“VDB, ge zult hier niet sterven”: de Belgische ontvoeringszaak die smeekt om een Netflix-verfilming

Vandaag exact dertig jaar geleden raakte ons land in de ban van de meest spectaculaire ontvoering ooit. Op 14 januari 1989 om half zeven ’s avond werd voormalig eerste minister en vleeshandelaar Paul Vanden Boeynants ontvoerd door dé topgangster van dat moment: Patrick Haemers. Een reconstructie van een ontvoeringszaak die snakt naar een verfilming. Netflix, lezen jullie mee?

14 januari 1989, 18.30 uur. Het is een koude zaterdagavond. Gewezen PSC-premier en vleeshandelaar Paul Vanden Boeynants (toen 70) keert na een avondwandeling terug naar zijn appartement in Brussel. Op de kelderverdieping wacht hij op de lift. In een kast met een kijkgaatje houden drie mannen hem in de gaten. Wanneer de kust veilig is, zwaait de deur van de kast open, grijpen de mannen Vanden Boeynants – beter bekend onder zijn initialen ‘VDB’ – vast, gooien hem in een wagen en scheren weg.

Na een kwartiertje stoppen ze even. Vanuit een telefooncel bellen ze naar de Brusselse krant Le Soir: “Wij hebben Vanden Boeynants ontvoerd.” Later zal blijken dat topgangster Patrick Haemers dat telefoontje heeft gedaan. Maar de receptionist van Le Soir gelooft hem niet en denkt dat het grappenmakers zijn. “En ik heb de koningin van Engeland ontvoerd”, zegt hij nog, om vervolgens de telefoon neer te gooien.

Een paar uur later wordt de familie van Vanden Boeynants ongerust. Ze verwittigen de politie en die vindt in de kelder de iconische pijp en één schoen van VDB. Ondertussen ligt de ex-premier al in de Franse badplaats Le Touquet vastgebonden op een bed. Daar krijgt hij een uitgetikte boodschap te lezen: “Dit is een kidnapping.” Alle communicatie verloopt voortaan via dergelijke getypte briefjes.

Echt of geënsceneerd?

De ontvoerders sturen de volgende dag een brief naar twee krantenredacties. Ze noemen zich de BSR: Brigades Socialistes Révolutionnaires. Niemand kent die, dus worden ze niet geloofd. Zeker niet door de politie. Zij denkt dat de boodschappen komen van een bende flauwe plezanten: BSR is immers ook de afkorting van Brigade de Surveillance & de Recherche, de Waalse tegenhanger van de BOB (de toenmalige Belgische Opsporingsbrigade).

Uiteindelijk nemen de ontvoerders contact op met zoon Christian Vanden Boeynants. Hij verwittigt de politie. Maar die twijfelt weer. Is heel die zaak geen opgezet spel, een geënsceneerde ontvoering door VDB zelf? Want op dat moment zit Vanden Boeynants in moeilijke papieren. Hij zou gesjoemeld hebben, als vleeshandelaar en als minister van Defensie. Er lopen onderzoeken naar corruptie en belastingontduiking.

Om pers en politie helemaal te overtuigen stuurt de BSR een kopie van de identiteitskaart en een brief van Vanden Boeynants naar Le Soir. Maar daarin staan geen eisen voor de vrijlating. Die onderhandelingen voeren de ontvoerders rechtstreeks – via getypte boodschappen dus – met VDB zelf.

De ontvoerders willen geld. Zeer veel geld. Want ze hadden in de pers gelezen dat VDB schatrijk is. Hij heeft onlangs nog een feest gegeven omdat hij twee miljard Belgische frank (50 miljoen euro) op zijn rekening heeft staan. De ontvoerders willen daar een vijfde van: 400 miljoen frank (10 miljoen euro).

Vanden Boeynants wordt ter plekke in de rol geduwd van de commerçant die op de beestenmarkt over de prijzen van het vee onderhandelt. Alleen sjachert hij nu dus met zijn ontvoerders over de prijs van zijn eigen leven.

Even naar België voor overval

De onderhandelingen tussen Vanden Boeynants en zijn ontvoerders duren tien dagen. Patrick Haemers en zijn kompanen komen in geldnood. Ze vinden er niets beter op dan even over en weer te komen naar België om in Groot-Bijgaarden een geldtransport te overvallen. Daarna nodigt Haemers zijn ouders uit naar een kasteeltje vlak bij Parijs voor een familiefeest. Daar vertelt hij zijn vader: “VDB, c’est moi”. Ondertussen onderhandelt Haemers voort met VDB over het losgeld.

Uiteindelijk komen ze tot een overeenkomst: het wordt 63 miljoen Belgische frank (1,5 miljoen euro). Vanden Boeynants geeft zijn ontvoerders ook de naam van een man die ze moeten bellen: Jean Natan.

Jean Natan is een Brusselse Jood die Israël een groot hart toedraagt. Als politicus heeft VDB de Joodse gemeenschap een aantal keer geholpen. Nu is het payback time.

Natan moet naar Genève gaan om daar het geld op te halen, in biljetten van 500 Zwitserse franken. VDB zal nooit zeggen bij welke bank dat geldt wordt afgehaald. Alleen dit: “Het geld komt van mijn Joodse vrienden, die ik na mijn vrijlating heb terugbetaald.”

Wandeling in Genève

Natan haalt het geld op in een bank in Genève. Daarna – zo hebben de ontvoerders hem laten weten – moet hij naar een standbeeld gaan met twee leeuwen. Op een bankje tussen de leeuwen ligt een krant. Daarin een brief met de volgende richtlijn: steek de Quai du Mont-Blanc over, wandel langs het meer en ga een koffie drinken in de bar Astragal.

In die bar wordt Natan plots aan de telefoon geroepen. Hij moet weer gaan wandelen. Vijf opeenvolgende kruispunten moet hij oversteken. Tijdens die tocht krijgt hij plots gezelschap. “Meneer Natan, ik denk dat u iets voor mij hebt”, zegt een stem. “Alles is in orde met uw vriend. Na het weekend komt hij vrij. Maar er is niets om u zorgen over te maken.” En dan neemt de stem de aktetas met daarin het losgeld over.

De Belgische politie is op de hoogte van de transactie maar stuurt niemand mee naar Zwitserland. Ze willen de operatie niet in gevaar brengen. Ook daarom lichten ze de Zwitserse politie niet in. Trouwens: in Zwitserland is het verboden losgeld te betalen.

Drie dagen later plakken de ontvoerders de ogen van Paul Vanden Boeyants dicht met proppen watten en zetten hem een zonnebril op. Zo rijden ze naar Doornik. VDB moet uitstappen en mag zich pas na één minuut omdraaien. Tegen dan zijn de ontvoerders al lang weg.

Opmerkelijke persconferentie

De volgende dag verschijnt VDB even aan het raam van zijn appartement in Brussel. Mager en ongeschoren. Zijn zoon raadde hem aan die baard te laten staan. Dat zal alles nog geloofwaardiger maken, want rond de ontvoering hangt nog steeds een zweem van twijfel: theater of niet?

Theater is er alleszins de volgende dag, wanneer VDB een persconferentie geeft om alles te vertellen. Daarop doet hij zijn fameuze uitspraak om aan te geven hoe hij zich dagelijks moed insprak met dezelfde woorden: “VDB, tu ne vas pas crever ici” (“VDB, ge zult hier niet sterven.”)

“Ik heb het geld van den ouden”

Kort daarna heeft de politie een ferme meevaller. Al maanden luisteren ze telefoongesprekken af van gangster Basri Bajrami. Plots zegt die tegen zijn vrouw : “Ik heb geld van den ouden. Kom naar Metz.”

De politie volgt Bajrami’s vrouw naar Metz en kan de gangster daar arresteren. Groot is de verrassing wanneer ze het geld van ‘den ouden’ vinden en dat coupures van 500 Zwitserse frank blijken te zijn, met de serienummers van de VDB-ontvoering. Wanneer ze ook nog eens een telefoonboekje met het nummer van de villa in Le Touquet vinden, komt de zaak in een stroomversnelling.

Bajrami leidt de speurders naar medeontvoerder Philippe Lacroix. Een analyse van het lint van Lacroix’s schrijfmachine wijst de weg naar het brein: Patrick Haemers. Maar die is al gevlucht naar Rio de Janeiro in Brazilië.

In Rio gebruikt Haemers altijd dezelfde publieke telefooncel in het Barra Shopping Center om naar België te telefoneren. Zo kunnen twee Belgische speurders Haemers, zijn vrouw Denise Tyack en nog een vriend aanhouden. Voor het oog van de Braziliaanse tv-camera’s bekent Haemers meteen.

Patrick Haemers heeft nog één trucje: hij probeert de Braziliaanse politie om te kopen. Die aanvaardt zijn geld ook … maar levert hem toch uit aan België. Haemers en co. worden in een kooi naar ons land overgevlogen.

Zelfmoord

Er komt een assisenproces over de ontvoering, maar dat haalt Patrick Haemers niet. In mei 1993 pleegt hij zelfmoord in zijn cel, omdat hij geen geneesmiddelen krijgt.

De andere leden worden wel veroordeeld. Maar vandaag is iedereen al lang weer op vrije voeten. Volgens advocaat Etienne Delhuvenne zou Haemers op zijn proces hebben willen zeggen dat hij VDB ontvoerde in opdracht van een concurrerende zakenman. Haemers wilde de naam gebruiken om vrijgesproken te worden. Delhuvenne kent naar eigen zeggen de naam van de opdrachtgever, maar wil die niet publiek maken.

Bron » Het Nieuwsblad

“Zakenman die overhoop lag met VDB bestelde ontvoering”

Maandag is het dertig jaar geleden dat de bende van Patrick Haemers ex-premier Paul Vanden Boeyenants ontvoerde. “Haemers vertrouwde me destijds toe dat hij op zijn proces zou verklappen wie hem de opdracht had gegeven. Een zakenman die met VDB in de clinch lag”, zegt Etienne Delhuvenne (67), meer dan tien jaar de advocaat van Le Grand Blond.

De topgangster met zijn blauwe ogen stierf op 14 mei 1993 in de cel, verhangen aan een radiator van 130 cm hoog. “Zelfmoord of niet: daardoor is er nooit een naam genoemd”, zegt Delhuvenne in een interview met de Franstalige krant La Dernière Heure.

Volgens de advocaat heeft Haemers tegenover hem altijd volgehouden dat hij VDB op bestelling ontvoerde. Hij kreeg een voorschot van 5 miljoen Belgische frank (125.000 euro, red.) op een rekening in Zuid-Amerika. De opdrachtgever was een zakenman die een probleem had met VDB. Volgens de advocaat leverde hij de speurders ook de bewijzen van die rekening. “Er stond 10 miljoen op die rekening: vijf miljoen voorschot en vijf miljoen van het losgeld. Maar daar is nooit meer over gesproken.”

Delhuvenne kent naar eigen zeggen de naam van de opdrachtgever, maar wil die niet publiek maken.

“Haemers wilde de naam gebruiken om vrijgesproken te worden op zijn proces. Hij zou het in de beschuldigdenbox vertellen.” Door zijn dood kwam het er nooit van. Delhuvenne onthult nu na al die jaren dat het vader Achiel Haemers was die destijds 1 miljoen Belgische frank betaalde om Patrick te laten ontsnappen uit de gevangenis van Sint-Gillis.

Uiteindelijk waren het Murat Kaplan en twee leden van de Bende Haemers die ontsnapten in zijn plaats. “Patrick Haemers had een plan: in grote weelde leven in Punta Del Duoblo, Uruguay. Hij sprak me over een plek aan de kust met ongeziene luxe. Hij had het onder andere over gouden kranen.”

Bron » Het Laatste Nieuws

Als Bonkoffsky de Reus van de Bende van Nijvel niet is, wie is dan wel de genadeloze killer? Dit zijn de mogelijke Reuzen

Chris Bonkoffsky is dan toch niet de Reus van de Bende van Nijvel, zo zegt het parket formeel. Maar wie was het dan wel, de man van de beruchte ‘robotfoto 19’? Het beest dat bij het brute geweld voorop ging. De genadeloze killer die, met een grijns om de lippen, bij de overval op de Delhaize in Aalst de toen 9-jarige David Van de Steen wou afmaken. Een overzicht van de mogelijke ‘Reuzen’.

Knallende riotguns in het gezicht van weerloze klanten, kinderen als levend schild én als dode hoopjes: de overvallen op de Delhaize-winkels van Eigenbrakel, Overijse en Aalst behoren tot de brutaalste die de Bende van Nijvel ooit pleegde. Bij elk van die slachtpartijen was ‘de Reus’ betrokken.

De speurders gaan er vanuit dat de Bende in wisselende bezetting opereerde. In de loop der jaren konden ze verschillende daders onderscheiden. Er was sprake van een oudere man, van een kleine corpulente dader, van een bijzonder gewelddadige killer die schoot op alles wat bewoog. En, van de Reus. Een opvallend grote, struise overvaller.

De mythe van de ‘reus’ ontstaat op 5 oktober 1983. Op die dag stuurde de Brusselse onderzoeksrechter Guido Bellemans voor het eerst een opsporingsbericht de wereld in, op basis van getuigenissen van overlevenden in Beersel. Er staat: “Een van de daders meet ongeveer 1,90 meter.”

Enkel op zijn robotfoto (foto nummer 19) konden namen van mogelijke verdachten worden geplakt. Dit zijn ze:

Reus 1: Christiaan Bonkoffsky

Waarom wel? Volgens zijn broer bekende Christiaan Bonkoffsky op zijn sterfbed in 2015 dat hij bij de Reus van de Bende van Nijvel was. Bonkoffsky maakte tot begin de jaren ‘80 deel uit van de Groep Diane, de speciale eenheid van de Belgische rijkswacht. Hij leek ook sprekend op robotfoto 19 en volgens zijn ex-vrouw had hij zelfs een vissershoedje zoals de reus volgens getuigen droeg tijdens de overvallen. Bonkoffsky, uit Dendermonde afkomstig, vertelde zijn familie in Aalst ook dat ze niet meer in de Delhaize van Aalst mochten winkelen, alsof hij vooraf wist dat daar iets op til was.

Waarom niet? Harde bewijzen zijn er niet tegen Bonkoffsky en volgens het parket, dat het spoor grondig heeft onderzocht, is hij het niet.

Reus 2: Michel Libert

Waarom wel? Libert was lid van Westland New Post (WNP), de extreemrechtse organisatie die in 1983 al aan de Bende van Nijvel werd gelinkt. Hij werd in 2014 al eens uitvoerig op de rooster gelegd en 48 uur vastgehouden. Fysiek leek hij erg op robotfoto 19. Nu is hij opnieuw verhoord nadat een ex-militair hem heeft aangewezen als een van de kopstukken van de Bende.

Waarom niet? Libert ontkent alle aantijgingen met klem. “WNP wou in die jaren van Koude Oorlog een verzetsbeweging tegen een eventuele Sovjetinval voorbereiden. Wij waren bereid om te doden, maar alleen in oorlogssituaties, tegen de vijand. Niet om de bevolking te terroriseren”, zegt hij. Bij een vorig grondig onderzoek in 2014 werden geen bewijzen tegen hem gevonden. Hij dreigt er nu zelfs mee om iedereen die hem nog de Reus noemt, een proces aan te doen.

Reus 3: Philippe De Staerke

Waarom wel? In 1991 bekende De Staerke te hebben deelgenomen aan de Bende-overvallen. Hij was zeker geen kleine garnaal. Hij werd meermaals veroordeeld voor erg zware gewapende overvallen die hij in de jaren tachtig pleegde met de beruchte Bende van Baasrode. Bovendien kende De Staerke de regio waarin de Bende van Nijvel toesloeg goed. Zijn laarzen met hakken van 7 centimer konden van hem ook de Reus maken.

En er was de onomstootbare vaststelling dat hij enkele uren voor de overval in Aalst, op 9 november ‘85, op verkenning was geweest. Zijn toenmalige vriendin had dat verklaard. In de Delhaize in Aalst had hij hondenvoer gekocht. Na de overval zeulde De Staerke met een Samsonite-valies rond. Wat hij overigens toegaf. De speurders vonden de koffer terug. Ze troffen er kruitresten van pas afgevuurde wapens in aan en een patroon die overeenstemde met de ongebruikelijke munitie van de Bende. Bij een lid van de bende-De Staerke werd ook een mantel ontdekt die door een Aalsterse getuige formeel werd herkend als kledingstuk van een van de overvallers.

Waarom niet? Speurders hebben jarenlang hun tanden stukgebeten op het spoor De Staerke, maar hebben nooit harde bewijzen gevonden. Nadat hij zijn bekentenissen had ingetrokken werd hij in 2002 definitief buiten vervolging gesteld. Hij leidt nu een normaal leven en is niet meer met het gerecht in aanraking gekomen. Hij kreeg van de Staat 5.000 euro schadevergoeding.

Reus 4: Patrick Haemers

Waarom wel? Jarenlang is er gezegd dat de overvallers van de Bende van Nijvel carnavalsmaskers droegen. Maar alle rechtstreekse getuigen spreken dat tegen. Ze hadden een dikke laag ‘fond de teint’ op hun gezicht, een sjaal voor hun mond en ze droegen van die Zwarte Piet-pruiken. Toch herkende een overlevende van de aanslag in Aalst gangster Patrick Haemers formeel toen de sjaal die hij voor zijn gezicht droeg, afzakte. Haemers was een topgangster. En hij was groot, atletisch gebouwd en schuwde zeker geen zwaar geweld.

Waarom niet? Speurders hebben het spoor onderzocht, maar geen enkele link gevonden. Bovendien begon Haemers, die in 1993 zelfmoord pleegde in de gevangenis, na zijn arrestatie in 1989 in Brazilië plots honderduit te praten en bekende hij ongeveer alles wat hem werd aangewreven. Van de overvallen op geldtransport tot de ontvoering van Paul Vanden Boeynants. Hij vertelde er in detail over. Maar een ding bleef hij hardnekkig ontkennen: dat hij ook maar iets te maken had met de Bende van Nijvel.

Reus 5: Léopold Van Esbroek

Waarom wel? De criminele carrière van ‘Popolino’, zoals Leopold Van Esbroek in het milieu bekend was, oogt indrukwekkend. Op 30 juli 1987 werd hij veroordeeld tot twintig jaar cel en tien jaar terbeschikkingstelling van de regering omdat hij, als lid van de bende De Staerke, had meegedaan aan tientallen gewapende overvallen op banken, winkels en juweliers. Vanwege zijn imposante gestalte en zijn banden met De Staerke, werd hij genoemd als de Reus, want uit het onderzoek bleek dat er wellicht meer dan één Reus was.

Waarom niet? Van Esbroek heeft altijd zijn betrokkenheid ontkend, is nooit officieel in verdenking gesteld en de speurders hebben het spoor definitief verlaten.

Reus 6: Heinrich Toumaniantz

Waarom wel? Kort nadat de Bende op 9 november 1985 acht mensen vermoord had in de Delhaize in Aalst, verspreidde het Centraal Bureau voor Opsporingen van de rijkswacht ter attentie van alle politiediensten in ons land het opsporingsbericht 8181. Langs alle kanten komt er informatie over mogelijke verdachten. Acht namen werden, na een eerste grondig onderzoek, weerhouden als mogelijke Reus. Een daarvan is Heinrich Toumaniantz. Beroepsgangster en met zijn 1,92 heeft hij het juiste gestalte.

Waarom niet? Er zijn nooit harde bewijzen gevonden. Bovendien was hij toen de speurders hem wilden verhoren, van de aardbol verdwenen. Mogelijk leeft hij nog onder een andere identiteit in het buitenland. Als vrouw. Want Toumaniantz liep even graag als man dan als vrouw gekleed en wie hem kende sloot niet uit dat hij zich ooit zou laten opereren.

Reus 7: Daniël Blanchart

Waarom wel? “Het eerst resultaat in 27 jaar onderzoek”, kopten de kranten in 2009. Bij een schroothandelaar in Dour, in Henegouwen, werden menselijke resten gevonden. Alle terreinen rond de gebouwen werden op bevel van de Bende-speurders afgegraven door de civiele bescherming. Want, zo dacht men, de stoffelijke resten waren van de ‘Killer’ van de Bende die bij de aanslag in Aalst werd geraakt door een politiekogel.

En Daniël Blanckart, groot en gespierd, kon wel eens de Reus zijn. In zijn garage, die ver van de bewoonde wereld lag, kwamen wel eens louche types. Mogelijk werden daar de vluchtwagens omgebouwd. Een gangster lag bij de overvallen in de koffer om eventuele achtervolgers onder vuur te nemen. Het kofferdeksel kon vanbinnen uit worden geopend en gesloten. Die verbouwingen moesten het werk zijn van iemand met kennis van zaken.

Waarom niet? Blanchart kon niet verhoord worden want hij was nog voor de huiszoekingen gestorven aan kanker. Hij had een blanco strafblad en de beenderen die gevonden waren, zo bleek uit wetenschappelijk onderzoek, dateerden van lang voor de Bende-overvallen.

Reus 8: Apostolos Papadopoulos

Waarom wel? Deze Griekse topgangster maakte deel uit van de Bende van Baasrode. En was dus een partner in crime van Philippe De Staerke en Leopold Van Esbroeck. Apostolos -alias ‘stereo’- Papadopoulos was een reus van een vent met een stem die drie straten verder te horen was. “Als hij zijn diepe keelstem schraapte, dook iedereen onder de tafel”, zei een kennis. Van de Reus werd gezegd dat hij de stem had van een drillofficier bij het leger.

Waarom niet? Papadopoulos is al jaren van de radar verdwenen. Speurders vonden geen bewijzen tegen hem. Zijn naam is al jaren geschrapt van de verdachtenlijst.

Bron » Het Nieuwsblad

‘Bompa-overvallers’ uit entourage van Haemers en Habran opgepakt in Elsene

In Elsene hebben de speciale eenheden van de federale politie gisteren vier mannen opgepakt die op het punt stonden een overval te plegen. Hun leeftijd varieerde tussen 52 en 64 jaar, ze waren ook allesbehalve onbekenden voor het gerecht. Drie van hen, Djurica Djordjevic (64), Koenraad Spitaels (61) en David Marloye (52) hebben elk al verschillende veroordelingen opgelopen voor gewapende en gewelddadige overvallen. Het parket geeft om 11 uur meer uitleg op een persbriefing.

“De federale gerechtelijke politie van Brussel wist een zorgvuldig geplande overval op een bankfiliaal in Elsene te verijdelen”, zegt Brussels parketwoordvoerder Denis Goeman. “De overvallers werden geklist net voor ze tot actie zouden overgaan. Enkele minuten later kwam de eerste werknemer toe op zijn werkplaats.”

“Tijdens hun arrestatie waren de twee oudste overvallers in het bezit van twee gestolen voertuigen, een vuurwapen, een granaat, een ontsteker voor springstoffen, munitie, kogelwerende vesten, politie-uniformen en spanstrips om eventuele slachtoffers te handboeien. Een derde verdachte werd gearresteerd in een hoogspanningscabine op de parking van de bank zelf. Hij was bezig om de elektriciteit in de onmiddellijke omgeving uit te schakelen. De vierde verdachte werd aan de overzijde van de bank in de boeien geslagen, hij stond op de uitkijk.”

Geen onbekenden

De vier mannen zijn allesbehalve onbekenden voor het gerecht. Djurica Djordjevic -alias Duckie- werd in de jaren ’80 al in verband gebracht met Patrick Haemers en werd decennialang beschouwd als een van de beruchtste overvallers van ons land. Hij zou onder meer het brein geweest zijn achter een overval op het postsorteercentrum van Charleroi X in 1989, ook al werd hij daar nooit voor veroordeeld.

Koenraad Spitaels maakte deel van de bende rond Marcel Habran, de peetvader van het Luikse criminele milieu. Samen met verschillende andere daders pleegde hij in 2000 een overval op een geldtransport op de luchthaven van Findel in Luxemburg. Het kwam toen tot een achtervolging en een schietpartij. De man werd daarvoor veroordeeld tot 20 jaar cel en kwam pas kort geleden vrij.

Ook David Marloye heeft een lang parcours van gewapende overvallen. De vierde man, Abderafid B.O. (54), is minder gekend.

Ze werden alle vier door de onderzoeksrechter onder aanhoudingsbevel geplaatst en in verdenking gesteld voor bendevorming en poging tot diefstal met geweld of bedreigingen. Volgende maandag zullen ze voor de raadkamer verschijnen.

Bron » Het Laatste Nieuws

Begraven in waterput? Op de vlucht met blondine? De wildste theorieën deden de ronde, tot bleek dat Vanden Boeynants ontvoerd was

Zijn favoriete pijp. En ook een achtergelaten schoen, een hoorapparaat en een injectienaald. De start van de speurtocht naar de ontvoerders van gewezen premier Paul Vanden Boeynants (toen 69) in 1989 heeft veel weg van een onnozel raadseltje. Maar in angstige tijden van de CCC en de Bende van Nijvel blijkt het bittere ernst. Met in de hoofdrol de bende rond Patrick Haemers, een geheime transactie van het losgeld in Genève, een villa in Le Touquet, een arrestatie in het station van Metz en finaal een apotheose in een warenhuis in Rio. “Ik zwoer dat ik al die tijd geen traan zou laten”, zei de betreurde VDB.

Polle Pens. Zo luidde de ­bijnaam van Paul Vanden Boeynants. Omdat de christelijke politicus (PSC) op door hem georganiseerde pensenkermissen al eens gretig trakteerde op bloedworst. De pensen van de slagerszoon sloegen aan, want tot tweemaal toe schopte hij het tot premier van ons land (1966-68 en 1978-79). Al waren niet al zijn daden even christelijk geïn­spireerd. De flamboyante “VDB” was uiterst controversieel en na een veroordeling voor belastingontduiking een koele minnaar van Justitie. Steevast waren er verhalen over buiten de lijntjes kleuren.

En dus gonst het halfweg ­januari 1989 van de geruchten dat VDB gewoon het gerecht te slim af is geweest, wanneer hij plots van de aardbol ver­dwenen lijkt. Want sinds de 14de januari ’s avonds is hij nergens meer te bespeuren. Zijn laatste teken van leven? Het moment dat hij na het parkeren van zijn wagen naar het appartement trekt, de pijp in de mond.

“Later die avond sloeg zijn vrouw alarm”, zegt Jean-Marie Brabant, destijds hoofd van de BOB, de opsporingsbrigade van de rijkswacht. En als speurders die nacht VDB’s pijp in de ondergrondse garage terugvinden, naast één van zijn schoenen, zijn hoorapparaat én een injectienaald vreest men voor een ontvoering. “Alles wees op hevig ­verzet en een ontvoering na verdoving”, zegt openbaar aanklager Pierre Morlet.

Maar door wie? En heeft VDB niet gewoon alles in scène gezet? Dagenlang gonst het van de wildste complottheorieën. Dat hij begraven ligt in een waterput. Of gezien is op de vlucht met een blondine. Geen geruchten: de dreigbrieven die hij al maanden krijgt en de extra beveiliging die hij heeft gevraagd. “We wisten helemaal van niets en waren doodongerust”, zegt zoon Christian, die in het holst van de nacht meteen terugkeert van zakenreis.

Linkse en rechtse extremisten

Het waren de nadagen van de bloedige jaren 80, met aanslagen van de Bende van Nijvel en de CCC. In Italië was de toenmalige premier Aldo ­Moro vermoord teruggevonden, in Duitsland de leider van de werkgeversorganisatie. Het waren woelige tijden, met linkse en rechtse extremisten die net niet over elkaar struikelden.

Als op de redactie van de krant Le Soir een telefoontje binnenloopt van de Brigade Socialiste Revolutionnaire om de ontvoering van VDB op te eisen, wordt dat eerst weggelachen. “Dan ben ik de koningin van Engeland. Onnozelaar”, zegt de nachtwaker, die vervolgens de telefoon neergooit. Maar de briefjes op de redacties en op een politiekantoor blijven komen. Probleem: niemand in ons land heeft ooit gehoord van de Brigade Socialiste Revolutionnaire die de ontvoering opeist. Later zal ook blijken dat het geen revolutionairen waren, maar puur op geld beluste gangsters.

Favoriete tabak

Vier dagen na de ontvoering geeft zoon Christian een eerste emotionele persconferentie. Na zeventien dagen zonder nieuws volgt een tweede. De familie is ten einde raad. “Mijn moeder, mijn zuster en ik zijn zeer ongerust. We hebben geen enkel teken van ­leven. Nous sommes avec toi, papa. Er is niet het minste contact met de ontvoerders.”

Die zitten verscholen in een villa in de Franse badplaats Le Touquet en houden VDB koest met handboeien en groenten uit blik. Hij krijgt hun gezichten nooit te zien en leeft enkel met het idee dat hij zal vrijkomen als zijn familie 400 miljoen Belgische frank – 10 miljoen euro – op tafel legt.

“Het grootste deel om uit te delen aan de armen, de rest van de miljoenen voor ons”, klinkt het. VDB verklaart zijn vier ontvoerders zot en onderhandelt dagenlang over een lager bedrag. Hij wil verse groenten, zijn favoriete tabak en vooral: zijn vrijheid terug. In gedachten zit hij bij zijn ongeruste familie, die een bewijs krijgt dat VDB nog leeft: een foto met ongeschoren gezicht, naast een gedateerde krant.

Militaire kledij

In het grootste geheim wordt intussen de overhandiging van het losgeld besproken. “Dat gebeurde via een goede vriend van VDB, Jean Natan”, zegt Pierre Morlet.

Na enkele ontmoetingen met de speurders in een meubelzaak, trekt Natan met 63 miljoen Belgische frank naar ­Genève. Zelfs de Zwitsers weten van niets; het geld wordt zonder bloedvergieten overhandigd. VDB krijgt als beloning een pijp en tabak. En vooral: hij mag na dertig dagen doodsangsten uitstaan huiswaarts. Geblinddoekt dumpen zijn ontvoerders hem in de stationsbuurt van Doornik. De ontvoerders geven hem nog wat geld voor een taxi naar Brussel.

Zijn bevrijding is groot nieuws. De massaal toe­gestroomde pers moet een list bedenken – de aankoop van een welkomstboeketje – om hét beeld te schieten: VDB in kamerjas die aan het raam van zijn appartement verschijnt en even zwaait.

Een dag later spreekt VDB de wereld toe. In zijn gekende, theatrale stijl. Hij hoeft geen vragen en houdt een lange monoloog. “Ze waren zeker met drie. Vier? Waarschijnlijk. Vijf? Mogelijk. Ze dronken geen alcohol, waren altijd heel kalm en droegen militaire kledij. Als ik hen iets wilde zeggen, ging dat via briefpapier. Zelfde verhaal als ik naar het toilet moet. Dertig dagen heb ik tegen mezelf gevochten. En gezworen: VDB, gij zult niet creveren.”

Verraden door adressenboekje

Wie achter ’s lands meeste beruchte ontvoering zit? Geen hond die het weet. Twee weken na de ontvoering van VDB wordt een geldtransport in Groot-Bijgaarden overvallen. De raid is bloederig. Er valt een dode.

Alles wijst op de Bende rond Patrick Haemers. “We waren in die periode al lang met ­Haemers bezig”, vertelt toenmalig rijkswachtofficier Paul Van Thielen. Samen met collega-speurder Daniel Hautera onderscheppen ze een telefoongesprek van Bendelid Basri Basjrami naar diens vriendin over een geheime ontmoeting in Frankrijk. “We zijn dan meteen naar Metz ­gereden”, vertelt Hautera. “Het rendez-vous ging uiteindelijk niet door, maar tot onze verbazing konden we Basjrami arresteren in het station.”

Hij blijkt in het bezit van 200.000 Zwitserse frank. Een deel van het losgeld betaald voor de vrijlating van VDB, blijkt al snel. De val klapt dicht. Het adressenboekje van Basjrami doet de speurders naar een villa in Le Touquet afzakken, waar walkietalkies, bivakmutsen, een schrijfmachine en de ketting waaraan VDB dertig dagen geboeid lag, worden teruggevonden.

Bekentenis op tv

Het spoor naar het brein achter de ontvoering, Patrick Haemers, leidt in mei 1989 naar het Braziliaanse Rio de Janeiro. Haemers leidt er een luxeleven en voelt zich ongrijpbaar. Hij is al jaren een enigma. Paul Van Thielen ­beleeft er het moment van zijn carrière als hij ’s lands meest gezochte gangster kan klissen aan een telefooncel in een ­warenhuis.

Tv-kijkend Vlaanderen ziet op de nationale televisie hoe Haemers de ontvoering bekent en benadrukt dat het puur om het geld te doen was. Niet veel later wordt ook een ander bendelid, Philippe ­Lacroix, in Colombia uit de jungle geplukt. In 1995 verlaat VDB de nationale politiek. Zes jaar later, op zijn 81ste overlijdt hij na een hartoperatie.

Bron » Het Nieuwsblad