Minister van Justitie Geens: “Denk dat we waarheid over Bende van Nijvel zullen kennen voor 2025 en dat er proces komt”

Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) meent dat we voor 2025, dan verjaart het dossier, de waarheid en de daders zullen kennen achter de Bende van Nijvel. Hij verwacht dat aanhoudingen volgen en dat er een proces komt.

Zondag 27 september was het 35 jaar geleden dat de aanslag van de Bende van Nijvel plaatsvond aan de Delhaize van Overijse. Drie gemaskerde daders schoten zonder aarzelen vijf mensen dood, onder wie een kind van 14 en een bankier.

Radio2 Vlaams-Brabant & Brussel blikt deze week terug op de feiten met kroongetuigen, journalisten die de Bende al jaren volgen en nieuwe getuigenissen. Op een vraag naar een stand van zaken in het onderzoek polste minister van Justitie Koen Geens (CD&V) bij het federaal parket.

Geens denkt dat we voor de verjaring van het dossier in 2025 weten wie die de daders zijn: “Ik heb de voorbije week een lange vergadering gehad met de twee mensen die met onderzoek bezig zijn en het onderzoek loopt goed. Er kan zeker een proces komen. Voor de slachtoffers en hun famile wil ik benadrukken dat er alles wordt aan gedaan om de waarheid boven te halen. Het belangrijkste is dat het in handen blijft van het federaal parket, mijn opvolger zal dat opvolgen. Ik ook trouwens vanuit het parlement. Maar ik heb er vertrouwen in, dit dossier is 100 procent in orde, elk document is nagekeken en DNA-sporen wordt nog steeds gecontroleerd. Zij doen dat op een onverbeterbare wijze, dus ik geloof daar in.”

Koen Geens kondigde vorige week zijn afscheid aan als federaal minister. Dit is dus zowat zijn politieke testament. Hij zorgde zelf voor het uitstel van de verjaring en de overheveling naar het federaal parket. Toch zijn er veel vragen bij het immense dossier. Zijn alle getuigenissen wel opgetekend, is er niets verdwenen? En zijn één of twee DNA-sporen van een peuk van een sigaret voldoende om vier, vijf of zes daders te ontmaskeren, 35 jaar na de feiten? Minister Geens hoopt en verwacht van wel: “Ik denk dat men de waarheid aan het licht zal brengen voor 2025. Of alle daders op het proces zullen verschijnen, dat weet ik niet, ik hoop van harte dat het lukt.”

Het federaal parket zegt dat het optimistisch blijft, maar veel tijd om het dossier verder te onderzoeken is er niet meer. Als de zaak in 2025 verjaart, dan kunnen de speurders nog hooguit 2 jaar aan de zaak werken. Als er dan al verdachten zijn moeten die in de 3 jaar die nog resten voor de rechtbank verschijnen, in eerste aanleg en beroep. Om aan dit probleem te verhelpen, ligt een wetsvoorstel van CD&V klaar, waarbij de verjaring stopt wanneer een dossier wordt verwezen naar de rechtbank. In het geval van de Bende van Nijvel zouden de speurders daardoor nog de volle 5 jaar tot 2025 aan de slag kunnen blijven. Mocht er dan iemand zijn aangehouden, dan is er geen tijdsdruk meer om die verdachte te laten berechten.

Bron » VRT Nieuws

D’Haese haalt hard uit naar onderzoek Bende Van Nijvel

Burgemeester Christoph D’Haese haalde op de herdenking van de aanslag op de Delhaize door de Bende Van Nijvel hard uit naar het justitieel onderzoek.

Op 9 november worden de slachtoffers van de Bende van Nijvel herdacht in Aalst. In en rond de Delhaize aan de Parklaan vielen acht doden. Diverse politieke kopstukken tekenden zaterdagochtend present, onder wie de ontslagnemende ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken Koen Geens en Pieter De Crem (beiden CD&V).

Aalsters burgemeester en federaal Kamerlid Christoph D’Haese (N-VA) deelde na een steunbetuiging aan de nabestaanden een duidelijke sneer uit: ‘Vorig jaar en het jaar ervoor stonden we hier met hoge verwachtingen. De Belgische Justitie had het dossier van de Bende weliswaar stevig verprutst en misschien gesaboteerd, maar voor het eerst waren er opnieuw tekenen van hoop. Het is echter oorverdovend stil. Het onderzoek is een soort omgekeerde processie van Echternach geworden, een stap vooruit en weer twee achteruit. Het geheim van het onderzoek dekt alles toe. Is het onwil of is het onkunde, of is het allebei?’

Daarna pleitte hij voor de principiële onverjaarbaarheid van criminele feiten met een grote maatschappelijke impact. ‘Het Bende-dossier dreigt over twee jaar te verjaren’, klonk het. ‘Zolang de families van de slachtoffers geen rust hebben, mag dat ook niet het geval zijn voor de criminelen en hun handlangers die dit leed hebben veroorzaakt.’

Ontslagnemend minister van Justitie Koen Geens (CD&V) speechte niet. ‘Ik heb mij eraan gehouden om niet te antwoorden: de begraafplaats is geen plaats om van mening te verschillen’, aldus Geens. ‘Ik kan wel zeggen dat de beste mensen van het federaal parket dag en nacht aan het dossier werken en ik hoop daar resultaat uit voorkomt. Men moet niet artificieel de indruk geven dat het morgen te laat is, dat is niet zo. We hebben de verjaring in 2015 met tien jaar uitgesteld tot 2025. Het dossier is in de beste handen, meer kan ik er nu niet over zeggen.’

Bron » De Standaard

D’Haese haalt hard uit naar Justitie en vraagt principiële onverjaarbaarheid Bende-dossier

Op de herdenking van slachtoffers van de Bende van Nijvel zaterdagochtend gaf Aalsters burgemeester Christoph D’Haese (N-VA) in bijzijn van ontslagnemend minister Koen Geens (CD&V) een zware sneer naar Justitie. Ook vroeg D’Haese de principiële onverjaarbaarheid van het Bende-dossier.

9 november is ieder jaar een moeilijke dag in Aalst. De slachtoffers van de laatste, bloedige aanslag van de Bende van Nijvel worden dan herdacht, maar de daders zijn 34 jaar na de feiten nog steeds niet gevat. Diverse kopstukken waren aanwezig, waaronder de ontslagnemende ministers van respectievelijk Justitie en Binnenlandse Zaken, Koen Geens en Pieter De Crem (beiden CD&V). Na een steunbetuiging aan de nabestaanden deelde Aalsters burgemeester en federaal Kamerlid Christoph D’Haese (N-VA) een sneer uit naar Justitie.

“Oorverdovend stil”

“Vorig jaar en het jaar ervoor stonden we hier met hoge verwachtingen”, sprak de Aalsterse burgemeester. “We stonden voor de langverwachte en definitieve doorbraak, zo leek het wel. De Belgische Justitie had het dossier van de Bende van Nijvel weliswaar stevig verprutst, mismanaged en misschien gesaboteerd, maar toch waren er voor het eerst in lange tijd opnieuw tekenen van hoop.”

“Het is echter oorverdovend stil. Het onderzoek staat, voor zover we mogen weten, even ver of zelfs minder ver als vroeger: het is een soort omgekeerde processie van Echternach geworden: een stap vooruit en weer twee achteruit. Niemand kan verplicht worden het onmogelijke te doen, maar het is de vraag of men zelfs het mogelijke nog doet.”

“Men zou denken dat het Belgische justitieapparaat, na de afgelopen decennia een aantal keer bijna het wereldrecord flateren scherp te hebben gesteld, elke absurditeit achterwege zou laten, al was het maar uit respect voor de stille kracht van zoveel Aalsters verdriet. Maar neen, het geheim van het onderzoek dekt alles toe. Is het onwil of is het onkunde, of is het allebei?

Principiële onverjaarbaarheid

Daarna deed D’Haese nog een oproep: “Nadat vorige week in de Kamer een wetsvoorstel werd goedgekeurd waardoor seksueel misbruik van minderjarigen binnenkort niet meer kan verjaren, doe ik een pleidooi voor de onverjaarbaarheid van criminele feiten met een grote maatschappelijke impact. Het Bende-dossier dreigt over twee jaar immers te verjaren”, sprak hij. “Zolang de families van de slachtoffers geen rust hebben, mag dat ook niet het geval zijn voor de criminelen en hun handlangers die dit leed hebben veroorzaakt.”

“Men moet niet artificieel de indruk geven dat het te laat is”

Ontslagnemend minister van Justitie Koen Geens (CD&V) speechte zelf bewust niet. “Ik heb mij eraan gehouden om niet te antwoorden: de begraafplaats is geen plaats om van mening te verschillen”, aldus Geens. “Ik kan wel zeggen dat de beste mensen van het federaal parket dag en nacht aan het dossier werken en ik hoop daar resultaat uit voorkomt, voor de nabestaanden, voor Justitie en voor de rechtsstaat in het algemeen.”

Over het pleidooi van D’Haese zei Geens nog het volgende: “Men moet niet artificieel de indruk geven dat het morgen te laat is, dat is niet zo. We hebben de verjaring in 2015 met tien jaar uitgesteld tot 2025. Het proces moet natuurlijk vroeger beginnen als er een proces van komt, maar ik denk dat dat het geval zal zijn. Het dossier is in de beste handen, meer kan ik er nu niet over zeggen.”

Bron » Het Nieuwsblad

Criminoloog Paul Ponsaers pleit voor stopzetting gerechtelijk onderzoek Bende van Nijvel

Paul Ponsaers, emeritus hoogleraar criminologie aan de UG, pleit in De Juristenkrant voor stopzetting van het gerechtelijk onderzoek naar de Bende van Nijvel. Naar analogie met de zaak-Lahaut denkt hij dat historici meer kans maken om deze zaak op te helderen. Met ‘Loden Jaren. Bende van Nijvel gekaderd’ (uitg. Gompel&Svacina) schreef Ponsaers een tweede boek over dit item.

In het interview vraagt Ponsaers zich af “of het niet veel nuttiger zou zijn om op een open en onbevangen manier” historici in plaats van rechercheurs te laten praten met de betrokkenen uit die tijd. “Vergelijk het met de operatie Kelk. Op het moment dat de kerk onder vuur van justitie kwam te liggen sloegen alle poorten toe. Pas op het moment dat de kerk zich openstelde voor veranderingen en een dynamiek tot stand brengt buiten het gerechtelijk circuit is er veel veranderd”, aldus Ponsaers.

Om alsnog de waarheid te achterhalen spiegelt hij zich aan de wijze waarop historici enkele jaren terug onthulden dat de moord in 1950 op Julien Lahaut het werk was van een anticommunistisch netwerk. “Elk jaar dat nu voorbij gaat vreet in op de tijd dat die historici hebben om getuigen uit die tijdsperiode te horen en te zien. Dus ook in die zin wordt het tijd dat het gerechtelijk onderzoek wordt afgesloten”, aldus Ponsaers. Het justitieel systeem is volgens hem in dit dossier “op zijn grenzen gebotst”.

Ponsaers stelt voorts overigens al lang niet meer te geloven dat het dossier van de Bende nog ooit een gerechtelijke oplossing krijgt. “Stel dat je vandaag een beschuldigde hebt. Elke advocaat maakt toch probleemloos brandhout van dat dossier. Met al die halve waarheden en volle leugens, stukken die verdwenen zijn, dossiers die weg zijn, de kwantitatieve omvang van het dossier…” Hij spreekt ook de mening tegen van Justitieminister Koen Geens in 2018 “dat er binnen de drie jaar een proces komt”. “Natuurlijk komt dat er niet”, aldus Ponsaers.

Bron » Het Nieuwsblad

“Beroepsgeheim dient niet om wantoestanden bij overheidsdienst te verbergen”

Het Antwerpse parket onderzoekt een ‘schending van beroepsgeheim’ door politicus Johan Peeters (SP.A). Hij zou vertrouwelijke informatie over de slechte staat van de ontplofte huizen op de Paardenmarkt naar de pers hebben gelekt. Peeters is recent ondervraagd en wacht af of het parket de aanwijzingen zwaar genoeg vindt om hem voor de rechtbank te vervolgen. Zelfs indien er bewijzen zouden zijn dat Peeters zou gelekt hebben dan nog is het de strafrechter die zal moeten uitmaken of er inderdaad schending van het beroepsgeheim is. Een geheimhoudingsplicht heeft immers een bepaald doel en dat kan niet het versteken van wantoestanden of van misdrijven uitmaken.

Elk beroepsgeheim heeft een doel. Het meest gekende is de geheimhouding van het gerechtelijk vooronderzoek dat verantwoord wordt door de noodzaak om de betrokken personen te beschermen en de voortgang van het onderzoek niet te bemoeilijken. Daartegenover staat het principe dat er in een democratische rechtsstaat een doelmatig toezicht moet mogelijk zijn op de werking van justitie en politie. Als dat er niet is verglijdt die staat al snel tot een politiestaat.

Het is één van de meest opmerkelijke problemen van het onderzoek naar de Bende van Nijvel: door de verlenging van de verjaring werd ook de geheimhouding van het vooronderzoek verlengd zodat meer dan dertig jaar na de feiten, buiten wie er in werkzaam was of is, niemand echt weet wat er in het dossier staat. Ook in het parlementair onderzoek op de uitgebreide minnelijke schikking, de zogenoemde Kazachgate-affaire, dook het probleem op: over het lopende gerechtelijk onderzoek werden, hoewel dat wettelijk is voorzien, door de procureur geen mededelingen gedaan.

In voorliggend geval gaat het om de verantwoorde geheimhouding van de vertrouwensrelatie tussen leden van het OCMW en de cliënten. Daarover gaat het lek evenwel niet. ‘Burgemeester Bart De Wever kwam in het midden van de storm terecht toen enkele kranten schreven dat zijn dienst Woontoezicht te laks had gereageerd. Medewerkers van het OCMW die in de Paardenmarkt op huisbezoek waren geweest, schreven in hun verslag: “Huis in zeer slechte staat, vochtplekken, opengebroken plafond en ontbrekend glas.” De dienst Pandtoezicht vond een controle ‘niet prioritair’, onder meer omdat het aantal controleurs op de dienst in 2017 was gedaald van 12 naar 4′, zo schrijft Het Laatste Nieuws.

Hier is er dus een gewilde verwarring tussen de geheimhouding van informatie van het OCMW en de openbaarheid van bestuur over de werking van een overheidsdienst, namelijk de dienst ‘Woonzorg’ van de stad Antwerpen: Het verslag over de wantoestanden in het huis hebben niets te maken met de cliënten van het OCMW maar alles met de slechte werking van de overheidsdienst ‘Woonzorg’.

Warm en koud

Burgemeester De Wever gebruikt het beroepsgeheim naargelang het hem schikt. Hier om de slechte werking van zijn dienst te versteken. In zijn opvatting hoe de strijd tegen het terrorisme moet worden gevoerd doet hij net het omgekeerde: het N-VA-wetsvoorstel om een actieve meldingsplicht in te voeren voor het personeel van sociale instellingen. Daarbij gaat het niet over de werking van een stadsdienst en de publieke gevaren van bouwvallige huizen, maar wél over de relatie OCMW-cliënt.

Wanneer het over zijn eigen verantwoordelijkheid gaat wordt informatie dan plots geheim en worden alle middelen aangewend om het geheim te houden: de ‘lasterlijke’ nieuwssite Apache werd door de ex-kabinetschef van De Wever gedagvaard wegens het uitbrengen van informatie over de wantoestanden rond de bouwpromotor Land Invest.

Kernvraag

Het is niet de vraag of een publiek mandataris een beroepsgeheim lekte dan wel of de werking van de stadsdienst Woonzorg ernstige gebreken vertoont en waarom dat zo is. Om een debat over de tweede vraag te vermijden gebruikt de burgemeester de gekende methode van het tweede dossier: als het eerste te netelig wordt moet je er een tweede openen zodat alle aandacht van de belangrijke vraag kan worden afgeleid naar een nepvraag. Hier zou je net zo goed de vraag kunnen stellen waarom de burgemeester zijn dienst laat verkommeren van 12 tot vier leden. Dan vraag ik mij af: zijn er plannen voor hoogbouw in de plaats van de verkrotte panden?

Ook het “chilling”, het afkoelend, effect van deze handigheid is gekend: de vervolging van klokkenluiders om anderen te beletten soortgelijke wantoestanden aan te klagen. ‘Meer dan vijftien jaar na de politiehervorming wil de N-VA dat er een wettelijk statuut komt om klokkenluiders bij de politie te beschermen: een maatregel die ook in het federale regeerakkoord ingeschreven staat. “Concreet willen we de klokkenluidersbescherming die in 2013 is ingevoerd voor federale ambtenaren, nu ook uitbreiden naar alle personeelsleden van de hele geïntegreerde politie”, vertelt Kamerlid Koenraad Degroote. Samen met zijn collega’s Koen Metsu, Brecht Vermeulen en Christoph D’Haese diende hij daarvoor een wetsvoorstel in, zo lezen we op de site van N-VA.

Misschien kan dit voorval leiden tot een betere bescherming van stedelijke raadsleden wanneer die doen wat zij moeten doen: toezicht op de werking van de stadsdiensten en openbaar maken van wantoestanden wanneer die zich voordoen.

Bron » Knack | Walter De Smedt