De zaak-Dutroux maakte de rechter sterker

Op 13 augustus 1996, vandaag 25 jaar geleden, is Marc Dutroux gearresteerd. De zaak-Dutroux markeerde het einde van een tijdvak en woog op wat in de plaats gekomen is. Luc Huyse maakt de balans.

Klachten over de werking van het recht en de rechtbanken zijn van alle tijden. Maar de intensiteit waarmee ze komen varieert in een ritme dat aan ebbe en vloed doet denken. Van de vroege jaren 70 tot de late jaren 90 was het ononderbroken hoog water. En altijd keken de politici de andere kant op. Wie de regeringsverklaringen van die periode leest, zal tevergeefs zoeken naar enige aandacht.

De politieke agenda heeft zowat alles wat met justitie te maken had gewoon genegeerd. Ook budgettair was het een ramp. Jaar na jaar kromp het aandeel van het departement in de begroting. Het absolute dieptepunt kwam in het midden van de jaren 80. Van elke 1.000 Belgische frank overheidsgeld gingen er 10 naar justitie en daarvan de helft naar de rechtspleging. Dat was geen verwaarlozing meer, maar plompe vernedering van de derde macht.

Minachting sprak ook uit de bemoeizucht van de politieke partijen bij de benoeming en promotie van rechters. Vanaf de jaren 70 was dat niet langer het werk van individueel dienstbetoon, maar van gulzige partijapparaten. Macht was zo zeer ongelijk verdeeld. Daar zorgde de opgedrongen vermageringskuur al voor. En de klemgreep op de loopbaan van magistraten verlengde tot ver in de toekomst de controle op de beroepsgroep. Neen, rechters zijn toen nooit wereldvreemd genoemd.

De top van de magistratuur heeft zich jarenlang bij deze scheve machtsverhoudingen neergelegd. Dat was het gevolg van een eigenzinnige interpretatie van de scheiding der machten. Het was al vroeg te zien in de reacties op Het beleid van de rechter, een boek uit 1973 van Walter Van Gerven, de Leuvense rechtsgeleerde en latere advocaat-generaal bij het Europese Hof van Justitie. De rechter, schreef hij, kiest ‘tussen verschillende, juridisch-technisch even goed verdedigbare oplossingen’ en hij neemt die beslissing op ‘grond van economische, sociologische, filosofische opties, hoe onvolmaakt hij zich daar ook van bewust is’.

In sommige gevallen, vond Van Gerven, kan het zelfs aangewezen zijn dat een rechter uitdrukkelijk de grenzen van de rechtsregel verlegt: ‘Dat betekent in feite dat de rechter, naar mijn smaak, een beleid mag voeren door een waarde, die mogelijk een minderheidswaarde is, boven een andere waarde te verkiezen.’ Rechterlijk activisme avant-la-lettre? Ik was erbij toen Van Gerven zijn visie presenteerde aan een gezelschap van hoge magistraten. Daar bleek hoezeer zij zijn argumentatie als onbespreekbaar beschouwden. Zij ging in hun ogen brutaal in tegen wat nog enkele decennia als een onwrikbaar dogma zou gelden: de rechtsregel is eenvormig en hard en daarom staat een rechter altijd boven het gewoel en zwijgt.

Spaghetti-arrest

Op de arrestatie van Marc Dutroux volgden twee maanden van traumatische gebeurtenissen. De toenmalige regering-Dehaene (1995-1999) probeerde de politieke agenda om te gooien, maar miste kracht, tempo en tijd. Het is de ontsnapping van Dutroux op 23 april 1998 die de politieke klasse uiteindelijk in overdrive zou zetten. De gevolgen daarvan zouden de machtsdeling tussen regering, parlement en magistratuur grondig wijzigen. En alle drie kregen zij te maken met burgers die van het beroep op de rechter een politiek wapen hebben gemaakt.

De zaak-Dutroux maakte de rechterlijke macht sterker. Haar feitelijke degradatie door de fel beperkte budgetten en het slot op de politieke agenda nam, nu justitie alle aandacht trok, aanzienlijk af. Er was voortaan ook constructief overleg tussen het departement en de magistratuur. En bij de benoeming en promotie van rechters is, na meer dan een eeuw, de bemoeiziekte van de politieke partijen grotendeels aan banden gelegd.

Ook binnen het rechterlijk korps zijn de machtsverhoudingen gewijzigd. Persrechters, door de regering-Dehaene ingevoerd, hebben de zwijgcultuur doorbroken. Een nieuwe generatie magistraten erkent nu dat, in de geest van Het beleid van de rechter, recht spreken onvermijdelijk een politieke dimensie heeft. Sommigen onder hen volgen Van Gerven zelfs in de stelling dat grondige herinterpretatie van de wet gerechtvaardigd kan zijn. Het Spaghetti-arrest in het Dutroux-onderzoek heeft in die twee ontwikkelingen een rol gespeeld.

Deze uitspraak van het Hof van Cassatie heeft op 14 oktober 1996 onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte, massaal door het publiek gesteund, na een juridische minizonde tot ontslag gedwongen. De manier waarop procureur-generaal Eliane Liekendael van het Hof de beslissing verdedigde, was een achterwaartse stap te ver. ‘Als ik het gevoel moet volgen’, zei ze toen in Het Nieuwsblad, ‘dan laat ik Connerotte voortspeuren. Maar al wie de deur binnenstapt moet zijn gevoel achterwege laten. Dat is eigen aan de rechtsstaat. Mijn enige taak is de rechtsregels toe te passen.’ Zo had ik het al in 1973 gehoord.

Plaatsvervangend wetgever

De hervormingen hebben ook vrij snel de positie van de burgers in de rechtspleging versterkt. Het slachtoffer kreeg een volwaardiger plaats in de gerechtelijke procedure. Aan laagdrempelige loketten in zogeheten justitiehuizen is informatie over rechtbankzaken aangeboden. Wat later is, dankzij goedkope rechtshulp, de gang naar het gerechtsgebouw vergemakkelijkt. Dat alles versnelde een evolutie die al enige jaren aan de gang was. De bevolking had zich al eerder als een derde speler tussen rechters en politici genesteld. Geregeld vroeg zij de magistratuur, via de Raad van State bijvoorbeeld, om in haar naam overheidsbeslissingen aan te vechten. Ook beroep op Europese rechtsinstanties was al ingeburgerd.

De weg naar de rechter als verzet tegen betwist overheidsbeleid is vandaag zo goed als ingeburgerd. Die route laat toe om, zoals in de nu lopende Klimaatzaak, een abstracte en ongrijpbare macht via de rechter om te zetten in een concrete, mobiliseerbare persoon. Het is ook een alternatief voor de maskerade rond onbevattelijke verantwoordelijkheden in de politiek (de open paraplu’s!). Daar hebben de Antwerpse actiegroepen, stRaten-generaal en Ademloos, in het Oosterweeldossier van gebruikgemaakt. Een dreiging met de inzet van de Raad van State was al genoeg om wat klaarheid te scheppen. (De Vlaamse regering poogt momenteel om voor burgers de weg naar rechtsinstanties een stevig stuk smaller te maken. Dat is nodig, zegt ze, om het bestuur krachtdadiger te laten werken. Maar wat de politici aan slagkracht denken te winnen, verliezen ze gegarandeerd aan legitimiteit.)

De politiek komt ook via de politici zelf de gerechtshoven binnen. Meer en meer slagen parlement en regering er niet in om binnen een redelijke termijn wetgevend werk te voltooien. Het gevolg is dat de rechter als het ware uitgenodigd wordt om, via het vellen van vonnissen en arresten, een algemene gedragslijn uit te zetten. Dat is wat in de late jaren 80 is gebeurd rond de wijziging van de abortuswetgeving. Die terugtred promoveert de magistratuur de facto tot plaatsvervangend wetgever. Een tweede vorm van, zij het ongewilde, uitbesteding volgt uit de overvloedige aanvoer van kreupele en onafgewerkte wetten en decreten. Hoe mistiger een rechtsregel, hoe vaker rechterlijke interpretatie mogelijk en nodig is. Dat was het probleem met het Octopusakkoord, de blauwdruk van het grondig gewijzigd politie- en justitielandschap. In nauwelijks vijf weken na de ontsnapping van Dutroux lag het er. Kort nadien is strijd om de juiste lezing ervan begonnen.

Langs meerdere wegen dringt de politiek de rechtspraak binnen. Voor één ervan zorgen burgers. Twee hebben de politici zelf aangelegd. Rechters spreken recht, met onvermijdelijk politieke gevolgen. Zo is, mede beïnvloed door de zaak-Dutroux, rond het beginsel van de scheiding der machten een wel heel complexe toestand ontstaan. Spelregels en afspraken zijn in beweging. Territoriumtwisten verharden. De uitkomst is onzeker.

Bron » De Standaard | Luc Huyse

Het doel is alle straffen uit te voeren

Een investering van zo’n miljard euro moet politie en justitie eindelijk de 21ste eeuw binnenloodsen. De uittredende minister van Justitie, Koen Geens (CD&V), eiste in 2019 een injectie van 750 miljoen euro als voorwaarde voor een tweede termijn. Het lot wil dat de injectie er komt – alvast op papier – maar dat Geens vertrekt.

Zijn opvolger krijgt volgens het regeerakkoord een ‘begrotings­injectie’ om het departement mee te herfinancieren. Volgens onze informatie is ruim een half miljard euro voorzien om Justitie zelf te moderniseren en nog eens een kwart miljard om de gerechts­gebouwen en gevangenissen aan te pakken. Daarnaast krijgen ook de federale politie en de veiligheidsdiensten een structurele ­injectie van ruim 200 miljoen euro. Ook de nieuwe minister van ­Binnenlandse Zaken kan de beurs dus opentrekken.

Niet ‘soft’ overkomen

Die meeruitgaven moeten het beeld helpen bijstellen dat een regering met groenen ‘soft’ zou zijn, iets wat met name de liberalen en CD&V willen counteren. Zo valt op dat de strafprocedures verkort worden en de regering zich sterk maakt dat alle straffen worden uitgevoerd ­– een klassiek stokpaardje op rechts.

Recidivisten worden harder aangepakt maar ook begeleid ‘naar een andere levenswandel’. De forensische psychiatrische centra en gevangenissen krijgen extra capaciteit. Maar ook de zogenaamde afkoopwet – verruimde minnelijke schikking – wordt geëvalueerd en mogelijk hervormd. Dat is een stokpaardje van links dat er een vorm van klassenjustitie in ziet.

Het zijn enkele van de kracht­lijnen waarlangs het strafrecht, het strafprocesrecht en het strafuitvoeringsrecht zullen worden gemoderniseerd volgens het regeerakkoord. Het doel is dus wel om de hervormingstrein van minister Geens voort te zetten. Verschillende onafgewerkte werven worden verder aangepakt. Zo wordt de analyse over de werklast van magistraten voortgezet. De volledige digitalisering van vonnissen en arresten, die recentelijk opnieuw vertraging opliep, wordt nogmaals in het vooruitzicht gesteld. En de toegankelijkheid van Justitie wordt verder aangepakt, onder meer via een hervorming van de juridische bijstand.

Straf in land van herkomst

Dat de aanpak veeleer ‘flinks’ wordt, blijkt ook uit de intentie om de inspanningen verder te zetten om gedetineerden die de Belgische nationaliteit niet hebben en veroordeeld zijn tot een straf van meer dan 5 jaar, hun straf te laten uitzitten in het land van herkomst. Al zijn daar natuurlijk de nodige bilaterale akkoorden voor nodig, en dat is altijd een pijnpunt.

Een gevangenisstraf wordt ook steeds doorgeseind aan de Dienst Vreemdelingenzaken, zodat die ‘het administratief statuut van de veroordeelde kan (her)bekijken’.

Modernisering politie

Ook de modernisering van de politie wordt een speerpunt. Zo komt er een kruispuntbank Veiligheid voor informatiedeling tussen Justitie en alle veiligheidsdiensten. De al veelbesproken rekrutering voor de politie wordt verder hervormd.

Als reactie op de recente discussies over politiegeweld en het geweld op politie komt er voor beide gevallen een nultolerantiebeleid. Als reactie op de onlusten deze zomer aan de kust, wordt de mogelijkheid om een lokaal plaatsverbod uit te spreken, uitgebreid. Ook een symbolische maar gevoelige maatregel: de militaire aanwezigheid op straat wordt ‘onmiddellijk progressief ­afgebouwd’.

Tot slot pikt Vivaldi de belofte op van een opgedreven bestuurlijke handhaving door lokale besturen, waarbij ze criminaliteit tot zekere hoogte zelf kunnen aanpakken, los van Justitie. De federale politie zal gespecialiseerde drugsonderzoeksteams uitbouwen.


Per jaar 1.600 agenten aanwerven

De doorlooptijd tussen kandidatuur en aanwerving moet korter. Lokale zones zullen bovendien zelf kunnen rekruteren. De partijen mikken ook op een gespecialiseerde instroom (vooral voor de gerechtelijke politie). Alles ­samen wil men minstens 1.600 agenten per jaar aanwerven, 200 meer dan wat vandaag het doel is.

Europees stemrecht op 16 jaar

Bij de Europese verkiezingen krijgen jongeren vanaf zestien jaar stemrecht. Het is de opvallendste maatregel om het geloof in de politiek op te krikken. Verder wordt gezocht naar methodes om de regeringsvorming niet opnieuw 500 dagen te laten aanslepen. De regering wil experimenteren met nieuwe vormen van burgerparticipatie zoals ­burgerkabinetten of gemengde panels in de schoot van de Kamer. Via een burgerinitiatief moet het mogelijk zijn om wetsvoorstellen te laten behandelen.

Femicide in strafwetboek

Er komt een speciaal ­statuut voor de moord op vrouwen. Behalve femi­cide wordt ook bekeken om ecocide – het doel­bewust vernietigen van ecologische systemen –een plaats te geven in het strafwetboek. Denk aan olielekken, illegale ontbossing, enzovoort. Daarover wordt advies gevraagd aan experten. Er zal ook diplomatiek geijverd worden om ecocide te beteugelen.

Bron » De Standaard | Jan-Frederik Abbeloos

Langverwachte digitale databank weer uitgesteld

De volledige digitalisering van vonnissen en arresten, door het parlement gepland voor deze maand, ziet wellicht pas over enkele jaren het licht.

‘Deze wet treedt in werking uiterlijk op 1 september 2020.’ In mei 2019 keurde het parlement haast unaniem een wet goed die voorziet in een elektronische databank waarin alle vonnissen en arresten uit­gesproken door de Belgische hoven en rechtbanken opgenomen zouden worden. Maar die datum werd niet gehaald. Afgelopen zomer stelde een nieuwe wet de deadline opnieuw met een jaar uit.

Het toont hoezeer dit land de tanden stukbijt op de informatisering van de rechterlijke macht. De eerste pogingen, met het Feniksproject, dateren intussen van bijna twintig jaar geleden. In zijn beleidsnota van vier jaar geleden klonk ­minister van Justitie Koen Geens (CD&V) nog optimistisch. ‘Tegen het einde van 2017 zullen alle vonnissen en arresten in één databank opgeslagen worden.’

Maar ook Geens botste op de ­realiteit en de voortschrijdende technologie. In 2018 trok hij de stekker uit de verdere uitrol van ­Vaja, een digitale databank die de vijf Belgische hoven van beroep en arbeidshoven al gebruikten, tot frustratie van de betrokken magistraten. Vaja liet niet toe dat vonnissen en arresten digitaal onder­tekend werden – die moesten nog afgedrukt en fysiek gehandtekend worden. Daardoor waren ook de zoekmogelijkheden beperkt.

Er kwam een ambitieuzer project, dat volledige digitalisering tot doel heeft. Daarmee wil Justitie meerdere vliegen in een klap slaan: rechterlijke uitspraken archiveren en doorzoekbaar maken, die digitaal bezorgen aan alle betrokken par­tijen en ze toegankelijk maken voor het grote publiek.

Geens kreeg die databank niet af voor het einde van de legislatuur in 2019. Bij zijn kabinet klinkt het dat zo’n project in totaal makkelijk tien jaar kan beslaan. Enkele deelaspecten zijn wel al actief, op beperkte schaal. Parallel daarmee wordt ook MaCH steeds breder uitgerold binnen Justitie. Dat systeem, waarmee al verschillende problemen waren, stelt hoven en rechtbanken in staat om hun werkzaamheden digitaal te beheren vóór een einduitspraak.

Artificiële intelligentie

Net voor de verkiezingen van 2019 besloot het parlement het heft in handen te nemen. De wet van mei 2019 moet samen gelezen worden met een grondwetswijziging van eerder dat jaar. Sindsdien moeten vonnissen en arresten in principe niet meer integraal voorgelezen worden door de rechter, maar ­alleen het belangrijkste gedeelte ­ervan. De invoering van de digitale databank moest daarmee gepaard gaan, waarvoor dus de deadline van september dit jaar werd voorop­gesteld.

‘Wij hebben van in het begin aangegeven dat dit een onhaalbare termijn was’, reageert het kabinet-Geens. ‘De deadline was vooral een methode van het parlement om de regering onder druk te houden. De volledige informatisering zal ­onder de huidige minister niet meer mogelijk zijn.’

De invoering van de databank zal dus een taak van de volgende ­regering zijn. Daarbij moeten nog vele knopen worden doorgehakt. Wat met oude vonnissen en arresten? Hoe moet omgegaan worden met persoonlijke gegevens en anonimiteit? Met andere woorden: hoelang kan iemand achtervolgd worden door een oud vonnis dat iedereen met een klik kan vinden?

Een andere heikele kwestie is de grote hoeveelheid gegevens die de databank zal verzamelen en doorzoekbaar maken. Er wordt al volop geëxperimenteerd met artificiële intelligentie die bijvoorbeeld patronen kan herkennen tussen verschillende rechtbanken en zelfs zou kunnen voorspellen hoe bepaalde rechters bepaalde zaken zouden ­beoordelen. De volgende minister van Justitie zal zich over al die vragen moeten buigen.

Bron » De Standaard | Matthias Verbergt

Ultieme hervormingsplannen Geens stuiten op verzet

Met de hulp van CD&V-Kamerleden en de coronacrisis wilde minister van Justitie Koen Geens alsnog enkele grote hervormingen doorduwen. Maar na een clash met de magistratuur en de oppositie trekt hij zich terug.

Sinds zijn aantreden als minister van Justitie in 2014 liet Koen Geens (CD&V) een lawine hervormingen op de gerechtelijke wereld los. Maar lang niet alle projecten haalden de eindstreep, onder meer door de lopende zaken waarin zijn departement sinds de val van de regering-Michel, eind 2018, verkeert.

Geens wil, met de mogelijke komst van een nieuwe regering, zijn erfenis nog zo veel mogelijk veiligstellen. In de Kamer liggen twee baanbrekende wetsvoorstellen voor die formeel zijn ingediend door twee CD&V-Kamerleden, maar in de praktijk teksten zijn die het kabinet-Geens opstelde.

Geens had een eerste reeks verregaande hervormingen slim vastgehaakt aan noodmaatregelen om justitie in deze coronatijden goed te laten functioneren. Samen met tal van andere kleine wijzigingen zijn die gebundeld in een vergaarwet – een beproefde methode van Geens.

Videoconferentie voor gedetineerden

Door de koppeling besliste de Kamer op 28 mei het wetsvoorstel, ingediend op 27 mei, een spoedbehandeling te gunnen. Onder meer de Raad van State en diverse adviesorganen moesten zich in ijltempo uitspreken. Maar na hevig protest laat het kabinet-Geens vandaag aan De Standaard weten dat de heetste hangijzers uit het voorstel worden gehaald.

De tekst bepaalde dat bij de hele strafprocedure – van voorlopige hechtenis tot een mogelijk strafproces zelf – videoconferentie kan gebruikt worden, zodat gedetineerden niet verplaatst moeten worden uit de gevangenis. De enige uitzondering was het hof van assisen.

Als een rechter belangen kon inroepen als de volksgezondheid, de openbare orde en veiligheid of de verkorting van de procedure, kan de behandeling op afstand zelfs opgelegd worden tegen de wil van de verdachte en de advocaat in.

Schriftelijke behandeling rechtszaken

Daarnaast promootte het voorstel ook sterk de schriftelijke behandeling van rechtszaken. Die bestaande procedure wordt door partijen niet vaak verkozen, omdat het vaak geen tijdswinst oplevert. Nu zouden schriftelijke behandelingen voorrang krijgen.

Maar de voorstellen stuitten op collectief verzet van de magistratuur en advocatuur. De Adviesraad van de Magistratuur, het College van Procureurs-Generaal, de Hoge Raad voor Justitie, de advocatenordes: alle schreeuwden ze moord en brand, onder meer omdat de rechten van verdediging en het principe van openbaarheid van rechtspraak op de helling zouden staan.

‘Basisprincipes justitie in gevaar’

In Franstalig België werd de afgelopen week gesproken van een vermarkting van justitie. ‘Deze heimelijke hervorming onder het mom van urgentie bevestigt de groeiende kloof tussen de rechterlijke en de uitvoerende macht’, zei Jean De Codt, tweede in rang bij het Hof van Cassatie, vandaag in Le Soir. ‘De rechterlijke macht verdedigt een humane justitie, de uitvoerende denkt alleen aan de cijfers.’

Ook bij oppositiepartijen PS en Groen/Ecolo was het verzet groot. ‘Deze verzamelwet brengt, onder het mom van rationalisering, efficiëntie en modernisering, bepaalde basisprincipes van onze justitie in gevaar’, zei Groen-Kamerlid Stefaan Van Hecke aan Belga. De Raad van State veegde intussen de ingeroepen hoogdringendheid van tafel.

Bij het kabinet-Geens klonk aanvankelijk dat de voorstellen nog besproken en aangepast konden worden in het parlement. In de vooravond volgde dan het bericht dat een groot deel van de wet geschrapt wordt, waaronder de artikels rond videoconferentie en de schriftelijke procedure.

Hof van assisen

Er is nog een tweede tekst van Geens die in mei door CD&V-Kamerleden als wetsvoorstel is ingediend. Het gaat om een document van liefst 729 bladzijden: de nieuwe versie van het Wetboek van strafvordering die Geens al lang in de pijplijn heeft zitten. Daarin staat onder meer een grondige inperking van het hof van assisen en een hervorming van de functie van onderzoeksrechter.

Bij Geens leeft de hoop dat het nog kan worden goedgekeurd. ‘De tekst is het gevolg van het regeerakkoord van 2014’, zei Geens vorige week donderdag in de Kamer. ‘Dit is de derde poging om de strafprocedure te hervormen, de twee vorige mislukten. Wees open van geest om er kennis van te nemen: het is een solide product, vol gezond verstand. Ooit zullen we een akkoord moeten vinden.’

Bron » De Standaard | Matthias Verbergt

Meer burgers krijgen recht op pro-Deoadvocaat

Het wetsvoorstel van de Kamer­leden Stefaan Van Hecke (Groen) en Zakia Khattabi (Ecolo) verhoogt de inkomensplafonds voor de toegang tot een pro-Deoadvocaat. Meer mensen krijgen toegang tot die juridische tweedelijnshulp, waarbij de overheid het ereloon van de advocaat betaalt.

Momenteel mag het loon van alleenstaanden maximaal 1.026 euro per maand bedragen om aanspraak te maken op het pro-Deosysteem. Voor gezinnen is dat 1.317 euro. Vanaf 1 september tot 2023 zullen de limieten in fases verhoogd worden tot 1.500 euro voor alleenstaanden en 1.800 euro of meer voor gezinnen, afhankelijk van het aantal kinderen.

Het voorstel is gisteren goed­gekeurd in de commissie-Justitie met de steun van Groen, Ecolo, de PS, de SP.A, CDH en de PVDA. CD&V onthield zich, de N-VA heeft een tweede lezing gevraagd. Dat heeft volgens Van Hecke te maken met de kostprijs van de uitbreiding: 77 miljoen per jaar. Die komt boven op de andere sociale maatregelen die de voorbije weken zijn goedgekeurd in de Kamer, zoals de pensioenaanpassing voor de mijnwerkers, die 200 miljoen kostte.

Van Hecke zegt die zorg te ­begrijpen. ‘We hebben momenteel heel wat budgettaire uitdagingen, maar dit is niet het zoveelste sinterklaas­cadeau’, zegt Van ­Hecke. ‘Het is om die reden dat de uitvoering in fases gebeurt. Vanaf ­1 september wordt het plafond verhoogd met 200 euro. Nadien voegen we 100 euro per jaar toe.’ De ­rekening volgt pas in 2022. Van Hecke blijft erop vertrouwen dat het wetsvoorstel definitief goed­gekeurd raakt.

De Orde van Vlaamse Balies reageert positief. ‘Met deze maatregel komt de overheid haar grondwettelijke plicht na om rechtsbijstand mogelijk te maken voor een groep die anders uit de boot valt’, zegt woordvoerder Hugo Lamon.

Bron » De Standaard