Delhaize Beersel waar Bende van Nijvel toesloeg, wordt afgebroken: “Gedenkplaat in nieuwe winkel”

De Delhaize van Beersel, waar de Bende van Nijvel in 1983 toesloeg, is bijna afgebroken. Op de plek zal een nieuw warenhuis gebouwd worden. Dat wil niet zeggen dat de bloedige aanslag vergeten wordt. Er komt een gedenkplaat en een herdenkingsmoment.

Het winkelgebouw aan de Steenweg op Ukkel in Beersel, is zo goed als afgebroken. Zo verdwijnt de plek waar op 7 oktober 1983 gangsters van de Bende van Nijvel winkeldirecteur Freddy Vermaelen doodschoten. 2 kassamedewerkers en een klant raakten gewond. Delhaize beloofde toen 10 miljoen frank voor de tip die naar de gangsters zou leiden, maar die tip is er nooit gekomen.

Op de plek zal een nieuw warenhuis gebouwd worden, maar de herinnering aan het drama zal blijven. “We denken eraan om in de nieuwe winkel een gedenkplaat te zetten om deze trieste dag niet te vergeten”, zegt Miguel Delacroix van Delhaize Beersel. “Bij de inhuldiging van de nieuwe zaak, zullen we ook het dodelijke slachtoffer herdenken.”

Bij Delhaize Beersel werken geen mensen meer die de bloedige overval hebben meegemaakt. Maar huidige medewerkers herinneren zich wel hoe oud-collega’s getekend waren door de gebeurtenissen. “Je voelde hoe sommigen op hun hoede waren, zeker ’s avonds bij de sluiting. Verschillende medewerkers die er die bewuste avond bij waren, zijn nooit meer teruggekeerd”, vertelt winkelmedewerker Katia Bastians.

Enkele jaren geleden werd de Beerselse Delhaize nog gebruikt als filmset voor de Vlaamse fictiereeks 1985, die draait rond de Bende van Nijvel. “Ze zijn hier een avond komen filmen. Ik ben nog met mijn dochter komen kijken”, vertelt Katia. “Het was niet toevallig dat de productieploeg voor deze locatie koos. Het was de enige Delhaize-winkel die er nog uitzag zoals toen.”

Bron » VRT Nieuws

Antwerpse justitie wil speciaal team voor cold cases: oplossing voor de 165 onopgeloste moorddossiers in de provincie?

In Antwerpen pleit justitie voor een team dat zich permanent bezighoudt met het oplossen van cold cases. Volgens het Antwerpse parket zijn er in Antwerpen alleen al 165 onopgeloste moorddossiers. Met de kennis en technologie die nu voorhanden zijn, zouden nabestaanden antwoorden kunnen krijgen waar ze al lang op wachten, klinkt het.

Het is de Antwerpse procureur-generaal Guido Vermeiren die vanmorgen een lans brak voor een team dat voltijds focust op cold cases, onopgeloste zaken. Dat deed hij in Het Laatste Nieuws. Ook het parket van Antwerpen is een voorstander van dat idee.

Volgens het parket gaat het vooral om efficiëntie, klinkt het. “Cold cases zijn vaak lijvige dossiers, die daarom heel arbeidsintensief zijn”, licht woordvoerder Kristof Aerts toe in De Wereld Vandaag op Radio 1.

“Maar als we er speurders voltijds op kunnen zetten, dan levert dat resultaten op. Denk maar aan de doorbraak die we hebben gehad in het onderzoek naar de moord op Tania Van Kerckhoven. Een fulltime coldcaseteam zou ook doorbraken kunnen opleveren in andere zaken.”

Wie zit er in zo’n team?

In het team dat de cold case van Tanja Van Kerckhoven onderzoekt, zitten speurders van de federale gerechtelijke politie en een onderzoeker van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC). Het onderzoek wordt geleid door een onderzoeksrechter.

“De forensisch adviseur van het NICC bekijkt het dossier opnieuw vanuit een wetenschappelijke hoek. Tegelijk keren de speurders van de federale politie het dossier opnieuw binnenstebuiten met de kennis en wetenschappelijke mogelijkheden die nu voorhanden zijn.”

“Op die manier kunnen sporen die destijds doodliepen, opnieuw tot andere inzichten leiden met de technologische knowhow van vandaag”, zegt Aerts.

165 onopgeloste zaken

In de provincie Antwerpen alleen al zijn er zo’n 165 moordzaken die vandaag nog onopgelost in de schuif liggen, soms al tientallen jaren. Het oudste dossier dateert van ergens in de jaren 70.

De keerzijde van cold cases is echter dat de kans groot is dat bepaalde dossiers intussen verjaard zijn en dat als er toch een verdachte wordt geïdentificeerd, die mogelijk zijn of haar straf ontloopt. Bij moorddossiers ligt dat anders, zegt de parketwoordvoerder.

“Dossiers over moord en doodslag zijn sowieso ontwrichtend voor de maatschappij en zouden om die reden buiten de verjaring kunnen vallen. Maar dat is een juridische toetsing die later gemaakt moet worden.”

Aerts vindt het heropenen van die dossiers belangrijk omdat er op die manier voor nabestaanden mogelijk antwoorden kunnen komen op vragen waar ze al lang mee zitten. Al benadrukt hij ook dat dat niet altijd mogelijk is.

“We willen niet zeggen dat we elke cold case sowieso kunnen oplossen, want dat is niet zo. Niet in elk dossier zitten genoeg sporen of elementen om het te heropenen of om daar een DNA-onderzoek in te gaan doen.”

“Maar er zijn wel een aantal dingen, zoals in het dossier van Tania Van Kerckhoven, waar we nu wel volop inzetten op dat DNA-onderzoek in de hoop om toch nog een verdachte te kunnen identificeren.”

Zijn cold cases prioriteit?

Tegelijk kampen justitie en politie al jaren met tekorten op allerlei vlakken. Moeten cold cases dan echt een prioriteit zijn?

“Ik denk dat het vooral gaat om het efficiënt inzetten van de middelen”, zegt Aerts. “We zien dat we nu veel efficiënter zouden kunnen werken als de mensen die nu aan cold cases werken, ook aan een volgende cold case zouden kunnen werken. Zo moeten we niet telkens vanaf nul beginnen.”

“We hopen dat de andere partners, onder wie de politie, daar op dezelfde manier naar kijken”, besluit Aerts.

Bron » VRT Nieuws

Digitalisering politie mislukt: minister trekt streep door monstercontract van 299 miljoen euro

I-Police, het ambitieuze digitaliseringsproject voor de federale politie, stopt met onmiddellijke ingang. Dat heeft minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) beslist. Uit een grondige evaluatie blijkt dat het project bijna 5 jaar na de opstart “geen tastbare resultaten” heeft opgeleverd.

De processen van het politiewerk digitaliseren, verschillende datasystemen samenbrengen in 1 informatieplatform en zo sneller risico’s en criminele netwerken kunnen detecteren: dat waren de ambitieuze doelstellingen van het i-Police-project dat eind 2021 gelanceerd werd.

Toenmalig minister Annelies Verlinden (CD&V) sloot daarvoor een contract af van 299 miljoen euro met het Franse IT-consultancybedrijf Sopra Steria . Vandaag trekt haar opvolger Quintin een streep door dat monstercontract. Dat melden De Standaard en Le Soir, en het nieuws wordt bevestigd door de minister.

Lijdensweg

De beslissing betekent het einde van een lijdensweg voor het project, dat aangekondigd werd door Verlindens voorganger Jan Jambon (N-VA) in 2017 in de nasleep van de terroristische aanslagen.

Al eind 2022 was de ondermaatse digitalisering bij de politie een van de redenen voor het opstappen van topman Marc De Mesmaeker. Onder zijn opvolger werd in februari 2024 beslist om het programma te reduceren tot 4 prioriteiten, maar ook na die aanpassing bleven de concrete resultaten voor het terrein uit.

Bij het begin van deze legislatuur bestelde minister Quintin daarom een grondige evaluatie. Die maakte duidelijk dat er fundamentele tekortkomingen waren in de uitvoering van de overheidsopdracht. Daarop stelde de minister het Franse bedrijf in gebreke.

In mei werden een aantal deelprojecten stopgezet en ook de betalingen stonden al even on hold: in totaal werd uiteindelijk 75,8 miljoen euro uitbetaald, waarvan nog 1,8 miljoen euro deze legislatuur. Nu wordt de overheidsopdracht dus ook formeel ontbonden.

Geen nieuw monstercontract

Toch betekent het einde van i-Police niet dat de digitalisering van de politiediensten stopt, benadrukken de minister en de Federale Politie in een reactie. Al zit een nieuw monstercontract er niet meteen aan te komen.

“Onze politie heeft nood aan een andere, meer doeltreffende digitale aanpak”, zegt Quintin. Hij kijkt daarvoor vooral naar “kleinschalige en modulaire projecten die rechtstreeks inspelen op de noden op het terrein en worden ontwikkeld door diensten met de nodige expertise”.

Als voorbeeld verwijst hij naar de aansluiting van alle ANPR-camera’s voor nummerplaatherkenning op 1 centraal systeem en de rechtstreekse toegang tot de camera’s van de NMBS. “Die aanpak laat toe om sneller resultaten te boeken en beter aan te sluiten bij de reële noden op het terrein”, stelt de minister.

“Door het uitblijven van resultaten van het i-Police-project heeft de digitale transformatie vertraging opgelopen”, erkent de Federale Politie zelf in een reactie. Al blijft die wel “een van onze prioriteiten”.

Bron » VRT Nieuws

Rechercheurs federale politie maken zich zorgen over corruptie binnen eigen diensten, zo meldt nieuw rapport

Bijna de helft van de speurders van de federale gerechtelijke politie is ongerust over beïnvloeding, druk en valsheden om een dossier in een bepaalde richting te sturen. Eén derde is bevreesd over regelrechte sabotage. Volgens de federale politie toont een nieuwe rapport met deze conclusies evenwel beperkingen.

Het gaat slecht met de federale gerechtelijke politie. In 2024 kwam een eerste zogenaamd Corespo-rapport ‘Respect’ uit. Het beeld dat naar voren kwam over de federale speurders en de leiding, was niet fraai: in de kantoren heerste een toxische werksfeer en was er ook sprake van pesterijen en grensoverschrijdend gedrag tegenover vrouwen. Commissaris-generaal Eric Snoeck moest uitleg komen geven in het parlement, maar daarna bleef het stil.

Nu is er dus een nieuw rapport, getiteld ‘Corruptie’, waaraan 1.776 van de 3.670 federale speurders meegewerkt hebben. Het Nieuwsblad kon er de hand op leggen. Opnieuw zou je kunnen spreken van problematische resultaten. Bijna één op de drie agenten werd tijdens zijn loopbaan geconfronteerd met corruptie binnen de eigen organisatie. Eenzelfde percentage zag al een onrechtmatige inmenging in een dossier. De corruptiecijfers zijn opvallend hoger dan de ‘te verwachten’ cijfers in de politiesector over bedreigingen uit het milieu (28,3 procent) en aanklachten van iemand uit het milieu (16,5 procent).

Bijlagen vervalsen

De belangrijkste vraag uit het rapport luidt als volgt: ‘Waar was je de laatste vijf jaar vaak ongerust over?’ Topantwoord is ”beïnvloeding” (45,3 procent). Dat is een zogenaamde clusterterm voor “het onrechtmatig afronden van een dossier, druk uitoefenen in het kader van een dossier of het vervalsen van bijlagen”.

De respondenten geven ook voorbeelden, zoals het niet onderzoeken van misdrijven om een lager criminaliteitscijfer te creëren. Of de houding van vooraanstaande leden van de politiehiërarchie, die zo ver gingen dat ze een openbaar document vervalsten om collega’s te beschuldigen. Er waren ook onofficiële contacten en romantische relaties tussen hogere politiefunctionarissen en magistraten, waardoor informatie werd uitgewisseld buiten de wettelijke procedures om en waardoor beslissingen worden beïnvloed. Een hoofdcommissaris waarschuwde dan weer een target dat lid was van ‘Vereniging X’. Met dat laatste wordt de loge bedoeld.

Wie dan verantwoordelijk is voor de “meest ongepaste invloed”, is ook duidelijk. Met 45,1 procent luidt het topantwoord “politieke figuren”. Daarna volgen advocaten uit een dossier, gevolgd door media, verdachten of getuigen en criminele organisaties. Dat zijn mensen buiten de politieorganisatie. Maar ook binnen de organisatie is er – zoals de eerdere voorbeelden duidelijk maken – een groot probleem van beïnvloeding. “De invloed van controleorganisaties zoals Comité P, parket, lokale politie, interne diensten of directies of andere overheidsinstanties ligt met cijfers tussen 10 en 20 procent nog altijd hoog”, staat te lezen in het rapport.

Een opvallend voorbeeld van een politieman uit het rapport: “Een vrederechter schreef een brief aan mijn directeur om te klagen over een boete die zijn dochter kreeg. Mijn superieuren vroegen me de andere kant op te kijken voor dingen die storend waren of niet gingen zoals ze zouden moeten gaan.”

Het tweede topantwoord omtrent de ongerustheid van speurders in het rapport, is het favoritisme, zowel bij interne promotieprocedures (33,8 procent) als bij selectieprocedures van nieuwe kandidaten (21 procent). “Er leeft de indruk dat vrienden of familieleden van leidinggevenden voorrang krijgen.” “Favoritisme werkt enorm demotiverend. Het tast het vertrouwen in de organisatie aan. Leidinggevenden die doordrongen zijn van vriendjespolitiek verzieken de organisatie. Zeer nefast”, klinkt het bij de bevraagde speurders.

Verzonnen bewijsmateriaal

De resultaten die boven de 20 procent scoren, worden door de rapporteurs aanzien als “prioritaire aandachtspunten in de organisatie”. Ook de ‘lagere’ resultaten zijn bijzonder, niet vanwege de percentages, maar omdat ze überhaupt voorkomen. Speurders zijn bijvoorbeeld bezorgd over het “neerleggen van verzonnen bewijsmateriaal, het laten verdwijnen van een dossier, vervalsen van bijlagen, opzettelijke vernietiging van bewijsmateriaal, de vraag om mee te werken met activiteiten van georganiseerde misdaad, het verdwijnen van in beslag genomen goederen of geld, uitrusting die ter beschikking gesteld wordt van externen, en diefstal van voorwerpen op een plaats delict of bij een huiszoeking”.

De cijfers van al die zaken blijven onder de 10 procent en krijgen het etiket “controleerbare risico’s”. Maar opgeteld tot de clusterterm ‘verdwijnen van materiaal’, halen ze 31,3 procent en zijn ze toch “prioritaire aandachtspunten”, aldus de rapporteurs.

Tussen 10 en 20 procent spreekt men van ‘gewone’ aandachtspunten. Het gaat daarbij bijvoorbeeld over het misbruik van overheidsmiddelen voor privéredenen (10,5 procent), het vergemakkelijken van gunningen voor overheidsopdrachten (12,7 procent), ingaan op vragen voor voorkeursbehandeling (18,7 procent) en het aanvaarden van cadeaus van ondernemingen en organisaties (19,7 procent).

Niet openbaar

Het rapport en de resultaten zijn – ondanks vragen vanuit het parlement – nooit openbaar gemaakt. Binnenlandminister Bernard Quintin (MR) zei daarover in het parlement dat hij twijfels had over de methodologie en de representativiteit van het rapport. Datzelfde antwoord geeft de federale politie nu ook. “Dit is geen finaal rapport. Het doel van deze bevraging was om organisatierisico’s te detecteren en passende maatregelen te nemen.”

Maar dat is niet meteen gelukt, zegt de federale politie over het rapport dat ze nochtans zelf besteld heeft. “Het rapport toont beperkingen qua representativiteit en wetenschappelijke onderbouw. De bevraging gaat deels over de hele loopbaan en kan dus niet dienen om de actuele werksituatie in beeld te brengen. Daarnaast zijn er ook meerdere thema’s verweven die niet altijd in lijn liggen met de vraagstelling over corruptie en zijn er individuele casussen geïntroduceerd, wat geenszins de bedoeling was van het onderzoek. Dit rapport geeft spijtig genoeg geen afdoend antwoord op de centrale onderzoeksvraag en haar context, dat is ook zo meegedeeld aan de vakorganisaties en de voogdijminister.”

De federale politie trekt er dus haar handen van af. “We moeten de methodologie herzien. We hebben interpreteerbare en bruikbare resultaten nodig. We zullen deze ‘Corespo-methode’ onder de loep nemen met een interne en externe analyses. In afwachting zetten we dit traject niet verder. Anderzijds is de strijd tegen corruptie één van de prioriteiten van de FGP. We beseffen ook dat het risico op corruptie binnen een politieorganisatie reëel en actueel is. We blijven alert, nemen elke melding serieus en zullen niet nalaten om maatregelen te nemen.”

Bron » De Standaard

Wie zijn Franse gangsterbroers Sliman en waarom duiken ze op in dossier Bende van Nijvel?

Het nieuws dat het gerecht de lichamen van de Franse gangster Xavier Sliman en van zijn ouders wil opgraven, brengt die piste in het Bende-dossier opnieuw onder de aandacht. Wie zijn de gangsterbroers Xavier en Thierry Sliman? Hoe worden ze gelinkt aan de Bende van Nijvel? En is dit meer dan het zoveelste dode spoor?

Wie zijn de broers Sliman?

Xavier en Thierry Sliman zijn 2 broers uit Charleville-Mézières, net over de grens in Noord-Frankrijk. Ze stonden daar bekend als zware gangsters die in de jaren 70 en 80 met hun bende overvallen pleegden op onder meer supermarkten. Dat gebeurde met veel geweld. Vergelijkbaar dus met de Bende van Nijvel.

Daarnaast zouden beide broers volgens een ex-speurder actief geweest zijn als huurmoordenaars. Een van de twee was ook een verwoed wapenverzamelaar.

De broers zaten verschillende celstraffen uit. Ze zijn intussen overleden: Thierry Sliman in 2011 en Xavier Sliman in 2019. Voor zover we weten zijn ze nooit ondervraagd over mogelijke betrokkenheid bij de Bende.

Wat is de mogelijke link met de bende?

Oud-politieman Jean-Pierre Adam heeft zich vastgebeten in dit spoor naar de Bende. Toen hij in het jaar 2000 de moord onderzocht op een restaurantuitbater, ontdekte hij in het dossier van Xavier Sliman een opsporingsbericht voor de overval op wapenhandelaar Dekaise in Waver, een van de eerste misdrijven die de Bende gepleegd zou hebben.

Sliman zou ook sprekend geleken hebben op een van de robotfoto’s op het bekende gele opsporingsbericht met de leden van de Bende van Nijvel.

Adam ontdekte nog verschillende aanwijzingen die de Slimans aan de Bende zouden kunnen linken. Hun eerste inbraak vond plaats in Frankrijk (in Maubeuge), en veel andere misdrijven speelden zich af langs de N5, de weg die naar Charleville-Mézières voert. Bij de overval op wapenhandelaar Dekaise werden zakken gebruikt die alleen in Frankrijk circuleerden, niet in België.

Bovendien zou Thierry Sliman in de gevangenis hebben gezeten tussen eind 1983 en midden 1985, precies de periode waarin de Bende geen misdrijven pleegde. In november 1985 wordt hij opnieuw opgesloten, en de misdaden van de Bende stoppen definitief.

De broers en hun kompanen zouden – volgens de theorie van Adam – de overvallen gepleegd hebben puur voor het geld. Deze piste spreekt niet over terreur of politiek geweld.

De Bende van Nijvel maakte 28 dodelijke slachtoffers, bij verschillende overvallen, inbraken en moorden. Ze sloegen eerst verschillende keren toe in de periode 1982-1983, en pleegden hun bloedigste aanslagen eind 1985, bij overvallen op supermarkten in Overijse, Eigenbrakel en Aalst.

Wat gaan de speurders precies doen?

Voor het parket is het Bende-onderzoek eigenlijk al afgesloten. Ze hebben vorig jaar een grote persconferentie gegeven om aan de slachtoffers te vertellen dat ze niets meer kunnen doen. Maar de slachtoffers hebben wel het recht om zelf extra onderzoek te vragen. Patrick Ramaël, advocaat van enkele slachtoffers, had aan het gerecht gevraagd om het spoor verder te onderzoeken.

Het gerecht in Bergen heeft nu bevolen dat de lichamen van Xavier Sliman en van zijn ouders moet worden opgegraven. Wanneer dat precies zal gebeuren, is nog onduidelijk. Thierry Sliman is gecremeerd. Ook zal oud-speurder Jean-Pierre Adam ondervraagd worden.

In het dossier van de Bende van Nijvel zijn een paar DNA-sporen waarmee onderzoekers kunnen vergelijken. Er is onder meer DNA gevonden op een sigarettenpeuk bij de moord in 1983 op een taxichauffeur uit Brussel, Constantin Angelou. Die moord wordt toegeschreven aan de bende en volgens Adam zou Thierry Sliman de schutter geweest zijn. DNA-onderzoek zou kunnen aantonen of er op zijn minst met die misdaad een link is.

Het is lang niet de eerste keer dat lichamen worden opgegraven om een DNA-link te vinden met de Bende. Tot nog toe heeft dat nooit iets opgeleverd. De DNA-sporen in het dossier zijn ook erg beperkt.

Wat moeten we hier nu van denken?

Het onderzoek naar de Bende van Nijvel zit vol met sporen die interessant leken, maar uiteindelijk op niets zijn uitgedraaid. Ook hier zijn er aanwijzingen (of toevalligheden?) die naar de Bende wijzen. Tegelijk zijn er veel twijfels. Het parket zag alvast niets in deze piste.

“Ik ben er een beetje sceptisch in geworden”, zegt VRT NWS-journalist Philip Heymans, die het Bende-onderzoek volgt. “Ik denk: eerst zien en dan geloven. Ik hoop heel hard dat die zaak ooit opgelost raakt en de slachtoffers hopen dat nog veel harder. Maar goed, het is al zo vaak op niks uitgedraaid. Laat ons voorzichtig zijn en afwachten wat dit nu geeft.”

Bron » VRT Nieuws