Staatsgeheimen beetje minder geheim: een blik in de archieven van Staatsveiligheid

De archieven van Staatsveiligheid zijn sinds begin dit jaar (gedeeltelijk) toegankelijk voor het publiek. Een aantal oude dossiers zijn gedeclassificeerd. Deze openheid is het gevolg van een wetsvoorstel van Stefaan Van Hecke (Groen) dat nu concreet wordt uitgevoerd. Het Rijksarchief ontving de eerste 400.000 stukken.

In principe wordt informatie die ouder is dan 100 jaar zonder meer vrijgegeven. Vertrouwelijke informatie die jonger is dan 100 jaar, wordt afhankelijk van haar gevoeligheid vrijgegeven na 20 jaar (voor vertrouwelijke documenten), 30 jaar (voor geheime documenten) of 50 jaar (voor zeer geheime documenten). Vertrouwelijk, geheim en zeer geheim zijn de 3 niveaus waarmee documenten een stempel kunnen krijgen.

Die stempel werd overigens erg gemakkelijk gegeven destijds. En dat heeft onder andere tot gevolg dat nu elk document zin per zin nagelezen werd door een select aantal mensen binnen de inlichtingendiensten om te zien of de informatie al dan niet kon vrijgegeven worden. Een monnikenwerk.

In een eerste rapport spreken beide inlichtingendiensten hierover in termen van “een immense operatie die veel tijd, energie en middelen vergde.”

Eind vorig jaar werden de eerste 480 dozen daadwerkelijk overgedragen. Daarin zitten naar schatting 400.000 stukken van de “Sûreté Congolaise”, de Belgische inlichtingendienst die werkte in de voormalige kolonie Congo.

Na onderzoek van alle documenten kon in eerste instantie 85 tot 90 procent van de archieven gedeclassificeerd en overgedragen worden naar het Rijksarchief. Na een tweede evaluatie werd nagenoeg het volledige archieffonds van de “Sûreté Congolaise” vrijgegeven. Slechts 34 archiefdozen, zo’n 7 procent, blijven geclassificeerd.

In de loop van dit jaar worden wellicht nog tal van andere dossiers vrijgegeven. Op het goedgekeurde lijstje staan o.a. de dossiers over Ruanda-(B)Urundi, het anticommunisme, “incivieken” (collaborateurs) en Vietnam.

Erg interessant is ook het archief van André Moyen. Moyen was een Belgisch verzetsman die ook een Belgische private inlichtingendienst met een sterke anticommunistische inslag leidde. Deze was ook in Congo actief. Moyen wordt in historisch onderzoek gelinkt aan de moord op Julien Lahaut, het communistische parlementslid dat de eedaflegging van Koning Boudewijn verstoorde.

Overigens wordt dit jaar ook nog het dossier over de Koningskwestie overgedragen aan het Rijksarchief.

De inlichtingendiensten zijn verplicht jaarlijks aan het parlement te rapporteren over de voortgang van de declassificatie van de documenten. Als men beslist iets niet vrij te geven, moet dat met argumenten onderbouwd worden. Verschillende controleorganen zoals bijvoorbeeld het Comité I (dat de inlichtingendiensten controleert) zien hierop toe.

Een argument kan bijvoorbeeld zijn dat de bron van de informatie nog steeds moet beschermd worden of dat de toegepaste techniek in een oud dossier vandaag nog steeds toegepast wordt. In de wereld van de inlichtingendiensten geldt er ook de zeer krachtige regel van de derde dienst. Die regel bepaalt dat informatie die van een andere inlichtingendienst komt, niet mag doorgegeven worden aan andere diensten.

Een democratie gedijt niet in een klimaat waar er geheimen blijven bestaan
De vrijgegeven informatie wordt overgedragen aan het Rijksarchief. Zij staan in voor de verwerking en behoorlijke archivering van alle informatie en ook voor het publiek toegankelijk maken. De wet heeft vooral betrekking op de twee inlichtingendiensten (burgerlijk en militair) maar geldt in principe voor alle federale overheidsdiensten.

Zowel de Staatsveiligheid als de militaire inlichtingendienst (ADIV) staan principieel achter het idee. “Een democratie gedijt niet in een klimaat waar er geheimen blijven bestaan of vermoedens zijn dat er geheimen blijven bestaan. De democratie wordt het best gediend door openheid,” zo staat te lezen in het eerste rapport.

“Bovendien is het voor de diensten zelf ook belangrijk dat ze niet gezien worden als geheime organisaties die essentiële informatie afschermen van het brede publiek, maar net als aanbrengers van inlichtingen die het beleid schragen en ondersteunen in het versterken van onze democratie.”

Stefaan Van Hecke (Groen) is in elk geval erg gelukkig met de gang van zaken. Het duidt volgens hem op een nieuwe mentaliteit bij de inlichtingendiensten. Het geheim wordt niet langer gecultiveerd, integendeel, men tracht binnen de grenzen van wat kan transparant te werken.

Maar hij ziet ook praktisch nut. “We krijgen nu eindelijk toegang tot wat ongetwijfeld een enorme interessante bron aan informatie wordt voor historici, journalisten, wetenschappers en al wie geïnteresseerd is in onze vaderlandse geschiedenis.”

Bron » VRT Nieuws | Dirk Leestmans

Belgische contraspionage tijdens Koude Oorlog: “Als de Russen konden destabiliseren, deden ze het”

In “Contraspion”, een nieuwe podcast van VRT NWS, spreken vier oudgedienden van de Belgische Staatsveiligheid over spionage en contraspionage tijdens de Koude Oorlog. Spionage lijkt met de oorlog in Oekraïne en de zaak-Creyelman terug van misschien wel nooit weggeweest. “We moeten niet te naïef zijn,” getuigt een van de ex-contraspionnen. Die waarschuwing is brandend actueel.

“Spionage en contraspionage is eigenlijk wandelen in een labyrint dat zich bevindt in een labyrint dat zich bevindt in een labyrint”, zo zegt een oudgediende van de inlichtingendienst. In “Contraspion”, de nieuwe podcast van VRT NWS, vertelt hij samen met drie anderen over zijn tijd als contraspion bij de Staatsveiligheid, de Belgische geheime dienst, tijdens de Koude Oorlog.


Wat is de Koude Oorlog?

Na de Tweede Wereldoorlog ontstonden er twee ideologische blokken: het kapitalistische westen, geleid door de Verenigde Staten, versus het communistische oosten, geleid door de Sovjet-Unie. Die twee blokken werden van elkaar afgescheiden door het IJzeren Gordijn, een ideologische lijn die dwars door Europa liep. De strijd tussen de twee kampen werd vooral door middel van propaganda en een wapenwedloop gevoerd.

De VS en de Sovjet-Unie kwamen tijdens de Koude Oorlog nooit rechtstreeks in een militair conflict tegenover elkaar te staan. Daarom spreekt men vaak van gewapende vrede. Wel probeerden de twee grootmachten hun plaats op het wereldtoneel te bemachtigen door hun ideologische gelijke te steunen in andere oorlogen. Denk aan de Koreaanse Oorlog (1950-1953) of de Vietnamoorlog (1955-1975). De Koude Oorlog kwam tot een einde in 1991 met de val van de Sovjet-Unie.


Als contraspion in volle Koude Oorlog hield hij vooral de Russische inlichtingendienst KGB in het oog. “De Sovjet-Unie was dé vijand”, zo zegt hij, “en onze werking was op hen gericht”. Het is een job die tot de verbeelding spreekt. “Ik denk dat de realiteit de fictie zelfs overtreft”, zo zegt iemand. “Je kan het beschouwen als een spel. Noem het een schaakspel. How to catch? Maar vergis je niet: de inzet was en is nog steeds hoog: vrijheid versus dictatuur.”

Een collega van hem maakt in dit verband liever de vergelijking met het gezelschapsspel Stratego. “Er zitten spionnen aan beide kanten. En allebei hebben ze hetzelfde doel: de ander uitschakelen.” En met een zeker gevoel voor understatement voegt hij er droogjes aan toe: “Het is dus wel belangrijk het spel perfect te beheersen.” “Met hun overlopers of met hun verraders,” zo getuigt een ander, “gingen zij draconisch te werk”. “Dat eindigde soms met een nekschot.”

En dat spel is in wezen 50 jaar later niets veranderd, zo zeggen de vier gesprekspartners haast unisono. “Vandaag is inlichtingenwerk even belangrijk of zelfs nog belangrijker dan een paar decennia geleden.” Zij kijken daarbij naar het conflict in Oekraïne en benadrukken dat president Poetin in het verleden nog bij de Russische inlichtingendienst KGB werkte. “Hij wil Rusland weer groot en machtig maken.” Een ander contraspion voegt eraan toe: “De geschiedenis herhaalt zich niet, ze heeft eigenlijk nooit opgehouden.” Een derde zegt: “Ik hoop dat het blijft bij een Koude Oorlog en dat het niet warmer gaat worden”.

Actuele spionagedreiging in België

Met het conflict in Oekraïne lijkt de Koude Oorlog weer helemaal terug. De dreiging van spionage en inmenging van Rusland, maar ook van andere buitenlandse grootmachten, houdt de inlichtingendiensten nog steeds erg bezig. De affaire Frank Creyelman, de Vlaams Belang-mandataris die voor China spioneerde, bewijst dat nog eens.

Het blijkt ook uit het jongste jaarrapport van het Comité I. Dat comité controleert zowel de Staatsveiligheid, de burgerlijke inlichtingendienst, als de militaire inlichtingendienst (de zogenoemde Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid of kortweg ADIV). Beide diensten kunnen gebruikmaken van Bijzondere Inlichtingenmethoden (BIM).

Onder die methoden valt bijvoorbeeld het doorzoeken van kantoren of privéwoningen, het hacken van informaticasystemen of het oprichten van een dekmantelfirma met de bedoeling informatie te verzamelen.

Groter dan terrorisme

Als de inzet van Bijzondere Inlichtingenmethoden een graadmeter is voor de bedreigingen die men ziet voor ons land, dan staat “spionage” op de eerste plaats. Vorig jaar werd in totaal – door beide inlichtingendiensten dus – 2.472 keer gewerkt met een BIM. In 921 gevallen ging het om spionagedossiers. Anno 2022 wordt die bedreiging, op basis van dit gegeven, dus als groter beschouwd dan terrorisme, waar 715 dossiers geteld zijn.

Maar de BIM-cijfers zeggen ook niet alles en bovendien worden deze cijfers deels verklaard door het toegenomen aantal werknemers bij de Staatsveiligheid. De dienst kreeg er na de aanslagen in Brussel een pak mensen bij. Tegen volgend jaar zou de dienst meer dan 1.000 werknemers hebben. In 2021 telde de dienst zo’n 580 werknemers. Op een paar jaar is de capaciteit dus verdubbeld. Logisch dat meer mensen ook leidt tot meer onderzoeken.

De vier contraspionnen die in de podcast aan het woord komen, betreuren overigens de afbouw van de inlichtingendienst na de val van de Berlijnse muur in 1989. Zij beschouwen een inlichtingendienst als een onmisbaar onderdeel van landsverdediging, als een bescherming van de democratische instellingen. “De Koude Oorlog was niet alleen maar een oorlog van de inlichtingendiensten, van spionnen en contraspionnen. Het waren hele groepen van landen die tegenover elkaar stonden. Het was dus een oorlog van het hele staatsapparaat.” Maar zo voegt iemand er snel aan toe: “Niet vergeten: intelligence is the first line of defence (inlichtingen zijn de eerste verdedigingslinie red.).”

Inlichtingendiensten, zo wordt wel eens gezegd, vormen “de achterkant” van internationale betrekkingen. Hoe beter de informatiepositie van een land, hoe makkelijker ook beslissingen beïnvloed kunnen worden.

De Nederlandse krant NRC onthulde een paar jaar geleden een mooi historisch voorbeeld daarvan. Bij de Wereldtentoonstelling in Brussel in 1958, liet de Amerikaanse inlichtingendienst CIA op grote schaal vertalingen drukken van de roman Dokter Zjivago van de Russische auteur Boris Pasternak. Dat boek was destijds verboden in de Sovjet-Unie omdat het anti-communistisch zou zijn. Het was de bedoeling van de CIA om het boek uit te delen aan de Russische bezoekers van de Expo om zo zaadjes van twijfel te zaaien in de hoofden van de Russen en zo het anticommunisme te voeden.

Chantage

De vier contraspionnen vertellen in de podcast dat ze destijds veel belangstelling hadden voor de Leipzigger Messe. Daar, in de toenmalige Oost-Duitse stad, vonden in de jaren 70 en 80 vaak grote handelsbeurzen plaats. “Het was dé plaats waar de Oost-Duitse inlichtingendiensten trachtten West-Europeanen te rekruteren. Daarvoor werden vrouwen ingezet. Zij verleidden mannen en brachten hen in compromitterende situaties waarmee ze dan later gechanteerd konden worden.” Het spel van inlichtingendiensten, om dat woord nog even te gebruiken, werd soms ook onder de gordel gespeeld.

Extreemrechts

De vier gesprekspartners vertellen in de podcast over hun werk tijdens de Koude Oorlog. Vooral de technologische evolutie maakt dat inlichtingendiensten tegenwoordig ook andere methodes hanteren. Spionage en inmenging, in de praktijk is het verschil niet altijd even duidelijk, verloopt nu natuurlijk anders dan toen al blijft het doel hetzelfde.

Een contraspion van de Staatsveiligheid formuleert het zo: “Stalin zei het al. Lieg, lieg, lieg. Lieg er op los. Uiteindelijk wordt dat de waarheid”. “Als de Russen konden destabiliseren, deden ze het”, zo zegt een ander. Veertig jaar later is het niet anders.

In het najaar van 2022 verscheen in de pers dat Rusland sinds 2014 heimelijk al meer dan 300 miljoen dollar zou uitgegeven hebben om invloed uit te oefenen op politici in meer dan 24 landen.

De Amerikaanse inlichtingendiensten gaan ervan uit dat het Kremlin westerse democratieën wil verzwakken en tegelijk politieke bewegingen die geacht worden “op één lijn te staan” met de Russische belangen, te versterken. In het document wordt geschreven dat Brussel de draaischijf zou zijn voor stichtingen of andere organisaties die extreemrechts zouden steunen.

De Belgische inlichtingendiensten zijn zich goed bewust van deze dreiging. De Europese en Belgische verkiezingen van mei 2019 werden net daarom grondig gescreend. De conclusie toen was dat er geen sporen van grootschalige activiteiten van inmenging werden gevonden. Dat, zo staat te lezen, zou te maken kunnen hebben met het feit dat de middelen van Rusland nu ook weer niet oneindig zijn.

Inmenging neemt toe

De Staatsveiligheid laat weten dat de inmenging van Rusland moeilijk te kwantificeren is, maar dat ze wel zien dat de inmenging toeneemt. Anderzijds stelden ze vast dat sinds de Russische inval in Oekraïne een aantal mensen die geen probleem zagen in hun banden met Rusland nu toch niet langer geassocieerd willen worden met Rusland.

Volgens hen gebeurt inmenging ook niet altijd door de Russische inlichtingendiensten, maar vaak ook door andere organisaties en individuen, zoals de Russisch-Orthodoxe Kerk, Russische ngo’s, studenten, oligarchen of leden van de Doema (het Russische parlement) die op eigen initiatief handelen om dichter bij de Russische president Poetin te komen.

Staatsveiligheid reageert hierop met wat zij noemen een “verstoringsstrategie”. Daarmee proberen ze zoveel mogelijk sleutelfiguren in onze samenleving, zoals politieke partijen of de bedrijfswereld, te sensibiliseren voor dit risico. Daarom werd in mei van dit jaar de dienst met zogenoemde Front Offices gestart waarmee ze een betere wederzijdse informatie-uitwisseling hopen uit te bouwen met de universiteiten en de bedrijfswereld.

Uitwijzingen

In 2022 werden liefst 21 Russische spionnen geïdentificeerd en persona non grata verklaard. Bovendien werden nog eens 19 Russische inlichtingenofficieren uit de Europese instellingen uitgewezen. Om te vermijden dat de ene onmiddellijk vervangen zou worden door de andere, besloot het ministerie van Buitenlandse Zaken om de bezetting van de Russische ambassade meteen ook met 21 eenheden te verminderen.

“Door de uitwijzing kreeg de slagkracht van de Russische inlichtingendiensten in België alvast een zware klap”, zo staat te lezen in het rapport. Als politiek signaal aan Moskou kan het tellen, maar de klap is natuurlijk onvoldoende om het werk van de Russische spionnen een halt toe te roepen.

Voldoende middelen

Het Comité I vroeg in 2022 om na te gaan of de Belgische inlichtingendiensten over voldoende middelen beschikken om de dreiging van inmenging door buitenlandse grootmachten via de financiering van politieke partijen, politieke instellingen of politieke figuren in België op te sporen. Wat het antwoord is, is niet publiek bekend.

Maar de Staatsveiligheid zegt wel dat ze hier een sterke informatiepositie heeft en, gegeven de dreiging, er veel mensen en middelen op inzet. De Koude Oorlog lijkt terug van misschien wel nooit weggeweest. Een van de getuigen in de podcast houdt het historisch perspectief nog veel breder. “De Romeinen zeiden het al: si vis pacem, para bellum. Als je vrede wil, bereid je dan voor op oorlog.”

Minister van Justitie Paul Van Tigchelt (Open VLD) kondigde al aan versneld werk te zullen maken van nieuwe wetgeving over spionage en inmenging. Door de recente onthullingen over de Chinese spionagezaak, is de kwestie weer brandend actueel.

De Brusselse procureur-generaal Johan Delmulle pleit al veel langer voor een aan de tijd aangepast wetgeving. Hij berekende een paar jaar geleden dat in ons land zo’n 65.000 mensen een of ander diplomatiek of consulair statuut hebben. Vanzelfsprekend zijn dat niet allemaal spionnen, maar het statuut is niet alleen een perfecte dekmantel, het zorgt ook voor enige immuniteit, zoveel is wel duidelijk.

“Hij die met een vreemde mogendheid of met enige persoon die in het belang van een vreemde mogendheid handelt, kuiperijen pleegt of in verstandhouding treedt…” In die termen wordt gesproken in wetgeving die dateert uit de eerste heft van vorige eeuw. Het woordgebruik alleen al maakt duidelijk dat de wet enigszins achterhaald is. Al is in kringen van inlichtingendiensten te horen dat er eigenlijk niets nieuws onder de zon is.

Dat we niet naïef moeten zijn, weten ze daar al veel langer. Eigenlijk al zo lang ze bestaan. Grappend wordt wel eens gezegd dat spionage het op één na oudste beroep ter wereld is. “En misschien hebben we het wel samen uitgeoefend”, zegt een van de oudgedienden.

De vier afleveringen van de podcast “Contraspion” kan je hier beluisteren » https://www.vrt.be/vrtmax/podcasts/vrt-nws/c/contraspion/

Bron » VRT Nieuws | Inass Mouhamou, Dirk Leestmans

Informanten Staats­veiligheid mogen misdrijven plegen

Geld storten aan een jihadi of deelnemen aan een verboden manifestatie: binnenkort zullen bronnen van de inlichtingendiensten de wet mogen overtreden om het vertrouwen van hun doelwit te behouden. De spionnen zelf zullen mogen infiltreren.

Wegens de toegenomen terreurdreiging van de voorbije jaren is in de wet de omschrijving van wat terrorisme is en vooral wat het betekent steun te geven aan terroristische groeperingen, fors uitgebreid. Allerlei hand- en spandiensten zijn expliciet strafbaar geworden. Voor de bronnen die de Staatsveiligheid en militaire inlichtingendienst Adiv in extremistische kringen hebben, is dat een probleem. Een bron moet nu vaak stoppen net op het moment dat ze belangrijke informatie naar boven zou kunnen halen. Zo is geld storten op de rekening van een potentiële terrorist om op die manier diens rekeningnummer te achterhalen bijvoorbeeld strafbaar.

Een hele reeks nieuwe regels voor de inlichtingendiensten maakt het voortaan mogelijk voor die bronnen om ‘bepaalde lichte strafbare feiten’ te begaan. Concrete voorbeelden van wat nu wel mag, zijn een voertuig uitlenen aan een doelwit, geld storten aan iemand die naar jihadistisch gebied is vertrokken, een valse nummerplaat gebruiken of betalen voor de toegang tot een website met propaganda. Het federaal parlement gaf vorige donderdag groen licht voor de nieuwe regels.

Aan de toelating om strafbare feiten te plegen zijn veel voorwaarden gekoppeld. Zo mag de bron het alleen doen om haar ‘informatiepositie’ veilig te stellen, wat betekent dat ze zo het contact met het doelwit kan behouden. Het mag ook als de eigen veiligheid of die van andere personen in gevaar zou komen als ze de feiten niet pleegt. Belangrijk is dat er geen geweld ­tegen personen mag worden ­gebruikt. Ook zaken als brandstichting zijn uit den boze. Deelnemen aan een verboden bijeenkomst kan wel, net zoals daar haatpropaganda verspreiden.

Expertise nodig

Er zijn verschillende vormen van controle. Vooraf zullen agenten van de inlichtingendiensten de ­fysieke, psychische en morele integriteit van bronnen nagaan. De ­beslissing voor een machtiging om een strafbaar feit te begaan, kan ­alleen worden genomen door de chef van de inlichtingendienst. De commissie van magistraten die nu controle uitoefent op de bijzondere inlichtingenmethodes, zal dat ook doen voor de feiten die bronnen plegen. De bron wordt geregistreerd in een register en moet een overeenkomst tekenen met daarin de voorwaarden voor de uitvoering van die strafbare feiten, en hoe daarover verslag wordt uitgebracht. Toezichthouder Comité I wordt hierover ook geïnformeerd.

Zodra de feiten zijn gepleegd, moet de bron dat melden. Als de ­inlichtingendienst twijfelt aan de betrouwbaarheid van de bron, dan kan die zelf het doelwit worden van een afluisteroperatie.

‘De nieuwe mogelijkheden zijn zeer goed, dit zijn belangrijke stappen om volwaardige inlichtingendiensten met offensieve capaciteiten te maken’, zegt Kenneth Lasoen, docent inlichtingen­studies (UAntwerpen) en fellow bij het Nederlandse Clingendael Instituut. ‘Nu is het belangrijk dat de diensten voldoende mensen hebben, met de nodige opleiding, om met dergelijke verantwoordelijkheden om te gaan. Als bronnen strafbare feiten mogen plegen, is het essentieel dat ze goed worden aangestuurd. Die expertise zullen ze nog verder moeten ontwikkelen. Bronnen de toelating geven om de wet te overtreden is altijd risky business. Als je een bron verkeerd inschat, kan het snel slecht aflopen wanneer die zich gelegitimeerd voelt door de Staatsveiligheid.’

Gaan sporten met de spion

Naast die nieuwe regels voor bronnen, zullen de agenten van de ­inlichtingendiensten zelf ook kunnen infiltreren bij doelwitten, ­zowel online als in de reële wereld. Dat kan van pas komen om contact te leggen met spionnen van buitenlandse inlichtingendiensten die hier onder een dekmantel actief zijn, zeker als die erg voorzichtig zijn met hun telefonische en elektronische communicatie.

‘Om informatie over de activiteiten, interesses of zwakke punten van de buitenlandse inlichtingenagent te verkrijgen, zal een agent van een Belgische inlichtingen- en veiligheidsdienst duurzaam met hem socializen op culturele evenementen of sportmanifestaties’, staat in het goedgekeurde wetsontwerp. ‘Daarvoor zal de Belgische inlichtingenagent een fictieve identiteit moeten gebruiken om zich in te schrijven in clubs of verenigingen, om betalingen in verband met die activiteiten te doen, om uitnodigingen te ontvangen en tot slot om in contact te treden met de buitenlandse inlichtingenagent.’

De infiltratie in gesloten online chatgroepen moet het mogelijk maken meer zicht te krijgen op terroristische groeperingen. ‘Om toegang te krijgen tot deze geheime kamers moeten onze veiligheidsdiensten het vertrouwen kunnen winnen van hun doelwitten’, verklaarde minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD). ‘Hier botsen ze vaak op de grenzen van wat wettelijk toegelaten is. We voorzien hiervoor in een aangepast kader, waardoor het ­bijvoorbeeld mogelijk wordt om extremistische of haatdragende taal te gebruiken.’

Militairen mogen cyberaanval plegen

Behalve de bijkomende ­bevoegdheden rond infiltratie, zal de militaire inlichtingendienst Adiv ook cyberaanvallen mogen uitvoeren, zij het in de uitzonderlijke ­omstandigheden van een ­‘nationale cyber security crisis’. In eerste instantie zal de Adiv de aanval die België te verduren krijgt, helpen neutraliseren en de ­daders ervan identificeren. Dan kan worden gereageerd met een eigen ­cyberaanval.

Bron » De Standaard

Afluisteren, post openen en stiekem plaatsen doorzoeken: Belgische inlichtingendiensten doen het steeds vaker

Nog nooit hebben de Belgische Staatsveiligheid en de militaire inlichtingendienst ADIV zoveel uitzonderlijke inlichtingenmethoden ingezet als vorig jaar. Dat staat in het Jaarverslag 2019 van toezichthouder Comité I, dat Knack en Le Soir konden inkijken.

De Staatsveiligheid deed vorig jaar 449 keer een beroep op uitzonderlijke inlichtingenmethoden, de ADIV 76 keer. Het gaat om de meest ‘intrusieve’ vorm van informatieverzameling. Denk aan afluisterapparatuur plaatsen, stiekem plaatsen doorzoeken, post openen, bankgegevens verzamelen en binnendringen in een informaticasysteem.

De cijfers van 2018 lagen een pak lager: 344 voor de Staatsveiligheid en 28 voor ADIV. Toezichthouder Comité I spreekt van een “opmerkelijke” stijging.

Daarnaast kunnen de Belgische inlichtingendiensten ook specifieke methoden aanwenden, zoals pakweg observatie in publiek toegankelijke plaatsen of het vorderen van reisgegevens. In 2019 gaf de Staatsveiligheid daarvoor 1.781 toelatingen, de ADIV 138.

De cijfers staan in het nieuwe jaarverslag van het Comité I, dat vrijdagnamiddag achter gesloten deuren is besproken door zijn parlementaire begeleidingscommissie. Het totaal van alle ingezette methoden in 2019 (alles samen waren het er 2.444) bleef stabiel in vergelijking met het jaar ervoor.

Bron » De Morgen

Wettelijk schild in de maak voor klokkenluiders die wantoestanden aankaarten

België hinkt achterop in de bescherming van klokkenluiders. Wouter De Vriendt (Groen) stelt een drastische ommekeer voor, ook in delicate sectoren waar beroepsgeheim mensen belet om wantoestanden aan te klagen. ‘Geef ook militairen en inlichtingenagenten het recht om klokkenluider te worden.’

Stel je voor dat een militair al in 2005 via een beschermd klokkenluidersstatuut en discreet communicatiekanaal had kunnen waarschuwen dat achttien pantservoertuigen van het Belgisch leger niet in staat waren om antitankmunitie af te vuren. Nu kwamen we dit pas recent te weten, vele tientallen miljoenen weggegooide euro’s te laat. En wat zouden we te weten komen als gewezen of huidige ambtenaren van de Staatsveiligheid en militaire inlichtingendienst het recht zouden krijgen via een discreet meldingskanaal een boekje open te doen over hun kennis over de Bende van Nijvel? Nu riskeren ze celstraf als ze hun geheimhoudingsplicht doorbreken.

De partij Groen-Ecolo wil dat veranderen. In een resolutie die maandag in de Kamer wordt ingediend door Kamerlid Wouter De Vriendt pleit de partij voor een verregaande wettelijke bescherming van álle klokkenluiders, “zowel voor openbare diensten, delicate sectoren zoals Defensie of inlichtingendiensten én de private sector”.

De Vriendt maakt zich sterk een meerderheid te vinden voor het initiatief, omdat alle Belgische partijen vorig jaar al Europese wetgeving steunden die ons land dit jaar moet toepassen. “De omzetting van de EU-richtlijn moet zo maximaal mogelijk gebeuren”, zegt hij. “We moeten niet enkel een regeling uitwerken voor wie inbreuken op de wet meldt maar ook voor zaken die ingaan tegen het openbaar belang. Zonder klokkenluiders wisten we nooit over Lux-leaks of de Panama-papers. Klokkenluiders hebben kanalen nodig om te kunnen rapporteren zonder risico op sanctionering.”

De belastingbetaler zou een gouden zaak doen. De Europese Commissie schatte de kosten van een slechte bescherming van klokkenluiders – alleen al voor falende overheidsopdrachten die niet worden gemeld – tussen de 5,6 en 9,6 miljard euro op jaarbasis voor de volledige EU.

Discrete kanalen voor defensie

Omdat de geheimhouding bij Defensie en inlichtingendiensten een externe rapportering van misstanden bemoeilijkt, kunnen volgens De Vriendt voor hun personeel specifieke meldpunten worden gecreëerd. “Klokkenluiden hoeft niet meteen te betekenen dat men iets aan de grote klok hangt, men kan ook intern of extern iets vertrouwelijk signaleren”, zegt hij. “Denk maar hoe de recente malaise bij de militaire inlichtingendienst ADIV kon zijn voorkomen, of aan de Agusta-affaire destijds. De defensie-industrie blijkt ook nu nog zeer corruptiegevoelig door uitzonderingen op de normale aanbestedingsregels voor defensiecontracten en de grote geldsommen die er in omgaan.”

Dergelijke corruptiedossiers zijn dikwijls internationaal. De Vriendt wijst op de recente fraude met humanitaire visa, waarvoor Mechels gemeenteraadslid Melikan Kucam (N-VA) vervolgd wordt. Zulke zaken komen dikwijls maar aan het licht door lokale bronnen in het buitenland en die moeten we volgens De Vriendt óók kunnen beschermen. “België zou buitenlandse klokkenluiders en journalisten als bijzondere doelgroep voor humanitaire visa moeten bestempelen”, zegt hij, en wijst erop dat de maatschappelijk relevantste lekken van de voorbije jaren gingen over internationale militaire operaties, zoals Irak en Afghanistan. “Willen we echt dat mensen als Edward Snowden, die de democratie toch wel een dienst heeft bewezen, voor bescherming enkel bij Poetin terecht kunnen? Nee toch?”

Ons land zou zich daarom volgens hem moeten uitspreken tegen de vervolging van Wikileaks-stichter en klokkenluider Julian Assange, die op 24 februari voor een Britse rechter zijn uitlevering zal aanvechten. De Vriendt: “Klokkenluiders verdienen een standbeeld, geen vervolging. Wie wantoestanden aanklaagt, toont burgerzin en mag daar nooit slachtoffer van zijn.”

Bron » De Morgen