Bende van Nijvel-special van podcast de volksjury vanaf donderdag online: “Van luisteraars kregen we te horen dat we hun vriendinnen in de lockdown zijn, dat doet echt deugd”

Luisteraars van de podcast de volksjury – met kleine letters – hebben komende donderdag met stip aangeduid in hun agenda. De eerste aflevering van hun langverwachte bende van Nijvel-special is dan te luisteren via de podcastkanalen. Op vier jaar tijd is “de uit de hand gelopen interesse in true-crime” van Laura Scheerlinck en Silke Vandenbroeck een van de grootste Vlaamse podcasts geworden. Elke aflevering bereiken ze meer dan 25.000 luisteraars waarvan een aanzienlijk deel uit Nederland.

In hun meer dan zestig afleveringen tellende podcastreeks brengen de twee VUB-vriendinnen een Belgisch of internationaal waargebeurd misdrijf onder de aandacht. Het gaat om heel uiteenlopende zaken als de parachutemoord (2006), de dood van het zesjarige Amerikaanse schoonheidskoninginnetje JonBénet Ramsay (1996) of de zaak-Jespers (1977).

Komende vier donderdagen staat de bende van Nijvel centraal. Bij hold-ups op warenhuizen en andere toegeschreven feiten vielen tussen 1982 en 1985 minstens 28 doden, wat de overvallenreeks de grootste na-oorlogse geweldsspiraal in ons land maakt. Zowel Silke (29) als Laura (28) waren toen nog niet geboren. De special dient vooral om jongere luisteraars vertrouwd te maken met de materie, die anno 2021 nog steeds brandend actueel is. Tot op heden is niemand gepakt, laat staan veroordeeld. We zaten samen voor een Zoom-interview.

Een special maken rond een enorm dossier als de bende van Nijvel, daar kruipt veel tijd in neem ik aan?

Silke: “We zijn er al twee maanden ‘vollen bak’ mee bezig. We hebben boeken gelezen en heel veel krantenartikels uitgespit. Maar je ziet soms door de bomen haast het bos niet meer. We moesten ons echt aan de basis houden, anders wordt het voor de luisteraars nogal gecompliceerd.”

Laura:”Bij mij was het soms nachtwerk. Ik heb het geluk dat ik in deze coronatijden nog een fulltime job heb. Terug van het werk sloot ik me telkens op mijn zolderkamer op en begon ik eraan. Dat werd soms laat, ja. Het leek wel alsof ik terug aan de unief zat en daags nadien examen moest doen (lacht).”

“In onze eerste aflevering focussen we onze op de feiten zelf, terwijl de tweede episode de verschillende onderzoekspistes en gewezen verdachten behandelt. We hebben ook al een derde aflevering ingeblikt waar we het onderzoek belichten vanaf de parlementaire onderzoekscommissie tot op de dag van vandaag. De vierde aflevering staat nog open. Die maken we met input van de luisteraars. Misschien hebben sommigen destijds een Golf GTI zien voorbijscheuren op de autosnelweg, of kennen ze de nabestaanden van een slachtoffer persoonlijk. We zijn ook benieuwd naar hun eigen theorieën over de zaak.”

Alle Bendefeiten bundelen in één aflevering, dan duurt die podcast al snel vier uur, of niet?

Silke: “De drie opgenomen afleveringen duren ofwel twee uur, iets langer of iets korter. Alle drie afleveringen hebben we op een dag aan een stuk ingeblikt. We waren helemaal kapot. Lang geleden dat ik zo lang aan een stuk heb liggen babbelen.”

Laura: “We zijn elkaars knuffelcontact. Samen opnemen moest wel”.

Op onlinefora zijn geïnteresseerden sinds jaren gepassioneerd bezig met de bende van Nijvel. Geen schrik dat ze jullie gaan betrappen op eventuele fouten?

Silke: “Zeker, maar we zijn geen experts in de zaak, dat zeggen we ook telkens in al onze podcasts. We hebben alleen ons best gedaan.”

Laura: “The happy few op het forum zullen zeker meer weten, maar ik denk dat we met onze special van meer dan zes uur een goeie start bieden voor de gemiddelde Belg of Nederlander. Veel van onze luisteraars zijn tieners, twintigers of dertigers. Zij hebben de jaren tachtig nooit meegemaakt. Stel dat er alsnog een doorbraak in het onderzoek volgt, dan zijn ze mee.”

Silke: “Echt alle onderzoekspistes en theorieën uitspitten, gaat gewoon niet. Da’s te uitgebreid. We hebben voorrang gegeven aan de belangrijkste.”

Wie naar de volksjury luistert, krijgt elke keer ook een aantal ‘losse flodders’ te horen, waar jullie het uitvoerig hebben over jullie dagelijkse leven in de lockdown. Zijn die er nu ook?

Laura: “We hebben die nu weten te beperken tot twee minuten (lacht)”.

Silke:”Ik skip soms ook de eerste 20 minuten van buitenlandse podcasts om meteen naar het verhaal te gaan. Kijk, je hebt voor- en tegenstanders. We krijgen in de lockdown reacties binnen van mensen die zich echt eenzaam voelen. ‘Laura en Silke zijn echt vriendinnen geworden’, kregen we al te horen, wat ons heel veel deugd doet. Het sterkt ons te weten dat de losse flodders echt bijdragen aan het creëren van een band met ons luisterpubliek. Het toont hoe ons leven is. We zijn niet gewoon twee stemmen die een verhaaltje komen aframmelen. Ook wij zitten er corona-gewijs soms door, of hebben de handen vol met een verhuis of een verbouwing.”

Ik ben benieuwd naar het resultaat. Hartelijk dank voor het gesprek.

De bende van Nijvel-special van de volksjury verschijnt elke donderdagvoormiddag via Spotify, Soundcloud, of Apple Podcasts. De volksjury is ook te vinden op Facebook en Instagram.

Bron » Het Laatste Nieuws

Journalisten blijven zich vragen stellen bij onderzoek naar Bende van Nijvel

Deze week was het 35 jaar geleden dat de Bende van Nijvel bij een overval op de Delhaize van Overijse vijf doden maakte. Bijna evenveel jaar volgen journalisten Dirk Barrez, Douglas Deconinck en Lennart Segers het dossier op. Ze blijven met veel vragen zitten over het onderzoek.

25 jaar geleden al maakte journalist Dirk Barrez een dubbele Panorama-uitzending over het onderzoek naar de bende. De druk bekeken uitzending legde duidelijk bloot dat het onderzoek slecht gevoerd werd.

Zoveel jaar later is er in zijn ogen weinig veranderd: “Toen was het wel heel duidelijk uit heel wat interviews in het programma: dit onderzoek is nooit goed gevoerd en eigenlijk de verkeerde baan op geleid. Een aantal onderzoekssporen is niet onderzocht. Eigenlijk kan je die Panorama gewoon opnieuw uitzenden. Veel zal je er niet moeten aan wijzigen. Alleen moet je nog sterker concluderen: dit onderzoek is nooit ernstig gevoerd, ook niet na die Panorama.”

Christiaan Bonkoffsky

Douglas De Coninck van De Morgen denkt dat het spoor rond Christiaan Bonkoffsky door het parket is verlaten. Christiaan Bonkoffsky uit Aalst zou op zijn sterfbed bekend hebben aan zijn broer dat hij betrokken was bij de bende: “Telkens als hij en zijn broer naar tv keken en het ging bijvoorbeeld over opgravingen naar de Bende van Nijvel zei hij steeds dat ze niets zouden vinden. Opmerkelijk. Ook het feit dat hij herkend is bij één van de aanslagen in 1985 en dat er iets opmerkelijks is aan zijn personeelsfiche ten tijde van de aanslagen van Overijse en Eigenbrakel zijn belangrijke aanwijzingen.”

Kennen speurders alle verhalen uit Overijse?

Journalist Lennart Segers was op het moment van de overval in Overijse amper 12 jaar oud. Hij woonde op enkele honderden meters van de Delhaize. De 14-jarige jongen die op de parking werd doodgeschoten was een kennis van hem. De bende is hem dan ook blijven fascineren.

En hij vraagt zich af of alle verhalen over de aanslag in Overijse wel bekend zijn bij de speurders: “In Overijse wordt niet luidop gepraat over de Bende, onder vier ogen wel en zo ben ik nog iets te weten gekomen. Er circuleren rond de Bende van Nijvel veel namen: Bouhouche, Beijer, Van Esbroeck, Vandenboeynants, Vandeuren, Latinus, Bultot, Bougerol … namen die in de jaren 80 veel in de media verschenen.”

Eén van die figuren is door een vrouw herkend in Overijse, niet op de avond zelf maar wel voordien en nadien. Die vrouw woonde in het centrum van Overijse, in een winkeltje in de buurt herkende ze één van die bekende namen. Hij was heel opvallend gekleed en hij reed met een erg opvallende auto. Die vrouw zag enkele dagen na de aanslag diezelfde auto op de parking van de Delhaize staan. Wat kwam die man daar doen? Sporen uitwissen?

Toen ze hem weer zag, durfde ze hem aanspreken en zei ze vrolijk “ik heb uw auto gezien aan de Delhaize.” Tot nu toe had hij altijd vriendelijk geknikt als hij haar zag, maar toen antwoordde hij meteen wel tien keer na elkaar “Ce n’ était pas moi”. Ik zeg niet dat die man het gedaan heeft, maar hij is ook gezien in een café in Aalst voor de aanslag daar. Met een alibi heeft hij dat ontkend. Maar ik vraag me gewoon af of alle verhalen uit Overijse wel bekend zijn bij de speurders.”

Bron » VRT Nieuws | Bart De Coster

Walter en zijn archief

Voor een keer een stuk dat niet over corona gaat. Historica Klaartje Schrijvers heeft een boek geschreven over een jeugdvriend van Geert Van Istendael, Walter De Bock. De meest gevreesde onderzoeksjournalist van België en omstreken, dixit Van Istendael.

Vandaag niets over keizerin Corona. Of toch. Eén gedachte. Het is onbegrijpelijk dat de grote meerderheid van de kinderen tot september niet meer naar school mag.

Sinds half maart zitten die kinderen nu al thuis. Reken even uit. Ze zullen in 2020 een half jaar lang niet naar school gaan. Niet mogen gaan. Ik vind dat schandalig. Je kunt de omvang van de schade bij de kinderen niet schatten. Ze beseffen het zelf beter dan volwassenen het vermoeden. Laatst zei een buurmeisje, ze zou nu in de derde of de vierde klas van de lagere school moeten zitten: school is niet stom. Als je een kleine zo ver krijgt, ben je bezig met kindermishandeling.

Maar nu, Corona: vade retro, donder op, déguerpis, vattene, vete, hau ab.

Wat volgt is een bericht over vorige eeuw. Nauwkeuriger, over een vorige eeuw binnen vorige eeuw, grotendeels toch. Over iets wat lezers jonger dan een jaar of veertig onmetelijk en onwezenlijk ver moet lijken. Het gaat over Koude Oorlog, communisme en anti-communisme, over een studentenopstand in mei 1966 (66, ja, dat leest u goed) en februari 1968 (februari, ook dat leest u goed), die een regering ten val bracht waarvan de ministers niet eens meer een vage herinnering oproepen. Charles Héger? August De Winter? Henri Maisse?

Historica Klaartje Schrijvers heeft een boek geschreven over een jeugdvriend van me. Vrees niet, ik ga niet zwelgen in nostalgie en vals sentiment. De jeugdvriend is als volwassen man uitgegroeid tot de meest gevreesde onderzoeksjournalist van België en omstreken. Het boek van Klaartje Schrijvers (EPO, 2020) heet terecht:

Het archief van Walter. De onderzoeksjournalist, de historica en de waarheid.

Schrijvers is De Bock gaan opzoeken toen ze aan een doctoraatsthesis geschiedenis werkte met een wel heel opmerkelijke titel: ‘l’Europe sera droite ou ne sera pas!’: de netwerking van een neo-aristocratische elite in de korte 20ste eeuw (Universiteit Gent, 2007). Ze ging naar hem toe omdat ze dacht dat De Bocks archief nuttig zou kunnen zijn voor haar eigen werk als historica. Terecht. De Bocks archief was in kringen van vakgenoten, politici en machthebbers in het algemeen legendarisch.

Nu geeft zij ons een verhaal over haar ontmoetingen met Walter De Bock (1946–2007). Bij het woord verhaal hoort een toelichting. Dit is géén fictie. Het is evenmin het verhaal. Dat zou aanmatigend zijn geweest.

Over archief en onderzoeksjournalist had ik het al. Maar het laatste woord van de titel is waarheid en ook dat staat daar niet zomaar. Walter De Bock heeft zijn hele beroepsleven als journalist in het teken gesteld van de waarheid. Voor hem viel de verdediging van de waarheid samen met de verdediging van de democratie.

Zonder waarheid geen democratie!

Walter begreep als geen ander dat de journalistiek die democratische waarden met hand en tand moest verdedigen. De manier waarop hij werkte en de tools die hij gebruikte om de waarheid aan het licht te brengen, stonden altijd in functie van een rotsvast geloof in die democratie. (blz. 101)

Ik kan dat beamen. In gesprekken met Walter hoorde je hem vaak vragen, is die en die wel een democraat? Of hij zei, ja, die daar, dat is een democraat. Ik heb dat nooit in verband gebracht met Walters onverdroten delven en spitten naar waarheid achter de uiterlijke schijn van politiek en macht. Wat hij uit diepe, verborgen lagen naar het daglicht van de waarheid omhoog rukte, stonk maar al te vaak naar antidemocratische pus.

Ook het boek van Schrijvers staat in het teken van de waarheid. Terecht wijst ze erop dat het postmoderne relativeren van waarheid uiteindelijk in de kaart speelt van rechts en extreemrechts. Dat je met waar en vals, met nep en echt, met eerlijkheid en boerenbedrog, cynisch kunt jongleren ten voordele van eigen macht en glorie, daaraan hadden de nijvere postmoderne wijsgeren niet meteen gedacht. Aan de mogelijkheid bijvoorbeeld van iemand als de postmoderne Amerikaanse president Troef.

Walter De Bock is niet oud geworden. Hij was net de zestig voorbij toen hij bezweek aan de gevolgen van zéér vroege Alzheimer. De ziekte had zich al jaren eerder laten voelen. Schrijvers vertelt in dit nieuwe boek zonder valse schaamte hoe Walters hersens gaandeweg aangetast raakten en dat is ongemeen beklemmend. Ze geeft ons geen abstracte uiteenzettingen. Het zijn tastbare episodes uit zijn steeds stroever verlopende dagelijkse leven.

Walter De Bock was begiftigd met een uitzonderlijk stel hersens. Voeg daar bijtende spot bij, zeker ook zelfspot, en een onverwachte vis comica. Hij had de gave om de saaiste gebeurtenissen zo te vertellen dat de toehoorders dubbel plooiden van het lachen. Maar zijn borende analyses waren allesbehalve onderhoudende lectuur. Zo geestig hij praatte, zo gortdroog schreef hij.

Het greep me naar de keel toen ik bij Schrijvers las hoe Walter lucide en woedend besefte dat zijn brein aan het aftakelen was. Zijn fenomenale redeneervermogen, zijn flitsende inzichten, zijn niets ontziende ratio, het was het enige bezit dat hij ten volle het zijne noemde. En net dat liet hem in de steek, op het toppunt van zijn kunnen, hij zag gebeuren en het maakte hem wanhopig.

Walter De Bock had een achterdochtig karakter en ook dat deelt Schrijvers mee. In zijn laatste jaren dacht hij dat hij vergiftigd was. Hij wantrouwde zelfs zijn eigen (Chinese) echtgenote.

Had hij trekken van paranoia?

We lopen elkaar tegen het lijf in Parijs, het zal 1988 zijn geweest. Totaal toeval. Ik zeg wat lacherig, met een bekakt accent, mais Walthère, mon cher, toi ici? Maar hij lacht niet. Spot niet. Geeft niet lik op stuk, iets waar hij anders onklopbaar in was. Hij fluistert me toe dat hij achtervolgd wordt. Door mannetjes van Dassault. Hij had net een boek uit over illegale wapenhandel, onder meer door de grote kapitalist Dassault.

Dassault heeft onmiddellijk bijna alle exemplaren van dat boek opgekocht. Had hij die methode afgekeken uit de DDR? Daar probeerde het leger onwelgevallige boeken weg te kopen. Alleen waren in Oost-Duitsland de burgers de soldaten meestal te snel af. Het boek van Walter De Bock en een Franse collega werd haast niet opgemerkt in de openbaarheid. Operatie Dassault dus geslaagd.

Ik vraag me toch af of je monumentaal opzoekingswerk zoals dat van Walter De Bock kunt verrichten zonder een stevige dosis paranoia. Wie een natuurlijk vertrouwen heeft in de mensheid kan, denk ik, nooit zo halsstarrig blijven en blijven graven naar de verborgen machinaties die zich aan het oog van de doorsnee waarnemer onttrekken. Walter had weinig natuurlijk vertrouwen in de mens. Zijn ingebakken wantrouwen was de drijfveer om tot grootse resultaten te komen.

Dat bracht met zich mee dat je bestendig de indruk kreeg, Walter, die weet hoe het écht in mekaar zit, die legt vroeg of laten geheime connecties en leidingen bloot, die hoeft zich niet bezig te houden met de beuzelarijen van de dagjespolitiek, die doorschouwt alles tot op de bodem. Walter had, ik kan het niet anders uitdrukken, iets wetends als hij je aankeek.

In onze puberjaren hebben we elkaar goed gekend. We woonden in dezelfde straat, maar we gingen niet naar dezelfde school. Walter had toen al een aura van ongenaakbaarheid, van een geheim weten.

We discussieerden, ook met andere jongens in onze straat, uitbundig tijdens onze apenjaren. Nou, discussieerden, we lulden natuurlijk een eind weg, bij voorkeur over Kunst en Maatschappelijk Engagement en zo, wij hoorden duidelijk de hoofdletters. Vier van ons zijn achteraf in het schrijven beland. Twee dichters, twee romanschrijvers, drie journalisten. Maar dat alles wel verdeeld over vier mensen.

Het is alsof het gisteren gebeurde.

Een zonnige middag. Heverlee, Kardinaal Mercierlaan, tussen het jachthuisje en het romaanse kerkje. Walter en ik hangen weer eens over ons fietsstuur. We staan tegenover elkaar. We voeren het allesomvattende, definitieve gesprek. Voor de xde keer. Walter zegt dat ik ijdelheid verkies boven ernst. Hij zegt het sierlijker. Walter zegt: Literatuur? Jij speelt je ijdele spel in de schoot van een verkochte vrouw. Alweer die sardonische glimlach, alweer die spot en die glans in zijn ogen. Hij gaat op de trappers staan en fietst weg, richting stad.

Richting onderzoeksjournalistiek. Zoals Walter is er tot op heden geen tweede onderzoeksjournalist gevonden in ons land, hoe onbetwistbaar knap zijn leerlingen ook zijn. Tenminste, dat denk ik, wijs me terecht als ik ongelijk heb.

Het archief dat Walter De Bock in de loop der jaren bij elkaar schraapte, soms uit de onwaarschijnlijkste hoeken en kanten, nam gigantische proporties aan en dat is nu eens geen overdrijving. Klaartje Schrijvers heeft haar boek terecht Het archief van Walter genoemd. Voor wie hem niet goed kende kon het soms lijken alsof Walter De Bock en zijn archief één en dezelfde persoon waren. Synoniemen. Dat gold zeker (en wie weet, geldt het nog steeds) voor allen die sidderden van angst als ze dachten aan de onsmakelijke revelaties die over hun duistere werken te vinden zou kunnen zijn in het archief van Walter.

Hoe belangrijk en omvangrijk zijn archief ook was, Walter De Bock was veel meer, spreekt vanzelf. Bijvoorbeeld een zeer erotisch persoon, zoals een van onze gemeenschappelijke vrienden het ooit uitdrukte. Hij hield van lekker eten en drinken. En van Bach. Een puber die op muziek van Bach naakt door de kamer danst, danst een verheven toekomst tegemoet.

Walter De Bock wilde dat zijn alle proporties tartende archief een veilig onderkomen zou vinden in de bibliotheek van de Katholieke Universiteit Leuven. Zo geschiedde. Ik heb me altijd afgevraagd, waarom juist daar? De universiteitsbibliotheek van Leuven is uitstekend, daar gaat het niet om, maar ik had veeleer gedacht aan de V.U.B. Ach, wie ben ik?

Walter was een vrijmetselaar – waarom??? –, lid van de Brusselse loge Branding, die aangesloten is bij het notoir antiklerikale Grootoosten van België. Vertrouwde hij de broeders niet helemaal, zie hierboven? Hij was al eens eerder met hen in aanvaring gekomen. Dat laatste kun je naslaan bij Klaartje Schrijvers.

Dus één conclusie: Lees dit door en door menselijke boek.

Bron: MO* | Geert Van Istendael

De paranoïde jaren van België

Walter De Bock bouwde een ongeëvenaard archief op over de verwevenheid van de economie met de politiek en de misdaad in België. Historica Klaartje Schrijvers zocht documentatie voor haar doctoraat, maar leerde vooral de zieke, maar nog immer geëngageerde journalist kennen.

De Leuvense universiteitsbibliotheek beheert een ongewoon archief.Journalist Walter De Bock (1946-2007) verzamelde een zeer uitgebreide, unieke documentatie over, in de breedste zin, de verwevenheid van economie en politiek, vooral in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw. De Bocks engagement stamde direct uit de studentenrevolte van de jaren 60 aan de Leuvense universiteit. Voor hem was de burgerlijke democratie een façade waarachter andere machten aan de touwtjes trokken, vaak van rechtse signatuur, vaak internationaal vertakt, die opereerden in discrete netwerken – ‘onder vrienden’, zoals De Bock vaak cynisch zei.

Hoe discreet ook, dat netwerk kwam geregeld in de publieke aandacht omdat het de bron van was tal van schandalen, van smeergeld bij legerbestellingen en het omkopen van politici of ambtenaren via grootschalige fraude en zwendel tot machinaties van inlichtingen- en politiediensten en plannen voor een militaire staatsgreep. In die tijd moesten politici hun verkiezingscampagnes nog zelf financieren, wat hen kwetsbaar maakte voor de verleiding van de zelfverrijking. Uiteindelijk konden ze zelfs de aandacht van de maffia trekken.

De vele affaires rond premier en Defensieminister Paul Vanden Boey­nants zijn een voorbeeld, maar het Agusta-schandaal toont dan weer aan dat het gesjoemel geen rechts monopolie was. Een hele generatie onderzoeksjournalisten had daar een ferme kluif aan, met voorop, naast De Bock, vooral in De Morgen, ook Frank De Moor in Knack en René Haquin in Le Soir, drie eigenzinnige karakters die relatief jong stierven. De eigenzinnigheid paste bij hun altijd delicate, soms gevaarlijke werk dat hen voerde in de schaduwwereld van geheime diensten, al dan niet betrouwbare informanten die al dan niet een eigen agenda hadden, spijtoptanten en klokkenluiders, tussenpersonen allerlei, tot criminelen toe.

Jongdementie

Het ontrafelen en blootleggen van die zowel in de onderwereld als in chique salons konkelende netwerken was voor De Bock behalve een professionele zorg ook een existentiële missie. Daarom bouwde hij zo hardnekkig aan zijn archief. Tot hij door jongdementie werd getroffen en zijn levenswerk trachtte te redden door het aan de KU Leuven toe te vertrouwen.

Bij die overdracht dook Klaartje Schrijvers op, die als historica aan de Gentse universiteit een doctoraal proefschrift maakte over een Europees, ook in België erg actief uiterst rechts netwerk. De lui erin rekenden zich tot de aristocratie en vonden in een obsessioneel anticommunisme de motivatie voor een reactionair politiek programma. Ze droomden van een nieuw Heilige Roomse Rijk: ultrakatholiek, antidemocratisch, tegen vakbonden, elitair en corporatistisch.

Schrijvers zocht informatie in het archief van De Bock en de zieke journalist gaf er haar graag toegang toe; ze kon zijn missie verderzetten. Daarover schreef Schrijvers Het archief van Walter, een curieus, erg hybride boek, dat elementen uit haar doctoraat combineert met een boeiend biografisch portret van De Bock. Wat hen bond, is wat Schrijvers ietwat idealistisch ‘de waarheid’ noemt, over dat extremistische gekonkel dus.

Hoewel het proefschrift de ultieme motivatie is in Schrijvers’ contact met De Bock, blijft dat in het boek in de achtergrond hangen. De academische context betekent niet veel voor Schrijvers. De promotor van het doctoraat blijft zelfs helemaal uit beeld. Dat proefschrift (2008) is nooit gepubliceerd, zelfs niet partieel, op die fragmenten in Het archief van Walter na.

Sfeer

Het boek moet het stellen zonder index, wat het lastig maakt om wegwijs te raken in die stoet van uiterst rechtse bad boys. Maar ook elke bronverwijzing of bibliografie ontbreekt. Dat schaadt de geloofwaardigheid. Waar bronnen ontbreken, komt al snel complotdenken in de plaats, waarbij ook elk toeval een bewijs van schuld kan worden. Scepsis en achterdocht zijn goed, maar historische kritiek is beter.

Schrijvers maakt nogal wat opvallende fouten, soms zeer banale, zoals over de rol van de Franse firma Dassault in het Agusta-schandaal. Ze loopt De Bock in zijn stellingen ook vrij kritiekloos achterna – hij maakte, hoe grondig hij zich ook documenteerde, ook fouten of liet zich manipuleren. En ze geeft Albert Raes, lange tijd chef van de Staatsveiligheid, opvallend veel krediet, ook al was hij lid van de paramilitaire organisatie Gladio, die zeker in Italië betrokken was in het extremistische web.

Wat dit boek apart maakt, ligt meer in de sfeer dan in het lang niet altijd betrouwbare, laat staan volledige feitenrelaas. Het roept een beeld op van een van paranoia doordrenkte tijd, met corruptie en collusies tot diep in de politiek en de staatsinstellingen. Het vereiste journalistiek veel ijver en ja, ook wat paranoia om daar zicht op te krijgen. Al zijn nog lang niet alle raadsels opgelost. Zoals: had Gladio echt niets te maken met de Bende van Nijvel? Of: ging het bij Paul Vanden Boeynants in 1989 echt om een ontvoering, of veeleer om een poging om zwart geld wit te wassen door het als losgeld te laten dienen, zoals De Bock opperde?

Bron » De Standaard | Marc Reynebeau

‘Het archief van Walter’, terugblik op een verleden dat zeer actueel is

Met ‘Het archief van Walter – De onderzoeksjournalist, de historica en de waarheid’ neemt historica Klaartje Schrijvers de lezers mee naar een universum dat in internettijden bijna prehistorisch klinkt. Toch is het allemaal niet zo lang geleden. Wat onderzoeksjournalist Walter De Bock tussen 1966 en 2002 presteerde was uniek. Zijn werk houdt belangrijke lessen in voor de journalisten (de echte) van de toekomst.

Klaartje Schrijvers stootte tijdens haar doctoraatsstudie over “hoe in de 20ste eeuw een welbepaalde elite achter de schermen van de politiek streefde naar een rechts Europa” op het archief van een zekere Walter De Bock. Deze journalist schreef van de jaren 1970 tot 2002 talrijke artikels en publiceerde boeken o.a. over de moord op PS-politicus André Cools, over de Bende van Nijvel en het Agustaschandaal, over betrokkenheid bij drugshandel van de Brusselse politie, maar vooral over extreemrechts, Vlaams en Franstalig. Hij publiceerde ook over minder bekende historische zaken van politieke en financiële corruptie, over het Belgisch aandeel in het VS-corruptieschandaal Iran-gate, over de ontvoering van Congolees politicus Moïse Tsjombé.

Schrijvers contacteerde hem en vond een verwarde mens, die door de eerste symptomen van vroege dementie zijn voornaamste werkinstrument aan het verliezen was, zijn geheugen, zijn enorme dossierkennis en uiteraard zijn archief, dat in pré-internettijden uitsluitend een papieren archief was. Hij begon zichzelf in dat archief te verliezen. Een paar jaar na hun eerste ontmoeting, op 20 november 2007, stierf Walter aan zijn ziekte. Hij werd amper 61 jaar.

Zij was vooral geïnteresseerd in de kennis die Walter De Bock had vergaard over de Belgische economische elite. “Zowel in het communisme als in het algemeen stemrecht zag deze elite zich geconfronteerd met de uitholling van zijn invloed en macht. De leden ervan deelden daarom ook een fundamenteel wantrouwen ten aanzien van de parlementaire democratie.”

Extreemrechts in hogere kringen

In Walters archief vond Schrijvers een overvloed van namen met een aantal gemeenschappelijke kenmerken, die hen van het hedendaagse extreemrechts onderscheiden. Zij hadden hun wortels niet in de collaboratie maar net in het verzet tegen de Duitse bezetter. Daar waren ze echter niet actief om in België de democratie te herstellen na de oorlog, integendeel. Zij waren overtuigde aanhangers van een sterke monarchie met politieke macht (en onder meer rabiate tegenstanders van gelijke rechten voor de vrouw, wat ze consequent toepasten, hun organisaties lieten geen vrouwelijke leden toe).

Schrijvers lost de toenemende beperking van Walter De Bock op met haar eigen onderzoek van zijn enorme archief. Daar vindt ze namen van personen en van organisaties, zoals de Académie Européenne de Sciences Politiques. Een vaste waarde in dat archief is het politiek-ideologische netwerk rond voormalig minister van Defensie (1972-1979) en eerste minister (1966-1968, 1978-1979) Paul Vanden Boeynants, beter bekend als VDB. Het lijkt al zo lang geleden, maar ooit was de partij van deze man oppermachtig in België. De huidige CdH is nu nog een schijntje van wat ooit de PSC was, de Franstalige tegenhanger van de CVP (nu CD&V).

De meedogenloze megalomanie van VDB merk je nog elke dag in het desolate landschap rond Brussel-Noord, waar hele volkswijken werden platgegooid voor zijn protserig ‘Manhattan‘. Zijn wolkenkrabbers raakten nooit verkocht en VDB plaatste er dan maar de ministeries in, die daarvoor hun eigen gebouwen leeg lieten staan. Zijn bevriende bouwpromotoren werden stinkend rijk …

Fysieke archieven

Walter De Bock blijkt tijdens zijn goede momenten een uitmuntende verteller, wat niet direct bleek uit zijn artikels en boeken. “Waarom Walter zijn onderzoek niet opschreef zoals hij het vertelde? Walter schreef inderdaad gortdroge artikels en eigenlijk vond hij het schrijven een verplichte corvee.” Voor hem was de publicatie slechts het noodzakelijke eindpunt. Waar het echt om ging was het onderzoek zelf, naar de waarheid achter de schijn, achter de persconferenties (die hij haatte en minachtte).

Walter daarover: “De media moeten ten dienste staan van de burgers en niet van de machthebbers. De democratie kan niet zonder integere journalisten die elke schatplichtigheid durven af te wijzen en die vanuit een meer democratische bewogenheid altijd kritisch blijven.” Actueler en kritischer over de huidige gang van zaken in de media kan niet. De Van Thillos van 2020 denken er anders over.

Klaartje Schrijvers bewondert, maar blijft kritisch. De Bock maakte immers ook fouten. Hij vergaloppeerde zich soms in zijn enthousiasme. De Bock gebruikt lekken, mispakt zich daar soms bij, maar is zich over het algemeen goed bewust van het gevaar van ‘gelekte informatie’. Wie heeft er baat bij dat dit lekt? Geheime documenten zijn soms meer revelerend door wat er niet in staat. Dit waren de hoogdagen van de Koude Oorlog, toen elke vorm van politieke dissidentie werd weggezet als pro-Sovjet-propaganda. De Bock was een man van links, maar was volkomen partijloos en erkende in zijn werk geen ideologische grenzen. Of corruptie van links of rechts kwam, het maakte hem niet uit. Alleen de waarheid telde.

Talrijke organisaties en individuen passeren de revue. Anticommunisme ging vlot samen met misprijzen voor algemeen stemrecht, voor apartheid in Zuid-Afrika en voor het zionisme in Israël. Het anticommunisme is na 1989 overgegaan in de haat voor de islam, het Midden-Oosten, “zeg maar de hele Arabische wereld”. Niets is echter zo eenvoudig. “Deze geschiedenis is zoveel complexer dan dat.”

Geld en macht

Uiteindelijk draait het allemaal om geld, en om macht. “Economische belangen doorkruisen onvermijdelijk de politieke idealen.” Niemand symboliseerde die dubbelzinnigheid beter dan VDB. Als politicus was hij een rabiaat anticommunist en Sovjethater. Het belette hem niet om van zijn status als minister van Defensie lucratieve deals te sluiten voor zijn vleesbedrijf in Bulgarije en andere communistische dictaturen.

Zijn Centre Politique des Indépendants en Cadres Chrétiens (CEPIC) zag “een feodale maatschappelijke ordening als ideaal. Men moest leven in overeenstemming met de orde waarin men geboren was: de orde van de heren, die van de lijfeigenen en die van de ambachten. Er bestond geen enkele mogelijkheid om van de ene stand naar de andere over te gaan”. VDB zou zich goed hebben verstaan met Steve Bannon …

In 1997 was zijn rijk grotendeels voorbij. In een interview werd hij geconfronteerd met het extreemrechtse karakter van CEPIC, zoals De Bock dat had aangetoond. Zijn repliek is tijdloos: “Als ge iedereen extreemrechts noemt die in de tijd van de oprichting van het CEPIC vond dat er teveel belastingen werden betaald en dat er teveel ambtenaren waren, dan was 80 procent van de bevolking extreemrechts.” Extreemrechts én neoliberaal, een Siamese tweeling.

Politiek en bedrijfsleven

“Net dat was Walters credo, namelijk dat politiek en bedrijfsleven onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.” Kan zo vandaag opnieuw geschreven worden. De Bock deed wat de overheidsdiensten, de Staatsveiligheid op kop, niet deden, de corruptie en het machtsmisbruik in de kringen van de machthebbers onderzoeken en vervolgen. De archieven van de Staatsveiligheid puilen uit van informatie over elke vorm van communistische actie, echte maar vooral vermeende. Wat daarentegen volledig ontbreekt, is enig onderzoek naar anticommunistische actie.

“Nochtans is het anticommunisme in België verantwoordelijk voor enkele van de meest ingrijpende en spannendste bladzijden uit de Belgische geschiedenis. De afwezigheid van sporen daarvan is op zijn zachtst gezegd opmerkelijk.” Zo zijn de politieke moorden op Julien Lahaut in 1950 en de moord op Patrice Lumumba in 1961 nog altijd gehuld in mysterie.

Censuur heeft vele vormen

Zeer leerrijk zijn Schrijvers’ observaties over vormen van censuur. “Een veel voorkomende manier is de zwarte doorhaling zodat de tekst onleesbaar is … Een andere manier is het document botweg vervalsen … Ook het uitvinden van documenten is een vorm van censuur.” Vervang papieren documenten door websites op het internet en het klopt nog steeds. “Je kunt ook helemaal niets archiveren over een bepaalde groep of over een bepaalde gebeurtenis en zo … de indruk wekken dat die groep nooit bestaan heeft en dat die gebeurtenis nooit heeft plaatsgevonden.”

Schrijvers ondervindt tijdens haar opzoekingswerk zelf de vooroordelen die De Bock moest trotseren. “De verbetenheid waarmee het archief van Walter in vraag werd gesteld, was opmerkelijk.”

Er staat nog veel meer in dit boek, over de Bende van Nijvel bijvoorbeeld, over Walters onderzoek naar louche wapendeals met buitenlandse regimes, steun aan de apartheid in Zuid-Afrika. Soms is het wat anekdotisch, voor de jongere lezers had er misschien wat meer historische context bij gemogen, maar al bij al is dit een fascinerend boek, over een journalist en een tijd die voorbij lijkt, maar in feite actueler dan ooit is.

Schrijvers neemt de lezers verder nog mee naar haar eigen onderzoek, naar de archieven van de CIA in de VS en neemt afscheid van Walter. Zijn laatste dossier was de corruptiezaak van Tractebel voor exploitatie van gaspijplijnen in Kazachstan. “Gigantische sommen zwart geld die aan de Belgische fiscus werden onttrokken. Het duurde nog tot in 2017 voor de zaak effectief werd afgehandeld.” Tien jaar na zijn overlijden. ‘Het archief van Walter – De onderzoeksjournalist, de historica en de waarheid‘ is een waardig eerbetoon aan een echte journalist. Verplichte literatuur, niet alleen voor journalisten-in-spe maar voor iedereen.

Klaartje Schrijvers. Het archief van Walter – De onderzoeksjournalist, de historica en de waarheid. EPO, Antwerpen 2020. ISBN 9789462672017

Bron » De Wereld Morgen | Lode Vanoost