Door één kapotte lift in het Rijksarchief ligt heel veel onderzoek plat: “Het is Kafka op speed”

Een kapotte lift in het Brusselse Rijksarchief blokkeert talloze onderzoekers en mensen op zoek naar hun antwoorden over hun familiegeschiedenis: “Onze archieven zijn klinisch dood.”

“Wegens technische problemen is het onmogelijk om nieuwe reservaties te nemen.” Sinds midden juli ben je eraan voor de moeite als je iets wil consulteren uit het depot Joseph Cuvelier van het Rijksarchief in Brussel. De centrale lift die de verschillende verdiepingen van het archief met de leeszaal moet verbinden, is buiten dienst. Een hersteldatum is er niet, het archief wacht op een antwoord van de Regie der Gebouwen.

Het depot is gigantisch: alles achter elkaar gezet, kom je aan 50 kilometer archief. De lift is de enige manier om de talloze dozen die de bezoekers willen inkijken naar de leeszaal te brengen. In het begin probeerde het team nog via de nauwe traphal tegemoet te komen aan de noden van de vele studenten, doctorandi, internationale onderzoekers en burgers. Maar door de indeling van het gebouw en het tekort aan personeel bleek dat onhaalbaar.

“Kafka op speed, anders kan ik de situatie niet omschrijven”, zegt professor Gillian Mathys van de Universiteit Gent. Zij begeleidt verschillende master- en doctoraatsstudenten die door de panne in de problemen kunnen komen. “Zij moeten op relatief korte termijn hun onderzoek kunnen doen. Enkele weken of maanden uitstel kunnen er al toe leiden dat ze met vertraging afstuderen. En dat door een kapotte lift. Het is een symptoom van hoe moeilijk de archieven het hebben om het hoofd boven water te houden.”

“De situatie is dramatisch. Het Rijksarchief was al klinisch dood, en nu dit nog.” Aan het woord is Pierre-Alain Tallier, departementshoofd Brussel bij het Rijksarchief. “We zijn al jaren ondergefinancierd, onze Brusselse gebouwen zijn in een vreselijke staat en tot de nok gevuld. We hebben de afgelopen vijftien jaar liefst 28 procent van ons personeel verloren, en toch zijn we in dezelfde periode van 200 kilometer naar 400 kilometer archief gegaan.”

Tijdens de vorige regeerperiode verloor het Rijksarchief 10 procent van zijn dotatie, nu moet het nog eens 9 procent inleveren. “Terwijl we om gewoon te overleven en om aan de digitale uitdaging te voldoen, al tussen de 3 en 5 miljoen euro per jaar nodig zouden hebben”, aldus Tallier.

‘Kinderen van de collaboratie’

Nochtans zijn de maatschappelijke interesse voor en het belang van de archieven de voorbije jaren gegroeid. “Dat zie je aan de populariteit van programma’s als Kinderen van de collaboratie of Kinderen van de kolonie, die op hun beurt de aandacht voor de archieven weer aanwakkeren”, vertelt hij.

Veel van die aandacht gaat specifiek naar het depot Joseph Cuvelier. Daar worden sinds 2016 stap voor stap kilometers koloniaal archief ontsloten en beschikbaar gemaakt. Het gaat onder andere over de dossiers van Union Minière – het mijnbedrijf in Congo – over de 87.000 personeelsdossiers van Belgisch personeel in Afrika, maar ook over de dossiers van de duizenden metissen die werden geboren in de kolonie en gedwongen werden weggehaald bij hun moeders.

Ook archieven over de collaboratie en de vervolging ervan nadien kun je er vinden. Wie meer te weten wil komen over de rol die zijn grootouders of ouders hebben gespeeld tijdens de Tweede Wereldoorlog, moet bij het depot zijn. Ook alle Belgische patenten van 1830 tot 1963 kun je er terugvinden. Het depot Cuvelier kreeg in 2023 liefst 1.778 werkbezoeken te verwerken, er werden 15.000 archiefnummers ingekeken.

Visum uit Congo

“De leeszaal zit altijd vol”, vertelt historica Gillian Mathys. Dat er nu niet gewerkt kan worden, is nefast, zegt ze. “Er is de impact op de carrière van de individuele onderzoekers. Bovendien wordt dat onderzoek grotendeels gefinancierd met publiek geld, het is onze taak om daar voorzichtig mee om te springen.” Maar voor haar internationale collega’s ligt het nog moeilijker. “Het is al niet vanzelfsprekend om een visum te krijgen voor België als je uit Congo, Rwanda of Burundi naar hier wilt komen om de koloniale archieven te raadplegen. En als de onderzoekers hier dan zijn, met soms moeizaam bekomen fondsen, kunnen ze hun werk niet doen. En dan spreek ik nog niet van de mensen die soms een leven hebben moeten wachten om meer over hun familiegeschiedenis te leren.”

De Regie der Gebouwen laat weten dat de lift buiten dienst is omdat ze een nieuw regularisatie-attest moet krijgen. Begin september zal een firma langskomen om de lift te onderzoeken, waarna de nodige aanpassingen gedaan worden. “Wanneer de lift weer werkt, hangt af van hoeveel aanpassingen moeten gebeuren.”

Met de lift komt het dus ooit wel goed, maar de structurele problemen van de archieven zijn daarmee niet opgelost. In het regeerakkoord is er over de financiering niets te vinden. Minister voor Wetenschapsbeleid Vanessa Matz (Les Engagés) laat weten dat ze op zoek gaat naar een efficiëntere manier van werken bij verschillende instellingen, in de hoop zo kosten te verlagen. “Wat betreft de huisvesting van het Rijksarchief zal de groepering van verschillende sites en depots worden onderzocht. Dit moet leiden tot lagere exploitatiekosten, een kleinere ecologische voetafdruk en een betere operationele efficiëntie van de instelling.”

Binnenkort staat het archief nog voor een nieuwe reeks uitdagingen: “Het zal niet lang meer duren voor we de eerste digitale archieven moeten opnemen, maar België heeft geen beleid en al zeker niet de middelen voor die opdracht. In tijden van artificiële intelligentie en fake news is het nog nooit zo belangrijk geweest om betrouwbare en correcte informatie over ons verleden bij te houden en toegankelijk te maken.”

Bron » De Standaard

Minister van Staat Etienne Davignon mogelijk vervolgd voor betrokkenheid bij moord op Lumumba

Het federale parket vraagt de doorverwijzing van voormalig Belgisch EU-commissaris Etienne Davignon naar de correctionele rechtbank wegens oorlogsmisdaden.

Voormalig politicus en bedrijfsleider Etienne Davignon (92) zou vervolgd kunnen worden in het kader van de moord op de Congolese premier Patrice Lumumba in 1961. Dat meldt de RTBF. Het federale parket vraagt zijn doorverwijzing naar de correctionele rechtbank. Davignon is minister van Staat en voormalig Europees Commissaris. Nadien werd hij bestuurder bij de Generale Maatschappij, en voorzitter van Brussels Airlines.

Het onderzoek naar de moord op Lumumba is een gevolg van een strafrechtelijke klacht van diens nabestaanden in 2011. Dat onderzoek is nu afgerond. Het federale parket zou een tiental personen willen vervolgen wegens oorlogsmisdaden, zoals het opsluiten en vervoeren van een krijgsgevangene. Ook zou België Lumumba het recht op een onafhankelijk proces hebben ontzegd, en hem een vernederende behandeling hebben laten ondergaan. Van de tien betrokkenen is alleen Davignon nog in leven. Hij werkte destijds als 27-jarige in Congo als diplomaat voor het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Davignons rol in de moord op de eerste premier van het onafhankelijke Congo werd ook al uitgespit door een parlementaire onderzoekscommissie. Toen hij voor de commissie verscheen als getuige, ontkende hij elke Belgische betrokkenheid bij de moord.

Patrice Lumumba leidde de onafhankelijkheidsstrijd van de Republiek Congo en werd in 1960 verkozen tot eerste minister. Kort daarna pleegde Joseph Mobutu een staatsgreep en kwam Lumumba onder huisarrest te staan. Lumumba werd op 17 januari 1961 geëxecuteerd door Katangese gendarmes en politiemannen. Dat gebeurde vijf uur nadat hij werd overgebracht naar de opstandige provincie Katanga, die Lumumba vijandig gezind was. Het waren de Congolese autoriteiten die de eerste verkozen premier overbrachten.

Opgelost in zwavelzuur

De Belgische regering zou die actie echter gesteund hebben. De parlementaire onderzoekscommissie concludeerde in 2001 dat “sommige leden van de Belgische regering en andere Belgische betrokkenen een morele verantwoordelijkheid hebben in de omstandigheden die tot Lumumba’s dood hebben geleid”. De experts van de commissie hadden geen bewijzen gevonden dat België erop uit was om Lumumba fysiek te elimineren.

In een interview met deze krant zei Davignon dat Buitenlandse Zaken tegen Lumumba’s overbrenging naar Katanga gekant was. Wel erkende hij dat het ministerie Lumumba niet geholpen heeft.

Na het rapport van de parlementaire onderzoekscommissie heeft de regering in 2002 haar verontschuldigingen uitgesproken. Dat gebeurde nogmaals in 2022, toen de tand van Lumumba werd overgedragen aan zijn nabestaanden. Die tand is enige stoffelijke overblijfsel van de eerste Congolese premier; zijn lichaam werd nooit teruggevonden. Volgens de overlevering heeft een Belgische politieman het lichaam van Lumumba in stukken gesneden en opgelost in een vat met 200 liter zwavelzuur.

Bron » De Standaard

‘Mobutu’s game’: politieke thriller over opgang en val van Congolese oud-dictator

De Congolese dictator Mobutu Sese Seko was niet de karikaturale stroman van het Westen, hij was een ingenieuze strateeg die iedereen naar zijn hand zette, maar uiteindelijk als een decadente Romeinse keizer aan zijn einde kwam. Een nieuwe 4-delige documentaire brengt een genuanceerd portret en laat voor- en tegenstanders aan het woord.

De clichébeelden van de Congolese oud-dictator Mobutu zijn bekend. Iedereen ziet de man met het luipaardhoedje voor zich, nu eens in zijn mao-pak, dan weer in zijn witte, met goud bestikte legeruniform, breed lachend en zwaaiend met zijn scepter naar zijn dansende volgelingen.

Mobutu dineerde met koningen en presidenten, had als een van de weinige Afrikaanse leiders een directe lijn naar zowel het Witte Huis als het Elysée, als het koninklijk paleis in Laken. Maar wie was hij écht? Wie manipuleerde wie? Dat probeert de reeks ‘Mobutu’s game’ te achterhalen. Met een pluim voor de meesterverteller van de reeks, politiek analist Jean Omasombo.

Lumumba’s schaduw

Mobutu is een kind van het Belgische kolonialisme. Hij studeert aan een Belgische school, wordt naar het leger geroepen en verschijnt op het Congolese politieke toneel als vertrouwenspersoon van onafhankelijkheidsstrijder Patrice Lumumba. Maar wanneer het Westen de eerste premier van Congo laat vallen, kiest Mobutu als een ware Judas voor zijn eigen carrière en pleegt hij verraad.

Wanneer het huis van Lumumba wordt omsingeld door de Verenigde Naties én door het Congolese leger, keert hij hem letterlijk de rug toe. Een van zijn medewerkers zit op het vliegtuig dat de gearresteerde Lumumba naar Kinshasa brengt. Dochter Juliana Lumumba is ervan overtuigd dat de VN, de Belgen en Amerikanen hem hebben ingefluisterd “alleen als Lumumba weg is, kan jij carrière maken”.

En zo ontpopt Mobutu zich tot een politiek strateeg die aast op meer macht. “Ik kwam er elke dag op de koffie, en hij las ‘De prins’ van Machiavelli”, laat CIA-kopstuk Larry Devlin zich ontvallen.

Wanneer Mobutu als onbekwame legerbevelhebber in de nesten komt, laat hij zijn Westerse bondgenoten te hulp schieten. Hij weet maar al te goed dat de Koude Oorlog ook op het Afrikaanse continent woedt en dat de Amerikanen voor hun oorlog in Vietnam het Congolese koper en kobalt nodig hebben.

Tegelijk trekt hij voor zijn eigen volk de kaart van de dekolonisatie. Hij verandert de landsnaam in ‘Zaïre’ en ontdoet zich onder het mom van authenticiteit van alle koloniale symbolen.

Maar het is maar een façade. Zijn eenpartijstaat, de MPR, is een holle schelp, die steeds meer in dienst staat van de ene leider. Mobutu Sese Seko, ‘de eeuwige, die nooit zal verdwijnen’. Zijn personencultus wordt grotesk. Hij laat zich door dansers toejuichen, overal hangen zijn portretten, en op de staatstelevisie verschijnen messiaanse beelden van zijn gezicht boven in een blauwe hemel… Een messias die zich tegelijk bezondigt aan institutioneel seksueel misbruik en wijdverspreide corruptie.

Mobutu en zijn getrouwen worden steeds rijker, het Congolese volk steeds armer. In een van de meest treffende beelden volgt de camera de straten van Kinshasa. Eerst de arme wijken vol vuilnis, kapotte trottoirs en straatwinkeltjes, daarna de brede lanen in de wijk Gombe aan de Congostroom, om te eindigen in de luxueuze villa van Leon Engulu, een oude getrouwe van Mobutu. Die verheerlijkt zijn vroegere baas, en zegt zonder verpinken dat corruptie, verrijking en dictatuur best kunnen. “Ik ben door de witten gevormd. En daarom imiteer ik hen.”

Afdaling naar de hel

De spreidstand tussen de kleptomane leider en zijn volk wordt steeds groter. In de jaren 70 en 80 probeert Mobutu de buitenwereld nog te imponeren met stunts zoals de megalomane Inga-waterkrachtcentrale, niet voor elektriciteit voor de Congolezen, maar voor de mijnen in Katanga. “Wij bedisselden het contract”, zegt toenmalig Amerikaans ambassadeur Herman Cohen.

Mobutu wordt een paranoïde alleenheerser. Elke vorm van protest wordt hardhandig de kop ingedrukt. We zien de vliegtuigen en helikopters van waaruit politieke opposanten zomaar in de rivier worden gesmeten.

Ook een voorzichtige brief met kritiek van 13 parlementsleden wordt met arrestaties en geweld beantwoord. De toenemende schuldenlast van zijn land, onder meer ook door de tegenvallende koperprijzen, kan hem niet deren. Mobutu laat het geld stromen en terwijl zijn volk kreunt onder de armoede, blijft hij zich mateloos verrijken.

Tot in 1989. De Berlijnse muur valt, en tot zijn eigen afgrijzen ziet Mobutu op tv de volksexecutie van zijn goede vriend, de Roemeense dictator Ceaușescu en zijn vrouw. Mobutu wordt doodsbang en beseft dat dat lot hem ook kan te wachten staan.

Na mij, de zondvloed

“Comprenez mon émotion”. Het zijn Mobutu’s historische woorden wanneer hij met lange tanden het meerpartijenstelsel in Congo aankondigt in 1991. Het begin van het einde. Nieuwe namen zoals Etienne Tshisekedi duiken op, het volk reageert uitgelaten tot woedend, en het Westen heeft de dictator na de Koude Oorlog niet meer nodig als dam tegen de communisten.

“We vonden het welletjes”, zegt toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Mark Eyskens. De grond begint Mobutu onder de voeten weg te zakken. We zien nog decadente beelden van de zieke leider die in zijn luxepaleis in Gbadolite zakken geld uitdeelt aan aanhangers, geld dat hij zelf illegaal heeft laten drukken.

Wanneer in 1994 de Rwandese genocide uitbreekt, en zijn vroegere bondgenoot François Mitterrand hem vraagt om de Rwandese vluchtelingen op te vangen, ziet Mobutu de kans schoon op een comeback op internationaal niveau en gaat hij er gretig op in.

Een verkeerde en noodlottige inschatting: Rwanda heeft met Laurent-Désiré Kabila de ideale stroman om Congo binnen te vallen en Mobutu definitief van de troon te stoten. Mobutu, eens zo machtig en onaantastbaar, zal enkele maanden later als een ordinaire banneling in Marokko sterven.

Lessen

De documentairereeks ‘Mobutu’s game’ laat een kleurrijk palet aan getuigen aan het woord: oud-medewerkers van Mobutu, tegenstanders, en zijn eigen familieleden. Maar het belangrijkste in de politieke duiding zijn de stemmen van de Westerse bondgenoten van al die jaren. De Belgen Etienne Davignon en Mark Eyskens bijvoorbeeld, en de Amerikaanse diplomaten Herman Cohen en Bill Richardson.

Met de analyse van Belgische, Franse en Amerikaanse experts erbij wordt nog maar eens duidelijk hoe cynisch en schijnheilig politiek kan worden en hoe zwaar geopolitieke belangen doorwogen én blijven doorwegen op de Congolese politiek.

Want er zijn nog Mobutu’s in Afrika en in de wereld. Leiders die de hand boven het hoofd wordt gehouden omdat er in hun land belangrijke grondstoffen zitten of vanwege hun strategische militaire ligging.

Deze reeks ‘Mobutu’s game’ gaat over een leider die ruim een kwarteeuw dood is. Maar hij heeft een instabiele regio achtergelaten, die, mede door de onstilbare honger naar Congolese mineralen, heeft geleid tot de grootste humanitaire crisis sinds de Tweede Wereldoorlog en de dood van miljoenen mensen.

Bron » VRT Nieuws

Minder gebouwen, een maximum aantal gevangenen en (nog) meer budget: nieuwe regering krijgt stevig verlanglijstje van FOD Justitie

“Zonder bijkomend budget kan Justitie de rekeningen niet meer betalen.” Met die moeilijke boodschap trekt de federale overheidsdienst Justitie naar de toekomstige federale regering. “Moeilijk”, want ons land moet in de komende 7 jaar net 23 tot 25 miljard euro besparen. Maar bij Justitie hebben ze toch een verlanglijstje klaar.

Justitie was de voorbije jaren niet het departement waar er fors beknibbeld werd op het budget. Van de uittredende federale regering kreeg de overheidsdienst 581 miljoen euro extra over 4 jaar, op een totaalbudget van zo’n 2 miljard euro. “Niet niks”, geven ze toe bij de overheidsdienst.

Met die extra duiten heeft de FOD onder meer broodnodige extra plaatsen in de gevangenissen kunnen creëren, duizenden nieuwe mensen kunnen aannemen en veel geld gespendeerd aan digitalisering.

En toch volstaan de extra miljoenen nog niet, klinkt het nu. Zo heeft de FOD Justitie ook 80 miljoen euro moeten besparen, woog de inflatie op de werkingskosten en hadden indexeringen een zware impact op de loonkosten. Bovendien bleef de vraag stijgen: meer zaken (die de nodige kosten met zich meebrengen), meer gedetineerden, de blijvende nood aan digitalisering en de stijgende kosten van de verouderde gebouwen.

“In de praktijk is budgettaire ademruimte onbestaande”, schrijft de FOD in een persbericht. “Sterker nog: we kijken dit jaar aan tegen een tekort van ongeveer 60 miljoen euro.” Geen goed nieuws nu er wellicht overal bij de overheid stevige besparingen zitten aan te komen om de miljardentekorten te kunnen wegwerken.

Overbevolking

Het verklaart waarom de FOD Justitie nu een verlanglijstje, op tafel legt voor voor de nieuwe regering. Daarin vraagt de overheidsdienst “een structurele budgetverhoging van 250 miljoen euro”. “Met die extra slagkracht kunnen we zowel de hoogste noden dekken als hervormen.”

Hoe de FOD Justitie wil hervormen? Daarvoor zijn er wel wat ideeën. Over gevangenissen bijvoorbeeld: ja, de capaciteit moet nog worden opgetrokken en de gebouwen moeten worden gemoderniseerd. Maar Justitie wil ook een quotum op het maximale aantal gevangenen per gevangenis.

“Het moet duidelijk zijn vanaf wanneer er niet méér mensen binnen mogen in een gevangenis”, zegt Sarah Blancke, voorzitter ad interim van het directiecomité van de FOD Justitie, in De Ochtend op Radio 1. “De eerste opdracht is om ervoor te zorgen dat er geen grondslapers meer zijn.”

En bij overbevolking moeten er wettelijke maatregelen worden vastgelegd die als een soort ‘ventiel’ moeten dienen (bijvoorbeeld: korte straffen tijdelijk enkel via een enkelband uitvoeren of zelfs voorlopige invrijheidstelling).

Gebouwen sluiten

Of kijk naar de ruim 225 gerechtsgebouwen in ons land: volgens de FOD Justitie voldoen de meeste daarvan niet meer aan de huidige normen voor welzijn en veiligheid. En omdat er te weinig geld is om ze te onderhouden, gaan ze er alleen maar op achteruit.

“Wij komen regelmatig in de pers met gebouwen waar er lekken zijn of waar de archieven niet in orde zijn”, zegt Blancke. “We moeten ons dus afvragen of we al die gebouwen nog in orde kunnen brengen. In Nederland bijvoorbeeld hebben ze maar 50 gerechtsgebouwen.”

De overheidsdienst stelt daarom zelf voor om in de komende 5 tot 15 jaar liefst 100 gebouwen te sluiten. Door rechtscolleges te hergroeperen en meer in te zetten op digitalisering moet dat kunnen worden opgevangen. Met de besparing die dat oplevert, kunnen de overige gebouwen dan worden gemoderniseerd en onderhouden. “Ik denk dat dit een win-win is voor iedereen.”

Vernietigend rapport

Hoewel het memorandum een aantal prikkelende voorstellen bevat, is de timing best opmerkelijk. Een dikke maand geleden nog legde het Rekenhof de FOD Justitie over de knie. In een ronduit vernietigend (ontwerp)rapport kreeg de directie van de overheidsdienst de stempel “falend”, “passief” en “onverantwoordelijk”, zeker als het gaat over de digitalisering.

Zo heeft ze “onvoldoende aandacht voor het risico op fraude”, met name als het gaat over de samenwerking met consultancybedrijven. Verder ontbreekt het de FOD aan een duidelijke strategie voor de digitalisering en speelt er veel onduidelijkheid, onderlinge concurrentie en is er een gebrek aan vertrouwen. “Omdat de duurzaamheid van projecten niet wordt beoordeeld, bestaat bovendien het risico dat budgetten momenteel voor niets worden uitgegeven”, stelde het Rekenhof.

Het rapport kwam bovenop eerdere berichten dat Justitie de eigen regels niet lijkt te volgen als het gaat over contracten en dat het lange tijd te veel heeft betaald aan Bpost voor een kantoorgebouw. Ook pompt de overheidsdienst al jaren geld in moderne rechtszalen in gevangenissen die zelden of nooit worden gebruikt, omdat advocaten en rechters vrezen dat daarmee de openbaarheid van de rechtspraak in het gedrang komt. Of zoals advocaat John Maes eind vorig jaar stelde: “Dit is lichtzinnig omgaan met het geld van de belastingbetaler.”

Bron » VRT Nieuws | Stefan Grommen

De Russische connectie van Filip Dewinter: wie is Marco Santi? ‘Hij komt overal, tot op de hoogste echelons’

Zelfs in Wallonië kent niemand hem, en toch staat hij overal op de foto als Filip Dewinter (Vlaams Belang) weer eens voor topoverleg naar Moskou, Beiroet of Damascus vliegt. Marco Santi is zijn naam. Oud-militant van de neonazigroep Westland New Post, voorzitter van het splinterpartijtje Démocratie Nationale, belgicist en neonazi. Er is maar één verklaring voor zijn aanwezigheid op het hoogste niveau: Santi en Dewinter rijden allebei voor de Russen. En wat ook duidelijk wordt: het Russische netwerk van Filip Dewinter is hetzelfde als zijn Chinese.

Op YouTube staat een vrolijk filmpje van Frank Creyelman, die zich in de lente van 2014 opmaakt om Wallonië te veroveren met een afgeleide van Vlaams Belang. Faire Place Nette (FpN) heet zijn nieuwe partij. Een vertaling van ‘Grote kuis’, een slogan van het Vlaams Blok die in het verleden zijn deugdelijkheid heeft bewezen. Maar minstens zo belangrijk is dat de oude afkorting voor extreemrechts in Wallonië, FN (Front National), als twee druppels water lijkt op de nieuwe: FpN.

FpN is er gekomen met de steun van de familie Le Pen in Frankrijk. Dat is niet vanzelfsprekend: de rivaliserende clans in het Belgische FN hebben elkaar jarenlang zo hard de duvel aangedaan dat Marine Le Pen in 2012 besloot dat het welletjes was geweest: de naam van haar partij mocht niet meer gebruikt worden, de speeltijd was voorbij. Maar met de federale verkiezingen van 2014 breekt een nieuw tijdperk aan, waarin Waals radicaal-rechts aansluiting zoekt met zijn natuurlijke bondgenoot over de taalgrens: Vlaams Belang.

Frank Creyelman vertelt, met een bezem in de hand, dat hij de Grote Markt in Mons heeft schoongemaakt met een rood strikje om zijn nek, het waarmerk van premier Elio Di Rupo (PS). Mons, de thuisbasis van Di Rupo, is een stal die dringend uitgemest moet worden. Maar Creyelman koestert niet veel hoop dat hij de opvolger van Di Rupo zal worden. Ook al is de kiesdrempel in Henegouwen de laagste van het land, toch acht hij de kans klein dat hij die zal halen. Na tien jaar in de Senaat en acht jaar in het Vlaams Parlement wordt het Creyelmans laatste kunstje in de politiek. En hij beseft dat: ‘De Engelsen noemen het: going down in a blaze of glory.’

In beeld naast Creyelman staat een donkere, hoog opgeschoten man stug te zwijgen: Marco Santi, de drijvende kracht achter het project aan Waalse zijde. Hij heeft, na het slecht afgelopen avontuur van het Belgische FN, met enkele medestanders een nieuwe partij opgericht, Démocratie Nationale (DN), maar voor de gelegenheid wil hij daar wel even afstand van doen. Frank is een vriend. En Filip Dewinter, de sterke man achter Frank, ook.

Faire Place Nette is een vriendenclubje, blijkt uit de samenstelling van de lijst. Frank Creyelman is lijsttrekker, Veroniek Dewinter, dochter van Filip, lijstduwer. Ook verkiesbaar: mevrouw Dewinter én zijn secretaresses, aangevuld met leden van de Vlaams Belang-afdeling van Mechelen, het kiesdistrict van Frank Creyelman, en enkele Waalse kandidaten. Helemaal uit het gezichtsveld, op de negende plaats bij de opvolgers, staat Marco Santi. Voor hem is alles goed, zolang hij maar niet wordt verkozen.

De verkiezingen draaien op niets uit. Maar dat hoeft niet te verbazen, zegt Filip Dewinter: “Faire Place Nette is vier weken vóór de verkiezingen uitgevonden. En toch hebben we bijna een zetel behaald.”

Vier weken na de verkiezingen, drie maanden na de annexatie van de Krim door Rusland, vertrekt de vaste delegatie van Vlaams Belang naar Moskou: Filip Dewinter, Frank Creyelman en Anke Van dermeersch. Ook hun vaste Waalse compagnon de route, Marco Santi, gaat mee.

Santi is er altijd bij als de clan rond Filip Dewinter voor grote ontmoetingen naar het buitenland trekt. Dat is merkwaardig, want Santi heeft geen noemenswaardige ervaring in de nationale of de internationale politiek. En toch gaat hij in Moskou op de foto met Marion Maréchal, het nichtje van Jean-Marie Le Pen, of met Alessandra Mussolini, de kleindochter van Il Duce.

Santi heeft dan ook een reputatie. Op zijn Facebook-pagina staat de leuze waarop zijn leven is gegrondvest: ‘Meine Ehre heisst Treue’, het motto van de SS in de Tweede Wereldoorlog. Santi maakte als tiener deel uit van Westland New Post (WNP), een neonazigroep met slechts een paar tientallen leden, hoofdzakelijk militairen, die in de jaren 80 een sinistere reputatie genoot: twee leden van de groep werden veroordeeld voor vier moorden. Hun leider, ‘maarschalk’ Paul Latinus, werd geliquideerd. Santi werd nooit met een misdaad in verband gebracht, hij was ook allesbehalve een leider toen het schandaal van Westland New Post uitbrak, maar hij maakte wel deel uit van de WNP-scouts, waar prominente leden hun kinderen lieten ‘opleiden’.

Manuel Abramowicz (observator van de extreemrechtse Waalse scene): “Marco Santi is cipier van beroep. Een springplank voor de internationale politiek is dat niet, maar hij komt wel overal, tot op de hoogste echelons. Hij is een man met een adressenboekje die mensen bij elkaar brengt.”

Filip Dewinter: “Marco is Marco. Hij maakt deel uit van de folklore van Waals rechts.”

Santi is niet bereid tot commentaar.

Drie Huwelijken

We spoelen twee jaar terug. In 2012 vindt in het Hongaarse kasteel van Héderváry het eerste congres plaats van de Alliance of European National Movements (AENM), een Europees samenwerkingsverband van rechtse partijen van de uiterste buitenbaan. Partijen die er niet voor terugdeinzen racistische en antisemitische standpunten in te nemen, zoals het Hongaarse Jobbik, de British National Party (BNP), het Italiaanse Fiamme Tricolore en het Front National, dat met negationist Bruno Gollnisch de voorzitter van de organisatie levert. Gollnisch is een fellow traveller van Filip Dewinter. Dat stond hier vorige week te lezen: in het voorjaar van 2016 trok Dewinter met Gollnisch naar China, voor rekening van de Chinese spion Changchun Shao. In dat jaar factureerde Dewinter ook een etentje met Gollnisch aan Shao, én een etentje met Santi.

Eén Belgisch partijtje maakt ook deel uit van de AENM: Démocratie Nationale, de belgicistische eenmanspartij van Marco Santi. Hij is niet de enige Belg in Héderváry: Christian Verougstraete (VB) is er ook, als verkenner voor Vlaams Belang. De partij durft zich niet te vereenzelvigen met het aangebrande discours van de AENM, maar achter de schermen houdt ze het contact warm.

Christian Verougstraete: “Het was een tweedaagse conferentie waar Europees rechts de krachten bundelde. Ik was daar namens mijn partij: ik had een mandaat.”

Dewinter: “De versnippering van rechts was groot op Europees niveau. Ik probeerde overal antennes te hebben. Ik tastte af wie kon doorgroeien tot een volwaardige rechtse identitaire nationalistische partij.”

In Héderváry herbevestigen de leden hun vertrouwen in Europarlementslid Bruno Gollnisch als voorzitter van de AENM. Nick Griffin (BNP) is vicevoorzitter, de Hongaar Béla Kovács (Jobbik) penningmeester. Als Marine Le Pen één jaar later besluit het Front National op te schonen, moet Bruno Gollisch ophoepelen bij de AENM: de walm van de aangebrande club mag het zicht op het vernieuwde Front National niet vertroebelen. Europarlementslid Béla Kovács neemt de leiding over van Gollnisch.

Kovács staat, net als Gollnisch, met stip in de agenda van de Chinese spion Changchun Shao. In 2015 opent hij met Filip Dewinter een tentoonstelling van Chinese kunst in het Europees Parlement – enkele maanden later verliest hij zijn immuniteit en vliegt hij achter de tralies wegens spionage voor Rusland. KGBéla luidt zijn bijnaam.

Zijn levensloop lijkt recht uit een James Bond-scenario te komen. Zijn Russische vrouw, Svetlana Istoshina, is een agente van de KGB en houdt er drie huwelijken tegelijk op na. Hijzelf komt volgens het onderzoeksplatform VSquare aan het begin van de eeuw helemaal uit het niets met zakken vol geld bij Jobbik binnen. Tienduizenden euro’s sleept hij naar de zieltogende partij. Hij brengt nieuwe mensen aan en zet de trein in een mum van tijd weer op de sporen: in 2006 is Jobbik goed voor 3 procent van de stemmen. Acht jaar later, in 2014, heeft ze al 20 procent. Kovács slaagt er ook in om het buitenlandse beleid van de anti-Russische partij om te gooien: met zijn geld tovert hij Jobbik om tot een club van onverzettelijke Poetin-Versteher. Bij de AENM doet hij precies hetzelfde. Hij laat Europees extreemrechts voor de Russische president marcheren, met slechts één doel voor ogen: de Europese Unie verzwakken.

Black PR

In 2014 is Béla Kovács één van de verkiezingswaarnemers die het illegale referendum op de Krim een schijn van legitimiteit geven. In zijn spoor lopen verscheidene vertegenwoordigers van de AENM, onder wie Christian Verougstraete, die zijn partijgenoten Jan Penris en Frank Creyelman heeft meegebracht. Creyelman wordt in de vroege ochtend al boven zijn theewater gesignaleerd.

Enkele maanden later vliegen Filip Dewinter en Anke Van dermeersch naar het Third International Parliamentary Forum in Moskou voor ontmoetingen met Russische politici. Voor Faire Place Nette reizen Creyelman en Marco Santi mee, schrijft Santi op zijn Facebook-pagina.

Marie-Ann Baeten, die mee is als vertaler voor Vlaams Belang, vertelt dat ze afspraken heeft gemaakt voor ontmoetingen met ‘Russische politici van gelijkgestemde partijen’.

Marie-Ann Baeten: “Dat waren vooral Sergej Anatolevitsj Gavrilov en Vladimir Zjirinovski.”

Gavrilov is een volksvertegenwoordiger van de communistische partij. Na de inval van Rusland in Oekraïne kwam hij meteen op de zwarte lijst van de Verenigde Staten te staan. Zjirinovski, voorzitter van de Liberaal-Democratische Partij, was de meest beruchte nationalist van Rusland. Na de aanslagen in Brussel verklaart hij: “Het is gunstig voor ons. Laat ze maar sterven en vergaan.”

Opmerkelijk: Marco Santi voelt zich als een vis in het water in Russische politieke kringen, maar niemand weet wat hij daar uitvoert.

Abramowicz: “Hij regelt dingen. Ik neem aan dat hij daarvoor door de Russen wordt vergoed.”

Het meest in zijn sas is Santi in het Midden-Oosten, waar hij wel héél vaak de hand van de Syrische president Bashar al-Assad schudt. Eind 2014 duikt hij in Damascus op voor een internationale conferentie over terrorismebestrijding en religieus extremisme. Op zijn sociale media post hij een foto waar, behalve Frank Creyelman, ook Sergei Baburin op staat, een nationalistische Russische politicus die geldt als één van de gangmakers van de vijfde colonne van extreemrechts in Europa. En de andere grijze man naast Santi is warempel een Amerikaan: Richard T. Hines. Hines vergezelt Santi op heel wat trips door Syrië. Hij is er ook bij als Dewinter en Creyelman in dezelfde periode in Libanon vergaderen. En in maart 2015 schuift hij met Santi, Dewinter, Penris en Van dermeersch aan voor een babbel met al-Assad, die twee jaar daarvoor gifgas tegen zijn eigen bevolking heeft ingezet.

Op de vraag wat Marco Santi daar deed, heeft Jan Penris geen antwoord.

Jan Penris: “Ik heb ’m altijd een marginale figuur gevonden, ik krijg geen hoogte van hem.”

Ook over Richard Hines heeft Penris weinig te melden.

Penris: “Hij is een vriend van Marco Santi, maar net zo goed een eigenaardige figuur. Een hypergelovige man. Als hij onderweg een kerk tegenkwam, moest hij naar binnen.”

Dewinter: “Richard Hines is een goede bekende. Zijn vrouw, die intussen overleden is, was een kabinetschef van de voormalige Amerikaanse president Ronald Reagan. Richard heeft me in contact gebracht met Jeff Sessions, minister van Justitie onder president Donald Trump. Het idee van een muur tegen migratie komt van Sessions.”

Richard Hines kan een indrukwekkende erelijst voorleggen als lobbyist, spindoctor en fixer. In 2000 redt hij de presidentiële campagne van George W. Bush door tijdens de voorverkiezingen in South Carolina tegenkandidaat John McCain verkeerde uitspraken in de mond te leggen over de Confederatievlag, een gevoelig thema in de conservatieve zuidelijke staat. Of het voor presidentskandidaten, dictators of tabaksgiganten is, Hines werkt zich in de loop der jaren op als expert in smeercampagnes, manipulatie en black PR. En zo belandt hij dus met een handvol Belgen bij president Assad.

Dewinter: “Hines heeft mij vergezeld naar Syrië.”

Dewinter zal Assad in 2017 nog eens ontmoeten om bij te praten over het oprukkende jihadisme. In België onderhoudt hij warme banden met de Syrische ambassadeur. Die gaat dankzij Dewinter bij Changchun Shao thuis in Brasschaat dineren.

Drie keer reist Dewinter naar Syrië. De eerste keer, in 2013, krijgt hij Assad niet te zien, ook al zijn ze met een uitgebreide delegatie gekomen – Frank Creyelman, AENM-vicevoorzitter Nick Griffin en het duo Luc Michel en Mateusz Piskorski, die allebei nepverkiezingen voor de Russische overheid organiseren.

De man die de eerste Syrië-trip mogelijk heeft gemaakt, is Nabil Al Malazi, een in Polen verblijvende Syriër met bedrijfjes in de hele wereld – zijn naam duikt ook op in de Panama Papers. Hij is lid van Assads partij en heeft aanspreekpunten op het hoogste niveau. Hij is ook ondervoorzitter van de Poolse partij Zmiana, die hij samen met Mateusz Piskorski heeft opgericht. De pro-Russische scene in Polen kent hij als zijn broekzak. In een interview met Wolne Media dankt Al Malazi ‘mijn vriend Frank Creyelman’, die de reis mee heeft georganiseerd. De bedoeling is ‘alle krachten te mobiliseren om de gebeurtenissen achter de schermen in Syrië bloot te leggen en een gemeenschappelijke strijd te voeren tegen terrorisme en religieus extremisme’.

In 2015 gaat Mateusz Piskorski, de Poolse partner van Al Malazi, achter de tralies wegens spionage voor Rusland.

Ein Schnaps

Het Syrische regime, dat jarenlang oorlogssteun vanuit Moskou krijgt, is een aantrekkingspool voor veel Poetin-Versteher. Maar weinigen doen dat zo enthousiast als de Duitse AfD-politicus Waldemar Herdt. Herdt, van geboorte een Kazach, staat te boek als een voorvechter van de ‘christelijke identiteit’ en ageert tegen islam en woke. Maar voor alles is hij een pleitbezorger van Poetin: hij draaft geregeld in Russische tv-shows op en maakt geen geheim van zijn bevoorrechte relatie met de Russische inlichtingendienst FSB, de opvolger van de KGB.

Waldemar Herdt is net als Frank Creyelman een geroutineerde Syriëganger. Twee keer trekt hij met de Syria Contact Group van de AfD daarheen voor een facts finding mission: ze willen met hun eigen ogen zien hoe het ginds toegaat. De laatste reis van de groep, in 2019, krijgt vijf jaar later een staartje als de Duitse openbare omroep ZDF uitbrengt wat die groep precies bezielde. ZDF heeft een brief van de Duitse Syriëgangers uit november 2018, gericht aan president Assad, met het voorstel de koppen bij elkaar te steken over een ‘gestroomlijnde terugkeer van Syriërs (vanuit Duitsland, red.)’ en de ‘gedeelde voordelige relatie met Rusland en zijn bondgenoten’. In de brief suggereren Herdt en zijn partijgenoten dat Duitse Syriërs in een eerste fase zouden worden overgebracht naar Rusland, waar ze zouden worden opgeleid voor banen waar Syrië nood aan heeft.

Ook al was het plan gebaseerd ‘op vrijwilligheid’, zoals de AfD beweert, het veroorzaakt felle reacties, ook omdat kort daarvoor andere plannen van extreemrechts zijn uitgelekt voor een grootschalige remigratie van vluchtelingen naar hun land van herkomst. Ongewenste bevolkingsgroepen op transport zetten? Dat roept nare herinneringen op in Duitsland.

Waldemar Herdt bevindt zich al een poosje in het oog van de storm. Eind vorig jaar maakten de Financial Times, Le Monde en Der Spiegel bekend dat Frank Creyelman drie jaar lang door Chinese inlichtingendiensten is betaald om binnen- en buitenlandse parlementsleden te beïnvloeden. In onderschept sms-verkeer viel naast de naam van zijn broer Steven Creyelman ook die van Waldemar Herdt. Frank Creyelman omschreef het voormalige Duitse parlementslid daarin als ‘pro-Chinees’, en bekwaam om andere parlementsleden warm te maken voor de Chinese zaak. Herdt ontkende alles tegenover de Duitse pers: hij had geen bijzondere sympathie voor China en van Frank Creyelman had hij nog nooit gehoord.

Dat valt helaas niet vol te houden. Wij beschikken over foto’s waar beiden op staan. Ze hebben ook samen het Wereld Economisch Forum in Jalta bezocht.

Waldemar Herdt: “Ik ken Frank, jazeker, maar we werken niet samen. Ik ben een politicus. Politici wérken niet (lacht). Laten we zeggen dat Frank en ik wel eens ein Schnapschen hebben gedronken en over de toestand in de wereld hebben gepraat.

”We hebben elkaar voor het eerst ontmoet in Moskou, op een economisch event. Later hebben we de handen in elkaar geslagen om samen een grote Europese christelijke coalitie op te zetten, waarin de traditionele waarden centraal staan. Dat is jammer genoeg niet gelukt.”

Dat Frank Creyelman als spion tegen de lamp is gelopen en aan de deur gezet bij zijn partij, is Herdt ontgaan.

Herdt: “Het spijt me, ik volg de gebeurtenissen in België niet op de voet. Ik kijk naar het grotere plaatje: Duitsland, Rusland, Europa, Brazilië. Ik zou zelfs niet weten bij welke partij Frank was aangesloten. Vlaams Belang? Ken ik niet.”

Bruine champignons

Als één man de twijfelachtige eer mag opeisen dat het oude continent stilaan in de ban van remigratie raakt, is het wel de Fransman Renaud Camus. Hij is de bedenker van le grand remplacement, een complottheorie die via Vlaams Belang en zijn megafoon Filip Dewinter bij ons beter bekend is als de omvolking. In juni 2018 trekt Marco Santi naar het dorpje Plieux, in het zuidwesten van Frankrijk, waar Camus in een kasteel verblijft. Achter de eeuwenoude vestingmuren vindt een vergadering plaats van de Conseil National de la Résistance Européenne (CNRE), de Europese vereniging van Camus die zich verzet ‘tegen de islamisering en de Afrikaanse verovering’. Op de beperkte ledenlijst staan twee Belgen: Marco Santi en Filip Dewinter. Een half jaar daarvoor wordt het tweetal ook gespot op een betoging in Rotterdam, waar ze met Camus tegen ‘de islamisering’ demonstreren.

Een ander lid van CNRE is de voormalige Tsjechische president Václav Klaus – de man die, volgens de onderzoekswebsite Apache, in het najaar van 2023 mede werd geïnterviewd door Filip Dewinter voor Voice of Europe, een desinformatiekanaal van de Russen dat uit de ether is genomen.

Na de overdracht van het voorzitterschap van Bruno Gollnisch (FN) aan Béla Kovács (Jobbik) is het nooit meer goed gekomen met de aangebrande club van AENM. Kovács was zo druk bezig met Rusland dat hij al de rest vergat. Zo gaat dat met zulke partijen, zegt Filip Dewinter: één succesje en ze raken soms de weg kwijt.

Dewinter: “Bruine champignons, heeft Louis Tobback (Vooruit) ze ooit genoemd: voor je het weet, spatten ze uit elkaar.”

Wat van de AENM wél overeind is gebleven, is het internationale netwerk. Het is opmerkelijk hoe dezelfde mensen elkaar in de loop der jaren blijven vinden om de zaak van extreemrechts in Europa te dienen, maar ook die van Rusland, Syrië en China. Het namenlijstje spreekt voor zich: Filip Dewinter, Frank Creyelman, Anke Van dermeersch, Bruno Gollnisch, Béla Kovács, Mateusz Piskorski, Waldemar Herdt, Nabil Al Malazi en die ene haast onzichtbare Italo-Belg uit Ittre, Marco Santi. Allemaal speelden ze moeiteloos op twee of drie niveaus. De Russische connectie is ook de Chinese connectie.

Frank Creyelman en Anke Van dermeersch wensten niet te reageren.

Bron » Humo | Apache