Dertig jaar na zijn dood is zijn oude wijk Patrick Haemers niet vergeten: ‘Het was hier de belle époque’

Wie kent Patrick Haemers nog in de gegoede wijk waar hij opgroeide? ‘Zijn vader Achille was ook geen engel, maar vergeleken met Patrick was hij een doetje.’

“Nee, dat merk verkopen we niet. Probeer dit eens? Als er een probleem is, breng het gerust terug. Het staat onder garantie.” Yanka Bastin (67) rekent af met een klant en neemt opnieuw voor me plaats op de kruk van een van de pashokjes van Montex Sports. Verder is er niemand in de klerenwinkel op de Georges Henrilaan in Sint-Lambrechts-Woluwe, het groene paradijs ten noordoosten van het Jubelpark en het Montgomeryplein, waar het rustig en residentieel wonen is en de huizen altijd bij de duurste van Brussel hebben gehoord.

“Waarvoor was u gekomen? Ah ja, Patrick. Hij was hier twee jaar lang mijn baas, in 1981 en 1982, vlak voor zijn leven de verkeerde afslag nam. Hij viel erg in de smaak bij onze vrouwelijke klanten. Hij had prestance, een indrukwekkend voorkomen.” Ze werkt hier al 48 jaar. “Zijn vader heeft me aangeworven en Montex in 1991 verkocht aan mij en een collega. Achille was ook geen engel, maar vergeleken met Patrick was hij een doetje.”

Winkelparadijs

De Patrick over wie Yanka met milde empathie spreekt is Patrick Haemers, de blonde god van het Belgische banditisme uit de jaren tachtig en vroege jaren negentig. Haemers verhing zich op 14 mei 1993 in zijn cel in Vorst. Dat is dertig jaar geleden, en daarom ben ik hier, leg ik uit, op zoek naar sporen van de beruchte gangster in de buurt waarin hij opgroeide.

Yanka is een goed geplaatste kroongetuige. Ze groeide op in de wijk en kwam soms bij de familie Haemers thuis. Ze woonden naast de winkel. Yanka had een goede verstandhouding met Patricks broer Eric. Die had een café in Sint-Lambrechts-Woluwe, The Gypsies. Het is er niet meer, weet ze nog waar het lag? “Hierboven in de straat, er is een kleine pizzeria nu.” Haar ogen lichten op. “Ah, Le Gypy! We verzamelden er op vrijdagavond voor we uitgingen. Eric ging dan vaak mee”, zegt ze nostalgisch.

Het waren de hoogdagen van de wijk rond de Georges Henrilaan met zijn boetieks, luxeshops en dure restaurants. “Het was la belle époque, hé. Alles ging goed: iedereen had werk en was gelukkig, de winkeliers verdienden geld als slijk. Dit was een winkelparadijs, zowel voor luxeshoppers als fans van speciaalzaken. Nu is dat er allemaal niet meer. Alle mooie winkels zijn weg en hebben plaatsgemaakt voor ketens en goedkope restaurants – Italianen, Turken, (lachje) enfin le tout.”

In die gegoede omgeving groeide Patrick Haemers uit tot een van de meest gevreesde gangsters van het land. Hoe herinnert ze zich hem als baas? “Hij was een goede baas: eerlijk en correct. ’s Middags hadden we een uur om te lunchen. Als hij er zelf niet was, liet hij geld achter waarmee we iets gingen eten in de buurt.”

“Patrick had ook een scherp oog voor mooie, dure kleren. Dat was goed voor de winkel. Spijtig genoeg had hij voor zichzelf ook een exclusieve levensstijl te onderhouden. Hij hield van la belle vie: vrouwen, snelle wagens, drugs, drank. Hij wilde veel geld, en snel. De winkel maakte hem niet snel genoeg rijk, denk ik.”

Jeunesse Dorée

Philippe Lacroix kent ze ook, al is het minder goed. Onlangs zag ze de bekendste kompaan van Patrick Haemers nog in de wijk, waar die na zijn vrijlating uit de gevangenis opnieuw kwam wonen. Ze weet ongeveer waar en duidt de buurt aan op Google Maps, maar daar blijkt vanmiddag niemand Lacroix te kennen.

Op Yanka’s advies klop ik tot slot aan bij Le Brasero op de Kerselarenlaan. Vandaag een fraai ingericht restaurant met ‘gerechten die voor vuurwerk zorgen’, aldus de Michelingids, vroeger als café Le Cérisier een beruchte hang-out voor Haemers, Lacroix en andere adepten van de jeunesse dorée die verslaafd waren aan geld en luxe.

Eigenaar Jean-Jacques kwam tijdens de hoogdagen van het Haemers-banditisme regelmatig in Le Cérisier. “Er werd gezegd dat hier toen meer wapens circuleerden dan in een doorsnee wapenwinkel. (glimlacht) Dat klopte wellicht. Zoals het ook waar is dat Patrick Haemers een vriendelijke jongen was. Zijn hele familie was dat trouwens.” Maar dat is allemaal erg lang geleden, wuift hij. “Wilt u me nu excuseren? Ik moet mijn tafels bedienen.”

Bron » De Morgen | Tom Peeters

Kristel uit Tervuren heeft de hand van de ‘reus’ gevoeld in 1985 en durft niet naar serie over Bende van Nijvel kijken

Kristel Caron (56) uit Tervuren wil wel graag, maar durft niet naar de televisiereeks “1985” kijken. Waarom niet? Op 27 september 1985 stond ze, als 18-jarige, aan een kassa van de Delhaize van Overijse oog in oog met de ‘reus’ van de Bende van Nijvel. En dat beeld is ze nooit vergeten. En toch moest het ergste nog komen: 5 doden in en rond de Delhaize in Overijse.

Op vrijdagavond 27 september haalt de Bende Van Nijvel verwoestend uit. Na een stilte van bijna twee jaar vallen de overvallers schietend binnen in de Delhaize van Eigenbrakel, ze maken drie dodelijke slachtoffers. Een kwartier later rijden ze de parking van de Delhaize in Jezus-Eik (Overijse) op, twee mannen stappen uit een wagen en beginnen meteen te schieten. Daar begint het verhaal van Kristel Caron.

“Ik was net afgestudeerd en in september bij Delhaize begonnen. Vrijdagavond was ik aan het werk aan kassa 11, de voorlaatste kassa. Een klant riep: een overval! Ik hoorde precies ballonnen die sprongen. En dan zag ik twee mannen met zwarte lange jassen, een masker en een zwarte muts of hoed op het hoofd. Eerst gingen ze naar boven naar het bureel. Ik wist niet dat er nog een derde aan de ingang van de kassa stond, die man was de schutter, de killer, hij heeft iedereen doodgeschoten. Ze gingen kassa per kassa af. Het duizelde in mijn hoofd, ik was gaan liggen, maar kroop weer recht omdat ik zeker wou zijn dat ik de kassa wel open kreeg.” Iets wat achteraf belangrijk bleek, bij een collega kassierster, Rosa uit Huldenberg, ging het niet snel genoeg, zij werd doodgeschoten.

Grote handen en heldere blauwe ogen

“Als ik mijn ogen sluit kan ik die film weer helemaal afspelen. ‘De reus’ kwam naar mijn kassa, hij was opvallend groot. Of hij Nederlands of Frans sprak was me onduidelijk, misschien omdat ik zelf perfect tweetalig ben. Hij nam het geld en stopte het in een zwarte vuilniszak met daarop ‘Propsac’. Hij zei dat ik moest gaan liggen, zijn geweer in de hand en met de andere hand duwde hij me naar beneden. Het was een grote hand en hij had opvallend helderblauwe ogen. Die kon ik zien onder het masker, een aansluitend masker van een man waarmee je kon kijken en bewegen met je mond. Daarboven droeg hij een zwarte muts. Daarna waren ze snel weg met hun Volkswagen Golf GTi.”

Fles wijn gegooid

“Wat me opviel, is hoe koelbloedig en professioneel ze te werk gingen,” vertelt Kristel. “Daarna bleef het even stil en toen barste het gehuil en geschreeuw los. Vanaf dan weet ik niets meer of in flarden. Ik heb met een collega nog een deken over onze overleden collega gelegd. Eén van de hoofdkassiersters had haar schort uitgedaan en wou de overvallers achterna rijden met haar auto. Ze had eerst al een fles wijn in hun richting gegooid. Gelukkig was dat niet raak, je weet nooit hoe ze gereageerd zouden hebben,” aldus Kristel. Maandag erna ging ze opnieuw werken. Van hun werkgever Delhaize hoorde ze niets: “Geen brief, geen opvang en geen begeleiding. Zwijgen en weer aan de slag, dat was het.”

Maskers

“Ik ben nog steeds doodsbang voor maskers. Carnaval vind ik een vervelende periode. Als ik onverwacht iemand zie met een masker loop ik voor mijn leven. Mijn kinderen mochten ook nooit maskers dragen”, vertelt Kristel. “Ik heb de draad snel weer opgepikt en blijven werken bij Delhaize en later bij Di. Toen ik enkele jaren geleden de reconstructie van Aalst zag op Telefacts ging ik in shock en was ik weken out.”

Ooit eens kijken

“De serie ‘1985’ neem ik op. Iedereen zegt me dat ze goed is en ik ben altijd alles over de Bende blijven volgen. Maar ik ben bang om opnieuw in shock te gaan. Misschien kijk ik later eens en zeker op mijn eentje, daar hoeft niemand bij te zijn. Maar nu durf ik het niet.” Op de vraag wie er achter de Bende zit heeft ook Kristel geen antwoord: “Ik volg de politiek en alle theorieën niet, maar ik ben wel blij met de serie, er moet aandacht blijven voor de gruwel van de Bende van Nijvel. Ik hoop dat de zaak niet verjaart en dat ze blijven zoeken naar de daders.”

Haemers

Op de vraag of de ‘reus’ met de opvallende grote ogen misschien Patrick Haemers was (Haemers was van het nabije Sint-Lambrechts-Woluwe en heeft nog steeds naaste familie in Overijse, n.v.d.r.), die ook in de serie 1985 opduikt, antwoordt Kristel negatief: “Nee, hij was het niet, dat zou ik geweten hebben. Waar ik wel zeker van ben is dat ze de Delhaize van Overijse goed kenden. Ze kenden de parking en ook de weg in de Delhaize zonder enig aarzelen. Ze zijn zeker op verkenning geweest.”

Bron » VRT Nieuws

Op stap in het Broekbos: is dit het échte bos van de Bende van Nijvel?

Als het over de Bende van Nijvel gaat, wordt vaak het “bois de la Houssière” in ‘s-Gravenbrakel vernoemd. Maar in de jaren 80 ging het er ook wild aan toe in het Broekbos tussen Maleizen (Overijse) en Rozieren (Waals-Brabant). Dat blijkt uit een handgeschreven brief van B.R. Hij woonde vlak bij het bos en linkt schoten, auto’s en figuren aan de Bende van Nijvel. Toch ondernam de politie nauwelijks actie. Zou het Broekbos nog geheimen bevatten? Of zou het Ingramgeweer dat sinds deze week wordt gezocht daar liggen?

In een brief die bij onze reporter Lennart Segers belandde schrijft een buurtbewoner van het Broekbos over bizarre activiteiten. B.R., de man van de brief, is een paar jaar geleden overleden. Zijn zoon vond de brief onlangs en bevestigt dat in de eerste helft van de jaren 80 ’s avonds in het bos werd geschoten. “Er reden ook jeeps op en af over de hellingen en er stonden auto’s verscholen.” Onze reporter gaat op stap met zoon Koen door het Broekbos vlakbij het meer van Genval-Overijse.

Koen vertelt honderduit en herontdekt het bos uit zijn jeugd. Hij toont waar vroeger een weg was, nu overwoekerd. In de jaren 80 kon je gewoon het bos inrijden. “Het bos werd zelfs onderhouden door een man uit Hoeilaart. Viel er een boom dan werd kettingzagen boven gehaald en alles ontruimd. Naast die weg heb ik een onnatuurlijke uitgegraven strook van 100 meter lang ontdekt met aan het begin en einde een hoge wal. Als kind had ik daar een kamp en speelde ik met een metaaldetector. Zo ontdekte ik honderden kogelhulzen. Het bleek om een oude schietstand te gaan uit de Tweede Wereldoorlog.” Navraag bij de heemkundige kring levert voorlopig geen nieuwe informatie op. Het zou om een schietstand van de Nazi’s gaan.

Koen vertelt verder en haalt midden in het bos de brief van zijn vader boven. Het doet hem iets het handschrift van zijn vader te zien. Het gaan om notities: “Ik stond op mijn terras met vrouw en kind en hoorde een kogel voorbij zoeven. Iemand hield me eens tegen toen ik aan het wandelen was met mijn hond, een man in een Opel Record diesel, hij stelde vreemde vragen. Toen ik op straat eens mannen in het zwart zag met wapens verzekerde de lokale politie me dat het om een oefening ging. Op de avond van de aanslag op de Delhaize merkte ik in het bos een donkerblauwe VW Golf met rode bies. Later zag ik een zandgestraalde wagen, een Porsche, staan zonder wielen en helemaal ontmanteld. In 1986 na de moord op wapenhandelaar Juans Mendez vielen alle activiteiten stil in het bos.” Zo gaat B.R. nog even door in zijn brief en hij hoopt “dat ze kunnen bijdragen tot het oplossen van het mysterie van de Bende van Nijvel.”

Mendez, Beijer en Haemers

Het is op zijn minst opvallend dat wapenhandelaar Juan -Tonio- Mendez amper op 500 meter van het Broekbos woonde. Gebruikte hij het bos om mensen -klanten- wapens te laten testen? Misschien wel het zeldzame Ingramgeweer waar het federaal parket nu op jaagt. Mendez had een Ingram, ook Bouhouche en Beijer. Mendez is in 1986 vermoord teruggevonden op de parking van de oprit Rosieres. Bouhouche en Beijer werden verdacht van de moord, maar zijn vrijgesproken. Daarna werd niet meer geschoten in het Broekbos. Koen vertelt nog iets over een ex-Bende verdachte: “Als kind zag ik hoe Patrick Haemers hier zijn hond uitliet. Dat zal ik nooit vergeten. Haemers liet zijn hond uit de auto en reed zelf ondertussen stilletjes voort met de auto naast zijn hond.”

Nog meer toeval

Veel verhalen en onderzoek naar de Bende van Nijvel zijn gestoeld op toevalligheden die dan met elkaar verbonden zijn. Ligt de oplossing voor de Bende van Nijvel in het Broekbos. Wie weet? De kans is klein. Maar er zijn wel bizarre toevalligheden. En misschien geraken die feiten en verhalen niet allemaal bij justitie. Het wapengekletter, de wagens en de activiteiten in het Broekbos. Het feit dat wapenhandelaar -en verzamelaar Mendez daar woonde. Waarom is die oude schietstand nooit ontdekt. Wie wist daarvan? Haemers liet aan het meer van Genval zijn hond uit. Als je binnendoor rijdt van Eigenbrakel naar Overijse duurt dat ongeveer een half uur en dan kom je voorbij Maleizen en de buurt van het Broekbos. Koen vertelt dat de politie één keer komen kijken is in het bos. “We hoorden graaflawaai en geschreeuw van iemand in nood uit het bos. De politie heeft toen niets gevonden.”

En wat zegt justitie nu? “We geven geen commentaar over een lopend onderzoek.” Mogelijk is dat hoopvol, al loopt dat onderzoek wel al 35 jaar.

Bron » VRT Nieuws

“VDB, ge zult hier niet sterven”: de Belgische ontvoeringszaak die smeekt om een Netflix-verfilming

Vandaag exact dertig jaar geleden raakte ons land in de ban van de meest spectaculaire ontvoering ooit. Op 14 januari 1989 om half zeven ’s avond werd voormalig eerste minister en vleeshandelaar Paul Vanden Boeynants ontvoerd door dé topgangster van dat moment: Patrick Haemers. Een reconstructie van een ontvoeringszaak die snakt naar een verfilming. Netflix, lezen jullie mee?

14 januari 1989, 18.30 uur. Het is een koude zaterdagavond. Gewezen PSC-premier en vleeshandelaar Paul Vanden Boeynants (toen 70) keert na een avondwandeling terug naar zijn appartement in Brussel. Op de kelderverdieping wacht hij op de lift. In een kast met een kijkgaatje houden drie mannen hem in de gaten. Wanneer de kust veilig is, zwaait de deur van de kast open, grijpen de mannen Vanden Boeynants – beter bekend onder zijn initialen ‘VDB’ – vast, gooien hem in een wagen en scheren weg.

Na een kwartiertje stoppen ze even. Vanuit een telefooncel bellen ze naar de Brusselse krant Le Soir: “Wij hebben Vanden Boeynants ontvoerd.” Later zal blijken dat topgangster Patrick Haemers dat telefoontje heeft gedaan. Maar de receptionist van Le Soir gelooft hem niet en denkt dat het grappenmakers zijn. “En ik heb de koningin van Engeland ontvoerd”, zegt hij nog, om vervolgens de telefoon neer te gooien.

Een paar uur later wordt de familie van Vanden Boeynants ongerust. Ze verwittigen de politie en die vindt in de kelder de iconische pijp en één schoen van VDB. Ondertussen ligt de ex-premier al in de Franse badplaats Le Touquet vastgebonden op een bed. Daar krijgt hij een uitgetikte boodschap te lezen: “Dit is een kidnapping.” Alle communicatie verloopt voortaan via dergelijke getypte briefjes.

Echt of geënsceneerd?

De ontvoerders sturen de volgende dag een brief naar twee krantenredacties. Ze noemen zich de BSR: Brigades Socialistes Révolutionnaires. Niemand kent die, dus worden ze niet geloofd. Zeker niet door de politie. Zij denkt dat de boodschappen komen van een bende flauwe plezanten: BSR is immers ook de afkorting van Brigade de Surveillance & de Recherche, de Waalse tegenhanger van de BOB (de toenmalige Belgische Opsporingsbrigade).

Uiteindelijk nemen de ontvoerders contact op met zoon Christian Vanden Boeynants. Hij verwittigt de politie. Maar die twijfelt weer. Is heel die zaak geen opgezet spel, een geënsceneerde ontvoering door VDB zelf? Want op dat moment zit Vanden Boeynants in moeilijke papieren. Hij zou gesjoemeld hebben, als vleeshandelaar en als minister van Defensie. Er lopen onderzoeken naar corruptie en belastingontduiking.

Om pers en politie helemaal te overtuigen stuurt de BSR een kopie van de identiteitskaart en een brief van Vanden Boeynants naar Le Soir. Maar daarin staan geen eisen voor de vrijlating. Die onderhandelingen voeren de ontvoerders rechtstreeks – via getypte boodschappen dus – met VDB zelf.

De ontvoerders willen geld. Zeer veel geld. Want ze hadden in de pers gelezen dat VDB schatrijk is. Hij heeft onlangs nog een feest gegeven omdat hij twee miljard Belgische frank (50 miljoen euro) op zijn rekening heeft staan. De ontvoerders willen daar een vijfde van: 400 miljoen frank (10 miljoen euro).

Vanden Boeynants wordt ter plekke in de rol geduwd van de commerçant die op de beestenmarkt over de prijzen van het vee onderhandelt. Alleen sjachert hij nu dus met zijn ontvoerders over de prijs van zijn eigen leven.

Even naar België voor overval

De onderhandelingen tussen Vanden Boeynants en zijn ontvoerders duren tien dagen. Patrick Haemers en zijn kompanen komen in geldnood. Ze vinden er niets beter op dan even over en weer te komen naar België om in Groot-Bijgaarden een geldtransport te overvallen. Daarna nodigt Haemers zijn ouders uit naar een kasteeltje vlak bij Parijs voor een familiefeest. Daar vertelt hij zijn vader: “VDB, c’est moi”. Ondertussen onderhandelt Haemers voort met VDB over het losgeld.

Uiteindelijk komen ze tot een overeenkomst: het wordt 63 miljoen Belgische frank (1,5 miljoen euro). Vanden Boeynants geeft zijn ontvoerders ook de naam van een man die ze moeten bellen: Jean Natan.

Jean Natan is een Brusselse Jood die Israël een groot hart toedraagt. Als politicus heeft VDB de Joodse gemeenschap een aantal keer geholpen. Nu is het payback time.

Natan moet naar Genève gaan om daar het geld op te halen, in biljetten van 500 Zwitserse franken. VDB zal nooit zeggen bij welke bank dat geldt wordt afgehaald. Alleen dit: “Het geld komt van mijn Joodse vrienden, die ik na mijn vrijlating heb terugbetaald.”

Wandeling in Genève

Natan haalt het geld op in een bank in Genève. Daarna – zo hebben de ontvoerders hem laten weten – moet hij naar een standbeeld gaan met twee leeuwen. Op een bankje tussen de leeuwen ligt een krant. Daarin een brief met de volgende richtlijn: steek de Quai du Mont-Blanc over, wandel langs het meer en ga een koffie drinken in de bar Astragal.

In die bar wordt Natan plots aan de telefoon geroepen. Hij moet weer gaan wandelen. Vijf opeenvolgende kruispunten moet hij oversteken. Tijdens die tocht krijgt hij plots gezelschap. “Meneer Natan, ik denk dat u iets voor mij hebt”, zegt een stem. “Alles is in orde met uw vriend. Na het weekend komt hij vrij. Maar er is niets om u zorgen over te maken.” En dan neemt de stem de aktetas met daarin het losgeld over.

De Belgische politie is op de hoogte van de transactie maar stuurt niemand mee naar Zwitserland. Ze willen de operatie niet in gevaar brengen. Ook daarom lichten ze de Zwitserse politie niet in. Trouwens: in Zwitserland is het verboden losgeld te betalen.

Drie dagen later plakken de ontvoerders de ogen van Paul Vanden Boeyants dicht met proppen watten en zetten hem een zonnebril op. Zo rijden ze naar Doornik. VDB moet uitstappen en mag zich pas na één minuut omdraaien. Tegen dan zijn de ontvoerders al lang weg.

Opmerkelijke persconferentie

De volgende dag verschijnt VDB even aan het raam van zijn appartement in Brussel. Mager en ongeschoren. Zijn zoon raadde hem aan die baard te laten staan. Dat zal alles nog geloofwaardiger maken, want rond de ontvoering hangt nog steeds een zweem van twijfel: theater of niet?

Theater is er alleszins de volgende dag, wanneer VDB een persconferentie geeft om alles te vertellen. Daarop doet hij zijn fameuze uitspraak om aan te geven hoe hij zich dagelijks moed insprak met dezelfde woorden: “VDB, tu ne vas pas crever ici” (“VDB, ge zult hier niet sterven.”)

“Ik heb het geld van den ouden”

Kort daarna heeft de politie een ferme meevaller. Al maanden luisteren ze telefoongesprekken af van gangster Basri Bajrami. Plots zegt die tegen zijn vrouw : “Ik heb geld van den ouden. Kom naar Metz.”

De politie volgt Bajrami’s vrouw naar Metz en kan de gangster daar arresteren. Groot is de verrassing wanneer ze het geld van ‘den ouden’ vinden en dat coupures van 500 Zwitserse frank blijken te zijn, met de serienummers van de VDB-ontvoering. Wanneer ze ook nog eens een telefoonboekje met het nummer van de villa in Le Touquet vinden, komt de zaak in een stroomversnelling.

Bajrami leidt de speurders naar medeontvoerder Philippe Lacroix. Een analyse van het lint van Lacroix’s schrijfmachine wijst de weg naar het brein: Patrick Haemers. Maar die is al gevlucht naar Rio de Janeiro in Brazilië.

In Rio gebruikt Haemers altijd dezelfde publieke telefooncel in het Barra Shopping Center om naar België te telefoneren. Zo kunnen twee Belgische speurders Haemers, zijn vrouw Denise Tyack en nog een vriend aanhouden. Voor het oog van de Braziliaanse tv-camera’s bekent Haemers meteen.

Patrick Haemers heeft nog één trucje: hij probeert de Braziliaanse politie om te kopen. Die aanvaardt zijn geld ook … maar levert hem toch uit aan België. Haemers en co. worden in een kooi naar ons land overgevlogen.

Zelfmoord

Er komt een assisenproces over de ontvoering, maar dat haalt Patrick Haemers niet. In mei 1993 pleegt hij zelfmoord in zijn cel, omdat hij geen geneesmiddelen krijgt.

De andere leden worden wel veroordeeld. Maar vandaag is iedereen al lang weer op vrije voeten. Volgens advocaat Etienne Delhuvenne zou Haemers op zijn proces hebben willen zeggen dat hij VDB ontvoerde in opdracht van een concurrerende zakenman. Haemers wilde de naam gebruiken om vrijgesproken te worden. Delhuvenne kent naar eigen zeggen de naam van de opdrachtgever, maar wil die niet publiek maken.

Bron » Het Nieuwsblad

“Zakenman die overhoop lag met VDB bestelde ontvoering”

Maandag is het dertig jaar geleden dat de bende van Patrick Haemers ex-premier Paul Vanden Boeyenants ontvoerde. “Haemers vertrouwde me destijds toe dat hij op zijn proces zou verklappen wie hem de opdracht had gegeven. Een zakenman die met VDB in de clinch lag”, zegt Etienne Delhuvenne (67), meer dan tien jaar de advocaat van Le Grand Blond.

De topgangster met zijn blauwe ogen stierf op 14 mei 1993 in de cel, verhangen aan een radiator van 130 cm hoog. “Zelfmoord of niet: daardoor is er nooit een naam genoemd”, zegt Delhuvenne in een interview met de Franstalige krant La Dernière Heure.

Volgens de advocaat heeft Haemers tegenover hem altijd volgehouden dat hij VDB op bestelling ontvoerde. Hij kreeg een voorschot van 5 miljoen Belgische frank (125.000 euro, red.) op een rekening in Zuid-Amerika. De opdrachtgever was een zakenman die een probleem had met VDB. Volgens de advocaat leverde hij de speurders ook de bewijzen van die rekening. “Er stond 10 miljoen op die rekening: vijf miljoen voorschot en vijf miljoen van het losgeld. Maar daar is nooit meer over gesproken.”

Delhuvenne kent naar eigen zeggen de naam van de opdrachtgever, maar wil die niet publiek maken.

“Haemers wilde de naam gebruiken om vrijgesproken te worden op zijn proces. Hij zou het in de beschuldigdenbox vertellen.” Door zijn dood kwam het er nooit van. Delhuvenne onthult nu na al die jaren dat het vader Achiel Haemers was die destijds 1 miljoen Belgische frank betaalde om Patrick te laten ontsnappen uit de gevangenis van Sint-Gillis.

Uiteindelijk waren het Murat Kaplan en twee leden van de Bende Haemers die ontsnapten in zijn plaats. “Patrick Haemers had een plan: in grote weelde leven in Punta Del Duoblo, Uruguay. Hij sprak me over een plek aan de kust met ongeziene luxe. Hij had het onder andere over gouden kranen.”

Bron » Het Laatste Nieuws