Politiebaas Mark De Mesmaeker: “Terreurdreiging van de jaren 80 is niet te vergelijken met die van nu”

Marc De Mesmaeker, de nieuwe topman van de federale politie, was een van de drijvende krachten achter de grote politiehervorming. Vandaag is hij het hervormen moe. “Het elastiek rekt uit tot het knapt. Onder mijn bewind komen er geen nieuwe hervormingen meer.”

Vandaag om 14.30 uur legde Marc De Mesmaeker de eed af als nieuwe commissaris-generaal van de federale politie. Toen bekend raakte dat hij de selectie voor die topfunctie glansrijk had doorstaan, kwam dat voor zijn collega’s niet als een verrassing. Maar voor de rest van België was hij een illustere onbekende.

“Daar komt vanaf nu gegarandeerd verandering in”, zegt hij in zijn allereerste interview ooit. “Niet alleen bij de politie, maar ook bij alle andere veiligheidsdiensten weten ze allang wie Marc De Mesmaeker is. En ook in de Wetstraat kennen ze me. De voorbije tien jaar was ik eerst adviseur van drie ministers van Binnenlandse Zaken, later werkte ik nauw samen met nog drie andere ministers als directeur-generaal van het het Administratief Technisch Secretariaat (SAT), de verbindingsdienst tussen de politie en Binnenlandse Zaken.”

Oorspronkelijk was u rijkswachter?

“Ja. Ik ben in 1961 geboren in Ukkel, heb eerst in Gent criminologie gestudeerd en later als werkstudent rechten aan de VUB. Mijn vader was beroepsmilitair in Duitsland, waar ik een deel van mijn jeugd heb doorgebracht. Op mijn vijftiende kwam ik in de cadettenschool in Laken terecht. Dat was geen Disneyland. Ik koos zelf met veel overtuiging voor de rijkswacht. Midden jaren 80 belandde ik zo in Wilrijk.”

In die tijd heerste er ook terreurdreiging: die van de Cellules Communistes Combattantes (CCC) en van de Bende van Nijvel.

“De terreurdreiging van toen is niet te vergelijken met die van nu. Vandaag is het terrorisme nog omvangrijker en ingrijpender. De aanslagen van de laatste jaren zijn veel grootschaliger, met verschrikkelijke gevolgen. De Bende van Nijvel reken ik trouwens niet bij terreur, want dat was zware criminaliteit.”

Zijn de politieagenten op straat voldoende beschermd tegen de huidige terreurdreiging? Of moeten ze net als de op straat patrouillerende soldaten ook hun eigen kogelvrije vesten kopen?

“Onze kogelwerende vesten zijn geleverd. Er is steeds meer beschermingsmateriaal beschikbaar, al moeten er nog een paar stocks worden aangevuld. Maar de meeste agenten op straat hebben geen grote materiaaltekorten.”

De grootste kritiek op u is dat u een dossiervreter zou zijn die nooit met zijn bottines in de modder heeft gestaan.

“Mijn echte terreinervaring dateert inderdaad van toen ik twee jaar pelotonscommandant in Wilrijk was. Maar ik wil dat zogenaamde ‘gebrek aan ervaring op het terrein’ toch nuanceren. U mag echt niet denken dat mijn werk in de Wetstraat uit louter administratie bestond. Integendeel.”

“Ik durf zeggen dat een kwart van mijn tijd gelinkt was aan zaken uit de praktijk die moesten worden opgelost. Ik was ook voorzitter van het onderhandelingscomité voor de politiediensten en voerde zo intense gesprekken met de vakbonden over zeer reële problemen. Ik heb dus veel indirecte terreinervaring.”

De politievakbond Sypol heeft het er moeilijk mee dat u net als uw voorganger Catherine De Bolle uit de rijkswacht stamt. Bij Sypol zijn vooral mensen van de gewezen ‘gerechtelijke politie bij de parketten (GPP)’ aangesloten. Zij voelen zich in de kou gezet.

“Iedereen die, zoals ik, bij de grote politiehervorming van 1998 zijn verantwoordelijkheid nam en zijn borst natmaakte, heeft daarmee niet enkel vrienden gemaakt. Sommigen vinden nog steeds dat hun korps benadeeld werd bij de integratie van rijkswacht, gemeentepolitie en GPP. Sypol is een erkende vakbond die zijn mening mag verkondigen, maar misschien is het twintig jaar na datum tijd om die pagina definitief om te slaan.”

“De grote politiehervorming kwam er na woelige tijden. In de jaren erna ging de onrust niet meteen liggen omdat er nog heel wat structurele hervormingen volgden. Vanaf begin jaren 90 was er elke vijf jaar wel een reorganisatie. Het begon met de demilitarisering, gevolgd door het Pinksterplan, de ‘kleine politiehervorming’, de ‘grote politiehervorming’, een reorganisatie in 2006 en nog een in 2014. Hoeveel ondernemingen krijgen dat allemaal verteerd? Onze agenten verdienen een onderscheiding omdat ze al die hervormingen zo goed hebben doorstaan. Zolang ik commissaris-generaal ben, komt er geen nieuwe grondige hervorming meer van de structuren van de federale politie.”

Is dat kritiek op de beleidsmakers die al die hervormingen hebben geprogrammeerd?

“Helemaal niet. Die hervormingen waren zinvol, maar het elastiek rekt uit tot het knapt. We hebben dat punt bereikt. Er komen geen hervormingen meer. Voortaan zullen de mensen zich volledig kunnen concentreren op inhoud en kwaliteit van hun werk. Om dat te vergemakkelijken zal de federale politie intern moderner moeten worden aangestuurd.”

“Procedures moeten sneller en beter, net als de selectie en rekrutering van nieuwe krachten. Regels en procedures zullen moeten worden versoepeld, zodat we bij aankopen korter op de bal kunnen spelen. We moeten echt anders gaan werken. Neem de smartphone: een agent op het terrein zou zowat alle informatie die hij nodig heeft op één scherm moeten kunnen consulteren.”

Politieagenten hebben geen smartphone van het werk?

“Sommigen wel, maar velen nog niet. We zijn nu volop met die digitalisering bezig. Zo winnen we tijd en middelen.”

Hoe belangrijk is diversiteit voor u?

“Zeer belangrijk. We zijn nu bezig met het oprichten van een Directie Beveiliging. Zij zal 1.600 personeelsleden tewerkstellen voor de bewaking van onder andere kerncentrales, luchthavens en rechtbanken. Ik zie dat als een gigantische kans om de diversiteit binnen ons korps op te krikken. Want er zal worden gerekruteerd onder mensen die geen hoger diploma hebben behaald. Later kunnen ze dan na een opleiding eventueel inspecteur worden.”

Op donderdag 17 mei overleed het tweejarige vluchtelingenmeisje Mawda door een politiekogel. Op dinsdag 29 mei werden twee agentes vermoord door een geradicaliseerde draaideurcrimineel. Het ene moment was de politie kop van Jut en het andere moment was het medeleven massaal.

“Die twee drama’s tonen duidelijk hoe moeilijk en delicaat het beroep van politieman of -vrouw is. De ene dag zijn er omstandigheden waardoor je je verplicht voelt om je wapen te trekken; de andere dag word je misschien zelf onder vuur genomen. Dat is niet vanzelfsprekend.”

Hebt u ooit onder vuur gelegen?

“Nee.”

Naar het schijnt hebt u ook nog nooit een lijk gezien.

“Toch wel, meerdere zelfs. Tijdens mijn opleiding criminologie heb ik autopsies meegemaakt en mijn eerste dodelijke slachtoffer zag ik tijdens mijn stage, bij de vaststelling van een verkeersongeval. In de profielomschrijving voor commissaris-generaal staat trouwens niet dat die een lijk moet hebben gezien.” (lacht)

Is dit de job van uw leven?

“Ja. Ik heb een heel divers parcours bij de politie achter de rug. Ik heb operationele en academische ervaring, was manager en ken na tien jaar in de Wetstraat de politiek. Al die ingrediënten samen vormen een goede basis voor deze job. Ik ben redelijk optimistisch over de toekomst van de federale politie. Ik start niet met wantrouwen of schrik.”

Is het een voordeel dat u minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon goed kent?

“Het is een groot voordeel dat ik tien jaar Wetstraat-ervaring heb, met zes ministers van Binnenlandse Zaken van diverse partijen, zowel Vlaamse als Franstalige. Ik heb alle zes correct gediend.”

Doordat u met al die verschillende ideologieën en strekkingen hebt samengewerkt, weet niemand wat uw strekking is.

“De wet zegt ondubbelzinnig dat politieambtenaren openlijk geen uiting mogen geven van hun politieke overtuiging. Maar maak u geen zorgen: bij verkiezingen stem ik altijd doelbewust.”

Bron » De Morgen

Zoon reageert op aantijgingen dat Paul Vanden Boeynants kopstuk Bende van Nijvel was. “Een dode iets in de schoenen schuiven, is makkelijk”

“Het zal niet de laatste keer zijn dat mijn vader gelinkt wordt aan de Bende van Nijvel”, zegt Christian Vanden Boeynants, zoon van ex-premier Paul VDB. “Hij zou in het zadel gehesen worden na een golf van terreur? Nonsens. Een dode iets in de schoenen schuiven is makkelijk.”

Michel Libert wond er in een nieuw interview geen doekjes rond: de nummer twee van Westland New Post, een organisatie die door de onderzoekers naar de Bende van Nijvel beschouwd wordt als een mogelijke wieg voor leden van de Bende, wees met een beschuldigende vinger naar ex-premier Paul Vanden Boeynants. “Hij werd genoemd in elke opdracht die wij kregen, in elk rapport”, verklaarde hij. “Hij was een kopstuk van onze organisatie. Hij was onze baas.”

Zo’n uitspraak klinkt als muziek in de oren van al wie gelooft in het politieke complot achter de Bende. VDB was in de woelige jaren 80 een vooraanstaand figuur binnen ­CEPIC, een veeleer rechts georiënteerde vleugel binnen de Franstalige christendemocraten. Meermaals werd in het Bendeonderzoek geopperd dat, áls het de bedoeling geweest zou zijn om met terreur een strenger politiek regime te installeren, VDB dan als kopman naar voren geschoven zou worden door de daders. Maar alle speurwerk ten spijt, twee parlementaire commissies inbegrepen, werd nooit enige betrokkenheid van de ex-premier aangetoond.

“Het is niet de eerste keer, en helaas ook niet de laatste keer, dat de naam van mijn vader besmeurd wordt door hem te verbinden aan die dramatische vlaag van overvallen”, reageert zoon Christian Vanden Boeynants. “Het is makkelijk om een dode de schuld in de schoenen te schuiven. Hij kan daar per definitie niet op reageren. Maar, zoals mijn vader zei: Trop is te veel. Het wordt tijd om daarmee op te houden.”

“Ik vrees echter dat het tegendeel zal gebeuren”, voegt Christian Vanden Boeynants er nog aan toe. “Misschien moeten wij, tegen beter weten in, de steeds terugkerende storm over onze hoofden laten passeren.”

Bron » Het Nieuwsblad

Michel Libert wijst oud-premier Vanden Boeynants aan als kopstuk bij extreemrechtse Westland New Post

In een interview met TV Oost noemt Michel Libert de anonieme getuige die hem aanduidt als ‘De Reus’ van de Bende van Nijvel “psychisch gestoord”. Hij sluit niet uit dat leden van het extreemrechtse Westland New Post deel hebben genomen aan de moord- en roofpartijen van de Bende. Overigens beweert Libert dat oud-premier Paul Vanden Boeynants het kopstuk van de extreemrechtse organisatie is.

Libert noemt de in 2001 overleden Vanden Boeynants tijdens het gesprek “onze baas”. “Hij was niet alleen, maar hij was een kopstuk”, zo zegt Libert, die zelf regelmatig als de nummer twee van WNP wordt aangeduid.

Libert kwam eerder deze maand nog in het nieuws omdat hij door een nieuwe getuige “De Reus” van de Bende van Nijvel werd genoemd. Libert doet die beschuldiging zondag af als leugens. “Die man heeft psychische problemen”, zo stelt hij.

Wel geeft hij toe dat er een link tussen WNP en de Bende van Nijvel kan bestaan. Hij verwijst daarbij naar Christian E., die volgens Libert van plan was om samen met enkele huurlingen zelf “terreur te zaaien”.

Bron » Gazet van Antwerpen

Advocate Paul Vanden Boeynants vindt beschuldigingen in zaak bende van Nijvel belachelijk en schandalig

De beschuldigingen die gewezen Westland New Post-lid Michel Libert uit aan het adres van de vroegere eerste minister Paul Vanden Boeynants, zijn belachelijk en schandalig. Dat zegt meester Véronique Laurent, de advocate van de familie Vanden Boeynants. In een interview dat zondag werd uitgezonden door de regionale zender TV Oost zei Libert dat Vanden Boeynants een kopstuk was van die extreemrechtste organisatie.

Libert noemt de in 2001 overleden Vanden Boeynanst tijdens het gesprek “onze baas”. “Hij was niet alleen, maar hij was een kopstuk”, zei Libert, die zelf regelmatig als de nummer twee van WNP wordt aangeduid.

Het interview zondagavond was ook niet de eerste maal dat Libert de naam van Vanden Boeynants liet vallen. In 1992 was Libert te gast in een debat op de RTBF, naar aanleiding van een documentaire van BBC over het Gladio-netwerk, dat gelinkt werd met de Bende van Nijvel. In het BBC-programma erkende Libert dat hij voor Westland New Post verkenningsopdrachten uitvoerde in supermarkten, maar deelname aan overvallen op warenhuizen heeft hij altijd ontkend.

Libert verklaarde in het debat dat hij meer dan 50 personen, onder wie hooggeplaatsten, “zonder ze te beschuldigen”, in verband kon brengen met WNP. “We zien Vanden Boeynants (…) opduiken in elke missie, in elk rapport. Dat is niet per toeval”, zei Libert toen.

“Deze beschuldigingen zijn belachelijk”, zegt meester Véronique Laurent. “Op die manier iemand beschuldigen die zich niet langer kan verdedigen, is bovendien schandalig.”

Bron » Gazet van Antwerpen

40 jaar na de moord op Aldo Moro, de Italiaanse politicus die moest sterven

De lente van 1978 is warm in meer dan één betekenis in Italië. Het land beleeft zijn loden jaren, de anni di piombo, waarin zowel extreem-rechts als extreem-links terreur zaaien. Italië zwalpt al sinds de Tweede Wereldoorlog van de ene crisis naar de andere, met nauwelijks een regering die erin slaagt het een volle legislatuur uit te houden.

Op 16 maart 1978 ontvoert de linkse terreurgroep Rode Brigades op klaarlichte dag Aldo Moro, de voorzitter van de grootste Italiaanse partij, de christen-democraten. 13.000 agenten kammen Rome uit, zelfs de Siciliaanse maffia zou haar diensten aanbieden om Moro terug te vinden, maar uiteindelijk wordt hij pas 55 dagen later, op 9 mei, dood teruggevonden in de koffer van een auto, op een bijzonder symbolische plek.

De christen-democraten waren toen de onbetwiste machtspartij, ze zaten al sinds de oorlog onafgebroken in de regering. Aldo Moro was zelf ook zes jaar premier geweest, maar ging vooral de geschiedenis in als de man die voor een zeer controversieel, maar historisch compromis gezorgd had in de Italiaanse politiek.

Voor het eerst sloegen de twee grootste partijen – de christen-democraten en de communisten – de handen in elkaar, in de hoop stabiliteit in het land te brengen. De communisten zouden een minderheidsregering van christen-democraten vanuit de oppositie steunen, in ruil voor allerlei toegevingen. De communisten van hun kant beloofden met Moskou te breken. Maar Moro zou een zware prijs betalen voor dat “historische compromis”.

De ontvoering

Donderdag 16 maart 1978 is een warme lentedag. Om 9 uur ‘s ochtends verlaat Aldo Moro zoals elke dag zijn huis in de Via Fani in Rome. Zoals altijd staan zijn dienstwagen en die van zijn lijfwachten voor de deur. Moro stapt in en neemt op de achterbank wat documenten door, terwijl de auto’s vertrekken. Maar even verderop moeten ze plots de remmen dichtgooien, omdat een auto met diplomatieke nummerplaat achterwaarts op hen af komt gereden.

De auto met Moro’s lijfwachten kan niet meer stoppen, en botst op die van Moro zelf. Op dat moment springen een man en een vrouw uit de diplomatieke wagen, richten hun machinegeweer op Moro’s chauffeur en lijfwachten, en openen het vuur, twee lijfwachten komen daarbij om. Twee andere mannen sleuren Moro uit de auto, duwen hem in een Fiat 132 en scheuren weg.

Moro wordt naar een appartement gebracht in de Via Montalcini, en opgesloten in een krappe strook achter een valse wand in de woonkamer. In de ruimte staan een veldbed, een tafeltje en een ladekast. De volgende dag krijgt een journalist van de Romeinse krant Il Messagero een envelop met een foto van Moro erin, en een briefje van de Rode Brigades, die de ontvoering opeisen.

Ze kondigen aan dat hij voor een “Volksrechtbank” zal worden berecht. Vanaf dan verschijnt er elke dag een foto in de kranten: Moro zit voor een vlag met de vijfpuntige ster van de Rode Brigades, en houdt een krant vast waarop de datum van die dag staat, als bewijs dat hij nog leeft. Miljoenen Italianen, en ook Belgen, volgen de ontvoering op de voet.

De zoektocht

Vanaf dag 13 krijgt Moro van zijn ontvoerders de toestemming om brieven te schrijven aan zijn familie en zijn politieke vrienden. Moro gebruikt die brieven om de politici over te halen over zijn vrijlating te onderhandelen. Maar de Italiaanse premier Andreotti houdt voet bij stuk en weigert “te onderhandelen met terroristen”.

Naarmate Moro’s ontvoering vordert, worden de brieven steeds wanhopiger, en ook dreigender van toon. “Ik ben bij mijn volle verstand en breng mijn meningen zonder dwang tot uiting”, schrijft Moro, “eerlijk gezegd voel ik mij danig in de steek gelaten door u allemaal”. Moro suggereert ook dat hij onfrisse geheimen over de partij zou kunnen prijsgeven.

De Italiaanse politie en pers krijgen intussen allerlei tips die moeten leiden naar de plek waar Moro vastgehouden wordt. Maar ondanks het feit dat 13.000 politieagenten op de zaak zitten en de tips napluizen, wordt Moro niet gevonden. Naar verluidt zou zelfs de Siciliaanse maffia aangeboden hebben om in de gevangenissen contact te zoeken met veroordeelde Rode Brigade-leden, om zo Moro te vinden.

Maar dat zou de Italiaanse regering van de hand gewezen hebben. Intussen gaat het zogenaamde proces van de “Volksrechtbank” van de Rode Brigades door. Moro wordt “ter dood veroordeeld”, maar nog niet meteen terechtgesteld. De ontvoerders ondernemen nog verschillende pogingen om de Italiaanse regering onder druk te zetten om toch te onderhandelen. Uiteindelijk proberen ze het zelfs via een telefoontje aan Moro’s vrouw. Maar de regering zwicht niet.

De moord

Op dag 55, 9 mei 1978, dwingen de ontvoerders Moro om zich in de kofferbak van een rode R4 te wurmen. De leider van Rode Brigade-cel die de ontvoering uitvoert, Mario Moretti, trekt zijn wapen en schiet Moro met verschillende kogels dood. Later vindt de politie de R4 met het lichaam van Moro in de koffer terug in de Via Caetani, precies halverwege het hoofdkwartier van de christen-democraten en dat van de communisten. De boodschap is duidelijk.

Moro’s vrouw Eleonora is woest omdat de politiek ondanks alle smeekbedes, tot bij de Paus toe, niets heeft ondernomen om haar man te redden. Ze weigert een staatsbegrafenis en wil geen enkele politicus in de kerk toelaten. Ook veel Italianen – en heel wat onderzoekers – vragen zich nog altijd af of de politiek, en met name premier Andreotti, niet meer hadden kunnen doen, en bovenal: waarom ze dat niet deden.

De nasleep

In de jaren na Moro’s dood worden de meeste daders opgepakt en veroordeeld tot jarenlange gevangenisstraffen. De legendarische generaal van de carabinieri die erin slaagde om de Rode Brigades te ontmantelen, generaal Dalla Chiesa, is daarna naar Sicilië gestuurd, en werd daar kort na zijn aankomst vermoord door de maffia. Velen denken dat zijn overplaatsing naar Palermo een valstrik was, omdat hij te veel wist over de zaak-Aldo Moro.

Het ‘historische compromis’ is nooit uitgevoerd. In 1991 – enkele jaren na de val van de Berlijnse Muur – werd de communistische partij opgeheven. Een jaar later implodeerde ook de Democrazia Cristiana, de partij van Moro zelf, net als de derde grote Italiaanse partij, de socialisten, na het grote corruptieschandaal van de Mani Pulite, de Schone Handen.

Giulio Andreotti, de onwrikbare premier die geweigerd had te onderhandelen over Moro’s vrijlating, werd naderhand vervolgd vanwege zijn banden met de Siciliaanse maffia, en voor de moord op een journalist die had gesuggereerd dat Andreotti meer wist over de ontvoering van Moro.

De dood van Aldo Moro is nog altijd voer voor onderzoek en ook voor allerlei samenzweringstheorieën in Italië. Het is één van die vele donkere dossiers in een land waarover een boutade zegt: Italië is het land waar samenzweringstheorieën vaak gewoon waar zijn.

Bron » VRT Nieuws | Mieke Strynckx

De Decker stapt dan toch uit MR

Hoewel hij het aanvankelijk allerminst van plan was, is Armand De Decker dan toch opgestapt als lid van de Mouvement Réformateur (MR). Dat bevestigt partijvoorzitter Olivier Chastel op Twitter.

‘Armand De Decker is niet langer lid van de MR. Ik heb net nota genomen van zijn ontslag’, meldt Chastel maandagmiddag op de socialenetwerksite Twitter.

Armand De Decker bleef er tot op heden nochtans bij dat hem niets te verwijten valt bij het tot stand komen van de wet op de verruimde minnelijke schikking. In een reactie op het nieuws dat hij in verdenking werd gesteld, wees hij erop dat de raadsheer in Bergen hem er niet van verdenkt dat hij het wetgevend proces zou beïnvloed hebben. ‘Dat blijkt uit de mededeling van het parket, net zoals de parlementaire commissie Kazachgate al eerder vaststelde dat ik de wet niet heb beïnvloed.’

Bronnen melden aan persagentschap Belga dat De Decker de partij verlaat uit ontgoocheling om de geringe steun die hij binnenskamers nog zou ervaren. Hij zou er ook gewezen hebben op het gebrek aan respect voor het vermoeden van onschuld en het werk dat hij tijdens zijn politieke carrière voor de liberale partij heeft verricht.

‘Hoe kan ik minister beïnvloeden?’

De Decker bleef ook ontkennen dat hij door ongeoorloofd politiek gelobby geprobeerd heeft een minnelijke schikking uit de brand te slepen voor de Oezbeekse miljardair Patokh Chodiev. Daar wordt hij door het gerecht wel officieel van verdacht.

‘Men verwijt mij dat ik een minnelijke schikking ben gaan vragen voor Chodiev aan de toenmalige minister van Justitie Stefaan de Clerck (CD&V). Maar hoe kan ik een minister beïnvloeden van wie ik weet dat het niet zijn bevoegdheid is een minnelijke schikking toe te kennen? Het enige wat ik heb gedaan – in mijn rol als advocaat van Chodiev – is vragen aan de minister hoe het zat met de vooruitgang van het wetsvoorstel op de verruimde minnelijke schikking. Niet meer, niet minder.’

Nog in Brussels Parlement

In zijn maandagmiddag gepubliceerde mededeling repte De Decker met geen woord over de eis van MR-voorzitter Oliver Chastel. Die vroeg vanochtend dat de Decker zich zou terugtrekken uit al zijn functies als politicus. De Decker zit vandaag nog in het Brussels Parlement en in de Ukkelse gemeenteraad.

Minder dan een uur na het verschijnen van De Deckers mededeling maakte Chastel via Twitter bekend dat de voormalige Senaatsvoorzitter dan toch uit de MR was gestapt.

Bron » De Standaard

MR-voorzitter vraagt De Decker ontslag te nemen

MR-voorzitter Olivier Chastel vraagt oud-Senaatsvoorzitter Armand De Decker ontslag te nemen uit al zijn mandaten, zoniet wordt De Decker uit de partij gezet. Chastel reageert daarmee op de inverdenkingstelling van de minister van Staat in het dossier Kazachgate.

Gerechtelijke bronnen bevestigden maandag aan De Standaard dat Minister van Staat en oud-senaatsvoorzitter Armand De Decker (MR) door het gerecht in Bergen in verdenking gesteld werd wegens ‘ongeoorloofde beïnvloeding’ in de Kazachgate-zaak.

De Decker zou 740.000 euro gekregen hebben van de miljardair Patokh Chodiev en diens zakenpartners om de wet op de verruimde minnelijke schikking op hun maat te laten goedkeuren.

Bron » De Standaard

Armand De Decker verdacht van corruptie in zaak Kazachgate

Minister van Staat en oud-senaatsvoorzitter Armand De Decker (MR) is door het gerecht in Bergen in verdenking gesteld wegens ‘ongeoorloofde beïnvloeding’ in de Kazachgate-zaak. Dat bevestigen gerechtelijke bronnen aan De Standaard.

Een raadsheer-onderzoeksrechter in Bergen meent dat er genoeg aanwijzingen zijn dat senator Armand De Decker (MR) in 2011 en 2012 aan ongeoorloofde politieke lobbying heeft gedaan om de wet op de verruimde minnelijke schikking te laten goedkeuren op maat van miljardair Patokh Chodiev en twee van diens zakenpartners.

De Decker kreeg voor zijn diensten 740.000 euro van Chodiev en co. Zelf blijft de oud-senator tot op vandaag beweren dat hij in de Kazachgate-zaak enkel heeft gewerkt als advocaat van Chodiev en dat de 740.000 euro zijn honorarium waren. Maar hij slaagde er dus niet in de speurders te overtuigen.

Olivier Delmarche, raadsheer bij het hof van beroep in Bergen, stelde Armand De Decker heel recent in verdenking wegens ‘ongeoorloofde beïnvloeding.’ Dat vernamen De Standaard, Mediapart, Le Soir, en Le Vif. ‘Ongeoorloofde beïnvloeding’ is een vorm van corruptie waarbij een ambtenaar ‘tegen betaling zijn invloed gebruikt om de overheid tot een handeling aan te zetten.’ In dit geval zou De Decker zijn politieke invloed hebben aangewend voor de belangen van Chodiev te dienen.

Dat De Decker in verdenking is gesteld, betekent dat hij op het eind van het onderzoek voor de raadkamer moet verschijnen. Die moet dan op haar beurt beslissen of hij naar de rechtbank wordt verwezen.

Bron » De Standaard

“Beroepsgeheim dient niet om wantoestanden bij overheidsdienst te verbergen”

Het Antwerpse parket onderzoekt een ‘schending van beroepsgeheim’ door politicus Johan Peeters (SP.A). Hij zou vertrouwelijke informatie over de slechte staat van de ontplofte huizen op de Paardenmarkt naar de pers hebben gelekt. Peeters is recent ondervraagd en wacht af of het parket de aanwijzingen zwaar genoeg vindt om hem voor de rechtbank te vervolgen. Zelfs indien er bewijzen zouden zijn dat Peeters zou gelekt hebben dan nog is het de strafrechter die zal moeten uitmaken of er inderdaad schending van het beroepsgeheim is. Een geheimhoudingsplicht heeft immers een bepaald doel en dat kan niet het versteken van wantoestanden of van misdrijven uitmaken.

Elk beroepsgeheim heeft een doel. Het meest gekende is de geheimhouding van het gerechtelijk vooronderzoek dat verantwoord wordt door de noodzaak om de betrokken personen te beschermen en de voortgang van het onderzoek niet te bemoeilijken. Daartegenover staat het principe dat er in een democratische rechtsstaat een doelmatig toezicht moet mogelijk zijn op de werking van justitie en politie. Als dat er niet is verglijdt die staat al snel tot een politiestaat.

Het is één van de meest opmerkelijke problemen van het onderzoek naar de Bende van Nijvel: door de verlenging van de verjaring werd ook de geheimhouding van het vooronderzoek verlengd zodat meer dan dertig jaar na de feiten, buiten wie er in werkzaam was of is, niemand echt weet wat er in het dossier staat. Ook in het parlementair onderzoek op de uitgebreide minnelijke schikking, de zogenoemde Kazachgate-affaire, dook het probleem op: over het lopende gerechtelijk onderzoek werden, hoewel dat wettelijk is voorzien, door de procureur geen mededelingen gedaan.

In voorliggend geval gaat het om de verantwoorde geheimhouding van de vertrouwensrelatie tussen leden van het OCMW en de cliënten. Daarover gaat het lek evenwel niet. ‘Burgemeester Bart De Wever kwam in het midden van de storm terecht toen enkele kranten schreven dat zijn dienst Woontoezicht te laks had gereageerd. Medewerkers van het OCMW die in de Paardenmarkt op huisbezoek waren geweest, schreven in hun verslag: “Huis in zeer slechte staat, vochtplekken, opengebroken plafond en ontbrekend glas.” De dienst Pandtoezicht vond een controle ‘niet prioritair’, onder meer omdat het aantal controleurs op de dienst in 2017 was gedaald van 12 naar 4′, zo schrijft Het Laatste Nieuws.

Hier is er dus een gewilde verwarring tussen de geheimhouding van informatie van het OCMW en de openbaarheid van bestuur over de werking van een overheidsdienst, namelijk de dienst ‘Woonzorg’ van de stad Antwerpen: Het verslag over de wantoestanden in het huis hebben niets te maken met de cliënten van het OCMW maar alles met de slechte werking van de overheidsdienst ‘Woonzorg’.

Warm en koud

Burgemeester De Wever gebruikt het beroepsgeheim naargelang het hem schikt. Hier om de slechte werking van zijn dienst te versteken. In zijn opvatting hoe de strijd tegen het terrorisme moet worden gevoerd doet hij net het omgekeerde: het N-VA-wetsvoorstel om een actieve meldingsplicht in te voeren voor het personeel van sociale instellingen. Daarbij gaat het niet over de werking van een stadsdienst en de publieke gevaren van bouwvallige huizen, maar wél over de relatie OCMW-cliënt.

Wanneer het over zijn eigen verantwoordelijkheid gaat wordt informatie dan plots geheim en worden alle middelen aangewend om het geheim te houden: de ‘lasterlijke’ nieuwssite Apache werd door de ex-kabinetschef van De Wever gedagvaard wegens het uitbrengen van informatie over de wantoestanden rond de bouwpromotor Land Invest.

Kernvraag

Het is niet de vraag of een publiek mandataris een beroepsgeheim lekte dan wel of de werking van de stadsdienst Woonzorg ernstige gebreken vertoont en waarom dat zo is. Om een debat over de tweede vraag te vermijden gebruikt de burgemeester de gekende methode van het tweede dossier: als het eerste te netelig wordt moet je er een tweede openen zodat alle aandacht van de belangrijke vraag kan worden afgeleid naar een nepvraag. Hier zou je net zo goed de vraag kunnen stellen waarom de burgemeester zijn dienst laat verkommeren van 12 tot vier leden. Dan vraag ik mij af: zijn er plannen voor hoogbouw in de plaats van de verkrotte panden?

Ook het “chilling”, het afkoelend, effect van deze handigheid is gekend: de vervolging van klokkenluiders om anderen te beletten soortgelijke wantoestanden aan te klagen. ‘Meer dan vijftien jaar na de politiehervorming wil de N-VA dat er een wettelijk statuut komt om klokkenluiders bij de politie te beschermen: een maatregel die ook in het federale regeerakkoord ingeschreven staat. “Concreet willen we de klokkenluidersbescherming die in 2013 is ingevoerd voor federale ambtenaren, nu ook uitbreiden naar alle personeelsleden van de hele geïntegreerde politie”, vertelt Kamerlid Koenraad Degroote. Samen met zijn collega’s Koen Metsu, Brecht Vermeulen en Christoph D’Haese diende hij daarvoor een wetsvoorstel in, zo lezen we op de site van N-VA.

Misschien kan dit voorval leiden tot een betere bescherming van stedelijke raadsleden wanneer die doen wat zij moeten doen: toezicht op de werking van de stadsdiensten en openbaar maken van wantoestanden wanneer die zich voordoen.

Bron » Knack | Walter De Smedt

Bende van Nijvel: minister Geens roept op tot sereniteit

Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) benadrukt dat het onderzoek naar de Bende van Nijvel de nodige sereniteit verdient. Dat bleek donderdag tijdens het vragenuurtje in de Kamer.

De Aalsterse politica Sarah Smeyers (N-VA) benadrukte dat Justitie niet mag toelaten dat de bevolking in dit dossier de hoop verliest. Kamerlid Smeyers vroeg aan de minister de garantie dat het onderzoek naar de Bende van Nijvel niet opnieuw begraven wordt. Ze wees erop dat de nieuwe aanwijzingen die vorig jaar aan het licht kwamen – vooral de mogelijke onthulling van de identiteit van ‘De Reus’ – ervoor hebben gezorgd dat het dossier opnieuw de aandacht kreeg die het verdient. Vandaag lijkt dat spoor echter dood te lopen, stelde Smeyers.

Minister Geens antwoordde, bij monde van vicepremier Kris Peeters, dat hij geen informatie wil vrijgeven over de vooruitgang van het onderzoek. Het nieuwe elan dat aan het onderzoek werd gegeven, mag immers niet worden gehypothekeerd door het vrijgeven van geheime gerechtelijke informatie.

De minister herinnerde aan de extra middelen die werden vooropgesteld om het onderzoek in het dossier grondig voort te zetten. Op politioneel vlak is de aangekondigde uitbreiding van het aantal manschappen zo goed als voltooid, luidde het.

‘Mijn fractie hoopt dat de gemaakte progressie niet opnieuw teniet wordt gedaan. Uw antwoord stelt mij enigszins gerust’, reageerde Smeyers. Ze hoopt dat Justitie de mensen zal aansporen om tips te blijven geven.

Bron » Knack