Rechercheurs federale politie maken zich zorgen over corruptie binnen eigen diensten, zo meldt nieuw rapport

Bijna de helft van de speurders van de federale gerechtelijke politie is ongerust over beïnvloeding, druk en valsheden om een dossier in een bepaalde richting te sturen. Eén derde is bevreesd over regelrechte sabotage. Volgens de federale politie toont een nieuwe rapport met deze conclusies evenwel beperkingen.

Het gaat slecht met de federale gerechtelijke politie. In 2024 kwam een eerste zogenaamd Corespo-rapport ‘Respect’ uit. Het beeld dat naar voren kwam over de federale speurders en de leiding, was niet fraai: in de kantoren heerste een toxische werksfeer en was er ook sprake van pesterijen en grensoverschrijdend gedrag tegenover vrouwen. Commissaris-generaal Eric Snoeck moest uitleg komen geven in het parlement, maar daarna bleef het stil.

Nu is er dus een nieuw rapport, getiteld ‘Corruptie’, waaraan 1.776 van de 3.670 federale speurders meegewerkt hebben. Het Nieuwsblad kon er de hand op leggen. Opnieuw zou je kunnen spreken van problematische resultaten. Bijna één op de drie agenten werd tijdens zijn loopbaan geconfronteerd met corruptie binnen de eigen organisatie. Eenzelfde percentage zag al een onrechtmatige inmenging in een dossier. De corruptiecijfers zijn opvallend hoger dan de ‘te verwachten’ cijfers in de politiesector over bedreigingen uit het milieu (28,3 procent) en aanklachten van iemand uit het milieu (16,5 procent).

Bijlagen vervalsen

De belangrijkste vraag uit het rapport luidt als volgt: ‘Waar was je de laatste vijf jaar vaak ongerust over?’ Topantwoord is ”beïnvloeding” (45,3 procent). Dat is een zogenaamde clusterterm voor “het onrechtmatig afronden van een dossier, druk uitoefenen in het kader van een dossier of het vervalsen van bijlagen”.

De respondenten geven ook voorbeelden, zoals het niet onderzoeken van misdrijven om een lager criminaliteitscijfer te creëren. Of de houding van vooraanstaande leden van de politiehiërarchie, die zo ver gingen dat ze een openbaar document vervalsten om collega’s te beschuldigen. Er waren ook onofficiële contacten en romantische relaties tussen hogere politiefunctionarissen en magistraten, waardoor informatie werd uitgewisseld buiten de wettelijke procedures om en waardoor beslissingen worden beïnvloed. Een hoofdcommissaris waarschuwde dan weer een target dat lid was van ‘Vereniging X’. Met dat laatste wordt de loge bedoeld.

Wie dan verantwoordelijk is voor de “meest ongepaste invloed”, is ook duidelijk. Met 45,1 procent luidt het topantwoord “politieke figuren”. Daarna volgen advocaten uit een dossier, gevolgd door media, verdachten of getuigen en criminele organisaties. Dat zijn mensen buiten de politieorganisatie. Maar ook binnen de organisatie is er – zoals de eerdere voorbeelden duidelijk maken – een groot probleem van beïnvloeding. “De invloed van controleorganisaties zoals Comité P, parket, lokale politie, interne diensten of directies of andere overheidsinstanties ligt met cijfers tussen 10 en 20 procent nog altijd hoog”, staat te lezen in het rapport.

Een opvallend voorbeeld van een politieman uit het rapport: “Een vrederechter schreef een brief aan mijn directeur om te klagen over een boete die zijn dochter kreeg. Mijn superieuren vroegen me de andere kant op te kijken voor dingen die storend waren of niet gingen zoals ze zouden moeten gaan.”

Het tweede topantwoord omtrent de ongerustheid van speurders in het rapport, is het favoritisme, zowel bij interne promotieprocedures (33,8 procent) als bij selectieprocedures van nieuwe kandidaten (21 procent). “Er leeft de indruk dat vrienden of familieleden van leidinggevenden voorrang krijgen.” “Favoritisme werkt enorm demotiverend. Het tast het vertrouwen in de organisatie aan. Leidinggevenden die doordrongen zijn van vriendjespolitiek verzieken de organisatie. Zeer nefast”, klinkt het bij de bevraagde speurders.

Verzonnen bewijsmateriaal

De resultaten die boven de 20 procent scoren, worden door de rapporteurs aanzien als “prioritaire aandachtspunten in de organisatie”. Ook de ‘lagere’ resultaten zijn bijzonder, niet vanwege de percentages, maar omdat ze überhaupt voorkomen. Speurders zijn bijvoorbeeld bezorgd over het “neerleggen van verzonnen bewijsmateriaal, het laten verdwijnen van een dossier, vervalsen van bijlagen, opzettelijke vernietiging van bewijsmateriaal, de vraag om mee te werken met activiteiten van georganiseerde misdaad, het verdwijnen van in beslag genomen goederen of geld, uitrusting die ter beschikking gesteld wordt van externen, en diefstal van voorwerpen op een plaats delict of bij een huiszoeking”.

De cijfers van al die zaken blijven onder de 10 procent en krijgen het etiket “controleerbare risico’s”. Maar opgeteld tot de clusterterm ‘verdwijnen van materiaal’, halen ze 31,3 procent en zijn ze toch “prioritaire aandachtspunten”, aldus de rapporteurs.

Tussen 10 en 20 procent spreekt men van ‘gewone’ aandachtspunten. Het gaat daarbij bijvoorbeeld over het misbruik van overheidsmiddelen voor privéredenen (10,5 procent), het vergemakkelijken van gunningen voor overheidsopdrachten (12,7 procent), ingaan op vragen voor voorkeursbehandeling (18,7 procent) en het aanvaarden van cadeaus van ondernemingen en organisaties (19,7 procent).

Niet openbaar

Het rapport en de resultaten zijn – ondanks vragen vanuit het parlement – nooit openbaar gemaakt. Binnenlandminister Bernard Quintin (MR) zei daarover in het parlement dat hij twijfels had over de methodologie en de representativiteit van het rapport. Datzelfde antwoord geeft de federale politie nu ook. “Dit is geen finaal rapport. Het doel van deze bevraging was om organisatierisico’s te detecteren en passende maatregelen te nemen.”

Maar dat is niet meteen gelukt, zegt de federale politie over het rapport dat ze nochtans zelf besteld heeft. “Het rapport toont beperkingen qua representativiteit en wetenschappelijke onderbouw. De bevraging gaat deels over de hele loopbaan en kan dus niet dienen om de actuele werksituatie in beeld te brengen. Daarnaast zijn er ook meerdere thema’s verweven die niet altijd in lijn liggen met de vraagstelling over corruptie en zijn er individuele casussen geïntroduceerd, wat geenszins de bedoeling was van het onderzoek. Dit rapport geeft spijtig genoeg geen afdoend antwoord op de centrale onderzoeksvraag en haar context, dat is ook zo meegedeeld aan de vakorganisaties en de voogdijminister.”

De federale politie trekt er dus haar handen van af. “We moeten de methodologie herzien. We hebben interpreteerbare en bruikbare resultaten nodig. We zullen deze ‘Corespo-methode’ onder de loep nemen met een interne en externe analyses. In afwachting zetten we dit traject niet verder. Anderzijds is de strijd tegen corruptie één van de prioriteiten van de FGP. We beseffen ook dat het risico op corruptie binnen een politieorganisatie reëel en actueel is. We blijven alert, nemen elke melding serieus en zullen niet nalaten om maatregelen te nemen.”

Bron » De Standaard

Wie zijn Franse gangsterbroers Sliman en waarom duiken ze op in dossier Bende van Nijvel?

Het nieuws dat het gerecht de lichamen van de Franse gangster Xavier Sliman en van zijn ouders wil opgraven, brengt die piste in het Bende-dossier opnieuw onder de aandacht. Wie zijn de gangsterbroers Xavier en Thierry Sliman? Hoe worden ze gelinkt aan de Bende van Nijvel? En is dit meer dan het zoveelste dode spoor?

Wie zijn de broers Sliman?

Xavier en Thierry Sliman zijn 2 broers uit Charleville-Mézières, net over de grens in Noord-Frankrijk. Ze stonden daar bekend als zware gangsters die in de jaren 70 en 80 met hun bende overvallen pleegden op onder meer supermarkten. Dat gebeurde met veel geweld. Vergelijkbaar dus met de Bende van Nijvel.

Daarnaast zouden beide broers volgens een ex-speurder actief geweest zijn als huurmoordenaars. Een van de twee was ook een verwoed wapenverzamelaar.

De broers zaten verschillende celstraffen uit. Ze zijn intussen overleden: Thierry Sliman in 2011 en Xavier Sliman in 2019. Voor zover we weten zijn ze nooit ondervraagd over mogelijke betrokkenheid bij de Bende.

Wat is de mogelijke link met de bende?

Oud-politieman Jean-Pierre Adam heeft zich vastgebeten in dit spoor naar de Bende. Toen hij in het jaar 2000 de moord onderzocht op een restaurantuitbater, ontdekte hij in het dossier van Xavier Sliman een opsporingsbericht voor de overval op wapenhandelaar Dekaise in Waver, een van de eerste misdrijven die de Bende gepleegd zou hebben.

Sliman zou ook sprekend geleken hebben op een van de robotfoto’s op het bekende gele opsporingsbericht met de leden van de Bende van Nijvel.

Adam ontdekte nog verschillende aanwijzingen die de Slimans aan de Bende zouden kunnen linken. Hun eerste inbraak vond plaats in Frankrijk (in Maubeuge), en veel andere misdrijven speelden zich af langs de N5, de weg die naar Charleville-Mézières voert. Bij de overval op wapenhandelaar Dekaise werden zakken gebruikt die alleen in Frankrijk circuleerden, niet in België.

Bovendien zou Thierry Sliman in de gevangenis hebben gezeten tussen eind 1983 en midden 1985, precies de periode waarin de Bende geen misdrijven pleegde. In november 1985 wordt hij opnieuw opgesloten, en de misdaden van de Bende stoppen definitief.

De broers en hun kompanen zouden – volgens de theorie van Adam – de overvallen gepleegd hebben puur voor het geld. Deze piste spreekt niet over terreur of politiek geweld.

De Bende van Nijvel maakte 28 dodelijke slachtoffers, bij verschillende overvallen, inbraken en moorden. Ze sloegen eerst verschillende keren toe in de periode 1982-1983, en pleegden hun bloedigste aanslagen eind 1985, bij overvallen op supermarkten in Overijse, Eigenbrakel en Aalst.

Wat gaan de speurders precies doen?

Voor het parket is het Bende-onderzoek eigenlijk al afgesloten. Ze hebben vorig jaar een grote persconferentie gegeven om aan de slachtoffers te vertellen dat ze niets meer kunnen doen. Maar de slachtoffers hebben wel het recht om zelf extra onderzoek te vragen. Patrick Ramaël, advocaat van enkele slachtoffers, had aan het gerecht gevraagd om het spoor verder te onderzoeken.

Het gerecht in Bergen heeft nu bevolen dat de lichamen van Xavier Sliman en van zijn ouders moet worden opgegraven. Wanneer dat precies zal gebeuren, is nog onduidelijk. Thierry Sliman is gecremeerd. Ook zal oud-speurder Jean-Pierre Adam ondervraagd worden.

In het dossier van de Bende van Nijvel zijn een paar DNA-sporen waarmee onderzoekers kunnen vergelijken. Er is onder meer DNA gevonden op een sigarettenpeuk bij de moord in 1983 op een taxichauffeur uit Brussel, Constantin Angelou. Die moord wordt toegeschreven aan de bende en volgens Adam zou Thierry Sliman de schutter geweest zijn. DNA-onderzoek zou kunnen aantonen of er op zijn minst met die misdaad een link is.

Het is lang niet de eerste keer dat lichamen worden opgegraven om een DNA-link te vinden met de Bende. Tot nog toe heeft dat nooit iets opgeleverd. De DNA-sporen in het dossier zijn ook erg beperkt.

Wat moeten we hier nu van denken?

Het onderzoek naar de Bende van Nijvel zit vol met sporen die interessant leken, maar uiteindelijk op niets zijn uitgedraaid. Ook hier zijn er aanwijzingen (of toevalligheden?) die naar de Bende wijzen. Tegelijk zijn er veel twijfels. Het parket zag alvast niets in deze piste.

“Ik ben er een beetje sceptisch in geworden”, zegt VRT NWS-journalist Philip Heymans, die het Bende-onderzoek volgt. “Ik denk: eerst zien en dan geloven. Ik hoop heel hard dat die zaak ooit opgelost raakt en de slachtoffers hopen dat nog veel harder. Maar goed, het is al zo vaak op niks uitgedraaid. Laat ons voorzichtig zijn en afwachten wat dit nu geeft.”

Bron » VRT Nieuws

Gerecht beveelt om naast lichaam van moeder ook vader en Franse gangster op te graven in onderzoek Bende van Nijvel

In het onderzoek naar de Bende van Nijvel heeft de kamer van inbeschuldigingstelling van Bergen bevolen om ook de lichamen van de Franse gangster Xavier Sliman en zijn vader op te graven. Dat meldt RTL een dag nadat bekend was geraakt dat het stoffelijk overschot van de moeder van Xavier Sliman wordt opgegraven om haar DNA te vergelijken met sporen die in het onderzoek zijn aangetroffen.

De Bende van Nijvel pleegde tussen 1983 en 1985 verschillende brutale overvallen, vooral op warenhuizen, en maakte 28 dodelijke slachtoffers. Zo was er onder meer een overval van gemaskerde gangsters op de Delhaize in Aalst waarbij acht doden vielen.

In juni 2024 had het federaal parket op een informatievergadering voor de slachtoffers aangekondigd dat de onderzoeksrechter na zowat veertig jaar het onderzoek had afgesloten, omdat er geen nuttige onderzoeksdaden meer konden worden gesteld. De burgerlijke partijen hadden wel nog de mogelijkheid om aan de raadkamer bijkomend onderzoek te vragen.

Verschillende burgerlijke partijen deden dat en in januari besliste de kamer van inbeschuldigingstelling in Bergen dat onderzoek moest gedaan worden naar de getuigenis van twee jongens uit Opwijk die op 9 november 1985, enkele uren voor de fatale overval in Aalst, een donkerkleurige Golf en een lichtkleurige Mercedes zagen voorbijrijden en de nummerplaten hadden genoteerd. Bij de overval in Aalst zouden dergelijke wagens gebruikt zijn.

Franse broers

In april 2025 beval de KI dan dat een ander spoor nader moet worden onderzocht, dat van de broers Xavier en Thierry Sliman. Die bijzonder gewelddadige Franse gangsters pleegden samen met hun bende verschillende overvallen in Noord-Frankrijk in dezelfde periode als die waarin de Bende van Nijvel actief was. Volgens oud-politieman Jean-Pierre Adam, die zich in de zaak heeft vastgebeten, zijn er verschillende aanwijzingen dat zij mogelijk ook betrokken waren bij de Bende van Nijvel. Hij vermoedt dat Thierry Sliman de moord gepleegd heeft op de Brusselse taxichauffeur Constantin Angelou op 12 januari 1983 in Bergen.

Op de zes sigarettenpeuken uit de asbak van de taxi zat DNA. De bedoeling is nu om het DNA van Angelou te vergelijken met dat van Thierry Sliman. Maar Sliman is overleden en zijn lichaam is verkoold. Daarom zal nu zijn moeder worden opgegraven, en volgens RTL ook zijn broer en vader.

Een Belgisch rogatoir comité is dinsdagochtend aangekomen in Charleville-Mézières, in Frankrijk, waar de familie begraven ligt, aldus RTL. Het vraagt officieel aan de Franse justitie om zonder uitstel tot de opgravingen over te gaan.

Bron » De Standaard

Onze journaliste over de nieuwe piste rond de Bende van Nijvel: “Het is niet de spectaculaire bom die sommige partijen ervan proberen te maken”

Het onderzoek naar de Bende van Nijvel lijkt opnieuw in beweging te komen. Zo worden de lichamen van de ouders van de Franse gangsterbroers Xavier en Thierry Sliman, en van Xavier Sliman zelf, opgegraven om DNA te vergelijken met sporen uit het dossier. HUMO-journaliste Annemie Bulté, die de zaak al jaren volgt, is sceptisch over de waarde van deze Franse piste. ‘Dit is vooral bedoeld om een piste definitief af te vinken, niet om de waarheid te vinden.’

Wat heeft de Kamer van Inbeschuldigingstelling (KI) in Bergen nu precies bevolen?

Annemie Bulté: “De KI in Bergen heeft drie bijkomende onderzoeksdaden opgelegd. De opvallendste is de opgraving van het lichaam van de ouders van de Franse gangsterbroers Xavier en Thierry Sliman, in de Franse stad Charleville-Mézières. De bedoeling is hun DNA te vergelijken met het DNA dat ooit in het Bende-onderzoek verzameld is.”

“Daarnaast moet een Franse gendarme worden verhoord, die in de jaren tachtig als eerste een mogelijke link zag tussen de Slimans en de Bende van Nijvel. Het gaat om een beperkte set onderzoeksdaden die de KI, tegen de wil van het federaal parket in, toch noodzakelijk vindt.”

Wie zijn die broers Sliman, en hoe kijkt u zelf naar deze piste?

Bulté: “Xavier en Thierry Sliman zijn twee broers uit Charleville-Mézières, net over de grens in Noord-Frankrijk. Ze stonden daar bekend als zware gangsters die in de jaren ‘70 en ‘80 met hun bende gewelddadige overvallen pleegden en ook als huurmoordenaar actief waren.”

“Zelf heb ik weinig hoop dat deze piste tot iets zal leiden. Dit spoor wordt al jaren levend gehouden door een ex-speurder die zich er werkelijk in heeft vastgebeten, en door een Franse advocaat die heel veel drive heeft, maar niet noodzakelijk veel kennis van het gigantische Belgische dossier. Dat maakt dat je moet opletten voor tunnelvisie.”

“We hebben dat in dit dossier al veel te vaak meegemaakt: iemand overtuigt zichzelf van een oplossing en daarna begint men feiten te zoeken die in dat verhaal passen.”

Is het opgraven van de ouders van de Sliman-broers, en één van de broers zelf, een uitzonderlijke onderzoeksdaad?

Bulté: “Niet echt, eerlijk gezegd. In het Bende-onderzoek zijn er in de loop der jaren al veertig opgravingen geweest van mogelijke verdachten en slachtoffers. Een verdachte, Paul Latinus, werd zelfs twee keer opgegraven. Met geen enkel resultaat. Dit is dus niet de eerste keer dat men naar een kerkhof trekt. Het is opvallend omdat we in de laatste fase van het dossier zitten en omdat het parket eigenlijk had aangekondigd dat alles was uitgeput. Maar inhoudelijk is het niet de spectaculaire bom die sommige partijen ervan proberen te maken.”

Denkt u dat deze onderzoeksdaden nog tot een echte doorbraak kunnen leiden?

Bulté: “Nee. Ik denk dat dit vooral bedoeld is om een piste definitief af te vinken, niet om de waarheid te vinden. Voor een echte doorbraak is er meer nodig. En daarom verwacht ik niet dat dit spoor de sleutel zal zijn.”

Toch zijn er burgerlijke partijen die blijven aandringen op dit spoor. Hoe verklaart u die verdeeldheid?

Bulté: “Sommigen vinden dat alles onderzocht moet worden, in de hoop dat uiteindelijk toch iets blijft plakken. Anderen geloven oprecht in deze piste en putten er hoop uit. Maar er is ook een groep die zegt: dit is zo’n ver gezocht spoor, waarom krijgt dit opnieuw zo veel aandacht terwijl geloofwaardigere pistes jarenlang praktisch onaangeroerd bleven.”

U schreef eerder in HUMO dat het onderzoek tien jaar tijd verloor met een heksenjacht op oude speurders, die de wapenvondst in 1986 in Ronquières zouden gemanipuleerd hebben.

Bulté: “Dat is één van de grootste drama’s van het dossier. In plaats van hun energie te steken in de daders, hebben de speurders jarenlang onderzoek gedaan naar elkaar. De vondst van wapens in Ronquières werd plots verdacht gemaakt; er werden zelfs journalisten en onderzoeksrechters afgeluisterd. Dat heeft niet alleen enorm veel tijd gekost, maar ook mankracht weggezogen van inhoudelijke pistes.”

“Het onderzoek is zichzelf voortdurend in de weg gelopen. Daardoor zijn een aantal relevante sporen nooit fatsoenlijk uitgewerkt. Dat maakt dat ik vandaag heel voorzichtig ben wanneer men weer een ‘nieuwe piste’ van onder het stof haalt.”

Bron » Humo

Bende van Nijvel: ‘Te veel toevalligheden om enkel van banditisme te spreken’

Een jaar nadat het federaal parket besloot om het onderzoek naar de Bende van Nijvel stop te zetten, duikt alweer een nieuw spoor op. Maar of het bijkomende onderzoek iets zal opleveren? Criminoloog Paul Ponsaers, die het dossier al meer dan veertig jaar volgt, is sceptisch. ‘Ik sluit het niet uit, ik hoop het van harte, maar ik geloof er helemaal niks van.’

Thierry Sliman, een Franse gangster die in 2011 overleed, was ‘de Killer’ van de Bende van Nijvel. Dat is de overtuiging van een voormalig speurder, bijgestaan door een Franse advocaat. Volgens hen gaat het om een belangrijk denkspoor dat ‘om onbegrijpelijke redenen’ nooit ernstig werd onderzocht.

Centraal in hun hypothese staat de aan de Bende toegeschreven moord op de taxichauffeur Angelou, begin 1983. De dader liet in de taxi zes sigarettenpeuken en daarmee ook een DNA-spoor achter. Een DNA-onderzoek op Sliman is niet mogelijk omdat hij na zijn dood werd gecremeerd. Om die reden zal straks het lichaam van zijn moeder, die begraven ligt in Charleville-Mézières, worden opgegraven.

Als daaruit blijkt dat Sliman inderdaad ‘de Killer was’, weten we wie verantwoordelijk was voor 24 van de in totaal 28 slachtoffers die de Bende van Nijvel tussen 1982 en 1985 maakte. Maar of we daar ook echt op mogen hopen?

‘Ik sluit het niet uit, ik hoop het van harte, maar ik geloof er helemaal niks van’, reageert Paul Ponsaers, criminoloog die het Bende-dossier al meer dan veertig jaar volgt. ‘Een DNA-onderzoek? Er zijn in dit dossier al talloze DNA-onderzoeken geweest. Ze hebben nooit iets opgeleverd.’

Opgerold tapijt

Het zogenaamde ‘Franse denkspoor’ is ook geen nieuw spoor. De theorie komt van Jean-Pierre Adam, ex-speurder. Volgens Ponsaers geeft Adam ‘geen enkele concrete aanwijzing’ voor zijn theorie. ‘Wat doet Adam bijvoorbeeld vermoeden dat het Thierry Sliman was die Angelou heeft vermoord? Ik heb geen idee.’

‘Dat de Bende niet langer actief was nadat Sliman in de gevangenis belandde, is natuurlijk helemaal een absurd argument. Volgens die redeneringen kun je duizenden mensen gaan verdenken.’

Het Franse denkspoor staat ook haaks op een overtuiging van Eddy Vos, jarenlang het hoofd van het Bende-onderzoek. Vos verklaarde onlangs nog in Het Nieuwsblad dat hij er vrijwel zeker van is dat ‘de Killer’ al meteen na de laatste en bijzonder bloedige raid op de Delhaize in Aalst in 1985 is overleden. Een politieagent zou ‘iemand in de vluchtauto – een Golf – geraakt hebben.

Verschillende pas veel later opgetekende getuigenissen maken het volgens Vos bijzonder aannemelijk dat de gewonde ‘Killer’ niet veel later door zijn kompanen is afgemaakt. Niet ver van de plek waar hun uitgebrande vluchtauto werd teruggevonden, werden ook kogelhulzen gevonden. Er is ook een getuige die zag hoe twee mannen een opgerold tapijt dumpten op het nabijgelegen stort van Marouset. Vos vertelde er nog bij dat het stort vandaag overgroeid is, wat een zoektocht bijzonder moeilijk zou maken. Al zou een eventuele vondst uiteraard ‘een grote stap’ in het onderzoek betekenen.

Ponsaers vindt de hypothese aannemelijk. ‘Het grote verschil met de hypothese van Adam is dat hier geloofwaardige getuigenissen zijn’, zegt hij. ‘Ik denk dat het zeker de moeite waard is om op dat stort te gaan zoeken. Al zou ik dat, als ik hem was, nooit zeggen. Zolang je niks concreets gevonden hebt, doe je er beter het zwijgen toe. De nabestaanden zijn in dit dossier al veel te vaak blij gemaakt met een dode mus.’

‘Denk aan al die ophef over Christiaan Bonkoffsky (een ex-rijkswachter die op zijn sterfbed beweerde dat hij ‘de Reus’ was, nvdr). Zo goed als iedereen was ervan overtuigd dat we hier met een grote doorbraak te maken hadden. Tot het uiteindelijk toch weer het zoveelste valse spoor blijkt. Voor de nabestaanden is dat verschrikkelijk. Ze worden telkens overspoeld met berichten die hoop geven. Om ook telkens opnieuw weer in een afgrond te vallen.’

‘Best educated guess’

Ponsaers is er ondertussen van overtuigd dat de juridische waarheid over de Bende niet meer kan achterhaald worden. ‘Want stel je eens voor dat de vermoedelijke daders nog gevonden worden en er een assisenzaak komt. Ik geef je het op een briefje: het duurt geen dag voor die afgeblazen wordt. Omdat er in het dossier bijvoorbeeld enorm veel ballast zit, of omdat er essentiële stukken ontbreken. Er zijn in het verleden zoveel problematische dingen met dit dossier gebeurd, dat je nog niet eens kunt beginnen met
een proces.’

Dat wil niet zeggen dat het dossier net zo goed de vuilnisbak in kan. ‘Ik ben ervan overtuigd dat het dossier bijzonder veel nuttig elementen bevat’, zegt Ponsaers. ‘Meer dan waarschijnlijk staan de namen van de daders erin. Maar via de juridische weg zal het niet meer lukken om de waarheid te achterhalen.’

Ponsaers stelt daarom voor om het dossier toe te vertrouwen aan een team van historici. ‘Laat hen, eventueel in samenwerking met voormalige speurders, proberen om de waarheid te achterhalen en zo tot de best educated guess te komen. Op dezelfde manier zijn de moorden op Patrice Lumumba en die op Julien Lahaut opgehelderd.’

Anticommunistische netwerken

In deze context is vooral de moord op Lahaut, tot aan zijn dood in 1950 voorman van de Belgische communistische partij, bijzonder relevant. In 1985 suggereerden de historici Rudi Van Doorslaer en Etienne Verhoeyen dat de moord het werk was van anticommunistische netwerken en inlichtingendiensten.

De stelling werd 30 jaar later niet alleen bekrachtigd door een team rond historicus Emmanuel Gerard, er werden ook namen genoemd. Het brein achter die operatie bleek André Moyen, een vooraanstaand lid van de militaire inlichtingendienst.

‘Moyen stond aan het hoofd van een netwerk dat, gefinancierd door de haute finance, communisten schaduwde en aanviel’, vertelt Ponsaers. ‘In die hoedanigheid gaf hij de opdracht om Lahaut te vermoorden.’

Moyen, die tijdens de jaren zeventig directeur was van de Belgische afdeling van de Group 4 Securitas, speelde volgens Ponsaers en de vermaarde onderzoeksjournaliste Hilde Geens ook een onzichtbare rol in het Bende van Nijvel-dossier.

‘Zo weten we dat hij het onderzoek bewust in de war probeerde te sturen.’ Of hij meer deed dan alleen dat? ‘Dat weet ik niet. Wat ik wel vermoed is dat politiek in dit dossier een rol heeft gespeeld. Dit dossier is een opeenstapeling van toevalligheden. Het zijn er naar mijn idee te veel om te denken dat het puur banditisme was.’

Misschien wel de meest overtuigende aanwijzing hiervoor vindt Ponsaers de vondst van enkele zakken in het kanaal Brussel-Charleroi bij Ronquières, eind 1986. Speurders vonden er wapens, kogelvrije vesten, een kassa en cheques die gelinkt konden worden aan feiten die de Bende pleegde in alle jaren dat ze actief waren geweest. ‘Het lijkt me nog altijd zonneklaar dat die dingen daar lagen met de bedoeling gevonden te worden. Daar zat een intentie achter. Een boodschap, geregisseerd vanuit een centrum.’

Welke boodschap dat dan mag zijn? ‘Dat weet ik niet. Ik hoop dat historici dat ooit zullen blootleggen. Maar ik vermoed dat het antwoord te vinden is in de tijdsgeest. De Bende van Nijvel opereerde in volle Koude Oorlog. En dat was een oorlog tegen de communisten. Daar zat het gevaar en de dreiging. Een dreiging die trouwens reëel was. De Sovjet-Unie was expansief, net zoals Rusland dat vandaag is.

Bron » Knack