Oud-magistraat: “Oversten hadden recht niet onderzoek naar Strategie van de Spanning te blokkeren”

Oud-parketmagistraat Edwig Steppé bijt van zich af. Enkele maanden geleden bracht de man naar buiten dat hij in de jaren ’90 was gehinderd in zijn onderzoek naar de “Strategie van de Spanning”, volgens hem een werkhypothese die de aanslagen van de Bende van Nijvel kan verklaren. Aan TV Oost Nieuws legt hij uit op welke manier precies zijn oversten hun boekje te buiten zijn gegaan.

Volgens Steppé wordt een parketmagistraat verondersteld er alles aan te doen om de waarheid te achterhalen. Ongeacht wat zijn oversten daarvan denken. “In tegenstelling tot het Ancien Régime houdt de organisatie van het OM in onze rechtstaat in dat elk lid een rechtstreekse delegatie vanuit de natie heeft en dat elk lid van het OM verplicht is de waarheid op te sporen. Ook wanneer dat lid tegenstand ondervindt van zijn eigen hiërarchie”, vertelt Steppé.

Dat zijn oversten, onder meer de toenmalige Procureur des Konings, hem hebben verboden nog verder onderzoek te voeren naar de link tussen de CCC, de Bende van Nijvel en de Strategie van de Spanning, is dus totaal onwettig, verdedigt Steppé zich. “Mijn oversten hebben hun ambt verraden”, zegt hij.

Ook de disciplinaire procedure die Steppé aan zijn been kreeg, was volgens de oud-magistraat totaal ongegrond. “Die procedure is klinkklare onzin”, vertelt Steppé. “Het ging hier duidelijk niet om een disciplinaire procedure, maar om een procedure om mij elke inbreng te ontzeggen in dat gerechtelijk onderzoek.”

Bron » TV Oost

Ex-magistraat vreest sabotage in Bende-onderzoek

Edwig Steppé, een voormalig magistraat bij het Brusselse parket, moest – naar eigen zeggen – van het parket-generaal in Brussel begin jaren 90 zijn onderzoek rond de rol van veiligheidsdiensten bij de golf van zware misdaden in de periode 1982-1985 stopzetten. Dat heeft hij in een brief aan de partijvoorzitters en het federale parket aangeklaagd.

Steppé –die in de jaren 90 onder andere verantwoordelijk was voor het onderzoek Bouhouche-Beijer – raakte overtuigd dat een zogenaamde ‘strategie van de spanning’ aan de basis lag van de aanslagen van de Bende van Nijvel en de CCC. De veiligheidsdiensten zouden, aldus Steppé, de linkse terreurgroep CCC een tijdlang oogluikend hebben laten begaan om zo een gevoel van onveiligheid te creëren. Volgens Steppé heeft een aantal eigenaardigheden gemaakt dat ex-rijkswachters Madani Bouhouche, Robert Beijer en Martial Lekeu nooit echt zijn aangepakt.

Te veel toeval om alleen maar toeval te zijn, besluit Steppé. Volgens hem moest de maatschappij met een vlaag van terreur rijp gemaakt worden om bestaande machtsorganen meer macht te geven. Maar zijn collega’s en oversten vonden dat hij spoken zag.

Het verhaal van Edwig Steppé is niet nieuw. Hij vertelde het de voorbije jaren al bij verschillende instanties. Bewijzen voor zijn ‘strategie van de spanning’ zijn nooit gevonden.

Bron » De Standaard

Voormalig magistraat zegt dat onderzoek naar Bende van Nijvel werd gesaboteerd: “De gekste toestanden deden zich voor”

Een gewezen Brusselse magistraat beweert in een brief dat het onderzoek naar de Bende van Nijvel gesaboteerd is. De magistraat wou onderzoeksdaden laten verrichten die ook een link met de Bende van Nijvel konden aantonen. Maar daarin werd hij in de jaren 90 gehinderd.

In de brief (en bijgevoegde memorandums) wordt onder meer beweerd dat tijdens het assisenproces van voormalige rijkswachters Madani Bouhouche en Robert Beijer bewust vergeten werd een expertiseverslag te schrijven. Op die manier wordt het duidelijk dat “Bouchouche en Beijer deel uitmaakten van een criminele organisatie”, en de Bende-criminelen geen gewone criminelen zijn. “Er was een duidelijke bende die bestond uit minstens een organisatie of brein”, aldus nog de magistraat, die indertijd onderzoek deed naar terreurorganisatie CCC en de Bende van Nijvel.

De brief werd gericht aan de partijvoorzitters in ons land en ook de federale procureur kreeg een exemplaar. Erin wordt kritiek geuit op de manier waarop het onderzoek wordt gevoerd.

Integraal: De brief

Geachte heer federaal procureur

Bende van Nijvel

Ik hoop dat u mijn eerdere schrijvens goed ontvangen heeft.

In uw opsporingsprogramma kwam mijn oud collega Eric Van der Sypt uitvoerig aan bod. Hopelijk leidt dit tot resultaat.

Van der Sypt bevestigde dat Bonkoffsky nooit de reus was en legde uit? dat er na grondig onderzoek geen enkel materieel element hem linkte. Volgens David Van de Steen impliceert dit dat de piste “rotte elementen, georganiseerd?, binnen de rijkswacht” begraven is. Publiek werd ook gesteld dat Herman Vernaillen door federaal magistrate Capelle zou ontvangen zijn maar dat zij hem bevestigde dat het federaal parket niet bevoegd is voor zijn zaak (en de implicaties).

De ‘bewezen’ manipulatie betreffende de vondst in het kanaal van Ronquières houdt fundamenteel in dat het gerecht bewust “uitgedaagd” werd. In “Van Gils” bevestigde oud onderzoeksrechter Troch dat wat hij noemde “steeds dezelfde namen” naar voren kwamen. Vandaar zijn gewilde opening naar 5 andere dossiers. Het team van onderzoeksrechter Troch werd echter “ontspoord” door een dramatisch ingrijpen dat tot vertaling van het dossier leidde.

Indien Eric Van der Sypt bedoelde dat het actuele gerechtelijk onderzoek exclusief op grond van materiële sporen en mogelijke bekentenissen tot de waarheid wil doordringen en dat het overige verwerpelijke complottheorieën zijn, kan ikzelf dit alleen bevestigen inzake ‘loze’ complottheorieën. “Werkhypothesen” gebaseerd op feiten kunnen integendeel, zoals de ervaring leert, leiden tot het vinden van de gerechtelijke waarheid wanneer materiële sporen onvoldoende aanwezig zijn. In deze zin was de intentie tot ‘uitbreiding’ van oud onderzoeksrechter Troch goed te begrijpen alsook zijn fundamentele kritiek van heden op de “nieuwe” onderzoeksstrategie zoals door Eric Van der Sypt verwoord.

Dezelfde namen circuleren trouwens voor zover mij bekend in mijn démarche tot gerechtelijk onderzoek betreffende “de strategie der spanning” (CCC-bis, dossier onderzoeksrechter Vlogaert 464/94). Dit gerechtelijk onderzoek werd wederrechtelijk, zonder enig gevolg tot op heden, afgebroken en door de tweede parlementaire bende-onderzoekscommissie ‘verzwegen’.

Ook in de moordaanslagen van oktober 1981 op majoor Vernaillen en 3 BOB’ers is het bijzonder zinnig te onderzoeken of ook hier dezelfde namen op het niveau van de opdrachtgevers voorkomen. Thans is alleen op feitelijk niveau zekerheid wat de uitvoerders betreft.

In ditzelfde gerechtelijk onderzoek doen zich trouwens “de gekste toestanden” voor: BOB’ers in dienst plegen moordaanslagen op andere BOB’ers en de feitelijke leider van het drugsonderzoek “François”. BOB’er Bouhouche is zelf speurder en uitvoerder. Op grond van een gerechtelijke expertise waarvan copie in bijlage, worden zij vervolgd en vrijgesproken. De genaamde Buslik wordt bij verstek ter dood veroordeeld en aanvankelijk niet internationaal geseind … vervolgens vrijgesproken … .

Uw federaal parket is perfect bevoegd om na te gaan of er “achter” deze bijzonder merkwaardige “gang” in diverse gerechtelijke onderzoeken interessante elementen te vinden zijn die samen met andere elementen, bijvoorbeeld “het saboteren” van het gerechtelijk onderzoek naar “de strategie der spanning” in verband kunnen gebracht worden met de merkwaardige gang van het gerechtelijk onderzoek naar de bende van Nijvel.

In bijlage vindt u de copie van de gerechtelijke expertise Tombeur in de aanslag op majoor Vernaillen.

Met hoogachting

Bron » Het Nieuwsblad

Na de nieuwe Bende-verhalen: “Ik vind de daders geen monsters”

De loden jaren tachtig werden niet alleen getekend door de drieste terreur die de Bende van Nijvel zaaide, maar ook door het extreem gewelddadige banditisme van de bende van Patrick Haemers en de politieke terreur van de CCC. Knack sprak met slachtoffers en nabestaanden van toen. Katapulteren de nieuwe feiten van nu hen terug in de tijd? “Als je je broer zo verliest, laat je je door niets nog uit het lood slaan.”

Franky Croes

De tweelingbroer van de door de bende Haemers vermoorde geldkoerier Ronny Croes

“Ik ben leerkracht geschiedenis. Deze week heb ik tijdens mijn les actualiteit nog de vergelijking gemaakt tussen de loden jaren tachtig en de aanslagen door de IS nu. Ik heb alle organisaties opgesomd die destijds met terreur te maken hadden. Het was veel erger dan nu. De jaren tachtig waren héél donkere jaren.”

“Mijn tweelingbroer is omgekomen bij een zeer gewelddadige overval van de bende-Haemers op een geldtransport in Groot-Bijgaarden op 31 januari 1989. Ik had het bericht op het nieuws gehoord, maar ik wist niet dat mijn broer het slachtoffer was. Normaal zat zijn dienst er al op, maar hij is die dag gebeld met de vraag of hij nóg een rit kon maken.”

“Mensen van het koerierbedrijf GMIC hebben me toen opgehaald en ingelicht. De politie hebben wij niet gezien of gehoord. Als er nu iets gebeurt, word je meteen omringd door psychologen, en dat is goed. Wij hebben destijds geen psychologische of juridische bijstand gekregen. Ik heb dat aangeklaagd bij politici. Dat heeft er mee voor gezorgd dat er een fonds voor slachtofferhulp is gekomen.”

“De nieuwe berichten over de Bende van Nijvel rakelen dat niet opnieuw op: ik leef al dertig jaar met dat verdriet. Na zoiets slaat niets je nog uit het lood. Ook al heeft Haemers zelfmoord gepleegd en hebben de andere daders achter de tralies gezeten, er blijven veel vragen onbeantwoord. Er is van alles wat niet klopt. Hoe is het mogelijk dat Haemers zonder enig probleem naar Brazilië kon reizen en weer terug naar ons land kon keren om wat overvallen te plegen? Hoe kán het dat een van de meest gezochte misdadigers zomaar het land in en uit kon als hij dat wilde? Sommige speurders wilden hem zeker pakken, maar ik heb altijd de indruk gehad dat er ook obstructie was van binnenuit.”

“Ik heb destijds ook allerlei aanwijzingen gegeven waar weinig mee is gebeurd. Ooit heeft een vroegere collega van me getuigd dat de familie Vanden Boeynants en de familie Haemers elkaar kenden. Mijn collega was opgegroeid in de buurt van de Louisalaan. Volgens haar kwam de familie Vanden Boeynants in de bar van de vader van Haemers. Zulke elementen zijn nooit ernstig genomen.”

“Na al die jaren heb ik er afstand van genomen. Mededader Philippe Lacroix is intussen vrij. Op zich heb ik daar geen probleem mee, al klopt het niet dat wij daar enige inspraak in hadden. Ik vind die daders geen monsters, voor mij zijn ze veeleer het product van de maatschappij van toen.”

Peter Bultynck

Kreeg kogels in het been bij de overval op het GMIC-geldtransport in 1989

“Door al dit nieuws zie ik de beelden van de overval weer voor me – ze tonen het slechtste waartoe de mens in staat is -, maar ze halen me niet meer onderuit. Volgens mijn vrouw ben ik een harde. Ik heb het er twee jaar heel moeilijk mee gehad, ik kon niet meer slapen. Daarna heb ik geprobeerd om er niet meer aan te denken, zodat ik verder kon met mijn leven. Het is bijna dertig jaar geleden, het is voorbij. Het helpt niet om eraan te blijven denken. Het brengt Ronny (Croes, nvdr.) ook niet terug.”

“Ik heb Ronny één rit gekend, een heel fijne kerel. Hij was nieuw in het vak. Hij reed, ik zat in een aparte kooi naast hem. Ik zag niet wat er gebeurde tot de wagen heen en weer begon te slingeren. Toen zag ik hoe twee mensen ons vanuit een auto onder vuur namen. Ik herkende het merk meteen: een BMW 525.”

“Ze bleven maar vuren, het leek wel oorlog op de snelweg. Ronny is naar achteren gekropen. Ik kon niet weg en bleef zitten. Enkele gangsters zijn naar de achterdeur gelopen, eentje kwam naast mijn deur staan. Ik bloedde hevig uit mijn been. Ik hield me voor dood. Dat is mijn geluk geweest.”

“Toen ze de achterdeur niet open kregen, hebben ze dynamiet geplaatst. De ravage was enorm. Ronny heeft het niet overleefd. Ik heb een paar weken in het ziekenhuis gelegen, zijn begrafenis heb ik niet kunnen bijwonen. Zodra ik weer kon stappen, heb ik Ronny’s graf bezocht. Dat heb ik jarenlang gedaan.”

“Na mijn herstel wilde ik eerst gewoon weer aan de slag als geldkoerier, om het een volgende keer beter aan te pakken. Maar mijn moeder heeft me gevraagd om een andere job te zoeken. Waarom zou ik mijn leven riskeren voor geld dat toch verzekerd is?

“Mijn werkgever heeft me destijds goed opgevangen, de politie en de BOB hebben mij uitgebreid verhoord. Er kwam zelfs een psycholoog langs. Ik wilde dat niet, ze moeten niet met mijn hoofd rommelen. Maar van enige tegemoetkoming aan de slachtoffers was toen geen sprake. Hopelijk is dat vandaag beter.”

“Ik had het gevoel dat ik er als slachtoffer alleen voor stond. Toen ik werd opgeroepen om de daders in het Justitiepaleis aan te wijzen, was er niemand om me te begeleiden. Toen flitste door mijn hoofd: wat als ze vrijkomen en mij komen zoeken?”

“Toen Philippe Lacroix vrijkwam, ben ik wel op de hoogte gebracht. Ik heb mij er niet mee verzoend, maar ik leid mijn leven en hij het zijne. Iedereen kan stommiteiten begaan, hem blijven opsluiten helpt niet. Ik kan ermee om dat hij vrij is, zolang hij maar niet te veel in de belangstelling staat.”

Hugo Van Gompel

Was de overste van de twee brandweerlui die omkwamen bij de CCC-autobom aan het VBO-gebouw in 1985.

“De Bende van Nijvel was toch van een zwaarder kaliber dan de CCC. Ik heb altijd geloofd dat de Bende van Nijvel terreur zaaide om de roep naar een autoritaire leider te versterken. De CCC had het gemunt op banken en wilde een linkser beleid, maar ik had toch de indruk dat het niet de bedoeling was om menselijke slachtoffers te maken. Ze waarschuwden de mensen doorgaans voor ze een aanslag pleegden. Al kon dat dramatisch fout lopen. Het heeft het leven gekost aan twee van mijn beste brandweermannen.”

“Op 1 mei 1985 werden wij opgeroepen voor een defect voertuig in de Stuiverstraat in Brussel. Vijf brandweerlui hebben de rokende auto gecontroleerd. Er lag een gasfles in. Toen de brandweerchef dat aan de radio wilde melden, zag hij vlak voor het voertuig pamfletten liggen: een waarschuwing van de CCC dat het een autobom was. Hij riep meteen alle manschappen op om dekking te zoeken.”

“Net op dat ogenblik kwam een politiepatrouille de straat ingereden. Met gevaar voor eigen leven is één brandweerman naar hen toegesneld om hen te waarschuwen. Toen hij ter hoogte van de auto kwam, is die ontploft. Voor hem kwam alle hulp te laat.”

“Een andere collega kreeg een kleine schrapnel in zijn bil. Een ambulance die in de buurt was hoorde de melding op de radio en maakte rechtsomkeer. Met de juiste verzorging zou mijn collega het zeker redden, maar om een onverklaarbare reden hebben ze in het ziekenhuis lang getalmd. Hij verloor veel bloed, en het was te laat. Daardoor hebben we iemand verloren die perfect gered had kunnen worden. Sindsdien weiger ik om daar een voet binnen te zetten.”

“Die dag heeft de CCC ook een waarschuwing verstuurd, maar door een misverstand bij de politie heeft die ons niet bereikt. Later heeft Pierre Carette, de leider van de CCC, de schuld voor de doden op de werking van de politiediensten afgeschoven. Maar híj blijft verantwoordelijk, hè. Híj heeft die bom geplaatst.”

“Psychische bijstand bestond toen nog niet. Wij zorgden ervoor dat onze manschappen er met elkaar over konden praten. We hebben lange tijd ook elk jaar de slachtoffers herdacht. Tot enkele jaren geleden gingen we samen met de familie bloemen neerleggen in de Stuiverstraat.”

Bron » Knack

‘Is de Bende van Nijvel verantwoordelijk voor de overval op deze kazerne in Vielsalm?’

Strafrechter op rust Walter De Smedt kijkt, na de nieuwe onthullingen over de Bende van Nijvel, opnieuw naar een overval die in 1984 plaatsvond in de kazerne Ratz in Vielsalm: ‘De overval werd altijd voorgesteld als een wapenfeit van de linkse Belgische terreur. Maar dit heeft nooit tot vervolging geleid en werd ernstig tegengesproken door andere elementen.’

Door de onthullingen over de ‘Reus’ van de Bende van Nijvel en de mogelijke betrokkenheid van de groep Diane – een speciale eenheid van de Belgische rijkswacht – is de theorie van de poging tot ontwrichting van de staat en het zaaien van paniek opnieuw een ernstige piste in het onderzoek geworden.

Maar er blijven nog vele vragen onbeantwoord. Wie maakte nog deel uit van de Bende? Wie gaf de opdrachten? Hoe ging dit alles dan precies in zijn werk?

Het dossier van de Bende van Nijvel is niet het enige dossier uit de zogenaamde loden jaren tachtig waarbij er tijdens een overval slachtoffers vielen zonder enig financieel gewin als motief.

Ook het dossier over de overval op de kazerne Ratz te Vielsalm doet aan een poging tot ontwrichting van de staat denken. De informatie die daarover publiek werd gemaakt bevat alle nodige elementen om de zoektocht naar de daders verder te zetten – plaats, datum, namen van betrokken personen en diensten. Maar wat gebeurde er met dat onderzoek?

De feiten

Op zondag 13 mei 1984 dringt, kort na middernacht, een commando de kazerne van de Ardense Jagers (een van de vier infanteriebataljons van de Landcomponent, een onderdeel van de Belgische Krijgsmacht, nvdr.) te Vielsalm binnen. Zij knippen de prikkeldraad door, zagen de tralies van een wapendepot weg, overmeesteren en knevelen milicien Pascal Moureau en schieten adjudant Carl Freches neer. Terwijl Freches ernstig gewond op de grond ligt, incasseert hij een bijkomend salvo van vier .45-kogels en wordt hij voor dood achtergelaten.

De overvallers verdwijnen met twintig FAL-geweren (licht automatisch geweer, nvdr.), vijf Vigneron-machinegeweren, drie Lee-Enfield geweren en een FALO-machinegeweer.

Als bij wonder overleeft Carl Freches de aanslag. Op 23 augustus 1985 doet de gerechtelijke politie een huiszoeking in een appartement aan de Landhuisjesstraat 73 te Ukkel. Er worden een FAL-geweer en een FALO-machinegeweer – beiden afkomstig van de diefstal in Vielsalm – aangetroffen.

De speurders vinden in het appartement ook de vingerafdrukken terug van Nathalie Ménigon, Jean-Marc Rouillan, Joëlle Aubron en Georges Cipriani, allen topfiguren van Action Directe (een Franse linkse stadsguerrillaorganisatie actief in de jaren tachtig, nvdr.). Een fragment van een andere vingerafdruk zou van de pas aangehouden Chantal Paternostre kunnen zijn.

Linkse terreur

Dit alles werd gezien als een duidelijke aanwijzing dat de daders moesten gezocht worden in de kringen van het Action Directe, de Cellules Communistes Combatantes (CCC, linkse terreurgroep die in de jaren tachtig aanslagen pleegde in België, nvdr.), of de FRAP (Front Revolutionnaire d”Action Proletarienne, een linkse terreurgroep actief in België in de jaren tachtig, nvdr.). Begin 1987 besluit het gerecht de wapendiefstal aan het CCC-dossier toe te voegen. Op 21 februari 1987 werden de leiders van Action Directe in Vitry-aux-Loges gearresteerd. Bij een huiszoeking in een boerderij daar vond de politie ook een van de wapens afkomstig van de diefstal in Vielsalm.

De overval werd altijd voorgesteld als een wapenfeit van de linkse Belgische terreur. Maar dit heeft nooit tot vervolging geleid en werd ernstig tegengesproken door andere elementen.

De andere elementen

Jean-Claude Marlair was op het moment van de overval commandant van de kazerne te Vielsalm. Hij zweeg gedurende lange tijd over wat er zondag 13 mei 1984 gebeurd is. Maar na een gesprek met zijn jeugdvriend, de ondertussen overleden bekende Franstalige onderzoeksjournalist René Haquin, gaf hij zijn versie van de gebeurtenissen.

Het verhaal van Marlair, die uit verontwaardiging zelf op zoek was gegaan naar de waarheid, laat een ander licht schijnen op de overval. Voor hem is de aanslag op de kazerne het werk van special forces uit het Belgische stay-behindnetwerk Gladio (een in 1952 gestart geheim netwerk, gesponsord door de CIA en de NAVO, om de communistische invloed te neutraliseren, nvdr.).

Marlair gaf bovendien ook namen en een reeks details die mits een onderzoek eenvoudig na te trekken zijn: ‘Alles werd op het hoofdkwartier van de Amerikaanse special forces te Londen gecentraliseerd. Een twaalftal leden werkte te Vielsalm en anderen werkten in Diekirch. Op het terrein werden gemengde Belgisch-Amerikaanse pelotons gevormd, één in het zuiden en het andere in het noorden van de provincie Luxemburg. Ieder peloton bestond uit een twintigtal Belgische commando’s en een tiental Amerikanen. Het noordelijk peloton stond onder het bevel van een luitenant van Flawinne, gecoacht door een paramilitaire verbindingsofficier en bemoederd door een partizaan die in zijn streek opereerde, Lucien Dislaire. Zij organiseerden schermutselingen en zetten valstrikken op, met de Ardense jagers achter zich.’

Ook Lucien Dislaire, door Marlair aangeduid als de partizaan van de streek, ging later aan het praten. Hij legde in een driedelige documentaire van de BBC een uitvoerige verklaring af die gelijkloopt met de onthullingen van Marlair. De vraag of hij zelf lid was van Gladio wilde hij niet beantwoorden. Hij verwees naar een artikel van René Haquin waarin vermeld werd dat hij bij zijn aanhouding in Luxemburg in het bezit was van een authentiek Belgisch diplomatiek paspoort. Dislaire voegde ook nog elementen toe aan het verhaal van Marlair. Op 9 juni 2008 herhaalt Lucien Dislaire in een open brief gericht aan Justitie en de Belgische pers alle elementen.

Bendedossier

Het was en is de vraag tot wat de gekende informatie over deze overval op de kazerne van de Ardense Jagers te Vielsalm heeft geleid. Enerzijds is er de vervolging en bestraffing van de gepleegde misdrijven an sich, maar anderzijds is er ook het mogelijk verband met de daden van de Bende van Nijvel. Is de Bende van Nijvel verantwoordelijk voor de overval op deze kazerne in Vielsalm?

Toen Martine Michel het dossier van de Bende van Nijvel overnam, werd er een team samengesteld om de verspreide dossiers samen te brengen en te inventariseren. Toen werd er één nietszeggende bladzijde over de overval te Vielsalm aangetroffen. Is die passage ondertussen al wat aangedikt?

Bron » Knack | Walter De Smedt