Wat de wetenschap voor het Bende-dossier kan betekenen

Pieter Leloup is criminoloog aan de Universiteit Gent en de Vrije Universiteit Brussel. Hij hoopt dat het weer mogelijk wordt nieuwe onderzoeksmethodes aan te wenden voor de zaak van de Bende van Nijvel.

Met de recent doorgevoerde wetswijziging rond de afschaffing van de verjaringstermijn bij moordzaken ‘met grote maatschappelijke impact’, kwam het onderzoek naar de bloedige overvallen van de Bende van Nijvel de voorbije maanden opnieuw in het nieuws. Ondertussen kwam het bericht dat het federaal parket het onderzoek naar de Bende afsluit. Dit doet sommigen vrezen dat de hoop op opheldering van het bijna 40 jaar oude dossier verder is afgenomen.

Het nieuws wordt niet enkel op gemengde gevoelens onthaald bij nabestaanden en slachtoffers van de overvallen, maar ook oud-Bende-speurder Eddy Vos (DM 13/2) en journalist Douglas De Coninck (DM 28/6) uitten hieromtrent al hun bezorgdheden. Ze menen dat met het afschaffen van de verjaringstermijn de ooit gehoopte wetenschappelijke benadering van het Bende-dossier onmogelijk wordt gemaakt. Op dat laatste punt zouden ze weleens gelijk kunnen krijgen. Het is over die wetenschappelijke inbreng dat ik enkele gedachten naar voren wil schuiven.

Vier miljoen pagina’s

De wetswijziging belet inderdaad dat een gespecialiseerd team van wetenschappers via de nieuwste digitale methoden het Bende-dossier ooit aan een optimale analyse kan onderwerpen. Het betrekken van academici bij het (succesvol) uitspitten van moeilijke dossiers en moordzaken is voor België nochtans niet nieuw. De voorbije decennia voerden historici met inhoudelijke en archivalische expertise in opdracht van het parlement reeds diepgaand onderzoek naar de moord op Patrice Lumumba en deze op Julien Lahaut. In beide gevallen leidde hun engagement tot belangrijke nieuwe inzichten over opdrachtgevers en betrokkenen.

Zonder te beweren dat in het Bende-onderzoek een team van wetenschappers zomaar dé oplossing zal vinden, kunnen ze wel methodologisch een belangrijke bijdrage leveren. Volgens ingewijden telt het Bende-dossier ondertussen ergens tussen de drie en vier miljoen pagina’s, voor zover iemand daar nog zicht op heeft. Ondanks de deskundigheid van de betrokken speurders is het niet onlogisch dat een dossier van deze complexiteit en omvang niet langer via uitsluitend traditionele (ballistiek en vingerafdrukken) en moderne (DNA-stalen) onderzoeks- en opsporingsmethoden kan worden gelezen, geanalyseerd en geëvalueerd.

De snelle digitale en technologische evoluties die we de voorbije jaren met betrekking tot de analyse van omvangrijke datasets mochten aanschouwen, roepen de vraag op hoe deze technieken wetenschappelijk voor deze zaak kunnen worden aangewend. Het gaat dan over bijvoorbeeld text mining, machine learning en andere AI-toepassingen die er optimaal in slagen complexe en grote hoeveelheden data naar menselijke normen uiterst snel te verwerken en de analysemogelijkheden uit te breiden.

Cold cases

In het domein van cold cases zijn daar internationaal steeds meer voorbeelden van terug te vinden. In Nederland zet de politie sinds 2018 digitale en computergestuurde methoden in voor de analyse van ongeveer 1.500 onopgeloste dossiers, waaronder een duizendtal moorden. Het doel is om uiteindelijk 25 miljoen pagina’s te digitaliseren, een omvang die de menselijke denkcapaciteit ruimschoots overstijgt. Het automatiseren van deze forensische screening biedt de Nederlandse rechercheurs ondersteuning in de selectie van dossiers en het ontdekken van eerder gemiste sporen en patronen.

Laat dergelijke innovatieve analysemethoden nu net ook behoren tot het arsenaal waarop historici, criminologen en computerwetenschappers sinds het begin van de 21ste eeuw in toenemende mate een beroep doen.

Innovatieve analyses bij omvangrijk gedigitaliseerd (archief)materiaal of zogenaamde historische big data kennen vele toepassingen. De inzet van deze methoden is niet zonder valkuilen, zoals een gebrekkige transparantie of de aanwezigheid van een bias in het AI-model, maar zijn wel in staat om datasets te analyseren die het menselijke begrip overstijgen. Voordelen zijn dat ze snel sporen, verbanden en patronen ontdekken die eerder zijn gemist, zeker wanneer naast het Bende-dossier andere zaken uit die periode worden gedigitaliseerd. Dit maakt een vergelijking tussen dossiers mogelijk.

In het forensisch onderzoek blijft een combinatie van klassieke en nieuwe methoden cruciaal. Het gebruik van uitsluitend innovatieve digitale en technologische technieken zal niet dé mirakeloplossing zijn, maar het kan wel een aanzet zijn om op een andere wijze het Bende-dossier te onderzoeken. Voor de toekomst lijkt nu de vrees te groeien dat ook deze piste is afgesloten. Hopelijk niet onherroepelijk.

Bron » De Morgen | Pieter Leloup

Advocaat Kristiaan Vandenbussche ziet een reden om het Bende-dossier niet af te sluiten: ‘Het gerecht moet firma F. onder de loep nemen’

Misschien zijn de kroongetuigen in het dossier van de Bende van Nijvel twee broertjes van 8 en 10 jaar oud, wier hobby het was om nummerplaten te noteren. Toch als blijkt dat het spoor van advocaat Kristiaan Vandenbussche zou leiden naar een donkergrijze Golf die gebruikt werd bij de overval op de Delhaize in Aalst.

R. was nog maar een jongen 8 toen de Bende van Nijvel in de Delhaize van Aalst toesloeg op 9 november 1985, maar bijna veertig jaar later herinnert hij zich de dag nog goed. Hij en zijn oudere broertje P. stonden die namiddag, zoals zo vaak, aan de straat om de auto’s die voorbijkwamen te noteren. P. had al een heel schriftje vol met nummerplaten en merken.

R.: “Het was een spelletje om ons bezig te houden. We woonden in Opwijk, zo’n twintig minuten rijden van Aalst.”

Wat hebben jullie die namiddag gezien?

R.: “Wat ik me heel goed herinner, is dat we rond vijf uur een donkergrijze Golf GTI zagen passeren met hoge snelheid, met vier mannen in. Dat beeld is me altijd bijgebleven: die vier ruige types in die auto. ‘Wat voor mannen waren dat?’ zeiden we tegen elkaar. Mijn broer heeft de nummerplaat opgeschreven in zijn schriftje. Net voor de Golf was er ook een lichtgrijze Mercedes voorbijgevlamd, met een gele nummerplaat en zwarte letters (een Nederlandse nummerplaat, red.). Maar die ging zo snel dat hij niet zeker was of hij de juiste cijfers en letters wel had.”

Volgens de federaal procureur was het die dag om 17 uur al donker en konden jullie niks gezien hebben.

R.: “Helemaal niet, het was zelfs nog niet aan het schemeren. Waarom zouden twee kinderen op straat in het donker nummerplaten staan opschrijven?”

Hoe kwamen jullie erbij om dat voorval aan jullie ouders te vertellen?

R.: “Dat weekend waren mijn tante en nonkel bij ons op bezoek. Zij waren de vorige avond tijdens de overval in Delhaize en konden aan de daders ontsnappen door met hun auto te vluchten door het bos aan de achterkant van de parking. Terwijl ze hun verhaal deden kwam de donkere Golf GTI ter sprake waarmee de daders waren weggevlucht. Mijn tante weet nog dat mijn broer en ik opgewonden bij haar kwamen: ‘Tante Hilde, wij hebben die auto gezien!’ Mijn broer heeft dan zijn schriftje laten zien, en mijn tante heeft direct naar de politie gebeld. Op dat ogenblik was er alleen nog maar sprake van een Golf, en later is gebleken dat veel getuigen ook een Mercedes met een Nederlandse nummerplaat hebben gezien.”

Het federale parket vindt jullie getuigenis niet geloofwaardig omdat jullie nog maar net leerden lezen en schrijven.

R.: “Mijn broer P., die de nummerplaten heeft genoteerd, was 10 jaar en zat in het vijfde leerjaar. Ik zat in het derde leerjaar, in de klas met David Van de Steen. Na het weekend kwam de directeur zeggen dat David zwaargewond was en in het ziekenhuis lag. Als ze mijn broer niet geloven, wil ik toch beamen dat ik hetzelfde gezien heb. Dat zijn al twee getuigen!”

Waarom denkt u dat de getuigenis van die jongens naar de daders kan leiden, meester Vandenbussche?

Kristiaan Vandenbussche: “De nummerplaat van de Golf GTI leidt naar een firmawagen van de Brusselse drankenhandel F., een firma die ik om verschillende redenen verdacht vind. Zo leverde de firma wekelijks drank aan het restaurant L’Auberge du Chevalier in Beersel, waar de nachtwaker JoséVanden Eynde gruwelijk werd vermoord op 23 december 1982. Het bedrijf F. leverde ook – met valse facturen – ladingen wijn en champagne aan het omstreden wisselkantoor Kirchen en Co, dat vooral in de diamanthandel actief was en waar in 1986 een gigantische fraudezaak werd blootgelegd. In de boekhouding van Kirchen en Co vond men valse facturen van drankenhandel F. voor leveringen aan Kirchen-bedrijfsleider Hilaire Beelen op naam van – heel opmerkelijk – Robert Becker.”

“Beide figuren zijn interessant. De zigeuner Robert – ‘Baloo’ – Becker werd verdacht als deelnemer van minstens twee bendefeiten: de diefstal van kogelvrije vesten in Temse, en de inbraak in de Colruyt van Nijvel, beide in september 1983, waar telkens doden vielen.”

“Hilaire Beelen was dan weer eigenaar van een kasteel in Herbeumont waar extreemrechtse organisaties paramilitaire oefeningen hielden. Bij een huiszoeking zijn bij hem ook plannen voor een staatsgreep uit 1973 gevonden.”

“De firma F., die dranken mocht leveren aan het Belgische leger, financierde de verkiezingscampagne van Paul Vanden Boeynants, destijds minister van Defensie. In het zwart, uiteraard. Een van haar bestuurders was trouwens een notoir lid van de Jonathan, de Brusselse nachtclub die bekend werd om haar fameuze confituurbaden.”

“Wat ik ook interessant vind, is dat het bedrijf commercieel actief was in Congo en daar beschermd werd door Belgische huurlingen, van wie er ook op de payroll stonden. Volgens mij moeten we de uitvoerders van de Bendefeiten zoeken in de smeltkroes van huurlingen, zigeuners en extreemrechtse organisaties als WNP.”

“Om al die redenen vind ik het belangrijk dat het gerecht de firma F. – of haar personeel – onder de loep neemt. Wie reed destijds met die firmawagen? De plek in Opwijk waar de twee broertjes de Golf en de Mercedes zagen voorbijkomen, ligt trouwens niet ver van de garage van carossier en ex-paracommando Willy D., een van de hoofdverdachten voor de overval in Aalst. Mogelijk zijn ze daar in de vooravond hun nummerplaten gaan verwisselen voor de overval, zoals de Bende altijd deed om dwaalsporen te leggen.”

Onderzoeksrechter Martine Michel antwoordde heel kort op uw verzoekschrift: de auto die de broertjes zag is niet de uitgebrande Golf die nadien in het Bois de la Houssière werd gevonden.

Vandenbussche: “Het is wellicht niet dezelfde Golf GTI, nee. Maar getuigen hebben voor en na de overval verschillende Golfen in en rond Aalst opgemerkt, en de speurders gaan er ook van uit dat de Bende meerdere Golfen gebruikte als afleidingsmaneuver. De uitgebrande Golf in het Bois de la Houssière zou zo’n dwaalspoor kunnen zijn: daar zijn aanwijzingen voor in het dossier.”

“De rijkswacht maakte er zich destijds van af met één telefoontje naar de firma F., maar er is nooit degelijk onderzoek naar gevoerd. Ik vind niet dat we het dossier kunnen afsluiten zonder dat dat gebeurt. Dan zou ik mijn geloof in justitie verliezen.”

Bron » De Morgen | Annemie Bulté

Na stopzetting Bende van Nijvel-onderzoek: ‘Laat historici het dossier opnieuw tegen het licht houden’

De overheid moet een taskforce van historici en criminologen samenstellen om het dossier over de Bende van Nijvel te onderzoeken. Dat zegt historicus Emmanuel Gerard (72), die eerder al de moorden op Julien Lahaut en Patrice Lumumba hielp oplossen.

Einde juni kondigde het federaal parket aan dat het onderzoek naar de Bende van Nijvel wordt stopgezet. Bij de bendeterreur tussen 1982 en 1985 vielen 28 doden en 40 gewonden. Hoe moet het nu verder? Knack vroeg het aan historicus Emmanuel Gerard, emeritus hoogleraar aan de KU Leuven.

Gerard schreef in 2000 nog mee aan het eindrapport van de parlementaire onderzoekscommissie naar de Belgische betrokkenheid bij de moord op de afgezette Congolese premier Patrice Lumumba in 1961. Later leidde hij ook het historisch onderzoek, in opdracht van de Senaat, naar de moord op Julien Lahaut in 1950, de voorzitter van de Kommunistische Partij.

Wat vindt u van de beslissing van het federaal parket om het Bende-onderzoek stop te zetten?

Emmanuel Gerard: Die beslissing is op zijn minst merkwaardig, gelet op de mogelijkheid die is gecreëerd om misdaden van de zogenoemde Bende van Nijvel niet te laten verjaren.

Voor de verkiezingen keurde het parlement daarover een wetswijziging goed op initiatief van minister van Justitie Paul Van Tigchelt (Open VLD), waardoor moorden met een grote maatschappelijke impact niet meer kunnen verjaren.

Gerard: Als men de niet-verjaring accepteert wegens de geweldige maatschappelijke impact van bepaalde misdaden, dan is het op zijn minst vreemd dat men nu zegt dat het onderzoek daarnaar stopt.

Wat betekent zo’n niet-verjaring precies?

Gerard: Dat de misdaad nog bestraft kan worden zodra er nieuwe elementen opduiken. Natuurlijk willen wij allemaal dat de misdadigers bestraft worden, maar dat is ondertussen wel zeer illusoir geworden.

Advocaat Jef Vermassen, verdediger van een van de slachtoffers, waarschuwt dat bij niet-verjaring ook het geheim van het onderzoek voor eeuwig en altijd blijft gelden.

Gerard: Ik durf dat niet met zo veel stelligheid te zeggen. Maar als hij gelijk heeft, vind ik dat problematisch.

Wordt historisch onderzoek naar de Bende van Nijvel dan onmogelijk?

Gerard: Historisch onderzoek is altijd mogelijk, er is niemand die dat belet. Er zijn trouwens al ontzettend veel boeken verschenen over de Bende van Nijvel. Dat is niet het punt. Maar wetenschappers zouden de nodige machtigingen moeten krijgen om zich over de zaak te buigen en zouden toegang moeten krijgen tot bepaalde documentatie – op zijn minst tot het gerechtelijk dossier.

Hoe ziet u dat dan concreet?

Gerard: Ik vind dat de overheid het initiatief moet nemen voor een taskforce van historici en criminologen om het Bende-dossier opnieuw te onderzoeken. Een andere blik op het dossier kan erin bestaan dat men informatie uit het gerechtelijk dossier koppelt aan andere bronnen die normaal niet in het vizier van de speurders komen. Zo zijn we in de zaak-Lahaut de collusie tussen privénetwerken en politiediensten op het spoor gekomen. Maar blijkbaar heeft het gerechtelijk onderzoek zijn limieten bereikt. Misschien zijn er nu wel andere mogelijkheden om bepaalde aspecten uit het dossier toch op te helderen.

Welke andere bronnen zouden een nieuw licht kunnen werpen op de zaak?

Gerard: Ik wil daar niet te expliciet over zijn. Dat heeft niet veel zin als je die bronnen nog te pakken wilt krijgen.

Het archief van de toenmalige Rijkswacht?

Gerard: Bijvoorbeeld. Ik denk aan bronnen die de modus operandi van de Rijkswacht tonen, maar niet specifiek in het gerechtelijk dossier zitten. Bronnen bijvoorbeeld over communicaties tussen rijkswachteenheden en commando’s, of over contacten tussen de rijkswacht en andere instanties. Ik denk dat ook met de archieven van onze inlichtingendiensten iets aan te vangen valt. In dat van de Staatsveiligheid heb ik al heel wat onderzoek verricht in het verleden.

Wat kunnen we uit de zaak-Lumumba leren voor het Bende-dossier?

Gerard: Daar was het bijzonder interessant om archieven van diverse echelons van de besluitvorming in te kunnen kijken, zaken die je meestal niet kunt koppelen. Speurders in een gerechtelijk onderzoek kunnen niet zomaar bij iedereen aankloppen, er moet op zijn minst een verdenking berusten op de persoon. Wetenschappelijk onderzoek kan heel wat andere vragen stellen.

Over de Bende van Nijvel bestaan er tal van denksporen en hypotheses, van banditisme tot de strategie van de spanning. Welke vindt u het meest plausibel?

Gerard: Daarover spreek ik me niet uit. Het is belangrijk dat wetenschappers een openheid van geest bewaren en niet een bepaalde tunnelvisie volgen. Ik denk dat men alle mogelijke hypotheses nog eens rustig moet kunnen bekijken.

Kan kunstmatige intelligentie helpen om met een nieuwe blik naar de documenten van het gerechtelijk onderzoek te kijken?

Gerard: Ongetwijfeld kan AI een rol spelen in het ontleden van het strafdossier. Maar het onderzoek waar ik voor pleit, moet dat strafdossier ook overstijgen. Er moeten ook andere bronnen aangeboord worden.

Sinds 2018 heeft het federaal parket al 593 DNA-stalen genomen, 2748 vingerafdrukken vergeleken en 1815 tips onderzocht.

Gerard: Dat is indrukwekkend. Maar het heeft niets opgeleverd. En dus is het tijd om het over een andere boeg te gooien. Voor alle duidelijkheid: het gaat hier niet om de arrogantie van ‘wij historici gaan dat hier eventjes oplossen’. Maar ik vind dat de overheid hier bijkomende inspanningen moet doen, want het Bende-dossier is de ultieme blaam voor de Belgische rechtsstaat.

Hebt u ooit de optie van zo’n wetenschappelijke taskforce met beleidsmakers besproken?

Gerard: Toen het Bende-dossier in 2017 in een stroomversnelling leek te komen door de zaak-Bonkoffsky (een man die op zijn sterfbed beweerde lid te zijn geweest van de Bende, nvdr), zijn daar inderdaad gesprekken over gevoerd met politici, onder meer met toenmalig justitieminister Koen Geens (CD&V). En daarvoor, in 2015, waren ook al eens leden van de toenmalige dunbemande onderzoekscel mij en collega Rudi Van Doorslaer komen opzoeken.

U hebt de werking van de Belgische democratie grondig onderzocht. Als u met die kennis naar het Bende-dossier kijkt, wat komt dan bovendrijven?

Gerard: Het gerechtelijk onderzoek is duidelijk gemanipuleerd. Niet de afgelopen jaren, hè. Het federaal parket heeft effectief een inspanning gedaan. Maar in de eerste jaren van het onderzoek zijn er zaken gebeurd die je niet anders kunt begrijpen. Een reeks misdaden die zo veel mensen het leven heeft gekost en die men dan niet kan oplossen, terwijl er zo veel getuigenissen en materiële aanwijzingen zijn…

Sommigen stellen dat de niet-verjaring van het dossier gecombineerd met het stopzetten van het onderzoek neerkomt op een heuse doofpotoperatie.

Gerard: Ik denk niet dat men vandaag een doofpot wil organiseren. Maar het resultaat is natuurlijk dat dit dossier compleet ondergesneeuwd zal raken en men misschien nooit een antwoord zal vinden op de vraag wat er is gebeurd. Daarom zou er beter toch nog een toelating komen om op de een of andere manier ernstig wetenschappelijk onderzoek te doen naar het Bende-dossier.

Bron » Knack | Kristof Clerix

Minder gebouwen, een maximum aantal gevangenen en (nog) meer budget: nieuwe regering krijgt stevig verlanglijstje van FOD Justitie

“Zonder bijkomend budget kan Justitie de rekeningen niet meer betalen.” Met die moeilijke boodschap trekt de federale overheidsdienst Justitie naar de toekomstige federale regering. “Moeilijk”, want ons land moet in de komende 7 jaar net 23 tot 25 miljard euro besparen. Maar bij Justitie hebben ze toch een verlanglijstje klaar.

Justitie was de voorbije jaren niet het departement waar er fors beknibbeld werd op het budget. Van de uittredende federale regering kreeg de overheidsdienst 581 miljoen euro extra over 4 jaar, op een totaalbudget van zo’n 2 miljard euro. “Niet niks”, geven ze toe bij de overheidsdienst.

Met die extra duiten heeft de FOD onder meer broodnodige extra plaatsen in de gevangenissen kunnen creëren, duizenden nieuwe mensen kunnen aannemen en veel geld gespendeerd aan digitalisering.

En toch volstaan de extra miljoenen nog niet, klinkt het nu. Zo heeft de FOD Justitie ook 80 miljoen euro moeten besparen, woog de inflatie op de werkingskosten en hadden indexeringen een zware impact op de loonkosten. Bovendien bleef de vraag stijgen: meer zaken (die de nodige kosten met zich meebrengen), meer gedetineerden, de blijvende nood aan digitalisering en de stijgende kosten van de verouderde gebouwen.

“In de praktijk is budgettaire ademruimte onbestaande”, schrijft de FOD in een persbericht. “Sterker nog: we kijken dit jaar aan tegen een tekort van ongeveer 60 miljoen euro.” Geen goed nieuws nu er wellicht overal bij de overheid stevige besparingen zitten aan te komen om de miljardentekorten te kunnen wegwerken.

Overbevolking

Het verklaart waarom de FOD Justitie nu een verlanglijstje, op tafel legt voor voor de nieuwe regering. Daarin vraagt de overheidsdienst “een structurele budgetverhoging van 250 miljoen euro”. “Met die extra slagkracht kunnen we zowel de hoogste noden dekken als hervormen.”

Hoe de FOD Justitie wil hervormen? Daarvoor zijn er wel wat ideeën. Over gevangenissen bijvoorbeeld: ja, de capaciteit moet nog worden opgetrokken en de gebouwen moeten worden gemoderniseerd. Maar Justitie wil ook een quotum op het maximale aantal gevangenen per gevangenis.

“Het moet duidelijk zijn vanaf wanneer er niet méér mensen binnen mogen in een gevangenis”, zegt Sarah Blancke, voorzitter ad interim van het directiecomité van de FOD Justitie, in De Ochtend op Radio 1. “De eerste opdracht is om ervoor te zorgen dat er geen grondslapers meer zijn.”

En bij overbevolking moeten er wettelijke maatregelen worden vastgelegd die als een soort ‘ventiel’ moeten dienen (bijvoorbeeld: korte straffen tijdelijk enkel via een enkelband uitvoeren of zelfs voorlopige invrijheidstelling).

Gebouwen sluiten

Of kijk naar de ruim 225 gerechtsgebouwen in ons land: volgens de FOD Justitie voldoen de meeste daarvan niet meer aan de huidige normen voor welzijn en veiligheid. En omdat er te weinig geld is om ze te onderhouden, gaan ze er alleen maar op achteruit.

“Wij komen regelmatig in de pers met gebouwen waar er lekken zijn of waar de archieven niet in orde zijn”, zegt Blancke. “We moeten ons dus afvragen of we al die gebouwen nog in orde kunnen brengen. In Nederland bijvoorbeeld hebben ze maar 50 gerechtsgebouwen.”

De overheidsdienst stelt daarom zelf voor om in de komende 5 tot 15 jaar liefst 100 gebouwen te sluiten. Door rechtscolleges te hergroeperen en meer in te zetten op digitalisering moet dat kunnen worden opgevangen. Met de besparing die dat oplevert, kunnen de overige gebouwen dan worden gemoderniseerd en onderhouden. “Ik denk dat dit een win-win is voor iedereen.”

Vernietigend rapport

Hoewel het memorandum een aantal prikkelende voorstellen bevat, is de timing best opmerkelijk. Een dikke maand geleden nog legde het Rekenhof de FOD Justitie over de knie. In een ronduit vernietigend (ontwerp)rapport kreeg de directie van de overheidsdienst de stempel “falend”, “passief” en “onverantwoordelijk”, zeker als het gaat over de digitalisering.

Zo heeft ze “onvoldoende aandacht voor het risico op fraude”, met name als het gaat over de samenwerking met consultancybedrijven. Verder ontbreekt het de FOD aan een duidelijke strategie voor de digitalisering en speelt er veel onduidelijkheid, onderlinge concurrentie en is er een gebrek aan vertrouwen. “Omdat de duurzaamheid van projecten niet wordt beoordeeld, bestaat bovendien het risico dat budgetten momenteel voor niets worden uitgegeven”, stelde het Rekenhof.

Het rapport kwam bovenop eerdere berichten dat Justitie de eigen regels niet lijkt te volgen als het gaat over contracten en dat het lange tijd te veel heeft betaald aan Bpost voor een kantoorgebouw. Ook pompt de overheidsdienst al jaren geld in moderne rechtszalen in gevangenissen die zelden of nooit worden gebruikt, omdat advocaten en rechters vrezen dat daarmee de openbaarheid van de rechtspraak in het gedrang komt. Of zoals advocaat John Maes eind vorig jaar stelde: “Dit is lichtzinnig omgaan met het geld van de belastingbetaler.”

Bron » VRT Nieuws | Stefan Grommen

Mark (70) overleefde overval Bende van Nijvel – Ze zaten te dicht bij de waarheid

Na 1.815 onderzochte tips, 593 DNA-sporen en 2.748 vingerafdrukken wordt het onderzoek naar de Bende van Nijvel begraven. En dat zint Overijsenaar Mark Ghekiere (70) niet. Hij overleefde de overval op het Delhaize-warenhuis in de druivengemeente omdat één van de daders volgens hem een jeugdvriend was.

Het mag dan wel al bijna veertig jaar geleden zijn, toch spoken de beelden nog regelmatig door mijn hoofd. Aan het woord is de nu 70-jarige Mark Ghekiere, die op 27 september 1985 als bij wonder de overval van de Bende van Nijvel op het Delhaize-warenhuis in Overijse overleefde. Hij was er die avond samen met vier vrienden verkiezingsaffiches van wijlen Jean-Luc Dehaene aan het ophangen toen plots gangsters opdoken.

Mijn kameraad Luc Bennekens stond bovenaan de ladder, terwijl ik hem de affiches aangaf, blikt Mark Ghekiere 39 jaar terug in de tijd. Eén van de gewapende mannen liep onze richting uit en schreeuwde in het Frans dat Luc naar beneden moest komen. Aanvankelijk dachten we dat het om een carnavalsmop ging, maar toen we zagen dat een tiener doodgeschoten werd, wisten we dat het echte gangsters waren. Seconden later werd Luc als levend schild de winkel ingesleurd.

Jeugdvereniging

Mark en zijn drie andere vrienden verscholen zich achter een nabijgelegen carwash en komen pas terug tevoorschijn als ze de daders in een zwarte Golf met open koffer weg zien stuiven. Wat verderop zagen ze Luc Bennekens dood liggen.

Dat Luc en niet hij een slachtoffer van de Bende van Nijvel werd, is volgens Mark logisch te verklaren. De gewapende man die op ons kwam afgestormd, kende me, klinkt het. Ik vermoed dat het iemand was met wie ik in een jeugdvereniging actief was. En dat verklaart waarom ik twijfel in zijn ogen zag toen hij me aankeek. Mogelijk herkende hij me en wilde hij me sparen. Daarom riep hij Luc naar beneden, terwijl ik onderaan de ladder stond en hij mij dus veel gemakkelijker als menselijk schild had kunnen gebruiken.

Wie de man is, wil Mark Ghekiere niet kwijt omdat hij geen bewijzen heeft. Maar de speurders kennen de naam wel. Of het ooit onderzocht werd? Ik weet het niet. En het ziet ernaar uit dat we het nooit zullen weten nu men beslist heeft om het onderzoek te begraven.

Een beslissing die Mark niet begrijpt. Ik heb er maar één verklaring voor: ze zitten te dicht bij de waarheid en alles moet in de doofpot blijven steken. Als slachtoffer, al word ik in dit onderzoek zo niet beschouwd, is het jammer dat ik nooit zal weten wie er achter deze vreselijke daden zat. Langs de andere kant: wat als we het wel zouden weten? Zouden de daders dan nog gestraft kunnen worden? Zijn ze nog in leven?

En dus zal de Overijsenaar vermoedelijk de rest van zijn leven met de onbeantwoorde vraag of de dader hem kende, blijven zitten. Nochtans had men het met DNA-onderzoek te weten kunnen komen. Maar de vraag is of men het ooit willen onderzoeken heeft.

Been kwijt

In 1985 overleefde Mark als bij wonder de overval en drie jaar geleden kroop hij opnieuw door het oog van de naald. In de Bollenstraat in Terlanen – een gehucht van Overijse – werd hij op zijn Vespa aangereden door een wagen.

De kroongetuige van de Bende van Nijvel werd in kritieke toestand afgevoerd naar het ziekenhuis. Er werd eerst gedacht aan een aanslag, maar dat bleek uiteindelijk toch niet het geval. Sinds dat ongeval zit ik in een rolstoel, want ik ben een been kwijt, besluit Mark.

Bron » Het Laatste Nieuws | Robby Dierickx