Voor het eerst zijn Britse en Belgische DNA-databank gelinkt: mogelijke doorbraak in 4 onopgeloste moorden

De koppeling van de Belgische en Britse DNA-databank heeft voor een mogelijke doorbraak gezorgd in 312 strafdossiers, waaronder 4 moorden. Enkele weken geleden werden de databanken voor het eerst met elkaar vergeleken. “De Britse databank is enorm”, zegt Bieke Vanhooydonck van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie. “Er zitten wel 5 miljoen gekende DNA-stalen in.”

In de Belgische DNA-databank zitten zo’n 61.000 stalen. Die stalen werden de afgelopen jaren ergens in ons land aangetroffen op een plaats delict. “Denk aan speeksel of sperma dat werd aangetroffen in een kamer waar iemand is aangerand. Of bloed dat werd aangetroffen bij een moord. Al die stalen worden verzameld en opgeslagen”, zegt Bieke Vanhooydonck. Zij is gerechtelijk deskundige bij het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) dat de databank beheert.

“Maar ongeveer 30.000 van die 61.000 stalen zijn totaal onbekend”, gaat Vanhooydonck verder. “We weten niet van wie het staal is. Zo kunnen dossiers waar dat DNA een hoofdrol in speelt vaak ook niet worden opgelost.” De andere 30.000 stalen konden wel al gelinkt worden, bijvoorbeeld aan Belgen die al eens veroordeeld werden.

Enkele weken geleden, net voor Kerstmis, werd voor het eerst de Belgische DNA-databank met de Britse vergeleken. “De bij ons onbekende stalen werden dus door de Britse lijsten van gekend DNA gehaald, en vice versa. Dat leverde voor België 312 matches op”, merkt Vanhooydonck op. Die matches zijn in hoofdzaak terug te leiden naar (soms gedeeltelijk) onopgeloste dossiers van woninginbraken. 223 van de identificaties hebben met zulke dossiers te maken. Maar er werden ook namen geplakt op onbekende DNA-stalen uit 4 moordzaken. Er zijn ook nog identificaties in dossiers van aanrandingen (12), diefstallen met geweld (18), criminele netwerken (14), drugsdossiers (12) en nog tientallen andere soorten dossiers.

Voor alle duidelijkheid: in 312 zaken is er nu een nieuw spoor, maar het is niet zo dat al die geïdentificeerde DNA-stalen ook automatisch tot absolute doorbraken in de dossiers zullen leiden. “Het Belgisch gerecht kan nu de namen opvragen van de mensen wier DNA is gematcht, en dan kijken of ze ze willen ondervragen. Want het is niet omdat iemands DNA gevonden is in de ruimte waar een aanranding heeft plaatsgevonden, dat die er ook daadwerkelijk iets mee te maken heeft en ook een verdachte wordt”, onderstreept Vanhooydonck. Al kunnen die mensen misschien wel extra context aanbrengen en zo het onderzoek een nieuwe wending geven.

Grootste database

De Belgische database wordt al op regelmatige basis vergeleken met die van zo’n 20 andere Europese lidstaten. “Naar de koppeling met de Britse databank keken we al extra lang uit”, onderstreept Vanhooydonck. “Want ze is echt enorm, er zitten maar liefst 5 miljoen gekende stalen in. Je moet in het Verenigd Koninkrijk al DNA afstaan als je wordt gearresteerd. En dat komt dus allemaal in de database terecht”, verduidelijkt de gerechtelijk deskundige. De Belgische database is volgens haar dan weer relatief klein, vanwege de strenge wetgeving in ons land. “In België moet je in principe pas DNA afstaan als je effectief veroordeeld wordt voor zware feiten. Dus de drempel om DNA te mogen afnemen is hier veel hoger, en dus is onze database ook veel kleiner.”

Door de koppeling van de databanken konden ook de Britse speurders enkele tientallen onbekende DNA-stalen uit Britse dossiers nu aan een naam linken. De koppeling tussen de twee databanken gebeurt vanaf nu elke dag, automatisch. Vandaag wordt ook voor het eerst een link gemaakt met de database van Hongarije. “Ze hebben veel gekend DNA, dus hopelijk levert het wat op. We zouden ook graag willen vergelijken met de Italiaanse databank, maar die staat nog niet op punt”, besluit Vanhooydonck.

Bron » VRT Nieuws

Zes politieke moorden blijven voor eeuwig een mysterie

Een van de meest enigmatische gerechtelijke dossiers uit de Belgische geschiedenis is voorgoed begraven. Abdelkader Belliraj gaat in ons land definitief vrijuit voor zes moorden.

Abdelkader Belliraj (63), de ‘superterrorist’ uit Evergem, werd sinds 2008 in ons land verdacht van zes politieke moorden uit 1988 en 1989. Maar die misdrijven zijn vandaag – 30 jaar na de feiten – stuk voor stuk verjaard. Dat heeft de ­kamer van inbeschuldigingstelling (KI) in Brussel donderdag beslist na jarenlang juridisch getouwtrek.

Belliraj werd in 2008 in Marokko tot levenslang veroordeeld omdat hij betrokken zou zijn geweest bij een complot om in Marokko ­hoge militairen, politici en Joden te vermoorden. Op het moment dat hij in Marokko werd opgepakt, woonde Belliraj, bijgenaamd ‘de mankepoot’, al enkele jaren of­­fi­cieel in Evergem. Hij reisde vanuit ons land veel, onder meer naar ­Libanon, Algerije en Libië, en keerde ook vaak terug naar zijn thuisland Marokko.

Aan de Marokkaanse speurders vertelde hij hoe hij in augustus 2001 naar Afghanistan reisde en daar Osama bin Laden ontmoette. Belliraj zei ook aan de Marokkaanse politie dat hij sinds 2001 een tipgever was van de Belgische Staatsveiligheid. De Staats­veiligheid heeft altijd geweigerd dat te bevestigen of te ontkennen. Maar tijdens de recente zittingen voor de KI bleek dat inderdaad te kloppen. Of Belliraj Bin Laden echt heeft ontmoet, zal allicht altijd een mysterie blijven.

Aboe Nidal

Maar Belliraj praatte niet alleen over Bin Laden. Tijdens zijn ondervraging in 2008 bekende hij aan de Marokkaanse speurders ook op een bijzonder gedetailleerde manier hoe hij eind jaren 80 samen met zijn kleine terroristische cel in Brussel in opdracht van de beruchte Palestijnse terrorist Aboe Nidal zes politieke moorden had gepleegd. Ook voor die moorden werd hij in Marokko veroordeeld.

De moorden die de grootste weerklank kregen, waren die op de imam van de Brusselse grote moskee, Abdulah Al Ahdal, en zijn vicedirecteur Salem Bahri op 29 maart 1989 (beiden Saudi), en die op de Joodse dokter Joseph Wybran op 3 oktober 1989. Die moordzaken beheersten destijds dagenlang het nieuws. Belliraj zei in zijn bekentenis van 16 februari 2008: ‘Ik kreeg de opdracht van de organisatie van Aboe Nidal om in België een lijst aan te leggen van Joodse personaliteiten die we als doelwit konden nemen en liquideren. Met hetzelfde doel legde ik een lijst aan van Saudische hooggeplaatsten in België. Ook hen wilde Aboe Nidal liquideren. Zo wilde hij het Saudische regime dwingen om Aboe Nidal financieel te steunen, en niet alleen de PLO van Yasser Arafat. Speciaal daarvoor heb ik in België een cel opgericht.’

Behalve de moorden op Joodse en Saudische personaliteiten bekende Belliraj aan de Marokkaanse politie ook nog de moord op de klusjesman van de Saudische ambassade en twee moorden die alleen kleine berichten in de kranten hadden opgeleverd. De eerste was die op de homoseksuele kleer­maker Marcel Bille, die volgens Belliraj ‘een Joodse seksuele deviant was’, de tweede op de kruidenverkoper Raoul Schouppé. Alweer bleken zijn bekentenissen griezelig precies.

Raison d’état

Toen hij een paar maanden later in zijn cel in Marokko door Belgische speurders ondervraagd werd, trok Belliraj zijn bekentenissen weer in. Zijn advocaat Vincent Lurquin is altijd blijven volhouden dat Belliraj zijn bekentenissen in Marokko onder druk van foltering heeft afgelegd. Ook de vermoedelijke medeplichtigen van Belliraj die nog in België wonen, brachten geen opheldering. Zij ontkenden dat ze iets te maken hadden met de moorden die Belliraj hen had aangewreven. Ze kenden hem wel en net zoals hij waren ze in de jaren 80 politiek actief geweest in pro-Iraanse bewegingen.

Het juridische getouwtrek duurde jaren en uiteindelijk vroeg het federaal parket aan de KI om Belliraj niet te vervolgen. Volgens het parket waren er geen aanwijzingen dat hij betrokken was bij de moorden. De KI heeft zich woensdag over die vraag niet uitgesproken, maar heeft wel de verjaring vastgesteld. ‘De weduwe van dokter Wybran vecht al dertig jaar voor gerechtigheid’, zei haar advocate Michèle Hirsch vrijdag aan De Standaard. ‘Ze kent dankzij Marokko een deel van de waarheid. Maar in België zal ze nooit gerechtigheid vinden.’

Voor Hirsch staat het boven elke twijfel dat Belliraj de moordenaar van dokter Wybran is. ‘Een zesvoudige moordenaar was tegelijk een informant van onze Staatsveiligheid die moest infiltreren in het terroristische milieu. Dat het federaal parket niet heeft doorgeduwd in deze zaak, heeft maar één oorzaak: raison d’ état, staatsbelang.’

Bron » De Standaard | Mark Eeckhaut

Levenslang in Marokko wegens 6 moorden in België, maar vermeende terrorist wordt straks bij ons wellicht buiten vervolging gesteld

Krijgt het federaal parket zijn zin, dan wordt Abdelkader Belliraj (63) donderdag door de Brusselse kamer van inbeschuldigingstelling (KI) buiten vervolging gesteld voor zes terroristische moorden die in Brussel gepleegd werden in 1988 en 1989. Raar maar waar: dat terwijl de man in Marokko een levenslange straf uitzit nadat hij er uitgerekend die zes moorden zou bekend hebben. Het lijkt niet te rijmen

Er is de Bende van Nijvel. En dan de zes onopgehelderde terreurmoorden in het Brusselse van eind de jaren 1980. Twee loodzware dossiers die al decennia op een ontknoping wachten. Twaalf jaar geleden leek de oplossing voor het tweede dossier uit Marokko te komen, waar Abdelkader Belliraj, een Belgisch-Marokkaanse man uit Evergem, bekentenissen zou afgelegd hebben. Maar dat is nu helemaal niet meer zo zeker als het toen leek.

Zes op rij

Eerst de feiten op een rijtje. Op 23 juli 1988 werd kruidenier Raoul Schouppe (65) vermoord achter de kassa van zijn zaak. Belliraj zou gedacht hebben dat hij van joodse afkomst was. Op 16 augustus 1989 werd Abdullah Al Ahdal (36), de imam van de Grote Moskee in Brussel, met een wapen van zelfde kaliber 7,65 mm doodgeschoten. Omdat hij de verzoening predikte tussen joden en moslims. Ook de bibliothecaris van de moskee, Salem Bahri (48), rechterhand van de imam, werd die dag vermoord.

Drie maanden later werd Samir Gahez-Rasoul (24), klusjesman op de ambassade van Saoedi-Arabië, van kortbij doodgeschoten. Zijn werkgever reageerde te lauw op De Duivelsverzen van auteur Salman Rushdie. En op 3 oktober 1989 werd het lichaam van dokter Joseph Wybran (49), voorzitter van Joodse Organisaties, levenloos op de parking van het Erasmusziekenhuis in Anderlecht aangetroffen.

Veel overeenkomsten

Haat, vergelding, een wapen van kaliber 7,65 mm, van dichtbij doodgeschoten, telkens een kogel in het hoofd. Overeenkomsten tussen de moorden waren er genoeg. Toch beten de speurders hun tanden stuk op de zaak. Tot die bekentenissen van Belliraj tijdens een verhoor in 2008 na zijn arrestatie op verdenking van staatsterrorisme in de Marokkaanse stad Fez.

Voor de nabestaanden van de zes slachtoffers bestaat er geen twijfel: “Belliraj legde omstandige verklaringen af over de manier waarop de moorden voltrokken werden. Hij was dader of opdrachtgever”, besluiten zij. “Mijn cliënt werd tijdens het verhoor gefolterd. Dat proces-verbaal is een vals bewijsstuk”, weerlegt meester Vincent Lurquin, advocaat van Belliraj.

Licence to kill

Het federaal parket spaarde kosten noch moeite, maar 12 jaar onderzoek en 100.000 bladzijdes later werd “geen bewijs gevonden van de betrokkenheid van Belliraj in de onopgehelderde moorden”. De nabestaanden leggen er zich niet bij neer. “Geen wonder”, sneerde meester Michèle Hirsch, de advocate van de weduwe van dokter Wybran onlangs in de Franstalige pers. “Belliraj werd in de jaren 1990 door de Staatsveiligheid ingehuurd als informant. De inlichtingendienst kan een proces, waarop zij zou moeten bekennen dat zij een moordenaar in dienst nam en in ruil daarvoor bescherming bood, missen als kiespijn.”

De Staatsveiligheid heeft altijd ontkend dat zij Belliraj een soort van “licence to kill après la lettre” zou gegeven hebben. De inlichtingendienst heeft Belliraj integendeel jaren als tegenstander van het regime van de Marokkaanse koning Hassan II in de gaten gehouden. Maar nooit is een link gevonden tussen Belliraj en een (islamitische) terreurbeweging. Belliraj werd ook nooit als informant ingehuurd. “Indien hij bescherming had genoten, had men toch alles in het werk gesteld om hem niet in zijn cel te laten verkommeren”, aldus meester Lurquin. “Dat is niet gebeurd.”

Tegengestelde besluiten?

De teerling is geworpen. De kans is reëel dat de KI Belliraj buiten vervolging stelt voor de zes moorden die hem al 12 jaar boven het hoofd hangen. Maar gaat daarmee zijn grote droom in vervulling? Het lijkt de wereld op zijn kop, maar Belliraj wil koste wat het kost voor een assisenhof in België verschijnen. Terwijl het openbaar ministerie, de aanklager dus, daar geen reden voor ziet bij gebrek aan bewijslast. Belliraj dreigt daardoor de kans te missen om in het openbaar zijn onschuld uit te schreeuwen. Want wat moet er met hem gebeuren indien België en Marokko tot twee totaal verschillende besluiten zouden komen?

Bron » Het Nieuwsblad

‘Enorme kansen’ om onopgeloste zaken te kraken met nieuwe dna-technologie

DNA-sporen van duizenden onopgeloste zaken worden vanaf volgend jaar met behulp van nieuwe technologie nog eens door de dna-database gehaald. De verwachtingen bij politie en Openbaar Ministerie zijn hooggespannen. “We gaan hiermee allerlei strafzaken oplossen.”

De nieuwe technologie wordt in eerste instantie gebruikt voor zwaardere zaken, zoals moord, zedenzaken of roofovervallen. Het Openbaar Ministerie verwacht in de eerste helft van 2021 met het onderzoek te kunnen starten. “Het NFI legt de laatste hand aan de benodigde software”, zegt Landelijk forensisch Officier van Justitie Mirjam Warnaar.

Het gaat om strafzaken waarin geen eenduidig dna-spoor, maar zogeheten onvolledige of dna-mengprofielen zijn gevonden. Deze complexe dna-profielen kunnen niet worden toegevoegd aan de landelijke dna-databank voor strafzaken. Ze zijn vaak eenmalig vergeleken met de dna-databank, en belanden daarna op de plank. Het gaat om vijfhonderd tot zeshonderd dna-profielen per jaar.

Maar omdat de dna-databank jaarlijks groeit met 20.000 profielen, loont het om vaker een nieuwe zoekronde te doen. Voorheen moest dat handmatig gebeuren, maar nu wordt dat geautomatiseerd. “Dat biedt enorme kansen”, zegt Warnaar. “We gaan hiermee allerlei strafzaken oplossen, daar ben ik van overtuigd.”

Als eerste aan de beurt

Nieuwe strafzaken waarin complex dna-materiaal wordt gevonden, komen als eerste aan de beurt voor herhaaldelijk onderzoek. Later krijgen ook duizenden oude onopgeloste strafzaken met deze methode een nieuwe kans om alsnog opgelost te worden.

Het dna-project maakt deel uit van verschillende proefprojecten waarmee politie, OM en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) de forensische opsporing naar een hoger niveau willen tillen. Zo draait er een proef met een dna-bus, waarmee de politie meteen op de plaats delict dna-sporen kan analyseren. Ook onderzoekt de politie de mogelijkheid om cold case-dossiers te digitaliseren, in de hoop alsnog een doorbraak te vinden met behulp van vrijwilligers.

De beoogde inhaalslag is hard nodig, betoogt Ruud Staijen, programmadirecteur Forensische Opsporing van de politie. Anderhalf jaar terug luidden politie en vakbonden nog de noodklok, omdat door de uitstroom van rechercheurs een flink personeelstekort was ontstaan. Inmiddels is dat tekort deels ingelopen. “We zijn langs de rand van de afgrond gescheerd en staan er nu iets beter voor”, zegt Staijen in een interview met deze nieuwssite.

Sneller oplossen van misdrijven

De bevlogenheid waarmee Staijen over de forensische opsporing praat, brandt door het scherm. Eigenlijk is het symbolisch dat het interview met de programmadirecteur van de politie via een videoverbinding plaatsvindt. Juist in de digitalisering van het speurwerk liggen de grootste kansen, is zijn pleidooi.

Forensisch onderzoek, het technisch onderzoek naar sporen bij misdrijven, is nu nog een arbeidsintensief proces. Laten we uitgaan van een overval. Forensisch rechercheurs komen op de plaats delict om voorzichtig sporen te ‘rapen’: vingerafdrukken, voetafdrukken, dna. “Vingerafdrukken worden opgenomen en meegenomen naar het bureau. Dna gaat in buisjes en in kratten. Die worden met auto’s naar het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) gereden. Daar is de capaciteit niet oneindig, dus vaak kan maar een beperkt aantal dna-sporen worden geanalyseerd. Het resultaat laat meestal enkele weken op zich wachten.”

En dat terwijl tijd cruciaal is in elk onderzoek naar de dader. “Hoe sneller we na een misdrijf onderzoeksresultaten hebben, hoe groter de pakkans”, zegt Staijen. “Hoe mooi is het als forensisch rechercheurs direct op de plaats delict dna kunnen laten analyseren en vergelijken met de dna-databank voor strafzaken? Of als je met de beveiligde politietelefoon een foto maakt van vingerafdruksporen, zodat die meteen door het systeem kunnen worden gehaald? Dan kan de dader misschien direct in beeld komen. De sporen zijn immers nog vers en mogelijk vinden we gelijk de buit of aanvullend bewijs.”

Geen verre toekomstmuziek

Het is geen verre toekomstmuziek, want de techniek is al zover. In verschillende proefprojecten experimenteren politie, het Openbaar Ministerie en het NFI met nieuwe mogelijkheden. Eén daarvan is LocalDNA. De politie beschikt nu over een bus waarmee gecertificeerde medewerkers op de plaats delict dna-sporen direct uitlezen. Met een beetje geluk kan de verdachte daarmee binnen enkele uren worden gevonden.

Een andere technologische doorbraak is automatische gezichtsherkenning. Stel dat de vermoedelijke dader door een beveiligingscamera is gefilmd. De software om gezichten te vergelijken is zoveel beter geworden dat het loont om de beelden meteen door de database te halen. “Uiteraard beoordeelt altijd een medewerker het eindresultaat, maar de computer doet steeds betere suggesties.”

Nieuwe mensen

Kortom, de techniek kan het werk van forensische opsporing efficiënter en makkelijker maken. En dat is hard nodig, want anderhalf jaar geleden stond het water de rechercheurs nog aan de lippen. Door pensionering van veel rechercheurs moesten 300 nieuwe werknemers worden ingepast. Dat aantal is inmiddels ruimschoots gehaald, onder meer vanwege een overweldigend aantal van 4000 sollicitanten. “Het inpassen van de nieuwe mensen vraagt nog heel wat qua opleiding en begeleiding, maar terugkijkend: we scheerden langs de rand van de afgrond, maar inmiddels staan we er iets beter voor”, zegt Staijen.

Toch vindt de politiedirecteur dat het tijd is om door te pakken met veelbelovende innovaties. De vraag naar Forensische Opsporing in onderzoeken blijft maar groeien. En het forensisch specialisme komt van ver. Pas vorig jaar kregen rechercheurs hun eigen laptop, zodat ze op de plaats delict digitaal gegevens konden invoeren. Een grote vooruitgang, maar waarom niet eerder? Over de dna-bus werd acht jaar geleden al gesproken. Nu rijdt er één rond. “Ik baal er soms van dat dingen lang duren”, erkent Staijen. “Maar soms is het een kostenkwestie, of moet je wachten tot de wet is veranderd.”

Als hij zou beschikken over voldoende middelen, zou Staijen het wel weten. “Dan werken forensische opsporing en digitale opsporing nauw samen met tactische opsporing en intelligence. Informatie moet stromen op de plaats delict. Sporen moeten direct worden gedigitaliseerd en naar databases verstuurd. Samen puzzelstukjes leggen en betekenis geven aan sporen. Daarmee zouden we een grote stap vooruit zetten in de ratrace tegen criminelen. Maar dat vraagt om voldoende centen en politieke steun.”

Bron » AD

DNA van leden Front de la Jeunesse wordt onderzocht

Een van de sporen die de speurders hanteren in de zaak van de Bende van Nijvel, is die van extreemrechtse groeperingen die het land wilden destabiliseren. Twee namen duiken steevast op: die van Front de la Jeunesse en Westland New Post (WNP). Onder anderen WNP-topman Michel Libert heeft al DNA afgestaan.

De speurders hebben nu ook DNA gevraagd aan drie ex-leden van Front de la Jeunesse: Tony Dossogne, de broer van de naar Frankrijk gevluchte oprichter Francis, Jean-Luc Campenhout en Jean-Marie Claus. Francis Dossogne heeft altijd ontkend dat zijn militie achter de Bende zit. Hij was wel goed bevriend met personen die in het onderzoek genoemd worden.

Bron » De Standaard

Al 400 DNA-analyses uitgevoerd in onderzoek naar Bende van Nijvel

De voorbije dagen meldden verschillende media dat er DNA-onderzoek werd uitgevoerd op het stoffelijk overschot van stuntpiloot Alain Vincx en bij drie voormalige leiders van de extreemrechtse jeugdbeweging Front de la Jeunesse. Het federaal parket geeft geen commentaar over de personen wiens DNA geanalyseerd wordt. “Het gaat om zo’n 800 mensen en bij ongeveer de helft is de analyse al uitgevoerd”, zegt woordvoerder Eric Van Duyse wel.

“Het klopt dat er in het dossier een aantal DNA-sporen zitten die onderzocht worden”, zegt de woordvoerder van het federaal parket. “In de periode dat het onderzoek van start ging, waren de DNA-technieken nog niet zo ver geëvolueerd als nu, zodat we die DNA-sporen niet konden linken aan personen wiens naam in het dossier opdook. We hebben nu zo’n 800 namen die we willen controleren. Ongeveer de helft van die tests is al uitgevoerd. Het is niet omdat er een test wordt uitgevoerd bij een persoon dat die verdacht is, maar het zijn allemaal deuren die gesloten moeten worden.”

Bron » Het Laatste Nieuws

Bende-team laat lichaam stunt­man opgraven

In het ­onderzoek naar de Bende van Nijvel is deze week het lichaam van een in 1987 over­leden stuntman opgegraven.

Begin dit jaar begonnen de speurders naar de Bende van Nijvel het DNA van ruim 1.200 mensen die in het gerechtelijk dossier genoemd werden te vergelijken met het tiental DNA-sporen dat het dossier sinds kort telt. Van die 1.200 ‘interessante namen’ bleek het gerecht van meer dan 800 geen bruikbaar DNA-staal te hebben. ‘Wij hebben ongeveer de helft van die nieuwe DNA-stalen kunnen vergelijken met de sporen in het dossier. Voor­lopig zonder resultaat’, zegt Eric Van Duyse, woordvoerder van het federaal parket.

In het kader van hetzelfde onderzoek hebben speurders begin deze week in het Waals-Brabantse Ophain het lichaam opgegraven van rallyrijder en stuntman Alain Vincx, die bij een mislukte recordpoging overleed in 1987. Jean Deprêtre, de in 2012 overleden ex-procureur van Nijvel, had Vincx samen met vier andere mannen uit de streek van Waterloo en Eigenbrakel aangeduid als mogelijke leden van de Bende van Nijvel.

Deprêtre was ervan overtuigd dat de Bende bestond uit ‘roofdieren’, gewone criminelen bij wie de stoppen waren doorgeslagen. Zulke kerels zouden een prima chauffeur als Vincx goed hebben kunnen gebruiken om uit de klauwen van de politie te blijven. Naast zijn stuntwerk runde Vincx een bouw­bedrijf in Eigenbrakel. In 1984 werd hij veroordeeld omdat hij op bestelling auto’s in de prak reed, zodat de eigenaars bij hun verzekering langs de kassa konden passeren. Meer vermeldt zijn strafblad niet.

Toch heeft de onderzoekscel Waals-Brabant het doen en laten van Vincx al onder de loep genomen, wordt ons bevestigd. ‘In een van de bossen in Waals-Brabant waar de Bende oefende, werd een soort rally-parcours ontdekt. Vincx was rallyrijder. Sommigen denken dat je toch verdomd goed met een wagen moest kunnen omspringen om de achtervolgende politiemannen na de overval aan de Colruyt van Nijvel in 1983 in een hinderlaag te lokken en onder vuur te nemen.’

Nooit werd bewezen dat Vincx chauffeur was van de Bende van Nijvel. Het zou speurders verbazen mocht zijn DNA het tegendeel aantonen. ‘Maar alleen de analyse kan deze deur sluiten.’

Bron » De Standaard | Yves Barbieux

Bende-speurders laten lichaam stuntman opgraven voor DNA: “Je moest toch verdomd goed kunnen rijden om die agenten af te schudden”

De speurders in het onderzoek naar de Bende van Nijvel hebben begin deze week het lichaam laten opgraven van rallyrijder en stuntman Alain Vincx. De overleden Nijvelse procureur Jean Deprêtre zag in hem de chauffeur van de overvallers, de man die erin slaagde om al rijdend agenten in een hinderlaag te lokken en onder vuur te nemen. Het DNA van Vincx wordt nu vergeleken met andere sporen in het Bende-dossier.

Het was Jean Deprêtre, de gewezen procureur des Konings van Nijvel, die in Alain Vincx een Bendelid zag. Kort voor zijn dood in 2012 wees hij Vincx en nog vier andere mannen uit de streek van Waterloo en Eigenbrakel aan als mogelijke leden van de Bende van Nijvel, die 28 slachtoffers maakte tijdens gewelddadige overvallen begin jaren 1980. Deprêtre was overtuigd dat de Bende bestond uit “prédateurs” (roofdieren nvdr.). Gewone criminelen bij wie de stoppen waren doorgeslagen. Zulke kerels zouden een begenadigd chauffeur als Alain Vincx goed hebben kunnen gebruiken om uit de klauwen van de politie te blijven, was de redenering.

Strafblad

Vincx was een rallypiloot met een voorliefde voor snelle wagens. Als hij niet bezig was met zijn leven te wagen in een of andere spectaculaire stunt, was hij aan de slag in zijn bouwbedrijf in Eigenbrakel. In 1984 werd hij veroordeeld omdat hij op bestelling wagens in de prak reed zodat de eigenaars vervolgens bij hun verzekering langs de kassa konden passeren. Meer vermeldt zijn strafblad niet.

Ondanks zijn relatief lege strafblad, heeft de onderzoekscel Waals-Brabant het doen en laten van Vincx al meermaals uitgebreid onder de loep genomen, wordt ons bevestigd. “In een van de bossen in Waals-Brabant waar de Bende oefende, werd een soort rally-parcours ontdekt. En Vincx was rallyrijder. Het gerucht deed ook de ronde dat hij samen met de later vermoorde wapenhandelaar Juan Mendez-Blaya aan diepzeeduiken deed. Er bestaat een foto van hen samen aan het zwembad van Eigenbrakel. De moord op Mendez-Blaya maakt deel uit van het Bende-dossier. En sommigen denken dat je toch verdomd goed met een wagen moest kunnen omspringen om de achtervolgende politiemannen na de overval aan de Colruyt van Nijvel in 1983 in een hinderlaag te kunnen lokken en onder vuur te nemen.”

De Colruyt van Nijvel is trouwens nog een ander opvallend element dat de aandacht van de speurders trok. Want Vincx kende de winkel en de straten errond maar al te goed. Hij oefende geregeld op een gesloten autocircuit in Nijvel, dat vandaag een industrieterrein is geworden. Het circuit lag vlak naast de Colruyt waar in 1983 drie doden en twee zwaargewonden vielen tijdens de overval van de Bende.

Fatale recordpoging

Nooit werd bewezen dat Vincx de chauffeur was van de Bende van Nijvel, en het zou de speurders verbazen mocht zijn DNA het tegendeel aantonen. “Maar alleen de analyse kan die deur sluiten.” Want aan Vincx zelf kunnen ze het niet meer vragen. Hij overleed in mei 1987 toen hij tijdens de World Record Day op het circuit van Zandvoort in Nederland probeerde om als eerste ter wereld met een auto door vier in de lengte opgesteld autobussen te rijden. Zijn Chevrolet Camaro haalde het, Vincx niet. Het dak van zijn wagen werd door een van de bussen afgerukt en de stuntman kon niet tijdig wegduiken. Hij werd begraven in het Waals-Brabantse Ophain.

Bron » Het Nieuwsblad

Lichaam stuntman opgegraven in onderzoek Bende van Nijvel

Voor het onderzoek naar de Bende van Nijvel werd maandag het lichaam van stuntman Alain Vincx opgegraven in Eigenbrakel. Dat bevestigt de lokale politie aan Belga.

De onderzoekers van de cel Waals-Brabant hebben maandagochtend de opgraving van het lichaam van Alain Vincx laten uitvoeren. Hij lag begraven op de begraafplaats van Ophain-Bois-Seigneur-Isaac, een deelgemeente van Eigenbrakel. Vincx is op 25 mei 1987 op 41-jarige leeftijd overleden bij een ongeluk op het Nederlandse autocircuit van Zandvoort. Alain Vincx, die liveshows en stunts in heel wat Belgische films deed, is live op tv onthoofd toen hij tijdens een recordpoging met een auto door vier bussen wilde rijden.

‘Deze onderzoeksopdracht maakt deel uit van de onderzoeken die op verzoek van de onderzoeksrechter Martine Michel worden uitgevoerd om gebruik te kunnen maken van de nieuwste beschikbare DNA-analyses’, zegt politiecommissaris Stéphane Vanhaeren.

De naam van Alain Vincx wordt al langer genoemd in het dossier van de Bende van Nijvel, maar tot nu toe heeft geen enkel doorslaggevend element ooit zijn betrokkenheid aangetoond bij de reeks gewapende overvallen die van 1982 tot 1985 de dood van 28 slachtoffers hebben veroorzaakt.

Bij de overvallen van de Bende vielen tussen 1982 en 1985 achtentwintig dodelijke slachtoffers.

Bron » De Standaard

Na 15 jaar op de vlucht: België vraagt aan Italië om opdrachtgever moord op PS-politicus Cools over te leveren

Het parket-generaal van Luik vraagt aan Italië om Cosimo Solazzo over te leveren, een van de opdrachtgevers van de moord op PS-kopstuk André Cools in 1991. Solazzo werd in 2004 bij verstek veroordeeld tot 20 jaar cel maar bleef jarenlang onvindbaar. Tot hij eind april werd gearresteerd in Italië.

Op dit moment draagt de 72-jarige Cosimo Solazzo een enkelband en staat hij onder huisarrest in Italië. Maar het Belgische gerecht wil dat hij zijn straf in een Belgische gevangenis komt uitzitten, en vraagt nu officieel om zijn overlevering. “Italië heeft ons informatie gevraagd over de gevangenisomstandigheden in België naar aanleiding van de gezondheidstoestand van meneer Solazzo”, zegt de woordvoerder van het parket-generaal in Luik. “We hebben alle informatie overgemaakt en wachten nu het antwoord van het Italiaanse gerecht af op onze vraag tot overlevering.”

Nieuw proces?

Volgens het parket-generaal heeft de Italiaan nooit beroep ingediend tegen zijn veroordeling voor assisen in 2004. Solazzo werd toen bij verstek veroordeeld tot twintig jaar cel voor zijn betrokkenheid bij de moord op PS-kopstuk André Cools. Hij zou de twee Tunesische huurmoordenaars die Cools doodschoten, hebben geronseld. Hij gaf hen ook onderdak in Luik.

Hoewel de twaalfkoppige volksjury Solazzo in 2004 schuldig bevond, bleef de Italiaan volhouden dat hij niets met de moord te maken had. Nog voor het proces, in de zomer van 2003, nam de Italiaan de benen naar zijn thuisland. Bijna 15 jaar lang bleef hij onvindbaar, tot de carabinieri hem eind april in het zuiden van Italië kan arresteren. Als Solazzo naar ons land komt, heeft hij in principe recht op een nieuw assisenproces, omdat hij bij het eerste proces niet aanwezig was.

Bron » VRT Nieuws