot: opvoering fictieve rijkswachters, achterhouden van informatie, ontwijking van bestaande onderzoeken en vervalsing van processen-verbaal.

Ook de wereldwijde strijd tegen de drugshandel werd opnieuw aangewend om ontoelaatbare operaties mogelijk te maken. Door de operatie-Rebel werden alle in ons land verblijvende Turken gescreend, zogezegd om de kopstukken van de drugshandel te kunnen vatten. Uit het onderzoek van een geheim samenwerkingsakkoord tussen de Turkse politie en de toenmalige rijkswachtgeneraal Willy De Ridder bleek wat het werkelijk opzet was.

Verdwenen in kelders

De politiechef met wie samengewerkt werd, bleek ook de baas van de drugsorganisatie van de Grijze Wolven te zijn. Daarover werd een Turks parlementair onderzoek gevoerd dat aantoonde dat die organisatie ook verantwoordelijk was voor aanslagen, ontvoeringen en terreur. In het verslag daarover is te lezen dat de werking van het parlementair onderzoek werd belet. Anderzijds voerde de rijkswacht gedurende jaren opeenvolgende operaties uit tegen de in ons land verblijvende leden van de linkse Koerdische organisatie PKK. Geen enkele van die grote operaties leidde voor de rechtbank tot veroordeling wegens het beweerde terrorisme.

Zoals dat ook in de zaak-François en het onderzoek naar de Bende gebeurde, werden ook rond Antwerp Tower en in de Turkse dossiers maatregelen genomen om de stilte te bewaren. Hoewel alle misdrijven werden bewezen, verdween het dossier rond Antwerp Tower in de kelders van het justitiepaleis. Rapportering in de Turkse dossiers door het Vast Comité P werd vermeden door het verslag uit te stellen tot een nieuwe voorzitter en een nieuwe chef-enquêtes konden worden benoemd.

Het parlementair onderzoek naar Marc Dutroux had de waarheid kunnen bovenhalen. Want ook daarin ging het om de geheime en voor de magistratuur afgeschermde rijkswachtoperaties Décimes en Othello. En alweer werden dezelfde technieken toegepast om de stilte te bewaren. Door twee leden van het Vast comité P werd een zelfs binnen dat comité afgeschermd onderzoek gevoerd. In dat onderzoek bekenden de rijkswachters dat zij de operatie-Othello niet ter kennis hadden gebracht van de onderzoeksrechter “omdat het niet de gewoonte was”.

In het verslag aan het parlement werden deze bekentenissen verzwegen en werd de rijkswacht volkomen witgewassen. De onderzoekscommissie bevestigde dat de operaties geheime en parallelle acties van de rijkswacht waren en de onderzoeksrechter er buiten gehouden werd. De onderzoekscommissie ontdekte ook waarom dat gebeurde. Het was de strategie en de onderzoekspiste van de rijkswacht dat er achter Dutroux een netwerk bestond.

Kinderen als lokaas

De staf wou dit netwerk oprollen en hield daarom tijdens de opsluiting van Dutroux zijn huizen onder bewaking. Aan de vrouw van Dutroux, Michèle Martin, werd verboden het huis te betreden. Uit meerdere en samenlopende elementen uit het onderzoek bleek dat de kinderen in het huis opgesloten zaten terwijl de rijkswacht het huis onder observatie hield. Werden de kinderen als lokaas misbruikt om het beweerde netwerk te kunnen oprollen?

De parlementaire onderzoekscommissie gaf volgend antwoord: “Mochten de meisjes toen nog in leven zijn geweest, dan is het verdere verloop van de gebeurtenissen echt tragisch te noemen. De huissleutels werden immers pas op 6 januari 1996 teruggegeven aan de echtgenote van Dutroux, na herhaalde verzoeken van Dutroux en zijn advocaten aan de onderzoeksrechter, met de bede Michèle Martin in het huis te laten wonen. Als de kinderen in het huis aanwezig waren, betekent dit dat ze het één maand lang zonder verzorging en zonder voeding hebben moeten stellen.” Hoewel de commissie het “echt tragisch” noemde, werd geen verder onderzoek verricht. De commissie sloot haar werkzaamheden zonder sluitend antwoord.

Zoals dat in de zaak-François en de Bende het geval was, komt ook hier de vraag naar voor door welke “duistere macht”, zoals het eerste Bendeverslag het noemde, de stilte kon worden bewaard. Duister is die macht evenwel niet. Door de demilitarisering van de rijkswacht kwam dat korps onder het versterkt gezag van Binnenlandse Zaken te staan. Van daaruit werd gewerkt om de rijkswacht tot het sterkste korps te maken dat andere politiediensten als de zeevaart en de luchtvaartpolitie opslorpte.

Toen de commissie-Franchimont, die de knelpunten in het gerechtelijke optreden moest wegwerken,  de versterking van de opdrachten van de procureur en de onderzoeksrechter bekwam, werd door Binnenlandse Zaken een tegenzet gedaan. In de wet op het politieambt werd de politieoperatie verzelfstandigd en enkel onder het bevel van de politiemeerdere geplaatst. Op een studiedag stelde rijkswachtgeneraal De Ridder openlijk waar het om ging. “De procureur is niet bij machte om de leiding van de opsporing op zich te nemen: hij is daar niet geschikt voor. Hij kan alleen maar toezicht uitoefenen op de volledigheid en de degelijkheid van de opsporingen.” In deze duidelijke miskenning van de grondwettelijke opdrachten van de magistratuur en het voorstel tot radicale ingrepen handelde de korpsoverste niet enkel uit eigen overtuiging maar tevens onder de verantwoordelijkheid van zijn voogdijminister.

Geest van Vande Lanotte

De verantwoordelijkheid voor die radicale maatregelen van de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, Johan Vande Lanotte (Vooruit), kan niet worden ontzien. Het is onder en door zijn beleid dat de rijkswacht verder kon gaan met het uitvoeren van geheime en parallelle operaties die tot de grootste disfuncties hebben geleid. Waarom hij het deed, heeft Vande Lanotte intussen bekend. Zijn boek draagt de toepasselijke titel “Machtspoliticus pur sang”.

Nadat de Keizer van Oostende zijn politieke macht verloren had, werd hij advocaat in het kantoor dat de belangen van de slachtoffers van de Bende vertegenwoordigt. Omdat dat kantoor inzage had in een groot deel van het dossier en het de evolutie van het nog steeds lopende onderzoek op de voet volgt, lijkt de aanwezigheid van Vande Lanotte veel op een bewaker van de stilte. Om zijn verantwoordelijkheid voor de ontsporingen van de rijkswacht in de Turkse operaties te keren heeft Vande Lanotte nu zelfs een tribunaal opgericht dat de schending van de mensenrechten door Turkije aanklaagt. Ook in de huidige werking van de parketten is de geest van Vande Lanotte niet weg te denken. Het is op zijn initiatief dat de justitieminister het monopolie van het strafrechtelijke beleid verkreeg waardoor alleen hij beslist over de richtlijnen die door de parketten verplicht moeten worden opgevolgd.

Of het een complot moet genoemd worden, is bijzaak. De hoge parketmagistratuur was niet in staat de eigen onafhankelijkheid veilig te stellen. Uit een ander parlementair onderzoek, dat naar Kazachgate, bleek dat twee procureurs-generaal gewillig meewerkten om een van megafraude betichte oligarch uit de wind te zetten. Ook daarover werd in de verslaggeving  de stilte bewaard. Mag het gezegd dat deze stilte oorverdovend is geworden? Is ons land dan nog een rechtsstaat of is het zoals de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie beweerde een “schurkenstaat” geworden? Wanneer wordt de stilte opgeheven?

Bron » Apache | Walter De Smedt

Walter De Smedt is gewezen raadslid van Comité I en Comité P. Hij bracht in juni 2020 het boek ‘Het land van de onbestrafte misdaden. Waarom faalt justitie?’ uit bij uitgeverij Kritak.

“Bende van Nijvel heeft met drugs en de Rijkswacht te maken” schrijft Hilde Geens in nieuw boek

In haar nieuwe boek “Het Complot van de Stilte” schrijft journaliste Hilde Geens over het verband tussen de zaak rond commandant François en de Bende van Nijvel. Drugs, geld en de Rijkswacht zijn woorden die steeds terugkomen. En de moordaanslag op majoor Herman Vernaillen in Hekelgem in 1981 is het scharnierpunt tussen de twee dossiers, aldus Geens.
In haar nieuwe boek over de Bende van Nijvel legt journaliste Hilde Geens (o.a. Humo en Knack red.) de kiem van de Bende van Nijvel bij de Rijkswacht en de zaak rond commandant François. “Einde jaren 70 zijn de Amerikaanse veiligheidsdiensten bezorgd over import en export van drugs vanuit Europa, vooral via de luchthaven van Zaventem. Rijkswachtcommandant Leon François mag als een van de eerste Europeanen een opleiding volgen in de VS. Hij leidt daarna het Nationaal Drugs Bureau (NDB) en laat mensen schaduwen, undercover gaan, drugs uithalen, zaken uitlokken, enzovoort. Dat liep helemaal uit de hand en dankzij onderzoek van majoor Herman Vernaillen werd het NDB ontbonden en François veroordeeld”, legt Geens uit.

Majoor Vernaillen

In 1981 werd Vernaillen het slachtoffer van een moordaanslag bij hem thuis in Hekelgem. De majoor overleefde de aanslag, zijn vrouw raakte zwaargewond. Volgens Hilde Geens is Vernaillen zeker dat het om dezelfde daders gaat als de mensen die achter de Bende van Nijvel zitten. “Hij onthult dat in het boek van Bende-slachtoffer David Van de Steen en journalist Annemie Bulté. Bende-verdachte Beijer schrijft dan weer zelf in zijn eigen boek dat hij betrokken was bij de aanslag op Vernaillen. Ik heb bovendien in het Rijksarchief aanwijzingen gevonden en verklaringen van getuigen uit Asse, over de betrokkenheid van garagist Willy D. en die zou, zo blijkt later, ook een rol spelen in enkele bendemoorden.”
Geens haalt veel linken en verbanden aan in haar nieuwe boek. “Na de overval op wapenhandel Dekaise in Waver werden de overvallers klemgereden en beschoten in Hoeilaart. Een rijkswachter die hen achtervolgde herkende zijn collega Bouhouche, hij leek geschminkt. Bij het onderzoek werden verschillende voorwerpen in de wapenwinkel gevonden waar fond de teint opzat.”

Daders: de usual suspects

Volgens Hilde Geens zijn er zo’n 20 hoofdverdachten betrokken bij de Bende van Nijvel. “Je hebt de Borains, die vrijgesproken werden, de kliek van Bouhouche en Beijer en de De Staerkes. Het gaat volgens mij niet om één bende, maar het zijn de wapens die misdaden met elkaar verbinden. Volgens een speurder kwamen ze allemaal van de roof bij wapenhandel Dekaise, maar dat bewijst natuurlijk niet dat ze telkens door dezelfde gangsters gebruikt werden.”
“Het intrigeerde me bijvoorbeeld dat de overvallers in Eigenbrakel woest werden omdat ze de “babykluis” niet open kregen. Het stond er in acht talen op dat de bank de tweede sleutel had. Een kwartier later in Overijse zijn ze opnieuw boos en verbaasd dat ze een gelijkaardige kluis niet open krijgen of kunnen meenemen. Dat wisten ze toch van de raid een kwartier daarvoor in Eigenbrakel? Ging het om dezelfde ploeg? De vraag is ook of al die daders elkaar zelfs kenden.”

De vier

Er zijn volgens Geens aanwijzingen dat vier mensen zowel bij de eerste als bij de laatste moorden van de Bende van Nijvel betrokken zijn. “Van de aanslag op Vernaillen tot de vreselijke overval op de Delhaize in Aalst: telkens is er een verband met ex-rijkswachters Robert Beijer en Madani Bouhouche, de vroegere adjunct-gevangenisdirecteur Jean Bultot en garagist Willy D.

Proces in 2025?

Hilde Geens zou na 2025 inzage krijgen in het strafdossier over Rijkswachtcommandant François. “Dat was het antwoord van federaal procureur Marianne Cappelle toen ik vroeg om het dossier in te kijken. Want, wat bleek, ze heeft de hele zaak toegevoegd aan dat van de Bende van Nijvel. Dat ondersteunt wel mijn stelling over de link tussen de twee dossiers. Maar tegen dan ben ik 80, ze is wel optimistisch.”
Toch gelooft Hilde Geens in een proces. “Er zijn veel fouten gemaakt en er zijn veel valse sporen gelegd, maar ik vang signalen op dat er een proces komt en dat de wet zou aangepast worden om een verjaring te stuiten. Ik zie dat allebei als een goed teken.

Geen DNA

“Maar gisteren kreeg ik opnieuw een schok. Een jaar of tien geleden was er in La Dernière Heure sprake van DNA op een kledingstuk van een verdachte van het bloedbad in Aalst. Ik vroeg toen aan een speurder of ze DNA hadden van al hun slachtoffers. “Maar natuurlijk”, zei die politieman. Wel, gisteren belde een slachtoffer om te zeggen dat ze zijn DNA hadden gevraagd. Dat hadden ze dus nog niet.” Toch blijft Geens hoopvol. “Eindelijk iemand die er toch achteraan gaat. Dus ja, ik heb nog hoop op een proces.”
Het boek “Complot van de Silte” van Hilde Geens is uitgegeven bij Borgerhoff & Lamberigts.
Bron » VRT Nieuws | Lennart Segers

Het complot van de stilte

Rijkswachtcommandant Léon François begint in de jaren 70 bedenkelijke onderzoeks-methoden te gebruiken in de strijd tegen drugshandelaars, zonder wettelijke regeling. Wie zijn de gangsters en wie de politie? De grenzen vervagen. De top van de politie en van de politiek, ex-premier Vanden Boeynants op kop, kijken toe en grijpen niet in. François wordt veroordeeld, maar de zaak raakt nooit echt opgehelderd. Heel wat zware misdaden worden nooit opgelost.

Dáár ligt de kiem voor de Bende van Nijvel die in de jaren 80 het land in rep en roer zet met moordende aanslagen. Net als bij de zaak-François laat de Bende vooral veel vragen achter. Wie zijn de daders? Wat zijn hun motieven? Wie houdt hen de hand boven het hoofd? Zeker is dat Bouhouche en Beijer, als BOB’ers in de misdaad verzeild geraakt, de spilfiguren zijn in beide dossiers.

De oorlog tegen de drugs wordt anno 2022 nog altijd gewonnen door de criminelen. Het onderzoek naar de Bende van Nijvel wacht nog steeds op antwoorden. Het verdoezelen van de waarheid, het complot van de stilte, is nog altijd aan de gang.

Auteur Hilde Geens werkte als onderzoeksjournaliste. Zij beet zich met indrukwekkende hardnekkigheid vast in politieverslagen en archieven, en ondervroeg talloze, cruciale getuigen. Het resultaat van haar onderzoek is verbijsterend …

Het complot van de stilte verschijnt 26 februari bij Borgerhoff & Lamberigts en kost 29,99 euro. Voor meer info: www.borgerhoff-lamberigts.be

Ronny uit Diest rijdt rond met Golf GTI van de rijkswacht uit de tijd van de Bende van Nijvel

Als Ronny Smeyers uit Diest met zijn Golf GTI uit de jaren 80 de baan op gaat, dan houden heel veel bestuurders zich plots aan de maximusnelheid. Ronny’s auto is er namelijk eentje met een sirene en zwaailicht op, het voertuig van de rijkswacht uit de tijd van de Bende van Nijvel.

“Via via heb ik deze wagen kunnen kopen”, vertelt Ronny op Radio 2 Vlaams-Brabant. “Ik was al enkele jaren op zoek naar deze auto en drie jaar geleden is het mij gelukt. Ik ben gefascineerd door historische voertuigen. Mijn fascinatie begon toen ik op de lagere school een gele auto van Touring Wegenhulp zag staan, een Renault 4. Ik ben die auto nooit vergeten en zo’n 5 à 6 jaar geleden heb ik zo’n auto dan ook gekocht. En sindsdien is de passie nog meer gegroeid en ben ik ook gevallen voor de Golf GTI van de rijkswacht uit 1986.”

Op de auto staat een zwaailicht en hij is ook uitgerust met een sirene. “Dat is ook wettelijk toegelaten omdat de rijkswacht sinds 2001 niet meer bestaat”, zegt Ronny. “Alleen mag ik de zwaailichten en sirene niet gebruiken op de openbare weg. Ik heb zelfs een schakelaar in de auto geïnstalleerd zodat dat zwaailicht niet kan opgezet worden tijdens het rijden.”

Politie

Toch werd Ronny al verschillende keren tegengehouden door de politie. “Meestal zijn het jonge agenten die mij aan de kant zetten”, legt Ronny uit. “Zij weten meestal niet dat je met zo’n auto mag rondrijden. Ik mag mijn auto elke dag gebruiken, alleen niet om kinderen naar school te brengen of als ik naar het werk rij.”

Bron » VRT Nieuws

Ex-rechter rekent af met Justitie: ‘Ondenkbaar wat die rijkswachters allemaal uitspookten’

Het land van de onbestrafte misdaden heet het pas verschenen boek van de gepensioneerde rechter Walter De Smedt. De ondertitel Waarom faalt justitie? laat er geen misverstand over bestaan: België is volgens hem door jarenlange manipulatie uitgegroeid tot een failed state. ‘Ik ben niet de enige die ze gepakt hebben.’

Van de Tweede Wereldoorlog tot nu ziet Walter De Smedt (71) een rode lijn van een door de VS geïnspireerde, extreemrechtse, ondergrondse macht die de staat probeert te ontwrichten. “Wat is een complot?”, repliceert hij als we hem vragen of hij een complottheoreticus is. “De parlementaire onderzoeken over het stay-behindnetwerk Gladio en de Bende van Nijvel stopten toen het te lastig werd. Wie greep toen in? In het eerste Bende-onderzoek omschreef het parlement dat als ‘de duistere macht’.”

De Smedt begon zijn magistratencarrière als substituut bij het Antwerpse parket. Later werd hij er onderzoeksrechter. In 1993 stapte hij over naar het Comité P, dat de politiediensten controleert. Acht jaar later werd hij lid van het Comité I, controleur van de inlichtingendiensten. Als enige Belg ooit zetelde hij in beide comités. In 2007 werd hij strafrechter in Antwerpen. “Na mijn passage bij Comités P en I had ik nooit als rechter mogen terugkeren”, beseft hij nu. “Andere rechters zagen me als een afvallige, ook al was ik juist voor hen in de politiek gestapt.”

Toen De Smedt in mei 2009 een recidiverende gps-dief wegens ‘uitlokking’ vrijsprak, veroorzaakte dat een storm van protest. Dat vonnis leidde twee jaar later tot De Smedts vervroegde pensionering. “Die dag stond er een man voor mij die al negen veroordelingen had opgelopen. Een zware drugsdealer en -gebruiker die een paar maanden eerder voor identieke feiten tot achttien maanden effectieve gevangenisstraf was veroordeeld. Nu bleek dat die straf nooit was uitgevoerd. Ik kreeg het niet verteerd dat die man zonder straf op straat was gezet en zo de kans kreeg om gewoon verder te doen. Als je zo iemand laat gaan, weet je toch dat hij meteen dezelfde feiten pleegt? Daarom was mijn stelling: het feit dat zijn straf níét is uitgevoerd, is uitlokking. Dat was toch zo gek niet? Waarom daar toen zo heftig op gereageerd is? Uit schrik dat nog rechters zouden zeggen: ‘Wij zitten hier niet voor nougatbollen.’”

Schreef u dit boek als verwerking?

“Zo ben ik het beginnen schrijven, maar toen tekenden zich die contouren af van waarom het in dit land al vele jaren misgaat. In essentie komt het altijd op hetzelfde neer: het achterhouden van informatie die door occulte inlichtingendiensten is ingezameld, verwerkt en niet gerapporteerd.”

“Ik was nog substituut toen ik voor de allereerste keer tijdens de zaak-François met zo’n parallelle inlichtingendienst geconfronteerd werd. In 1971 richtte de toenmalige socialistische minister van Justitie Alfons Vranckx het Bureau van de Criminele Informatie (BIC) op. De Amerikanen voerden met hun Drug Enforcement Administration (DEA) een globale war on drugs en het BIC sloot daar naadloos bij aan. De DEA gebruikte bijzondere methoden zoals werken met informanten en infiltratie en uitlokking door undercoveragenten. Bij het BIC waren ook undercoveragenten actief die volledig buiten het gerecht om werkten. Zij waren vogelvrij.”

“De rijkswacht wou ook zoiets en richtte het Nationaal Bureau voor Drugs (NBD) op. Ze pasten de technieken toe die ze van de Amerikanen geleerd hadden. Maar dat liep faliekant af: die mannen werden zelf criminelen. Dat eindigde in 1982 met het proces-François, waarbij rijkswachtcommandant Leon François veroordeeld werd tot één jaar gevangenis met uitstel voor 27 misdrijven, waaronder handel in drugs. Dat belette de rijkswacht niet om de man tot majoor te bevorderen.”

“In 1988 ontdekte ik als onderzoeksrechter in Antwerpen een nieuwe geheime inlichtingendienst van de rijkswacht, de Gerechtelijke Informatiedienst (GID). Niemand had daar ooit over gehoord.”

Hoe kwam u hen op het spoor?

“Bij toeval. Dat was in een zaak van Duitse oplichters die in Antwerpen als ‘beleggingsadviseurs’ actief waren. De rijkswacht had huiszoekingen uitgevoerd, aanhoudingen verricht en ik kreeg als onderzoeksrechter het proces-verbaal op mijn bureau. Dat was opgesteld door liefst acht rijkswachters. Dat waren er bijzonder veel, vond ik, dus belde ik de chef voor meer uitleg. ‘Die kan ik niet geven, want ik was er niet bij’, zei hij. Ik riep ze alle acht bij me. Ze bekenden dat geen van hen bij die operatie betrokken was. Ik stond perplex en vroeg wie dan wel. ‘De mensen van de GID.’ Ik viel uit de lucht. Ze zeiden: ‘Het is een informatieonderzoek van adjudant Willy Van Mechelen waar wij verder niets van weten.’”

‘Topspeurder’ Willy Van Mechelen werd in 2002 veroordeeld tot vijf jaar gevangenis voor de smokkel van 20 ton marihuana.

“Jaren werkte ik onwetend met hem samen. Ik nodigde Van Mechelen uit op mijn kantoor, bleek dat hij zijn huiszoekingen had uitgevoerd samen met Duitse politieambtenaren van een Einsatzkommando. Mijn oren tuitten. Het pv was vervalst en de huiszoekingen waren zonder mandaat uitgevoerd. Ze hadden geld in beslag genomen, maar daar was in het pv niets van terug te vinden. Het stonk langs alle kanten. Ik had toen mijn ogen kunnen sluiten om mijn eigen carrière niet in het gedrang te brengen, maar zo zit ik niet ineen. Ik besloot om een huiszoeking bij de generale staf van de rijkswacht in Brussel te organiseren. Daar vond ik op mijn knieën de complete blauwdruk voor de parallelle GID.”

Dat was geen hobbyclub van een paar gefrustreerde rijkswachtofficieren?

“Dat was een door de rijkswachtstaf opgerichte inlichtingendienst die zich niet enkel beperkte tot het verzamelen van informatie, maar ook geheime operaties uitvoerde. De magistratuur wist daar niets van en werd om de tuin geleid met vervalste pv’s. Ik stelde de onderofficieren in verdenking. Nog voor ik aan Van Mechelen toekwam, vroeg het parket-generaal het dossier op ‘om het te bestuderen’. Zij maakten een ‘eindvordering tot buitenvervolgingsstelling’, want er was zogezegd geen enkel misdrijf gepleegd. Mijn collega van de raadkamer was het daar niet mee eens, het dossier kwam voor het hof van beroep en vervolgens hoorden we er nooit nog iets van.”

Achter de schermen was druk uitgeoefend om de GID uit de wind te zetten?

“Natuurlijk, mijn dossier verhuisde naar de catacomben. Nu moet u weten dat collega’s van de gerechtelijke politie zonder dat ik het wist al een jaar bezig waren met een onderzoek naar die mannen. Wij werden bedrogen met 100 per uur. Toen ik later in conflict raakte met de toenmalige Antwerpse procureur-generaal Roger Van Camp kreeg ik de kans om te gaan werken bij het pas opgerichte Comité P. Daar heb ik geprobeerd om die toestanden écht aan te pakken, maar Freddyke Troch wou niet.”

U bent in uw boek ontzettend hard voor magistraat Freddy Troch die net als u in Dendermonde geboren is, onderzoeksrechter werd en voorzitter van het Comité P was toen u er lid van was.

“Troch heeft mij ontgoocheld. We zijn generatiegenoten en in het begin steunde ik hem. Hij had het onderzoek naar de Bende van Nijvel geleid en beweerde dat toenmalig minister van Justitie Melchior Wathelet hem eraf had gehaald. Ik geloofde hem, tot ik een brief onder ogen kreeg waarin hij schreef dat hij het Bende-onderzoek wou verlaten als hij in ruil gepromoveerd werd tot ondervoorzitter van de rechtbank.”

Ging het in die tijd niet altijd zo?

“Ja, maar toen besefte ik ook dat Troch op de onvoorwaardelijke steun kon rekenen van zijn goede vriend en jaargenoot Tony Van Parys, de CD&V’er die het tot minister van Justitie schopte en Troch in het Comité P katapulteerde. Diezelfde Van Parys begon een afzettingsprocedure tegen mij.”

U was zelf geen politieke maagd: u was van liberale signatuur.

“Ik heb dat nooit onder stoelen of banken gestoken. Ik was wel altijd duidelijk: ‘Ik zit in het Comité P als liberaal, niet als vertegenwoordiger van de liberale partij.’ De liberalen wisten dat ik een dwarsligger ben en dat ze me nooit iets moesten vragen wat niet door de beugel kan. Ik mocht mijn zin doen, met alle gevolgen van dien. (lacht) Herman De Croo is een vriend en zelfs met hem raakte ik ooit in de clinch. Dat was naar aanleiding van de Turkse dossiers, toen bleek dat de rijkswacht halverwege de jaren negentig alweer met haar geheime dienst GID haar boekje ver te buiten gegaan was. U kunt zich niet voorstellen wat die rijkswachters indertijd allemaal uitspookten.”

De rijkswacht is intussen al lang opgedoekt.

“Ze is van naam veranderd. De organisatie van de politie is hervormd, maar het échte probleem werd niet aangepakt: het inwinnen, verwerken en bewaren van informatie. Kennis is macht. Daar ging het altijd over en dat weegt nog steeds als een erfelijke belasting op de politie. In gelijk welke zaak kom je dat probleem van vergaren van informatie in geheime operaties tegen.”

Donald Trump klaagt altijd over tegenwerking door the deep state. U gelooft dat er in België ook zo’n deep state actief is?

“Ik kwam ze zelf tegen. Die deep state is net die ideologisch extreemrechtse stroom van na WO II die het communisme wou tegenhouden. Om dat te begrijpen moet u de boeken over de moord op Julien Lahaut in augustus 1950 lezen. Een week nadat iemand tijdens de eedaflegging van koning Boudewijn in het parlement riep ‘Vive la république!’ werd Lahaut, de voorzitter van de communistische partij, in zijn huis doodgeschoten. Die moord raakte nooit opgehelderd, tot wetenschappers er zich mee gingen bemoeien. Hij werd vermoord door leden van het door de Amerikanen opgerichte stay-behindnetwerk Gladio. De politie kende de daders, maar de onderzoeksrechters wisten van niets. Een identiek scenario als dat van de GID.”

Zijn de spelletjes en afrekeningen onder magistraten niet een groter probleem dan de deep state?

“Ik ben niet de enige die ze gepakt hebben. Kent u het verhaal van de fiscale substituut Peter Van Calster? In 2011 werd de afkoopwet ingevoerd. Justitie oordeelde dat in grote fraudezaken een minnelijke schikking soms beter is dan verjaring of overschrijding van de redelijke termijn. Over de toepassing van die wet ontstond tijdens de diamantoorlog een meningsverschil tussen Peter Van Calster en de Antwerpse procureur-generaal Yves Liégeois. Van Calster was niet tegen de afkoopwet, maar wou de minnelijke schikking eerst voorleggen aan een rechter. Dat kon voor Liégeois niet. Van Calster werd gepest, kreeg strafrechtelijke onderzoeken over zich heen. Ze haalden alles uit de kast, maar vonden niets want hij is een correcte gast. Uiteindelijk straften ze hem toch met één jaar ontzetting uit zijn ambt, wat opgetrokken werd tot twee jaar. Die man zit nog altijd thuis, terwijl hij van het Grondwettelijk Hof volledig gelijk kreeg. Ze pleegden een karaktermoord op hem.”

Walter De Smedt, Het land van de onbestrafte misdaden, Kritak, 288 blz., 22,99 euro

Bron » De Morgen