Publiek krijgt inzage in geheime documenten Staatsveiligheid

Ruim 100 archiefdozen vol historische documenten staan klaar bij de Staatsveiligheid om overgebracht te worden naar het Rijksarchief.

Liefst zeven kilometer archiefdocumenten zitten gestockeerd in de kelders van het hoofdkwartier van de Staatsveiligheid in Brussel. Het gaat om inlichtingendossiers, veiligheidsonderzoeken en administratie sinds 1944. Volgens de wet op de inlichtingendiensten moet de Staatsveiligheid gedeclassificeerde archiefdocumenten ouder dan 50 jaar overbrengen naar het Rijksarchief. Maar jarenlang stond de relatie tussen beide overheidsdiensten op een zeer laag pitje.

‘We hadden al meer dan tien jaar niet meer overlegd’, zegt Karel Velle, algemeen directeur van het Rijksarchief. ‘In een constructieve vergadering dit voorjaar is het vertrouwen tussen de Staatsveiligheid en het Rijksarchief eindelijk hersteld.’

Het is al van de Tweede Wereldoorlog geleden dat de Staatsveiligheid nog archiefstukken heeft overgemaakt aan het Rijksarchief. Daar zijn ze vlotter toegankelijk voor wetenschappelijk onderzoek én kan het publiek ze inzien wanneer het Rijksarchief dat opportuun acht.

‘Nu staan er opnieuw 110 archiefdozen klaar om over te brengen’, zegt woordvoerster Ingrid Van Daele van de Staatsveiligheid. ’50 dozen bevatten documenten uit de periode 1944-1949: informatie over vrijwilligers die toetraden tot het verzet, de individuele fiches en boekhoudkundige gegevens van inlichtingenagenten, informatie over hun netwerken en de boekhouding van de Staatsveiligheid in Londen.’

Die duizenden documenten zijn intussen allemaal gedeclassificeerd. Dat betekent dat de stempel vertrouwelijk/geheim/zeer geheim eraf is gehaald en je niet langer een veiligheidsmachtiging nodig hebt om ze in te kijken. De documenten zitten al klaar in zuurvrije dozen en kunnen nog voor de zomer naar het Rijksarchief verhuizen.

Het tweede luik – nog eens 50 tot 60 dozen – slaat op het archief van de Sureté Congolaise, de inlichtingendienst die actief was in de voormalige Belgische kolonie. Van Daele: ‘In de documenten vind je bijvoorbeeld gegevens over wapenbezit in Congo, of over het bezoek van koning Boudewijn aan het land. Het gaat om documenten uit de periode 1949 tot 1969. Er moet nog nagegaan worden welke documenten gedeclassificeerd kunnen worden.’

De Staatsveiligheid bezorgde het Rijksarchief ook archiefselectielijsten. Die dienen als basis voor de verdere overbrenging van archiefdocumenten, films en microfilms ouder dan vijftig jaar. Aangezien het Rijksarchief niet uitgerust is om geheime documenten te bewaren, moeten ze wel eerst gedeclassificeerd worden. Velle: ‘Dat kan nog een hele tijd in beslag nemen, want het is arbeidsintensief. Komt daarbij dat soms ook het akkoord van een derde dienst nodig is om zaken te declassificeren, en dat de archiefvorming van de Staatsveiligheid vrij complex is.’

Bron » Knack | Kristof Clerix

Kamer keurt uitbreiding bijzondere methoden inlichtingendiensten goed

De Staatsveiligheid zal binnenkort ook uitzonderlijke methodes, zoals hacking of telefoontaps, kunnen gebruiken voor het opvolgen van extremistische groeperingen of haatpredikers en voor contraspionage. De Kamer heeft vandaag het wetsontwerp goedgekeurd dat de bijzondere inlichtingenmethodes (BIM) uitbreidt. PS en cdH onthielden zich, terwijl de groenen en PVDA tegen stemden.

Het wetsontwerp van minister van Justitie Koen Geens (CD&V) en minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) geeft de inlichtingendiensten – de Staatsveiligheid en de ADIV, de militaire inlichtingendienst – meer slagkracht. ADIV krijgt daardoor een duidelijkere rol in de strijd tegen terreur.

Concreet zullen ze onder bepaalde voorwaarden ook bijzondere methodes kunnen gebruiken in het buitenland. Telefoontjes naar het buitenland zullen bijvoorbeeld ook afgeluisterd kunnen worden.

De inlichtingendiensten krijgen de mogelijkheid om gebruik te maken van fictieve identiteiten om hun agenten te beschermen. Er wordt een nieuwe specifieke methode ingevoerd om de inlichtingendiensten de mogelijkheid te bieden om vervoers- en reisgegevens te vorderen.

Voorts wordt het arrest van het Hof van Cassatie dat telecomproviders die in België actief zijn verplicht zijn mee te werken door het wetsontwerp wettelijk verankerd.

Kritiek

Bij de oppositie rezen vragen over de wetswijziging waardoor de inlichtingendiensten informatie pas na 50 jaar aan het Koninklijk Archief moeten overmaken. Die termijn lag al op 50 jaar voor ADIV, maar zal nu ook gelden voor de Staatsveiligheid. Momenteel geldt daar nog een periode van 30 jaar.

Stefaan Van Hecke (Groen) verwees naar het onderzoek naar de Bende van Nijvel. Door een wetswijziging verjaart dat onderzoek pas na veertig jaar. “Tel daar nog eens vijftig jaar bij en je zit aan negentig jaar. Dat is wel wat lang”, aldus Van Hecke.

Het belangrijkste probleem is voor Van Hecke dat geklassificeerde documenten al die tijd niet toegankelijk zijn voor onderzoekers. Minister van Defensie Steven Vandeput preciseerde dat dit wel het geval is, mits een veiligheidsmachtiging.

De groenen stellen daarom voor een nieuwe wet in het leven roepen die de deklassificatie regelt. Zo zou bijvoorbeeld op het moment van de opmaak van een document een termijn worden vastgelegd, afhankelijk van de graad van geheimhouding. Die zou bij het aflopen van de termijn eventueel kunnen worden verlengd.

De oppositie stelde zich ook vragen bij de mate waarin het Comité I, dat de inlichtingendiensten controleert, zijn controlefunctie met de huidige middelen zal kunnen waarmaken, eens de nieuwe methoden helemaal ingeburgerd zijn.

Bron » Het Laatste Nieuws

Un projet de loi menace la recherche historique, disent les Archives de l’État

Les Archives de l’État ont fait part à la Chambre de leurs vives inquiétudes à propos d’un projet de loi destiné à moderniser les services de renseignement. En les dispensant de transférer leurs archives, le texte met en péril l’avenir de la recherche historique en Belgique, dénoncent-elles.

La loi sur les archives prévoit que les documents d’archive de plus de 30 ans (ou de 50 ans pour le SGRS, service secret de l’armée) doivent être transférés aux Archives de l’État. Les services de renseignement jugent ces délais trop courts puisqu’ils travaillent sur le long terme et que certaines pièces conservent leur pertinence pendant une longue période. Il s’agit en outre souvent de documents classifiés que seul l’auteur peut décider de déclassifier.

Le projet de réforme de la loi organique de 1998, en discussion à la Chambre, dispense les services de renseignement du transfert aux Archives de l’État, en précisant que la consultation par le public devra être assurée aux mêmes conditions qu’aux Archives de l’État. Il ajoute que les autorités judiciaires et administratives, y compris la police, doivent restituer aux services de renseignement les documents classifiés qui émanent d’eux préalablement à leur transfert. A la demande des mêmes services, le document peut être détruit.

Dans un avis demandé par la Chambre, les Archives de l’État réclament la suppression pure et simple de ces dispositions qui heurtent frontalement, à leur yeux, la loi sur les archives. Elles évoquent des raisons techniques et administratives, et mettent aussi en garde le parlement contre les effets sur la recherche historique.

“L’impact de ce projet de loi sur l’avenir de la recherche historique est catastrophique. Les historiens devront analyser le processus des décisions administratives sur la base de dossiers très incomplets. Par le passé, des historiens ont déjà été confrontés à des problèmes liés au caractère complet ou à l’accessibilité des archives dans certains dossiers symboliques comme le dynamitage de la Tour de l’Yser, l’assassinat de Julien Lahaut, les Tueurs du Brabant, etc.”, a averti le directeur général des Archives, Karel Velle.

Une “censure organisée de l’histoire”

Les écologistes Benoît Hellings et Stefaan Van Hecke ont déposé un amendement faisant droit à la demande des Archives.

“L’instauration d’une incapacité quasi-éternelle de pouvoir consulter un fond d’archive lié à un service de renseignement belge pose un problème démocratique profond”, estiment les députés qui redoutent une “censure organisée de l’histoire”.

La mention d’une consultation des archives des services de renseignement aux mêmes conditions qu’aux Archives de l’Etat semble de peu de valeur vu l’impossibilité d’accéder même à une salle de lecture de la Sûreté ou du SGRS sans habilitation de sécurité. Quant aux échéances de 30 ou 50 ans, elles visent des dossiers clos auquel le service fixe encore un délai d’utilité.

À l’appui de leur craintes, les parlementaires invoquent le cas des archives de la Sûreté coloniale, service de renseignement des autorités coloniales belges. Elles devraient être transférées aux Archives de l’État dans le cadre du grand transfert des archives africaines entreposées au Palais d’Egmont mais la Sûreté de l’État s’y oppose pour le moment, indiquait-on mercredi aux Archives de l’État.

Bron » RTBF

Geheimen van Staatsveiligheid dreigen te vergaan

Wat kwam Staatsveiligheid te weten over de Bende van Nijvel? In de toekomst zullen onderzoekers en historici zulke vragen allicht niet of nauwelijks kunnen beantwoorden. Als het van de regering afhangt, mogen de inlichtingendiensten voortaan zelf bepalen welke informatie ze bewaren of vernietigen.

Een catastrofale impact op het geheugen van onze samenleving. Dat is de kritiek van Karel Velle, directeur van het Algemeen Rijksarchief, op het voornemen van de federale regering. Die is van plan om met een wetsontwerp de Belgische inlichtingendiensten veel meer zeggenschap te geven over hun eigen archieven.

Anders gesteld: Staatsveiligheid en de militaire inlichtingendienst ADIV zullen in de toekomst niet langer verplicht zijn om hun stukken over te brengen naar het Rijksarchief. Ze zullen ook alle eerder overgedragen geclassificeerde dossiers kunnen terugvragen en informatie naar eigen goeddunken kunnen vernietigen.

“Het stemt mij heel droevig”, zegt Velle. “Ik ben ontgoocheld dat goede voorbeelden uit het buitenland, zoals de VS of het VK, niet worden gevolgd. Het lijkt erop dat hier geclassificeerde documenten zullen terugkeren naar hun respectievelijke diensten om te vermijden dat ze ‘verloren’ zouden gaan, waardoor archieven uit elkaar gerukt kunnen worden. Ook zullen de diensten eigenhandig stukken mogen vernietigen.”

“Dreigend democratisch deficit”

Het advies van het Rijksarchief, waarover Knack eerder berichtte, liegt er niet om. Zo spreekt het archief van een “ernstig precedent” en een “dreigend democratisch deficit”. “Als dit ontwerp wet wordt, zal er geen ernstige controle meer mogelijk zijn op de werking van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, die naam waardig.”

De archieven vormen volgens de nota een noodzakelijke basis voor bijvoorbeeld historici en onderzoeksjournalisten om de werking van de inlichtingendiensten, de besluiten ervan en de impact op de maatschappij te reconstrueren.

“Historici zullen moeten analyseren op basis van zeer onvolledige dossiers. In het verleden werden zij reeds in een aantal symbooldossiers zoals de moord op Julien Lahaut (toenmalig voorzitter van de Kommunistische Partij, RA/AVDB) en de zaak rond de Bende van Nijvel geconfronteerd met problemen inzake volledigheid en toegankelijkheid van de archieven.”

Velle geeft aan dat hij “jarenlang” vergeefs heeft geprobeerd om in dialoog te treden met de regering en richt zijn hoop nu op de Kamercommissie Justitie. Die buigt zich na de herfstvakantie over het wetsontwerp. Commissielid Stefaan Van Hecke (Groen) maakt zich alvast ernstige zorgen.

“Er kunnen anders belangrijke dossiers verdwijnen, bijvoorbeeld over de Bende van Nijvel. We hebben geen enkele garantie dat zulke documenten in de toekomst er nog zullen zijn. Daarom dat wij voorstellen om de archiefkwestie uit het wetsontwerp te halen en er een apart debat over te voeren.”

Vandaag moeten Staatsveiligheid en ADIV de documenten na respectievelijk dertig en vijftig jaar overbrengen naar het Rijksarchief. Een periode die als “te kort” wordt beschouwd. Zij maken zich onder meer zorgen om de privacy van betrokken en de bescherming van hun bronnen.

Het kabinet van minister van Justitie Koen Geens (CD&V) geeft verder mee dat de rijksarchivaris toezicht blijft houden op de archieven. “Ook moet hij toestemming blijven geven over de vernietiging van archieven”, klinkt het. “Dat gebeurt niet zomaar. Het wetsontwerp waar sprake van is, gaat enkel over de plaats van bewaring. Het gaat hier om archieven die geclassificeerde documenten bevatten en die aan bepaalde veiligheidsmaatregelen moeten voldoen.”

Bron » De Morgen

Militaire inlichtingendienst wil meer naar buiten treden

De militaire inlichtingendienst ADIV zal in 2016 een eerste openbaar jaarverslag publiceren. Dat kondigt diensthoofd Eddy Testelmans aan in het jubileumboek ‘1915-2015: het verhaal van de Belgische militaire inlichtingen- en veiligheidsdienst’, dat vandaag wordt voorgesteld. MO* kon het manuscript als eerste inkijken.

Het jubileumboek – een klepper van 670 pagina’s – is het eerste wetenschappelijke werk ooit over de Belgische militaire inlichtingendienst.

“Onze honderdste verjaardag is een kans om ons beter bekend te maken bij het grote publiek”, schrijft generaal Eddy Testelmans in het voorwoord. “De wereld van inlichtingendiensten moet antwoorden op een behoefte, niet van transparantie maar veeleer van openheid.”

Eindelijk een jaarverslag

Ook “geheime” diensten kunnen een minimale mate van openheid aan de dag leggen. Onder voormalig administrateur-generaal Alain Winants publiceerde de Staatsveiligheid in 2008 haar eerste officiële jaarverslag. Ook de Nederlandse militaire inlichtingendienst MIVD publiceert al sinds 2002 een openbaar jaarverslag. Dat is zelfs een wettelijke verplichting, vastgelegd in de Nederlandse Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Volgens Testelmans is nu ook de ADIV van plan om op korte termijn – tegen 2016 – een eerste openbaar jaarverslag te publiceren. In de periode 2012-2014 stelden verschillende divisies binnen de ADIV voor het eerst een intern jaarverslag op – een geclassificeerd document dat terugblikt op de werking en prioriteiten van de divisie dat jaar.

Testelmans: “In 2015 volgt het eerste geïntegreerde interne jaarverslag van de hele ADIV, opnieuw een geclassificeerd document. Dat zal de basis vormen voor een niet-geclassificeerde versie, die in 2016 openbaar wordt gemaakt. Dat is toch de intentie. Indien de publicatie van een geschreven versie om een of andere reden niet zou lukken, stellen we de activiteiten van 2015 voor op een persconferentie.”

Eindelijk een mediabeleid

De ADIV haalt maar zelden de krantenkolommen. De voorbije twintig jaar verschenen over de inlichtingendienst amper vierhonderd artikels in Vlaamse pers. Gemiddeld twintig artikels per jaar is extreem weinig voor een dienst van de federale overheid.

Dat is deels aan de ADIV zelf te wijten. In heb jubileumboek geeft Testelmans toe dat zijn dienst tot voor kort geen mediapolitiek had. “We waren in het verleden eigenlijk altijd reactief op krantenartikels die verschenen, als we überhaupt al reageerden. We moesten ons bij wijze van spreken altijd verdedigen – indien we al van de CHOD [chief of defense, nvdr] en de minister van Defensie de toestemming kregen om te reageren.”

“Persoonlijk vind ik reactief zijn geen goede politiek. In samenspraak met de CHOD en het kabinet-Defensie hebben we besloten van mentaliteit te veranderen. De ADIV wil meer naar buiten treden. In de woorden van Alain Winants, de voormalige administrateur-generaal van de Veiligheid van de Staat: ‘faire savoir notre savoir-faire’. Wij willen onze dienst beter doen kennen. Wie zijn we, wat doen we, wat doen we niet? Over welke specifieke middelen beschikken we? En hoe belangrijk zijn we, niet alleen voor defensie maar ook voor België?”

De ADIV is volgens Testelmans niet van plan om proactief de media te gaan opzoeken. Bedoeling is wel om systematisch in te gaan op vragen van journalisten – mits aan een aantal modaliteiten is voldaan, zoals de mogelijkheid om de tekst na te lezen voor publicatie.

Een woordvoerder heeft de ADIV daarvoor niet – die taak neemt Testelmans zelf waar, onder meer bij gebrek aan personeel. Bovendien is het de bedoeling dat ook specialisten van de dienst – zij het anoniem – de pers te woord zullen staan.

Een werkpunt op communicatief vlak blijft een eigen website. De ADIV-informatie die voorheen op de website van defensie stond, is intussen verwijderd – inclusief de namen en contactgegevens van de Belgische militaire attachés in het buitenland. Volgens Testelmans was dat laatste een bewust keuze, ingegeven door informatica-veiligheid en veiligheid in het algemeen.

Corinne Faut, directeur-generaal Communicatie bij Defensie, kondigde op de persconferentie naar aanleiding van de honderdste verjaardag van de ADIV wel aan dat “het de wil is van de militaire inlichtingendienst om een eigen website te ontwikkelen”.

Het Congo-archief van de inlichtingendienst

Ook inzake archiefwerking wil de ADIV meer openheid aan de dag leggen. Het ADIV-archief van de periode tot 1939 is ondergebracht in het Legermuseum en is sowieso voor iedereen toegankelijk.

Het niet-operationele archief van de militaire inlichtingendienst vanaf Wereldoorlog II maakt echter deel uit van de zogenaamde Classified Archives, waar onder meer ook de historische archieven van Defensie en dossiers van officieren toe behoren. Die Classified Archives – die deel uitmaken van de ADIV – zijn ondergebracht in blok nummer 15 van de Koningin Elisabethbasis en beslaan samen vijf kilometer.

Het niet operationele ADIV-archief van na WOII is goed voor 150 strekkende meter en is volledig geclassificeerd. Kathleen Van Acker, diensthoofd van de Classified Archives, werkt momenteel aan de declassificatie van de WOII-stukken.

“Gezien ze meer dan 50 jaar oud zijn, had dat eigenlijk al moeten gebeuren, maar door personeelsgebrek is dat er niet eerder van gekomen”, aldus Van Acker in het jubileumboek. “Momenteel zijn we bezig met de opening van dat deel van het archief, dat dan voor iedereen toegankelijk wordt – al blijft de Privacywet natuurlijk nog altijd van tel.”

In een later stadium zullen volgens Van Acker ook de documenten met betrekking tot de VN-operatie in Korea (waar tussen 1950 en 1953 een Belgisch bataljon aan deelnam) en Congo gedeclassificeerd worden. Eens dat gebeurd is, worden de stukken overgemaakt aan het Legermuseum of het Algemeen Rijksarchief.

Gladio

Het jubileumboek besteedt ook ruim aandacht aan de geschiedschrijving van de ADIV. Zo brengt David Somer, archivaris bij Justitie, het portret van Florent Édouard Louwage, een politieman die tijdens beide Wereldoorlogen werkte voor de militaire geheime dienst. De voormalige ADIV-diensthoofden Paul Georis en José Michaux beschrijven dan weer hoe de militaire inlichtingendienst vrijwel onveranderd bleef in de periode na de val van de Berlijnse Muur.

Begin jaren negentig, schrijven de auteurs, werd de ADIV overigens geplaagd door ‘chronische instabiliteit’: tussen september 1991 en december 1994 werd de dienst door niet minder dan zes opeenvolgende personen geleid.

Een lacune in het historische luik van het jubileumboek is Gladio, het clandestiene achterblijvernetwerk dat in 1948 door de Amerikaanse en Britse geheime diensten werd opgezet voor het geval de Sovjetvijand ooit Europa zou binnenvallen. In heel het boek komt het woord Gladio amper twaalf keer voor.

Wel krijgt Gladio een plaats op een tentoonstelling die de ADIV in het kader van zijn honderd jarig bestaan organiseert in het Nationaal Instituut voor Veteranen en Oorlogsinvaliden in Brussel: The History of the Belgian Military intelligence Service.

Heikele thema’s

Ook een aantal actuele intelligence-uitdagingen worden in het boek besproken, waaronder cyberveiligheid, de strijd tegen terrorisme en de bescherming van het wetenschappelijk en economisch potentieel.

Bijzonder informatief is het overzicht dat Eric Kalajzic, commandant van de divisie Inlichtingen bij de ADIV, geeft over de modus operandi – van menselijke bronnen tot satellietgegevens – en de interne keuken van de inlichtingendienst. Kalajzic schrijft onder meer dat de ADIV wel op strategisch en operatief niveau erin slaagt zijn inlichtingenmissies te vervullen, maar dat voor het tactische niveau de menselijke middelen ontbreken “om aan de verwachtingen van de cliënten tegemoet te komen”.

Kalajzic gaat ook in op een bijzonder heikel thema: “Gezien de budgettaire beperkingen en de besparingsagenda die worden opgelegd aan publieke diensten, waaronder defensie, en tegelijkertijd de toegenomen vraag van de politiek naar veiligheidsevaluaties, is er misschien geen andere optie dan zich naar de private sector en gespecialiseerde bedrijven te wenden om aan de vraag te kunnen voldoen.”

Tussen de lijnen laat de inlichtingenofficier verstaan wat hij van dat privatiseringsscenario vindt. “Uiteindelijk werkt een privébedrijf voor de belangen van zijn aandeelhouders en niet voor die van de staat. Hoe kan je garanderen dat zo’n bedrijf zijn analyses niet gaat aanpassen om te kunnen blijven profiteren van het financiële manna dat het gevolg is van een conflict of spanningen?”

Het geheim van de defensieattaché ontbloot

Verhelderend is eveneens het hoofdstuk over defensieattachés, van de hand van Frederik Derolez – zelf defensieattaché op de Belgische ambassade in Tunis. “Zowel binnen Defensie, maar zeker daarbuiten, heerst een onterecht geheimzinnige sfeer rond de functie van defensieattaché en militaire raadgever”, schrijft Derolez. “Momenteel heeft België in het buitenland twee militaire raadgevers en eenentwintig defensieattachés, waarvan elf in Afrika.”

Enerzijds onderhouden ze de bilaterale relaties tussen de Belgische defensie en de defensie van het accreditatieland. Anderzijds volgen ze de toestand in het gastland op door permanent de politieke, sociale, economische en veiligheidsfactoren te observeren en de relevante informatie daarover over te maken aan de defensiestaf.

Enkele voorbeelden uit hun dagelijkse takenpakket: “het voorbereiden en organiseren van levensnoodzakelijke medische evacuaties van Belgische militairen die deel uitmaken van een klein detachement in een uithoek van één of ander Afrikaans land; het Belgische gerecht in contact brengen met lokale autoriteiten om een onderzoek te voeren betreffende in Kenia gearresteerde Belgische onderdanen die met de terreurorganisatie Al Shabaab hebben meegevochten in Somalië; etc.”

Derolez geeft eveneens een inblik in de werkwijze van de Belgische defensieattachés. “Naast regelmatige contacten met collega’s defensieattachés in het gastland en in de andere accreditatielanden, is het voor de defensieattaché vaak eenvoudig om goede relaties op te bouwen met lokale veiligheidsverantwoordelijken van andere ambassades en internationale organisaties, zoals lokale vertegenwoordigingen van de Verenigde Naties en het Rode Kruis, van bepaalde ngo’s, maar ook van grote bedrijven. Aangezien al deze mensen permanent op zoek zijn naar hetzelfde, namelijk aanduidingen die kunnen wijzen op een verandering van de algemene veiligheidstoestand, kan de defensieattaché een netwerk uitbouwen dat grotendeels buiten de normale contacten van de diplomaten van de ambassade valt.”

In principe is de functie van defensieattaché beperkt tot eenmaal in de loopbaan. Derolez vraagt zich af of dat systeem niet aan vernieuwing toe is. “Zou men, in navolging van andere landen, kunnen opteren voor de oprichting van een zogenaamd Corps van defensieattachés, die op een bepaald tijdstip in hun loopbaan, samen met hun partner, kiezen voor deze functie en na een specifieke vorming die blijven uitoefenen tot aan de op ruststelling?”

Bron »  MO | Kristof Clerix​

Opinie: Nu de Staatsveiligheid ter discussie staat, is het misschien tijd om een en ander te optimaliseren

Vijftien aanbevelingen om de werking van de Belgische inlichtingendiensten te verbeteren.

1.

Moeite met spionnen die politiek actief zijn? Werk een apart statuut uit voor de analysediensten van de Staatsveiligheid. De buitendiensten – de inspecteurs op het terrein – hebben al zo’n apart statuut, de analisten nog niet. Zij zijn rijksambtenaar en hebben dus het recht om een politiek mandaat op te nemen. Dat kan zo’n apart statuut voor de analysediensten verhelpen. Moedig de diensten ook aan om de deontologische code te finaliseren die in de maak is. En vul het voorziene personeelskader in.

2.

Stel wetgeving op over het declassificeren van geheime documenten. Op dit moment geldt immers: eens geheim, altijd geheim. Pas na declassificatie kan een deel van het historisch archief van de Staatsveiligheid toegankelijk gemaakt worden voor onderzoek. Zo kan er eindelijk klaarheid komen over een aantal dossiers uit de loden jaren tachtig. De kwestie moet sowieso geregeld worden, aangezien de oude Archiefwet in 2009 is gewijzigd. In de regel moeten voortaan alle historisch relevante overheidsdocumenten ouder dan dertig jaar overgedragen worden aan het Rijksarchief.

3.

Maak wetten en richtlijnen op basis van de aanbevelingen van het Comité I, dat de inlichtingendiensten controleert. Stel bijvoorbeeld regels op voor de samenwerking met buitenlandse zusterdiensten. Welke informatie mogen de Belgische inlichtingendiensten doorspelen aan de CIA, MI6 en co.? Analyses of ook persoonsgegevens? Stel daarover criteria op.

4.

Maak werk van een protocolakkoord tussen de Staatsveiligheid en de federale politie om de informatie-uitwisseling te optimaliseren, bijvoorbeeld in de strijd tegen terrorisme. Zorg ook voor een fatsoenlijk beveiligd communicatienetwerk tussen politie, parket en inlichtingendiensten.

5.

De Staatsveiligheid heeft de afgelopen jaren duidelijk inspanningen gedaan op het vlak van communicatie: interviews, persberichten, studiedagen én vier jaar op rij een activiteitenverslag. Geef ook de ADIV (de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, de militaire tegenhanger van de burgerlijke staatsveiligheid) de toestemming om jaarlijks zo’n activiteitenverslag op te stellen – net zoals zijn Nederlandse zusterdienst MIVD dat doet.

6.

Maak een koninklijk besluit dat de evaluatie van de administrateur-generaal van de Staatsveiligheid regelt. Indien de evaluatie van Alain Winants positief is, zet dan de nodige stappen. Voor het gastland van de NAVO en de EU is het niet goed om zo’n belangrijke benoeming zo lang te laten aanslepen.

7.

Professor Rik Coolsaet noemt radicalisme het zout van de samenleving. Voer een debat over de vraag in hoeverre inlichtingendiensten radicale meningen moeten opvolgen.

8.

Neem cybercriminaliteit en -spionage ernstig. De voorbije jaren werden de ministeries van Buitenlandse Zaken, Justitie en Defensie het doelwit van gerichte cyberaanvallen, net als verschillende topfiguren binnen de Europese instellingen. Maar liefst achttien jaar geleden vestigde het Comité I de aandacht op het belang van de beveiliging van informatiesystemen. Voorzie budgetten om cyberexperts voor de inlichtingendiensten aan te trekken.

9.

Stel een wettelijk kader op om de activiteiten van privé-inlichtingendiensten te regelen. Idem dito voor het inschakelen van informanten door de Belgische inlichtingendiensten: maak daar regels voor.

10.

Hervorm het Ministerieel Comité voor Inlichtingen en Veiligheid (MCIV) en het bijbehorende college – de politieke aansturing van de Belgische geheime diensten – om de werking efficiënter te maken.

11.

Mijn archiefonderzoek in Sofia, Boekarest, Praag, Warschau, Berlijn en Boedapest leert dat België al sinds de Koude Oorlog een echte draaischijf is van buitenlandse geheime diensten. Dat is vandaag niet anders. Debatteer over wat die buitenlandse spionnen wel en niet mogen. Neem de controle op buitenlandse inlichtingendiensten ook expliciet op in de wet. En laat het Comité I een onderzoek instellen naar de vraag of de Belgische inlichtingendiensten niet te afhankelijk zijn van de Britse, Franse, Amerikaanse en Israëlische collega’s.

12.

Het antiterreurorgaan OCAD verzamelt en analyseert informatie over terrorisme afkomstig van onder meer de Staatsveiligheid, de militaire inlichtingendienst ADIV en de federale politie. Breng op dezelfde manier informatie samen over georganiseerde misdaad en witwassen, en betrek daarbij ook de Cel voor de Financiële Informatieverwerking.

13.

Breid de begeleidingscommissie van het Comité I uit met senatoren van alle fracties in het parlement, zoals in Nederland het geval is. Laat het Comité I een nota opstellen met de voor- en nadelen van veiligheidsmachtigingen voor de senatoren en voer daarover een parlementair debat.

14.

Vul de functies aan de top van de Belgische inlichtingenwereld in die al veel te lang open staan: adjunct-directeur van het OCAD, adjunct-administrateur-generaal van de Staatsveiligheid én een plaatsvervangend lid van de BIM-commissie. Die commissie van drie magistraten is zeer belangrijk, omdat ze de inlichtingendiensten de toestemming moet geven om bijzondere inlichtingentechnieken aan te wenden.

15.

Volg nauwgezet de verslagen van de BIM-commissie op en zie erop toe dat de inlichtingendiensten hun boekje niet te buiten gaan bij het afluisteren van telefoongesprekken, screenen van e-mails en de inzet van andere bijzondere inlichtingentechnieken.

Bron » De Morgen | Kristof Clerix

Rijksarchief laat oog vallen op archief Staatsveiligheid

Het Nationaal Rijksarchief brengt het archief van Defensie in kaart. De operatie start begin volgend jaar en duurt één jaar. Het Rijksarchief lonkt ook naar het archief van de Staatsveiligheid, maar daar kan het minder op medewerking rekenen.

De Staatsveiligheid bezit in de Brusselse Noordwijk een goed bewaakt archief met een totale lengte van zeven kilometer. In het weekblad Knack geeft Karel Velle van het Algemeen Rijksarchief aan dat een deel van het archief toegankelijk moet worden voor wetenschappelijk onderzoek. Maar de Staatsveiligheid heeft het daar moeilijk mee.

Nochtans zwaait Velle met een aantal wetteksten waaruit moet blijken dat het Rijksarchief wel degelijk een deel van het archief van de Staatsveiligheid kan herbergen. Sinds 2009 moeten overheidsdiensten alle historisch relevante overheidsdocumenten ouder dan dertig jaar overdragen. Daarnaast vormt de privacywet een instrument om een dossier bij de Staatsveiligheid in te kijken.

En met oud-topman Koen Dassen werd mondeling afgesproken om een risicoanalyse uit te voeren op de archieven van de Staatsveiligheid. “Bepaalde archieven hebben nog een maatschappelijk-historisch belang”, zegt Velle in Knack. “Het is ook een kwestie van goed bestuur: na verloop van tijd moet je maatregelen treffen voor de duurzame bewaring van informatie.”

Maar bij de Staatsveiligheid kan Velle op weinig medewerking rekenen. Zowel directeur Alain Winants als Robin Libert, hoofd Analyse van de Staatsveiligheid, houden de boot af en benadrukken in Knack de vele problemen die met een vrijgave zouden gepaard kunnen gaan. Zo geeft de Staatsveiligheid aan dat sommige dossiers ouder dan dertig jaar nog actief gebruikt worden.

Voorts zijn heel wat dossiers geclassificeerd en zou het moeilijk zijn om dat ongedaan te maken. Zelfs open bronnen, zoals krantenknipsels, kan de Staatsveiligheid naar eigen zeggen niet vrijgeven omdat de classificatie slaat op het hele dossier. Ook de toegevoegde knipsels, affiches en flyers.

Een ander argument is de samenwerking met de zusterdiensten. Onzorgvuldig omspringen met informatie zou goede relaties op het spel kunnen zetten. Ook de bekommernis van de inlichtingendienst om hun bronnen te beschermen en de toepassing van de privacywetgeving, zouden de vrijgave van een deel van het archief van de Staatsveiligheid dwarsbomen.

Uiteindelijk haalt de Staatsveiligheid ook de krappe personeelssituatie aan. “Ik denk niet dat we in de huidige situatie op budgettair vlak met open armen ontvangen zouden worden indien we een vraag stellen om over bijkomend personeel te beschikken dat die functie zou uitoefenen”, zegt Winants in Knack.

De samenwerking met Defensie loopt voor het Nationaal Rijksarchief gesmeerder, schrijft MO.be. Maar die gaat dan ook minder ver. Vanaf 1 januari 2011 gaan twee medewerkers gedurende een jaar alle archieven van Defensie in kaart brengen. Defensie bezit over diverse archieven. Het administratief archief bevindt zich in Zutendaal.

Het historisch archief is op het Koning Elisabethkwartier in Evere ondergebracht. Daar bevinden zich ook zes miljoen fiches van iedereen die tussen 1830 en 1988 zijn legerdienst heeft gedaan. Een deel van de info is openbaar. Het audiovisueel archief staat in Peutie. En in het Legermuseum wordt ook nog een deel van het historisch archief bewaard.

Defensie doet een beroep op het Nationaal Rijksarchief voor een status quaestionis. Defensie speelt overigens met het idee om een deel van de historische archieven door te schuiven naar het Legermuseum of het Rijksarchief. “Archieven bewaren is niet de corebusiness van Defensie”, aldus generaal Charles-Henri Delcour, stafchef van het leger.

Bron » Apache

“Notities koning Boudewijn worden nooit openbaar gemaakt”

CD&V-senator en historicus Pol Van Den Driessche betreurt dat de schriftjes van Koning Boudewijn nooit in een openbaar archief terecht zullen komen. Dat leidt hij af op het antwoord dat hij kreeg op zijn brief aan koningin Fabiola, waarin hij erop aandringt dat de schriftjes nooit verloren zouden gaan.

In de schriftjes nam koning Boudewijn nauwgezet notitie van de gesprekken die hij tijdens audiënties gedurende zijn 43 jarig koningschap had. Voor Van Den Driessche bevatten ze dan ook een grote schat aan informatie over een aantal cruciale perioden in de Belgische geschiedenis zoals de koningskwestie, de onafhankelijkheid van Congo, of de plaatsing van kernwapens.

De grootmeester van het Huis van Koningin Fabiola, generaal-majoor vlieger Wilfried Van Kerkhove, antwoordt dat de weduwe van koning Boudewijn de bezorgdheid van Van Den Driessche “ten volle begrijpt en op prijs stelt”, maar hij verwijst ook naar het antwoord van toenmalig premier Guy Verhofstadt in 2006 in de Senaat, dat de notities van Boudewijn geen deel uitmaken van de openbare archieven.

Pol Van Den Driessche betreurt het antwoord omdat hij vreest dat de notities verloren zouden. Uit het antwoord blijkt immers dat de notities nooit zullen worden overgemaakt aan het Koninklijk Archief of het rijksarchief. “Documenten die in privé-handen blijven, krijgen meestal geen goede behandeling, raken verloren of worden verkocht”, voegt hij er aan toe.

Bron » De Morgen

Strafdossiers blijven zeker twintig jaar bewaard

Strafdossiers van criminelen die correctioneel veroordeeld zijn, worden twintig jaar bewaard op de griffie. Daarna wordt een aantal dossiers vernietigd, een ander deel gaat naar het rijksarchief in Bever. Dossiers van geïnterneerden worden altijd bewaard. In ieder geval hebben parket en gerecht steeds inzage in het strafregister van veroordeelden tot zij overlijden. Dat zei minister van Justitie Jo Vandeurzen dinsdag in de Kamer aan Peter Logghe van het Vlaams Belang.

Die vroeg zich af of een Oostenrijkse zaak zoals deze van Jozef Fritzl die zijn dochter jarenlang opsloot, misbruikte en bij haar zeven kinderen verwekte, ook in België mogelijk zou zijn. Fritzl kon zolang onopgemerkt doorgaan omdat een verkrachtingsdossier tegen hem uit de jaren zestig was vernietigd. Logghe besloot dat “zo’n zaak in België dus ook zeker wel zou kunnen”.

Bron » Gazet van Antwerpen

Tentoonstelling 175 jaar Veiligheid van de Staat

Maandag opent in het Algemeen Rijksarchief in Brussel de tentoonstelling Undercover. 175 jaar Veiligheid van de Staat voor het grote publiek. ‘Zelfs na 175 jaar blijft een waas van mysterie hangen over de Veiligheid van de Staat. De tentoonstelling wil die helpen te doorbreken’, klinkt het veelbelovend in de expobrochure. Maar wie geheime informatie of dossiers verwacht, komt – niet geheel onverwacht – niet aan zijn trekken.

“Er bestaan heel wat misverstanden over de Veiligheid van de Staat. Tijdens selectieproeven bijvoorbeeld geven sollicitanten aan dat ze onze dienst linken met afluisteren, huiszoekingen en arrestaties. Terwijl we daar niet bevoegd voor zijn. Sommige studenten van het tweede jaar interieurvormgeving van de Hogeschool Sint-Lukas in Gent, die hebben meegeholpen aan de opbouw van de tentoonstelling, dachten dat alle camera’s op kruispunten rechtstreeks verbonden zijn met onze dienst”, lacht curator Robin Libert, adviseur-generaal van de Staatsveiligheid. Met de tentoonstelling wil de inlichtingendienst een realistisch beeld schetsen van zijn werking en meer openheid creëren.

Een document uit 1896 over mensensmokkel, landkaarten uit de Tweede Wereldoorlog, de bruine aktetas waarmee de Belgische spion Eugène Michiels in de Koude Oorlog strategische informatie doorspeelde aan de Roemenen en Russen, een paraplu-geweer, een terroristenhandleiding uit Afghanistan, het ligt er allemaal op de expo. In een vitrinekast in de hoek prijkt de rode vlag van het Kosovaarse Bevrijdingsleger UCK. “Afkomstig uit hun stocks in België.”

Een van de recentste attributen op de expo is een gesmolten kast uit de WTC-torens, stille getuige van de terreuraanslagen van 11 september. “Die eyecatcher hebben we in bruikleen gekregen van de CIA”, zegt Libert niet zonder trots. “Het is een primeur dat de CIA meewerkt aan een tentoonstelling in het buitenland. Het is trouwens ook de eerste keer dat de Veiligheid van de Staat het grote publiek een blik gunt in documenten uit haar archieven.”

De tentoonstelling richt zich tot een groot publiek. Voor secundaire scholen is een pedagogische map samengesteld. “Analisten van de Veiligheid van de Staat kunnen zelfs ingeschakeld worden als gids.” Qué? “Wees gerust, we gaan geen foto’s nemen van iedereen die passeert.”

De leukste speeltjes van de tentoonstelling staan vlakbij de uitgang: afluisterapparatuur verwerkt in een asbak, boek of pakje sigaretten, een ‘sweepingapparaat’ om afluisterapparatuur in gebouwen op te sporen, een baksteen die ooit dienst heeft gedaan als ‘dode brievenbus’ en nostalgischer hightech die onmiddellijk doet denken aan James Bond. “Allemaal veroverd op landen uit het Warschaupact”, zegt Libert. “Grote diensten in het buitenland hebben een afdeling met technische snufjes. België helaas niet.”

Bron » De Morgen