De Bende van Nijvel ontrafeld: ‘Nu twijfel ik niet meer: het onderzoek is met opzet onklaar gemaakt’

‘‘Dit kan toch niet echt gebeurd zijn?’ vroeg mijn uitgever mij toen het boek af was. Dat heb ik tijdens het schrijven ook een paar keer gedacht. Tegelijk was het alsof het licht plots aanfloepte: aha, zo zat het dus.’ Voormalig Humo-journalist Hilde Geens (76) geeft in een nieuw boek een onthullende en onthutsende kijk op een stuk Belgische misdaadgeschiedenis dat tot vandaag onopgehelderd bleef: via de zaak-François, met de rijkswacht die in de jaren 70 zelf drugs begon te dealen, ontrafelt ze de Bende van Nijvel. ‘De schandalen binnen de rijkswacht hebben de rechtsstaat verziekt. Dat was de lont aan de Bende van Nijvel.’

Jarenlang was Humo-journaliste Hilde Geens, samen met onze inmiddels overleden collega Raf Sauviller, een baken in de berichtgeving over het grootste misdaadmysterie uit de Belgische geschiedenis: de Bende van Nijvel. In Humo schreven ze onthullende onderzoeksartikelen over de bloedige overvallen in de jaren 80 die aan 28 mensen het leven hebben gekost en voor een angstpsychose in het land zorgden. Geens schreef ook het boek Beetgenomen (zestien manieren om de Bende van Nijvel niet te vinden). In haar nieuwe boek Het complot van de stilte knoopt ze alle draden van de mislukte misdaadonderzoeken uit de jaren 70 en 80 samen en komt ze tot een conclusie die bij de huidige Bende-speurders als een schop in een mierennest zal aankomen.

Je bent intussen 76 jaar, Hilde. De Bende laat je duidelijk niet los.

Hilde Geens: “Eigenlijk wilde ik geen boek over de Bende schrijven, maar over de zaak-François, het grote drugsschandaal bij de rijkswacht in de jaren 70. Ik was gefascineerd door wat zich vóór de jaren 80, toen ik zelf over misdaad begon te schrijven, in de coulissen van de Belgische onderwereld had afgespeeld.

“Ik kreeg toestemming om het strafdossier van de zaak-François in te kijken, maar het bleek onvindbaar. Na zes maanden vruchteloos zoeken naar de archiefdozen liet Marianne Cappelle, de federale magistraat die voor het Bende-onderzoek bevoegd is, me weten dat ze het dossier-François ‘ter info’ had toegevoegd aan dat van de Bende van Nijvel, en dat ik in 2025 maar eens moest terugkomen. Ze is optimistisch, dan word ik 80! (lacht) Ze wilde mij natuurlijk niet zeggen waarom ze dat had gedaan, want het Bende-onderzoek loopt nog. En dus ging ik zelf op zoek. Toen werd het me duidelijk dat je de Bende van Nijvel niet los kunt zien van wat er zich in de jaren voordien bij de rijkswacht heeft afgespeeld.”

Wie je boek leest, twijfelt niet meer: het onderzoek naar de Bende van Nijvel is moedwillig in de war geschopt, én het was de schuld van de rijkswacht.

Geens: “Ja, en voor mij was dat eerlijk gezegd óók verhelderend om te ontdekken. In mijn vorige boek liet ik nog ruimte voor twijfel: dat het Bende-mysterie niet opgelost raakt, kon misschien te wijten zijn aan een opeenstapeling van toevalligheden en slordigheden. Nu twijfel ik niet meer: het is met opzet onklaar gemaakt.

“De Bende-moorden zijn een erfenis van de schandalen die zich in de jaren 70 binnen de rijkswacht afspeelden. Dat is begonnen met de zaak-François: de band van speurders met drugscriminelen werd zo innig dat ze vervelden tot marionetten in de handen van de onderwereld. Rijkswachters begonnen zelf op grote schaal drugs te smokkelen en schopten het onderzoek naar moordaanslagen op hun eigen collega’s met opzet in de war – en dat onder het toeziende oog van de rijkswachttop en de bevoegde ministers.

“Later zie je dat dezelfde figuren die een rol speelden in de zaak-François terugkeren in de Bende van Nijvel – zowel aan de kant van de verdachten als die van de speurders. De grens tussen die rechercheurs en de gangsters was toen al zo vervaagd, dat elk onderzoek onmogelijk werd gemaakt. Het was hallucinant om te zien hoe zelfs speurders die niet eens in het Bende-onderzoek zaten, er aan de zijlijn in slaagden om pv’s te vervalsen, bewijsstukken deden verdwijnen en informatie achterhielden, en het onderzoek zo in een doodlopende straat stuurden.”

Toilettenfiasco

Eigenlijk is alles begonnen toen de Amerikaanse antidrugsbrigade DEA, de Drug Enforcement Administration, zich begin jaren 70 begon te moeien met het Belgische drugsbestrijdingsbeleid.

Geens (knikt): “De Verenigde Staten zaten op dat ogenblik met een groot drugsprobleem. Duizenden Amerikaanse militairen in Vietnam waren in de opiumkitten van Saigon aan heroïne verslaafd geraakt. Toen ze naar huis terugkeerden, voegden ze zich bij het leger van zeshonderdduizend junks die er in 1971 al waren in Amerika. In Vietnam stortte de lokale markt in elkaar en de Aziatische drugsbonzen volgden de militairen naar de VS. Ze legden een heroïnepijplijn aan naar New York via Marseille en Brussel, de beruchte French Connection.

“De Amerikanen wilden de heroïnebendes opruimen door te infiltreren, en ze wilden dat hun Europese bondgenoten hen daarbij hielpen. En dus streek de DEA ook neer bij de Belgische rijkswacht, om hen ervan te overtuigen dat ons land op een grote drugsepidemie afstevende. Harddrugs waren in onze contreien nog geen probleem, het beperkte zich grotendeels tot marihuana bij de hippies en er was nauwelijks overlast. Maar de Amerikanen overtuigden de opsporingsdiensten dat Belgische jongeren massaal verslaafd raakten. Daar móésten we iets aan doen, en wel op hun manier: met verregaande onderzoeksmethodes zoals infiltratie in drugskartels en pseudoaankopen.”

En de Belgen hapten toe.

Geens: “Ja, er werden twee nieuwe opsporingsdiensten opgericht binnen de rijkswacht en het ministerie van Justitie. Eerst was er het Bureau voor Criminele Informatie (BIC), een soort inlichtingendienst zoals de Staatsveiligheid, die informatie over misdaadorganisaties moest verzamelen. In 1974 volgde het performantere Nationaal Drugsbureau (NDB), waarvan de speurders ook arrestaties mochten verrichten. Commandant Léon François, die aan het hoofd van die rijkswachtnarcoticadienst kwam, was een fervente aanhanger van de Amerikaanse onderzoeksmethodes. Hij was de keuze van de toenmalige minister van Landsverdediging, Paul Vanden Boeynants, die graag baas van de NAVO wilde worden en de Amerikanen tevreden wilde stellen. François begon onmiddellijk te experimenteren met undercoveroperaties, uitlokking en pseudoaankopen, zonder dat daar in ons land een wettelijk kader voor was. Het devies was: denk niet als speurders, denk als gangsters. Het hele project werd buiten het parlement gehouden en er was geen enkele controle. Dan weet je dat zo’n organisatie voorbestemd is om in de criminaliteit terecht te komen.”

Commandant François behaalt eerst wel enkele successen: zo slaagt hij er met de hulp van de DEA in om de French Connection op te rollen.

Geens: “Dat was eigenlijk vooral te danken aan de hulp van een zeer geslepen gangster, Albert ‘Bruno’ Farcy. Hij was één van de kopstukken van de French Connection die begin jaren 70 in Brussel zaten, en een rijzende ster in de heroïnewereld. Hij was tipgever van commandant François én van het BIC, en werkte via tussenpersonen ook voor de DEA. Hij heeft een aantal vallen opgezet en er zo voor gezorgd dat de Amerikanen de French Connection konden oprollen. Tegelijk zette hij zijn eigen business ongestoord voort. Nadien deed hij hetzelfde met de Chinese triades, die na de French Connection voet aan wal zetten bij ons.

“Zo maakte Farcy zich onmisbaar als informant en bouwde hij tegelijk een drugsmonopolie uit, pal onder de neus van de politie. Door zijn combines met de speurders kreeg hij informatie over zijn concurrenten én over de mensen in het politieapparaat en hun zwakke plekken. Farcy at heel slim van twee walletjes en had een grote impact op de jonge Belgische narcoticateams. Hij is er waarschijnlijk ongelooflijk rijk van geworden.”

De zaak-François start met wat jij het ‘toilettenfiasco’ noemt: een mislukte pseudoaankoop van drugs in de toiletten van een Brusselse taverne.

Geens: “In 1975 wil François met behulp van een infiltrant van de DEA, ene Jean-Joseph Touboul, een drugslijn oprollen naar de Amerikaanse legerbasis in Duitsland. Daarvoor moet hij cocaïne ‘aankopen’ en heeft hij geld nodig. De rijkswacht leent hem uit een speciale kas voor bijzondere operaties 40.000 euro om twee kilo coke te kopen.

“Ze spreken met de dealer af in de Copenhagen Tavern aan de Brusselse Naamsepoort en commandant François heeft zijn halve ploeg opgetrommeld. In een bestelwagen zit één van zijn mannen met zijn fototoestel in de aanslag, de anderen ijsberen op straat. François zit met zijn DEA-collega Frank Eaton met verrekijkers aan het raam van Le Coucou de Malines, een klein restaurant aan de overkant, boven een bord kip met frieten.

“Touboul arriveert met de dealer, en twee collega’s gaan de taverne binnen met het geld. Daar krijgen ze te horen dat het spul verstopt zit achter de spoelbakken van de toiletten beneden. De speurders gaan de coke onmiddellijk testen, het blijkt rotzooi, en ze stormen naar boven. Maar Touboul en de dealer zijn intussen al ribbedebie, mét het geld uit de rijkswachtkas. (Met pretoogjes) Vóór de ogen van François en Eaton met hun bord frieten. Niet te geloven, hè! Daar zit François dan, met twee kilo waardeloze coke die eruitziet als gele margarine. Paniek alom.

“In plaats van alles op te biechten aan de rijkswachttop probeert François de rommelcoke zelf op de markt te gooien. Eerst probeert hij het spul te slijten aan een Nederlandse bende, maar zijn medewerkers worden tijdens de deal opgepakt door hun Nederlandse collega’s. Ook een poging in Duitsland mislukt. Niemand wil de slechte coke, en dus vraagt François aan het laboratorium van Volksgezondheid om er de zuivere coke uit te puren – ongelooflijk dat dat lab dat ook doet. Hij gaat ook twee kilo in beslag genomen coke bedelen bij de douane, ‘voor een trainingsprogramma van drugshonden’.

“En dan raakt hij de hele voorraad drugs kwijt, in onduidelijke omstandigheden. François vertelt dat zijn rechterhand de Touboul-coke per ongeluk heeft vernietigd. Een raam in de keuken vloog open tijdens een storm terwijl de man koffie zette, de coke die op tafel lag stoof op de grond, waar hij onmiddellijk verregende. Of dat waar is, weet ik niet, maar de commandant was in ieder geval zijn geld én de coke kwijt.”

En dan wordt het echt link.

Geens: “Ja, want om zijn probleem op te lossen, besluit François een grote partij hasj van de Pakistaanse toptrafikant Kahn door te verkopen, met de hulp van de DEA en zijn BIC-collega’s. Om het gat in de rijkswachtkas te dichten, moet hij twee leveringen door de douane sluizen en doorlaten naar de afnemers van de klompenmaffia in Nederland. Zijn rechterhand André Cammerman trekt een douanepak aan en gaat onder de alias ‘André Peeters’ tussen de douaniers van Zaventem zitten, om daar de koffers met een bepaalde sticker op door te laten.

“In september 1975 hadden ze genoeg geld om de rijkswacht terug te betalen en commandant François verbrandde meteen het dossier-Kahn. Maar het systeem werkte zo goed dat de speurders van het NDB het bleven doen, samen met hun BIC-collega’s. Ze hadden immers nog kosten. Een speurder had zijn auto in de prak gereden en de rijkswacht wilde de kosten voor de reparatie niet vergoeden, want je mocht alleen met een dienstwagen rijden. Zo begonnen ze hun eigen werkingsmiddelen te financieren met drugs, en vermoedelijk verdween het ook in hun eigen zakken. Intussen overspoelde de Pakistaanse hasj van Kahn de Belgisch-Nederlandse markt via de valse douaniers van de Belgische drugsbestrijdingsdiensten NDB en het BIC.”

Het was misschien niet zo slim van de rijkswacht om hun opsporingsdiensten zo weinig werkingsmiddelen te geven.

Geens: “Ja, het was huilen met de pet op. Wie naar de haven van Antwerpen moest, kreeg bijvoorbeeld geen auto, maar moest de trein nemen tegen halve prijs. En toen de commandant na lang aandringen eindelijk een anoniem voertuig kreeg voor schaduwopdrachten, bleek dat een afgedankte Mercedes van koning Boudewijn – niet handig als je niet wilt opvallen. En toch leefden de speurders erg royaal, vooral bij het BIC – altijd champagne, zijden hemden en tophotels. Dat geld moest érgens vandaan komen

“De zaak-Kahn heeft het NDB volledig ontwricht. François was plots chanteerbaar voor iedereen die zijn geheim kende, zowel medewerkers als criminelen. Hij begon te drinken en verloor de controle over zijn op hol geslagen dienst. Zijn medewerkers zetten allerlei handeltjes op in ivoor, goud, antiek of bordelen.”

Belgische Watergate

Net op dat moment komt er een jonge rekruut piepen: de alerte, ambitieuze Robert Beijer, één van de latere hoofdverdachten in de Bende van Nijvel.

Geens: “Die had zijn ogen natuurlijk niet in zijn zakken zitten. Beijer is een intelligente en megalomane man, een kei in het manipuleren en ontfutselen van geheimen. Het NDB was een goede leerschool voor zijn latere activiteiten: hij zag er hoe innig de band tussen speurders en criminelen kon zijn, welke voordelen je daar als gangster uit kon halen, hoe je een halve politieploeg om de tuin kon leiden zoals Touboul deed, en hoe je als politieman vervelende dossiers gewoon kon opstoken, zoals François demonstreerde. Kort daarna stapte Beijer over naar de drugssectie van de BOB, waar hij Madani Bouhouche leerde kennen, die andere Bende-verdachte.”

En dan komt François Raes in beeld, een onkreukbare speurder die de criminele praktijken bij het NDB ontdekt en aanklaagt. Je hebt je boek aan hem opgedragen.

Geens: “François Raes was een dappere man. Hij zag eruit als een champetter, met een enorme snor, bakkebaarden en twinkelende oogjes. Hij kwam bij het NDB in 1977 en werkte op de traditionele, gedegen manier via het handelsregister, inlichtingen op straat en op café. Hij had geen gevaarlijk undercoverwerk nodig om bij de top van een heroïnelijn te raken. Raes was gechoqueerd door wat hij bij het NDB zag en klaagde de misstanden aan bij de hiërarchie. Daar deed men niks met zijn aangifte. Maar toen zag Raes hoe voor zijn ogen een onderzoek naar de Belgische drugslijn van Kahn door commandant François werd lamgelegd, met medeweten van de rijkswacht en het gerecht. Kahn leverde namelijk niet alleen hasj aan François, maar had hier jarenlang een goedlopende drugslijn naar Nederland en Frankrijk. François kon moeilijk onderzoek doen naar de bendeleider die hem zelf aan drugs hielp om de rijkswacht terug te betalen.

“Het was een echte doofpot. Ze hadden een informant die hun de organisatie op een schoteltje aanbood, met namen, adressen en bergplaatsen. Er was sprake van twee moorden in de bossen van Essen, maar ze gingen niet eens naar de lijken zoeken. De dossiers bestaan zelfs niet meer. Ik had toelating gekregen om ze in te zien, maar ze zijn onvindbaar in de gerechtelijke archieven.

“Raes maakte er zoveel stampij rond dat de rijkswachttop niet anders kon dan een onderzoek in te stellen naar de handel en wandel van het François-team. Kolonel Majerus noemde de affaire ‘het Belgische Watergate’. François sloot zich met de valse douanier André Cammerman op in zijn kantoor en begon alle dossiers te verbranden.”

Het was rijkswachtmajoor Herman Vernaillen die de ondankbare taak kreeg om alles uit te pluizen.

Geens: “Aan die man hebben ze zich lelijk mispakt. Meerdere hoge rijkswachtofficieren, onder wie generaal Fernand Beaurir, probeerden Vernaillen te temperen. ‘Je gaat dit toch niet écht onderzoeken?’ Maar Vernaillen is als een bezetene beginnen te spitten. Hij kreeg de bijnaam ‘de inquisiteur’. Zo stootte hij op een drugsschandaal dat steeds verder uitdijde en hij ontdekte dat de drugsbestrijdingsdiensten NDB en BIC zowat elke trafikant die iets betekent in de drugswereld als informant hadden: Farcy en zijn seksslaaf Joseph Vienne, Kahn, Touboul, Klaas Bruinsma… Elke zichzelf respecterende crimineel wist dat tipgever van de politie worden het slimste was om geen problemen te krijgen. Het verzekerde hen van een zekere straffeloosheid. Criminelen die in het buitenland werden opgepakt, zeiden dikwijls: ‘Ik werk voor jullie Belgische collega’s’, waardoor die buitenlandse diensten zich begonnen af te vragen wat de Belgen uitspookten.

“De Belgische gangster Albert Gillet, bijvoorbeeld, werd in Rome gearresteerd met acht kilo heroïne. Hij werd de eerste spijtoptant van de Italiaanse onderzoeksrechter Giovanni Falcone in het onderzoek naar de Siciliaanse maffia, en praatte drie BIC-ambtenaren aan de galg die meedraaiden in zijn trafiek. Wat Vernaillen aan gesjoemel bij het BIC aantrof, was nog veel erger dan bij het NDB. De dienst was een arm van de cosa nostra geworden.”

Opvallend is dat verschillende speurders van de BOB Brussel zich in dat delicate onderzoek naar de zaak-François wurmden: het duo Bouhouche en Beijer, en Guy Goffinon, terwijl hij er officieel niks mee te maken had.

Geens: “Ja, Bouhouche en Beijer waren onafscheidelijk geworden bij de BOB en voerden er onder leiding van Guy Goffinon een onderzoek naar het dealernetwerk van Bruno Farcy, de beruchte informant van het BIC en het NDB, die nu ook van twee moorden werd verdacht. Alle drie kenden ze Farcy beter dan ze ooit op pv hebben laten uitschijnen. Via dat onderzoek hebben ze zich binnengewerkt in de ploeg van Vernaillen, en daar zijn ze een heel dubieuze rol gaan spelen. Op een bepaald moment zijn Bouhouche en Beijer betrapt toen ze afluisterapparatuur hadden geplaatst in de verhoorkamer van een collega, en toen heeft Vernaillen hen uit de BOB gezwierd.

“Twee jaar later maakten ze de definitieve overstap naar de zware misdaad, onder de dekmantel van hun detectivebureau ARI. Ze hebben alle knepen bij de drugssectie en bij het NDB geleerd, en vertrokken bovendien met een gereedschapskist vol rekwisieten om politieman te kunnen blijven spelen. Ze hadden bijvoorbeeld blanco documenten met het briefhoofd van de BOB, blanco bevelschriften van onderzoeksrechters om iemand uit de gevangenis te halen – wat ze ook zouden doen – en rijkswachtuniformen.

“Ze hadden ook een rechtstreekse lijn met de DEA, waarvoor ze met hun detectivebureau operaties deden. Het is trouwens heel opvallend hoe de DEA alle criminelen beschermde die voor de Amerikanen werkten, ze gingen daar heel ver in. Iemand als Albert Gillet, de gangster die spijtoptant werd van Falcone, moest in België, Italië en Zwitserland nog dertig jaar cel uitzitten, maar kwam na twee jaar vrij. Onvoorstelbaar! Ook Bruno Farcy heeft nooit grote problemen gehad. Hij is vandaag 76 en nog altijd actief, hoor ik van speurders.

“Ook Bouhouche en Beijer hebben mogelijk bescherming gekregen van de DEA. De laatste operatie voor de Amerikanen dateerde van begin september 1985, vlak vóór de Bende-overvallen in Overijse en Aalst.

“Ik zie het soms als een film voor mij, hoe het leven van die mannen op dat spoor is gekomen. Ze kenden het justitieapparaat en de zwakke plekken van hun collega’s door en door en hadden gezien hoe onderzoeken gemanipuleerd en in de grote vergeetput gedumpt werden. Allemaal omdat de rijkswachtstaf en de bevoegde ministers wilden vermijden dat er meer vuiligheid uit hun eigen huis door de straten van Brussel zou stromen.”

Valse Snorren

Vernaillen krijgt flink wat tegenstand van het commando van de rijkswacht, maar stoomt onverstoorbaar voort. Hij laat François en zijn medeplichtigen van de antidrugsdiensten NDB en BIC aanhouden en stelt ook DEA-agent Frank Eaton en diens chef in verdenking. ‘Wat mij het meest is bijgebleven, is dat Vanden Boeynants met alles te maken had’, vertelde hij dertig jaar later. ‘Van bij de eerste verhoren zeiden de arrestanten dat we moesten uitkijken omdat er toppolitici betrokken waren in de zaak, en ze kwamen altijd aanzetten met VDB.’

In de zomer van 1981 krijgt Vernaillen van de douane informatie over een trafiek van harddrugs in diepvriesvlees, met als bestemming de Boucheries Ghysels, slagerszaken uit het imperium van Paul Vanden Boeynants. Die transporten zouden onder toezicht van rijkswachters van François gebeuren. Vernaillen is ervan overtuigd dat dat de tip te veel was: in oktober 1981 worden hij en zijn vrouw ’s nachts thuis beschoten. Ze overleven de aanslag, maar zijn vrouw is zwaar gehandicapt.

Het is niet de eerste aanslag op de rijkswacht. Drie weken eerder is een bom in een auto van de BOB ontploft. De drie inzittenden overleven het alleen omdat de hoofdlading niet is ontploft. Het onderzoek komt in handen van de BOB van Brussel bij Goffinon, die er meteen Bouhouche bij betrekt – een opmerkelijke keuze, aangezien Vernaillen hem net heeft veroordeeld tot een bestaan als straatgendarme. De onderzoekers komen terecht bij Jean-François Buslik, de intiemste vriend van Bouhouche, die de onderdelen van de bom heeft gekocht. Ze doen een huiszoeking en vinden in een verborgen ruimte pasfoto’s van Buslik, Beijer en Bouhouche in allerlei vermommingen met pruiken, brillen, valse snorren en baarden, bedoeld om er valse identiteitskaarten mee te maken.

Geens: “Goffinon had de leiding over die huiszoeking en wist vanaf dat ogenblik zeker dat Bouhouche een dubbele rol speelde bij de rijkswacht. Maar de mol mocht gewoon in zijn team blijven zitten.

“Na de aanslag op Vernaillen komt ook dat onderzoek bij Goffinon terecht, en weer sleurt hij er Bouhouche bij. We weten intussen dat die dat onderzoek vakkundig heeft verknald door de wapenexpert om de tuin te leiden met de foute hulzen, zodat er jarenlang naar een verkeerd wapen werd gezocht. Het onderzoek verliep zo rampzalig dat het duidelijk was dat het van binnenuit werd gesaboteerd. Het mag een wonder heten dat de onderzoekers de auto van de daders wel terugvinden: een geelbruine Mazda. Getuigen hebben die auto op de avond van de aanslag zien vertrekken bij garagist Willy D. Onthou die naam, want hij zal later terugkeren in het Bende-onderzoek: bij de eerste aanslag bij wapenhandelaar Dekaise in 1982, en de laatste aanslag in 1985 in Aalst. Willy D. zit in de kliek van Bruno Farcy én is goed bevriend met één van de mannen van het BIC. Het spoor leidt nog naar twee andere verdachten die later in het Bende-dossier terugkeren: de advocaat Faez Al Ajjaz en zijn chauffeur Paul Latinus, de oprichter van de extreemrechtse groepering Westland New Post.”

Dertig jaar na de aanslag heeft Beijer aan Vernaillen bekend dat hij en Bouhouche de daders van de aanslag op hem waren. Vernaillen denkt dat ook Goffinon erbij was. Hoe zie jij de rol van ‘de Goff’?

Geens: “Guy Goffinon werkte als speurder in drie groepen dossiers: de drugsdossiers van het NDB en het BIC, de rijkswachtaanslagen en de Bende van Nijvel. En hij is één van de oorzaken dat ze niet zijn opgehelderd, omdat hij het ene onderzoek na het andere verknalde. In de zaak van de autobom maakte hij bijvoorbeeld een vals pv op waarin hij de aankoopdatum van de batterijen voor de bom verdoezelde, zodat het onderzoek ten onrechte weg van de rijkswacht werd gestuurd.

“Over de moordaanslag op Vernaillen vertelt een informant dat alles is bekokstoofd door drugstrafikant Bruno Farcy, met medeweten van BIC-ambtenaren die op dat ogenblik in de gevangenis zitten wegens de zaak-François. De speurders gaan hun cellen doorzoeken en vinden allerlei bewijsmateriaal, zoals briefjes van medeplichtigen en plattegronden. Maar nog voor zijn collega’s een kopie kunnen maken, geeft Goffinon de bewijsstukken terug aan de verdachten, samen met de verklaring van de informant. Dat verhaal heeft voor mij de doorslag gegeven. Dat kon geen toeval meer zijn.”

Maar waarom deed hij dat?

Geens: “Omdat Farcy hem in de tang had, vermoed ik, zoals de drugsbaron ook bepaalde BIC-speurders bespeelde als marionetten. En toch mag Goffinon bij de BOB aan de slag en blijft hij klunzen. Dat maakt zijn hiërarchie mee verantwoordelijk.”

En later schopt hij ook het Bende-onderzoek in de war?

Geens: “Het valt op dat al zijn flaters te maken hebben met de Bende-dossiers die de meeste aanwijzingen bevatten van de betrokkenheid van de bende van Bouhouche – en dat hij dus verschillende mensen uit de wind houdt, van Beijer en Farcy tot de extreemrechtse gevangenisdirecteur Jean Bultot. Zo bemachtigt hij informatie over Bende-misdaden en houdt die soms jarenlang uit de handen van de teams die ze onderzoeken.

“Een goed voorbeeld is de eerste moord van de Bende, bij de overval op de wapenhandelaar Dekaise: hoofdverdachte Bruno Vandeuren heeft bekend dat hij de wapens van Dekaise heeft vervoerd in een wagen van Bultot, die een schuttersmaat is van Bouhouche. Maar bij Goffinon slikt Vandeuren die bekentenissen weer in. En na de Colruyt-moorden in Nijvel laat hij de verdachte Maroun Hage de verkeerde man aanwijzen in verband met een Bende-wapen. Hage geeft dat toe en zegt dat hij een fout spoor aanwees ‘omdat Goffinons leven ervan afhing’.

“In oktober 1987 slaat Goffinon de bodem uit het hele Bende-onderzoek als hij de garagebox ontdekt waarin volgens een collega de Bende-wapens in een auto liggen – in de parkeergarage Beau Site, waar destijds ook de Mazda van de aanslag op Vernaillen is teruggevonden en waar Bouhouche vlakbij een flat huurt. Hij laat de box 22 uur onbewaakt achter en als de politie er eindelijk binnenvalt, zijn de wapens geëvacueerd en is een brandblusapparaat leeggespoten in de auto. Nu, Goffinon kan zich niet meer verdedigen: hij is in 1995 gestorven en zijn familie wilde niet met me praten.”

Hij voerde ook het onderzoek naar de drugslijn in bevroren vlees. Hééft Vanden Boeynants nu in de drugshandel gezeten of niet?

Geens: “Het zou kunnen, maar het onderzoek is vroegtijdig opgedoekt. Kort nadat de informatie was binnengekomen, werd de aanslag met de autobom gepleegd, en daarna de aanslag op Vernaillen. Toen die uit het ziekenhuis kwam, was het onderzoek al begraven. Het heeft hooguit een maand gelopen.”

Bende Klunzen

Op welke manier leiden die rijkswachtschandalen uit de jaren 70 tot de Bende van Nijvel?

Geens: “Toen ik alles wat er in de zaak-François was gebeurd op een rij had gezet, was het duidelijk dat alle figuren die daar een rol speelden, later als verdachte terugkeren in het Bende-onderzoek. Onderwereldfiguren die bescherming genoten van de rijkswacht én speurders die het onderzoek in de war schopten. De schandalen binnen de rijkswacht hebben de rechtsstaat verziekt. Dat was de lont aan de Bende van Nijvel.”

Vernaillen zei dat hij het eerste slachtoffer van de Bende was.

Geens: “Hij heeft gelijk: zijn aanvallers Bouhouche en Beijer lopen als een rode draad door het Bende-dossier. En het zijn dezelfde speurders die nadien het onderzoek verknallen.

“Dat ze de Bende na veertig jaar nog altijd niet hebben ontmaskerd, heeft niet zozeer te maken met de slimmigheid van de daders, wel met speurders en magistraten die door hun duistere zaakjes in het verleden chanteerbaar en daardoor onbetrouwbaar werden. Die legden van in het begin een hypotheek op het Bende-onderzoek om hun eigen hachje en dat van hun criminele vrienden te redden. Daardoor heerste er ook een sfeer van paranoia: niemand vertrouwde nog iemand.”

Als ik je zo hoor, is niet de Bende van Nijvel het complot, maar zit het complot binnen het onderzoek.

Geens: “Ja, en dáárom is het nog altijd niet opgelost. Niet omdat het een staatsgreep was, of een moordcampagne van extreemrechts. De eerste golf van aanslagen in 1982 en 1983 was redelijk simpel. Ik denk dat het gewoon overvallen waren, door verschillende gangsters die te dicht bij de speurders stonden. De moord op José Vanden Eynde (conciërge in een restaurant in Beersel, red.) en op taxichauffeur Constantin Angelou waren volgens mij afrekeningen binnen het criminele milieu. Men heeft al die feiten met elkaar verbonden wegens de wapens en de wagens die hergebruikt werden, maar ik denk niet dat er een groots opgezet plan achter stak, tenminste niet achter de eerste golf. De overvallen op de Delhaize-winkels in Overijse, Eigenbrakel en Aalst in 1985 zijn nog iets anders. Daar denk ik eerder aan een afpersing, een racket, van Delhaize.”

Geen poging om het land te destabiliseren?

Geens: “Nee, dat kunnen ze aan mij niet meer verkopen. Ik heb dat wel geloofd, vroeger, maar toen wist ik er veel minder van. Toen ze de Colruyt overvielen, hebben ze trouwens wel degelijk geprobeerd om hun buit door te verkopen.”

Er werd nochtans altijd gezegd dat de buit te klein was in verhouding met het aantal doden.

Geens: “Dat kwam misschien omdat het klunzen waren, derderangsgarnituur. Ze konden geen auto stelen, bleek keer op keer, en ze konden niet schieten. Dat bleek bijvoorbeeld in de kleine woonkamer van het juwelierskoppel Szymusik in Anderlues, waar ze in 1983 een overval pleegden. Acht keer hebben ze vanop korte afstand geschoten op die slapende mevrouw in de sofa. Zeven keer in de muur, pas de achtste keer is het raak.

“Bij de overvallen op de Delhaize-winkels schoten de daders in het wilde weg, zeggen alle getuigen die er een beetje verstand van hadden. In Aalst gebruikten ze een afgezaagde riotgun, en dan is je bereik heel breed. Dan vliegt de hagel alle kanten op, daar moet je niet voor kunnen schieten. En dan riskeren ze ook nog eens hun leven om er onder politievuur met een koffertje met 20 kilo wisselgeld vandoor te gaan. Er is vaak gezegd dat ze de babykluis meehadden, maar het was een waardeloos, veel te zwaar koffertje vol halve franken.”

Maar wie zat erachter?

Geens: “Er zijn een aantal mensen tegen wie er duidelijke aanwijzingen zijn. Tegen de Bende van de Borinage, een gangsterbende rond ex-politieman Michel Cocu, waren die zo sterk dat ze voor assisen zijn gebracht. Ze hadden daderinformatie over sommige Bende-feiten, een straffer bewijs dat ze ermee te maken hadden bestaat niet. Alle politiespeurders die ik ooit heb gesproken, zeggen dat ze erbij waren. Niet in Aalst, maar bij de eerste feiten, en in de Colruyt van Nijvel.

“Het is Robert Beijer die dat proces om zeep heeft geholpen, door de speurders te tippen dat er een Bende-wapen in een pot bolognesesaus in het diepvriesvak van de vrouw van Bouhouche zat. Op het eerste gezicht klopte dat, Goffinon ging erover getuigen op het proces, en dat werd stilgelegd. Achteraf bleek dat het toch geen Bende-wapen was, maar het proces werd hervat, en de Bende van de Borinage werd vrijgesproken.”

Wie nog?

Geens: “Er zijn nog tien anderen in beschuldiging gesteld voor Bende-feiten. De bekendste is Johnny De Staerke, tegen wie er beperkte tot serieuze aanwijzingen zijn voor zowel feiten in de eerste golf – de moord op restaurantuitbater Jacques Van Camp en de Colruyt van Nijvel – als de tweede golf – de overval op de Delhaize van Aalst. De clan-De Staerke bestond uit brocanteurs, en Bouhouche heeft bij de rijkswacht een tijdlang op dat milieu gewerkt. En gevangenisdirecteur Bultot, ook een belangrijke Bende-verdachte, heeft de De Staerkes zeker goed gekend. Hij werkte samen met Dominique Salesse, die aan twee rijkswachters heeft bekend dat hij erbij was in Aalst. Kort nadien kreeg hij post: een foto van een schutter op de kermis die in de roos schiet, met daarnaast een lachende man. Vervolgens zei hij dat hij nooit bekend had.

“Tegen drie verdachten zijn er aanwijzingen voor zowel de eerste moord, bij wapenhandelaar Dekaise, als de laatste, bij de overval op de Delhaize in Aalst. Dat zijn Beijer, Bultot en garagist Willy D. Die laatste is overal bij betrokken waar Beijer bij betrokken is, de aanslag op Vernaillen inbegrepen. Over de overval in Aalst vertelt een informant dat Willy D. hem heeft betaald om op die avond klaar te staan aan de Delhaize en weg te racen zodra er schoten vielen, om de politie in de verkeerde richting te lokken. Hij zegt dat hij dat ook heeft gedaan.”

Totaal ontspoord

Achter de overvallen op de Delhaize in de tweede Bende-golf zat wel een plan?

Geens: “Het was dus mogelijk een racket. Het is bekend dat Bouhouche al in 1979 een plan had uitgedokterd om supermarkten op grote schaal af te persen, alleen was het doelwit toen GB en ging het over ontploffingen in warenhuizen. Dat racketplan is tot in een ver stadium gerealiseerd, er was zelfs al een tunnel gegraven om te kunnen vluchten met een bootje op de Zenne, maar ze hebben het oorspronkelijke plan in een laat stadium verlaten. Mogelijk hebben ze beslist om het te wijzigen: niet GB maar Delhaize werd het doelwit, en in plaats van met springstoffen werkten ze met gehuurde gangsters.”

Als dezelfde gangsters uit de rijkswachtschandalen terugkeren, draaide het dan ook om drugs bij de Bende?

Geens: “Bij bepaalde Bende-feiten spelen drugs een rol, misschien zelfs in Aalst. Gevangenisdirecteur Bultot zei op een bepaald moment dat de Nederlandse drugskoning Henk Rommy alias de Zwarte Cobra achter de racket zat. Mogelijk omdat ze de vleescontracten wilden binnenhalen, ook voor de Delhaizes in de VS, om via de vleesleveringen drugs te laten meeliften. Het is immers opvallend dat de corrupte magistraat Claude Leroy bezig was met onderhandelingen over die contracten. En Leroy was veroordeeld voor het verkopen van informatie uit een gerechtelijk dossier aan Henk Rommy.”

Robert Beijer is tot op vandaag een spin in het web die de speurders van de cel Waals-Brabant manipuleert en bommen onder het onderzoek legt. Dat vond ik kras, want die speurders moeten Beijer intussen toch kennen?

Geens: “Zijn laatste grote manipulatie was het gedoe rond de zakken met Bende-spullen die het kanaal van Ronquières werden opgevist door de speurders van de cel-Delta (opgericht om de Bende van Nijvel te onderzoeken, red.). Jarenlang gold die vondst als de enige grote doorbraak in het onderzoek, die te danken was aan de Delta-ploeg van onderzoeksrechter Freddy Troch. Beijer is rond 2012 heel gericht in het onderzoek tussenbeide gekomen om de Delta-speurders verdacht te maken, met een tip dat de speurders een informant hadden die hen naar Ronquières had gestuurd. De cel Waals-Brabant is daar ver in meegegaan en heeft zelfs twee van hun Delta-collega’s in de gevangenis gegooid. Ik vind het moeilijk te snappen, want de cel heeft daar weer een paar jaar tijd mee verloren, terwijl het onderzoek net een nieuwe adem had gevonden. Er was weer een gemotiveerde ploeg, en dan komt Beijer het weer om zeep helpen.”

Je citeert een gepensioneerde speurder: ‘Al die onopgehelderde dossiers, dat was geen staatsgreep, het ging om een aantal gendarmes die een trauma hadden opgelopen in de zaak-François.’ Denk jij dat ook?

Geens: “Ik zou het geen trauma noemen, maar die rijkswachters zijn wel totaal ontspoord door die Amerikaanse drugsbestrijdingsmethodes, en het gebrek aan controle. Dat er totaal geen grenzen zijn bij een overheidsdienst die net bestaat om die grenzen toe te passen, hoe verknipt is dat? Ik denk dat je daar gek van wordt, dat het je manier van denken gaat misvormen.”

Wiens schuld is dat?

Geens: “De rijkswachttop, en natuurlijk ook de bevoegde ministers. Die hebben het mogelijk gemaakt en toegestaan. Een rijkswachtofficier aan wie ik vroeg hoe dat allemaal mogelijk was, antwoordde met één woord: het VDB-tijdperk. Het eigenbelang dat altijd de plaats inneemt van de rechtsstaat. Hoeveel onderzoeken zijn er in België nooit afgehandeld wegens dergelijke dubieuze banden tussen doelwitten, tipgevers en politiemensen, omdat er altijd een ‘hoger belang’ speelde?

“Op het proces van de zaak-François hebben de drugdealende rijkswachters trouwens erg lichte straffen gekregen, François heeft later zelfs eerherstel gekregen. En dat terwijl klokkenluider François Raes uit de rijkswacht is gepest, en ze ‘inquisiteur’ Vernaillen na de aanslag schandelijk hebben behandeld en uitgerangeerd.”

Denk je dat er nog een Bende-proces komt?

Geens: “Ja, ik verwacht een proces. Ik voel het aan de reacties van Marianne Cappelle, de baas van het onderzoek die heel gedreven is. Het feit dat er tegenwoordig zo weinig uitlekt, is ook een goed teken. En de wet wordt veranderd, zodat de verjaring niet meer kan intreden zodra het proces begint. Justitieminster Vincent Van Quickenborne heeft het toegezegd. En waarom zouden ze de wet veranderen als ze geen proces verwachten? Het is mijn droom om dat te volgen, als mijn gezondheid het toelaat in 2025. Ik zal dan 80 zijn. De slachtoffers van de Bende van Nijvel zullen niet de tijd hebben om daar elke dag te gaan zitten, dus zou ik het willen volgen en een blog maken. Het wordt een historisch proces.”

Hilde Geens, Het complot van de stilte, Borgerhoff & Lamberigts, uit op 25 februari

Bron » Humo | Annemie Bulté

Meer dan ooit is oud-rijkswachter Bouhouche verdachte nummer één

De avond van de laatste aanslag van de Bende van Nijvel, op de Delhaize in Aalst, werd oud-rijkswachter Madani Bouhouche herkend in een cafeetje daar vlakbij. Dossierstukken daarover werden vernietigd en nu wil het federaal parket achterhalen hoe. Meer dan ooit rust de verdenking op Bouhouche.

‘Ik dacht we in deze zaak echt wel alles hadden gezien”, zegt de Aalsterse advocaat Peter Callebaut. “Blijkbaar niet.” Hij is al 35 jaar de advocaat van Marie-Jeanne Callebaut. Zij is de weduwe van Jan Palsterman, een van de acht doden bij de laatste raid van de Bende van Nijvel, op 9 november 1985 op de Delhaize in Aalst. Vorige week meldde zich een team van de federale politie met een huiszoekingsbevel bij de 73-jarige dame.

Callebaut beheerde jarenlang samen met de Brusselse advocaat Xavier Magnée de kopie van het strafdossier die de nabestaanden van de 28 dodelijke Bende-slachtoffers in 1995 ontvingen. Een papieren toren van een meter of tien. “Ze hebben álles in beslag genomen”, zegt haar advocaat.

Verbrande dossierstukken

“Er was ons gezegd dat daar mogelijk interessante informatie te vinden was”, zegt Wenke Roggen van het federaal parket. Haar collega-woordvoerder Eric Van Duysse sprak eerder over “documenten die mogelijk niet of niet meer in het dossier zitten, maar er wel in thuishoren”.

Dat dossierstukken verdwijnen uit een strafzaak kan normaal niet. In de zaak van de Bende van Nijvel kan helaas alles. “Het interne wantrouwen onder speurders is enorm”, zegt een ex-speurder. “Ik heb vaak discussies weten eindigen waarbij de ene politieman tegen de andere riep: ‘En trouwens, waar waart gij in de avond van 9 november 1985?!’”

Een van de vele interne oorlogen leidde in 2012 tot het vertrek van commissaris Eddy Vos. Net voor zijn exit beklaagde hij zich in een rapport: “De archieven van de onderzoekscel, met daarin listings en kopieën van processen-verbaal, maken het voorwerp uit van een ‘opruiming’. Een groot deel van deze archieven is verbrand.”

Guy Bouten, ex-VRT-journalist en auteur van het begin dit jaar verschenen boek Bouhouche, Beijer, Beuckels, zijn vierde Bende-boek intussen, zegt te weten welke stukken het federaal parket bij mevrouw Callebaut hoopte te recupereren: “Het draait om café ’t Christoffelken. Toen ik laatst werd ondervraagd, bleken ze daar bij het federaal parket nog nooit van te hebben gehoord.”

Pierre S.

24 februari 1988. De dan 49-jarige marktkramer Pierre S. meldt zich bij de speurders in Dendermonde. Hij vertelt hoe hij op 9 november 1985 om 19 uur een pintje ging drinken in zijn stamcafé ’t Christoffelken, op een paar honderd meter van de Delhaize. Na een kwartier kwamen twee Franstalige mannen binnen. Ze posteerden zich zo dat ze een perfect zicht hadden op de supermarkt. “Ze bestelden een consumptie”, verklaart S. “De ene een trappist, de andere een watertje. De aanwezigheid van deze twee mensen viel mij op, om reden dat het zeker geen habitués waren.”

In die tijd val je op als je als man, en zeker in Aalst, in een volks cafeetje water bestelt. Later die avond bekijkt S. de weekendfilm op BRT1. Daarna volgt een extra journaal. Over het bloedbad in Aalst. “Ik legde onmiddellijk het verband met de twee vreemden”, zegt S. “Ik trok mijn kleren weer aan en ging terug naar de herberg.”

Daar smeken de uitbaters S. om de politie vooral níét te contacteren. Uitbater Rony V.C. heeft “schrik voor represailles”. In 1988, twee jaar later, merkt S. in de krant een foto op van een verdachte in het Bende-onderzoek, Michel Cocu. Hij herkent er een van die twee mannen in en gaat daarom naar de politie. Cocu was in 1985 al een Bende-verdachte. Van zodra na Aalst het landelijke alarm afging, was de politie bij hem komen aanbellen. Hij zat gewoon thuis en had dus een alibi.

De agenten laten S. foto’s van andere verdachten bekijken. “Die daar”, zegt S., met grote overtuiging. Dat was degene die water dronk. De foto die hij aanwijst, is er een van oud-rijkswachter Madani Bouhouche. Hij is in 1983 met zijn kompaan Robert Beijer uit de rijkswacht gestapt. Samen zijn ze daarna met een detectivebureau gestart.

Een dag na S. wordt ook Rony V.C. ondervraagd. Hij beaamt het verhaal over de twee mannen. Hij zegt: “Ze stonden op een plaats waar zicht is op de Leo de Bethunelaan.” Met zicht op Delhaize, kortom. Als Rony V.C. met foto’s van verdachten wordt geconfronteerd, haalt ook hij er Bouhouche uit.

Bouhouche-Beijer

Twee Franstaligen in een Aalsters café, vlak bij de Delhaize en exact 20 minuten voor dat het doelwit wordt van de Bende van Nijvel: de speurders vinden het in 1988 op z’n minst de moeite om erover te rapporteren. Van Bouhouche is geweten dat hij zijn hele leven geen druppel alcohol dronk.

De namen van Bouhouche en Beijer worden al jaren in één adem genoemd met de Bende. Vanaf 1981 huurde het duo op meerdere plaatsen in Brussel geheime garageboxen waar ze wapens en gestolen auto’s stalden. In 1981 beschoten ze het huis van hun eigen majoor Herman Vernaillen. Ze bestalen het wapendepot van de groep-Dyane, de anti-banditisme-eenheid van de rijkswacht. Ze beroofden geldkoerier Francis Zwarts van een partij goud en vermoordden hem.

Een van de garageboxen van Bouhouche-Beijer werd door Bruno Vandeuren, een jonge autodief, aangewezen als bergplaats voor de buit na de eerste grote raid: de overval bij wapenhandelaar Daniel Dekaise in Waver in 1982. Kort nadat Vandeuren een afspraak maakte met de politie werd hij geliquideerd. De moord werd nooit opgehelderd.

Beijer en Bouhouche zagen zich in 1995 veroordeeld tot 14 en 20 jaar cel voor enkele van hun misdaden. Beijer kwam vrij in 1999 en emigreerde naar Pattaya, Bouhouche volgde in 2000 en trok zich terug in Fougax-et-Barrineuf, een gehucht aan de voet van de Franse Pyreneeën.

Het dagboek

Madani Bouhouche is officieel dood, al lijkt federaal procureur Capelle niet helemaal overtuigd. Zij reisde begin 2019 met onderzoeksrechter Martine Michel naar Fougax-et-Barrineuf, waar de man in november 2005 zou zijn omgekomen bij het omhakken van een boom. Journalist Guy Bouten kreeg daar destijds als eerste lucht van en reisde lang voor de speurders naar Fougax-et-Barrineuf. Het lichaam was al gecremeerd en zo ging de deur open voor speculaties. “Het gezicht van de man die is gecremeerd als zijnde Bouhouche was in elk geval totaal onherkenbaar”, merkt Bouten op.

In zijn laatste boek publiceert hij fragmenten uit een dagboek dat Bouhouche ten tijde van zijn proces in 1994-1995 bijhield. Hij schrijft dat hij het terugvond “in een postzak, volgepropt met wapentijdschriften, achtergelaten in de kelder van een buur in Fougax-et-Barrineuf”.

In zijn dagboek schrijft Bouhouche: “Leopoldsburg. De T121. Mijn favoriete club, omdat we er schieten met oorlogswapens. Instinctief vuren. Er is een foto gepubliceerd in NEM van onze favoriete oefening. Ik loop op kop, gevolgd door Tonio, Alain… (…)” NEM staat voor het extreemrechtse tijdschrift ‘Nouvelle Europe Magazine’. Tonio is de in 1986 vermoorde FN-wapeningenieur Juan Mendez. Alain is Alain Weykamp, een wapenhandelaar en goede vriend van Bouhouche, die begin jaren 2000 iets huurde in de buurt van Fougax-et-Barrineuf en tot het laatst contact met hem had.

Toen Capelle dat las, wou ze meteen een huiszoeking laten uitvoeren bij Bouten. Ze wou dat dagboek, het origineel. Op 26 mei belegde Pol Deltour van journalistenbond AVBB een bijeenkomst met Bouten en Capelle in Brugge. “Guy zei dat het dagboek met het huisvuil was meegegeven”, zegt Pol Deltour. “Dat verraste ons wel een beetje.”

Nochtans is het dagboek echt. Vanuit Pattaya bevestigt Robert Beijer per mail het bestaan ervan, en volgens hem is Bouten ermee “in zijn gebruikelijke stijl aan het borduren geslagen”. Beijer zegt dat Bende-speurders hem ooit wilden confronteren met het na de dood van zijn kompaan gevonden dagboek, maar dat hij “geen interesse” had.

‘Stom, heel stom’

Dat is dan een tweede keer in korte tijd dat de Bendespeurders op zoek moeten naar dossierstukken die ze waren verondersteld al te hebben. En telkens handelen ze over Bouhouche.

Guy Bouten: “In de zomer van 2006 ben ik teruggekeerd naar Fougax-et-Barrineuf. Ik heb toen de buur- en klusjesman van Bouhouche ontmoet. Hij wees me die postzak aan. Die zat vol wapentijdschriften, en die heb ik meegenomen als trofee. Drie jaar geleden verhuisden wij. Bij het opruimen maakte ik die zak leeg en ontdekte ik helemaal onderaan die notities. Veertig pagina’s. Ik kon me voor m’n kop slaan. Ik had mijn echtgenote beloofd dat ik na dit laatste boek die hele Bende van Nijvel zou laten rusten. Zij heeft nadien een deel van mijn archief weggedaan. Stom, heel stom, maar zo is het gegaan.”

In het dagboek schrijft Bouhouche: “Box 179, Louise genaamd, Beau Sitestraat in Elsene. Des armes chaudes? Geen commentaar.” Dit is de box waarover Bruno Vandeuren zei dat hij daar een auto met daarin de gestolen Dekaise-wapens naartoe moest brengen.

Bouhouche schrijft over schietclubs: “Leopoldsburg. De T121. Mijn favoriete club, omdat we er schieten met oorlogswapens. Instinctief vuren. Er is een foto gepubliceerd in NEM van onze favoriete oefening. Ik loop op kop, gevolgd door Tonio, Alain… Dat waren nog eens tijden!!!”

NEM staat voor het extreemrechtse tijdschrift Nouvelle Europe Magazine. Tonio is de in 1986 vermoorde FN-wapeningenieur Juan Mendez. Alain is Alain Weykamp, een wapenhandelaar en goede vriend van Bouhouche, die begin jaren 2000 iets huurde in de buurt van Fougax-et-Barrineuf en tot het laatst contact met hem had.

Opsporingsfoto

Begin vorige week verspreidde het federaal parket een foto van een man met een machinegeweer van het Italiaanse merk Franchi. Ze hopen dat iemand de man herkent. De foto werd aan de Dendermondse procureur Willy Acke overhandigd door Michel Libert, een van de kopstukken van het extreemrechtse Westland New Post. Acke zou later van het onderzoek worden verwijderd en zelfmoord plegen. Hij liet wel schriftjes achter, waarin hij op 11 mei 1989 noteerde: “Michel Libert overhandigt foto. Zou dader Aalst zijn.”

Gevraagd om uitleg, mailde Libert vorige week aan journalisten: “Vergeef me dat ik me een halve eeuw later niet kan herinneren aan wie ik die of die foto heb bezorgd.”

Wat hij vergat, was dat hij op 12 april 2018 al eens over dezelfde passage in de schriftjes van Acke werd aangesproken door mijnheer J., die dagelijks theorieën uitwisselt op internetfora rond de Bende. Libert had toen geen last van een haperend geheugen. Hij mailde: “Deze is genomen door een vriend tijdens een aanvankelijk ongepland bezoek aan wapenhandelaar Alain Weykamp.”

Het lijkt helder in welke richting het federaal parket aan het zoeken is, al wou woordvoerster Wenke Roggen dat gisteren niet bevestigen.

Bron » De Morgen | Douglas De Coninck

Over de Bende van Nijvel: ‘Er zijn zeker méér doden gevallen, maar met andere wapens’

In zijn nieuwe boek Bouhouche, Beijer, Beuckels en de anderen onthult onderzoeksjournalist Guy Bouten de naam van de ‘killer’ van de Bende van Nijvel.

De Bruggeling Roger Beuckels was het ‘bloeddorstig monster’ van de Bende van Nijvel, die in de jaren tachtig een reeks bloedige overvallen pleegde op Delhaizewinkels. De hele groep stond onder de logistieke leiding van ex-rijkswachter Madani Bouhouche. Beiden zijn overleden en gecremeerd – al zijn er aanwijzingen dat Bouhouche wel nog in leven zou kunnen zijn.

Die krasse beweringen staan in het nieuwe boek van journalist Guy Bouten: Bouhouche, Beijer, Beuckels en de anderen – De Bende van Nijvel, de CIA en de Staatsveiligheid (Uitgeverij KRITAK).

Die ‘anderen’ zijn heel talrijk. Ruim 230 namen passeren de revue in het boek. Slachtoffers, speurders, magistraten, toppolitici, journalisten, hoge ambtenaren, figuren uit (buitenlandse) geheime diensten. En uiteraard een massa criminelen van allerlei allooi, van ordinaire sjoemelaars en dieven tot koele moordmachines. Opvallend is dat Bouten de hand kon leggen op een aantal teksten (‘memoires’) die Bouhouche schreef en tot vandaag nergens gepubliceerd werden. Bouhouche pende ze tijdens zijn proces voor het hof van assisen, waar hij terechtstond en werd veroordeeld voor de moorden op wapenhandelaar Juan Mendez, geldkoerier Francis Zwarts en een Libanese diamantair.

Guy Bouten: ‘Dit vierde boek is het resultaat van vijftien jaar intensief speurwerk. Ik heb zowat de wereld rondgereisd om mensen te spreken en documenten en bewijsstukken op te sporen. Een groot deel is een minutieuze reconstructie van de feiten. Nieuw is dat Bouhouche toegeeft dat hij deel uitmaakte van een ‘gestructureerde organisatie’ en dat hij werkte voor de Staatsveiligheid. De geheime dienst zelf heeft dat altijd ontkend, maar de bewijzen en aanwijzingen en getuigenissen zijn zo duidelijk dat het niet meer te ontkennen valt. Ik toon ook nog eens aan dat het hele Bende-onderzoek van bij de start gemanipuleerd is en vol bewust aangelegde dwaalsporen zat. Maar dat laatste is uiteraard niet nieuw.’

De naam Roger Beuckels is dat wel: volgens u was hij de meedogenloze killer – niet te verwarren met ‘de reus’ – van de bende.

Guy Bouten: Daar ben ik honderd procent zeker van. Alle elementen wijzen in zijn richting. Er is helaas geen DNA, want hij is gecremeerd begin jaren negentig. Maar er zijn verschillende getuigen, die ik niet altijd bij naam kan noemen. Een paar robotfoto’s lijken sprekend op hem, en die zijn gemaakt door mensen die de overvallers echt gezien hebben, zonder maskers of camouflage.

Als je zijn verleden uitpluist, zie je dat hij overal aanwezig is. Hij beantwoordt aan alle kenmerken. Hij heeft een doorgedreven militaire opleiding gehad en had de nodige connecties met Bouhouche. Hij had als huurling gevochten in Afrika. Hij voerde geheime opdrachten uit in Libië, Zuid-Afrika, Angola. Hij was alcoholicus en kettingroker en zat constant in geldnood. Hij is gestorven aan longkanker. Er zijn zeer veel aanwijzingen dat hij geheime opslagplaatsen leegmaakte toen men ze op het spoor dreigde te komen. Er zijn massa’s nieuwe elementen. Brieven die hij vanuit Congo schreef, zijn huiveringwekkend bloedig. Hij ging er prat op meer mensen te hebben gedood dan er op het kerkhof in Assebroek bij Brugge lagen. Hij had ook in de psychiatrie gezeten. Volgens mij was hij een psychopaat.

Hoe komt het dat de onderzoekers nooit op die naam zijn gestoten?

Bouten: Goede vraag. Ze hebben na zijn dood wel ooit mensen uit zijn entourage en familie ondervraagd omdat hij ook contacten had met de extreemrechtse organisatie WNP (Westland New Post), maar daar bestaan blijkbaar geen pv’s van. Ook zijn eigen zware gerechtelijk dossier is verdwenen.

Terug naar Madani Bouhouche. Hij was volgens u de logistieke spin in het web.

Bouten: Hij zorgde voor de logistiek en ex-rijkswachter Bob Beijer voor het personeel. Overigens blijkt uit zijn ‘memoires’ ook dat er nog andere moorden door de Bende zijn gepleegd, onder meer in Walibi, die nooit bij het Bendedossier zijn gevoegd. Er zijn zeker meer doden gevallen, maar met andere wapens, dan de 28 slachtoffers waar altijd naar wordt verwezen.

Bouhouche werkte voor de Staatsveiligheid?

Bouten: Ja, dat staat vast. Er zijn genoeg getuigenissen over contacten met de toenmalige baas Albert Raes en zijn infiltrant Christian Smets en nog enkele anderen. Ik som alles netjes op in het boek.

Hoe bent u aan de brieven van Bouhouche geraakt?

Bouten: Ik heb een paar keer rondgelopen in het gehucht in de Pyreneeën waar Bouhouche zich had teruggetrokken na zijn vrijlating. Ik kwam er na zijn dood, een zogenaamd ongeval met het omzagen van een boom. De Belgische speurders wisten niet eens dat hij dood was. Ik vond het manuscript in een postzak volgepropt met wapentijdschriften in de kelder van zijn buur.

U hebt ze niet overhandigd aan de speurders?

Bouten: Waarom zou ik? Ik heb genoeg met hen samen gewerkt en stukken gegeven. Onderzoeksrechter Martine Michel heeft me zelfs een paar keer gevraagd om haar speurders wat op te leiden in het onderzoek. Kunt u zich dat voorstellen? Maar dan heeft het federaal parket de zaak overgenomen. Uit die fragmenten komt Bouhouche naar voren als iemand die zich superieur voelt én die tegelijk ook vol zelfbeklag zit.

Bouten: Tuurlijk. Hij voelde zich verraden door de Staatsveiligheid.

Volgens u zou hij nog in leven kunnen zijn?

Bouten: Het lijk dat werd gevonden had een compleet onherkenbaar verminkt gezicht. Hij deed niets liever dan zich vermommen en hij zocht ook dubbelgangers. Wie zegt dat hij in de Pyreneeën niet een dubbelganger gezocht heeft en vermoord en verminkt? Het lijk is heel snel gecremeerd. Hij was een zeer gevaarlijk man. Vergeet niet dat hij ook Spaans spreekt. Voor hetzelfde geld leeft hij nog en woont hij ergens in Spanje.

Is het Bende-dossier nu opgelost?

Bouten: Juridisch zal het nooit meer opgelost raken, al was het maar omdat zo veel betrokkenen overleden of vermoord zijn in de voorbije decennia. Misschien kan dit dossier nu beter verjaren, want het heeft enorm veel gekost aan middelen en aan mensen die eigenlijk totaal niet meer ingewerkt kunnen raken.

Bron » Knack | Jan Lippens | www.knack.be/nieuws/

De schaker in Robert Beijer: wat voert de oud-rijkswachter nu weer in zijn schild?

Robert Beijer (67) kwam even over uit zijn Thaise resort in Pattaya om de locatie aan te wijzen waar 37 jaar geleden veiligheidsagent Francis Zwarts zou moeten zijn begraven. Voor de oud-rijkswachter is het leven één groot schaakspel. Meestal wint hij, maar niet altijd.

Afgelopen dinsdag hing hij aan de lijn. Woedend. “Checkt u dan nooit uw bronnen? Het is een schande, wat u allemaal schrijft.”

We berichtten die dag over de zoekacties in Neder-over-Heembeek naar Francis Zwarts. Zijn kompaan Madani Bouhouche, in 2005 van de aardbol verdwenen, zou hem ooit de locatie hebben opgegeven waar hij het lijk begroef. Beijer pretendeerde nu “een nieuw technisch detail” te hebben gekregen over de exacte plek. Helaas. Na anderhalve dag graven op een terrein nabij de Budabrug hield men er dinsdag al mee op.

Beijer mailt: “Het heeft niets opgeleverd, maar geloof mij dat ik de eerste ben om dat te betreuren.”

Robert Beijer, adoptiezoon van een Brusselse vishandelaar, ging in 1974 bij de rijkswacht, de toenmalige federale politie. Bouhouche en Beijer, de twee B’s, belandden samen bij de drugssectie van de BOB Brussel. Ze waren erg goed in het illegaal plaatsen van afluisterapparatuur en deden dat ook bij hun superieuren, tot die dat ontdekten.

Beijer, in zijn in 2010 verschenen boek, De laatste leugen: ‘Op zoek naar een eenvoudig idee, besluit ik een bom te plaatsen in een voertuig van de BOB.’

Het ding ontploft niet, maar rijkswachtkolonel Herman Vernaillen heeft vermoedens en verwijdert de twee B’s uit de BOB. In de avond van 25 oktober 1981 wordt ten huize van de kolonel in Hekelgem aangebeld. Kogelregen. De kolonel vindt dekking, zijn echtgenote blijft levenslang verwond. Pas 29 jaar later, als de zaak juridisch verjaard is, krijgt de kolonel Beijer op bezoek, die hem doodleuk vertelt dat hij een van de drie schutters was.

Herman Vernaillen, zomer 2018, op een lezing: “Die mannen, Bouhouche en Beijer, hebben na de aanslag meegewerkt aan het onderzoek ernaar. Terwijl ze zelf zijn komen schieten! Ik had ze uit de BOB gezet. Toen ik in de kliniek lag, hebben de generaals ze er weer in gestoken.”

Bende van Nijvel

Nieuwjaarsnacht 1981-1982. Wapenroof bij het Speciaal Interventie Eskadron (SIE), de elitetroepen van de rijkswacht. De daders laden hun auto vol hypermoderne Heckler & Kochs, riotguns en FAL-geweren. Tot hun Mazda het gewicht niet meer kan dragen. Consternatie, de dag erna.

Wéér zijn het de twee B’s. Overdag zijn ze flikken, na de uren topcriminelen. In en rond Brussel hebben ze een netwerk van garageboxen uitgebouwd met wapens, vluchtwagens en radiozenders. Net als na de aanslag op Vernaillen zal het voor de wapenroof nooit tot een rechtszaak komen. Pas als de feiten verjaard zijn, gaat Beijer ze bekennen bij justitie: “Wij wilden de rijkswacht in zijn hart treffen.”

Op 30 september 1982 maakt de Bende van Nijvel bij een raid op wapenhandelaar Dekaise in Waver zijn eerste van uiteindelijk 28 slachtoffers.

In haar boek Beetgenomen volgt ex-Humo-journaliste Hilde Geens het spoor van de jonge crimineel Bruno Vandeuren. Hij regelde via zijn familie een vals alibi voor de dag erna. Vandeuren moest die dag de geroofde wapens afleveren in een garagebox in parking Beau Site aan de Brusselse Louiza­laan. In diezelfde parking huurde Bouhouche boxen 26/28 en 179. Met nakende afspraken in zijn agenda met de Brusselse politie en politicus Hugo Coveliers, om te vertellen over de Bende van Nijvel, werd het lichaam van Vandeuren op 31 december 1988 aangetroffen in Oostende. Doorzeefd.

Een maand na de raid bij Dekaise wordt Sabena-geldkoerier Francis Zwarts in Zaventem beroofd van 2 miljoen euro aan goud, diamanten, twaalf unieke Cartier-horloges en een diplomatieke koffer uit Moskou. De jonge vader krijgt twee kogels in zijn hoofd. In zijn boek beweert Beijer dat hij al die jaren geheim agent was voor de Sovjet-Unie, dat goud en diamanten hem niet interesseerden, wel de diplomatieke koffer: ‘In dit schaakspel was ik een kleine pion.’

Altijd een mol

In april 1983 verlaten de twee B’s de rijkswacht. Ze beginnen hun eigen detectivebureau, eerder een misdaadsyndicaat. In zijn doek beschrijft ­Beijer een onvoltooid project voor bomaanslagen op Quick-fastfoodzaken, om de directie af te persen, om losgeld te laten overhandigen aan een huis in de Washuisstraat in Brussel. De B’s hebben er een tunnel gegraven naar de overwelfde Zenne, om te vluchten met een zodiac.

Eind 1987 kloppen speurders bij hem aan met een huiszoekingsbevel. Hij roept: “Ik heb een gevaarlijke hond, ik sluit die even op.” Als een slotenmaker na drie kwartier de sloten open krijgt, treffen de speurders een cockerspaniël en een open haard waarin Beijer al het bezwarend materiaal heeft opgestookt. Als rijkswachters een van de garageboxen ontdekken, beslist iemand dat het niet nuttig is om ze meteen open te boren. De speurders keren de volgende dag terug. De box is leeg. Nooit is een onderzoek tegen Bouhouche en Beijer normaal verlopen. Altijd weer een mol.

Nadat de twee B’s na hun vrijlating in 1989 in Antwerpen een diamantair vermoorden, vlucht Beijer naar Azië. Hij belandt in de mondiale hoofdstad van het sekstoerisme, Pattaya. In 1991 zal Thailand hem uitleveren aan België. Na acht jaar gevangenis keert hij in 1999 terug, en wordt in elk nieuwsbericht beschreven als ‘ex-rijkswachter die in verband wordt gebracht met de Bende van Nijvel’.

Het maakt hem razend, elke keer weer. Net als afgelopen dinsdag.

Oorzaak is de passage onderaan het stuk waarin we zijn adres in Pattaya vermeldden. Want de realiteit lijkt een beetje anders dan hoe hij in zijn boek De laatste leugen beschreef hoe hij destijds arm en berooid aankwam in Pattaya.

Een paar dagen rondlopen in Pattaya, en wat rondvragen, leert dat Beijer zich binnen de lokale expatgemeenschap jarenlang uitgaf als ‘Alexy’, een zeer vermogende Russische zakenman. Hij bezit er een groot domein vlakbij de zee en liet er jaren geleden al drie kolossale villa’s op bouwen. Die bevinden zich aan de Phra Tam Nak, Soi 5, zowat het duurste deel van de badstad. ­Beijer is er de buurman van de Thaise queen mother Sirikit Kitiyakon. Het domein rond haar paleis wordt afgeschermd met bewakingsposten en militaire politie. De witte villa waar Beijer woont is kolossaal, ziet er eerder uit als een ambassade. Navraag bij lokale autoriteiten leert dat hij de gronden heeft gekocht voor 1991, toen de Thaise eigendomswet voor buitenlanders veranderde.

Hij zegt aan de telefoon: “Ik heb geërfd, toen. Dat is alles.”

Een Belg in Pattaya: “Enkele jaren geleden wou hij een van zijn villa’s aan me verkopen. Hij heeft me er rondgeleid. Binnenzwembad, immense slaapkamers, decadente luxe. Hij vroeg 75 miljoen bath (2,2 miljoen euro, red.) en vond uiteindelijk een koper. Iedereen geloofde in zijn Alexy-alias, tot eind 2017 de Bende van Nijvel in België weer in de belangstelling kwam en Belgen verhalen over Beijer, met foto erbij, met elkaar begonnen te delen in Facebook-groepen. Was dit niet Alexy?”

Waarmee is verklaard waarom hij tijdens de boekvoorstelling in 2010, in een Brussels hotel, dat belachelijke pruikje droeg.

Visitekaartje

Hij zegt nu druk-druk te zijn met de Bende van Nijvel. Met een in 2020 te verschijnen tweede boek en een tv-documentaire. Hij bood justitie eerder al aan “te helpen” bij het al 37 jaar volkomen strop zittende Bende-onderzoek. “Nu ik even in België ben, zie de speurders bijna dagelijks”, zegt hij. “Ik probeer alleen te helpen.”

David Van de Steen, die bij de Bende-aanslag in Aalst vader, moeder en zus verloor en zelf net niet dodelijk werd getroffen, denkt dat Beijer met het lijk van Zwarts een visitekaartje wou afgeven. “Zo van: zie wat ik allemaal weet. Hij wil zich inwerken in het Bende-onderzoek.”

Als je hem leest en hoort praten, lijkt het alsof Beijer vooral het statuut van eerbaar mens nastreeft. Hoe gestoord je moet zijn om al die jaren doof te blijven voor de smeekbedes van Elvire Zwarts, tot haar dood in 2018 met niets anders bezig dan de wens om haar zoon te kunnen begraven? Zijn repliek: “Ik héb haar gecontacteerd, via de dienst Slachtofferhulp. In 2010 al, maar zij wou mij niet zien.”

In een navolgend mailtje schrijft hij: “Mijn actuele demarches hebben een puur humanitair doel, zonder achterliggende gedachte of tegenprestatie.”

Toch denkt iedereen die de zaak een beetje volgt: wat wordt de volgende zet?

Bron » De Morgen | Douglas De Coninck

Hoop op doorbraak in cold case blijkt ijdel: opgravingen naar verdwenen geldkoerier leveren niets op

De opgravingen die gisteren en vandaag zijn uitgevoerd aan de Van Praetbrug in Brussel om het lichaam van de verdwenen geldkoerier Francis Zwarts te vinden, hebben niets opgeleverd. Dat meldt het Brusselse parket.

“Het was voor ons belangrijk om, al was het maar uit respect voor de familie, alle deuren te sluiten maar dat is ditmaal helaas vruchteloos gebleken”, zegt parketwoordvoerder Denis Goeman. “Hopelijk duiken er in de toekomst andere elementen op die wel leiden tot de antwoorden waar de familie al 37 jaar naar zoekt.”

Francis Zwarts verdween op 25 oktober 1982 toen hij als koerier overvallen werd aan de luchthaven van Zaventem. De bestelwagen waarin hij een lading diamanten, dertig goudstaven, twaalf dure Cartier-horloges en tientallen goudmunten vervoerde, werd daags nadien leeg teruggevonden aan een publiek stort in Diegem, maar hijzelf bleef spoorloos.

In 1995 werd Madani Bouhouche, een ex-rijkswachter wiens naam ook regelmatig vernoemd wordt in het dossier rond de Bende van Nijvel, door het hof van assisen veroordeeld tot 20 jaar cel voor roofmoord op Zwarts. Bouhouche was tegen de lamp gelopen nadat zijn ex-vrouw gezien was met één van de gestolen Cartier-horloges. Bouhouche’s vaste kompaan Robert Beijer, ook een ex-rijkswachter, werd vrijgesproken voor de moord maar kreeg 14 jaar cel voor andere feiten en voor de heling van de uurwerken.

Beijer verklaarde dat hij de overval georganiseerd had maar er zelf niet aan had deelgenomen, en dat Bouhouche hem verteld had wat hij met het lichaam had gedaan. In 2007 gaf Beijer ook al aan dat hij wist waar Zwarts begraven lag. Volgens Het Nieuwsblad is het ook Beijer die een tweetal maanden geleden naar Brussel is gekomen om die begraafplaats aan te duiden.

Gisteren zijn de politie en de Civiele Bescherming beginnen graven op een braakliggend terrein in Neder-over-Heembeek, aan de Van Praetbrug, maar die zoekactie is na twee dagen vruchteloos gebleken.

Bron » VRT Nieuws