Minder gebouwen, een maximum aantal gevangenen en (nog) meer budget: nieuwe regering krijgt stevig verlanglijstje van FOD Justitie

“Zonder bijkomend budget kan Justitie de rekeningen niet meer betalen.” Met die moeilijke boodschap trekt de federale overheidsdienst Justitie naar de toekomstige federale regering. “Moeilijk”, want ons land moet in de komende 7 jaar net 23 tot 25 miljard euro besparen. Maar bij Justitie hebben ze toch een verlanglijstje klaar.

Justitie was de voorbije jaren niet het departement waar er fors beknibbeld werd op het budget. Van de uittredende federale regering kreeg de overheidsdienst 581 miljoen euro extra over 4 jaar, op een totaalbudget van zo’n 2 miljard euro. “Niet niks”, geven ze toe bij de overheidsdienst.

Met die extra duiten heeft de FOD onder meer broodnodige extra plaatsen in de gevangenissen kunnen creëren, duizenden nieuwe mensen kunnen aannemen en veel geld gespendeerd aan digitalisering.

En toch volstaan de extra miljoenen nog niet, klinkt het nu. Zo heeft de FOD Justitie ook 80 miljoen euro moeten besparen, woog de inflatie op de werkingskosten en hadden indexeringen een zware impact op de loonkosten. Bovendien bleef de vraag stijgen: meer zaken (die de nodige kosten met zich meebrengen), meer gedetineerden, de blijvende nood aan digitalisering en de stijgende kosten van de verouderde gebouwen.

“In de praktijk is budgettaire ademruimte onbestaande”, schrijft de FOD in een persbericht. “Sterker nog: we kijken dit jaar aan tegen een tekort van ongeveer 60 miljoen euro.” Geen goed nieuws nu er wellicht overal bij de overheid stevige besparingen zitten aan te komen om de miljardentekorten te kunnen wegwerken.

Overbevolking

Het verklaart waarom de FOD Justitie nu een verlanglijstje, op tafel legt voor voor de nieuwe regering. Daarin vraagt de overheidsdienst “een structurele budgetverhoging van 250 miljoen euro”. “Met die extra slagkracht kunnen we zowel de hoogste noden dekken als hervormen.”

Hoe de FOD Justitie wil hervormen? Daarvoor zijn er wel wat ideeën. Over gevangenissen bijvoorbeeld: ja, de capaciteit moet nog worden opgetrokken en de gebouwen moeten worden gemoderniseerd. Maar Justitie wil ook een quotum op het maximale aantal gevangenen per gevangenis.

“Het moet duidelijk zijn vanaf wanneer er niet méér mensen binnen mogen in een gevangenis”, zegt Sarah Blancke, voorzitter ad interim van het directiecomité van de FOD Justitie, in De Ochtend op Radio 1. “De eerste opdracht is om ervoor te zorgen dat er geen grondslapers meer zijn.”

En bij overbevolking moeten er wettelijke maatregelen worden vastgelegd die als een soort ‘ventiel’ moeten dienen (bijvoorbeeld: korte straffen tijdelijk enkel via een enkelband uitvoeren of zelfs voorlopige invrijheidstelling).

Gebouwen sluiten

Of kijk naar de ruim 225 gerechtsgebouwen in ons land: volgens de FOD Justitie voldoen de meeste daarvan niet meer aan de huidige normen voor welzijn en veiligheid. En omdat er te weinig geld is om ze te onderhouden, gaan ze er alleen maar op achteruit.

“Wij komen regelmatig in de pers met gebouwen waar er lekken zijn of waar de archieven niet in orde zijn”, zegt Blancke. “We moeten ons dus afvragen of we al die gebouwen nog in orde kunnen brengen. In Nederland bijvoorbeeld hebben ze maar 50 gerechtsgebouwen.”

De overheidsdienst stelt daarom zelf voor om in de komende 5 tot 15 jaar liefst 100 gebouwen te sluiten. Door rechtscolleges te hergroeperen en meer in te zetten op digitalisering moet dat kunnen worden opgevangen. Met de besparing die dat oplevert, kunnen de overige gebouwen dan worden gemoderniseerd en onderhouden. “Ik denk dat dit een win-win is voor iedereen.”

Vernietigend rapport

Hoewel het memorandum een aantal prikkelende voorstellen bevat, is de timing best opmerkelijk. Een dikke maand geleden nog legde het Rekenhof de FOD Justitie over de knie. In een ronduit vernietigend (ontwerp)rapport kreeg de directie van de overheidsdienst de stempel “falend”, “passief” en “onverantwoordelijk”, zeker als het gaat over de digitalisering.

Zo heeft ze “onvoldoende aandacht voor het risico op fraude”, met name als het gaat over de samenwerking met consultancybedrijven. Verder ontbreekt het de FOD aan een duidelijke strategie voor de digitalisering en speelt er veel onduidelijkheid, onderlinge concurrentie en is er een gebrek aan vertrouwen. “Omdat de duurzaamheid van projecten niet wordt beoordeeld, bestaat bovendien het risico dat budgetten momenteel voor niets worden uitgegeven”, stelde het Rekenhof.

Het rapport kwam bovenop eerdere berichten dat Justitie de eigen regels niet lijkt te volgen als het gaat over contracten en dat het lange tijd te veel heeft betaald aan Bpost voor een kantoorgebouw. Ook pompt de overheidsdienst al jaren geld in moderne rechtszalen in gevangenissen die zelden of nooit worden gebruikt, omdat advocaten en rechters vrezen dat daarmee de openbaarheid van de rechtspraak in het gedrang komt. Of zoals advocaat John Maes eind vorig jaar stelde: “Dit is lichtzinnig omgaan met het geld van de belastingbetaler.”

Bron » VRT Nieuws | Stefan Grommen

Of de feiten in Sint-Martens-Latem nu verjaard zijn of niet lijkt een complexe puzzel te worden

Douglas De Coninck is journalist. Hij buigt zich op de nieuwe wet die de verjaring van sommige moorden afschaft en die sinds deze week geldt. ‘Het is op maat geschreven van de Bende van Nijvel.’

Met de aanhouding van de man die bekende dat hij in 1994 in Sint-Martens-Latem het lichaam van zijn levensgezellin begroef, lijkt het parket in Oost-Vlaanderen de eerste stap te hebben gezet in een procedure die normaal zou moeten uitmonden in een proces.

Of de feiten nu verjaard zijn of niet lijkt een complexe puzzel te worden. Toevallig viel de ontdekking van het lichaam dag op dag samen met het in voege treden van een wet die de verjaring voor sommige moorden afschaft. Bij de aankondiging van de nieuwe wet verduidelijke justitieminister Vincent Van Quickenborne (Open Vld) wat werd bedoeld met sommige. Het gaat, stond er, enkel om moorden die “de bevolking ernstige vrees hebben aangedaan” of “tot doel hadden de basisstructuren van het land te ontwrichten of te vernietigen”.

Het valt te betwijfelen of de zaak in Sint-Martens-Latem aan die definitie voldoet. De nieuwe wet is – net als alle vorige die de verjaringstermijnen in strafzaken recent verlengden – op maat geschreven van de Bende van Nijvel (28 moorden tussen 1982 en 1985). Of misschien eerder van mensen die ons willen doen geloven dat er een kans bestaat dat die bende ooit nog kan worden berecht.

Als je het louter statistisch bekijkt, lijkt de nieuwe wet die kans eerder te verkleinen dan te verhogen. De afgelopen jaren zijn drie cold cases, destijds door een onderzoekscommissie in de Kamer in verband gebracht met de Bende van Nijvel, opgehelderd geraakt. Het gaat om de moordaanslag op politietopman Herman Vernaillen in 1981, de wapenroof bij de speciale eenheden datzelfde jaar en de moord op geldkoerier Francis Zwarts in 1982.

Ze raakten opgehelderd doordat de destijds simultaan politieman en crimineel zijnde Robert Beijer zich er eerst van had vergewist dat de verjaring 100 procent zeker was ingetreden. Daarna pas stapte hij naar justitie om te bekennen.

Verjaring is een rechtsbeginsel dat dateert uit 1780 voor Christus met de Codex Hammurabi, een van de allereerste wetboeken uit onze beschaving. Blijkbaar was de mens toen meer dan nu vertrouwd met het gegeven dat er bij elke onopgehelderde moord een moment komt waarop de mogelijkheid tot redelijke bewijsvoering komt te vervallen.

In 2021 stond Alinda Van der Cruysen terecht voor het assisenhof in Leuven. Ze werd vervolgd voor de gruwelmoorden op haar eigen grootoom en -tante, 29 jaar eerder. Het proces werd er één met twijfelachtig bewijsmateriaal, getuigen die merendeels al waren overleden en een hoofdverdachte die niet geloofwaardig kon antwoorden op de vraag: “Hoe kwam uw DNA 29 jaar geleden op die broek?”

Zeven juryleden achtten haar schuldig, vijf onschuldig. Ze schoven zo de hete aardappel door naar de beroepsrechters, die de vrouw veroordeelden tot 15 jaar cel. Uit die relatief lichte strafmaat, in verhouding tot de feiten, kon je twijfel afleiden. Cold cases garanderen leuke televisie, maar soms ook hoogst ongemakkelijke situaties in de rechtszaal.

Hopelijk wordt die nieuwe wet enkel gebruikt waarvoor ze is geconcipieerd. Om nooit te worden gebruikt.

Bron » De Morgen | Douglas De Coninck

Bendeonderzoek definitief begraven?!

Zopas stemde de Kamer van Volksvertegenwoordigers op voorstel van de vorige justitieminister Vincent Van Quickenborne dat bepaalde moorden niet meer verjaren. Het gevolg van de huidige wetswijziging, de onverjaarbaarheid van de Bendemoorden, is tweemaal contraproductief volgens Walter De Smedt.

Het gaat om misdaden die van aard zijn dat ze ofwel een land of een internationale organisatie ernstig kunnen schaden, ofwel de bevolking een ernstige vrees aan kunnen jagen, ofwel de overheid of een internationale organisatie proberen te dwingen tot het verrichten of het zich onthouden van een handeling, ofwel om basisstructuren (de politieke, constitutionele, economische of sociale) van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen.

Deze omschrijving is een bekentenis van formaat. Er wordt verwezen naar een internationale organisatie en de ontwrichting van de basisstructuren van een land. Daardoor is het overduidelijk dat het om de Bendeaanslagen gaat.

Maar het is ook even duidelijk waarom de wet er is gekomen: omdat het om de ontwrichting van de basisstructuren van ons land gaat. Dat is de bevestiging dat de Bendefeiten niet het werk waren van gewone criminelen maar er heel wat anders achter zat.

Van bij het begin van het onderzoek waren er twee grote onderzoekspistes. De toenmalige procureur van Nijvel, Deprêtre, hield voor dat het om gewone criminelen, “Des Zozo’s”, ging. Er was de andere piste dat het om extreemrechtse organisaties ging die de staat wilden ontwrichten.

In de tweede piste werden de feiten in de toenmalige context van de rakettenkwestie geplaatst. Het plan van president Reagan om in Europa nieuwe raketten met kernlading te plaatsen als antwoord op de plaatsing van soortgelijke raketten door de Sovjet-Unie stuitte toen op hevige weerstand.

Het publiek verzet er tegen had de grootste betoging ooit in ons land tot gevolg. De toenmalige premier Martens ging er president Reagan over praten en kreeg als antwoord dat de raketten reeds onderweg waren.

De huidige omschrijving van de misdaden die niet meer verjaren voldoet dus volkomen aan de tweede onderzoekspiste. De internationale organisatie is deze van het Noord Atlantisch Verdrag (NAVO).

Dit te Washington op 4 april 1949 getekend verdrag heeft een politiek en een militair facet. De NAVO heeft tot doel de vrijheid en veiligheid van haar lidstaten te garanderen met politieke en militaire middelen.

Politiek: De NAVO promoot de democratische waarden en biedt lidstaten de gelegenheid om te overleggen en samen te werken rond defensie- en veiligheidskwesties om problemen op te lossen, vertrouwen op te bouwen en uiteindelijk conflicten te voorkomen.

Militair: De NAVO zet zich in voor een vreedzame oplossing van geschillen. Als de diplomatieke inspanningen mislukken, heeft ze de bevoegdheid om crisisbeheersingsoperaties uit te voeren. De onderzoekspiste in het Bendedossier gaat over het politieke luik, waarin de aan elkaar verbonden inlichtingendiensten maar ook geheime parallelle organisaties werkzaam zijn, zowel als de in het militaire luik aangegeven “crisbeheersingsoperaties”.

In het Bendedossier vindt je de eigen geheime door de officiële inlichtingendiensten aangestuurde organisatie Gladio, het naoorlogs netwerk tegen de communistische dreiging. Je vindt er ook parallelle geheime organisaties als Westland New Post en de groep G binnen de toenmalige Rijkswacht in terug.

De verwijzing naar de NAVO is op zichzelf al een aanduiding van een formeel beletsel voor een lidstaat om er een eigen politiek in te voeren. Door het verdrag van Washington hebben de lidstaten een deel van hun soevereiniteit aan de organisatie afgestaan.

Dat maakt dat in het politieke luik de aan elkaar verbonden inlichtingendiensten gehouden zijn door specifieke werkingsregels als de classificatie van de door hen geheim te houden inlichtingen welke geheimhouding enkel mits toestemming van de diensten kan worden opgeheven en waarvan de openbaarmaking zelfs strafbaar is.

Dat achtentwintig moorden moeten worden bestraft is een niet te betwisten evidentie. Dat een land als het onze zich verzet heeft tegen de ontwrichting door de communistische dreiging van toen is wat je van elke democratische rechtsstaat kon verwachten.

Vraag is evenwel of door de nu, andermaal, verlengde en nu zelfs door de uitsluiting van de verjaring van de feiten beide doelen worden beantwoord. Niemand kan ontkennen dat het niet meer mogelijk is er een strafprocedure over te voeren die voldoet aan de vereisten van het eerlijk proces.

Voor zover de daders en/of getuigen nog leven kan je na meer dan een kwarteeuw niet meer tot een daadwerkelijke bestraffing komen. Het is wegens de omvangrijkheid van het dossier en de mogelijke betwistingen die er het gevolg van zijn ook praktisch niet meer doenbaar om er een proces over te voeren.

Anderzijds kan je het bestaan van geheime extreemrechtse organisaties die ons land willen ontwrichten niet onverlet laten. Het is in tegendeel een problematiek die brandend actueel is.

Vraag is dan of de onverjaarbaarheid van de feiten al of niet de juiste maatregel is om het mogelijk voortbestaan van dergelijke organisaties te bestrijden. Want de voortzetting van het gerechtelijk onderzoek heeft ook tot gevolg dat de geheimhouding van het onderzoek wordt aangehouden.

De wet Franchimont, die ingevolge de besluiten van het parlementair Bendeonderzoek de knelpunten in de strafprocedure moest weg nemen, heeft de problematiek van de tegenspraak tussen de geheimhouding van het vooronderzoek en de noodzaak om de maatschappij te beschermen tegen de geheime werking van extreemrechtse organisaties niet onverlet gelaten.

Deze wet gaf daarom aan de procureur de bevoegdheid, zelfs tijdens een lopend gerechtelijk onderzoek, publieke kennisgevingen te doen wanneer het openbaar belang het vereist. Daarvan werd in het Bendeonderzoek nooit echt een toepassing gemaakt. Zelfs in de parlementaire onderzoeken weigerde het parket er nuttige mededelingen over te doen.

Buiten voorgaande elementen zijn er ook nog andere gegevens die de voortgezette geheimhouding kunnen verklaren. Je kan het Bendeonderzoek ook de “vuilbak” van de recente Belgische geschiedenis noemen.

Zowat alles wat er in dit land verkeerd is gelopen komt er door het onderzoek van alles en nog wat in aan bod. Het is begrijpelijk dat niemand die betrokken was in het daardoor aangetoonde wanbeheer staat te springen om het openbaar te maken.

Anderzijds heeft de oorlog in Oekraïne nu de noodzaak van een sterke NAVO aangetoond. Dat houdt niet enkel de versterking van de militaire middelen in. De ontwrichting van een NAVO-lidstaat gebeurt nu ook met de moderne middelen als cyberaanvallen en fake news en een versterkte aanwezigheid van buitenlandse inlichtingendiensten.

Het gevolg van de huidige wetswijziging, de onverjaarbaarheid van de Bendemoorden, is dus tweemaal contraproductief. Het wijzigt in niets de onmogelijkheid om er een strafprocedure over te houden en door de voortgezette geheimhouding blijft ook de maatschappij verstoken van wat ook nu nog een ernstige bedreiging uitmaakt, het bestaan van geheime organisaties die onze democratische rechtsstaat willen ontwrichten om er een andere maatschappijopvatting voor in de plaats te stellen.

Over welke organisaties het nu gaat is recent in de media gekomen door de revelaties over door de diensten reeds voorheen gekende banden van Belgische politici met China en Rusland, en de werking van extreemrechtse organisaties die daarbij worden aangewend.

Vraag is dus hoe je de begrafenis eerste klasse van het Bendeonderzoek kan verzoenen met de noodzaak om ook de kiezer in kennis te stellen van wat ook nu nog, en zelfs meer dan voordien, een ontwrichting van onze democratische rechtsstaat uitmaakt.

Dat was juist de bedoeling met de uitbreiding van de bevoegdheid van het openbaar ministerie om die kennisgevingen te doen die openbaarheid vereisen. Hierbij kan ook verwezen worden naar de academische onderzoeken die aanleiding hebben gegeven over een gelijkaardige gebeurtenis.

De waarheid over de moord op de toenmalige communistenleider Julien Lahaut werd eveneens in het gerechtelijk onderzoek tegengewerkt. Het wetenschappelijk onderzoek dat werd gepubliceerd in de vorm van twee boeken bracht niet alleen de daders naar voor maar beschreef ook én de achterliggende organisaties én de verwevenheid met de onderzoekers.

Het openstellen van het onderzoeksdossier voor wetenschappelijk onderzoek naar extreemrechtse netwerken is daarom de meest aangewezen mogelijkheid om het dubbel contraproductief gevolg van de huidige ingreep van onverjaarbaarheid maatschappelijk aanvaardbaar te maken.

Bron » De Wereld Morgen | Walter De Smedt

Onderzoek Bende van Nijvel kan nooit meer verjaren

Er is voortaan geen deadline meer voor het onderzoek naar de dodelijke overvallen van de Bende van Nijvel. Door een wetswijziging kan het nooit meer verjaren.

Op de valreep, vlak voor de verkiezingen, heeft het parlement vorige week nog een aantal belangrijke wetswijzigingen goedgekeurd op het gebied van misdaadbestrijding. De meest in het oog springende is dat bepaalde moordzaken voortaan niet meer kunnen verjaren. Die uitzondering bestond eerder al voor misdaden tegen de menselijkheid, genocide en seksuele misdrijven ten aanzien van minderjarigen. Maar voortaan geldt de regeling ook voor roofmoorden en moorden, op voorwaarde dat die zaken een grote impact hadden op de maatschappij.

De wetswijziging kwam er op initiatief van minister van Justitie Paul Van Tigchelt (Open VLD) en zijn voorganger Vincent Van Quickenborne (Open VLD) en is bedoeld om de dreigende verjaring van het onderzoek naar de Bende van Nijvel tegen te gaan.

Er vielen in totaal 28 doden bij de misdaden die aan de Bende van Nijvel worden toegeschreven. De laatste aanslag was die op de Delhaize van Aalst op 9 november 1985. Daarbij kwamen acht mensen om. De termijn van de verjaring werd normaal bereikt in november 2025, veertig jaar na de feiten. Maar door de nieuwe wet verjaart de aanslag in Aalst niet, evenmin als de vroegere overvallen die eraan gelinkt zijn, als er ooit een verband bewezen kan worden.

Onder de nabestaanden van de Bende-slachtoffers is de verlenging van de verjaringstermijn altijd zeer omstreden geweest. Een aantal slachtoffers vindt dat dergelijke misdaden nooit mogen verjaren. Maar anderen, zoals Peter Callebaut, de advocaat van een aantal nabestaanden van de overval in Aalst, hebben het altijd een slecht idee gevonden. Zij geloven niet dat een doorbraak er zo lang na de feiten nog langs gerechtelijke weg kan komen. Het onderzoek loopt nog altijd bij het parket van Charleroi, maar staat op een laag pitje bij gebrek aan sporen die nog onderzocht kunnen worden.

Spijtoptanten

Een andere opmerkelijke wetswijziging is dat het parket meer mogelijkheden krijgt om aan verdachten het statuut van spijtoptant toe te kennen. Sinds de wet op de spijtoptanten in 2018 van kracht is geworden, is ze nog maar twee keer toegepast.

De eerste keer gebeurde dat met Dejan Veljkovic in het onderzoek naar corruptie in het Belgisch voetbal, recent volgde Pier Antonio Panzeri in het Qatargate-onderzoek. Maar terwijl aan hen eerst het statuut van spijtoptant werd toegekend en ze pas daarna verklaringen moesten afleggen, krijgt het parket nu veel meer ruimte om vooraf te onderhandelen. Zo kan het beter inschatten wat de waarde van de verklaringen van de spijtoptant is.

Ook de ‘guilty plea’wordt hervormd. Die regeling voor misdrijven waar minder dan vijf jaar celstraf op stond, werd in 2016 afgesproken om de rechtsgang effi­ciënter te doen verlopen. De dader moest schuldig pleiten, schuldinzicht hebben en het slachtoffer vergoeden. Als aan die voorwaarden was voldaan, konden procureur en verdachte samen een straf afspreken zonder dat de verdachte voor de rechtbank moest komen.

Maar in de praktijk werd die mogelijkheid bijna nooit toegepast, omdat het slachtoffer zelf volgens de wet geen inspraak had. Dat is nu veranderd. Slachtoffers zullen nu betrokken worden bij de onderhandelingen, onder andere over schadevergoedingen.

Bron » De Standaard | Mark Eeckhaut

Nieuwe federaal procureur Ann Fransen legt eed af

Ann Fransen heeft gisteren plechtig de eed afgelegd als nieuwe federaal procureur. Als eerste vrouw in die functie volgt ze Frédéric Van Leeuw op. Een portret van iemand die het “crimefighten” met de paplepel meekreeg.

Ann Fransen kreeg het crimefighten van thuis uit mee. Ze is de dochter van Herman Fransen, de laatste commandant van de rijkswacht en, na de politiehervorming eind jaren ’90, de eerste commissaris-generaal van de Belgische federale politie. Ook haar grootvader werkte als rijkswachter. Hij was destijds brigadecommandant.

De attitude van civil servant zit duidelijk in de familie. En als “dochter van” heeft ze alleen al daardoor veel krediet bij de politiediensten. Het is een wereld die ze erg goed kent en ze legt voor politiezaken haar oor ook geregeld nog te luisteren bij haar vader.

Ann Fransen studeerde rechten aan de KU Leuven en blonk volgens een aantal professoren die we contacteerden toen al uit door haar scherpzinnigheid en groot analytisch vermogen. Fransen haalde jaar na jaar de hoogste studieresultaten en kreeg een job aangeboden als wetenschappelijk medewerkster. Ze was een tijdlang verbonden als assistente aan het Instituut voor Strafrecht bij de professoren Raf Verstraeten en Lieven Dupont, maar stapte vrij snel over naar het openbaar ministerie.

Aan de Leuvense rechtsfaculteit zagen ze haar niet graag vertrekken omdat ze een groot academisch talent was. Mocht ze de overstap naar de magistratuur niet gemaakt hebben, ze zou erg waarschijnlijk een carrière als hoogleraar aan de universiteit uitgebouwd hebben, zo zeggen sommigen.

Fransen werkte nog heel even als advocaat maar snel was duidelijk dat dat niet echt haar ding was.

Steunpilaar

Ann Fransen begon als substituut-procureur des Konings op het Brussels parket. Bij de start van het federaal parket in 2002, stapte ze onmiddellijk over. Het gegeven dat ze van in het begin betrokken was bij de werking van het federaal parket, maakt van haar een van de steunpilaren van dit relatief jong instituut in het Belgische gerechtelijke landschap.

Ze behoorde tot de eerste tien federale magistraten die werden benoemd. Fransen werkte eerst aan de zijde van Serge Brammertz, de eerste federaal procureur, opgevolgd door Johan Delmulle, op zijn beurt opgevolgd door Frédéric Van Leeuw.

Fransen is altijd erg geïnteresseerd geweest in georganiseerde misdaad. Een van de eerste grote dossiers die ze aanpakte, was dat van een rondtrekkende Roemeense daderbende die tientallen diefstallen pleegde in KMO-zones in Oost en West-Vlaanderen.

Haar sterke juridische vorming maakt dat ze met de nodige bagage de complexe dossiers die het federaal parket behandelt tot een goed einde kan brengen. Zo was ze bijvoorbeeld erg betrokken bij het assisenproces in het najaar van 2023 in Leuven waarbij vijf Guatemalteekse ex-ministers en legerleiders veroordeeld werden tot een levenslange straf, voor feiten van misdaden tegen de mensheid op vier Vlaamse missionarissen van Scheut. Dat was juridisch-technisch een ingewikkeld dossier over feiten uit 1980 in een internationale context.

Anti-terrorisme

Ann Fransen leidde de sectie anti-terrorisme binnen het federaal parket. Het is vooral in die materie dat ze naam en faam maakte. Zo werkte ze, in de eerste helft van de jaren 2000, als magistraat samen met de Brugse onderzoeksrechter Christine Pottiez in het dossier van Fehriye Erdal, lid van de Turkse DHKP-C (een marxistisch-leninistische organisatie), verdacht van drie (politieke) moorden.

In diezelfde periode was ze ook actief in het onderzoek naar de Groupe Islamique Combattant Marocain (GICM), een jihadistische terreurorganisatie die o.a. in Maaseik ondergronds actief was. GICM is verantwoordelijk voor de erg bloedige aanslag in 2003 in Casablanca (45 doden) en speelde ook een rol bij de aanslag in 2004 in Madrid (191 doden).

Een ander groot dossier waarin ze een prominente rol speelde, in 2013, is dat van de extreemrechtse groepering Bloed Bodem Eer en Trouw (BBET) waarvan nogal wat ex-beroepsmilitairen lid waren.

Later had Fransen een bepalende rol in het Sharia4Belgium-onderzoek. In 2015 vertegenwoordigde ze het federaal parket op het gelijknamige proces in Antwerpen. Kopstuk Fouad Belkacem werd toen veroordeeld als leider van een terroristische organisatie tot de maximumstraf van 12 jaar.

En ook al was het vooral federaal procureur Van Leeuw die erg present was in de media na de aanslagen in Parijs (2015) en Brussel (2016), Ann Fransen was ook bijzonder actief in deze dossiers, zij het veel minder publiek zichtbaar. Ze stapte ook al mee af in Verviers (begin 2015) na het vuurgevecht tussen de speciale eenheden en enkele leden van de terreurcel geleid door Abdelhamid Abaaoud.

In de parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen in Brussel getuigde ze achter gesloten deuren over de gemiste kansen om de broers Abdeslam in een vroeger stadium te arresteren. Haar optreden daar maakte naar verluidt een sterke indruk.

Na het onverwachte overlijden van Eric Bisschop begin vorig jaar, werd Ann Fransen de nummer twee op het federaal parket dat ondertussen al 10 jaar geleid wordt door Frédéric Van Leeuw. Na twee mandaten (van vijf jaar) kon hij niet nog eens een derde mandaat krijgen. Van Leeuw wordt vanaf medio mei procureur-generaal in Brussel.

Fransen heeft duidelijk niet de behoefte om in de publieke schijnwerpers te staan. Hoe ze als federaal procureur het federaal parket zal vertegenwoordigen in de media, valt nog af te wachten.

Enige kandidaat

Ann Fransen was de enige kandidaat om Van Leeuw op te volgen. “Niet onlogisch”, zo zegt een ingewijde, “je moet al van sterken huize zijn om het als tegenkandidaat tegen haar op te nemen”. Ingewijden verbazen zich niet over haar kandidatuur. Het lag in de lijn der verwachtingen dat ze haar ambitie zou waarmaken om het federaal parket vroeg of laat te leiden.

Mensen die met haar samenwerkten omschrijven haar als een uitgesproken ploegspeler, erg gedreven met een sterke persoonlijkheid zonder evenwel een te groot ego te hebben. Profileringsdrang is haar vreemd, zo zegt iemand, simpelweg omdat ze het niet nodig heeft. Ze laat zich gelden door haar sterk werk. Fransen heeft, zo zeggen haast alle gesprekspartners, zonder meer de mentale én fysieke capaciteiten (ze verzorgt haar conditie erg goed) om deze loodzware verantwoordelijkheid op te nemen.

Mensen die met haar samenwerkten zeggen over haar dat ze bijzonder intelligent is en tegelijk ook sociaal erg vaardig. Ze kan luisteren, is leergierig en is niet te beroerd om haar standpunten bij te stellen. Anderzijds hakt ze knopen door en voert ze consequent genomen beslissingen uit.

Ze wordt de eerste vrouwelijke federaal procureur en zal naast Ingrid Godart, de procureur-generaal van Bergen, als tweede vrouw zetelen in het vijfkoppige college van procureurs-generaal. Die laatste verhouding is een beetje merkwaardig want globaal genomen is de magistratuur de jongste decennia enorm vervrouwelijkt.

Een belronde over Ann Fransen levert haast unisono positieve geluiden op. Wat nog wel af te wachten valt, zo voegen sommigen eraan toe, is hoe ze zich zal positioneren in het politieke spanningsveld waar het federaal parket hoe dan ook in moet spelen ook al houdt ze zich aan een strikte neutraliteit en laat ze zich niet betrappen op deze of gene politieke voorkeur. Integendeel, Fransen is erg gehecht aan haar onafhankelijkheid.

Bron » VRT Nieuws | Dirk Leestmans