Het doel is alle straffen uit te voeren

Een investering van zo’n miljard euro moet politie en justitie eindelijk de 21ste eeuw binnenloodsen. De uittredende minister van Justitie, Koen Geens (CD&V), eiste in 2019 een injectie van 750 miljoen euro als voorwaarde voor een tweede termijn. Het lot wil dat de injectie er komt – alvast op papier – maar dat Geens vertrekt.

Zijn opvolger krijgt volgens het regeerakkoord een ‘begrotings­injectie’ om het departement mee te herfinancieren. Volgens onze informatie is ruim een half miljard euro voorzien om Justitie zelf te moderniseren en nog eens een kwart miljard om de gerechts­gebouwen en gevangenissen aan te pakken. Daarnaast krijgen ook de federale politie en de veiligheidsdiensten een structurele ­injectie van ruim 200 miljoen euro. Ook de nieuwe minister van ­Binnenlandse Zaken kan de beurs dus opentrekken.

Niet ‘soft’ overkomen

Die meeruitgaven moeten het beeld helpen bijstellen dat een regering met groenen ‘soft’ zou zijn, iets wat met name de liberalen en CD&V willen counteren. Zo valt op dat de strafprocedures verkort worden en de regering zich sterk maakt dat alle straffen worden uitgevoerd ­– een klassiek stokpaardje op rechts.

Recidivisten worden harder aangepakt maar ook begeleid ‘naar een andere levenswandel’. De forensische psychiatrische centra en gevangenissen krijgen extra capaciteit. Maar ook de zogenaamde afkoopwet – verruimde minnelijke schikking – wordt geëvalueerd en mogelijk hervormd. Dat is een stokpaardje van links dat er een vorm van klassenjustitie in ziet.

Het zijn enkele van de kracht­lijnen waarlangs het strafrecht, het strafprocesrecht en het strafuitvoeringsrecht zullen worden gemoderniseerd volgens het regeerakkoord. Het doel is dus wel om de hervormingstrein van minister Geens voort te zetten. Verschillende onafgewerkte werven worden verder aangepakt. Zo wordt de analyse over de werklast van magistraten voortgezet. De volledige digitalisering van vonnissen en arresten, die recentelijk opnieuw vertraging opliep, wordt nogmaals in het vooruitzicht gesteld. En de toegankelijkheid van Justitie wordt verder aangepakt, onder meer via een hervorming van de juridische bijstand.

Straf in land van herkomst

Dat de aanpak veeleer ‘flinks’ wordt, blijkt ook uit de intentie om de inspanningen verder te zetten om gedetineerden die de Belgische nationaliteit niet hebben en veroordeeld zijn tot een straf van meer dan 5 jaar, hun straf te laten uitzitten in het land van herkomst. Al zijn daar natuurlijk de nodige bilaterale akkoorden voor nodig, en dat is altijd een pijnpunt.

Een gevangenisstraf wordt ook steeds doorgeseind aan de Dienst Vreemdelingenzaken, zodat die ‘het administratief statuut van de veroordeelde kan (her)bekijken’.

Modernisering politie

Ook de modernisering van de politie wordt een speerpunt. Zo komt er een kruispuntbank Veiligheid voor informatiedeling tussen Justitie en alle veiligheidsdiensten. De al veelbesproken rekrutering voor de politie wordt verder hervormd.

Als reactie op de recente discussies over politiegeweld en het geweld op politie komt er voor beide gevallen een nultolerantiebeleid. Als reactie op de onlusten deze zomer aan de kust, wordt de mogelijkheid om een lokaal plaatsverbod uit te spreken, uitgebreid. Ook een symbolische maar gevoelige maatregel: de militaire aanwezigheid op straat wordt ‘onmiddellijk progressief ­afgebouwd’.

Tot slot pikt Vivaldi de belofte op van een opgedreven bestuurlijke handhaving door lokale besturen, waarbij ze criminaliteit tot zekere hoogte zelf kunnen aanpakken, los van Justitie. De federale politie zal gespecialiseerde drugsonderzoeksteams uitbouwen.


Per jaar 1.600 agenten aanwerven

De doorlooptijd tussen kandidatuur en aanwerving moet korter. Lokale zones zullen bovendien zelf kunnen rekruteren. De partijen mikken ook op een gespecialiseerde instroom (vooral voor de gerechtelijke politie). Alles ­samen wil men minstens 1.600 agenten per jaar aanwerven, 200 meer dan wat vandaag het doel is.

Europees stemrecht op 16 jaar

Bij de Europese verkiezingen krijgen jongeren vanaf zestien jaar stemrecht. Het is de opvallendste maatregel om het geloof in de politiek op te krikken. Verder wordt gezocht naar methodes om de regeringsvorming niet opnieuw 500 dagen te laten aanslepen. De regering wil experimenteren met nieuwe vormen van burgerparticipatie zoals ­burgerkabinetten of gemengde panels in de schoot van de Kamer. Via een burgerinitiatief moet het mogelijk zijn om wetsvoorstellen te laten behandelen.

Femicide in strafwetboek

Er komt een speciaal ­statuut voor de moord op vrouwen. Behalve femi­cide wordt ook bekeken om ecocide – het doel­bewust vernietigen van ecologische systemen –een plaats te geven in het strafwetboek. Denk aan olielekken, illegale ontbossing, enzovoort. Daarover wordt advies gevraagd aan experten. Er zal ook diplomatiek geijverd worden om ecocide te beteugelen.

Bron » De Standaard | Jan-Frederik Abbeloos

Langverwachte digitale databank weer uitgesteld

De volledige digitalisering van vonnissen en arresten, door het parlement gepland voor deze maand, ziet wellicht pas over enkele jaren het licht.

‘Deze wet treedt in werking uiterlijk op 1 september 2020.’ In mei 2019 keurde het parlement haast unaniem een wet goed die voorziet in een elektronische databank waarin alle vonnissen en arresten uit­gesproken door de Belgische hoven en rechtbanken opgenomen zouden worden. Maar die datum werd niet gehaald. Afgelopen zomer stelde een nieuwe wet de deadline opnieuw met een jaar uit.

Het toont hoezeer dit land de tanden stukbijt op de informatisering van de rechterlijke macht. De eerste pogingen, met het Feniksproject, dateren intussen van bijna twintig jaar geleden. In zijn beleidsnota van vier jaar geleden klonk ­minister van Justitie Koen Geens (CD&V) nog optimistisch. ‘Tegen het einde van 2017 zullen alle vonnissen en arresten in één databank opgeslagen worden.’

Maar ook Geens botste op de ­realiteit en de voortschrijdende technologie. In 2018 trok hij de stekker uit de verdere uitrol van ­Vaja, een digitale databank die de vijf Belgische hoven van beroep en arbeidshoven al gebruikten, tot frustratie van de betrokken magistraten. Vaja liet niet toe dat vonnissen en arresten digitaal onder­tekend werden – die moesten nog afgedrukt en fysiek gehandtekend worden. Daardoor waren ook de zoekmogelijkheden beperkt.

Er kwam een ambitieuzer project, dat volledige digitalisering tot doel heeft. Daarmee wil Justitie meerdere vliegen in een klap slaan: rechterlijke uitspraken archiveren en doorzoekbaar maken, die digitaal bezorgen aan alle betrokken par­tijen en ze toegankelijk maken voor het grote publiek.

Geens kreeg die databank niet af voor het einde van de legislatuur in 2019. Bij zijn kabinet klinkt het dat zo’n project in totaal makkelijk tien jaar kan beslaan. Enkele deelaspecten zijn wel al actief, op beperkte schaal. Parallel daarmee wordt ook MaCH steeds breder uitgerold binnen Justitie. Dat systeem, waarmee al verschillende problemen waren, stelt hoven en rechtbanken in staat om hun werkzaamheden digitaal te beheren vóór een einduitspraak.

Artificiële intelligentie

Net voor de verkiezingen van 2019 besloot het parlement het heft in handen te nemen. De wet van mei 2019 moet samen gelezen worden met een grondwetswijziging van eerder dat jaar. Sindsdien moeten vonnissen en arresten in principe niet meer integraal voorgelezen worden door de rechter, maar ­alleen het belangrijkste gedeelte ­ervan. De invoering van de digitale databank moest daarmee gepaard gaan, waarvoor dus de deadline van september dit jaar werd voorop­gesteld.

‘Wij hebben van in het begin aangegeven dat dit een onhaalbare termijn was’, reageert het kabinet-Geens. ‘De deadline was vooral een methode van het parlement om de regering onder druk te houden. De volledige informatisering zal ­onder de huidige minister niet meer mogelijk zijn.’

De invoering van de databank zal dus een taak van de volgende ­regering zijn. Daarbij moeten nog vele knopen worden doorgehakt. Wat met oude vonnissen en arresten? Hoe moet omgegaan worden met persoonlijke gegevens en anonimiteit? Met andere woorden: hoelang kan iemand achtervolgd worden door een oud vonnis dat iedereen met een klik kan vinden?

Een andere heikele kwestie is de grote hoeveelheid gegevens die de databank zal verzamelen en doorzoekbaar maken. Er wordt al volop geëxperimenteerd met artificiële intelligentie die bijvoorbeeld patronen kan herkennen tussen verschillende rechtbanken en zelfs zou kunnen voorspellen hoe bepaalde rechters bepaalde zaken zouden ­beoordelen. De volgende minister van Justitie zal zich over al die vragen moeten buigen.

Bron » De Standaard | Matthias Verbergt

Ultieme hervormingsplannen Geens stuiten op verzet

Met de hulp van CD&V-Kamerleden en de coronacrisis wilde minister van Justitie Koen Geens alsnog enkele grote hervormingen doorduwen. Maar na een clash met de magistratuur en de oppositie trekt hij zich terug.

Sinds zijn aantreden als minister van Justitie in 2014 liet Koen Geens (CD&V) een lawine hervormingen op de gerechtelijke wereld los. Maar lang niet alle projecten haalden de eindstreep, onder meer door de lopende zaken waarin zijn departement sinds de val van de regering-Michel, eind 2018, verkeert.

Geens wil, met de mogelijke komst van een nieuwe regering, zijn erfenis nog zo veel mogelijk veiligstellen. In de Kamer liggen twee baanbrekende wetsvoorstellen voor die formeel zijn ingediend door twee CD&V-Kamerleden, maar in de praktijk teksten zijn die het kabinet-Geens opstelde.

Geens had een eerste reeks verregaande hervormingen slim vastgehaakt aan noodmaatregelen om justitie in deze coronatijden goed te laten functioneren. Samen met tal van andere kleine wijzigingen zijn die gebundeld in een vergaarwet – een beproefde methode van Geens.

Videoconferentie voor gedetineerden

Door de koppeling besliste de Kamer op 28 mei het wetsvoorstel, ingediend op 27 mei, een spoedbehandeling te gunnen. Onder meer de Raad van State en diverse adviesorganen moesten zich in ijltempo uitspreken. Maar na hevig protest laat het kabinet-Geens vandaag aan De Standaard weten dat de heetste hangijzers uit het voorstel worden gehaald.

De tekst bepaalde dat bij de hele strafprocedure – van voorlopige hechtenis tot een mogelijk strafproces zelf – videoconferentie kan gebruikt worden, zodat gedetineerden niet verplaatst moeten worden uit de gevangenis. De enige uitzondering was het hof van assisen.

Als een rechter belangen kon inroepen als de volksgezondheid, de openbare orde en veiligheid of de verkorting van de procedure, kan de behandeling op afstand zelfs opgelegd worden tegen de wil van de verdachte en de advocaat in.

Schriftelijke behandeling rechtszaken

Daarnaast promootte het voorstel ook sterk de schriftelijke behandeling van rechtszaken. Die bestaande procedure wordt door partijen niet vaak verkozen, omdat het vaak geen tijdswinst oplevert. Nu zouden schriftelijke behandelingen voorrang krijgen.

Maar de voorstellen stuitten op collectief verzet van de magistratuur en advocatuur. De Adviesraad van de Magistratuur, het College van Procureurs-Generaal, de Hoge Raad voor Justitie, de advocatenordes: alle schreeuwden ze moord en brand, onder meer omdat de rechten van verdediging en het principe van openbaarheid van rechtspraak op de helling zouden staan.

‘Basisprincipes justitie in gevaar’

In Franstalig België werd de afgelopen week gesproken van een vermarkting van justitie. ‘Deze heimelijke hervorming onder het mom van urgentie bevestigt de groeiende kloof tussen de rechterlijke en de uitvoerende macht’, zei Jean De Codt, tweede in rang bij het Hof van Cassatie, vandaag in Le Soir. ‘De rechterlijke macht verdedigt een humane justitie, de uitvoerende denkt alleen aan de cijfers.’

Ook bij oppositiepartijen PS en Groen/Ecolo was het verzet groot. ‘Deze verzamelwet brengt, onder het mom van rationalisering, efficiëntie en modernisering, bepaalde basisprincipes van onze justitie in gevaar’, zei Groen-Kamerlid Stefaan Van Hecke aan Belga. De Raad van State veegde intussen de ingeroepen hoogdringendheid van tafel.

Bij het kabinet-Geens klonk aanvankelijk dat de voorstellen nog besproken en aangepast konden worden in het parlement. In de vooravond volgde dan het bericht dat een groot deel van de wet geschrapt wordt, waaronder de artikels rond videoconferentie en de schriftelijke procedure.

Hof van assisen

Er is nog een tweede tekst van Geens die in mei door CD&V-Kamerleden als wetsvoorstel is ingediend. Het gaat om een document van liefst 729 bladzijden: de nieuwe versie van het Wetboek van strafvordering die Geens al lang in de pijplijn heeft zitten. Daarin staat onder meer een grondige inperking van het hof van assisen en een hervorming van de functie van onderzoeksrechter.

Bij Geens leeft de hoop dat het nog kan worden goedgekeurd. ‘De tekst is het gevolg van het regeerakkoord van 2014’, zei Geens vorige week donderdag in de Kamer. ‘Dit is de derde poging om de strafprocedure te hervormen, de twee vorige mislukten. Wees open van geest om er kennis van te nemen: het is een solide product, vol gezond verstand. Ooit zullen we een akkoord moeten vinden.’

Bron » De Standaard | Matthias Verbergt

Meer burgers krijgen recht op pro-Deoadvocaat

Het wetsvoorstel van de Kamer­leden Stefaan Van Hecke (Groen) en Zakia Khattabi (Ecolo) verhoogt de inkomensplafonds voor de toegang tot een pro-Deoadvocaat. Meer mensen krijgen toegang tot die juridische tweedelijnshulp, waarbij de overheid het ereloon van de advocaat betaalt.

Momenteel mag het loon van alleenstaanden maximaal 1.026 euro per maand bedragen om aanspraak te maken op het pro-Deosysteem. Voor gezinnen is dat 1.317 euro. Vanaf 1 september tot 2023 zullen de limieten in fases verhoogd worden tot 1.500 euro voor alleenstaanden en 1.800 euro of meer voor gezinnen, afhankelijk van het aantal kinderen.

Het voorstel is gisteren goed­gekeurd in de commissie-Justitie met de steun van Groen, Ecolo, de PS, de SP.A, CDH en de PVDA. CD&V onthield zich, de N-VA heeft een tweede lezing gevraagd. Dat heeft volgens Van Hecke te maken met de kostprijs van de uitbreiding: 77 miljoen per jaar. Die komt boven op de andere sociale maatregelen die de voorbije weken zijn goedgekeurd in de Kamer, zoals de pensioenaanpassing voor de mijnwerkers, die 200 miljoen kostte.

Van Hecke zegt die zorg te ­begrijpen. ‘We hebben momenteel heel wat budgettaire uitdagingen, maar dit is niet het zoveelste sinterklaas­cadeau’, zegt Van ­Hecke. ‘Het is om die reden dat de uitvoering in fases gebeurt. Vanaf ­1 september wordt het plafond verhoogd met 200 euro. Nadien voegen we 100 euro per jaar toe.’ De ­rekening volgt pas in 2022. Van Hecke blijft erop vertrouwen dat het wetsvoorstel definitief goed­gekeurd raakt.

De Orde van Vlaamse Balies reageert positief. ‘Met deze maatregel komt de overheid haar grondwettelijke plicht na om rechtsbijstand mogelijk te maken voor een groep die anders uit de boot valt’, zegt woordvoerder Hugo Lamon.

Bron » De Standaard

Private bedrijven azen op data van Justitie

De jacht op de data van Justitie is open. De magistratuur vreest luidop voor een digitale uitverkoop aan private bedrijven. Volgens gewezen topmagistraat Bruno Luyten liggen de data van het gerecht bijna op straat. De FOD Justitie zegt de controle te blijven behouden.

“Als minister van Justitie hecht ik veel belang aan een correcte verwerking en gebruik van uw gegevens.” Zo ondertekent CD&V-kopstuk Koen Geens de ‘Week van Geens’, uitgestuurd als nieuwsbrief door de FOD Justitie. Niemand die daaraan twijfelt. Vraag is of de minister nog wel vat heeft op de gerechtelijke data, of althans een deel daarvan.

Justitie beschikt niet over de financiële middelen om elektronische data zelf te beheren. Die data zijn belangrijke instrumenten om de veiligheid te verzekeren en recidive te bestrijden. In de zoektocht naar partners klopte de federale overheidsdienst in tempore non suspecto aan bij aanverwante beroepsgroepen: advocaten, gerechtsdeurwaarders en notarissen.

Die voor de hand liggende keuze resulteerde in 2016 in een samenwerkingsprotocol. De conventie werd ondertekend door de FOD Justitie, de Ordes van Advocaten, de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat en de Nationale kamer van Gerechtsdeurwaarders. Het protocol bepaalt dat de uitwisseling van informatie verloopt “via door de beroepsgroepen opgerichte digitale platformen”.

De magistratuur was niet geraadpleegd. De poppen gingen meteen aan het dansen. Het College van hoven en rechtbanken, dat alle rechters in ons land vertegenwoordigt, waarschuwde voor een verregaande privatisering. “Door een gebrek aan budget kiest Justitie voor een uitbesteding van ICT aan externe partners, waarbij privébedrijven het monopolie vergaren op cruciale tools.”

“De magistraten hebben altijd gezegd dat de overheid de gegevens moet beheren. Wij zijn eigenaar van de data”, zegt Bruno Luyten, ere-eerste voorzitter van het hof van beroep in Antwerpen. “De beroepsgroepen zijn met onze gegevens weg. Dat bleek een onderdeel van de agenda te zijn. Wij hadden dat helaas niet door. De data van het gerecht liggen bijna op straat.”

Pad naar favoriete rechter

De Vlaamse en Brusselse advocatenbalies stampten een eigen commerciële vennootschap uit de grond: Diplad. Die ICT-onderneming beheert onder meer de gegevens van het Digital Platform for Attorneys (DPA). Advocaten gebruiken dat voor het digitaal indienen van processtukken. De gegevens van DPA, waaronder conclusies en overtuigingsstukken, worden bewaard in een niet-geanonimiseerde databank. De ontwikkeling kostte 8,5 miljoen euro.

Diplad mag de data twee jaar bewaren. Niet langer. Maar het bedrijf kan ze in die tijdsspanne wel in de etalage zetten. “Het risico dat de gegevens aan derden verkocht worden, is zeker niet onbestaande. Om niet te zeggen reëel. Ook al benadrukken ze dat niet te zullen doen, bij gebrek aan eigendomsrecht van deze data”, stelt Luyten.

In de ogen van Luyten is de rechterlijke orde de behoeder van de privacy, die sterk in het gedrang komt. “De databank van Diplad bevat gevoelige informatie die je niet zomaar op straat wil gooien. Bijvoorbeeld over een arbeidsongeval. Of over een Bekende Vlaming die aan aids lijdt. Het is alsof de belastingaangifte terechtkomt bij de vereniging van belastingconsulenten.”

Op de vraag wat potentiële klanten met de gegevens kunnen doen, geeft de gewezen voorzitter van het hof van beroep een kort en bondig antwoord: “Alles”. Zo kunnen de data burgers en bedrijven de weg wijzen naar de rechter van hun keuze. “Door gegevens te vergelijken kunnen ze nagaan welke rechter milder is voor bijvoorbeeld vluchtmisdrijf. Of voor welke burgerlijke rechtbank je het best kan dagvaarden.”

“In burgerlijke zaken kan gecheckt worden of een cliënt geld heeft en of hij al eerder in soortgelijke zaken betrokken is geweest. Dat iemand over een belangrijk vermogen beschikt, is interessante informatie bij een procedure rond ‘private banking’.” Bij die financiële dienstverlening van banken moeten welgestelde particulieren doorgaans beschikken over minimaal 1 miljoen euro om vrij te besteden. Volgens Luyten laten de financiële voordelen zich raden. “Bedrijven gaan zich toeleggen op de meest lucratieve business. Informatisering is de heilige graal van Justitie.”

Twee spelers in arena

Met het platform RegSol beheert Diplad de uitwisseling van digitale gegevens van een faillissement. En dat tussen alle spelers: ondernemingsrechtbanken (de vroegere rechtbanken van koophandel), curatoren, schuldeisers en andere belanghebbenden. Banken, werknemers en leveranciers die geld eisen van een failliet bedrijf maken dat digitaal kenbaar. Op het platform passeren jaarlijks 200.000 schuldvorderingen.

Caroline Daniels (Leuven Centre for Public Law): ‘Privébedrijven krijgen een monopolie op applicaties van Justitie. Soms zelfs zonder enige vorm van aanbesteding’
“Dossiers over faillissementen vind je niet meer terug bij de griffies. Die zijn ondergebracht bij RegSol. Ook hier gaat het om gevoelige info, zoals de solvabiliteit van mensen. Gegevens over takken van de Russische maffia moet je opvragen bij curatoren en niet langer bij ondernemingsrechtbanken.”

Een volgende uitbesteding is volgens Luyten de collectieve schuldenregeling, die de jongste jaren een spectaculaire stijging kent. “Justitie gaat daarvoor 1,5 miljoen euro aan Diplad betalen. In de ogen van balies en deurwaarders verschijnen dollartekens.”

“De strijd om de data van Justitie is volop aan de gang”, stelt Luyten. “In de arena staan twee spelers. Aan de ene kant Justitie en de beroepsgroepen. Aan de andere kant de magistraten, die maar al te goed begrijpen wat er aan het gebeuren is. Zij voelen zich gesteund door de Gegevensbeschermingsautoriteit, die uitdrukkelijk gesteld heeft dat privébedrijven de gerechtelijke data niet mogen bewaren.”

Digitale uitverkoop

Bruno Luyten staat lang niet alleen met zijn kritische bedenkingen. “Bij de magistratuur leeft terecht de vrees dat er een soort van digitale uitverkoop aan de gang is”, zegt Caroline Daniels, advocate aan de balie van Brussel en medewerkster van Leuven Centre for Public Law. “Privébedrijven krijgen een monopolie op applicaties van Justitie. Soms zelfs zonder enige vorm van aanbesteding.”

Volgens Luyten is dat al het geval met de dossierbeheerapplicatie Mammoet@CentralHosting, kortweg MaCH. Dat is het technologisch paradepaardje van Justitie. Daarvoor moest VAJA wijken, de technologie die had moeten leiden tot de oprichting van een nationale digitale databank met vonnissen en arresten.

Kabinet-Geens: ‘Alle data blijven gewoon op onze servers. Neem de faillissementsdossiers: die zijn digitaal verzameld bij de balies, maar er is strenge controle op’
Beheerder van MaCH is Axilys, een privébedrijf uit Willebroek. “Karel Tobback van de FOD Justitie heeft VAJA stilgelegd omdat hij de MaCH-applicatie wil opleggen in alle rechtbanken. Hij is dat nu aan het opdringen bij de rechtbanken van eerste aanleg. In de correctionele rechtbanken leidt het tot heel wat problemen. Ze creëren voor zichzelf een monopolie, want ze zijn er twintig jaar aan gebonden”, zegt Luyten.

Karel Tobback is adjunct-directeur informatisering en modernisering bij Justitie. Hij is gewezen voorzitter van FVIB, de met ondernemersorganisatie Unizo geassocieerde Federatie van Vrije en Intellectuele Beroepen. In die functie volgde hij in 2005 zijn huidige baas Koen Geens op. Tobback is erevoorzitter van de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat en geassocieerd notaris in het kantoor Tobback, Wellekens & Rooms in Boom, buurgemeente van Willebroek. Luyten neemt het woord belangenvermenging net niet in de mond.

Gedaan met prestigeprojecten

Het kabinet-Geens weerlegt dat Justitie zich voor de kerntaken afhankelijk maakt van externen. “Alle data blijven gewoon op onze servers. Neem de faillissementsdossiers: die zijn digitaal verzameld bij de balies, maar er is strenge controle op.”

Justitie moet niet alleen afrekenen met oppositie van de magistratuur, die de medewerking aan ICT-projecten in de koelkast stopte. Ook met die van de leden van de beroepsgroepen, advocaten op kop. “Voor sommigen gaat het te snel en voor anderen te traag. Maar op het einde van de dag is er niemand die zegt dat de digitalisering niet nodig was”, zei Karel Tobback daarover in Ad Rem, het tijdschrift van de Orde van Vlaamse Balies.

Justitie erkent dat het zich mispakt heeft aan enkele grootschalige prestigeprojecten. Volgens Tobback komen ze daar niet langer mee aandraven. “De digitalisering zal nooit afgerond zijn, maar terugkeren is geen optie. De tweede digitaliseringsgolf met artificiële intelligentie en big data mogen we niet missen.”

In ‘Court of the Future”’ de toekomstvisie van minister Geens over de rechtbank van morgen, is onder impuls van Tobback een sleutelrol weggelegd voor MaCH. De kritiek dat het computerprogramma gebaseerd is op achterhaalde technologie wordt weggewuifd: “Er zijn geregeld nieuwe versies”. Sinds de start in 2007 werden tachtig updates geïnstalleerd.

Meer dan 97 miljoen dossiers

De op punt gestelde applicatie vervangt de dertien vroegere dossierbeheersystemen. De samenwerking met externe partners zoals politie, andere overheidsdiensten en juridische beroepen moet daardoor meer gestroomlijnd verlopen. De functionaliteiten evolueren doorlopend. Bij de vredegerechten in Tienen en Nijvel werden proefprojecten voor het digitaal tekenen en versturen van vonnissen opgestart.

Bij de FOD Justitie zijn ze best tevreden met de vooruitgang die de voorbije jaren geboekt werd met MaCH. “Het portaal beheert inmiddels al 97.603.473 strafrechtelijke en burgerlijke dossiers”, zegt Edward Landtsheere, woordvoerder van de FOD Justitie. Volgens de laatste officiële cijfers van 2019 stond die teller op 87.123.844 (zie grafiek). Ruim 58 procent van de gerechtelijke entiteiten (382 op 654) draait op de applicatie. Van de 10.143 personeelsleden werkten er eind vorig jaar 5.358 met het informaticaplatform, of bijna 53 procent.

De parketten, politierechtbanken, correctionele rechtbanken, en vredegerechten zijn uitgerust met het systeem. De uitrol naar de arbeids- en ondernemingsrechtbanken en na de correctionele ook de andere afdelingen van de rechtbanken van eerste aanleg (burgerlijke rechtbank, jeugd-, familie- en strafuitvoeringsrechtbank) staat voor dit jaar gepland.

Budget moet omhoog

Het voordeel voor de burger is volgens Geens een vlottere dienstverlening. Voor de verdere informatisering van de rechtbanken moet volgens de minister het ICT-budget in de volgende legislatuur met 35 miljoen euro opgetrokken worden. Zelf bracht hij dat budget van 16,4 miljoen euro bij zijn aantreden in 2014 tot 48 miljoen euro, bijna een verdrievoudiging.

Koen Geens heeft van zijn thuishaven Leuven de proefsite gemaakt om Justitie digitaler te maken. “Bij het begin van de legislatuur kozen we doelbewust voor een stapsgewijze aanpak. Dat begint te renderen”, zei de minister bij zijn laatste werkbezoek aan het Leuvense gerechtshof.

“In Nederland is een digitaliseringsproject na vijf jaar proefdraaien opgedoekt. Wij hebben geleerd van eerdere ervaringen. Eenvoudig is het niet, want je moet vaak van nul beginnen. Maar het keerpunt is ingezet. Lijvige papieren dossiers worden stilaan overbodig. De kelders van de justitiegebouwen kunnen beetje bij beetje geledigd worden.”

Gevloek, maar niet blind

In het Leuvense gerechtshof wordt aardig wat gevloekt op de hard- en vooral software van de FOD Justitie. Maar medewerkers zijn niet langer blind voor de voordelen van de digitalisering. Zo is het werk van de parketmagistraten een stuk efficiënter geworden.

“Door de unieke code van elk dossier zien we meteen wie de betrokken partijen zijn: van verdachten over benadeelden tot getuigen. Opdrachten voor de politie komen automatisch terecht bij de betrokken zone. Alle parketten kunnen voortaan bij elkaar binnenkijken”, zegt substituut-procureur Stephanie Vanthienen.

Rechters moeten bij het opstellen van een vonnis alleen nog de motivering toevoegen. De input van gegevens gebeurt voordien en dat levert tijdwinst op. “Als een correctionele rechter in beroep de straf van een politierechtbank bevestigt, worden de gegevens gewoon overgeheveld. MaCH checkt daarbij welke partijen over de uitspraak geïnformeerd moeten worden”, stelt Lisa Claus van de griffie van de rechtbank van eerste aanleg. “Als iemand zijn rijbewijs komt inleveren, controleert het systeem veroordelingen en uitvoeringen van een andere rechtbank. Dat zorgt bij een rijverbod voor een aaneensluitende periode zonder onderbrekingen.”

Bij Diplad hebben ze inmiddels de handen vol met het informatiseringsproces. Dat weegt kennelijk al zwaar genoeg. “Met de digitalisering van de advocatuur en bij uitbreiding van Justitie is werk aan de winkel”, zegt CEO Bruno Segers. “Dat gaat nog een hele tijd duren.”

“Bij een meerderheid heb ik nog altijd de sense of urgency niet gevonden. Men staat er echt niet bij stil wat er allemaal aan het gebeuren is. We moeten met zijn allen vooruit. En we zouden beter wat sneller gaan. Want eigenlijk is het een ramp.”

Bron » Apache | Paul Gebruers