“VDB, ge zult hier niet sterven”: de Belgische ontvoeringszaak die smeekt om een Netflix-verfilming

Vandaag exact dertig jaar geleden raakte ons land in de ban van de meest spectaculaire ontvoering ooit. Op 14 januari 1989 om half zeven ’s avond werd voormalig eerste minister en vleeshandelaar Paul Vanden Boeynants ontvoerd door dé topgangster van dat moment: Patrick Haemers. Een reconstructie van een ontvoeringszaak die snakt naar een verfilming. Netflix, lezen jullie mee?

14 januari 1989, 18.30 uur. Het is een koude zaterdagavond. Gewezen PSC-premier en vleeshandelaar Paul Vanden Boeynants (toen 70) keert na een avondwandeling terug naar zijn appartement in Brussel. Op de kelderverdieping wacht hij op de lift. In een kast met een kijkgaatje houden drie mannen hem in de gaten. Wanneer de kust veilig is, zwaait de deur van de kast open, grijpen de mannen Vanden Boeynants – beter bekend onder zijn initialen ‘VDB’ – vast, gooien hem in een wagen en scheren weg.

Na een kwartiertje stoppen ze even. Vanuit een telefooncel bellen ze naar de Brusselse krant Le Soir: “Wij hebben Vanden Boeynants ontvoerd.” Later zal blijken dat topgangster Patrick Haemers dat telefoontje heeft gedaan. Maar de receptionist van Le Soir gelooft hem niet en denkt dat het grappenmakers zijn. “En ik heb de koningin van Engeland ontvoerd”, zegt hij nog, om vervolgens de telefoon neer te gooien.

Een paar uur later wordt de familie van Vanden Boeynants ongerust. Ze verwittigen de politie en die vindt in de kelder de iconische pijp en één schoen van VDB. Ondertussen ligt de ex-premier al in de Franse badplaats Le Touquet vastgebonden op een bed. Daar krijgt hij een uitgetikte boodschap te lezen: “Dit is een kidnapping.” Alle communicatie verloopt voortaan via dergelijke getypte briefjes.

Echt of geënsceneerd?

De ontvoerders sturen de volgende dag een brief naar twee krantenredacties. Ze noemen zich de BSR: Brigades Socialistes Révolutionnaires. Niemand kent die, dus worden ze niet geloofd. Zeker niet door de politie. Zij denkt dat de boodschappen komen van een bende flauwe plezanten: BSR is immers ook de afkorting van Brigade de Surveillance & de Recherche, de Waalse tegenhanger van de BOB (de toenmalige Belgische Opsporingsbrigade).

Uiteindelijk nemen de ontvoerders contact op met zoon Christian Vanden Boeynants. Hij verwittigt de politie. Maar die twijfelt weer. Is heel die zaak geen opgezet spel, een geënsceneerde ontvoering door VDB zelf? Want op dat moment zit Vanden Boeynants in moeilijke papieren. Hij zou gesjoemeld hebben, als vleeshandelaar en als minister van Defensie. Er lopen onderzoeken naar corruptie en belastingontduiking.

Om pers en politie helemaal te overtuigen stuurt de BSR een kopie van de identiteitskaart en een brief van Vanden Boeynants naar Le Soir. Maar daarin staan geen eisen voor de vrijlating. Die onderhandelingen voeren de ontvoerders rechtstreeks – via getypte boodschappen dus – met VDB zelf.

De ontvoerders willen geld. Zeer veel geld. Want ze hadden in de pers gelezen dat VDB schatrijk is. Hij heeft onlangs nog een feest gegeven omdat hij twee miljard Belgische frank (50 miljoen euro) op zijn rekening heeft staan. De ontvoerders willen daar een vijfde van: 400 miljoen frank (10 miljoen euro).

Vanden Boeynants wordt ter plekke in de rol geduwd van de commerçant die op de beestenmarkt over de prijzen van het vee onderhandelt. Alleen sjachert hij nu dus met zijn ontvoerders over de prijs van zijn eigen leven.

Even naar België voor overval

De onderhandelingen tussen Vanden Boeynants en zijn ontvoerders duren tien dagen. Patrick Haemers en zijn kompanen komen in geldnood. Ze vinden er niets beter op dan even over en weer te komen naar België om in Groot-Bijgaarden een geldtransport te overvallen. Daarna nodigt Haemers zijn ouders uit naar een kasteeltje vlak bij Parijs voor een familiefeest. Daar vertelt hij zijn vader: “VDB, c’est moi”. Ondertussen onderhandelt Haemers voort met VDB over het losgeld.

Uiteindelijk komen ze tot een overeenkomst: het wordt 63 miljoen Belgische frank (1,5 miljoen euro). Vanden Boeynants geeft zijn ontvoerders ook de naam van een man die ze moeten bellen: Jean Natan.

Jean Natan is een Brusselse Jood die Israël een groot hart toedraagt. Als politicus heeft VDB de Joodse gemeenschap een aantal keer geholpen. Nu is het payback time.

Natan moet naar Genève gaan om daar het geld op te halen, in biljetten van 500 Zwitserse franken. VDB zal nooit zeggen bij welke bank dat geldt wordt afgehaald. Alleen dit: “Het geld komt van mijn Joodse vrienden, die ik na mijn vrijlating heb terugbetaald.”

Wandeling in Genève

Natan haalt het geld op in een bank in Genève. Daarna – zo hebben de ontvoerders hem laten weten – moet hij naar een standbeeld gaan met twee leeuwen. Op een bankje tussen de leeuwen ligt een krant. Daarin een brief met de volgende richtlijn: steek de Quai du Mont-Blanc over, wandel langs het meer en ga een koffie drinken in de bar Astragal.

In die bar wordt Natan plots aan de telefoon geroepen. Hij moet weer gaan wandelen. Vijf opeenvolgende kruispunten moet hij oversteken. Tijdens die tocht krijgt hij plots gezelschap. “Meneer Natan, ik denk dat u iets voor mij hebt”, zegt een stem. “Alles is in orde met uw vriend. Na het weekend komt hij vrij. Maar er is niets om u zorgen over te maken.” En dan neemt de stem de aktetas met daarin het losgeld over.

De Belgische politie is op de hoogte van de transactie maar stuurt niemand mee naar Zwitserland. Ze willen de operatie niet in gevaar brengen. Ook daarom lichten ze de Zwitserse politie niet in. Trouwens: in Zwitserland is het verboden losgeld te betalen.

Drie dagen later plakken de ontvoerders de ogen van Paul Vanden Boeyants dicht met proppen watten en zetten hem een zonnebril op. Zo rijden ze naar Doornik. VDB moet uitstappen en mag zich pas na één minuut omdraaien. Tegen dan zijn de ontvoerders al lang weg.

Opmerkelijke persconferentie

De volgende dag verschijnt VDB even aan het raam van zijn appartement in Brussel. Mager en ongeschoren. Zijn zoon raadde hem aan die baard te laten staan. Dat zal alles nog geloofwaardiger maken, want rond de ontvoering hangt nog steeds een zweem van twijfel: theater of niet?

Theater is er alleszins de volgende dag, wanneer VDB een persconferentie geeft om alles te vertellen. Daarop doet hij zijn fameuze uitspraak om aan te geven hoe hij zich dagelijks moed insprak met dezelfde woorden: “VDB, tu ne vas pas crever ici” (“VDB, ge zult hier niet sterven.”)

“Ik heb het geld van den ouden”

Kort daarna heeft de politie een ferme meevaller. Al maanden luisteren ze telefoongesprekken af van gangster Basri Bajrami. Plots zegt die tegen zijn vrouw : “Ik heb geld van den ouden. Kom naar Metz.”

De politie volgt Bajrami’s vrouw naar Metz en kan de gangster daar arresteren. Groot is de verrassing wanneer ze het geld van ‘den ouden’ vinden en dat coupures van 500 Zwitserse frank blijken te zijn, met de serienummers van de VDB-ontvoering. Wanneer ze ook nog eens een telefoonboekje met het nummer van de villa in Le Touquet vinden, komt de zaak in een stroomversnelling.

Bajrami leidt de speurders naar medeontvoerder Philippe Lacroix. Een analyse van het lint van Lacroix’s schrijfmachine wijst de weg naar het brein: Patrick Haemers. Maar die is al gevlucht naar Rio de Janeiro in Brazilië.

In Rio gebruikt Haemers altijd dezelfde publieke telefooncel in het Barra Shopping Center om naar België te telefoneren. Zo kunnen twee Belgische speurders Haemers, zijn vrouw Denise Tyack en nog een vriend aanhouden. Voor het oog van de Braziliaanse tv-camera’s bekent Haemers meteen.

Patrick Haemers heeft nog één trucje: hij probeert de Braziliaanse politie om te kopen. Die aanvaardt zijn geld ook … maar levert hem toch uit aan België. Haemers en co. worden in een kooi naar ons land overgevlogen.

Zelfmoord

Er komt een assisenproces over de ontvoering, maar dat haalt Patrick Haemers niet. In mei 1993 pleegt hij zelfmoord in zijn cel, omdat hij geen geneesmiddelen krijgt.

De andere leden worden wel veroordeeld. Maar vandaag is iedereen al lang weer op vrije voeten. Volgens advocaat Etienne Delhuvenne zou Haemers op zijn proces hebben willen zeggen dat hij VDB ontvoerde in opdracht van een concurrerende zakenman. Haemers wilde de naam gebruiken om vrijgesproken te worden. Delhuvenne kent naar eigen zeggen de naam van de opdrachtgever, maar wil die niet publiek maken.

Bron » Het Nieuwsblad

“Zakenman die overhoop lag met VDB bestelde ontvoering”

Maandag is het dertig jaar geleden dat de bende van Patrick Haemers ex-premier Paul Vanden Boeyenants ontvoerde. “Haemers vertrouwde me destijds toe dat hij op zijn proces zou verklappen wie hem de opdracht had gegeven. Een zakenman die met VDB in de clinch lag”, zegt Etienne Delhuvenne (67), meer dan tien jaar de advocaat van Le Grand Blond.

De topgangster met zijn blauwe ogen stierf op 14 mei 1993 in de cel, verhangen aan een radiator van 130 cm hoog. “Zelfmoord of niet: daardoor is er nooit een naam genoemd”, zegt Delhuvenne in een interview met de Franstalige krant La Dernière Heure.

Volgens de advocaat heeft Haemers tegenover hem altijd volgehouden dat hij VDB op bestelling ontvoerde. Hij kreeg een voorschot van 5 miljoen Belgische frank (125.000 euro, red.) op een rekening in Zuid-Amerika. De opdrachtgever was een zakenman die een probleem had met VDB. Volgens de advocaat leverde hij de speurders ook de bewijzen van die rekening. “Er stond 10 miljoen op die rekening: vijf miljoen voorschot en vijf miljoen van het losgeld. Maar daar is nooit meer over gesproken.”

Delhuvenne kent naar eigen zeggen de naam van de opdrachtgever, maar wil die niet publiek maken.

“Haemers wilde de naam gebruiken om vrijgesproken te worden op zijn proces. Hij zou het in de beschuldigdenbox vertellen.” Door zijn dood kwam het er nooit van. Delhuvenne onthult nu na al die jaren dat het vader Achiel Haemers was die destijds 1 miljoen Belgische frank betaalde om Patrick te laten ontsnappen uit de gevangenis van Sint-Gillis.

Uiteindelijk waren het Murat Kaplan en twee leden van de Bende Haemers die ontsnapten in zijn plaats. “Patrick Haemers had een plan: in grote weelde leven in Punta Del Duoblo, Uruguay. Hij sprak me over een plek aan de kust met ongeziene luxe. Hij had het onder andere over gouden kranen.”

Bron » Het Laatste Nieuws

‘Bompa-overvallers’ uit entourage van Haemers en Habran opgepakt in Elsene

In Elsene hebben de speciale eenheden van de federale politie gisteren vier mannen opgepakt die op het punt stonden een overval te plegen. Hun leeftijd varieerde tussen 52 en 64 jaar, ze waren ook allesbehalve onbekenden voor het gerecht. Drie van hen, Djurica Djordjevic (64), Koenraad Spitaels (61) en David Marloye (52) hebben elk al verschillende veroordelingen opgelopen voor gewapende en gewelddadige overvallen. Het parket geeft om 11 uur meer uitleg op een persbriefing.

“De federale gerechtelijke politie van Brussel wist een zorgvuldig geplande overval op een bankfiliaal in Elsene te verijdelen”, zegt Brussels parketwoordvoerder Denis Goeman. “De overvallers werden geklist net voor ze tot actie zouden overgaan. Enkele minuten later kwam de eerste werknemer toe op zijn werkplaats.”

“Tijdens hun arrestatie waren de twee oudste overvallers in het bezit van twee gestolen voertuigen, een vuurwapen, een granaat, een ontsteker voor springstoffen, munitie, kogelwerende vesten, politie-uniformen en spanstrips om eventuele slachtoffers te handboeien. Een derde verdachte werd gearresteerd in een hoogspanningscabine op de parking van de bank zelf. Hij was bezig om de elektriciteit in de onmiddellijke omgeving uit te schakelen. De vierde verdachte werd aan de overzijde van de bank in de boeien geslagen, hij stond op de uitkijk.”

Geen onbekenden

De vier mannen zijn allesbehalve onbekenden voor het gerecht. Djurica Djordjevic -alias Duckie- werd in de jaren ’80 al in verband gebracht met Patrick Haemers en werd decennialang beschouwd als een van de beruchtste overvallers van ons land. Hij zou onder meer het brein geweest zijn achter een overval op het postsorteercentrum van Charleroi X in 1989, ook al werd hij daar nooit voor veroordeeld.

Koenraad Spitaels maakte deel van de bende rond Marcel Habran, de peetvader van het Luikse criminele milieu. Samen met verschillende andere daders pleegde hij in 2000 een overval op een geldtransport op de luchthaven van Findel in Luxemburg. Het kwam toen tot een achtervolging en een schietpartij. De man werd daarvoor veroordeeld tot 20 jaar cel en kwam pas kort geleden vrij.

Ook David Marloye heeft een lang parcours van gewapende overvallen. De vierde man, Abderafid B.O. (54), is minder gekend.

Ze werden alle vier door de onderzoeksrechter onder aanhoudingsbevel geplaatst en in verdenking gesteld voor bendevorming en poging tot diefstal met geweld of bedreigingen. Volgende maandag zullen ze voor de raadkamer verschijnen.

Bron » Het Laatste Nieuws

Begraven in waterput? Op de vlucht met blondine? De wildste theorieën deden de ronde, tot bleek dat Vanden Boeynants ontvoerd was

Zijn favoriete pijp. En ook een achtergelaten schoen, een hoorapparaat en een injectienaald. De start van de speurtocht naar de ontvoerders van gewezen premier Paul Vanden Boeynants (toen 69) in 1989 heeft veel weg van een onnozel raadseltje. Maar in angstige tijden van de CCC en de Bende van Nijvel blijkt het bittere ernst. Met in de hoofdrol de bende rond Patrick Haemers, een geheime transactie van het losgeld in Genève, een villa in Le Touquet, een arrestatie in het station van Metz en finaal een apotheose in een warenhuis in Rio. “Ik zwoer dat ik al die tijd geen traan zou laten”, zei de betreurde VDB.

Polle Pens. Zo luidde de ­bijnaam van Paul Vanden Boeynants. Omdat de christelijke politicus (PSC) op door hem georganiseerde pensenkermissen al eens gretig trakteerde op bloedworst. De pensen van de slagerszoon sloegen aan, want tot tweemaal toe schopte hij het tot premier van ons land (1966-68 en 1978-79). Al waren niet al zijn daden even christelijk geïn­spireerd. De flamboyante “VDB” was uiterst controversieel en na een veroordeling voor belastingontduiking een koele minnaar van Justitie. Steevast waren er verhalen over buiten de lijntjes kleuren.

En dus gonst het halfweg ­januari 1989 van de geruchten dat VDB gewoon het gerecht te slim af is geweest, wanneer hij plots van de aardbol ver­dwenen lijkt. Want sinds de 14de januari ’s avonds is hij nergens meer te bespeuren. Zijn laatste teken van leven? Het moment dat hij na het parkeren van zijn wagen naar het appartement trekt, de pijp in de mond.

“Later die avond sloeg zijn vrouw alarm”, zegt Jean-Marie Brabant, destijds hoofd van de BOB, de opsporingsbrigade van de rijkswacht. En als speurders die nacht VDB’s pijp in de ondergrondse garage terugvinden, naast één van zijn schoenen, zijn hoorapparaat én een injectienaald vreest men voor een ontvoering. “Alles wees op hevig ­verzet en een ontvoering na verdoving”, zegt openbaar aanklager Pierre Morlet.

Maar door wie? En heeft VDB niet gewoon alles in scène gezet? Dagenlang gonst het van de wildste complottheorieën. Dat hij begraven ligt in een waterput. Of gezien is op de vlucht met een blondine. Geen geruchten: de dreigbrieven die hij al maanden krijgt en de extra beveiliging die hij heeft gevraagd. “We wisten helemaal van niets en waren doodongerust”, zegt zoon Christian, die in het holst van de nacht meteen terugkeert van zakenreis.

Linkse en rechtse extremisten

Het waren de nadagen van de bloedige jaren 80, met aanslagen van de Bende van Nijvel en de CCC. In Italië was de toenmalige premier Aldo ­Moro vermoord teruggevonden, in Duitsland de leider van de werkgeversorganisatie. Het waren woelige tijden, met linkse en rechtse extremisten die net niet over elkaar struikelden.

Als op de redactie van de krant Le Soir een telefoontje binnenloopt van de Brigade Socialiste Revolutionnaire om de ontvoering van VDB op te eisen, wordt dat eerst weggelachen. “Dan ben ik de koningin van Engeland. Onnozelaar”, zegt de nachtwaker, die vervolgens de telefoon neergooit. Maar de briefjes op de redacties en op een politiekantoor blijven komen. Probleem: niemand in ons land heeft ooit gehoord van de Brigade Socialiste Revolutionnaire die de ontvoering opeist. Later zal ook blijken dat het geen revolutionairen waren, maar puur op geld beluste gangsters.

Favoriete tabak

Vier dagen na de ontvoering geeft zoon Christian een eerste emotionele persconferentie. Na zeventien dagen zonder nieuws volgt een tweede. De familie is ten einde raad. “Mijn moeder, mijn zuster en ik zijn zeer ongerust. We hebben geen enkel teken van ­leven. Nous sommes avec toi, papa. Er is niet het minste contact met de ontvoerders.”

Die zitten verscholen in een villa in de Franse badplaats Le Touquet en houden VDB koest met handboeien en groenten uit blik. Hij krijgt hun gezichten nooit te zien en leeft enkel met het idee dat hij zal vrijkomen als zijn familie 400 miljoen Belgische frank – 10 miljoen euro – op tafel legt.

“Het grootste deel om uit te delen aan de armen, de rest van de miljoenen voor ons”, klinkt het. VDB verklaart zijn vier ontvoerders zot en onderhandelt dagenlang over een lager bedrag. Hij wil verse groenten, zijn favoriete tabak en vooral: zijn vrijheid terug. In gedachten zit hij bij zijn ongeruste familie, die een bewijs krijgt dat VDB nog leeft: een foto met ongeschoren gezicht, naast een gedateerde krant.

Militaire kledij

In het grootste geheim wordt intussen de overhandiging van het losgeld besproken. “Dat gebeurde via een goede vriend van VDB, Jean Natan”, zegt Pierre Morlet.

Na enkele ontmoetingen met de speurders in een meubelzaak, trekt Natan met 63 miljoen Belgische frank naar ­Genève. Zelfs de Zwitsers weten van niets; het geld wordt zonder bloedvergieten overhandigd. VDB krijgt als beloning een pijp en tabak. En vooral: hij mag na dertig dagen doodsangsten uitstaan huiswaarts. Geblinddoekt dumpen zijn ontvoerders hem in de stationsbuurt van Doornik. De ontvoerders geven hem nog wat geld voor een taxi naar Brussel.

Zijn bevrijding is groot nieuws. De massaal toe­gestroomde pers moet een list bedenken – de aankoop van een welkomstboeketje – om hét beeld te schieten: VDB in kamerjas die aan het raam van zijn appartement verschijnt en even zwaait.

Een dag later spreekt VDB de wereld toe. In zijn gekende, theatrale stijl. Hij hoeft geen vragen en houdt een lange monoloog. “Ze waren zeker met drie. Vier? Waarschijnlijk. Vijf? Mogelijk. Ze dronken geen alcohol, waren altijd heel kalm en droegen militaire kledij. Als ik hen iets wilde zeggen, ging dat via briefpapier. Zelfde verhaal als ik naar het toilet moet. Dertig dagen heb ik tegen mezelf gevochten. En gezworen: VDB, gij zult niet creveren.”

Verraden door adressenboekje

Wie achter ’s lands meeste beruchte ontvoering zit? Geen hond die het weet. Twee weken na de ontvoering van VDB wordt een geldtransport in Groot-Bijgaarden overvallen. De raid is bloederig. Er valt een dode.

Alles wijst op de Bende rond Patrick Haemers. “We waren in die periode al lang met ­Haemers bezig”, vertelt toenmalig rijkswachtofficier Paul Van Thielen. Samen met collega-speurder Daniel Hautera onderscheppen ze een telefoongesprek van Bendelid Basri Basjrami naar diens vriendin over een geheime ontmoeting in Frankrijk. “We zijn dan meteen naar Metz ­gereden”, vertelt Hautera. “Het rendez-vous ging uiteindelijk niet door, maar tot onze verbazing konden we Basjrami arresteren in het station.”

Hij blijkt in het bezit van 200.000 Zwitserse frank. Een deel van het losgeld betaald voor de vrijlating van VDB, blijkt al snel. De val klapt dicht. Het adressenboekje van Basjrami doet de speurders naar een villa in Le Touquet afzakken, waar walkietalkies, bivakmutsen, een schrijfmachine en de ketting waaraan VDB dertig dagen geboeid lag, worden teruggevonden.

Bekentenis op tv

Het spoor naar het brein achter de ontvoering, Patrick Haemers, leidt in mei 1989 naar het Braziliaanse Rio de Janeiro. Haemers leidt er een luxeleven en voelt zich ongrijpbaar. Hij is al jaren een enigma. Paul Van Thielen ­beleeft er het moment van zijn carrière als hij ’s lands meest gezochte gangster kan klissen aan een telefooncel in een ­warenhuis.

Tv-kijkend Vlaanderen ziet op de nationale televisie hoe Haemers de ontvoering bekent en benadrukt dat het puur om het geld te doen was. Niet veel later wordt ook een ander bendelid, Philippe ­Lacroix, in Colombia uit de jungle geplukt. In 1995 verlaat VDB de nationale politiek. Zes jaar later, op zijn 81ste overlijdt hij na een hartoperatie.

Bron » Het Nieuwsblad

Berucht lid bende-Haemers keert terug naar België: “Hij heeft altijd gezegd dat hij op een dag zou terugkeren”

Twintig jaar nadat hij tot dertig jaar gevangenisstraf werd veroordeeld, mag de Macedonische topgangster Basri Bajrami terugkeren naar België. Bajrami was lid van de bende rond Patrick Haemers en een van de ontvoerders van oud-premier Paul Vanden Boeynants.

Hij was in 2012 een van de getuigen in de documentairereeks De Bende Haemers op VIER. Basri Bajrami (62) ontving de cameraploeg in zijn villa met zwembad in Skopje. Hij leek ondanks zijn veroordeling tot een levenslange gevangenisstraf in België goed te hebben geboerd.

Bajrami opperde toen ook dat de misdaadbende destijds ten onrechte werd genoemd naar Patrick Haemers. “Hij had lef als hij gedronken of gesnoven had”, zei Bajrami. “Zonder deze middelen durfde hij niets. Hij was beter bij zijn ouders gebleven, met elke avond een glas melk voor het slapengaan.”

Bajrami wekte vooral ook de indruk dat hij een deel van het losgeld dat in 1989 werd betaald voor de bevrijding van oud-premier Paul Vanden Boeynants, 1,5 miljoen euro, had weten veilig te stellen.

Meerdere moorden

Basri Bajrami, alias Tosca, is een misdaadlegende en een van de weinige overlevenden van de bende-Haemers. Hij was betrokken bij de moorden op Yves Lambiet (31) en Henriette Genet (24), twee postbodes die eind 1985 omkwamen tijdens een geldoverval in Verviers. Bajrami werd op zijn proces ook schuldig bevonden aan de moord op de Blankenbergse bewakingsagent Ronny Croes (22) in Groot-Bijgaarden. Hij schoffeerde op zijn proces de familie van de jongen door te verkondigen dat die nog zou hebben geleefd “als hij had gedaan wat we hem zeiden te doen”.

De bende-Haemers vermoordde bij overvallen op zijn minst zeven mensen, en blijft velen fascineren.

Bajrami nam deel aan de bevrijding van Patrick Haemers uit een boevenwagen in Heverlee in 1987. Die vluchtte toen naar Rio de Janeiro, maar keerde geregeld naar België terug om misdaden te plegen, onder andere de ontvoering van oud-premier Paul Van den Boeynants op 14 januari 1989. De politicus werd een maand lang vastgehouden in een villa in het Franse Le Touquet. Hij kwam vrij na de betaling van 63 miljoen frank (ruim 1,5 miljoen euro) losgeld. Het gros van dat geld is teruggevonden, maar een klein deel niet.

Ontsnapping

Bajrami werd destijds als eerste lid van de bende-Haemers gearresteerd, maar wist op 3 mei 1993 samen met mede-bendelid Philippe Lacroix en die andere misdaadlegende Kapllan Murat spectactulair te ontsnappen uit de gevangenis van Sint-Gillis. Het trio gijzelde toen Harry Van Oers, de toenmalige topman van het gevangeniswezen.

Bajrami vluchtte naar Macedonië, maar werd daar twee jaar later alsnog opgepakt en uitgeleverd aan België. Hij werd op 19 oktober 1996 op zijn assisenproces veroordeeld tot levenslang, een straf die vanzelf werd omgezet in dertig jaar cel.

Doordat hij nooit een verblijfsvergunning had, werd hij in 2005 bij ministerieel bevel uitgewezen. Hij zou de rest van zijn straf daar uitzitten, maar kwam daar al in 2007 weer vrij.

Het was vanwege zijn grillige parcours een erg ingewikkelde berekening, maar vorige maand bereikten Bajrami’s advocate Carine Coquelet en de Brusselse advocaat-generaal Bernard Dauchot een akkoord. Het uitwijzingsbevel gold maar voor 10 jaar. Met alles bij elkaar 16 jaar en 4 maanden heeft Bajrami zijn celstraf uitgezeten en dus kan hij met ingang van 24 december 2017 als een vrij man naar België terugkeren.

Hij liet intussen al weten dat hij dat ook van plan is. Bajrami heeft in België een zoon en een dochter.

Afpersing

“Hij heeft altijd aangekondigd dat hij op een dag zou terugkeren”, zegt Franky Croes, de broer van de in 1989 vermoorde Ronny. “Wat het mij doet? Weinig. Dat Bajrami doet wat hij niet laten kan. Het is dertig jaar geleden. Als die man zestien jaar in de gevangenis heeft gezeten, moet je kunnen erkennen dat dat best lang is.”

Patrick Haemers pleegde zelfmoord in zijn cel in 1993. Zijn broer kwam eerder om in een verkeersongeval. Thierry Smars en Jean-Pierre Halla, twee andere leden van de harde kern van de bende-Haemers, werden intern geliquideerd. Behalve Bajrami overleefde van de leden van de harde kern enkel Philippe Lacroix. Hij vormde zich in de gevangenis om tot onderwijzer, kwam in 2004 vrij en wordt beschouwd als een model van reïntegratie.

Bajrami lijkt niet direct dat soort ambities te hebben. Hij werd begin dit jaar in Spanje nog veroordeeld tot 18 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf in een afpersingszaak waarbij hij schuldenaars van de vroegere CEO van Century 21 afdreigde.

Bron » De Morgen

Na de nieuwe Bende-verhalen: “Ik vind de daders geen monsters”

De loden jaren tachtig werden niet alleen getekend door de drieste terreur die de Bende van Nijvel zaaide, maar ook door het extreem gewelddadige banditisme van de bende van Patrick Haemers en de politieke terreur van de CCC. Knack sprak met slachtoffers en nabestaanden van toen. Katapulteren de nieuwe feiten van nu hen terug in de tijd? “Als je je broer zo verliest, laat je je door niets nog uit het lood slaan.”

Franky Croes

De tweelingbroer van de door de bende Haemers vermoorde geldkoerier Ronny Croes

“Ik ben leerkracht geschiedenis. Deze week heb ik tijdens mijn les actualiteit nog de vergelijking gemaakt tussen de loden jaren tachtig en de aanslagen door de IS nu. Ik heb alle organisaties opgesomd die destijds met terreur te maken hadden. Het was veel erger dan nu. De jaren tachtig waren héél donkere jaren.”

“Mijn tweelingbroer is omgekomen bij een zeer gewelddadige overval van de bende-Haemers op een geldtransport in Groot-Bijgaarden op 31 januari 1989. Ik had het bericht op het nieuws gehoord, maar ik wist niet dat mijn broer het slachtoffer was. Normaal zat zijn dienst er al op, maar hij is die dag gebeld met de vraag of hij nóg een rit kon maken.”

“Mensen van het koerierbedrijf GMIC hebben me toen opgehaald en ingelicht. De politie hebben wij niet gezien of gehoord. Als er nu iets gebeurt, word je meteen omringd door psychologen, en dat is goed. Wij hebben destijds geen psychologische of juridische bijstand gekregen. Ik heb dat aangeklaagd bij politici. Dat heeft er mee voor gezorgd dat er een fonds voor slachtofferhulp is gekomen.”

“De nieuwe berichten over de Bende van Nijvel rakelen dat niet opnieuw op: ik leef al dertig jaar met dat verdriet. Na zoiets slaat niets je nog uit het lood. Ook al heeft Haemers zelfmoord gepleegd en hebben de andere daders achter de tralies gezeten, er blijven veel vragen onbeantwoord. Er is van alles wat niet klopt. Hoe is het mogelijk dat Haemers zonder enig probleem naar Brazilië kon reizen en weer terug naar ons land kon keren om wat overvallen te plegen? Hoe kán het dat een van de meest gezochte misdadigers zomaar het land in en uit kon als hij dat wilde? Sommige speurders wilden hem zeker pakken, maar ik heb altijd de indruk gehad dat er ook obstructie was van binnenuit.”

“Ik heb destijds ook allerlei aanwijzingen gegeven waar weinig mee is gebeurd. Ooit heeft een vroegere collega van me getuigd dat de familie Vanden Boeynants en de familie Haemers elkaar kenden. Mijn collega was opgegroeid in de buurt van de Louisalaan. Volgens haar kwam de familie Vanden Boeynants in de bar van de vader van Haemers. Zulke elementen zijn nooit ernstig genomen.”

“Na al die jaren heb ik er afstand van genomen. Mededader Philippe Lacroix is intussen vrij. Op zich heb ik daar geen probleem mee, al klopt het niet dat wij daar enige inspraak in hadden. Ik vind die daders geen monsters, voor mij zijn ze veeleer het product van de maatschappij van toen.”

Peter Bultynck

Kreeg kogels in het been bij de overval op het GMIC-geldtransport in 1989

“Door al dit nieuws zie ik de beelden van de overval weer voor me – ze tonen het slechtste waartoe de mens in staat is -, maar ze halen me niet meer onderuit. Volgens mijn vrouw ben ik een harde. Ik heb het er twee jaar heel moeilijk mee gehad, ik kon niet meer slapen. Daarna heb ik geprobeerd om er niet meer aan te denken, zodat ik verder kon met mijn leven. Het is bijna dertig jaar geleden, het is voorbij. Het helpt niet om eraan te blijven denken. Het brengt Ronny (Croes, nvdr.) ook niet terug.”

“Ik heb Ronny één rit gekend, een heel fijne kerel. Hij was nieuw in het vak. Hij reed, ik zat in een aparte kooi naast hem. Ik zag niet wat er gebeurde tot de wagen heen en weer begon te slingeren. Toen zag ik hoe twee mensen ons vanuit een auto onder vuur namen. Ik herkende het merk meteen: een BMW 525.”

“Ze bleven maar vuren, het leek wel oorlog op de snelweg. Ronny is naar achteren gekropen. Ik kon niet weg en bleef zitten. Enkele gangsters zijn naar de achterdeur gelopen, eentje kwam naast mijn deur staan. Ik bloedde hevig uit mijn been. Ik hield me voor dood. Dat is mijn geluk geweest.”

“Toen ze de achterdeur niet open kregen, hebben ze dynamiet geplaatst. De ravage was enorm. Ronny heeft het niet overleefd. Ik heb een paar weken in het ziekenhuis gelegen, zijn begrafenis heb ik niet kunnen bijwonen. Zodra ik weer kon stappen, heb ik Ronny’s graf bezocht. Dat heb ik jarenlang gedaan.”

“Na mijn herstel wilde ik eerst gewoon weer aan de slag als geldkoerier, om het een volgende keer beter aan te pakken. Maar mijn moeder heeft me gevraagd om een andere job te zoeken. Waarom zou ik mijn leven riskeren voor geld dat toch verzekerd is?

“Mijn werkgever heeft me destijds goed opgevangen, de politie en de BOB hebben mij uitgebreid verhoord. Er kwam zelfs een psycholoog langs. Ik wilde dat niet, ze moeten niet met mijn hoofd rommelen. Maar van enige tegemoetkoming aan de slachtoffers was toen geen sprake. Hopelijk is dat vandaag beter.”

“Ik had het gevoel dat ik er als slachtoffer alleen voor stond. Toen ik werd opgeroepen om de daders in het Justitiepaleis aan te wijzen, was er niemand om me te begeleiden. Toen flitste door mijn hoofd: wat als ze vrijkomen en mij komen zoeken?”

“Toen Philippe Lacroix vrijkwam, ben ik wel op de hoogte gebracht. Ik heb mij er niet mee verzoend, maar ik leid mijn leven en hij het zijne. Iedereen kan stommiteiten begaan, hem blijven opsluiten helpt niet. Ik kan ermee om dat hij vrij is, zolang hij maar niet te veel in de belangstelling staat.”

Hugo Van Gompel

Was de overste van de twee brandweerlui die omkwamen bij de CCC-autobom aan het VBO-gebouw in 1985.

“De Bende van Nijvel was toch van een zwaarder kaliber dan de CCC. Ik heb altijd geloofd dat de Bende van Nijvel terreur zaaide om de roep naar een autoritaire leider te versterken. De CCC had het gemunt op banken en wilde een linkser beleid, maar ik had toch de indruk dat het niet de bedoeling was om menselijke slachtoffers te maken. Ze waarschuwden de mensen doorgaans voor ze een aanslag pleegden. Al kon dat dramatisch fout lopen. Het heeft het leven gekost aan twee van mijn beste brandweermannen.”

“Op 1 mei 1985 werden wij opgeroepen voor een defect voertuig in de Stuiverstraat in Brussel. Vijf brandweerlui hebben de rokende auto gecontroleerd. Er lag een gasfles in. Toen de brandweerchef dat aan de radio wilde melden, zag hij vlak voor het voertuig pamfletten liggen: een waarschuwing van de CCC dat het een autobom was. Hij riep meteen alle manschappen op om dekking te zoeken.”

“Net op dat ogenblik kwam een politiepatrouille de straat ingereden. Met gevaar voor eigen leven is één brandweerman naar hen toegesneld om hen te waarschuwen. Toen hij ter hoogte van de auto kwam, is die ontploft. Voor hem kwam alle hulp te laat.”

“Een andere collega kreeg een kleine schrapnel in zijn bil. Een ambulance die in de buurt was hoorde de melding op de radio en maakte rechtsomkeer. Met de juiste verzorging zou mijn collega het zeker redden, maar om een onverklaarbare reden hebben ze in het ziekenhuis lang getalmd. Hij verloor veel bloed, en het was te laat. Daardoor hebben we iemand verloren die perfect gered had kunnen worden. Sindsdien weiger ik om daar een voet binnen te zetten.”

“Die dag heeft de CCC ook een waarschuwing verstuurd, maar door een misverstand bij de politie heeft die ons niet bereikt. Later heeft Pierre Carette, de leider van de CCC, de schuld voor de doden op de werking van de politiediensten afgeschoven. Maar híj blijft verantwoordelijk, hè. Híj heeft die bom geplaatst.”

“Psychische bijstand bestond toen nog niet. Wij zorgden ervoor dat onze manschappen er met elkaar over konden praten. We hebben lange tijd ook elk jaar de slachtoffers herdacht. Tot enkele jaren geleden gingen we samen met de familie bloemen neerleggen in de Stuiverstraat.”

Bron » Knack

In zuur gedrenkte resten verdwenen gangsterbroers Hilger geïdentificeerd in Seneffe

Op 10 maart is uit het kanaal van Seneffe in Henegouwen een bestelwagen gevist waarin resten van menselijke beenderen gevonden werden die waarschijnlijk in zuur waren gedrenkt. Uit DNA-analyse is gebleken dat het gaat om Claude en Frédéric Hilger, twee broers met een zwaar gerechtelijk verleden. Dat meldt La Dernière Heure op basis van een gerechtelijk bron.

De twee broers waren sinds 8 maart vermist nadat ze thuis in Wilrijk vertrokken om in de regio Brussel/Zaventem op restaurant te gaan.

De twee vijftigers zijn geen onbekenden voor het gerecht: ze pleegden in de jaren 1990 verschillende overvallen in de regio Charleroi, ontsnapten na hun arrestatie zelfs eens uit de gevangenis van Jamioulx en werden voor hun misdaden destijds tot 8 en 10 jaar gevangenis veroordeeld.

In een huis van Frédéric Hilger werd in 1987 ook het wapen gevonden van een politieman die gegijzeld was door de bekende gangster Patrick Haemers.

Bron » Het Laatste Nieuws

Vijf keer ontsnapt, maar kompaan van Haemers nu weer opgepakt

Terug in het land en even snel terug in de gevangenis. Djurica Djordjevic (61), ooit de rechterhand van topgangster Patrick Haemers, is opgepakt in Molenbeek. De Serviër werd in 2005 vrijgelaten uit een Belgische cel, op voorwaarde dat hij geen voet meer in ons land zou zetten. Speurders vermoeden dat hij en zijn stiefzoon plannen hadden voor een nieuwe overval.

Het was tot hun eigen verbazing dat speurders afgelopen dinsdag de oude bekende aantroffen. In het kader van een gerechtelijk onderzoek rond groot banditisme hielden ze een huiszoeking in een flat in de Mettewielaan in Molenbeek. Daar troffen ze een man aan die beweerde Alaxander Abramovic te zijn. Maar dat was gelogen, zo leerden zijn vingerafdrukken.

“We hadden meteen een match. Het ging om niemand minder dan Djurica Djordjevic”, klinkt het verrast bij de speurders. De Serviër werd in zijn vroegere jaren niet zelden in één adem genoemd met topgangster Patrick Haemers. Een man met een palmares, dus.

Directeur op voorruit

Zo werd Djordjevic in ons land veroordeeld voor verschillende overvallen op geldtransporten en postkantoren. En altijd gingen die gepaard met veel vuurwapengeweld. Maar zijn meest legendarische slag was wel de bevrijding van Murat Kapllan, Philippe Lacroix en Basri Bajrami uit de gevangenis van Sint-Gillis. Iedereen herinnert zich de beelden met de gegijzelde gevangenisdirecteur Harry Van Oers, die vooraan op de vluchtauto lag.

In 2005 werd Djordjevic uiteindelijk vervroegd vrijgelaten, met als dwingende voorwaarde het absolute verbod ons land nog te betreden, ten minste tot en met 2018. Maar dat verbod heeft hij vorige week dus aan zijn laars gelapt. Vandaar dat het gerecht hem opnieuw opsloot en de strafuitvoeringsrechtbank straks beslist of Djordjevic toch de rest van zijn opgespaarde gevangenisjaren zal moeten uitzitten.

Bron » Het Nieuwsblad

Beruchte gangster opgepakt in Sint-Jans-Molenbeek

Djurica Djordjeciv, een 61-jarige Serviër die in de jaren 80 betrokken was bij verschillende overvallen op geldtransporten en postkantoren, is vorige week dinsdag opnieuw opgepakt in Sint-Jans-Molenbeek. De man was in 2005 vrijgelaten op voorwaarde dat hij geen voet meer in België zou zetten maar zou nu mogelijks betrokken zijn bij nieuwe overvalplannen. Dat melden de kranten La Dernière Heure en Het Nieuwsblad en wordt bevestigd door het Brusselse parket.

Djordjevic is in ons land veroordeeld voor verschillende overvallen op geldtransporten en postkantoren, waarbij vaak gebruik werd gemaakt van zware vuurwapens. Er werd ook vermoed dat hij een hand had in de ontsnapping van Murat Kapllan, Philippe Lacroix en Basri Bajrami uit de gevangenis van Sint-Gillis, in mei 1993, maar daarvoor werd Djordjevic vrijgesproken. Zijn andere veroordelingen leverden de man wel een celstraf van 25 jaar op.

Djordjevic ontsnapte tot vijfmaal toe uit de gevangenis en werd in 2005 vervroegd vrijgelaten, met als dwingende voorwaarde het absolute verbod ons land nog te betreden, ten minste tot en met 2018. In 2006 werd hij al een eerste maal opgepakt omdat hij toch in België werd aangetroffen maar in 2007 kwam hij opnieuw voorwaardelijk vrij en werd hij uitgewezen naar Servië.

De politie kreeg er enige tijd geleden echter lucht van dat hij opnieuw in België was en begon hem te schaduwen. Op 20 oktober vielen de speurders dan binnen in een flat op de Mettewielaan en pakten de zestiger op. Die gaf nog een andere naam op maar werd op basis van zijn vingerafdrukken geïdentificeerd. Volgens de speurders bereidde hij met zijn stiefzoon nieuwe overvallen voor maar zelf zou Djordjevic beweren dat hij enkel een schuld kwam innen.

De strafuitvoeringsrechtbank moet nu beslissen of de man terug naar de cel moet.

Bron » Het Laatste Nieuws

Claude Silverans, de ‘luitenant’ van Haemers

Claude Silverans is geen kleine garnaal: hij zegt van zichzelf dat hij ooit deel heeft uitgemaakt van de bende-Haemers. De man belandde al op zijn zestiende voor het eerst in de cel. Hij zit er nu opnieuw, voor de zoveelste keer in zijn lange criminele carrière.

Silverans, een professioneel overvaller, werd half juni opgepakt door het Fugitive Active Search Team (FAST) van de federale politie toen hij op bezoek wilde gaan bij zijn ouders in Anderlecht. Op het moment van zijn arrestatie was de man al zes maanden voortvluchtig. Het was de Brusselse krant La Dernière Heure die het nieuws gisteren uitbracht.

Claude Silverans hoorde samen zijn broer Pascal en met de broers Hilger tot de grote namen van het Belgische banditisme in de jaren 90. Silverans en Hilger werden gezien als opvolgers van de bende-Haemers uit de jaren 80. Maar dan (nog) gewelddadiger en met een pak minder uitstraling. En er waren nog verschillen.

Silverans kwam uit het arme Anderlecht, Haemers hoorde bij de ‘jeunesse dorée’ uit het rijke Woluwe. Glenn Audenaert, de vroegere baas van de Brusselse federale politie, zei over Silverans steevast dat hij de gevaarlijkste gangster was die hij in zijn carrière ooit tegen het lijf was gelopen.

Eind december vorig jaar werd Silverans veroordeeld tot drie jaar cel wegens afpersing en poging tot brandstichting in een café aan het De Lindeplein in Anderlecht, waar de harde supporterskern van RSC Anderlecht bijeenkomt. Maar Silverans bleef spoorloos. Tot hij een paar weken geleden werd gepakt. Silverans zal nu zijn straf moeten uitzitten én wat hem nog rest van een eerdere veroordeling tot tien jaar cel uit 2005.

Het criminele curriculum vitae van Silverans is eindeloos. Van diefstallen over bankovervallen tot het kraken van geldtransporten. Zijn laatste zware overvallen pleegde hij in 2003 op de Delhaize Basilix in Koekelberg en op de Delhaize in Ukkel. Voor die feiten werd hij in 2005 tot tien jaar cel veroordeeld.

Claude Silverans vertelde ook graag over Patrick Haemers, de man die hij zijn voorbeeld en mentor noemde. In een interview dat de voormalige VRT-journalist Guy Bouten in zijn boek over de bende van Nijvel deed met Silverans, vertelde die laatste hoe hij in 1986 betrokken was bij de ontsnapping van Haemers tijdens een gevangenentransport vanuit Leuven-Centraal.

Maar volgens politiemensen en ex-criminelen die de bende-Haemers wel goed kennen, heeft Silverans nooit met de bende-Haemers gewerkt en is zijn verhaal over zijn betrokkenheid bij de ontsnapping van Haemers niks meer dan grootspraak. “Silverans en Haemers zullen elkaar ooit wel ooit gekruist hebben in de gevangenis”, luidt het. “Maar samengewerkt hebben ze nooit. Het klinkt nu eenmaal cool onder gangsters om te kunnen zeggen dat je met Haemers hebt gewerkt.”

Toen Silverans in 2010 vrijkwam, zwoer hij in La Dernière Heure een dure eed. “Mijn carrière als overvaller is voorbij. Ik heb een zoon en die wil ik zien opgroeien.”

Bron » De Standaard