Interviews

Interview familie Palsterman

Bende van Aalst

Acht doden, verschillende gekwetsten, tientallen mensen in shock, getuigen die nu, twaalf jaar na de feiten, nog altijd bang zijn om te zeggen wat ze die nacht in de stad en bij de Delhaize gezien hebben, … De ravage in aanmerking nemend, had de Bende van Nijvel de Bende van Aalst moeten heten. In dit Peyton Place aan de Dender werd Jan Palsterman, een werkloze dromer en avonturier van 40, op die bewuste negende november 1985 mogelijk als eerste op het parkeerterrein van het warenhuis omsingeld en vermoord door een trio gangsters met Zwarte Piet-pruiken op, terwijl de kassiersters binnen het Sint-Maartensfeest aan het voorbereiden waren. In april 1984 keert Jan Palstermans terug uit het toenmalige Zaïre, waar hij gewerkt had voor de bouwonderneming Dumon, die nu failliet was gegaan. Kort na zijn thuiskomst gingen hij en zijn vrouw Marie-Jeanne Callebaut uit elkaar.

De kinderen woonden eerst bij hun moeder en dan bij hun vader. De reden is niet simpel en doet niet ter zake. Palsterman was een jaar weg bij zijn vrouw toen de Bende toesloeg. Hij bezweek de dag na de aanslag aan schotwonden in zijn hoofd. Het drama heeft het gezin niet opnieuw bij elkaar gebracht, integendeel. Zijn weduwe vraagt zich sinds ze het dossier heeft kunnen doornemen af of Jan echt een toevallig slachtoffer is van de Bende.

Enkele van de zes kinderen zien dit als een aanval op hun vader, die zich niet meer kan verdedigen. Je kunt je ook nauwelijks voorstellen dat acht mensen zouden worden vermoord om de moord op één van hen te camoufleren. Maar de vraag is vitaal voor een onderzoek dat al zo weinig aanknopingspunten biedt. Het worden twee verdrietige gesprekken, eerst met vier van de kinderen Palsterman die Nathalie en de twee oudste, heeft samengebracht bij hun advocaat, SP-schepen Patrick Jacobs: Kristof, Diederik en Nele. Irena en Jan zijn er niet bij.

Diederik: “Tegen het sluitingsuur gingen we winkelen, mijn zus Irena, mijn vader en ik. Mijn vader reed het parkeerterrein op en ik en mijn zus stapten uit. Onze va bleef in de wagen zitten. We zijn eerst om babyvoeding gegaan in de zuivelafdeling, en waren al een poos in het warenhuis toen er plots paniek uitbrak. We hoorden roepen en schieten. Ik dacht meteen aan de overval in Overijse een paar weken eerder, en wilde naar buiten lopen, naar de parking. Maar een dokter uit Aalst trok ons achter de bakken met drank waar al iemand plat op de grond lag, verstijfd van angst. Daarna leek alles een eeuwigheid te duren. Ik heb niets gezien, ik durfde niet te kijken. We hoorden schieten en mijn zus heeft Frans horen praten. Ik niet. Ik dacht dat ik ging sterven. De gerant van de Delhaize is ons voorbijgelopen, hij werd gevolgd door een gangster die over ons hoofd heen op hem mikte.”

“Toen het schieten voorbij was, durfden we nog steeds niet bewegen, tot iemand bars riep: ‘Kom daar achteruit, armen omhoog!’ Ik dacht dat ik afgemaakt zou worden, maar het was een politieman in burger met een pistool in zijn hand. ‘Vooral niks proberen,’ zei de man. Hij heeft de arts afgetast, en daarna ons allemaal. Toen mochten we weg. We wilden naar de parking, waar vader was, maar hij was afgesloten. De gaven de nummerplaat van vader aan iemand die bij de versperring stond, en vroegen of zijn Talbot er stond. Die man ging weg en kwam weer terug en zei: ‘De wagen is niet op de parking.’ Wij hebben daar nog een tijdlang rondgehangen samen met allemaal mensen in shock. Eén van onze ooms is ons komen ophalen.”

Nathalie: “Ik werkte als jobstudente in de Picknick, een broodjeszaak op de Grote Markt in Aalst. Een oom heeft me daar gebeld. Hij had in het televisiejournaal gehoord dat er iets gebeurd was in de Delhaize. Ik wist dat onze va daar na de middag met Irena boodschappen zou gaan doen. Ik ben meteen naar huis gereden om te zien of alleman thuis was, vader en de kinderen. Er was niemand. Toen ben ik naar de Delhaize getrokken.”

Kristoff: “Ik en mijn jongste zus Nele keken thuis tv, en opeens liep er de boodschap over het scherm dat de Delhaize overvallen was. Toen ging de bel en nonkel Freddy stond daar. Wij zijn ook naar ginder gereden. Daar hoorden we dat vader in een ziekenwagen weggevoerd was. We zijn toen naar het ziekenhuis gereden, daar werd hij geopereerd. Het zou een moeilijke operatie worden. Ik heb die nacht nog vaders bebloede jas en zijn persoonlijke bezittingen meegekregen. Twee dagen nadien is het gerecht ze weer komen ophalen. Ik zie die jas nog altijd voor me, ik weet nog precies waar de bloedvlekken zaten.”

Diederik: “We zijn diezelfde avond allemaal verspreid over ooms en tantes, behalve Irena, de oudste, die al getrouwd was. Vader is zondagmiddag om 16 uur gestorven. Dat vernamen we in de nacht van zondag op maandag.”

Een begrafenis van één van de slachtoffers van het bloedbad in Aalst.
Een begrafenis van één van de slachtoffers van het bloedbad in Aalst.

Zwarte piet

Heeft de politie in de Delhaize uw naam en adres genoteerd voor u naar huis mocht?

Diederik: “Nee. En er is nog iets wat ik niet begrijp, ik heb maar één enkele keer met de speurders te maken gehad. Binnen het uur na de overval kwamen ze thuis met de vraag of we iets gezien hadden. Maar we hadden niets gezien.”

Kristoff: “Je zegt dat nu, Diederik, maar ik heb twee weken geleden toch een lap tegen mijn kop gekregen toen ik David van de Steen, de jongen die in Aalst zijn ouders en zijn zus verloren heeft, in zijn getuigenis voor de Bendecommissie op de televisie hoorde zeggen dat die gangsters een Zwarte Piet-pruik op hadden. Jij hebt vroeger verteld dat je tijdens de overval een Zwarte Piet gezien hebt, en dat je op hem toe wilde lopen omdat je dacht dat het onze vader was.”

Diederik: “Ik heb er zo vaak van gedroomd, en op den duur weet je niks meer zeker. Was het zo, was het niet zo? Heb ik dat echt gezien of is het een droom geweest? Misschien komt het wel boven onder hypnose. Mij hebben de speurders daar nooit om gevraagd. Maar ik zou me zeker laten hypnotiseren als het ergens goed voor was.”

Kristoff: “De enige keer dat ik in al die jaren met de politie te maken kreeg, was toen die man twee dagen na vaders dood zijn kleren is komen terughalen. Er is me nooit gevraagd: “Wie was uw vader?” Niets. Het interesseerde de mensen niet. Vader had kort voordien, na de aanslag in Overijse, nog gezegd dat een overval op het warenhuis in Aalst ideaal zou zijn voor de gangsters, omdat ze meteen kunnen vluchten. De Delhaize ligt omzeggens aan de oprit van de autoweg.”

Geen onderzoek

Bent u ook niet gehoord in verband met de maquette die de situatie van de aanslag weergeeft?

Diederik: “Nee, nooit. Ik niet, en Irena, die geen kind meer was, ook niet.”

Advocaat Patrick Jacobs: “Omdat er geen wedersamenstelling geweest is, is er nog altijd twijfel of Jan Palstermans het eerste of het laatste slachtoffer van de Bende geweest is.”

Nathalie: “Hij is neergeschoten terwijl hij probeerde weg te rijden, en daarbij is hij tegen een geparkeerde wagen aangebotst. Wat daar verder exact is gebeurd, weet niemand van ons.”

Vindt u dat niet terug in het dossier, dat u nu toch kunt raadplegen?

Nathalie: “Nee. Patrick kent een getuige die vader de parking zag opdraaien, en geprobeerd heeft hem nog te waarschuwen. Die man was zo in paniek dat hij gevlucht is. Hij gaat nog altijd naar het graf van onze va omdat hij zich schuldig voelt. Dus is de kans reëel dat vader nog ergens naartoe was gereden en neergeschoten werd toen hij terugkwam. Wilde hij tanken aan de overkant van de Delhaize en heeft hij pas daar vastgesteld dat hij niet genoeg geld op zak had? Zijn portefeuille was leeg toen hij werd teruggegeven.”

Advocaat Patrick Jacobs: “De speurders hebben geprobeerd een overzicht te krijgen van de wagens die zich op dat moment van de feiten op het parkeerterrein bevonden, maar de getuigen die er waren zijn zeker niet allemaal gehoord. Er is ook geen serieus onderzoek gebeurd naar de persoonlijkheid van de slachtoffers.”

Diederik: “Als ze het op vader gemunt hadden, zouden ze ook wel geweten hebben dat hij daar nooit inkopen ging doen. Het was heel toevallig dat het die dag wel gebeurde. Mijn oudste zus Irena is getrouwd met een Libanees, en haar man was op reis. Daarom had ze mijn vader gevraagd of hij haar naar het warenhuis kon voeren. Het was de bedoeling om na de middag te gaan winkelen, maar vader speelde graag gezelschapspelen, en wij natuurlijk ook, en dus was het van “nog een spelletje, nog een laatste”, enzovoort, en pas vlak voor sluitingstijd zijn we gauw gegaan.”

Het mikpunt

Als de daders het op uw vader gemunt hadden moeten ze hem dus gevolgd zijn. Het zou een ongelooflijke enscenering geweest zijn, maar is het ooit bij u opgekomen, dat hij mogelijk het mikpunt van de Bende was?

Diederik: “Ik weet niet wat ik moet denken. Ik vrees dat we het nooit zullen weten. Het is mijn diepste hoop, maar volgens mij is het onmogelijk om nu, na twaalf jaar, die zaak nog op te helderen. Al die jaren hebben de gangsters de tijd gehad om sporen uit te wissen, getuigen te laten verdwijnen. Vroeger wilde het gerecht de zaak niet oplossen, nu kunnen ze het niet meer. Daar ben ik van overtuigd.”

Advocaat Patrick Jacobs: “Je kunt ook niet zeggen dat ze twaalf jaar aan dit dossier gewerkt hebben. Tot 1990 wel, maar toen is het dossier over de overval in Aalst naar Charleroi verhuisd, wat op zijn zachtst gezegd een ongelukkige beslissing was. Je kunt wel een papierberg overhevelen, maar niet de kennis die daarachter zit. Er is maar één speurder uit Dendermonde met het dossier mee naar Charleroi vertrokken dus heeft haast iedereen zich opnieuw moeten inwerken. Pas vijf jaar later hebben ze weer een initiatief in onze richting genomen.”

Diederik: “In januari 1995 hebben we namelijk allemaal een brief van het gerecht in Charleroi gekregen, zeggende dat de beklaagden buiten vervolging werden gesteld. Ik ben natuurlijk geen politieman, maar als je het dossier leest, krijg je toch de indruk dat Philippe De Staerke er toch zeker mee te maken heeft gehad, als was het maar als verkenner.”

Advocaat Patrick Jacobs: “Wij hebben dan ook geweigerd ons erbij neer te leggen.”

Nathalie: “Het voelde aan als een afscheidsbrief. ‘Bedankt voor jullie interesse, volgende onderwerp.’ We hebben ons burgerlijke partij gesteld, maar toen bleek dat we daar een bedrag moesten betalen. Een paar duizend frank, juist weet ik het niet meer.”

Kristoff: “Dat is toch verschrikkelijk. Je bent slachtoffer, en dan moet je betalen om te mogen zien hoe ze het onderzoek naar de daders voeren.”

Nathalie: “We hebben toch inzage van het dossier gekregen, maar dat bevond zich in Charleroi. We mochten het alleen inkijken tussen 13.30 uur en 16 uur. Maar we werken allemaal, dus ligt dat niet voor de hand. En vanuit Aalst ben je toch al een paar uur onderweg naar Charleroi en terug. We zijn een keer gegaan, en nadien niet meer. Uiteindelijk hebben we eind 1995 met alle families van slachtoffers samen één kopie van het dossier kunnen krijgen.”

Kon u het opbrengen het dossier te lezen?

Diederik: “Wat me interesseerde. Maar ik heb het antwoord toch niet gevonden. Ik had graag geweten wat zich op dat parkeerterrein heeft afgespeeld, wat de laatste momenten van mijn vader waren.”

Wat was uw vader voor iemand?

Kristoff: “Ik had altijd het gevoel gehad dat ik geen vader had. Hij was vaak op reis voor zijn werk. Van 1981 tot in de lente van 1984 woonde hij zelfs in Congo. En opeens was hij daar terug. Ik was een anarchist geworden. Er was met mij geen huis te houden. Thuis dachten ze dat ik op school zat, en op school dachten ze dat ik thuis was. Ik respecteerde geen gezag, maar onder het zijne kon ik niet onderuit. Hij was inventief en primair. Ik ben blij dat ik hem heb meegemaakt.”

Diederik: “We hebben hem eigenlijk maar één jaar gekend, maar dat jaar kunnen ze ons nooit meer afpakken. Het heeft ons leven bepaald.”

Kristoff: “Ik hoop dat ik half zo goed word als hij. Hij heeft mij op het rechte pad gebracht. Zijn dood zal daar ook wel mee te maken hebben, ik zeg het eerlijk.”

Nathalie: “Moeder zegt nu dat hij had verteld dat hij diamant trafiqueerde. Maar een maand voor hij vermoord werd, had hij nog een brief naar de Koningin geschreven met de vraag zijn situatie te regulariseren. Hij was nergens mee in orde. Het antwoord van het secretariaat van Fabiola is een paar dagen na zijn dood gearriveerd, alles zou geregeld worden. Die brief was een hulpkreet omdat hij niet meer voor- of achteruit kon. Als hij in de diamanttrafiek gezeten zou hebben, had hij toch geen geld nodig gehad?”

Diederik: “In Ter Zake is ooit gezegd dat bankier Leon Finné, een slachtoffer van de Bende in Overijse, en vader elkaar gekend zouden hebben.”

Kristoff: “Dat hoor je dan, en dan denk je dat er hopelijk niets van waar is.”

Advocaat Patrick Jacobs: “Ze hebben de agenda’s van Finné uitgepluisd, maar geen enkele verwijzing naar Jan Palsterman gevonden.”

Nahtalie: “Maar als die mogelijkheid bestond, waarom zijn de speurders ons dan nooit foto’s van Finné komen tonen en ons nooit vragen komen stellen?”

Kristoff: “Dat soort beweringen doet ons ook pijn. We zitten met zoveel vragen. Wie was onze va in die drie jaar dat hij in Afrika verbleef?”

Wie was hij?

Kristoff: “Ik denk een gelukkiger mens.”

Nathalie: “Zijn hart was in Zaïre, maar zijn kinderen waren hier.”

Kristoff: “Hij heeft ooit gepolst of we niet mee naar ginder wilden, maar hij vond het zelf waarschijnlijk niet realistisch. Hij is er nooit op teruggekomen.”

“Kassa zeker?”

Zijn u dingen duidelijk geworden toen u het dossier had doorgenomen?

Nathalie: “Nu zie ik hier in het postkantoor robotfoto’s die er jaren geleden hadden kunnen hangen. Die hadden de speurders onmiddellijk na de feiten kunnen maken op basis van de aanwijzingen uit het dossier. Er is een drietal verdachten, die door een hele serie getuigen in Aalst keer op keer herkend werden.”

Diederik: “Ze hebben mij nooit een fotoalbum getoond. En Irena, die de daders heeft horen praten, hebben ze nooit met stemmen van verdachten geconfronteerd.”

Kristoff: “We hebben meer journalisten over de vloer gekregen dan speurders.”

Nathalie: “Alleen die politieman uit Dendermonde, die samen met het dossier naar Charleroi getransfereerd werd, is ons komen wegwijs maken in de onderzoeksmappen. Hij was heel behulpzaam, daar niet van.”

Kristoff: “Ik durf die dossier niet bekijken.”

Nathalie: “Ik lees er een uur of drie in, en dan moet ik afhaken omdat ik het niet meer aankan. Daarna begin ik er opnieuw aan. Het gaat me niet goed af. Ik heb enorme bewondering voor David Van de Steen, die heeft durven praten voor de Bendecommissie bis. Ik heb ooit deelgenomen aan een uitzending van De Zevende Dag en tevoren heb ik nachten wakker gelegen, en zitten tobben. Wat mag ik zeggen, wat kan ik zeggen. Ik heb angst gehad, maar het heeft voor mij wel een verwerkingsproces op gang gebracht. Na al die jaren kunnen we er nu al eens met elkaar over praten.”

Diederik: “Voor mij is dit de eerste keer.”

Nele: “Ik was zestien, zeventien jaar toen ik er voor het eerst over sprak. Een jaar of vijf na de feiten.”

Kristoff: “Dat hoofdstuk moest vergeten worden, maar je kunt het niet vergeten. Ook vrienden wilden het er niet over hebben. Het was net of het nooit gebeurd is.”

Diederik: “Als de eerste jaren de woorden ‘Bende van Nijvel’ vielen, kon ik niks meer uitbrengen.”

Kristoff: “Het enige wat mensen me vroegen was of we er rijk mee geworden zijn. Mijn vrouw kreeg ooit te horen: ‘Nu ben je wel binnen zeker?'”

Nele: “En ik: ‘Hoeveel heb je ervoor gekregen?’ Sommige mensen schamen zich echt voor niets.”

Advocaat Patrick Jacobs: “Van het Fonds voor Hulp aan Slachtoffers van Gewelddelicten hebben de kinderen Palstermans nochtans niets ontvangen, omdat er ‘een andere maatschappelijke uitkering voorhanden was’. Ze kregen wezengeld.”

De minister in Ter Zake

Kristoff: “Ik begreep er niets van toen ik commissievoorzitter Tony van Parys op de radio hoorde zeggen dat ze alle families van de slachtoffers hadden gecontacteerd, en dat er maar vijftien gereageerd hadden. Ik ben daar een paar dagen niet goed van geweest. Ons heeft niemand wat gevraagd.”

Nathalie: “Blijkbaar moet je jezelf uitnodigen. Op die manier maak de Bendecommissie dezelfde fout als het gerecht. Zij moeten naar de slachtoffers toe stappen en niet andersom. Met de zaak Dutroux ben ik echt kwaad geworden. In de grond was ik jaloers. Ze doen zoveel voor die mensen, en ik gun het hen. Maar waarom niet voor ons. Ik heb ook altijd gevonden dat de zaak in de media moet blijven, dat de dood van mijn vader niet in de doofpot mag. Maar tegelijk zou ik zo graag hebben dat er eindelijk een punt achter gezet wordt. Het duurt voor ons al twaalf jaar, en het houdt maar niet op.”

Advocaat Patrick Jacobs: “Ik ben niet pessimistisch. Onderzoeksrechter Jean-Claude Lacroix heeft het dossier opnieuw in handen gekregen. Hij kent het en hij interesseert zich er voor, daar ben ik van overtuigd. En hij heeft de tijdsgeest mee. Ik kan me niet meer voorstellen dat hij, zoals zijn voorgangers, zal worden tegengewerkt. Ik sluit dus niet uit dat er een doorbraak komt.”

Kristoff: “Ik dacht altijd: wil iedereen nu eens zwijgen en de zaak laten rusten. Toch wil ik de waarheid kennen. Maar ik ben zelf niet sterk genoeg om ervoor te vechten. Ik ben mijn vertrouwen in de mensen kwijt. Ooit, in het begin van de affaire-Dutroux, zat minister van Justitie Stefaan De Clerk in de studio van Ter Zake. Je kon hem telefonisch vragen stellen. Ik heb toen zonder te zeggen wie ik was gevraagd of we met Dutroux net zo’n doofpot mochten verwachten als met de Bende van Nijvel. Zijn antwoord kwam erop neer, ‘dat er nu eenmaal mensen zijn die niet kunnen geloven dat er in bepaalde dossiers helemaal geen aanwijzingen zijn’. Had ik nog de kans gekregen, dan had ik gerepliceerd: ‘En er zijn nu eenmaal mensen die niet kunnen geloven dat er in bepaalde dossiers niet naar aanwijzingen gezocht wordt.'”

Reactie Marie-Jeanne Callebaut

De avond dat Jan Palstermans met zeven andere mensen werd doodgeschoten aan de Delhaize in Aalst, stond de moeder van zijn kinderen – Marie-Jeanne Callebaut – samen met tientallen andere mensen in paniek aan te schuiven voor het politiekantoor om te vernemen waar hun familie was. Marie-Jeanne wist dat haar dochter Irena van plan was in de loop van de middag in het warenhuis babyvoeding te kopen.

Marie-Jeanne Callebaut: “Pas de dag nadien hebben wildvreemde mensen me verteld dat mijn man onder de slachtoffers was en in het ziekenhuis lag. Hij is diezelfde dag nog overleden. De laatste vier jaar van zijn leven had ik geen echt contact meer met hem. In 1981 was hij naar Zaïre vertrokken. Hij liet niks van zich horen en toen hij drie jaar later terugkwam ging het helemaal niet meer en is hij apart gaan wonen. Ik ben gestopt met van hem te houden op de dag dat hij me zei dat hij diamanten wilde traffiqueren. Ik dacht: ‘Waar sleep je mij en ons gezin in mee?’ We waren aan het scheiden toen het gebeurde. Mijn courage was weg.”

“Na zijn dood heb ik jarenlang harde noten moeten kraken. Ons gezin was helemaal ontwricht, het bestond niet meer. Het heeft lang geduurd voor ik weer een beetje vaste grond onder mijn voeten kreeg. Op mijn vijfenveertigste kreeg ik mijn weduwepensioen. Tot dan had ik het financieel bijzonder moeilijk gehad. Ik heb mijn twijfels over de werking van het Fonds voor Slachtoffers van Gewelddaden. Ik heb er een beroep op gedaan maar ik heb bot gevangen.”

“Die mensen hebben me heel onheus behandeld. Ze hebben, heel aanmatigend, de plaats van de rechter ingenomen. Dat ene jaar dat ik van mijn man gescheiden leefde, het jaar van zijn dood, had ik mijn onderhoudsgeld niet opgeÎist. Dat is het geweer dat ze gebruikt hebben om mijn aanvraag af te schieten, ik was duidelijk niet hulpbehoevend. Maar ik heb getracht al mijn belevenissen, de goede en de slechte, tot positieve ervaringen om te buigen. Mijn kinderen hebben het lastig gehad, maar ze zijn nu volwassen en ze redden zich allemaal meer dan behoorlijk. Daar ben ik blij om.”

“Het was een afrekening”

“In al die jaren ben ik nooit verhoord geweest. Niemand heeft me wat gevraagd. Ik ben zelf naar onderzoeksrechter Freddy Troch toe gestapt om me burgerlijke partij te stellen. Ik was ook niet uitgenodigd om te getuigen voor de tweede Bendecommissie. Ik heb de moeite gedaan om toch te mogen komen. Want dit is ook mijn laatste strohalm om ooit klaar te zien in deze zaak. Toen ik na tien jaar eindelijk het dossier in handen kreeg, was me meteen duidelijk dat de aanslag op de Delhaize van Aalst geen gewone overval was.”

“Nagenoeg alle acht doden zijn op het parkeerterrein gevallen, voor de gangsters het warenhuis zijn binnengegaan. David Van de Steen heeft zijn leven kunnen redden door binnen te vluchten. Wat was het dan wel? In mijn ogen is er paniek gezaaid om een afrekening toe te dekken, namelijk de moord op mijn man. Hij werd omsingeld. Elk van de drie vluchtwegen die hij uitprobeerde, was afgesneden door een schutter.”

“Jan kon niet naar de ingang van het warenhuis, hij kon niet weg via de uitgang van het parkeerterrein, en hij kon ook niet naar een ander deel van de parking. Hij werd getroffen door twee dodelijke schoten, uit riotgun één en uit riotgun twee, van op korte afstand en van op achttien meter. Kunt u begrijpen dat ik slapeloze nachten heb? Want ik sta niet alleen met mijn theorie, hoor. Er zijn speurders die het dossier beter kennen dan ik, en die denken net als ik.”

“Ik begrijp mijn kinderen ook wel, ze willen hun vader niet opgeven. Maar ze moeten mij het recht laten om op zoek te gaan. Als hun vader zuiver op de graat is, hoeven ze toch niet bang te zijn voor wat ik bovenspit? Ik vraag me af waar hij van leefde, waar hij zijn huur van betaalde en zes opgroeiende kinderen van onderhield. De oudste was twintig toen Jan vermoord werd, de jongste elf. Hoeveel hemelse dauw heb je nodig voor een gezin van zeven, en je hebt geen stempel- en geen kindergeld? Mijn kinderen moeten aanvaarden dat ik me daar vragen over stel.”

Bron » Humo | 1997

Interview familie Palsterman

De lange schaduw van de Bende van Nijvel

Even leek het erop dat Justitie in België zou stoppen met het onderzoek naar de Bende van Nijvel, de terreurgroep die in de jaren tachtig een hele reeks bloedige aanslagen pleegde. Nathalie en Nele Palsterman, kinderen van een van de slachtoffers, waren erbij toen de minister op het nippertje besloot toch verder te gaan speuren. “Als er geen politiek mee gemoeid was, hadden we de waarheid allang geweten”.

Kort voor sluitingstijd zette Jan Palsterman twee van zijn kinderen af bij de Delhaize-supermarkt in Aalst. Het was zaterdag 9 november 1985. “Ga maar vast naar binnen, ik moet aan de overkant eerst nog tanken”, had hij gezegd tegen Irena en Diederik. Het was het laatste contact met zijn kinderen. Drie kogels troffen Jan Palsterman achter het stuur van zijn grijze Talbot Samba. De volgende dag overleed hij in het ziekenhuis. Hij was een van de acht doden bij deze overval door de Bende van Nijvel.

Drie weken lang hadden politie en rijkswacht de Delhaize-vestiging in Aalst in de gaten gehouden. Een halfuur voordat de winkel sloot waren de twee rijkswachters in hun beige Renault 4 ineens verdwenen. Niemand heeft ooit begrepen waarom. Alsof de troepen zich terugtrokken, omdat ze wisten wat ging komen. Het grootste deel van de inkomsten van die dag was toch al in veiligheid gebracht, verklaarde een rijkswachtofficier achteraf.

Geruchten en roddels

Het is inmiddels al bijna zestien jaar geleden dat dit drama zich afspeelde, een verschrikkelijke aanslag in een hele reeks van overvallen – voor de kinderen Palsterman is het als de dag van gisteren. Eind mei 2001 zag het er naar uit dat de Belgische justitie zou stoppen met het onderzoek naar de de Bende van Nijvel. Nooit is een dader veroordeeld, de laatste verdachte – Philippe De Staerke – gaat vrijuit. En hoewel het dossier van de bende inmiddels 2,5 miljoen pagina’s dik is, heeft het onderzoek niet meer opgeleverd dan een heleboel, vaak tegenstrijdige, getuigenverklaringen, een paar sigarettenpeuken en enkele lege kogelhulzen. Op het nippertje besloot Justitie uiteindelijk toch door te gaan met het onderzoekswerk.

Nathalie (35) en Nele Palsterman (27) zijn getekend door de feiten. Beiden verschijnen met enige regelmaat in de publiciteit om de aandacht voor de zaak levend te houden. Niemand kan zich nog voorstellen hoe bedreigend de situatie in die dagen in België was. En hoe de fantasie op hol sloeg. Jan Palsterman werd na de laatste bloedige aanslag van de Bende van Nijvel in verband gebracht met diamant- en drugssmokkele. Hij had lange tijd in Zaïre gezeten en was misschien wel een doelwit voor de bende. Volgens de dochters zijn deze geruchten en roddels vooral het werk van hun moeder Marie-Jeanne Callebaut, van wie Jan Palsterman gescheiden leefde. De formele scheiding van het echtpaar werd drie weken na de aanslag in Aalst uitgesproken.

9 November 1985 was een normale zaterdag. Jan had met zijn kinderen een kaartje gelegd en gescrabbeld. Irena, de oudste dochter, was op bezoek met haar baby. Waarom vader, die vrijwel nooit in de Delhaize ging winkelen, die avond kort voor sluitingstijd nog even naar de supermarkt reed om luiers en babyvoeding te kopen, blijft een raadsel. De Delhaize ligt op een steenworp afstand van de snelweg die Brussel met de kust verbindt. Ideaal voor overvallers die zich, zoals de Bende van Nijvel, verplaatsen in snelle Volkswagens Golf GTI. “Irena en onze jongste broer Diederik waren meegereden naar de Delhaize”, vertelt Nathalie. “Het meest logische is dat hij is gaan tanken, dat het pompstation gesloten bleek en hij de parking van de Delhaize weer opreed, dat er toen is geschoten en hij zo tegen een andere auto is gebotst. Niemand weet precies wat er is gebeurd.”

Zwarte Pieten

De twee kinderen die het drama meemaakten, werden pas ’s nachts weer thuis afgezet. Ze dachten dat hun vader had willen vluchten. Nathalie: “Ik was toen 18 en deed weekendwerk. Mijn oom belde over die overval op de Delhaize. Het schoot door mijn hoofd. Ik had ergens een bang voorgevoel.” De jongste Palsterman, Diederik, was destijds 11 jaar. Hij liep nietsvermoedend naar de gemaskerde gangsters.

Het was bijna Sint-Maarten, het feest dat op 11 november in delen van Oost-Vlaanderen wordt gevierd. ‘Zwarte pieten!’, dacht hij. De overvallers schoten hun wapens leeg op de rij colaflessen in de rekken boven hem. “Diederik heeft nog gezien hoe ze bendeleden met de filiaalhouder naar de kluis zijn gelopen”, vertelt Nathalie. “Ze hebben hem ondervraagd, maar sinds de dag van de overval nooit meer. Terwijl er tegenwoordig technieken bestaan om mensen onder hypnose te verhoren. Diederik was jong, maar hij heeft veel van het verloop van de overval gezien.”

Er zijn volgens Nathalie Palsterman ontzettend veel fouten gemaakt. “Het ziekenhuis gaf de met bloed doordrenkte kleren van mijn vader de volgende dag mee. Een week later kwam de politie ze ophalen voor nader onderzoek. Toen waren ze al gewassen. In de auto van mijn vader reed twee weken later al iemand anders rond. Auto’s van de bende zijn als schroot verkocht. Door al die blunders en procedurefouten kunnen ze nooit meer iemand voor de rechter brengen, zelfs al hebben ze nieuwe verdachten.”

De roddels over hun vader hebben de kinderen Palsterman gehard in het leven. Nathalie: “Mijn vader was er voor de kinderen. Al die verhalen over zijn betrokkenheid bij drugs en wapens slaan nergens op. Wij woonden bij hem en hebben nooit iets gemerkt van criminele activiteiten. Ik kan niet geloven dat er bij die overvallen op de Delhaize bepaalde slachtoffers doelbewust zijn uitgepikt. Vader is daar toevallig gaan winkelen. Hij kwam daar nooit. Er zijn te veel toevalligheden om verbanden te leggen.”

Drie kinderen Palsterman werden na de dood van hun vader verdeeld over pleeggezinnen, twee gingen naar een weeshuis. “Je werd daar zo gedropt van de ene op de andere dag”, vertelt Nathalie. “We hebben elkaar jaren niet gezien. Pas nadat we weg waren uit de pleeggezinnen ging het beter.” Sinds een jaar of vijf gaan Nathalie en haar jongere zus Nele af en toe naar Charleroi om het dossier in te kijken. Wat treffen ze daarin aan? “Het is één kluwen. Getuigenverklaringen, de bekentenis van De Staerke, die hij later weer introk. Over personen die wel degelijk herkend zijn. Maar er ontbreken ook tal van pagina’s en het invoeren van de gegevens is niet altijd zorgvuldig gebeurd. Als ik gewoon zoek naar het kenteken van mijn vaders auto, dan kom ik wel 30 keer een andere nummerplaat tegen.”

Nog zeventien verdachten

Eind mei 2001 zag het er even naar uit dat het onderzoek naar de bende zou worden gestaakt. Nu De Staerke niet meer als verdachte in aanmerking kwam, leken alle sporen verder dood te lopen. Op een bijeenkomst met nabestaanden bleek minister van justitie Marc Verwilghen echter toch nog mogelijkheden te zien. De aanwezigen hadden de indruk dat die draai tijdens de vergadering werd gemaakt.

Nathalie vertelt dat zij in mineurstemming naar de bijeenkomst gingen: “We dachten: dit is het einde. Met die instelling zijn we naar Charleroi gegaan. Misschien hadden ze het lef niet, nadat ze de slachtoffers hadden gezien, om te zeggen, we sluiten af. Er zouden nog zeventien mogelijke verdachten zijn. Wie dat zijn mogen we niet weten.” Zij meent overigens dat de onderzoeksrechters in Charleroi, waar het gerechtelijk onderzoek is gecentraliseerd, wel blijk geven van goede wil.

Slachtofferhulp was er niet bij, zestien jaar geleden, vertellen de zussen Palsterman: “We moesten het doen met een maatschappelijk werkster die door de rechtbank was gestuurd. Een sociaal accident, zeiden we altijd. Diederik mocht voor hulp naar de politie. Stel je voor, een kind van elf in zo’n kil politiebureau. Ga dan met hem naar een plaats waar het gezellig is. Dat soort slachtofferhulp hebben we gehad.”

Haar jongste broer is veranderd, vindt Nathalie. “Diederik was heel open van karakter, een lolbroek eigenlijk. Hij is nu erg gesloten. Drie jaar geleden heeft hij ons nog eens verteld hoe hij die overval beleefde. Je ziet die gangsters schieten, zei hij. Mensen liggen op de grond, gewond of dood. Daarna een stil moment, waarin er geen besef meer is van plaats en tijd. Toen de overvallers al lang weg waren, kwam de politie met getrokken pistool. Je ligt daar als kind, je weet niet wie je kunt vertrouwen. Waren het wel agenten? Van de schrik heeft Diederik in zijn broek gedaan.”

Nathalie is later nog één keer in de Delhaize geweest. “Ik kom er nooit meer, ik ga overal winkelen, maar niet daar.” De film Le Bal Masqué die over het Bende-mysterie is gemaakt, hebben ze nooit willen zien. Geweld op televisie wordt in huis geschuwd. “Wij hebben een trauma te verwerken. Wij waren ons vader kwijt en daarna elkaar. Er is een verschil met Diederik en Irena die ter plaatse waren, die het allemaal hebben gezien en aan hun lot zijn overgelaten. Diederik had de pech dat hij bij familie werd ondergebracht bij wie hij over zijn vader niet mocht praten.” Nele: “Ik weet nog dat diezelfde avond een familielid het lef had mij wijs te maken dat die gangsters ons gingen pakken. Ze hebben ons die avond van alles verteld.”

Extreem-rechts

Minister van justitie Verwilghen heeft onlangs een wetsvoorstel ingediend om zogeheten spijtoptanten te beschermen. Mogelijk zouden dan met name criminelen gemakkelijker informatie doorspelen aan de politie. Hoewel nog allerminst duidelijk is of dit wetsvoorstel er door komt – tegenstanders zijn bang dat straks de ene helft van de Belgen de andere helft zal gaan aangeven – bestaat er hoop dat er hierdoor ook in de Nijvelzaak nieuwe aanknopingspunten zullen komen. Nele: “Maar veel mensen die iets hadden kunnen weten of vertellen zijn gestorven en hebben het geheim mee in hun graf genomen, zoals de omstreden politicus Paul Vanden Boeynants.”

De minister laat nu opnieuw het extreem-rechtse spoor onderzoeken. Was de bende een poging om het land te destabiliseren en een staatsgreep voor te bereiden? Eerder onderzoek door twee criminologen leverde niets op. Twee parlementaire commissies beten hun tanden stuk op de zaak. Sceptici zeggen dat de vraag of de Bende van Nijvel al dan niet een terreurorganisatie was, alleen op tafel is gelegd om verjaring te voorkomen. “Ik denk dat het extreem-rechts is”, zegt Nathalie.

“Zoiets blijft nooit zo lang in de doofpot zitten als het om gewone misdadigers gaat. Als er geen politiek mee was gemoeid, dan hadden we de waarheid al lang geweten.” Ze denkt er nog steeds iedere dag aan. “Je kunt het voor je eigen gemoedsrust allemaal vergeten, maar wij vinden dat je erover moet blijven praten. Als de media er geen aandacht meer aan schenken is het afgelopen. Het gaat om 28 slachtoffers. Dat is toch niet iets dat elke dag gebeurt.”


Bron » Trouw | Bert Schamper | Juli 2001

Interview David Van de Steen

Inleiding

David Van de Steen was negen jaar toen hij op de parking van Delhaize in Aalst oog in oog kwam te staan met de Bende van Nijvel, op zaterdagavond 9 november 1985. Zijn zuster Rebecca en zijn ouders worden die avond door de overvallers doodgeschoten. David zelf raakte daarbij gewond, maar overleefde de verwondingen. De wilde schiet- en moordpartij zal het leven kosten aan acht mensen.

In totaal en officiëel wordt aangenomen dat de Bende Van Nijvel 28 doden op haar geweten heeft. We weten dit vooral dankzij het gerechtelijk en ballistisch onderzoek, dat tot begin jaren ’90 onder andere in Dendermonde werd gevoerd. Voormalig onderzoeksrechter Freddy Troch, substituut Willy Acke en politiemensen maakten deel uit van de zogenaamde Delta-cel, wat de naam was van het onderzoeksteam dat opheldering probeerde te brengen in één van de meest moorddadige gerechtelijk dossiers in België.

Verdachten werden ondervraagd en aangehouden door de toenmalige speurders uit de Scheldestad: één van hen is Philippe De Staerke, die in 1987 werd aangehouden door het Dendermondse parket. Hij werd veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf voor andere feiten. In 1991 schreef hij echter een brief, gericht aan de krant Het Laatste Nieuws, waarin hij bekende aan het hoofd te hebben gestaan- sinds 1978- van “een commando”, beschikkend over een 15-tal “goed getrainde” mensen.

Een jaar eerder werden op aansturen van de Delta-cel wapens bovengedoken uit een kanaal nabij het hellend vlak van Ronquières. Een eerdere duikoperatie, in dezelfde omgeving, onder het gezag van de inmiddels overleden Nijvelse procureur Deprètre leverde niets op. Het ballistisch onderzoek kon feiten gepleegd tussen 1982 en 1985 aan elkaar linken. Tot een assisenproces is het echter niet gekomen. Zo ontstond een beangstigende mythe, genaamd Bende Van Nijvel.

Om mysterieuze redenen werd dit complexe dossier echter overgeheveld van Dendermonde naar Charleroi. Ondanks het op korte tijd geleverde resultaat. Waarom? Onderzoeksrechter Freddy Troch verloor zijn bevoegdheid van onderzoeksrechter, hem te kennen gegeven via een publicatie in Het Staatsblad. Korte tijd later ging hij aan de slag bij het comité P. Sinds enige tijd is hij met pensioen. In 2012 bezochten twee speurders van de Waalse onderzoekscel Troch en overhandigden hem een 12 bladzijden tellend document.

In een recent gepubliceerd artikel is de voormalige onderzoeksrechter niet mals in zijn kritiek op het huidige onderzoek. Eerder veroorzaakte het in de boeien slagen van voormalig Delta-speurder Eddy C. enige opschudding. Eddy Vos verklaarde dan weer dat “men” oude bendedossiers in Charleroi “aan het vernietigen is”. Ten opzichte van mensen die recht hebben op gerechtigheid, een waarheid waarom ze dierbaren hebben verloren of zich jarenlang hebben ingezet om in deze resultaat te boeken, is dit de zoveelste blamage en de schande van een rechtstaat ver voorbij …

Het gesprek met één van de kroongetuigen van die bloedstollende overval vindt plaats in Aalst, in de buurt van het Belfort.

Volgens David zat er nog een tweede groep daders – tijdens de overval op Delhaize in Aalst – aan of achter houten palletten, zowat centraal op de parking van Delhaize, aan de achterzijde van het warenhuis, gelegen aan de Parklaan. Gaven zij rugdekking aan het drietal dat zo moordddadig en driest tekeer ging in Aalst? Of ging het om logistieke steun? Gaat het hier over “De Bende van Hofstade” ? (Kort voor de overval werd op een vrije radio het plaatje “Te Voet naar Scherpenheuvel” aangevraagd, “van De Bende van Nijvel, voor De Bende van Hofstade”).

Het kan bijna niet anders dan een gecodeerd bericht zijn geweest tussen twee gewapende groepen. Als je het Osbroek-park – gelegen achter Delhaize – doorwandelt, heb je verschillende paden, waarvan er één inderdaad omhoog gaat (rechtdoor vanuit de richting van de atletiekpiste, waarover eerder ook bizarre getuigenissen werden geregistreerd en waar wapens en kledij werden gevonden, voor de overval). Als je dat pad volgt kom je terecht aan de achterzijde van de Delhaize-parking. Er is ook sprake van “bruine bottinnen”, die zouden gedragen zijn door de overvallers. Mogelijks gaat het over schoeisel van het Amerikaanse leger.

David Van de Steen
David Van de Steen

Het interview

Wie bent u?

“Mijn naam is David Van de Steen.”

Wat doet u nu?

“Momenteel ben ik met een project bezig waar ik niet veel over kan zeggen: je zal het wel horen of te weten komen binnen enkele maanden aangezien ik nu volop aan het schrijven ben. Mijn ouders hebben heel lang een eigen zaak gehad, bijna 32 jaar. Een aantal jaar heb ik op zelfstandige basis in die zaak gewerkt. Ondertussen is de zaak failliet gegaan, terwijl ik zelf in die periode drie jaar open wonden heb gehad zodat mijn been kon dichtgroeien.”

“Daardoor heb ik veel ellende gekend – men heeft bijna mijn voet geamputeerd – waardoor alles anders aangepakt is moeten worden. Mijn werk bestond op dat moment uit het plaatsen van airconditioning – koeltoestellen – op daken en gebouwen. Door mijn fysieke problemen werd het werk te zwaar en kon ik het niet meer aan. Een jaar later is er een boek tot stand gekomen over mijn leven.”

Men kent u als het negenjarige jongetje wiens gezin in Aalst werd vermoord door de zogenaamde Bende van Nijvel. Wat ging er door u op het moment dat u dat allemaal zag gebeuren?

“Ongeloof. Het is iets onvoorstelbaar om mee te maken. In 1985 leefden wij toch in een speciale sfeer: we hoorden als kind veel over de Bende van Nijvel, het was constant in het nieuws. We hoorden ook over de aanslagen van de CCC. Er was voortdurend geweld, als kind zag je als je ging winkelen …”

Is het door u gegaan op dat moment dat zijn misschien die mannen?

“Jajaja. Voor de overval hoorde ik mijn moeder praten over de Bende van Nijvel en over de overvallen op Delhaize. Mijn grootmoeder was er enorm tegen dat wij ’s avonds naar Delhaize gingen in Aalst. Zij woonde er rechttegenover, zij zag dagelijks de belegering van het warenhuis. Het was constant …”

De angstpsychose bij de mensen …

“Ja, er lagen scherpschutters op het dak. Men kon de spanning aan Delhaize zien: politiemensen liepen daar in kogelvrije vesten rond, zo goed als altijd. Op het ogenblik dat Delhaize werd overvallen, werden de bewakende politiemensen afgelost van hun wacht. Blijkbaar verwachtte men daar iets. Mijn grootmoeder had al oorlogen meegemaakt en één van haar uitspraken was als je naast het water loopt, kan je er invallen. Zij bedoelde met deze uitspraak aan het adres van mijn moeder dat je het lot niet moet tarten door ’s avonds in Delhaize te gaan winkelen. Mijn moeder geloofde niet dat zoiets in Aalst ging gebeuren, dat heeft ze ook gezegd en repliceerde wanneer moeten wij het anders doen? Ze wilde haar leven niet aanpassen omdat het al op een andere plaats was gebeurd.”

“Als kind zie je wel die belegering van Delhaize, maar je verwacht een dergelijke gebeurtenis niet. Als ze daadwerkelijk voor mij stonden, wist ik van de eerste seconde dat het de Bende van Nijvel was: dat zijn dezelfde die de vorige overvallen gedaan hebben en zij zijn hier om iemand te vermoorden, is wat ik dacht op dat ogenblik. Je weet dat het geen overval is die vlekkeloos zal verlopen. Na twee seconden stond ik met één van hen oog in oog, en worden zowel mijn ouders als mijn zuster doodgeschoten. Dertig seconden later ben je zelf al aan het lopen, schieten ze op u en ben je al geraakt. Dan besef je dat het gemeend is en als kind krijg je daardoor een angst.”

Blijkbaar besef je ondanks uw jonge leeftijd wel dat het iets ernstigs is dat op dat ogenblik plaatsvindt?

“Iedereen denkt dat iemand van negen jaar zoiets maar voor de helft meemaakt, of dat het een vage herinnering is, maar het staat in mij gegrift alsof het gisteren was: iedere seconde, ieder detail, wat er gezegd is en wat er gedaan is, weet ik nog. Hun schoenen, hun kleding, … niets is weg uit mijn geheugen. In mijn leven is er een splitsing geweest tussen het oude leven ervoor en het andere leven erna. Het is een breekpunt geweest.”

Het vervaagt ook niet ? Blijft alles heel scherp ?

“Neen, het vervaagt niet. Vroeger dacht ik ook dat als ik ouder zou worden het op een keer meer naar de achtergrond zou raken, of dat het weg zou zijn. Dat is niet waar, het blijft op de voorgrond hangen.”

Hoe is het om op te groeien zonder uw moeder, zonder uw vader en zonder uw zus? Hoe is dat geweest voor u?

“Wel dat is een hel: verschrikkelijk omwille van het niet kunnen vatten dat er niemand meer is. Ons huis stond leeg en je kunt er niet meer naar terug. Ik ben opgegroeid in de Hyacinthenstraat. Er was een serieus gat in mijn been en ik had iemand nodig. Op zo een moment heb je uw ouders nodig, maar ze zijn er niet … Mijn grootvader en grootmoeder hebben geprobeerd mij zo goed mogelijk op te vangen maar hebben het eveneens meegemaakt. Die mensen zijn ook kapot hé. Iedereen rondom u is verslagen of kapot. Die mensen moeten dan proberen mij …”

… recht te houden?

“Ja, en te redden. Dat is zo een moeilijke situatie voor een familie om door te maken dat je al sterke personen moet zijn. Het dient gezegd dat mijn grootvader een sterk iemand was, mede door wat hij in het verleden tijdens de oorlogen en in zijn leven allemaal heeft meegemaakt. Daar tegenover is mijn grootmoeder nooit meer dezelfde geworden: ze kon nog moeilijk genieten en elke keer ze misschien zou gelachen hebben, kwam er onmiddellijk een schuldgevoel in haar boven. Ze heeft een enorme depressie gehad in de jaren nadien: volgens mij heeft het tien jaar geduurd vooraleer ze gewoon buiten wou komen om de markt over te stappen. Ze verborg zich voor iedereen.”

Tien jaar?

“Ja, het zal zeker tien jaar zijn. Maar zelfs dan gingen mijn grootouders naar de zee om te winkelen. Zelfs naar de kapper gaan gebeurde aan zee omdat mijn grootmoeder niet wilde dat men haar er in Aalst zou over aanspreken. Ze verdrong de gebeurtenissen: laat er mij over gerust, ik wil er niets over horen en ik wil er niet over spreken … Mijn grootvader reageerde tegenovergesteld: hij moest er kunnen over praten. Het was enorm moeilijk opgroeien: ook omwille van het feit dat de angst bleef hangen door wat er gebeurd was … Mijn grootvader was zelf zijn onderzoek gestart en op vanalles gebotst. Daardoor werden wij thuis bedreigd via dreigtelefoons.”

Thuis bij uw grootvader?

“Ja ja, er werd gedreigd met zowel mij als mijn grootmoeder te vermoorden.”

Waren dat dan Nederlandstalige mensen?

“Ja, volgens hem waren dat Nederlandstaligen.”

Nederlandstalige?

“Ja.”

Dezelfde mensen altijd? Dat weet je niet?

“Dat weet ik niet. Eerst was er het verhaal met zijn wagen …”

… met die nummerplaten?

“Ja: zijn nummerplaten werden gekopieerd en werden eveneens op een grijze auto geplaatst maar het betrof een BMW in plaats van een Mercedes. De auto met de valse nummerplaten stond verkeerd geparkeerd, zoals op een zebrapad, dus écht serieus verkeerd geparkeerd.”

Bijna bewust dan?

“Ja ja, bewust. Al de processen-verbaal daarover kwamen altijd bij mijn grootvader terecht. Hoe meer hij probeerde aan te tonen dat hij die auto niet geparkeerd had en er probeerde tegenin te gaan, hoe meer processen-verbaal er bij ons terechtkwamen. Op een dag kreeg hij een telefoon: kijk, doe verder en morgen wordt er aan de schoolpoort een kind doodgereden met een wagen met uw nummerplaten.”

In feite wilde men dat uw grootvader zijn onderzoeken stopte?

“Hij stelde moeilijke vragen. Zelfs buiten zijn medeweten om was hij tot voorzitter gekozen door een soort slachtoffercomité dat in die tijd werd opgericht door sommige slachtoffers. Bij dat comité waren ook advocaten betrokken. Dat is wel eens in de krant verschenen en mijn grootvader had ook al in de mot dat het onderzoek slecht gevoerd werd, zelfs niet gevoerd werd aangezien we niemand te zien kregen. Via zijn eigen onderzoek kwam hij uit op allerhande vuile zaken die men niet wou onderzoeken. Mijn grootvader nam geen blad voor de mond. Het gevolg was dan die telefoon, waar ze hem in bedreigden met een kind dood te rijden aan een schoolpoort …”

… en wij schuiven dat in uw schoenen.

“… en wij schuiven dat in uw schoenen.”

Dat hebben ze gezegd aan de telefoon?

“Ja.”

Openlijk bedreigd?

“Ja ja, dat is één van de dingen die gezegd zijn. De volgende bedreiging was een kerel die zegde: je kent kolonel Vernaillen zijn verhaal … als je verder doet zal u juist hetzelfde overkomen. Wij weten u wonen. Op dat ogenblik was het vier jaar geleden dat Vernaillen in zijn huis beschoten werd: daar waren Madani Bouhouche en Robert Beijer voor verantwoordelijk, wat ze ook hebben toegegeven.”

In de affaire Vernaillen is Faez El Ajjaz volgens mij ook genoemd.

“Ja, maar dat wilden ze niet zeggen. Beijer heeft enkel gezegd het was Madani Bouhouche, ikzelf en nog twee anderen. De namen van de twee anderen heeft hij niet willen zeggen. Vernaillen was pissed-off tot en met, maar kon er niets meer aan doen omdat zijn zaak verjaarde. Dat is een enorme frustratie om verder in uw leven mee te dragen. Ik denk dat mij dat ook nog te wachten staat.”

Denkt u dat uw familie en uzelf een doelwit waren op die bewuste 9 november 1985?

“Dat is een vraag die ik mij al dikwijls gesteld heb, die ik al heel mijn leven heb gesteld: wat hebben wij daarmee te maken.”

Sommigen zeggen van wel en anderen zeggen van niet.

“Wat kunnen zij nu weten? Ik weet het nog niet.”

Maar heeft uw grootvader in die zin geen elementen gevonden waarover hij u heeft verteld, die al of niet in die richting wijzen?

“Ah ja, wij konden maar in één richting denken: dat iemand uit het automilieu meegedaan heeft aan die overval, bij ons in de zaak kwam. Misschien heeft hij zich de bedenking gemaakt op het ogenblik dat hij tegenover ons stond verdomme dat is diegene uit de winkel waar ik dagelijks kom, of iets dergelijks.”

Acht u het mogelijk dat – zonder het zelf te weten – uw ouders voor sommige mensen misschien hinderlijke getuigen zouden kunnen geweest zijn?

“Geen hinderlijke getuigen in een zaak of van iets dat gebeurd is. Misschien wel, zoals ik zeg: als je in Aalst een zaak hebt komen daar veel klanten binnen. Als het één van uw klanten is die dat daar uitsteekt en hij herkent u of jij herkent hem. Er is inderdaad bv. het verhaal van die Nederlanders die dicht tegen ons woonden, in dezelfde wijk. Kende iemand van ons die mannen? Ik weet dat niet.”

Volgens mijn informatie hebt u op een bepaald moment – en u was daar zeer zeker van – verklaard dat één van de mensen die u herkend heeft op de parking van Delhaize Patrick Haemers zou zijn geweest. Bent u daar inderdaad héél zeker van dat u Haemers hebt gezien tijdens de overval in Aalst?

“Een heel kort antwoord : 100 percent.”

100 percent?

“100 percent.”

Ik veronderstel dat u dat ook tegen de onderzoekers hebt gezegd? Heeft men u ooit geloofwaardig geacht? Heeft men u ooit au serieux genomen?

“Ik heb dat niet gezegd, ik heb dat gepredikt! Tot het zagerige toe. Altijd wist men mij op het bolletje te wrijven en te zeggen: jongetje het is goed, maar dat spoor geloven we niet. Eddy Vos gelooft dat spoor wel maar heeft het ook niet kunnen bewijzen aangezien Haemers dan al dood was. Zelf denk je dan Haemers heeft toch een entourage? Maar daar wordt niet aangeraakt, en je voelt dat ook.”

Als gevolg van de verwondingen, die u hebt opgelopen, kwam u toen in het ziekenhuis van Aalst terecht waar u een heel lange revalidatie onderging. In het boek ‘Niet schieten, dat is mijn papa!’ – wat u samen met Annemie Bulté geschreven hebt – staat een passage waarin je vertelt dat u denkt in het ziekenhuis één van de verdachten van de overval gezien te hebben, als ik mij niet vergis.

“Eigenlijk is daar op een bepaald moment een persoon de kamer binnengekomen …”

… de kamer waarop u lag?

“Ja, en die was volledig in het zwart gekleed: hij had nogal donkere krullen in zijn haar. Het verschil met de overval: tijdens de overval droegen ze pruiken, hier was het zijn echt haar. Toendertijd was ik enorm bang van alles en nog wat. Iemand in het zwart gekleed, die uw kamer binnenkomt, dus zeker als zoiets gebeurt. Wat heb ik gedaan? Ik heb gedaan alsof ik sliep, intussen hem langs de ene ooghoek in het oog gehouden.”

“Hij liep rond mijn bed naar de venster, is dan rond mijn bed teruggegaan, vervolgens heb ik op een knop kunnen duwen om de verpleegster te roepen. Omdat ik een kind was van 9 jaar, lag ik op een gang van volwassenen. Ik lag niet op de kinderafdeling. Men beschouwde mij als een speciaal geval, ook gezien de serieusheid van mijn wonden en mijn toestand. Als ik op de bel drukte, waren ze onmiddellijk op de kamer. Ik kreeg voorrang op al de rest. Ik heb gebeld en …”

Mag ik daaruit besluiten dat u geen politiebewaking had als kroongetuige , in zo een dossier?

“Neen, wij hebben op dat moment zelfs maar één keer de politie over de vloer gehad: dat was dan nog op eigen vraag van mijn grootvader. Anders hadden we ze niet gezien. Diezelfde dag, toen die man naar buiten was gewandeld, was ik enorm aangedaan, in alle staten en had zich een enorme schrik van mij meester gemaakt. Per toeval komt mijn grootvader Graindorge, advocaat Graindorge.”

Michel Graindorge?

“Ja. Mijn grootvader wist niet goed wat hij met die gebeurtenis op mijn kamer moest aanvangen. Graindorge heeft hem gezegd luister, ge moogt dat zo niet laten, we gaan naar de politie. Samen zijn zij na hun gesprek naar de politie gegaan en heeft mijn grootvader bewaking geëist.”

De politie is pas daarna gekomen?

“De bewaking was politie, niet Rijkswacht, het was de lokale van Aalst.”

Stadspolitie dan, in die tijd?

“Ja, je had de Rijkswacht hier ook, je had ze alle twee. Maar de bewaking was van de politie: ze hebben iemand dag en nacht aan een bureau voor de deur geplaatst.”

Eén persoon?

“Dat was altijd één persoon, zich natuurlijk afwisselend. Nadien heb ik niemand meer gezien. De vraag is, was het een journalist die op de kamer is geweest? Was het een curieuze? Op dat moment circuleerden er allerhande geruchten en het was geweten dat ik daar lag. Wat was het? Wij weten het nu nog altijd niet.”

Uw grootvader, die ondertussen overleden is, was één van de meest gedreven onderzoekers in dit dossier. Had hij volgens u een idee wie er achter de Bende van Nijvel zat?

“Hij had niet zozeer een idee wie in Aalst de uitvoerders waren, maar volgens wat hij aan mij heeft verteld, is mijn grootvader gecontacteerd geworden door iemand die zelf in aanmerking kwam om de overvallen uit te voeren. Maar die persoon heeft geweigerd omdat hij geen vrouwen en kinderen wou vermoorden. Dezelfde bron heeft hem uitgelegd dat het iets te maken had met een afpersingszaak van Delhaize zelf: Delhaize werd afgeperst uit Atlanta, in de Verenigde Staten. Het had ook iets te maken met graanboeren en aandelen, allez een gans verhaal.”

“Dat was volgens de bron de reden waarom die overvallen gebeurd zijn. Het doel was om die aandelen in handen te krijgen. Daarvoor waren hier bepaalde groepen ingehuurd die de overvallen zouden gedaan hebben met als opdracht : liefst vrouwen en kinderen vermoorden omdat dit het meeste effect heeft, zeg maar schokeffect. Zoiets neem je niet vanzelf aan, dus is mijn grootvader beginnen zoeken … en inderdaad: een paar weken na de laatste overval in Aalst zijn de aandelen verkocht. Van dan af zijn de bedreigingen naar mijn grootvader toe begonnen.”

Hoe bent u als slachtoffer van die misdaden geholpen en/of behandeld door de Belgische Justitie? Bent u daarover tevreden?

“Oh, heel tevreden, ik heb er geen last van gehad: ze hebben niets gedaan. We hebben één keer iemand van het gerecht gezien in het ziekenhuis, 14 dagen na de overval. Mijn grootvader was daarbij aanwezig. Daarna hebben wij nooit meer iets gehoord van Justitie tot 1992, als ik me niet vergis. Dat was het ogenblik – in 1992 – dat een nieuwe onderzoekscel werd opgericht …”

… vanuit Charleroi dan?

“Charleroi. Mijn grootvader heeft me verteld dat hij tijdens die eerste ontmoeting achterdochtig was. Er werd daar gezegd: ‘monsieur Van Den Abiel, on a la carte blanche’. Zij mochten alles onderzoeken, iedereen aanhouden die ze wilden en opsluiten, la carte blanche.”

Was Eddy Vos daar al bij betrokken op dat moment?

“Ja, dat was het begin. Maar ik moet u zeggen dat Eddy Vos weinig aanwezig was toen. Het was meer Lionel Ruth die in mijn ogen op dat ogenblik het meest te zeggen had. Het dient gezegd dat wij in die tijd, denk ik, 20 verschillende personen van de speurderscel over de vloer hebben gehad. Zowel vrouwen als mannen.”

Altijd andere mensen dan?

“Soms dezelfde, maar met andere vergezeld. Zij wilden onder meer dat er een robotfoto werd gemaakt, op basis van informatie die ik gaf. Zelf vond ik dat er bitter weinig te zien is op die robotfoto. Het beeld uit mijn hoofd is niet goed op papier overgekomen, dus dat kan al niet kloppen. Wat er getekend is, is niet wat ik wilde overbrengen. Er werd me gevraagd wat er dan nog veranderd moest worden … wat voor mij moeilijk was, aangezien een robotfoto laten maken niet gemakkelijk is. Het is dus moeilijk om op de robotfoto af te gaan.”

U hebt het onderzoek hier al aangehaald … wat denkt u over hoe het Bende-onderzoek is gevoerd?

“Schandalig. Het had beter niet gevoerd geweest. Hoe zal ik het zeggen … dan was er minder …”

… minder valse hoop gecreëerd?

“Het probleem is wanneer je mensen verloren hebt die je graag ziet, waarna je in de molen van het gerecht terechtkomt, dat je daar depressief zou van worden. Ze zijn zo arrogant, incompetent, het zijn slijmballen. Als de politiek zich er dan nog een keer gaat mee bemoeien … het is verschrikkelijk. Je wil zoiets niet voorhebben. Je passeert niet dagelijks bij Justitie, maar als slachtoffer doen ze voor u helemaal niets. Men is op zichzelf aangewezen. Dit is niet alleen het geval in onze zaak, ik heb met heel veel mensen gepraat die in Aalst iemand verloren hebben: het is overal hetzelfde liedje. Alle slachtoffers konden maar zorgen dat ze hun plan trokken. Dat was zelfs het geval de avond van de overval om een beetje informatie te krijgen over wat er gebeurd was, wie er dood was en wie niet.”

Hebt u ooit vanuit Justitie psychologische ondersteuning of iets dergelijks gekregen?

“Dat bestond nog niet.”

Ook later niet?

“Dat is maar aan bod gekomen op het ogenblik dat de zaak Dutroux is losgebarsten.”

Maar ook dan heeft men u niet gecontacteerd om te vragen of men iets voor u kon doen?

“Ah neen, totaal niet. Dat is ver van hun bed dan hé. Op dat ogenblik diende er zich bij Justitie een ander hoofdstuk aan, namelijk het hoofdstuk Dutroux. Zonder daar zeker van te zijn, denk en vind ik dat er veel gelijkenissen zijn tussen het Bende-dossier en het Dutroux-dossier: ik heb het dan over de manier hoe het onderzoek geleid werd. De daden zijn totaal anders, maar de indruk ontstaat dat men in de zaak Dutroux even erg geblunderd heeft, of even hard dingen heeft weggestopt.”

“Wat precies weet ik niet, het lijkt erop dat het één familie is die allerhande dingen uitvoert, van alles uitsteekt, bv. seksfuiven en wapenverkoop … en het moet allemaal toegedekt blijven. Het is mijn overtuiging dat Dutroux niet alleen werkte, wat betreft die uitspattingen. Ik geloof dat daar in opdracht nog veel meer gebeurd is waar we niets van weten. Waarschijnlijk weten die families van zijn slachtoffers veel beter dan ik hoe of wat … zij zullen ook al wat meegemaakt hebben. Zoals ik zeg, de lijn tussen de twee dossiers is ergens dezelfde. Het is schandalig.”

Gelooft u dat we ooit de exacte waarheid zullen kennen over de Bendemisdaden?

“Ik denk het niet: ik weet wie de uitvoerders waren, maar de reden waarom …”

Erg verrassend voor ondergetekende was de vaststelling dat een kroongetuige die een achtvoudige moordpartij overleeft aanvankelijk geen politiebescherming genoot in het ziekenhuis. Door een “merkwaardig toeval” komt daar nadien verandering in. Advocaat Michel Graindorge kruist het pad van David’s grootvader en samen gaan ze bij de politie bescherming claimen. Die zal er ook komen. Eén van de politiemannen die Van de Steen dient te beschermen in het ziekenuis van Aalst zal later gedood worden, net als zijn collega, tijdens een inbraak bij Colruyt in Aalst. Er volgt een herdenkingsmoment aan het warenhuis dat het nationale nieuws zal halen.

U zegt dat je buiten Patrick Haemers nog namen kunt noemen waar volgens u van vaststaat dat ze erbij betrokken waren?

“Het is inderdaad zo dat ik nog personen formeel herkend heb: dat staat zelfs in processen-verbaal. Daar bestaan zelfs kopieën van.”

Wordt daar – met die namen – dan niets gedaan of zo?

“Namen noemen doe ik niet graag in een interview omwille van de reden dat één van de personen vrolijk rondhuppelt in Brussel. Iedereen van het onderzoek bij Justitie is zeker op de hoogte van mijn bevindingen en wat ik daarin getuigd heb. Tot vervelens toe wordt aan dat spoor geen aandacht gegeven, het is volgens mij moedwillig genegeerd.”

Het onderzoek verhuisde op een bepaald ogenblik van Dendermonde naar Charleroi, terwijl men in Dendermonde toch resultaat heeft geboekt. Wat denkt u over die beslissing?

“Ik was nog te jong om dat goed te begrijpen, ik kan er niet over oordelen. Pas jaren na wat er gebeurd is, is mijn interesse gegroeid om het zelf beginnen te onderzoeken, een beetje met Rechter Troch : dan ondervind je dat het een gemotiveerde ploeg was waar vanuit Wallonië – met name Charleroi – stokken in de wielen werd gestoken. Hun onderzoek is gedwarsboomd tot en met. Het is spijtig dat die personen en rechters, niet alleen hij maar nog anderen …”

… alle goeie onderzoekers dan?

“Ja, er niet voor uitkomen dat ze gesaboteerd zijn. Tussen pot en pint zeggen zij dit wel, maar niemand treedt naar voor om te bevestigen dat het zo is, niemand maakt er een zaak van, iedereen berust erin. Het is mij overkomen, spijtig, maar het is nu zo is zowat de gedachtegang. Indien ik in hun schoenen zou staan, zou ik er ambetant van worden, het zou eruit moeten. Zij kunnen daar blijkbaar allemaal mee leven.”

Het onderzoek is dan verhuisd naar Charleroi: volgens mij was er op dat ogenblik bij de publieke opinie weinig vertrouwen in de onderzoekers van Charleroi, omdat Dendermonde uitgeschakeld was. Toch heeft het team van Eddy Vos relatief recent resultaat geboekt toen het op de proppen kwam met een nieuwe robotfoto. Sommige mensen herkenden daarin Dominique Salesse die toevallig momenteel aan de rand van het Bois-de-la-Houssière woont. Heeft Salesse er volgens u iets mee te maken? Zelf zegt hij van niet, maar hij is wel degelijk herkend.

“De laatste keer dat er gedoken werd aan het bos van Houssière, in het kanaal, ben ik daar zelf geweest. Ik heb toen het bos bezocht en heb toch moeten vaststellen dat er daar baantjes zijn. Als ge u daar kunt wegsteken of uw auto verbergen …”

De persoon van Dominique Salesse is toch een element dat dient te intrigeren in dit dossier?

“Het is een uitgestrekt bosrijk gebied. Zoals ik zeg, moeten het mensen geweest zijn die hun weg daar formidabel gekend hebben, aangezien het donker was. We hebben het hier over een plaats die je niet zomaar een keer gaat verkennen.”

Het is ook zo dat je via Google Maps kunt zien dat het Bois-de-la-Houssière slechts anderhalve kilometer verwijderd ligt – in vogelvlucht – van het kanaal van Ronquières, waar men eveneens veel elementen heeft aangetroffen.

“Va aan het kanaal zie je bijna perfect het bos. Hetzelfde kan je zeggen van Aalst: de vluchtroute die ze hier genomen hebben, is er niet bepaald één die voor de hand ligt.”

Na de overval?

“Na de overval moeten ze ook hier hun weg gekend hebben, anders kan je die vluchtroute niet nemen. Het betreft geen autostrade of grote steenweg. Ze zijn echt via Teralfene naar Roosdaal gereden tot in Pamel, dan van Pamel weg naar Edingen, verder naar Halle, om terecht te komen in de buurt van Houssière. In die tijd bestond de GPS nog niet, dat is echt een route waarvoor je de kleine baantjes moet gaan verkennen om uw weg te vinden.”

Dus het verhaal dat De Bende alleen maar de Ninoofse Steenweg heeft genomen, klopt niet?

“De Ninoofse Steenweg bestond niet. Laat mij dit even verduidelijken: mensen van de Rijkswacht hebben verklaard in hun proces-verbaal dat zij een wagen van de Bende van Nijvel achtervolgd hebben op de Ninoofse Steenweg, richting Ninove … Het is wel juist dat er een oude steenweg naar Ninove bestond maar de weg, waarvan sprake in hun verklaringen, is pas drie jaar later aangelegd. In het proces-verbaal van die rijkswachters staat een grove leugen: zij hebben niemand achtervolgd. Het is Eddy Nevens die op de vroegere oude baan naar Ninove achter een auto van de overvallers is gereden met een combi.”

“Ik ken Eddy Nevens heel goed, heb met hem al veel uren gepraat, hij is bijna een vriend geworden. Eddy heeft die auto daarna niet meer gezien. Hij had een patrouille opgeroepen die zich heeft opgesteld aan het kruispunt ‘Den Doorn’. Vanop de oude baan naar Ninove kan je één keer weg via Teralfene, daaropvolgend kom je aan het kruispunt ‘Den Doorn’, wat ik daarjuist vernoemde. Daar stond die patrouille klaar voor de Bende desgevallend op te vangen. De auto is daar nooit voorbij gekomen. Ze zijn afgeslagen in Teralfene, dan is er maar één route mogelijk: Teralfene-Pamel-Roosdaal, waar ze weer tevoorschijn zijn gekomen op de oude steenweg waar ze werden opgemerkt door die zoon van een politicus.”

Dat is het verhaal van de persoon in de BMW die achter hun is gereden?

“Ja met die BMW. Als men de weg rechtdoor neemt van Ninove via de Doorn kom je in Roosdaal uit. De overvallers zijn volledig kronkelgewijs door kleine baantjes gereden tot in Ninove. Het is een baan die men niet kan kennen als je van ergens anders bent. Volgens mij was er altijd iemand bij die zeer goed op de hoogte was van de te volgen weg.”

Op een bepaald ogenblik hebben we inderdaad Eddy Vos en zijn team zien verschijnen. Hij beweert dat hij heel oprecht heeft gezocht en er geen doofpotoperatie aan de gang was. Wat denkt u als betrokkene over het werk dat Eddy Vos en zijn team heeft geleverd?

“Persoonlijk denk ik dat hij maar al te goed weet hoe alles in elkaar zit. Na zovele jaren is het inderdaad zo dat er sporen kunnen zijn gewist waardoor het onmogelijk wordt bewijzen te verzamelen om een rechtszaak op te starten. Je kunt er van overtuigd zijn iets te weten, maar er zal inderdaad qua bewijslast jarenlang in het Bendedossier een probleem geweest zijn. Indertijd is het onderzoek in Beersel, voor wat betreft de persoon die daar vermoord is, in Beersel …”

José Van Den Eynde.

” … onzorgvuldig gevoerd. Daar is door de moordenaars een feestje gebouwd waar ze zich zat hebben gedronken. De glazen van iedereen stonden op tafel, met hun mondafdrukken. Die glazen zijn op het stort terechtgekomen en zijn weg. Een maand geleden zijn we in Charleroi geweest en is de vraag gesteld wat is dat met die glazen? Waarom zijn die weggegooid? Wij wisten nog niet toendertijd dat men de glazen ooit nog zou kunnen onderzoeken of dat DNA-onderzoek op komst was, was het antwoord.”

Dat zijn niet de enige materiële bewijzen die zijn verdwenen of waar niet mee gedaan is wat zou moeten. Er zijn ook vingerafdrukken gevonden op een Saab waarvan de wetenschappelijke bewijzen later zijn zoek geraakt.

“Volgens wat Eddy Vos mij zelf heeft verteld, zijn er door de Bende sporen gelegd die moedwillige dwaalsporen waren.”

Er is volgens mij ook een verhaal van een auto die op de schroothoop terecht is gekomen, die volgens Panorama door de Bende werd gebruikt, en niet onderzocht werd. Dat zijn toch flagrante fouten? Dè vraag is dan of die toevallig zijn?

“Volgens mij hebben er in totaal op deze zaak, tot nu toe, 130 speurders gezeten.”

130?

“130 verschillende. Ondertussen zijn er 5 ministers van Justitie geweest, een heleboel onderzoeksrechters en een horde advocaten. Iedereen heeft tot nu toe zijn tanden al stuk gebeten op dit dossier. Diegenen die het scenario van de doofpotoperaties ineenzetten zijn altijd een stap verder en een stap slimmer dan iedereen die het raadsel wil oplossen.”

Of een stap machtiger?

“Ze moeten ongelooflijk veel macht hebben om zoveel verschillende mensen aan de kant te schuiven.”

En blijkbaar nog altijd …

“Nog altijd. Die indruk heb ik toch, alhoewel de speurders bij hoog en bij laag beweren dat ze door niemand worden tegengehouden, dat men 100% geloof mag hebben in het onderzoek. Als dat zo is, zijn het dikke dommeriken.”

Gelooft u in al de zoekacties en opgravingen die met de regelmaat van een klok in de media verschijnen?

“Ik geloof dat als men opgravingen of een zoekactie gaat doen die goed gericht is, dat het dan nut heeft. Op dit moment is men gewoon belachelijk bezig. Wanneer ik zelf een onderzoek aanvraag om op een plaats te gaan graven – waar de bewijzen zeer sterk zijn dat daar iets kan liggen – wordt het afgedaan als nonsens en wordt er rechtaf in mijn gezicht gezegd: ‘Daar gaan we niet graven’. Een maand later gaat men ergens anders graven, zoals in een moeras in Haacht, wat te belachelijk is voor woorden.”

U bent zelf een absolute kroongetuige altijd geweest in deze zaak. Hebt u ooit angst gehad voor represailles omdat u die mannen hebt gezien?

“Als kind deed ik die avond een doodsangst op: ik ben achtervolgd, ben beschoten, mijn ouders zijn voor mijn ogen vermoord. Zoiets laat zulke diepe sporen achter in uw leven dat het jaren vergt om het een beetje te kunnen plaatsen. Jarenlang was ik zeer angstig: plaatsen waar veel mensen lopen of waar mensen verkleed zijn, werden door mij altijd gemeden. Dit gaf bv. problemen tijdens carnaval in Aalst wanneer ik me in de menigte begaf. Als er wat wild rond mij gedaan werd, of te onnozel was het niet angst dat geuit werd, maar agressie.”

“Op dat ogenblik was ik in staat om op iedereen rond mij te slaan. Het is ook ooit gebeurd dat ik losdoor een gyproc-muur heb geslagen van woede. Blijkbaar wordt de angst omgezet in een soort kwaadheid. Als je slim genoeg bent, laat het mij zo zeggen, dan doe je dat daarna niet meer. Het is heel vermoeiend om mij te zijn: ik ben constant alert, ook nu, dan weet ik altijd wie er naast mij zit, achter me zit en voor me zit. Het is een alertheid die ondertussen een gewoonte is geworden.”

Eén die men niet meer kwijtraakt eigenlijk.

“Ik dien u wel te zeggen dat ik enigszins verkalmd en tot rust ben gekomen in vergelijking met mijn tienerjaren. Die periode was wel moeilijk.”

Hebt u persoonlijk op één of andere manier nog enige psychische of fysieke last van wat er toen is gebeurd?

“Ja, de psychische gevolgen van wat er gebeurd is zullen nooit verdwijnen. Het is iets dat je niet kan wegcijferen, er zijn altijd lege plaatsen aan tafel en momenten dat je in jezelf zegt mijn ouders hadden hier nu moeten zitten en zijn. Dat gaat nooit weg, het is iets wat je niet kan vergeten. Dus dien je op één of andere manier ermee te leven. Dat is een proces van jaren. Tijdens mijn kinderjaren vond ik nergens rust. Hoe kan je proberen voor jezelf een soort leven te creëren? Buiten mijn grootvader of grootmoeder is er nooit begeleiding geweest. Professionele begeleiding of opvang hebben we niet gekregen.”

Klopt het, wat ik via bepaalde media heb vernomen, dat de eerste officiële brief die jullie ooit hebben ontvangen van Justitie diegene is uit 1995 waarin het parket van Charleroi stelt dat de daders niet zijn gevonden en zij de buitenvervolgstelling vraagt voor de eventuele verdachten? Hebben jullie ook een dergelijke brief gekregen? Iemand van de familie Callebaut verwees hieromtrent in de Panorama-reportage van 1995 naar een schrijven van een Procureur van Charleroi.

“Het zit zo, een aantal slachtoffers hadden dezelfde advocaat die samen een soort vereniging hebben opgericht, waar mijn grootvader zich altijd heeft van gedistantieerd. In het begin was het probleem niet alleen de feiten die gebeurd zijn, maar op gerechtelijk vlak is het zo dat ik een wees was geworden. Mijn grootvader trad op als mijn voogd na de gebeurtenissen. Er was het huis van mijn ouders dat moest verkocht worden. Het geld daarvan dat op een rekening stond mocht niet belegd worden of gebruikt worden. Ons ouderlijk huis had al gedurende vijf jaar leeg gestaan en het werd al die tijd onderhouden door mijn grootvader die er liever niet meer kwam. Eens dat het toch verkocht was, mocht het geld niet belegd worden en dan spreken we – indertijd – over kasbons van 10%. Volgens hem.”

Daar kon je op dat moment iets mee doen.

“Natuurlijk. Een uitspraak van mijn grootvader: kijk nu ben je hier niet alleen een kind aan het kraken, maar nu ben je nog een keer een kind dat alles verloren is en het later broodnodig zal hebben aan het benadelen door dat allemaal te boycotten. Dus over die zaken hadden wij veel contact met het gerecht en advocaten.”

De praktische gevolgen.

“Ja, maar niet over de Bende van Nijvel. Dat gebeurde inderdaad misschien de eerste keer rond de periode 1994-1995, op het ogenblik dat men in Charleroi begon met de Cel Waals Brabant. Daar hebben de eerste gesprekken plaatsgevonden. Een goeie maand later zijn ze gestopt omdat wij ondervonden dat men totaal niet eerlijk was, dat ze van alles uit hun nek kletsten en dies meer. Het moet wel gezegd dat een onderzoeksrechter , ik ben niet zeker van zijn naam, voor mij wel bepaalde papieren in orde heeft gebracht in verband met het geld”

Om het vrij te geven ?

“Ja, hij heeft toch bepaalde dingen gedaan om mij daar in te helpen. Maar dat heeft eigenlijk niets te maken met de Bende van Nijvel maar meer met de gevolgen van wat er uit voortvloeide.”

Om af te ronden een wat algemenere vraag: hoe gaat het eigenlijk met u en hoe ziet u 27 jaar na de feiten uw toekomst?

“In het verleden heb ik nogal gezegd dat ik er niets meer mee te maken wou hebben, dat ze mij gerust moesten laten. Maar op bepaalde momenten – zoals de laatste keer met de reconstructie – wordt je er weer door opgeslorpt, kan je toch weer worden overhaalt om daar aan mee te werken en zit je er opnieuw middenin. Nadien zeg je opnieuw kus allemaal mijn kloten … Op dit moment is het weer van foert, kust ze allemaal, ik doe niet meer mee. Maar ergens laat het u nooit los, blijf je toch altijd hopen dat er toch ooit eens iets van gerechtigheid gaat zijn. Maar ik denk niet dat dat hier in België te vinden is, het zal ijdele hoop zijn.”

Mag ik u dan bedanken voor uw getuigenis en u toch nog veel geluk en sterkte wensen.

“Er was nog iets dat je mij vroeg over blijvende gevolgen die ik heb: ze hebben in feite mijn heup verbrijzeld … Er is een volledig stuk van vijf centimeter been, vel en aders weg, al mijn zenuwen zijn geraakt. Toen in het ziekenhuis heeft men mij nog kunnen aaneenmetsen, maar de gevolgen die ik nu draag blijven heel mijn leven: hoe ouder mijn been wordt, hoe slechter.”

“Als iemand een slechte bloeddoorvoer heeft, kan het niet beter worden door ouderdom. Zenuwen die geraakt zijn, zijn voor altijd beschadigd. Al de kogelfragmenten in mijn been bewegen en duwen constant overal op, die kunnen er niet worden uitgehaald. Samen met de pijn die je elke dag hebt, zijn dat allemaal de dingen waar je dient mee te leven. Ooit heb ik een keer geprobeerd invaliditeit te verkrijgen van het RIZIV in Brussel. Men heeft mij wandelen gestuurd met de opmerking uw verwondingen zijn niet erg genoeg.”

“Ik heb een keer een parkeerkaart aangevraagd op het moment dat mijn been open lag en er gewoon een gat inzat door een slechte doorbloeding, in de volksmond wordt dit bij oude mensen een Hulcus genoemd. Men heeft mij toen geantwoord: ‘Kijk, de papieren zijn ingevuld maar je hebt er geen recht op omdat je normaal twee armen, twee benen of een been en een arm moet kwijt zijn eer ge een parkeerkaart kunt krijgen’. Aan dat hoor je hoe hier alles in elkaar zit. Het komt er op neer dat je een beetje u zelf moet zien te redden, dat is België.”

Bron » Veri Dicto | September 2013

Interview David Van de Steen

Wie bent u?

“Mijn naam is David Van de Steen.”

Wat doet u nu?

“Momenteel ben ik met een project bezig waar ik niet veel over kan zeggen: je zal het wel horen of te weten komen binnen enkele maanden aangezien ik nu volop aan het schrijven ben. Mijn ouders hebben heel lang een eigen zaak gehad, bijna 32 jaar. Een aantal jaar heb ik op zelfstandige basis in die zaak gewerkt. Ondertussen is de zaak failliet gegaan, terwijl ik zelf in die periode drie jaar open wonden heb gehad zodat mijn been kon dichtgroeien. Daardoor heb ik veel ellende gekend – men heeft bijna mijn voet geamputeerd – waardoor alles anders aangepakt is moeten worden. Mijn werk bestond op dat moment uit het plaatsen van airconditioning – koeltoestellen – op daken en gebouwen. Door mijn fysieke problemen werd het werk te zwaar en kon ik het niet meer aan. Een jaar later is er een boek tot stand gekomen over mijn leven.”

Men kent u als het negenjarige jongetje wiens gezin in Aalst werd vermoord door de zogenaamde Bende van Nijvel. Wat ging er door u op het moment dat u dat allemaal zag gebeuren?

“Ongeloof. Het is iets onvoorstelbaar om mee te maken. In 1985 leefden wij toch in een speciale sfeer : we hoorden als kind veel over de Bende van Nijvel, het was constant in het nieuws. We hoorden ook over de aanslagen van de CCC (Cellules Communistes Combattantes nvda.). Er was voortdurend geweld, als kind zag je als je ging winkelen…”

Is het door u gegaan op dat moment dat zijn misschien die mannen?

“Jajaja. Voor de overval hoorde ik mijn moeder praten over de Bende van Nijvel en over de overvallen op Delhaize. Mijn grootmoeder was er enorm tegen dat wij ’s avonds naar Delhaize gingen in Aalst. Zij woonde er rechttegenover, zij zag dagelijks de belegering van het warenhuis. Het was constant…”

De angstpsychose bij de mensen…

“Ja, er lagen scherpschutters op het dak. Men kon de spanning aan Delhaize zien: politiemensen liepen daar in kogelvrije vesten rond, zo goed als altijd. Op het ogenblik dat Delhaize werd overvallen, werden de bewakende politiemensen afgelost van hun wacht. Blijkbaar verwachtte men daar iets. Mijn grootmoeder had al oorlogen meegemaakt en één van haar uitspraken was als je naast het water loopt, kan je er invallen. Zij bedoelde met deze uitspraak aan het adres van mijn moeder dat je het lot niet moet tarten door ’s avonds in Delhaize te gaan winkelen.”

“Mijn moeder geloofde niet dat zoiets in Aalst ging gebeuren, dat heeft ze ook gezegd en repliceerde wanneer moeten wij het anders doen? Ze wilde haar leven niet aanpassen omdat het al op een andere plaats was gebeurd. Als kind zie je wel die belegering van Delhaize, maar je verwacht een dergelijke gebeurtenis niet. Als ze daadwerkelijk voor mij stonden, wist ik van de eerste seconde dat het de Bende van Nijvel was: dat zijn dezelfde die de vorige overvallen gedaan hebben en zij zijn hier om iemand te vermoorden, is wat ik dacht op dat ogenblik.”

“Je weet dat het geen overval is die vlekkeloos zal verlopen. Na twee seconden stond ik met één van hen oog in oog, en worden zowel mijn ouders als mijn zuster doodgeschoten. Dertig seconden later ben je zelf al aan het lopen, schieten ze op u en ben je al geraakt. Dan besef je dat het gemeend is en als kind krijg je daardoor een angst.”

Blijkbaar besef je ondanks uw jonge leeftijd wel dat het iets ernstigs is dat op dat ogenblik plaatsvindt?

“Iedereen denkt dat iemand van negen jaar zoiets maar voor de helft meemaakt, of dat het een vage herinnering is, maar het staat in mij gegrift alsof het gisteren was : iedere seconde, ieder detail, wat er gezegd is en wat er gedaan is, weet ik nog. Hun schoenen, hun kleding…niets is weg uit mijn geheugen. In mijn leven is er een splitsing geweest tussen het oude leven ervoor en het andere leven erna. Het is een breekpunt geweest.”

Het vervaagt ook niet? Blijft alles heel scherp?

“Neen, het vervaagt niet. Vroeger dacht ik ook dat als ik ouder zou worden het op een keer meer naar de achtergrond zou raken, of dat het weg zou zijn. Dat is niet waar, het blijft op de voorgrond hangen.”

Hoe is het om op te groeien zonder uw moeder, zonder uw vader en zonder uw zus? Hoe is dat geweest voor u?

“Wel dat is een hel: verschrikkelijk omwille van het niet kunnen vatten dat er niemand meer is. Ons huis stond leeg en je kunt er niet meer naar terug. Ik ben opgegroeid in de Hyacinthenstraat. Er was een serieus gat in mijn been en ik had iemand nodig. Op zo een moment heb je uw ouders nodig, maar ze zijn er niet…Mijn grootvader en grootmoeder hebben geprobeerd mij zo goed mogelijk op te vangen maar hebben het eveneens meegemaakt. Die mensen zijn ook kapot hé. Iedereen rondom u is verslagen of kapot. Die mensen moeten dan proberen mij…”

… recht te houden?

“Ja, en te redden. Dat is zo een moeilijke situatie voor een familie om door te maken dat je al sterke personen moet zijn. Het dient gezegd dat mijn grootvader een sterk iemand was, mede door wat hij in het verleden tijdens de oorlogen en in zijn leven allemaal heeft meegemaakt. Daar tegenover is mijn grootmoeder nooit meer dezelfde geworden: ze kon nog moeilijk genieten en elke keer ze misschien zou gelachen hebben, kwam er onmiddellijk een schuldgevoel in haar boven. Ze heeft een enorme depressie gehad in de jaren nadien: volgens mij heeft het tien jaar geduurd vooraleer ze gewoon buiten wou komen om de markt over te stappen. Ze verborg zich voor iedereen.”

Tien jaar?

“Ja, het zal zeker tien jaar zijn. Maar zelfs dan gingen mijn grootouders naar de zee om te winkelen. Zelfs naar de kapper gaan gebeurde aan zee omdat mijn grootmoeder niet wilde dat men haar er in Aalst zou over aanspreken. Ze verdrong de gebeurtenissen : laat er mij over gerust, ik wil er niets over horen en ik wil er niet over spreken…Mijn grootvader reageerde tegenovergesteld: hij moest er kunnen over praten. Het was enorm moeilijk opgroeien : ook omwille van het feit dat de angst bleef hangen door wat er gebeurd was…mijn grootvader was zelf zijn onderzoek gestart en op vanalles gebotst. Daardoor werden wij thuis bedreigd via dreigtelefoons…”

Thuis bij uw grootvader?

“Jaja, er werd gedreigd met zowel mij als mijn grootmoeder te vermoorden.”

Waren dat dan Nederlandstalige mensen?

“Ja, volgens hem waren dat Nederlandstaligen.”

Nederlandstalige?

“Ja.”

Dezelfde mensen altijd? Dat weet je niet?

“Dat weet ik niet. Eerst was er het verhaal met zijn wagen…”

… met die nummerplaten?

“Ja: zijn nummerplaten werden gekopieerd en werden eveneens op een grijze auto geplaatst maar het betrof een BMW in plaats van een Mercedes. De auto met de valse nummerplaten stond verkeerd geparkeerd, zoals op een zebrapad, dus écht serieus verkeerd geparkeerd.”

Bijna bewust dan?

“Jaja, bewust. Al de processen-verbaal daarover kwamen altijd bij mijn grootvader terecht. Hoe meer hij probeerde aan te tonen dat hij die auto niet geparkeerd had en er probeerde tegenin te gaan, hoe meer processen-verbaal er bij ons terechtkwamen. Op een dag kreeg hij een telefoon: kijk, doe verder en morgen wordt er aan de schoolpoort een kind doodgereden met een wagen met uw nummerplaten.”

In feite wilde men dat uw grootvader zijn onderzoeken stopte?

“Hij stelde moeilijke vragen. Zelfs buiten zijn medeweten om was hij tot voorzitter gekozen door een soort slachtoffercomité dat in die tijd werd opgericht door sommige slachtoffers. Bij dat comité waren ook advocaten betrokken. Dat is wel eens in de krant verschenen en mijn grootvader had ook al in de mot dat het onderzoek slecht gevoerd werd, zelfs niet gevoerd werd aangezien we niemand te zien kregen. Via zijn eigen onderzoek kwam hij uit op allerhande vuile zaken die men niet wou onderzoeken. Mijn grootvader nam geen blad voor de mond. Het gevolg was dan die telefoon, waar ze hem in bedreigden met een kind dood te rijden aan een schoolpoort…”

… en wij schuiven dat in uw schoenen …

“…en wij schuiven dat in uw schoenen.”

Dat hebben ze gezegd aan de telefoon?

“Ja.”

Openlijk bedreigd?

“Jaja, dat is één van de dingen die gezegd zijn. De volgende bedreiging was een kerel die zegde: je kent kolonel Vernaillen zijn verhaal… als je verder doet zal u juist hetzelfde overkomen…wij weten u wonen. Op dat ogenblik was het vier jaar geleden dat Vernaillen in zijn huis beschoten werd : daar waren Madani Bouhouche en Robert Beijer voor verantwoordelijk, wat ze ook hebben toegegeven.”

In de affaire Vernaillen is Faez El Ajjaz volgens mij ook genoemd …

“… ja, maar dat wilden ze niet zeggen. Beijer heeft enkel gezegd het was Madani Bouhouche, ikzelf en nog twee anderen. De namen van de twee anderen heeft hij niet willen zeggen. Vernaillen was pissed-off tot en met, maar kon er niets meer aan doen omdat zijn zaak verjaarde. Dat is een enorme frustratie om verder in uw leven mee te dragen…ik denk dat mij dat ook nog te wachten staat.”

Denkt u dat uw familie en uzelf een doelwit waren op die bewuste 9 november 1985?

“Dat is een vraag die ik mij al dikwijls gesteld heb, die ik al heel mijn leven heb gesteld : wat hebben wij daarmee te maken …”

Sommigen zeggen van wel en anderen zeggen van niet.

“Wat kunnen zij nu weten? Ik weet het nog niet.”

Maar heeft uw grootvader in die zin geen elementen gevonden waarover hij u heeft verteld, die al of niet in die richting wijzen?

“Ah ja, wij konden maar in één richting denken: dat iemand uit het automilieu meegedaan heeft aan die overval, bij ons in de zaak kwam. Misschien heeft hij zich de bedenking gemaakt op het ogenblik dat hij tegenover ons stond verdomme dat is diegene uit de winkel waar ik dagelijks kom, of iets dergelijks.”

Acht u het mogelijk dat – zonder het zelf te weten – uw ouders voor sommige mensen misschien hinderlijke getuigen zouden kunnen geweest zijn?

“Geen hinderlijke getuigen in een zaak of van iets dat gebeurd is. Misschien wel, zoals ik zeg: als je in Aalst een zaak hebt komen daar veel klanten binnen… als het één van uw klanten is die dat daar uitsteekt en hij herkent u of jij herkent hem… Er is inderdaad bv. het verhaal van die Nederlanders die dicht tegen ons woonden, in dezelfde wijk. Kende iemand van ons die mannen? Ik weet dat niet.”

Volgens mijn informatie hebt u op een bepaald moment – en u was daar zeer zeker van – verklaard dat één van de mensen die u herkend heeft op de parking van Delhaize Patrick Haemers zou zijn geweest… Bent u daar inderdaad héél zeker van dat u Haemers hebt gezien tijdens de overval in Aalst?

“Een heel kort antwoord : 100 percent.”

100 percent?

“100 percent.”

Ik veronderstel dat u dat ook tegen de onderzoekers hebt gezegd? Heeft men u ooit geloofwaardig geacht? Heeft men u ooit au serieux genomen?

“Ik heb dat niet gezegd, ik heb dat gepredikt! Tot het zagerige toe. Altijd wist men mij op het bolletje te wrijven en te zeggen: jongetje het is goed, maar dat spoor geloven we niet. Eddy Vos gelooft dat spoor wel maar heeft het ook niet kunnen bewijzen aangezien Haemers dan al dood was… zelf denk je dan Haemers heeft toch een entourage? Maar daar wordt niet aangeraakt, en je voelt dat ook.”

Als gevolg van de verwondingen, die u hebt opgelopen, kwam u toen in het ziekenhuis van Aalst terecht waar u een heel lange revalidatie onderging. In het boek ‘Niet schieten, dat is mijn papa!’ – wat u samen met Annemie Bulté geschreven hebt – staat een passage waarin je vertelt dat u denkt in het ziekenhuis één van de verdachten van de overval gezien te hebben, als ik mij niet vergis …

“Eigenlijk is daar op een bepaald moment een persoon de kamer binnengekomen …”

… De kamer waarop u lag?

“Ja, en die was volledig in het zwart gekleed: hij had nogal donkere krullen in zijn haar. Het verschil met de overval: tijdens de overval droegen ze pruiken, hier was het zijn echt haar. Toendertijd was ik enorm bang van alles en nog wat. Iemand in het zwart gekleed, die uw kamer binnenkomt, dus zeker als zoiets gebeurt …”

“Wat heb ik gedaan? ik heb gedaan alsof ik sliep, intussen hem langs de ene ooghoek in het oog gehouden. Hij liep rond mijn bed naar de venster. Is dan rond mijn bed teruggegaan, vervolgens heb ik op een knop kunnen duwen om de verpleegster te roepen. Omdat ik een kind was van 9 jaar, lag ik op een gang van volwassenen. Ik lag niet op de kinderafdeling. Men beschouwde mij als een speciaal geval, ook gezien de serieusheid van mijn wonden en mijn toestand. Als ik op de bel drukte, waren ze onmiddellijk op de kamer. Ik kreeg voorrang op al de rest. Ik heb gebeld en …”

Mag ik daaruit besluiten dat u geen politiebewaking had als kroongetuige, in zo een dossier?

“Neen, wij hebben op dat moment zelfs maar één keer de politie over de vloer gehad: dat was dan nog op eigen vraag van mijn grootvader. Anders hadden we ze niet gezien. Diezelfde dag, toen die man naar buiten was gewandeld … was ik enorm aangedaan, in alle staten en had zich een enorme schrik van mij meester gemaakt. Per toeval komt mijn grootvader met Graindorge, advocaat Graindorge.”

Michel Graindorge?

“Ja. Mijn grootvader wist niet goed wat hij met die gebeurtenis op mijn kamer moest aanvangen. Graindorge heeft hem gezegd luister, ge moogt dat zo niet laten, we gaan naar de politie. Samen zijn zij na hun gesprek naar de politie gegaan en heeft mijn grootvader bewaking geëist.”

De politie is pas daarna gekomen?

“De bewaking was politie, niet Rijkswacht, het was de lokale van Aalst.”

Stadspolitie dan, in die tijd?

“Ja, je had de Rijkswacht hier ook, je had ze alle twee. Maar de bewaking was van de politie: ze hebben iemand dag en nacht aan een bureau voor de deur geplaatst.”

Eén persoon?

“Dat was altijd één persoon, zich natuurlijk afwisselend. Nadien heb ik niemand meer gezien. De vraag is, was het een journalist die op de kamer is geweest? Was het een curieuze? Op dat moment circuleerden er allerhande geruchten en het was geweten dat ik daar lag. Wat was het? Wij weten het nu nog altijd niet.”

Uw grootvader, die ondertussen overleden is, was één van de meest gedreven onderzoekers in dit dossier. Had hij volgens u een idee wie er achter de Bende van Nijvel zat?

“Hij had niet zozeer een idee wie in Aalst de uitvoerders waren, maar volgens wat hij aan mij heeft verteld, is mijn grootvader gecontacteerd geworden door iemand die zelf in aanmerking kwam om de overvallen uit te voeren … maar die persoon heeft geweigerd omdat hij geen vrouwen en kinderen wou vermoorden. Dezelfde bron heeft hem uitgelegd dat het iets te maken had met een afpersingszaak van Delhaize zelf: Delhaize werd afgeperst uit Atlanta, in de Verenigde Staten. Het had ook iets te maken met graanboeren en aandelen, allez een gans verhaal. Dat was volgens de bron de reden waarom die overvallen gebeurd zijn.”

“Het doel was om die aandelen in handen te krijgen. Daarvoor waren hier bepaalde groepen ingehuurd die de overvallen zouden gedaan hebben met als opdracht: liefst vrouwen en kinderen vermoorden omdat dit het meeste effect heeft, zeg maar schokeffect. Zoiets neem je niet vanzelf aan, dus is mijn grootvader beginnen zoeken … en inderdaad: een paar weken na de laatste overval in Aalst zijn de aandelen verkocht. Van dan af zijn de bedreigingen naar mijn grootvader toe begonnen.”

Hoe bent u als slachtoffer van die misdaden geholpen en/of behandeld door de Belgische Justitie? Bent u daarover tevreden?

“Oh, heel tevreden, ik heb er geen last van gehad: ze hebben niets gedaan. We hebben één keer iemand van het gerecht gezien in het ziekenhuis, 14 dagen na de overval. Mijn grootvader was daarbij aanwezig. Daarna hebben wij nooit meer iets gehoord van Justitie tot 1992, als ik me niet vergis. Dat was het ogenblik – in 1992 – dat een nieuwe onderzoekscel werd opgericht …”

… vanuit Charleroi dan?

“Charleroi. Mijn grootvader heeft me verteld dat hij tijdens die eerste ontmoeting achterdochtig was. Er werd daar gezegd: ‘monsieur Van Den Abiel, on a la carte blanche’. Zij mochten alles onderzoeken, iedereen aanhouden die ze wilden en opsluiten, la carte blanche.”

Was Eddy Vos daar al bij betrokken op dat moment?

“Ja, dat was het begin. Maar ik moet u zeggen dat Eddy Vos weinig aanwezig was toen. Het was meer Lionel Ruth die in mijn ogen op dat ogenblik het meest te zeggen had. Het dient gezegd dat wij in die tijd, denk ik, 20 verschillende personen van de speurderscel over de vloer hebben gehad. Zowel vrouwen als mannen.”

Altijd andere mensen dan?

“Soms dezelfde, maar met andere vergezeld. Zij wilden ondermeer dat er een robotfoto werd gemaakt, op basis van informatie die ik gaf. Zelf vond ik dat er bitter weinig te zien is op die robotfoto. Het beeld uit mijn hoofd is niet goed op papier overgekomen, dus dat kan al niet kloppen. Wat er getekend is, is niet wat ik wilde overbrengen. Er werd me gevraagd wat er dan nog veranderd moest worden … wat voor mij moeilijk was, aangezien een robotfoto laten maken niet gemakkelijk is. Het is dus moeilijk om op de robotfoto af te gaan.”

U hebt het onderzoek hier al aangehaald … wat denkt u over hoe het Bende-onderzoek is gevoerd?

“Schandalig. Het had beter niet gevoerd geweest. Hoe zal ik het zeggen … dan was er minder …”

… minder valse hoop gecreëerd?

“Het probleem is wanneer je mensen verloren hebt die je graag ziet, waarna je in de molen van het gerecht terechtkomt, dat je daar depressief zou van worden. Ze zijn zo arrogant, incompetent, het zijn slijmballen … als de politiek zich er dan nog een keer gaat mee bemoeien … Het is verschrikkelijk. Je wil zoiets niet voorhebben. Je passeert niet dagelijks bij Justitie, maar als slachtoffer doen ze voor u helemaal niets. Men is op zichzelf aangewezen.”

“Dit is niet alleen het geval in onze zaak, ik heb met heel veel mensen gepraat die in Aalst iemand verloren hebben: het is overal hetzelfde liedje. Alle slachtoffers konden maar zorgen dat ze hun plan trokken. Dat was zelfs het geval de avond van de overval om een beetje informatie te krijgen over wat er gebeurd was, wie er dood was en wie niet.”

Hebt u ooit vanuit Justitie psychologische ondersteuning of iets dergelijks gekregen?

“Dat bestond nog niet.”

Ook later niet?

“Dat is maar aan bod gekomen op het ogenblik dat de zaak Dutroux is losgebarsten.”

Maar ook dan heeft men u niet gecontacteerd om te vragen of men iets voor u kon doen?

“Ah neen, totaal niet. Dat is ver van hun bed dan hé. Op dat ogenblik diende er zich bij Justitie een ander hoofdstuk aan, namelijk het hoofdstuk Dutroux. Zonder daar zeker van te zijn, denk en vind ik dat er veel gelijkenissen zijn tussen het Bende-dossier en het Dutroux-dossier: ik heb het dan over de manier hoe het onderzoek geleid werd. De daden zijn totaal anders, maar de indruk ontstaat dat men in de zaak Dutroux even erg geblunderd heeft, of even hard dingen heeft weggestopt.”

“Wat precies weet ik niet, het lijkt erop dat het één familie is die allerhande dingen uitvoert, van alles uitsteekt, bv. seksfuiven en wapenverkoop … en het moet allemaal toegedekt blijven. Het is mijn overtuiging dat Dutroux niet alleen werkte, wat betreft die uitspattingen. Ik geloof dat daar in opdracht nog veel meer gebeurd is waar we niets van weten. Waarschijnlijk weten die families van zijn slachtoffers veel beter dan ik hoe of wat … zij zullen ook al wat meegemaakt hebben. Zoals ik zeg, de lijn tussen de twee dossiers is ergens dezelfde. Het is schandalig.”

Gelooft u dat we ooit de exacte waarheid zullen kennen over de Bendemisdaden?

“Ik denk het niet: ik weet wie de uitvoerders waren, maar de reden waarom …”

Erg verrassend voor ondergetekende was de vaststelling dat een kroongetuige die een achtvoudige moordpartij overleeft aanvankelijk geen politiebescherming genoot in het ziekenhuis. Door een “merkwaardig toeval” komt daar nadien verandering in. Advocaat Michel Graindorge kruist het pad van David’s grootvader en samen gaan ze bij de politie bescherming claimen. Die zal er ook komen. Eén van de politiemannen die Van de Steen dient te beschermen in het ziekenuis van Aalst zal later gedood worden, net als zijn collega, tijdens een inbraak bij Colruyt in Aalst. Er volgt een herdenkingsmoment aan het warenhuis dat het nationale nieuws zal halen.

… u zegt dat je buiten Patrick Haemers nog namen kunt noemen waar volgens u van vaststaat dat ze erbij betrokken waren?

“Het is inderdaad zo dat ik nog personen formeel herkend heb: dat staat zelfs in processen-verbaal. Daar bestaan zelfs kopieën van.”

Wordt daar – met die namen – dan niets gedaan of zo?

“Namen noemen doe ik niet graag in een interview omwille van de reden dat één van de personen vrolijk rondhuppelt in Brussel. Iedereen van het onderzoek bij Justitie is zeker op de hoogte van mijn bevindingen en wat ik daarin getuigd heb. Tot vervelens toe wordt aan dat spoor geen aandacht gegeven, het is volgens mij moedwillig genegeerd.”

Het onderzoek verhuisde op een bepaald ogenblik van Dendermonde naar Charleroi, terwijl men in Dendermonde toch resultaat heeft geboekt. Wat denkt u over die beslissing?

“Ik was nog te jong om dat goed te begrijpen, ik kan er niet over oordelen. Pas jaren na wat er gebeurd is, is mijn interesse gegroeid om het zelf beginnen te onderzoeken, een beetje met Rechter Troch : dan ondervind je dat het een gemotiveerde ploeg was waar vanuit Wallonië – met name Charleroi – stokken in de wielen werd gestoken. Hun onderzoek is gedwarsboomd tot en met. Het is spijtig dat die personen en rechters, niet alleen hij maar nog anderen …”

… alle goeie onderzoekers dan?

“Ja, er niet voor uitkomen dat ze gesaboteerd zijn. Tussen pot en pint zeggen zij dit wel, maar niemand treedt naar voor om te bevestigen dat het zo is, niemand maakt er een zaak van, iedereen berust erin. Het is mij overkomen, spijtig, maar het is nu zo is zowat de gedachtegang. Indien ik in hun schoenen zou staan, zou ik er ambetant van worden, het zou eruit moeten. Zij kunnen daar blijkbaar allemaal mee leven.”

Het onderzoek is dan verhuisd naar Charleroi: volgens mij was er op dat ogenblik bij de publieke opinie weinig vertrouwen in de onderzoekers van Charleroi, omdat Dendermonde uitgeschakeld was. Toch heeft het team van Eddy Vos relatief recent resultaat geboekt toen het op de proppen kwam met een nieuwe robotfoto: sommige mensen herkenden daarin Dominique Salesse die toevallig momenteel aan de rand van het Bois-de-la-Houssière woont. Heeft Salesse er volgens u iets mee te maken? Zelf zegt hij van niet, maar hij is wel degelijk herkend.

“De laatste keer dat er gedoken werd aan het bos van Houssière, in het kanaal, ben ik daar zelf geweest. Ik heb toen het bos bezocht en heb toch moeten vaststellen dat er daar baantjes zijn. Als ge u daar kunt wegsteken of uw auto verbergen …”

… de persoon van Dominique Salesse is toch een element dat dient te intrigeren in dit dossier?

“Het is een uitgestrekt bosrijk gebied. Zoals ik zeg, moeten het mensen geweest zijn die hun weg daar formidabel gekend hebben, aangezien het donker was. We hebben het hier over een plaats die je niet zomaar een keer gaat verkennen.”

Het is ook zo dat je via Google Maps kunt zien dat het Bois-de-la-Houssière slechts anderhalve kilometer verwijderd ligt – in vogelvlucht – van het kanaal van Ronquières, waar men eveneens veel elementen heeft aangetroffen …

“… van aan het kanaal zie je bijna perfect het bos. Hetzelfde kan je zeggen van Aalst : de vluchtroute die ze hier genomen hebben, is er niet bepaald één die voor de hand ligt …”

… na de overval?

“Na de overval moeten ze ook hier hun weg gekend hebben, anders kan je die vluchtroute niet nemen. Het betreft geen autostrade of grote steenweg: ze zijn echt via Teralfene naar Roosdaal gereden tot in Pamel, dan van Pamel weg naar Edingen, verder naar Halle, om terecht te komen in de buurt van Houssière. In die tijd bestond de GPS nog niet, dat is echt een route waarvoor je de kleine baantjes moet gaan verkennen om uw weg te vinden.”

Dus het verhaal dat De Bende alleen maar de Ninoofse steenweg heeft genomen, klopt niet?

“De Ninoofse steenweg bestond niet. Laat mij dit even verduidelijken: mensen van de Rijkswacht hebben verklaard in hun proces-verbaal dat zij een wagen van de Bende van Nijvel achtervolgd hebben op de Ninoofse steenweg, richting Ninove … Het is wel juist dat er een oude steenweg naar Ninove bestond maar de weg, waarvan sprake in hun verklaringen, is pas drie jaar later aangelegd. In het proces-verbaal van die rijkswachters staat een grove leugen: zij hebben niemand achtervolgd. Het is Eddy Nevens (politieman die in Humo in een interview heeft verklaard ook op de parking van Delhaize te hebben geschoten op een vertrekkend voertuig van de Bende van Nijvel nvda.) die op de vroegere oude baan naar Ninove achter een auto van de overvallers is gereden met een combi.”

“Ik ken Eddy Nevens heel goed, heb met hem al veel uren gepraat, hij is bijna een vriend geworden. Eddy heeft die auto daarna niet meer gezien. Hij had een patrouille opgeroepen die zich heeft opgesteld aan het kruispunt Den Doorn. Vanop de oude baan naar Ninove kan je één keer weg via Teralfene, daaropvolgend kom je aan het kruispunt Den Doorn, wat ik daarjuist vernoemde. Daar stond die patrouille klaar voor de Bende desgevallend op te vangen…de auto is daar nooit voorbij gekomen. Ze zijn afgeslagen in Teralfene, dan is er maar één route mogelijk: Teralfene-Pamel-Roosdaal, waar ze weer tevoorschijn zijn gekomen op de oude steenweg waar ze werden opgemerkt door die zoon van een politicus.”

Dat is het verhaal van de persoon in de BMW die achter hun is gereden?

“Ja met die BMW. Als men de weg rechtdoor neemt van Ninove via de Doorn kom je in Roosdaal uit. De overvallers zijn volledig kronkelgewijs door kleine baantjes gereden tot in Ninove. Het is een baan die men niet kan kennen als je van ergens anders bent. Volgens mij was er altijd iemand bij die zeer goed op de hoogte was van de te volgen weg.”

Op een bepaald ogenblik hebben we inderdaad Eddy Vos en zijn team zien verschijnen. Hij beweert dat hij heel oprecht heeft gezocht en er geen doofpotoperatie aan de gang was … wat denkt u als betrokkene over het werk dat Eddy Vos en zijn team heeft geleverd?

“Persoonlijk denk ik dat hij maar al te goed weet hoe alles in elkaar zit. Na zovele jaren is het inderdaad zo dat er sporen kunnen zijn gewist waardoor het onmogelijk wordt bewijzen te verzamelen om een rechtszaak op te starten. Je kunt er van overtuigd zijn iets te weten, maar er zal inderdaad qua bewijslast jarenlang in het Bendedossier een probleem geweest zijn. Indertijd is het onderzoek in Beersel, voor wat betreft de persoon die daar vermoord is, in ‘l’Auberge’ …”

… José Van Den Eynde.

“… onzorgvuldig gevoerd: daar is door de moordenaars een feestje gebouwd waar ze zich zat hebben gedronken. De glazen van iedereen stonden op tafel, met hun mondafdrukken. Die glazen zijn op het stort terechtgekomen en zijn weg. Een maand geleden zijn we in Charleroi geweest en is de vraag gesteld wat is dat met die glazen? Waarom zijn die weggegooid? Wij wisten nog niet toendertijd dat men de glazen ooit nog zou kunnen onderzoeken of dat DNA-onderzoek op komst was, was het antwoord.”

Dat zijn niet de enige materiële bewijzen die zijn verdwenen of waar niet mee gedaan is wat zou moeten. Er zijn ook vingerafdrukken gevonden op een Saab (de auto die ondermeer zou zijn gebruikt voor de overval op wapenhandelaar Daniel Dekaise nvda.), waarvan de wetenschappelijke bewijzen later zijn zoek geraakt.

“Volgens wat Eddy Vos mij zelf heeft verteld, zijn er door de Bende sporen gelegd die moedwillige dwaalsporen waren.”

Er is volgens mij ook een verhaal van een auto die op de schroothoop terecht is gekomen, die volgens Panorama door de Bende werd gebruikt, en niet onderzocht werd … dat zijn toch flagrante fouten? Dè vraag is dan of die toevallig zijn?

“Volgens mij hebben er in totaal op deze zaak, tot nu toe, 130 speurders gezeten.”

130?

“130 verschillende. Ondertussen zijn er 5 ministers van Justitie geweest, een heleboel onderzoeksrechters en een horde advocaten. Iedereen heeft tot nu toe zijn tanden al stuk gebeten op dit dossier. Diegenen die het scenario van de doofpotoperaties ineenzetten zijn altijd een stap verder en een stap slimmer dan iedereen die het raadsel wil oplossen.”

Of een stap machtiger …

“… ze moeten ongelooflijk veel macht hebben om zoveel verschillende mensen aan de kant te schuiven.”

En blijkbaar nog altijd …

“… nog altijd. Die indruk heb ik toch, alhoewel de speurders bij hoog en bij laag beweren dat ze door niemand worden tegengehouden, dat men 100% geloof mag hebben in het onderzoek. Als dat zo is, zijn het dikke dommeriken.”

Gelooft u in al de zoekacties en opgravingen die met de regelmaat van een klok in de media verschijnen?

“Ik geloof dat als men opgravingen of een zoekactie gaat doen die goed gericht is, dat het dan nut heeft. Op dit moment is men gewoon belachelijk bezig. Wanneer ik zelf een onderzoek aanvraag om op een plaats te gaan graven – waar de bewijzen zeer sterk zijn dat daar iets kan liggen – wordt het afgedaan als nonsens en wordt er rechtaf in mijn gezicht gezegd: daar gaan we niet graven. Een maand later gaat men ergens anders graven, zoals in een moeras in Haacht, wat te belachelijk is voor woorden.”

U bent zelf een absolute kroongetuige altijd geweest in deze zaak. Hebt u ooit angst gehad voor represailles omdat u die mannen hebt gezien?

“Als kind deed ik die avond een doodsangst op: ik ben achtervolgd, ben beschoten, mijn ouders zijn voor mijn ogen vermoord. Zoiets laat zulke diepe sporen achter in uw leven dat het jaren vergt om het een beetje te kunnen plaatsen. Jarenlang was ik zeer angstig : plaatsen waar veel mensen lopen of waar mensen verkleed zijn, werden door mij altijd gemeden.”

“Dit gaf bv. problemen tijdens carnaval in Aalst wanneer ik me in de menigte begaf, als er wat wild rond mij gedaan werd, of te onnozel, was het niet angst dat geuit werd, maar agressie. Op dat ogenblik was ik in staat om op iedereen rond mij te slaan.”

“Het is ook ooit gebeurd dat ik losdoor een gyproc-muur heb geslagen van woede. Blijkbaar wordt de angst omgezet in een soort kwaadheid. Als je slim genoeg bent, laat het mij zo zeggen, dan doe je dat daarna niet meer. Het is heel vermoeiend om mij te zijn: ik ben constant alert, ook nu, dan weet ik altijd wie er naast mij zit, achter me zit en voor me zit. Het is een alertheid die ondertussen een gewoonte is geworden …”

… één die men niet meer kwijtraakt eigenlijk.

“Ik dien u wel te zeggen dat ik enigszins verkalmd en tot rust ben gekomen in vergelijking met mijn tienerjaren. Die periode was wel moeilijk.”

Hebt u persoonlijk op één of andere manier nog enige psychische of fysieke last van wat er toen is gebeurd?

“Ja: de psychische gevolgen van wat er gebeurd is zullen nooit verdwijnen. Het is iets dat je niet kan wegcijferen: er zijn altijd lege plaatsen aan tafel en momenten dat je in jezelf zegt mijn ouders hadden hier nu moeten zitten en zijn. Dat gaat nooit weg, het is iets wat je niet kan vergeten … dus dien je op één of andere manier ermee te leven. Dat is een proces van jaren. Tijdens mijn kinderjaren vond ik nergens rust. Hoe kan je proberen voor jezelf een soort leven te creëren? Buiten mijn grootvader of grootmoeder is er nooit begeleiding geweest. Professionele begeleiding of opvang hebben we niet gekregen.”

Klopt het, wat ik via bepaalde media heb vernomen, dat de eerste officiële brief die jullie ooit hebben ontvangen van Justitie diegene is uit 1995 waarin het parket van Charleroi stelt dat de daders niet zijn gevonden en zij de buitenvervolgstelling vraagt voor de eventuele verdachten? Hebben jullie ook een dergelijke brief gekregen? Iemand van de familie Callebaut verwees hieromtrent in de Panorama-reportage van 1995 naar een schrijven van een Procureur van Charleroi.

“Het zit zo: een aantal slachtoffers hadden dezelfde advocaat die samen een soort vereniging hebben opgericht, waar mijn grootvader zich altijd heeft van gedistantieerd. In het begin was het probleem niet alleen de feiten die gebeurd zijn, maar op gerechtelijk vlak is het zo dat ik een wees was geworden. Mijn grootvader trad op als mijn voogd na de gebeurtenissen.”

“Er was het huis van mijn ouders dat moest verkocht worden … het geld daarvan dat op een rekening stond mocht niet belegd worden of gebruikt worden. Ons ouderlijk huis had al gedurende vijf jaar leeg gestaan en het werd al die tijd onderhouden door mijn grootvader die er liever niet meer kwam … eens dat het toch verkocht was, mocht het geld niet belegd worden … en dan spreken we – indertijd – over kasbons van 10%. Volgens hem.”

Daar kon je op dat moment iets mee doen …

“Natuurlijk. Een uitspraak van mijn grootvader: kijk nu ben je hier niet alleen een kind aan het kraken, maar nu ben je nog een keer een kind dat alles verloren is en het later broodnodig zal hebben aan het benadelen door dat allemaal te boycotten. Dus over die zaken hadden wij veel contact met het gerecht en advocaten.”

De praktische gevolgen.

“Ja, maar niet over de Bende van Nijvel. Dat gebeurde inderdaad misschien de eerste keer rond de periode 1994-’95, op het ogenblik dat men in Charleroi begon met de onderzoekscel CWB. Daar hebben de eerste gesprekken plaatsgevonden. Een goeie maand later zijn ze gestopt omdat wij ondervonden dat men totaal niet eerlijk was, dat ze vanalles uit hun nek kletsten en dies meer. Het moet wel gezegd dat een onderzoeksrechter, ik ben niet zeker van zijn naam, voor mij wel bepaalde papieren in orde heeft gebracht in verband met het geld.”

Om het vrij te geven ?

“Ja, hij heeft toch bepaalde dingen gedaan om mij daar in te helpen. Maar dat heeft eigenlijk niets te maken met de Bende van Nijvel maar meer met de gevolgen van wat er uit voortvloeide.”

Om af te ronden een wat algemenere vraag: hoe gaat het eigenlijk met u en hoe ziet u 27 jaar na de feiten uw toekomst?

“In het verleden heb ik nogal gezegd dat ik er niets meer mee te maken wou hebben, dat ze mij gerust moesten laten. Maar op bepaalde momenten – zoals de laatste keer met de reconstructie – wordt je er weer door opgeslorpt. Kan je toch weer worden overhaald om daar aan mee te werken en zit je er opnieuw middenin. Nadien zeg je opnieuw kus allemaal mijn kloten. Op dit moment is het weer van foert, kust ze allemaal, ik doe niet meer mee. Maar ergens laat het u nooit los, blijf je toch altijd hopen dat er toch ooit eens iets van gerechtigheid gaat zijn. Maar ik denk niet dat dat hier in België te vinden is. Het zal ijdele hoop zijn.”

Mag ik u dan bedanken voor uw getuigenis en u toch nog veel geluk en sterkte wensen.

“Er was nog iets dat je mij vroeg over blijvende gevolgen die ik heb: ze hebben in feite mijn heup verbrijzeld. Er is een volledig stuk van vijf centimeter been, vel en aders weg. Al mijn zenuwen zijn geraakt. Toen in het ziekenhuis heeft men mij nog kunnen aaneenmetsen, maar de gevolgen die ik nu draag blijven heel mijn leven: hoe ouder mijn been wordt, hoe slechter.”

“Als iemand een slechte bloeddoorvoer heeft, kan het niet beter worden door ouderdom. Zenuwen die geraakt zijn, zijn voor altijd beschadigd. Al de kogelfragmenten in mijn been bewegen en duwen constant overal op. Die kunnen er niet worden uitgehaald. Samen met de pijn die je elke dag hebt, zijn dat allemaal de dingen waar je dient mee te leven.”

“Ooit heb ik een keer geprobeerd invaliditeit te verkrijgen van het RIZIV in Brussel. Men heeft mij wandelen gestuurd met de opmerking uw verwondingen zijn niet erg genoeg. Ik heb een keer een parkeerkaart aangevraagd op het moment dat mijn been open lag en er gewoon een gat inzat door een slechte doorbloeding, in de volksmond wordt dit bij oude mensen een Hulcus genoemd.”

“Men heeft mij toen geantwoord kijk, de papieren zijn ingevuld maar je hebt er geen recht op omdat je normaal twee armen, twee benen of een been en een arm moet kwijt zijn eer ge een parkeerkaart kunt krijgen. Aan dat hoor je hoe hier alles in elkaar zit. Het komt er op neer dat je een beetje u zelf moet zien te redden … dat is België.”

Bron » Veri Dicto | September 2013

Menu