“Wie Bende van Nijvel onderzoekt, riskeert nog altijd zijn leven”

De Bende van Nijvel domineert opnieuw de actualiteit, en dat brengt ook herinneringen naar boven bij Ben Zuidema (80). De privé-detective buigt zich al twee jaar over de verdwijning van Elke Wevers uit Maaseik, maar in de jaren 80 werkte hij ook nauw samen met de Groep Diane. Dat was de elite-eenheid van de Rijkswacht, waarvan minstens één lid ook actief was bij de bende. “Wie deze zaak onderzoekt, riskeert nog steeds zijn leven.”

Ben Zuidema, die aan het hoofd staat van recherchebureau Zuidema & Vullers, kennen we vandaag vooral als de man die het dossier van de vermiste Elke Wevers nieuw leven inblies. Maar in de jaren 70 en 80 werkte hij nauw samen met de Belgische speurders bij het toenmalige Bureau D’Information Criminelle, een soort van geheime politie die criminele netwerken moest oprollen. Zuidema was actief als undercover agent, met als doel zware gangsters te lokken en te klissen.

Kende je de leden van Groep Diane persoonlijk?

“Nee, dat was puur professioneel. Mijn taak bestond erin criminelen te lokken. Ik infiltreerde in netwerken, maakte afspraken met hen en regelde nepdeals. Op voorhand namen we met de geheime politie én Groep Diane door wanneer en hoe laat alles zou plaatsvinden. Hun taak was om de criminelen in de boeien te slaan, ik moest ze enkel tot bij hen lokken. Groep Diane bestond uit toprijkswachters, uitgerust met de beste wapens en voertuigen.”

Mogelijk werkte je dus onbewust samen met rijkswachters die bij de Bende van Nijvel actief waren?

“Dat zou kunnen, maar ik kan me geen specifieke personen voor de geest halen. Wanneer we in actie schoten, waren die mannen trouwens altijd gemaskerd. Maar ik heb de zaak rond de Bende van Nijvel doorheen de jaren wel nauwgezet opgevolgd.”

Was je effectief betrokken bij het onderzoek naar de bende?

“Laten we zeggen dat ik in die periode informatie had via zeer kostbare tipgevers – een informant uit Grimbergen. Die informatie heb ik ook overgemaakt aan de bevoegde diensten, maar binnen de kortste keren was er al gelekt dat die informatie van mij kwam. Het systeem was toen al rot. We ontdekten in die periode een lading van veertig wapens, afkomstig uit de wapenfabriek FN Herstal, maar met vervalste serienummers. Niet veel later werd de directeur van dat bedrijf, Juan Mendez, vermoord teruggevonden. Hij bleek later zélf gelinkt te zijn aan criminele oud-rijkswachters.”

Krijg je geen zin om heel dat mysterie mee op te lossen?

“Ik blijf er zo ver mogelijk vandaan. Eerlijk: ik vertrouw na al die jaren niemand meer. Alle speurders en onderzoeksrechters die momenteel met dat dossier bezig zijn, spelen met vuur. Hetzelfde geldt voor advocaat Jef Vermassen, die toch mee de bal aan het rollen bracht in de pers. Die man riskeert momenteel zijn leven, hoor. Er zijn te veel politieke belangen mee gemoeid, en dat tot op het hoogste niveau – volgens mij zelfs vanuit de diamantsector. De moordenaars van de Bende van Nijvel waren niet meer dan een stelletje psychopaten die er op kickten om mensen dood te schieten. Maar daar zat wel een politieke beweegreden achter. In de jaren tachtig kreeg ik al te horen dat ‘ze’ – de Rijkswacht – nu hadden wat ze wilden. Ze waren eindelijk oppermachtig.”

Moeten speurders sneller van dossiers gehaald worden als alles jarenlang potdicht zit?

“Niet per se. Maar er wordt in België nog altijd te weinig samengewerkt. Er is ook te weinig controle op elkaar. Je hebt hier één gerechtelijke politie, maar eigenlijk zou er wel een onderscheid moeten zijn binnen zo’n korps. Als je concurrentie hebt, sta je scherper. Maar dan wel concurrenten die toch samenwerken. Voor de zaak van de Bende van Nijvel moet er vooral extra mankracht ingezet worden.”

Is de gerechtelijke politie in België vandaag te zwak?

“Neem nu het dossier van Elke Wevers. Als ze daar van meet af aan veel scherper in geweest waren, zouden er nooit zoveel fouten gemaakt zijn. Er is zelfs nooit geopperd om een profiler (een professional die een profiel van een dader kan opstellen, red.) op de zaak te zetten. Na mijn bezoek aan onderzoeksrechter Raskin in Tongeren, waar ik hem héél wat nieuwe informatie gaf na eigen onderzoek, werd er nooit meer contact met mij gezocht. Niet door de lokale, noch door de gerechtelijke politie. In de jaren tachtig werkte ik in onnoemelijk veel dossiers samen met Belgische speurders. Dat gaat blijkbaar niet meer. Terwijl we toch één doel delen: het klissen van daders.”

Bron » Het Laatste Nieuws

Spilfiguur in grote misdaadonderzoeken

Met het overlijden van Madani Bouhouche verdwijnt een figuur die regelmatig opdook in enkele van de grootste misdaadonderzoeken van de jaren tachtig. De 53-jarige Bouhouche werd ook meerdere keren gelinkt aan de Bende van Nijvel.

De ex-BOB’er en zijn oud-collega Robert Beijer moesten zich in 1994 en 1995 voor het hof van assisen verantwoorden voor een lange reeks van misdaden en delicten, gepleegd tussen 1981 en 1989. Na een proces van vijf maanden bleven bepaalde feiten waarvan ze werden verdacht, echter onopgehelderd.

Zo ook de moord op Juan Mendez, ingenieur bij wapenfabrikant FN, op 7 januari 1986 op de invalsweg Rosières langs de autoweg Brussel-Namen. De jury oordeelde dat Bouhouche niet schuldig was aan die moord, hoewel de beschuldigde bekend had enkele maanden eerder wapens te hebben gestolen bij de man thuis. Het hof van assisen sprak Bouhouche ook vrij van twee aanslagen op rijkswacht-majoor Herman Vernaillen en op een voertuig van de BOB, beide gepleegd in oktober 1981.

Wel werd hij schuldig bevonden aan heling van gestolen wapens in 1982 bij het Speciaal Interventie Escadron van de rijkswacht. Ook werd hij veroordeeld voor het verhuren van een reeks garageboxen en flats waarin wapens werden teruggevonden. Dat onderzoek werd parallel gevoerd met de moorden in Brabant. Bouchouche werd beschouwd als de leider van een criminele bende maar het hof slaagde er niet in de identiteit van deze bende te achterhalen, de leden te identificeren of de eventuele opdrachtgevers te ontmaskeren.

De jury vond Bouhouche voorts schuldig aan diefstal, met als verzwarende omstandigheid poging tot moord, in het ‘dossier Zwarts’, genoemd naar Francis Zwarts, de bewakingssagent van Sabena die in 1982, net als de lading goud en waardepapieren die hij vervoerde, spoorloos verdween.

Bouhouche werd ook schuldig bevonden aan doodslag op de Libanese diamantair Ali Suleiman en poging tot doodslag op diens broer, Ali Saïd, op 2 september 1989 in Antwerpen. Bouhouche ondernam die avond samen met Beijer een ‘expeditie’ in Antwerpen, maar het precieze doel van die uitstap bleef onduidelijk.
Robert Beijer werd voor het hof van assisen veroordeeld tot 14 jaar cel. De twee medebeschuldigden, Christian Amory en René Chang, werden vrijgesproken.

Madani Bouhouche werd in het arrest van 13 februari 1995 veroordeeld tot twintig jaar dwangarbeid. Het hof van assisen hield hierbij rekening met het verstrijken van de redelijke termijn waarin elke beschuldigde berecht moet worden. Bouhouche werd in september 2000 voorwaardelijk vrijgelaten. Hij leefde sindsdien een teruggetrokken bestaan in de buurt van Foix in Frankrijk.

De ex-BOB’er overleed een tiental dagen geleden na een banaal ongeval met een vallende boom tijdens het houthakken. Hij werd 53 jaar oud. Door zijn gerechtelijk verleden werd hij lange tijd in verband gebracht met het dossier rond de Bende van Nijvel, maar ondanks heel wat onderzoeken werd zijn betrokkenheid bij de bloedige overvallen van de Bende nooit aangetoond.

Het gerecht van Charleroi bevestigde maandag dat er een rogatoire commissie naar Frankrijk werd gestuurd, niet omdat er nieuwe elementen zijn opgedoken over de betrokkenheid van Bouhouche in het Bendedossier, maar om deze onderzoekspiste voorgoed af te sluiten.

Bron » De Tijd

Ex-BOB’er Robert Beijer aangehouden in Bangkok

De gewezen BOB’er Robert Beijer is vorige week aangehouden in Bangkok op vraag van de Belgische justitie. Volgens The Bangkok Post werd zijn uitlevering gevraagd op verdenking van moord, gewapende overval en illegale wapenhandel. Ex-BOB’er Beijer werd genoemd in een serie affaires van zwaar banditisme, onder meer de Bende van Nijvel.

Daarnaast komt zijn naam ook voor in de dossiers rond de moord op FN-wapenhandelaar Juan Mendez, de wapenroof bij het Speciaal Interventie Eskadron, de roofmoorden op de Antwerpse diamantair Suleiman Ahmad en Sabena-veiligheidsagent Francis Zwarts. Het is echter nog onduidelijk voor welke feiten België nu om de uitlevering van Beijer vraagt.

Bron » De standaard

Buslik uitgeleverd aan België

Jean-François Buslik, een gewezen kompaan van ex-rijkswachter Madani Bouhouche, is uitgeleverd door het Amerikaanse gerecht en vrijdag opgesloten in de gevangenis van Vorst. Dat heeft woordvoerder Jacques De Lentdecker van het parket-generaal in Brussel bevestigd. Het Brabantse assisenhof veroordeelde de man in 1995 bij verstek tot de doodstraf voor de roofmoord op Francis Zwarts, een veiligheidsagent van Sabena.

Buslik werd in maart 1999 op vraag van het Belgische gerecht aangehouden in North Palm Beach, Florida. Hij heeft intussen verzet aangetekend tegen een beschikking van de Kamer van inbeschuldiging die zijn aanhouding beval. Buslik kan ook in verzet gaan tegen zijn veroordeling waardoor hij opnieuw voor het assisenhof moet verschijnen.

Buslik werd voor het eerst in 1982 aangehouden voor een mislukte bomaanslag op een wagen van de Brusselse BOB datzelfde jaar. Het gerecht ging er van uit dat de man de radiogestuurde afstandsbediening van het springtuig had vervaardigd. Men was hem op het spoor gekomen nadat in het onderzoek naar de aanslag op rijkswachtofficier Herman Vernaillen in Hekelgem eind 1981, in een gestolen auto een stuk tape gevonden waarvan een ander eind ook was gebruikt om de bom onder de rijkswachtwagen te bevestigen.

Buslik werd weer opgepakt in 1986 na de aanhouding van Madani Bouhouche voor de moord op ingenieur van FN Juan Mendez. Buslik werd opgepakt toen hij een terreinwagen ophaalde die door Bouhouche was gebruikt. Toen het gerecht in 1988 een aantal wapenvoorraden van Bouchouche op het spoor was gekomen – ontdekking die leidde tot het latere assisenproces – vluchtte Buslik naar Florida. Hij kreeg er de Amerikaanse nationaliteit en verdiende de kost als privé-piloot.

Bron » De standaard

Het onderzoek van de laatste kans

Het Belgische gerecht sleept de Bende van Nijvel met zich mee als een blok aan het been. Ten minste 28 personen werden in de jaren 80 door blinde agressie om het leven gebracht. Waarom en door wie? Op deze vragen kon het gerecht tot op heden geen antwoorden formuleren. Plotseling blijkt het ophelderen van het mysterie van de Bende van Nijvel de prioriteit van het Belgische gerecht te zijn geworden. Minister van Justitie Stefaan de Clerck geeft de Bende-speurders alle middelen om hun zoektocht tot een goed einde te brengen. Lukt het deze keer? De kroniek van het onderzoek van de laatste kans.

Het Bende-verhaal start in het begin van de jaren 80. Tussen 1981 en 1983 wordt vooral in Waals-Brabant een reeks overvallen en diefstallen gepleegd. Daarbij vallen twaalf doden. Enkele overvallen eindigen in een slachtpartij. Zo de overval op wapenhandelaar Dekaise op in Waver, waarbij een politieman het leven laat, en de inbraak in het Colruyt-warenhuis in Nijvel waarbij de ‘inbrekers’ in ware commandostijl twee getuigen en een rijkswachter afmaken vooraleer de toegesnelde politiediensten onder vuur te nemen. De doders trekken ook één keer naar Temse waar zij de man van de huisbewaarster van de firma Wittock-Van Landeghem genadeloos neerschieten terwijl zij kogelwerende vesten stelen.

De Bende van Nijvel krijgt door deze zware aanslagen haar naam. Het is echter pas in 1985 dat de Bende haar echte dimensie zal krijgen. Bij aanslagen op de Delhaize-warenhuizen van Eigenbrakel en Overijse (september 1985) en Aalst (november 1985) vallen 16 doden. De Bende-doders treiteren bij deze aanslagen als het ware de politiediensten. De zwakke punten van het Belgische veiligheidsbestel worden door deze laatste reeks aanslagen op schrijnende wijze blootgelegd.

Toch zal het nog maanden duren vooraleer het gerecht het onomstotelijke bewijs vindt dat beide reeksen aanslagen met mekaar in verband kunnen gebracht worden. Op verzoek van de Dendermondse onderzoeksrechter Freddy Troch, die belast is met de moordende Bende-raids in Temse en Aalst, wordt in november 1986 in de zwaaikom van Ronquières gedoken naar mogelijk bewijsmateriaal. Een jaar nadat het gerecht van Nijvel een gelijkaardige zoektocht vruchteloos afsloot, vinden de duikers van Troch verschillende zakken. In die zakken zitten wapens en hulzen die gediend hebben bij de eerste reeks overvallen alsook de babysafe van de Delhaize van Aalst. Meteen bestaat er een materieel element dat het verband legt tussen beide reeksen overvallen, die van ’81-’83 en die van ’85.

Informatie-uitwisseling

Vanaf dat ogenblik is er een wederzijdse informatie-uitwisseling tussen de speurders van Freddy Troch en de speurders van onderzoeksrechter Jean-Claude Lacroix. Lacroix leidt in Charleroi het onderzoek naar de Bende-moorden nadat het Hof van Cassatie het onderzoek na procedurefouten uit handen nam van het gerecht van Nijvel. Beide mannen zitten op dezelfde golflengte en merken dat zij onafhankelijk van mekaar dezelfde sporen bewandelen. Zij beslissen dan ook om samen te werken.

Zo trekken zij in 1989 samen op rogatoire commissie naar de Verenigde Staten waar zij ex-rijkswachter Martial Lekeu aan de tand gaan voelen. Bij hun terugkeer vernemen zij dat zijn gewezen BOB-collega’s Madani Bouhouche en Robert Beijer betrokken zijn bij de moord op een Antwerpse diamantair, Ali Suleiman Ahmad. Het gaat om twee personen die zij in het kader van hun onderzoek ook aan de tand wilden voelen. Er worden plannen gesmeed voor een cel die beide speurdersploegen in Brussel samen zou brengen.

Zij willen daarbij ook de ploeg van rechter Luc Hennart uit Nijvel betrekken. Die onderzoekt het dossier van de vermoorde FN-ingenieur Juan Mendez, waar Bouhouche en Beijer de hoofdverdachten zijn. Maar de gezamenlijke speurdersploeg, die voor de drie rechters werkt, komt er nooit. Onderzoeksrechter Lacroix wordt in januari 1990 als raadsheer benoemd bij het hof van beroep van Bergen en Freddy Troch verliest in december 1990 zijn dossier na een beslissing van de kamer voor inbeschuldigingstelling (KI) van Gent. Aangezien de KI meende dat het om één groot dossier gaat, besliste de KI om alle dossiers in Charleroi onder te brengen.

Een eersteklas begrafenis van het Bende-onderzoek, luidt het in de perscommentaren nadat de beslissing van de overheveling van het dossier-Troch naar Charleroi bekend raakt. De wijze waarop het onderzoek door rechter Pierre Hennuy, de opvolger van Lacroix, gevoerd wordt, blijkt deze stelling te bevestigen. De speurdersploeg van Hennuy wordt stelselmatig afgebouwd en in 1995 heeft Hennuy nog vier voltijdse onderzoekers die zich in het Bende-dossier vastbijten. Toch laat de procureur-generaal van Bergen Georges Demanet het dossier niet los. ‘Zolang ik procureur-generaal ben, zal ik er alles aan doen om een antwoord te vinden op de vragen waarom en door wie de Bende-slachtoffers om het leven zijn gebracht’, zegt Demanet in juni 1995, enkele maanden voor de tiende verjaardag van de Bende-raids in Overijse, Eigenbrakel en Aalst.

Garageboxen

Begin 1995 veroordeelt het Brabantse assisenhof Madani Bouhouche en Robert Beijer voor hun aandeel in een reeks misdrijven die rechter Hennart aan het dossier-Mendez gekoppeld heeft. Twee speurders van de cel-Jumet, die het onderzoek naar de Bende van Nijvel voert, volgen alle zittingen van het proces-Mendez. Voor de moord op Mendez worden de beide voormalige rijkswachters door de assisenjury vrijgesproken.

Uit het onderzoek van Hennart blijkt dat Bouhouche en Beijer in de jaren 80 talrijke garageboxen en flats gehuurd hebben. De speurders van Hennart kunnen niet achterhalen waarvoor die gediend hebben. Zij leggen het verband met de Bende die opslagplaatsen voor wapens en voertuigen nodig had, maar de speurders mogen van rechter Hennart hun werkhypotheses niet onderzoeken. Hennart wil zijn dossier naar het assisenhof brengen en door het leggen van verbanden met de Bende van Nijvel dreigt zijn dossier op de lange baan geschoven te worden. Hij weigert dan ook elke inmenging.

Tweede Bende-commissie

De tiende verjaardag van de moordende Bende-raids in Overijse, Eigenbrakel en Aalst krijgt in de media heel wat weerklank. Parlementsleden willen weten waarom het dossier na tien jaar nog tot geen oplossing heeft geleid en de tweede Bende-commissie wordt op stapel gezet. De commissie wijdt ettelijke zittingen aan het probleem. Zij besluit dat Hennart zich bij de behandeling van zijn dossier aan de wettelijke rechtsregels heeft gehouden.

Toch blijft de wrange indruk leven dat een intense samenwerking het Bende-dossier in het begin van de jaren 90 heel wat verder vooruit had kunnen helpen. Het parket-generaal van Bergen beseft dit maar al te goed en vraagt in de eerste helft van de jaren 90 meermaals om een officiële kopie van het dossier-Mendez. Een vraag die pas na de uitspraak van het assisenhof in de zaak-Mendez ingewilligd wordt. Onmiddellijk wordt in Jumet gestart met een analyse van het lijvige Mendez-dossier.

Tegelijkertijd vormt procureur-generaal Demanet een steundienst die de Bende-speurders moet helpen. In die steundienst zitten speurders die de afgelopen jaren werkzaam waren bij de Staatsveiligheid, in de onderzoeken naar de bende-Haemers, de bende-De Staercke, het Brusselse milieu en de zaak-Mendez. Jean-Claude Lacroix, die intussen voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van Charleroi is geworden, is bereid om zich opnieuw op het onderzoek te werpen.

Hij wordt bijgestaan door een nieuwe onderzoeksrechter terwijl het parket-generaal bijna voltijds een advocaat-generaal aanwijst om het dossier op te volgen. De nieuwe ploeg wil alle sporen die nog niet volledig zijn uitgespit, doornemen. Daarbij laten zij zich voorlichten over de vorderingen die de wetenschap sinds de jaren 80 heeft gemaakt en beslissen zij een beroep te doen op DNA-analyses en verhoren onder hypnose. De resultaten van deze nieuwe speurtechnieken hebben de voorbije maanden geleid tot het verspreiden van robotfoto’s en het oproepen van mogelijke verdachten voor DNA-analyse.

Prioriteit

De nieuwe ploeg heeft eind december haar huiswerk gemaakt. Op basis van de bevindingen van de tweede Bende-commissie en op basis van hun eigen vaststellingen, maken Lacroix en zijn collega Raynal een lijst op van de sporen die zij nog moeten uitspitten. Hiervoor zijn ook extra middelen nodig. Begin januari krijgen minister van Justitie Stefaan de Clerck en het college van procureurs-generaal het lijstje van verzuchtingen van Lacroix en Raynal. In februari beslist het college samen met de minister dat het onderzoek naar de Bende van Nijvel een prioriteit wordt.

Lacroix krijgt in totaal een ploeg van meer dan 100 mensen toegewezen. In het verleden bestond de ploeg speurders uit nooit meer dan 25 tot 30 personen. Het DNA-analyseprogramma wordt opgestart. Nieuwe robotfoto’s zullen verspreid worden en talrijke onderzoeksdaden in binnen- en buitenland opgestart als het team definitief is samengesteld.

Of deze aanpak tot een doorbraak in het onderzoek zal leiden is maar de vraag. Het gerecht wil enkel alle oude sporen tot op het bot uitzoeken. Als het antwoord over de Bende van Nijvel in die sporen verborgen zit, zal het gerecht hier tegen het jaar 2000 klaarheid in kunnen scheppen. Zoniet zal het verhaal van de Bende van Nijvel het grootste trauma van het Belgische gerecht blijven.

Bron » De Tijd | Stephan Verheyden