“Laat het Bendedossier nu maar verjaren”

Bij de rijkswacht. De Antwerpse oud-politicus en advocaat ­Hugo Coveliers heeft het altijd al gezegd. Daar moesten de leden van de Bende van Nijvel gezocht worden. Als lid van de eerste Bendecommissie stond hij in het parlement doorgaans alleen, met zijn theorie over de georganiseerde misdaad, corruptie en politieke belangen.

Vandaag luidt het oordeel van de toenmalige rebel opvallend mild: “De onderzoekers kenden die fenomenen niet en konden ze niet aanvaarden. Die mensen waren niet noodzakelijk allemaal te kwader trouw.”

We treffen meester Hugo Coveliers (70) in zijn kelder tussen de dossierkasten. Hij gaat binnenkort verhuizen. Maar zijn politiek archief verhuist niet mee. Die 200 archiefdozen en 50 klasseermappen heeft hij vorige week al ondergebracht in het Archief-, Documentatie- en Onderzoekscentrum voor het Vlaams-nationalisme (ADVN), bij hem om de hoek. In dat archief schuilen ook alle verslagen van de eerste onderzoekscommissie naar de Bende van Nijvel, waarvan Coveliers – als Kamerlid voor de VU – dertig jaar geleden secretaris was en naam mee maakte in het parlement.

Ook in de jaren daarna zou het Bendedossier nog geregeld opduiken, niet zelden met Coveliers in een hoofdrol. “Toen ik hier vorige week een van de kasten aan het leegmaken was, stootte ik op een artikel uit De Morgen van 1995, met als titel: Hugo Coveliers: ‘De Reus van de Bende is een rijkswachter’.”

Waarom was u daar altijd al van overtuigd?

“Vanwege de manier waarop de Bende opereerde. En ze kenden zeer goed de procedures van de politiediensten. In andere landen had men bij dat soort georganiseerde misdaden ook gezien dat er dan mensen uit de politiediensten mee gemoeid waren.”

“Ikzelf had in 1988, op uitnodiging van de Amerikaanse overheid, de kans gekregen om hun politie- en inlichtingendiensten te gaan bezoeken. Daar had ik geleerd dat de moderne misdaad een vorm van corruptie inhield, met als onmisbaar ingrediënt zogenaamde degenerated agents, ontspoorde agenten die niet meer te vertrouwen waren. Een andere reden om richting de rijkswacht te kijken, was natuurlijk het ontbreken van een motief bij al dat zwaar geweld.”

Waaruit u concludeert dat er maar één reden geweest kan zijn: angst zaaien?

(knikt) “Het doel was een gevoel van onveiligheid creëren, waardoor de macht van de rijkswacht zou vergroten.”

Is het onderzoek naar de Bende van meet af aan slecht gevoerd of hadden de daders het slim aangepakt?

“De onderzoekers hebben het slecht aangepakt omdat het fenomeen van de georganiseerde misdaad, vermengd met politieke belangen, onvoldoende gekend en aanvaard was. De procureurs en andere magistraten konden toen niet aannemen dat er rijkswachters mee gemoeid waren, dat er corruptie was.”

“Ze redeneerden vanuit een soort raison d’état. Ze vertelden mij dat ook toen ik hen privé ontmoette: als we dat allemaal gaan uitspitten, dan riskeren we dat we maar een aantal kleinigheden zullen vinden, maar dat we ondertussen wel heel de rechterlijke macht op losse schroeven zetten. Die mensen waren niet noodzakelijk te kwader trouw. Maar diegenen die wél te kwader trouw waren, rekenden er wel op dat de anderen zo zouden ­reageren. ”

In de theorie die u hanteert, worden de politici en de magistraten die het potje moeten toedekken, gechanteerd met hun seksuele avonturen.

“Het was toen een terugkerend patroon bij georganiseerde misdaad. Je kon iemand chanteren van wie je wist dat die naar de hoeren ging. Later is dat geëvolueerd naar sm en allerlei rommel. Maar ik weet dat veel mensen er twijfels bij hebben, en dat er nooit harde bewijzen zijn gekomen tegen bijvoorbeeld oud-premier Paul Vanden Boeynants (PSC) in de hele zaak van de Roze Balletten en de verhalen over het konfituurbad, waar tal van hoogwaardigheidsbekleders zouden zijn ingedoken. Vanden Boeynants is in de Bendecommissie nog op mij toegestapt om me te zeggen: Moi, je ne pédale pas dans la confiture! En toch vond ik die getuigenis van de prostituee Maud Sarr indertijd wel heel geloofwaardig.”

Louis Tobback (SP.A) zei in De Morgen dat hij Vanden Boeynants “altijd had gekend als een geheelonthouder” en “dat dat toch een handicap was om mee te doen aan een orgie”.

“Louis Tobback is een eerbiedwaardige burgemeester van Leuven. Maar of hij over die zaken ook veel weet, is een andere vraag. (lacht) Het is perfect mogelijk dat Vanden Boeynants geen alcohol dronk, maar hij had bijvoorbeeld wel wat ­maîtresses, die hij telkens ook schepen maakte of een job gaf op een kabinet. Vanden Boeynants heeft me toen trouwens op een onbewaakt moment eens gezegd dat hij me voor zijn dood nog iets zou vertellen.”

Wat dacht u sinds dat moment te weten te komen?

“Ik dacht dat hij mij heel de Bende van Nijvel zou uitleggen.”

Echt?

“Ja. Er is bij veel mensen – of ze nu gelovig zijn of niet – toch zoiets als een geweten dat begint op te spelen wanneer het einde van hun leven in zicht komt. Maar misschien heeft hij mij dat gewoon gezegd omdat hij van mij af wilde zijn. Ik ben hem eind jaren 90 nog eens tegengekomen op een tennistoernooi in Oostende. VDB was daar met een van zijn vriendinnen. Toen ik hem zijn belofte voor de voeten wierp, antwoordde hij: Jaja, maar ik ben nog niet dood.” (lacht)

U was indertijd een van de weinigen die richting de rijkswacht wees. Heeft u toen nooit het signaal gekregen dat u zich ­gedeisd moest houden?

“André Bourgeois, een heel brave CVP’er die was aangesteld als voorzitter van de eerste Bendecommissie om daar de boel te kalmeren, heeft me dikwijls gevraagd of ik niet gemanipuleerd was en waarom ik die dingen toch allemaal vertelde.”

“En Hugo Schiltz, toen vicepremier voor de VU, heeft me nog eens op de passerelle van het parlement gevraagd waarom ik dat allemaal publiek moest maken. Waarop ik zei dat het net was doordat het niet publiek werd gemaakt, dat het niet opgelost raakte. De toon van die vragen was wel nooit intimiderend. Het was eerder een bezorgdheid. Ik stond eens in het parlement in de wc naast premier Wilfried Martens (CVP). Maar Hugo, zei hij, is dat nu allemaal waar wat ge vertelt?”

Een van de conclusies van de tweede onderzoekscommissie was dat de link met de rijkswacht moest worden onderzocht. Is het parlement dan niet belachelijk gemaakt?

“Ja, natuurlijk. (lacht) Enfin, je voelt de beperkte mogelijkheden van het parlement. Het doel van de onderzoekscommissie is uiteraard niet om het gerechtelijk dossier op te lossen. Wel wat moet veranderen in de toekomst. Maar ik geef toe dat ook ik ooit gehoopt heb dat we in de commissie het misdrijf zouden oplossen. IJdele hoop, besef ik nu.”

De recente revelatie over de Reus zal niets meer worden dan een opflakkering, zoals er al zo veel geweest zijn?

“Dat denk ik, ondanks de goede wil van de huidige onderzoekers. Begin jaren 90 was het dossier al een paar honderdduizend pagina’s dik. Maar het was nog enigszins behapbaar. Ik heb toen voorgesteld om alle punten aan te duiden waar dingen onopgeklaard waren, waar beslissingen in het onderzoek genomen waren die achteraf contraproductief bleken. Dat betekent nog niet dat die beslissingen op het moment zelf te kwader trouw waren gebeurd.”

“Het kon ook om verkeerde keuzes of onwetendheid gaan. Als men dat toen had gedaan, dan had men eventueel wel een lijn kunnen ontwaren tussen een aantal van die beslissingen waar wél sprake was van manipulatie. Maar men heeft geweigerd om dat te doen. Jean Deprêtre, procureur van Nijvel en van PSC-allooi, heeft daar toen een bepalende rol in gespeeld.”

Wat moet er nu gebeuren?

“Laat het verjaren. Er zal toch nooit een proces van komen. Het dossier beslaat ondertussen miljoenen pagina’s. Een advocaat van een beschuldigde zou daar tijdens het proces het meest onbenullige pv kunnen uitpikken, waarop de rechter dat dan eerst zou moeten gaan lezen, en vervolgens heeft die advocaat alweer een nieuw pv klaar.”

“Ik vind het heel erg voor de nabestaanden van de slachtoffers. Men moet hen eerst royaal vergoeden, niet krenterig zoals dat vaak gaat. En eens het verjaard is, wordt het openbaar en kunnen historici en andere wetenschappers er zich in verdiepen. Dat moet ons in staat stellen om misschien niet meer de daders, maar toch het motief te achterhalen. Dat is toch ook belangrijk voor wie wil weten waarom zijn zus, vader of broer vermoord is.”

Wat is precies de meerwaarde van hier historici op los te laten?

“Ik denk dat die gemakkelijker verbanden zien en zich beter kunnen inleven in de tijdgeest. We hebben er 30 jaar criminologen en politiemensen op laten zoeken. Er is niets gevonden. Ik zeg ook niet dat die speurders van het dossier gehaald moeten worden. Iedereen kan maar beter samenwerken. Maar dus wel eerst de slachtoffers betalen, want je ontneemt hen wel het laatste sprankeltje hoop.”

Zullen slachtoffers als David Van de Steen en zijn advocaat Jef Vermassen, die nog alles in het werk willen stellen om de daders te ontmaskeren, daar ­vrede mee nemen?

“Als je het hen goed uitlegt, denk ik dat ze dat wel zullen aanvaarden, ook Jef Vermassen. Hij heeft nog niets van het dossier gelezen. Gaat hij de rest van zijn leven daaraan spenderen? En ik weet niet welke gouden tips hij nog achter de hand heeft. Maar hetgeen hij tot nog toe gezegd heeft, was al bekend en is al behandeld in de commissie.”

Zouden we een dergelijke samen­zwering vandaag kunnen stoppen?

“Er zijn nu meer controlemechanismen die van in het begin de alarmbellen zouden doen afgaan. De Hoge Raad voor Justitie, de comités P en I. Er is binnen de politiediensten ook intern veel meer controle, en de mensen zijn mondiger geworden.”

De burger mag op zijn twee oren ­slapen?

“Dat weet ik niet. (grijnst) Je kan ook onder een tram lopen, hé.”

Bron » Het Nieuwsblad

Wat was er nu toch eigenlijk aan de hand in die jaren 80?

Waar denkt u aan bij de jaren 80? Het antwoord in een finalevraag in een bekende quiz op een bevriende zender zou dit kunnen zijn: New Wave, U2, de Rode Duivels, E.T. en de komst van VTM. Maar het antwoord zou ook dit kunnen zijn: CCC, complottheorieën, Berlijnse Muur, Bende van Nijvel en Heizeldrama. Wat was dat nu toch met die jaren 80? Wat was er eigenlijk aan de hand? De jaren 80, voor u gefileerd in 8 schijfjes. Twee bevoorrechte getuigen, historica Els Witte (VUB) en journalist Paul Goossens, en ons archief doen de rest.

1. Een politieke en economische ruk naar rechts

Aan de vooravond van de jaren 80, op 3 april 1979, legt de christendemocraat Wilfried Martens de eed af van zijn eerste regering. De eerste van vele. De ene na de andere regering valt. De oorzaken zijn velerlei. De werkloosheidscijfers pieken, de overheidsschuld is torenhoog en de communautaire spanningen lopen hoog op.

Na de verkiezingen van 1981 besluit Martens het roer radicaal om te gooien. Samen met de liberalen neemt hij drastische maatregelen om de economie weer op het spoor te krijgen. Begin 1982 wordt de Belgische frank met 8,5 procent gedevalueerd, de automatische loonindexering wordt opgeschort en er wordt fors gesnoeid in de overheidsuitgaven.

“Dit was duidelijk een zichtbare politieke ommeslag”, zegt Els Witte. “Men grijpt ook in België naar de neoliberale oplossingen, waarbij het marktdenken centraal staat en niet langer de verzorgingsstaat. Groeiende armoede bij de meest kwetsbaren wordt zichtbaar. Vakbonden laten van zich horen en dat zint de rechterzijde uiteraard niet.”

“Het was vooral een schizofrene periode”, vult Goossens aan. “De regeringen-Martens waren enkel met het economische bezig. Dat hele gebeuren van de Bende van Nijvel, dat kluwen van overvallen speelden zich precies in een andere wereld af. Martens en zijn regering waren daar niet mee bezig. Ook de aandacht van de pers werd afgeleid naar de economische dossiers.”

2. Aanslagen versterken het repressie-apparaat

Tussen 1978 en 1995 hebben alle ministers van Justitie ook nog andere bevoegdheden. Zo is de liberale minister Jean Gol van 1981 tot 1985 ook vicepremier en minister van Institutionele Hervormingen. Later krijgt hij er ook nog Buitenlandse Handel bij. In dezelfde periode is ook de belangstelling van de politiek voor justitie fel gedaald.

Het aandeel van Justitie in de rijksbegroting bereikt onder Gol een relatief dieptepunt. Anderzijds wordt het aantal magistraten onder Gol uitgebreid. Vaak met “politieke benoemingen”, wat in die tijd helemaal niet vreemd is. Die sfeer van vriendjespolitiek leidt ook tot omkoping en smeergeld. Denk aan de Augusta-affaire bijvoorbeeld. Die barst zelf pas in de jaren 90 los, maar de omkoping zelf vindt plaats eind jaren 80.

Op Justitie heerst even paniek als in de pers verhalen verschijnen over de infiltratie van neo-nazi’s in de Staatsveiligheid. De ongerustheid neemt toch toe met de reeks bloedige overvallen van de Bende van Nijvel en de aanslagen van de extreemlinkse CCC. Het terrorisme, dat al eerder Duitsland en Italië trof, lijkt nu ook een Belgisch verschijnsel. In het justitiepaleis van Luik vindt een bomaanslag plaats op een moment dat Gol er aanwezig zou zijn. Er valt één dode. De dader is een advocaat met verwarde, extreemrechtse ideeën.

“De aanslagen hebben het repressie-apparaat heel duidelijk versterkt. De rijkswacht wordt versterkt, de begroting verhoogd, de uitrusting verbeterd,…“, aldus Witte. “Al deze maatregelen passen in de context van wat men op meerdere vlakken wel een bewogen periode in de Belgische politiek kan noemen.”

3. Is het toeval dat de CCC-kopstukken wel gepakt werden?

In 1984 en 1985 plegen de Strijdende Communistische Cellen veertien aanslagen in België. De eerste aanslag wordt gepleegd op een vestiging van het Amerikaanse bedrijf Litton in Evere.

In december 1984 wordt op vijf plaatsen tegelijk een NAVO-pijpleiding opgeblazen. In november 1985 wordt een bom in een bank in Charleroi en in de Kredietbank op het Ladeuzeplein in Leuven tot ontploffing gebracht. De Bank of America is op 4 december 1985 het laatste doelwit van de CCC.

De CCC heeft het vooral gemunt op banken en bedrijven, en wil geen menselijke slachtoffers maken. Toch kan de groep niet vermijden dat er twee brandweermannen om het leven komen en in totaal 28 mensen bij hun aanslagen gewond raken. Op 16 december 1985 worden de vier belangrijkste leden van de CCC – Bertrand Sassoye, Didier Chevolet, Pascale Vandegeerde en Pierre Carette – opgepakt als ze hamburgers zitten te eten in een Quick-fastfoodrestaurant in Namen. De vier worden op 21 oktober 1988 voor het hof van assisen in Brussel veroordeeld tot levenslang.

Voor Paul Goossens is het geen toeval dat de extreem-linkse CCC-kopstukken wel gevat werden en die van de Bende van Nijvel niet. “Dit was de prioriteit, daar stond men klaar voor. Als je de steekkaarten van de jaren 80 nakijkt, krijg je een schitterende lijst van alle mogelijke activisten.”

4. De blinde terreur van de Bende van Nijvel

De Bende van Nijvel blijft tot op de dag van vandaag een van de grote mysteries van de jaren 80. De blinde terreur begint in 1982 met een overval op een wapenhandelaar in Waver, al wordt ook een eerdere inbraak bij een kruidenier in verband gebracht met de Bende. Nadien volgen verschillende erg bloedige overvallen waarbij vooral supermarkten worden geviseerd. Opvallend is dat de buit al bij al klein is in vergelijking het buitensporige geweld dat wordt gebruikt.

Na twee bloedige jaren wordt het een tijdlang stil rond de Bende van Nijvel. Pas in het najaar van 1985 volgen nieuwe bloedige overvallen. Die overvallen worden nooit opgehelderd. Vermoedelijk is het de overvallers om de terreur te doen. Het onderzoek loopt helemaal vast. Er zijn aanwijzingen naar de betrokkenheid van rijkswachters bij de Bende, maar die worden nauwelijks opgevolgd. Ook de interne concurrentiestrijd tussen de verschillende politiediensten doet het onderzoek geen goed.

Een parlementaire onderzoekscommissie eind jaren 80 moet de geruchten over een grootschalige doofpotoperatie de kop indrukken, maar doet net het omgekeerde.

5. Overal complottheorieën: van roze balletten, tot VDB en Patrick Haemers

Dat de misdrijven van de Bende van Nijvel niet kunnen worden opgelost, doet in dit klimaat heel wat wenkbrauwen fronsen. Allerhande complottheorieën doen de ronde: zo komt zelfs koning Albert, toen nog prins, in opspraak. De prins wordt in verschillende artikels in verband gebracht met de roze balletten, vermeende geheime seksfeestjes tussen hooggeplaatsten en minderjarigen. Ook ex-premier Paul Vanden Boeynants (VDB) zou daarbij geweest zijn.

De naam van VDB valt tijdens de jaren 80 meermaals in allerlei onfrisse affaires. In 1982 wordt zijn onschendbaarheid opgeheven en enkele jaren later wordt hij veroordeeld tot 3 jaar voorwaardelijk en een geldboete wegens belastingontduiking. Wie aan VDB denkt en de jaren 80 denkt vooral aan zijn ontvoering door Patrick Haemers en zijn gelijknamige bende. Haemers is tot dan toe vooral bekend als overvaller. Hij is door zijn grote gestalte en zijn ervaring met zwaar banditisme overigens ook lange tijd een verdachte in het onderzoek naar de Bende van Nijvel, maar dat is nooit zwart op wit bewezen.

“Als je de goede contacten van Vanden Boeynants met mensen van de extreem-rechtse winkel bekijkt – zoals De Bonvoisin, Westland New Post* -, roept dat toch heel wat vragen op”, meent Goossens. “Daar zijn zo weinig duidelijke antwoorden op gekomen. Maar dat die afspraakjes er waren, dat lijdt geen enkele twijfel. Of hij de man in het spinnenweb was, dat weet ik niet.”

6. “Opgepast Voor Het Rode Gevaar”

“Het algemene politieke klimaat in de jaren 80 wordt rechtser. Neoliberaal denken vat ook post in de liberale partijen en aan de rechterzijde van de katholieke partijen”, zegt Witte. “In de Franstalige christendemocratische PSC voert de CEPIC (Centre politique des Indépendants et Cadres chrétiens) de strijd tegen de vakbonden en voor de neoliberale politiek. Deze club heeft uitlopers in de meest extreem-rechtse kringen.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat in de theorieën over de Bende van Nijvel vaak verwezen wordt naar een extreemrechts complot, door bijvoorbeeld Groep G, om de staat omver te werpen. Groep G is een groep extreemrechtse rijkswachters die gerekruteerd werden door het Front de la Jeunesse, een begin de jaren 80 verboden extreemrechte groepering. Na de ontbinding van dat Front zou de harde kern rond Paul Latinus Westland New Post (WNP) hebben opgericht. WNP wil mogelijke communistische infiltratie binnen officiële instanties bestrijden. De groep wordt opgeheven na de dood -volgens sommigen moord op- van Latinus.

Ook Gladio wordt genoemd in verband met de Bende. Het gaat om een geheim netwerk dat in de jaren 50 is opgericht door de militaire inlichtingendienst en de staatsveiligheid om verzet te kunnen bieden tegen de Sovjets in het geval die ooit België zouden bezetten. Een verband tussen Gladio, extreemrechts, terreur en de Bende is nooit bewezen.

“Het hele strategische denken in West-Europa werd bepaald door de overkant van het IJzeren Gordijn”, vult Paul Goossens aan. “Bij alle veiligheidsdiensten en in de politieke klasse was het wachtwoord ‘Opgepast Voor Het Rode Gevaar’. In functie daarvan werden in de openbaarheid en onder de radar initiatieven genomen en activiteiten gepland die dat als grote doel hadden. Er was een eendimensionale belangstelling van de veiligheid voor links activisme. Daardoor werd extreem-rechts in de politiediensten gedoogd en als loyale medewerkers beschouwd.”

7. Raketten brengen honderdduizenden mensen op straat

In de jaren 80 woedt de Koude Oorlog nog volop en is er nog een echte wapenwedloop tussen Oost en West. Als reactie op de plaatsing van Russische SS20-raketten in Centraal-Europa neemt de NAVO in 1979 het zogenoemde dubbelbesluit. Enerzijds worden 464 kruisraketten voor de middellange afstand en 108 Pershing II-raketten voor de korte afstand geplaatst in een aantal West-Europese landen, met tegelijkertijd een aanbod aan het Oostblok om te onderhandelen over wapenvermindering. Al die raketten kunnen worden uitgerust met kernkoppen.

Het besluit om al die kernraketten in Europa te installeren, leidt in alle betrokken landen tot massabetogingen. In ons land bereikt het protest zijn climax op de antirakettenbetoging van 23 oktober 1983. Hoeveel betogers er zijn, is niet exact vast te stellen, maar onder meer uit het aantal verkochte treinkaartjes en het aantal bussen dat is afgehuurd, kan worden afgeleid dat het er zo’n 400.000 waren. Ondanks al het protest beslist de regering-Martens om toch kruisraketten te plaatsen. Er komen er 20 op de vliegbasis in Florennes.

“De rechterzijde voelt zich vooral geviseerd op het terrein van de Koude Oorlog”, aldus Witte. “In deze tweede Koude Oorlog speelt wederzijdse afschrikking voor een atoomoorlog in de strategie de hoofdrol. België neemt in die tweede Koude Oorlog een bijzondere plaats in: het behoort dan al tot de hardcore van Europa.”

8. De zwartste dag uit de Belgische voetbalgeschiedenis

29 mei 1985 is wellicht de zwartste dag uit de vaderlandse voetbalgeschiedenis. Bij rellen voor de Europacupfinale tussen Liverpool en Juventus op de Heizel in Brussel komen tientallen mensen om het leven. De organisatoren maken een fout door de Italiaanse en Britse voetbalsupporters naast elkaar te zetten. Aangeschoten Britten gooien nog voor de aftrap met stenen naar de Italianen en chargeren. Door de druk van de mensenmassa stort een muur in en vallen mensen naar beneden. Bij de paniek die uitbreekt, worden tientallen mensen vertrappeld.

De ordediensten kunnen nauwelijks iets doen. Toegesnelde hulpdiensten zouden overigens zelf zijn bekogeld door de hooligans. Uiteindelijk vallen 39 doden en honderden gewonden. De slechte staat van het stadion en de ongecoördineerde aanpak van de rijkswacht en de politie worden met de vinger gewezen. Later worden stadions verplicht om onder meer een rampenplan te voorzien bij dergelijke wedstrijden. Het Heizelstadion wordt verbouwd en omgedoopt tot Koning Boudewijnstadion. Toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Charles-Ferdinand Nothomb weigert ontslag te nemen, wat heel wat ophef veroorzaakt.

9. De jaren 80 eindigen in de jaren 90

Eind 1989 valt de muur van Berlijn: het is het begin van het einde van de Koude Oorlog. Met het IJzeren Gordijn verdwijnt ook de tegenstelling tussen West en Oost én de focus op ‘Het Rode Gevaar’. Ook extreemrechts komt zeker na Zwarte Zondag in 1991 meer in beeld.

De meeste eerder genoemde zaken die tijdens de jaren 80 ontsporen, bereiken samen halfweg jaren 90 een climax als de zaak-Dutroux losbarst. Alles wat foutloopt in Justitie en in de gebrekkige samenwerking tussen de politiediensten culmineert.

Het enorme wantrouwen van de bevolking in de instellingen bereikt zijn hoogtepunt in de Witte Mars als naar schatting 300.000 mensen op straat komen voor betere bescherming van kinderen én een beter functionerend gerecht.

Bron » VRT Nieuws

De loden jaren 80

De vele verhalen over de Bende van Nijvel laten zich lezen als de puzzelstukken die samen de jaren 1980 vorm geven. Een handleiding bij een weinig opwekkende Belgische puzzel.

Malgoverno

In de jaren tachtig was een Belgische regering nooit een lang leven beschoren. Tussen het voorjaar van 1979 en het najaar van 1991 kende het land tien regeringen, de meeste geleid door de christendemocraat Wilfried Martens. Een moeizame staatshervorming (1980, 1988), die al meteen ter discussie stond, de oplopende overheidsschuld en de blijvend hoge werkloosheid droegen bij tot het gevoel dat het land politiek en economisch vierkant draaide. De devaluatie van de Belgische frank (1982) was er een teken van. In grote betogingen protesteerden de vakbonden tegen de besparingspolitiek van de regering, de vredesbeweging organiseerde een breed verzet tegen het bij de bevolking erg onpopulaire Navo-besluit om ook in België Amerikaanse nucleaire raketten te bewaren.

Dat na het Heizeldrama (1985, 39 doden) geen enkele minister politieke gevolgen trok uit de gebreken in de ordehandhaving, die toen aan het licht kwamen, versterkte niet alleen de indruk dat de politiek in een malgoverno verzonk, maar ook dat politici weigerden om er de verantwoordelijkheid voor op te nemen. Het wankele politieke klimaat ondermijnde het vertrouwen van burgers in de politiek en in de efficiëntie van de staatsinstellingen – wat de bereidheid om complottheorieën te geloven alleen kon verhogen.

Rijkswacht

Het aanpakken van zware criminaliteit was een opdracht voor de militair georganiseerde rijkswacht en haar Bewakings- en Opsporingsbrigades (BOB). Voor het zware werk was er een elite-eenheid, de Groep Diane, later het Speciaal Interventie-escadron (SIE). Van een heldere afbakening van taken en bevoegdheden met de gerechtelijke politie (GP) (of zelfs met de Staatsveiligheid) was amper sprake.

In de rijkswacht zouden de extreemrechtse sympathisanten zich hebben verenigd in een zogeheten Groep G. De rijkswachttop was ervan op de hoogte, maar sanctioneerde de leden nooit

Dat leidde tot rivaliteiten, een gebrek aan coördinatie en aan onderlinge communicatie en soms zelfs tot regelrechte tegenwerking. Aan die ‘politieoorlog’ kwam pas een einde nadat de nefaste invloed ervan nogmaals duidelijk was geworden in de zaak-Dutroux. De politiehervorming van 2001 leidde tot de oprichting van een federale politie, waarbij de rijkswacht werd opgeheven en de BOB fuseerde met de GP.

Extreemrechts complot

De raadselachtige en moorddadige overvallen van de Bende van Nijvel deden snel tal van complottheorieën ontstaan. Ze zouden passen in een strategie van de spanning in die loden jaren. Extreemrechtse organisaties zouden terreur organiseren met gelijkgestemden in de politie of bij veiligheids- en inlichtingendiensten en in de politiek om het publiek angst aan te jagen en rijp te maken voor een autoritair regime.

In die context zouden de overvallen van de Bende niets met misdadigheid, maar alles met terreur te maken hebben gehad. In de jaren zeventig deden al geruchten de ronde over nog verdergaande plannen, waarbij hoge officieren plannen maakten voor een extreemrechtse militaire staatsgreep. Van de namen die toen werden genoemd, zouden meerdere weer opduiken in de hypothesen rond de Bende, wat de indruk versterkte dat het ene in het verlengde lag van het andere.

Gladio

In de jaren 1990 zou het bestaan bekend worden van zogeheten stay-behind-groepen, een breedvertakt anticommunistisch netwerk dat vooral bekend is als Gladio. Deze paramilitaire organisaties waren opgezet in een Navo-context en werkten onder controle van de veiligheidsdiensten (ook in België) om in het geval van een Sovjet-Russische invasie het verzet te organiseren. Ze beschikten over clandestiene wapen- en munitieopslagplaatsen. In meerdere landen, onder andere in Frankrijk en Luxemburg, zetten ze in de jaren 1980 de organisatie en haar middelen in voor extreemrechtse terreur.

Golf GTI

In de jaren tachtig zouden de Belgische politiediensten, aldus politiek rechts, niet over voldoende middelen of het gepaste materiaal beschikken om het efficiënt op te nemen tegen de grote dreigingen van de tijd: banditisme, maar ook eventuele politieke subversie en communistische agitatie. Een symbool daarvan was de toen nieuwe, kleine, snelle en vinnige Volkswagen Golf GTI. De Bende van Nijvel maakte er graag gebruik van; daartegen waren de klassieke politiecombi’s of de rijkswacht-R4’tjes niet opgewassen. Als, in de complottheorie, een extreemrechtse machtsovername niet lukte, dan zou een betere uitrusting van de rijkswacht – de Golfjes inbegrepen – een geschikt plan B zijn geweest.

CCC

Op het hoogtepunt van de overvallen van de Bende van Nijvel sloeg ook de extreemlinkse terreur toe. De Cellules Communistes Combattantes (CCC) pleegden in 1984-85 ruim een dozijn bomaanslagen op doelwitten die ze op hun symboolwaarde hadden geselecteerd. Daarbij vielen twee doden. De groep, die geen half dozijn leden telde, werd snel opgedoekt. De CCC pasten zozeer bij de maatschappelijke en politieke destabilisering van de tijd dat al snel de theorie opdook dat ook deze terreurgroep was gemanipuleerd door (buitenlandse?) veiligheidsdiensten.

Paul Vanden Boeynants

In de vele, nooit bewezen theo­rieën over een extreemrechtse machtsgreep in België, direct via een coup of indirect, met een carambole via de terreur à la Bende van Nijvel, dook geregeld de naam op van Paul Vanden Boeynants. Deze flamboyante Brusselse christendemocratische politicus (1919-2003) was een sterkhouder van het Belgische unitarisme. ‘VdB’ diende zelfs even als (interim)premier, maar maakte vooral naam als minister van Defensie, wat hij acht jaar lang bleef. Als zijn carrière toch in mineur eindigde, had politiek extremisme daar niets mee te maken, wel zijn veroordeling wegens fiscale fraude.

CEPIC

‘Fatsoenlijk’ rechts en het rechts-radicalisme vonden een snijpunt in onder meer het Cepic (Centre Politique des Indépendants et Cadres Chrétiens). Deze drukkingsgroep in de christendemocratische partij PSC was het politieke vehikel waarmee vooral Paul Vanden Boeynants een tegengewicht wilde vormen voor de invloed van de christelijke vakbond in de partij. De kleurrijke baron ­Benoît de Bonvoisin speelde er een belangrijke rol.

Als deze organisatie – die ideologisch niet te vergelijken valt met analoge verenigingen in Vlaanderen – in het dossier van de Bende opduikt, komt het doordat ze volgens de complottheorieën ook als schakel zou hebben gediend (om contacten te organiseren en financiële middelen te versassen) tussen onder meer sympathiserende rijkswachters en (doorgaans vrij marginale) extreemrechtse organisaties als de NEM-clubs, Forces Nouvelles, het Front de la Jeunesse of Westland New Post. Ook schietclubs, de zogeheten practical shooting clubs, zouden hebben gediend als plek waar rijkswachters en extreemrechtse militanten elkaar ontmoetten.

Groep G

In de rijkswacht zouden de extreemrechtse sympathisanten zich hebben verenigd in een zogeheten Groep G. In deze context duiken de namen op van rijkswachters als Madani Bouhouche, Robert Beijer en Christian Amory. Vanuit deze vrij informele organisatie, waarover overigens maar weinig details bekend zijn, zouden ze contacten hebben onderhouden met onder meer de bevriende schietclubs, extreemrechtse organisaties, gevestigde politici, of gelijkgezinde figuren in het justitiële milieu, zoals Jean Bultot, adjunct-directeur van de gevangenis van Sint-Gillis. De rijkswachttop was op de hoogte van het bestaan van deze groep, maar sanctioneerde de leden nooit.

Roze balletten

Tot de wat ranzige politieke folklore uit de jaren zeventig en tachtig behoren de zogeheten roze balletten, seksfeestjes waaraan vooral leden van de Brusselse beau monde deelnamen. Het bestaan ervan kwam aan het licht bij een verder vrij banale, uit de hand gelopen echtscheiding (het dossier-Pinon). Het kreeg een betekenis voor de Bende van Nijvel (maar ook in tal van andere complottheorieën), omdat extreemrechtse militanten, zoals Jean Bultot, het dossier-Pinon zouden hebben ingezet om politici te chanteren.

Het delicate eraan was dat er minderjarigen bij betrokken zouden zijn geweest. Dat laatste geldt ook voor een ander omstreden dossier uit die tijd, de verkoop aan het Saudische leger van een medisch complex, dat pas tot een ‘goed’ einde kwam met de inzet van smeergeld en van callgirls, onder wie misschien minderjarigen.

Bizar genoeg dook een tiental jaar geleden op het internet een filmpje op van zo’n seksfeestje, waarop kenners onder anderen Jean Bultot herkennen. Het voldoet nagenoeg geheel aan eerdere beschrijvingen van de confituur-orgieën die de roze balletten hun kleur hebben gegeven. De amper geverifieerde verhalen errond speelden ook een grote rol in de theorieën die de roze balletten opnieuw lieten opduiken in de zaak-Dutroux, waarbij ook ‘hooggeplaatsten’ direct betrokken zouden zijn geweest.

Bron » De Standaard

Speurders zoeken opnieuw naar wapens Bende van Nijvel

De speurders in het onderzoek naar de Bende van Nijvel gaan vandaag dreggen naar wapens die gebruikt zouden zijn door de Bende van Nijvel bij de overval in Aalst in november 1985. De zoekwerken zullen minimaal een week in beslag nemen.

Bij de overvallen die toegeschreven werden aan de Bende van Nijvel vielen tussen 1982 en 1985 28 doden. Bij de laatste overval op het Delhaize-warenhuis op 9 november 1985 in Aalst werden acht mensen vermoord.

Volgens een informant van de politie zouden de wapens die gebruikt werden bij de overval in Aalst nog diezelfde avond zijn gedumpt in een oude zandwinningsput in Adinkerke. Dat gebeurde na een achtervolging door de politie door Patrick Pilarski, een Brusselse gangster die uit Adinkerke afkomstig was.

Pilarski zou het verhaal vijftien jaar geleden in Spanje verteld hebben aan een ex-celgenoot van hem. Pilarski zou naar eigen zeggen de leden van de Bende van Nijvel goed gekend hebben en in hun opdracht de wapens hebben verstopt. Van Pilarski zelf is al vele jaren geen spoor meer. Er is dus niemand die het verhaal nog kan bevestigen.

Seksfeestjes

Pilarski had in de jaren 70 een relatie met de beruchte Franse prostituee Maud Sarr, die ooit op tv vertelde dat ze had deelgenomen aan seksfeestjes met hooggeplaatsten, de zogenoemde roze balletten. Maar van de woorden van Sarr zijn nooit bewijzen gevonden. Ook dat er een verband zou zijn tussen die vermeende roze balletten en de Bende van Nijvel is nooit aangetoond.

De informatie over de gedumpte wapens van de Bende is al een aantal jaar in het bezit van het gerecht. Maar omdat de kans dat er effectief iets ligt in de vijvers zeer klein wordt gedacht, werd lang gewacht met het beginnen aan dure zoekwerken.

Bron » De Standaard

Gewezen disco-uitbater in cel wegens dranksmokkel

Het gerecht in Brugge heeft een crimineel netwerk opgerold dat voor miljoenen euro’s sterkedrank en bier naar Groot-Brittannië smokkelde. Een van de hoofdverdachten is de Antwerpe onderwereldfiguur Rudy Michiels, voormalige eigenaar van dancing Le Beau Zoo en Diamond Vodka.

De federale politie van Brugge en de speciale eenheden van de POSA vielen donderdagmorgen binnen op verschillende adressen van de organisatie, zowel in Knokke als in Antwerpen. In Knokke-Heist denderden de gewapende agenten binnen in zonnecenter Exoticsun, in Antwerpen vielen de onderzoekers onder meer binnen in de privéwoning van Michiels en in een loods van de bende. Rudy Michiels is een bekende en beruchte figuur in het Antwerpse nachtleven.

Michiels dook eind jaren 90 op als een van de eigenaars van de toenmalige dancing Le Beau Zoo. In diezelfde periode lanceerde hij zijn eigen vodkamerk – Diamond Vodka – dat later in handen zou komen van de gevreesde Israëlische topcrimineel Asher Doron. Over Michiels gaat ook het verhaal dat hij ooit zijn eigen ontvoering in scène te zette, met als doel om zijn toenmalige vrouw een smak losgeld afhandig te maken.

De naam van Michiels dook de afgelopen herhaaldelijk op in dossier van fraude en smokkel, maar door een of andere duistere reden kreeg Michiels het zelden of nooit aan de stok met het Antwerpse parket en de politie. Over Michiels gaat het verhaal dat hij zijn eigen ontvoering ooit in scène zette.

Het parket van Brugge ziet hem nu als een van de hoofdverdachten in een grote witwas- en smokkelaffaire. De bende beschikte over een aantal doaunedepots die werden gebruikt om grote hoeveelheden bier en sterkedrank naar Groot-Brittannië te smokkelen. De enorme winsten die dit opleverden, vloeiden naar het witwascentrum Dubai.

Opmerkelijk is dat de bende werd geleid door een vrouw: Chantal Roefs, uitbaatster van zonnecenter Exoticsun in Knokke-Heist. En ook Roefs, voormalige eigenares van een aantal beruchte bordelen, is ook geen onbesproken blad. Als eigenares van bar L’institut Bizar dook haar naam zelfs op in de dossiers van de Bende Van Nijvel en de Roze Balletten.

Roefs ontpopte zich tijdens het onderzoek van de gerechtelijke politie van Brugge als een keiharde gangsterleidster. Op zeker moment horen de speurders via de telefoontap hoe ze aan Michiels opdracht geeft om in het Nederlandse criminele milieu op zoek te gaan naar huurmoordenaars.

Roefs had immers nog een eitje te pellen met haar jongere ex-minnaar, die met een Ferrari en 600.000 euro cash aan de haal was gegaan. Voor de politie zat er niks anders op om de jongeman op te sporen en te waarschuwen voor het dreigende gevaar. De man leeft sindsdien ondergedoken.

Het parket van Brugge liet in totaal 5 verdachten opsluiten. De verdachten verschijnen vandaag voor de raadkamer in Brussel. Het parket wil voorlopig geen commentaar kwijt over de inhoud van het dossier.

Bron » Het Nieuwsblad

Maud Sarr, la prostituée des “ballets roses”, a séquestré un ex-client durant 2 ans

Aujourd’hui âgée de 65 ans, la prostituée Maud Sarr s’était fait connaître en pleine psychose autour des tueurs du Brabant. Dans une interview pour la VTM, elle affirmait avoir participé à des “ballets roses” en compagnie de politiciens et de mineurs. Elle est aujourd’hui jugée à Marche-en-Famenne pour une affaire particulièrement sordide.

“On croit avoir tout vu. Et pourtant, quand on examine ce que des humains sont capables d’infliger à leurs semblables, on est toujours stupéfaits.” Les propos de l’avocat de la partie civile résument bien toute l’horreur du calvaire enduré par George. Pendant deux ans, ce septuagénaire a été retenu prisonnier dans une habitation de Marche. C’est une perquisition menée en 2012 dans le cadre d’une enquête relative à des petites annonces à caractère proxénète qui a révélé l’enfer auquel le vieillard était voué.

Ce jour-là, les policiers retrouvent le malheureux, grelottant et à peine vêtu, condamné à vivre entouré de ses propres excréments, dans une cuisine glacée. La description que les enquêteurs font de l’endroit donne froid dans le dos. Une place à l’odeur nauséabonde, des seaux d’excréments et un lit de plastique placé à 30cm d’une chaise percée, remplie à ras-bord. Un clapier fétide dont le pauvre vieux ne pouvait s’échapper.

D’un côté, une porte dont on avait enlevé la poignée intérieure. De l’autre, un chenil gardé par un chien féroce. Au moment de sa libération, George se trouve dans un état pitoyable. L’œil crevé, recouvert d’eczéma, et atteint d’hyperglycémie, il est transporté en ambulance. C’est là qu’il éclate en sanglots. “Merci de m’avoir tiré de cet enfer,” déclare-t-il aux enquêteurs.

La principale responsable de cette odieuse détention n’est autre que Maud Sarr, une prostituée qui avait défrayé la chronique dans les années 90 en révélant l’existence de prétendus ballets roses entre des politiques et des mineurs. Elle est aujourd’hui poursuivie devant le tribunal correctionnel de Marche pour séquestration et privation de soin. Le parquet réclame jusqu’à 2 ans ferme pour elle et son fils, qui auraient perçu la pension de la victime pendant sa séquestration.

Bron » Sud Info

Bruno Bulthé: “Kleine criminaliteit bestaat niet”

Hij zoekt zelden de openbaarheid, maar na de doodslag op MIVB-inspecteur Iliaz Tahiraj moest het er uit. “Spuugzat” is Bruno Bulthé het gratuite geweld in de hoofdstad. “Ik beleef het als een falen dat we onze dienstverleners niet kunnen beschermen. En falen, daar kan ik niet mee om.” Een portretgesprek.

Het is niet omdat hij publieke optredens schuwt dat hij als magistraat niet op straat komt. Integendeel. U kunt hem over de middag wel eens treffen in een volkscafé in de Marollen. Hij mag er graag zijn boterhammetjes in een kom soep soppen. En het ‘afstappen’, zoals hij vorig weekend deed op de plek die Iliaz Tahiraj fataal werd, is hij ook nog niet helemaal verleerd, hoewel hij al vijf jaar onderzoeksrechter af is.

Ik heb ze altijd willen begrijpen, zowel de daders als de slachtoffers.” Enkele jaren geleden deed hij op eigen houtje de postronde over van een man die zich na pesterijen op het werk van het leven had beroofd. Postbodes, agenten, brandweerlui, buschauffeurs, ambulanciers: ze verdienen respect, geen beschimpingen, vuistslagen of kogels. “Ik kan daar slecht tegen”, zegt hij.

In de jaren negentig bouwde Bruno Bulthé zich een reputatie op met het verontrusten van hoge ambtenaren, ministers en partijvoorzitters. En een kardinaal, want Bulthé ging in 1997 Wim De Troy al voor met een huiszoeking in Mechelen. Ook hij was op zoek naar sporen van schuldig verzuim in de zaak van een pedofiele pastoor. Hij boog zich over dossiers van partijfinanciering en miljoenenfraude. De 400.000 pagina’s van het dossier-Beaulieu zijn zijn werk. Of dan toch van ‘zijn’ speurdersteam Cel 427. En hij nam er ook nog eens de Roze Balletten tussen. Ja, u herkende hem al van ver: Bulthé is de boertige onderzoeksrechter Willy De Decker in de trilogie Het Goddelijke Monster van Tom Lanoye.

“Ik heb het niet gezien, ik kijk geen televisie. Maar ik boertig? Ik ben een beleefd man, meneer. Alleen als het moet, kan ik vrij ruw te werk gaan. Er werd mij ooit eens de toegang tot een voornaam bedrijf ontzegd. Ik zeg tegen het madammeke aan de balie: ‘Ge gaat met mij mee naar boven, naar het kantoor van uw directeur-generaal. En als meneer mij niet wil spreken, laat ik hem ophalen.’ Ik ben daar boven netjes blijven wachten. Ik heb dat altijd zonder veel cinema gedaan. It’s part of the job.”

“Och, die reputatie.” Zwierig opent hij de kamerbrede wandkast in zijn kantoor en toont ons een collectie schaalmodellen van auto’s en tanks. “Die tanks kreeg ik van een collega die mij Pantzer Bruno noemde.” Er staan ook doodsprentjes in de kast, onder meer van agente Kitty Van Nieuwenhuysen. En een kaars uit Rome met de beeltenis van paus Benedictus XVI. “Cadeautje van een collega die de wijding bijwoonde”, zegt hij zonder enige zweem van spot. Hij, de notoir vrijzinnige. Verder: twee petjes. Eentje met insigne ‘Cel 427’, het ander met een Sovjetster. “Dat laatste is een souvenir van een rogatoire commissie naar Rusland in de zaak-Beaulieu.”

Maar het trotst is hij op de foto’s van zijn twee jonge kinderen. “Af en toe komt de oudste hier langs en dan grist hij een van mijn modelautootjes mee”, zegt Bulthé. Hij werd enkele maanden geleden, op zijn 63ste, nog eens vader. Moeder is de ruim een kwarteeuw jongere Peggy Coppens. Ze is de griffier waarvoor Wim De Troy zijn ontslag veil had omdat hij van zijn overste niet meer met haar mocht samenwerken. Dat ‘oude’ vaderschap? Ouders kunnen lang mee, weet hij. Zijn vader werd 88, zijn moeder 91. De vader van de kinderen Tahiraj blijft voorgoed 56. Misschien speelt het mee in de pikorde der dingen van de ouder wordende magistraat. Bij fraude verdwijnt er heel veel geld, maar geen mensenleven.

“Dat is heel juist! Ik heb het allemaal gedaan, al die grote dossiers”, wuift hij ze denkbeeldig weg over het Brusselse Poelaertplein. “Maar ik ben ook altijd beroerd geweest door het publiek belang. Ik mag wel zeggen dat ik een groot inlevingsvermogen heb. En ik vergeet nooit: alles kan elkeen van ons ten allen tijde overkomen.” Bulthé is een oude vos. Vraag hem naar de Bende van Nijvel en hij begint over de treinramp in Buizingen. Wilt u van hem weten hoe het zit met het oprukkende salafisme, hij rakelt de val van het IJzeren Gordijn op. En als ik het over Boer Clerck heb, begint hij over Felix.

Felix? “Een zeventiger uit het Pajottenland. Takelde zijn vrouw toe met wat hij dacht een pijpje van marmer te zijn, maar het was van kalk. Zij overleefde het, hij moest naar de cel. Ik ging hem daar bezoeken. ‘Ze gaat met mijn kasbons lopen’, jammerde hij. En dat hij zich van kant zou maken. Ik zeg: ‘Felix jong, ge verstaat, ge hebt uw vrouw de kop willen inkloppen, ik kan u niet naar huis laten gaan. Zeker niet in zo’n dorp gelijk het uwe, ge weet hoe de mensen zijn’.”

“Ik rekende erop dat er snel alternatieve opvang voor Felix zou worden gevonden. Want zo’n cel, dat is niets voor zo’n oude man. Kort daarna krijg ik telefoon. Felix had zich van het leven beroofd. Ik zie hem na al die jaren nog altijd voor mij staan, jammerend over zijn kasbonnekes. Niet dat ik mij schuldig voel hé, meneer. Wel betrokken.”

Beroert het u meer dan het gekapseisde Beaulieu-dossier?

“(Pruttelt zachtjes) Ik zeg: dat het afloopt zoals het afloopt. Elk zijn verantwoordelijkheid. Ik ga u iets anders vertellen. Op een dag vraagt een medewerker van het parket of er geen belet is want hij is ongerust over zijn zoon die al twee dagen niets meer van zich heeft laten horen. En of ik iets meer weet? En gelijk hij daar tegenover mij zit, zoals u nu, gaat de telefoon en verneem ik dat zijn zoon dood is. Zelfmoord. Ik leg de hoorn neer, kijk de man aan en vertel het hem. Hij heeft mij bedankt. Tot de dag van zijn pensioen stonden we af en toe samen in de lift. We knikten dan beleefd en dachten aan hetzelfde. Kijk, de haartjes op mijn arm gaan er wéér rechtop van staan. Ja, dat was een moeilijk moment.”

Moeilijker dan het echtpaar De Clerck in de boeien slaan in 1997?

“Voor mij zijn dat verdachten als een ander. Ik zie liefst zo weinig mogelijk mensen voor de rechter. Hoe meer zaken opgelost kunnen worden via herstelbemiddeling, hoe beter. Een aanhouding is ingrijpend. Ik arresteerde er zo’n 100 à 110 per jaar. Je treft daarmee ook hele families, ouders en kinderen, mensen die er niets mee te maken hebben. Maar om het met Edith Piaf te zeggen: Je ne regrette rien. Ik heb relatief weinig vrijspraken gekend. Ik ga er dus van uit dat ik er dan toch niet zo veel naast heb gezeten.”

In de zaak-Beaulieu …

“Men spreekt altijd over de zaak-Beaulieu, maar in veel andere belangrijke financiële dossiers zijn er minnelijke schikkingen. Daarmee geef je ook een juridische oplossing aan een probleem, het is zoals strafbemiddeling ook een manier om een dossier af te ronden.”

Het is geen échec?

“Ik ervaar dat nooit als een échec. Misschien had het anders kunnen lopen, maar er is in dat dossier veel werk verzet. Grondig, misschien te grondig naar de zin van sommigen. Mais les états d’âme des autres ne me regardent pas.”

Vorige maand gloorde er weer even hoop in het dossier van de Bende van Nijvel.

“Ik spreek niet graag over dossiers die de mijne niet zijn. Ik weet wel dat niets zo prangend is als de onzekerheid. Mensen willen weten. We zijn er om inbreuken en misdrijven op te sporen en te vervolgen. Maar los van de juridische afhandeling zijn we het slachtoffer vooral de waarheid verschuldigd. Ik beschouw dat ook als een sociale opdracht. Het is tasten en zoeken. Wij lopen ook dikwijls de werkelijkheid achterna.”

De dood van Iliaz Tahiraj of Kitty Van Nieuwenhuysen ervaart u zonder meer als een mislukking?

“Ja. Het is onze verdomde plicht om mensen die ten dienste staan van de maatschappij extra te beschermen. Als we daar niet in slagen, beleef ik dat persoonlijk als een falen. En falen, daar kan ik niet mee om. Vandaar dat ik zo emotioneel reageerde wellicht. Ik ben van nature nogal impulsief. Ik heb in mijn jonge jaren niet voor niets judo gedaan en rugby gespeeld. Intussen probeer ik zoveel mogelijk rationeel te zijn. Maar nu was ik het toch spuugzat. Hier werd een grens overschreden. Ik ben tegen elk geweld, zowel ten aanzien van personen als goederen.”

Het was een zwaar geval van verkeersagressie. U zou ook kunnen zeggen: dat gebeurt in een grootstad. Zoals burgemeester Philippe Moureaux en Freddy Thielemans het vorig jaar over ‘faits divers’ hadden.

“”(Gestoken) Er bestaan geen faits divers. Kleine criminaliteit? Ken ik niet. De bobonne die 5.000 euro aan kasbons kwijt is, voor haar is dat een zaak van levensbelang. Zij heeft er geen boodschap aan dat ik bezig ben met een grote zaak. Wat is er banaal aan een sacochendief? De dame die het slachtoffer wordt, houdt er behalve een ontwrichte schouder ook angst om buiten te komen aan over. Het vermindert de levenskwaliteit en zelfs de levensduur van mensen. Ik duld dat niet.”

“Iedereen moet met een gerust hart door Brussel kunnen lopen”, zei u twee jaar geleden al. Maar het blijft de spuigaten uitlopen. Van de meer dan 200 agenten die na opeenvolgende incidenten de voorbije jaren werden beloofd, zijn er maar enkele tientallen gekomen.

“Dat ieder voor zijn deur veegt. Wij zijn maar een deel van de keten. Ik zou blij zijn mocht ik er hier voor mijn afscheid (zijn mandaat als procureur loopt af in 2014, red) nog kunnen voor zorgen dat we eindelijk eens op volle kracht zijn. Op papier beschik ik over 128 magistraten. In werkelijkheid zijn er 26 plaatsen permanent onbemand. Nog eens twaalf mensen werken halftijds of zijn met zwangerschapsverlof. Maar we doen wat we kunnen en ik zie zelfs beterschap.”

“Ik heb de voorbije jaren vaak rond de tafel gezeten met burgemeesters, politiekorpsen en beroepsverenigingen. Die relaties waren niet altijd de beste, maar we zijn er toch in geslaagd alle neuzen in dezelfde richting te krijgen. Onze hoofdbekommernis is de stadscriminaliteit. We werken nu beter samen, er is permanentie. Recent hebben we zowaar felicitaties gekregen van een burgemeester. Het is ooit anders geweest. Voordien kregen we altijd op onze kop.”

Houdt u van deze stad?

“Enorm! Ik zeg het vaak tegen mijn collega’s van andere steden: in Brussel beleef je elke dag iets anders. Steek ik de straat over, dan zit ik in Congo. Ga ik de andere kant op, kom ik in de Marollen. Ik heb er maar een paar jaar gewoond, en dan nog in Ukkel. Maar ik kwam er graag op bezoek. Alleen de bedelaars hebben mij altijd een beetje gestoord. Pas op, ik weet wel dat er armoede bestaat. U wilt niet weten in welke miserabele wijken ik als onderzoeksrechter ooit ben afgestapt. Beter is het er niet op geworden. De golden sixties van mijn tienerjaren zijn lang vervlogen.”

De souvenirkast gaat weer open. “Mijn vader was officier op de lange omvaart, mijn moeder was van de Franstalige bourgeoisie uit Kortrijk. Ik ben enig kind, grootgebracht in de kolonie Congo, door boys en mama’s. Toen we in de jaren zestig met vakantie gingen naar Frankrijk, staken we in het plaatsje Bray-Dunes de grens over. De kinderen liepen er op blote voeten en niet omdat het zomer was! Bij ons in Oostende werden de bunkers van de Duitsers opgeblazen, daar dienden ze nog altijd als woonst. Ik zeg het: je moet nooit vergeten dat het ons allemaal kan overkomen. Dat is met misdaad net zo.”

U kunt niet om met falen, zei u al. Wel dan met tergend open vragen, zoals die over de Roze Balletten of de Bende van Nijvel?

“Weet u, in al mijn dossiers heb ik gedaan wat ik meende te moeten doen. Ik ben niet voor niets voor een vijftal parlementaire onderzoekscommissies verschenen. Ik heb vastgesteld dat er stukken verdwenen waren uit het dossier van de Roze Balletten. Ik heb dat laten onderzoeken. Sommige zaken zijn weer opgedoken, andere niet. Ik kan niemand met de vinger wijzen. We moeten soms leren leven met wat er is, meneer.”

De volksmond zegt dat wie niet vindt, niet hard genoeg heeft gezocht.

“U kent ongetwijfeld Georges Marchais, de vroegere baas van de Franse Communistische Partij. Hij zei: ‘Le bilan est globalement positif’. Ik kan het niet beter zeggen.”

Bron » De Standaard

De Bende van Nijvel is een geriatrische club

Tussen 1983 en 1985 pleegde p Bende van Nijvel een reeks brutale overvallen, met 28 dodelijke slachtoffers, voor het merendeel in supermarkten. De daders zijn nog altijd niet gevat. De beeldvorming over de Bende is vooral een gevolg van criminele paparazzi-journalistiek.

Het nieuwe boek van Guy Bouten, zijn tweede over dit onderwerp, vormt daar geen uitzondering op, stelt Jan Willems. In 2015 zullen de raids juridische verjaard zijn en wordt het dossier gesloten. Politici en journalisten hebben altijd een bizarre rol gespeeld in de beeldvorming over de Bende. Het nieuwste boek van Guy Bouten, zijn tweede over dit onderwerp, vormt daar geen uitzondering op. Criminele paparazzi-journalistiek.

De pornoficatie van ons dagelijks bestaan is echt niet van recente datum. De pretzender VTM zond op 13 februari 1990 een exclusief interview uit met Maud Sarr, een prostituee van Franse origine die in ons land bedrijvig was. Ze vertelde te hebben deelgenomen aan seksfuiven met vooraanstaanden, de zogenaamde Roze Balletten.

De meest bekende was de christendemocratische Brusselse politicus Paul Vanden Boeynants, in de volksmond VdB genoemd: oud-premier en dito minister van Landsverdediging, met een groot en invloedrijk netwerk van relaties, als zakenman veroordeeld wegens fiscale fraude, ontvoerd door de bende-Patrick Haemers, die eigenlijk gespecialiseerd was in brutale overvallen van geldtransporten.

Sarr citeerde ook de namen van enkele rijkswachtofficieren en magistraten. Eén van hen was de Nijvelse procureur des konings Jean Deprêtre. Door zijn autoritair en eigenzinnig optreden was het gerechtelijk onderzoek naar de Bende op zo’n barslechte manier gevoerd dat het gigantische dossier in 1987 voor nader onderzoek was overgemaakt aan het parket van Charleroi.

Menigeen beschouwde de getuigenis van Sarr als een aanwijzing dat er een verband bestond tussen die Roze Balletten en de Bende: de aanslagen van de Bende zou de liquidatie betekenen van lastige getuigen om die pikante affaire in de doofpot te stoppen. Het optreden van Sarr was hét ideale opwarmertje voor de aangekondigde ondervraging op 23 februari 1990 van VdB door de parlementaire onderzoekscommissie naar het falen van het gerechtelijk onderzoek naar de Bende.

In de dagen die het spectaculaire VTM-interview vooraf gingen, was er door enkele journalisten druk vergaderd in het advocatenkantoor van Hugo Coveliers, toen nog aan de Camille Huysmanslaan in Antwerpen. Coveliers, verkozene van de later ontbonden Volksunie, had als lid van de Bendecommissie het een en ander opgevangen over een afgesloten gerechtelijk dossier over een Brussels netwerk van publieke vrouwen die waren ingezet om industriële contracten voor Belgische ondernemers in de wacht te slepen. Sarr was destijds door de politie ondervraagd. Haar adres kwam terecht in de handen van de VTM-journalist die Sarr voor de camera’s bracht. Hij had er wel met medeweten van de toenmalige VTM-directie 20.000 Belgische frank (495,79 euro) moeten voor betalen.

De parlementaire vergaderzaal waar VdB werd verhoord, was tot in de nok gevuld. Maar een oude krokodil hoef je geen streken meer te leren. VdB maakte de commissieleden gewoonweg belachelijk. Coveliers, zoals VdB een pijproker, werd door de Brusselse politicus zelfs de raad gegeven daarmee te stoppen, want ongezond. Dat is nadien ook gebeurd, weliswaar na consultatie van een tandarts.

Dit verhaal over de wijze waarop de Roze Balletten in de publieke belangstelling werd gedropt, werp het licht op merkwaardige journalistieke en politieke zeden. Het verhaal staat niet in het boek van oud-VRT-journalist Guy Bouten omdat hij als journalist toen met iets anders bezig was. In zijn bibliografie staat evenmin het boek vermeld van Stef Janssens: ‘De namen in de doofpot’.

Op basis van officiële documenten beschreef de auteur de bizarre manier, waarop het gerecht die zaak van de Rode Balletten had aangepakt, lang voor de allereerste overval van de Bende. Heeft Bouten dat boek niet gelezen? Het bevat nochtans veel info die zijn stelling zouden kunnen stutten: de Roze Balletten zijn “een cocktail van wilde verhalen”, bedoeld om de speurders naar de Bende op het verkeerde been te zetten.

Want volgens Bouten is de Bende slechts één van de poppetjes in een groot complot met de CIA als marionettenspeler. Kortom, een verhaal over spionnen, het tweede oudste beroep ter wereld, en hun snode handlangers. Personen die sinds 1980 minstens tot pakweg driemaal toe zijn genoemd in de gerechtelijke kronieken van ons land maken deel uit van dit spel, zo lijkt het wel.

Idem voor extreemrechtse knokploegen, het neonazistische Westland New Post, het terroristengroepje Cellules Communistes Combattantes (CCC), notoire drugtrafikanten en gangsters van andere pluimage, corrupte politiemensen, … Complottheorieën verzinnen is simpel, ze bewijzen niet, ook al zijn ze intellectueel zeer aantrekkelijk. Bovendien kun je in een democratische rechtsstaat mensen niet beschuldigen en veroordelen zonder bewijzen aan te dragen.

Bouten zou toch beter moeten weten. Hij schrijft: “Er is niets zo bizar als inlichtingendiensten. In deze verborgen wereld waar niets is wat het lijkt en iedereen iedereen beliegt en bedriegt, is het ook nooit duidelijk wie aan de touwtjes trekt en wie wie manipuleert. Het onderscheid tussen vriend en vijand  verdwijnt in een flou artistique. Vrienden van vrienden blijken plots vijanden. Geheime diensten zijn ook vaak betrokken bij covert operations, het creëren van valse sporen en desinformatie, dubbele agenda en het toepassen van de contratheorie waarbij criminelen worden ingehuurd om strafbare feiten te plegen en hun daar bovenop vaak straffeloosheid wordt gegarandeerd.” Met deze opmerking schiet Bouten in zijn eigen voet!

Bouten is dermate overtuigd van zijn gelijk dat hij de speurders naar de Bende, inmiddels een geriatrische club, de les moet spellen. Ik heb met kritiek op de Cel Waals-Brabant die misdaden onderzoekt geen enkel probleem, integendeel. Wat heeft de CBW de afgelopen tien jaren eigenlijk gedaan buiten ruzie maken over wie de operationele leiding van het onderzoek heeft, reisjes maken naar het buitenland, een nieuw lid van het team dermate lastig maken dat zij is opgestapt, …

De hoofdvogel werd vorig jaar afgeschoten. In opdracht van de CWB doken toen kikvorsmannen met veel mediagedruis in het kanaal Brussel-Charleroi nabij Ronquières, op zoek naar bewijzen. Ze vonden niets. Alles was al opgevist! Want enkele maanden na de aanslag in Aalst (9 november 1985, acht doden, de allerlaatste raid) waren duikers op diezelfde plek al aan de slag geweest. Ze haalden enkele zakken boven, zorgvuldig samengesteld met wapens en voorwerpen die door de Bende waren gebruikt en gestolen in 1983 en 1985.

Dit gebeurde in opdracht van Freddy Troch, de magistraat die in Dendermonde het onderzoek naar de Bende-overvallen in Vlaanderen leidde. Na intelligent en vooral discreet onderzoek en dossierkennis. Die vondst is tot op heden de enig bewezen waarheid in dit dossier: het ging om uitermate goed georganiseerde misdadigers.

Bouten bedrijft gonzo-journalistiek. Hij is zelf een personage in het boek. Zo beschrijft hij zijn ontmoeting in 2010 met Willy V. “Willy is blij dat hij me van dienst kan zijn, want uitgerekend vorige maand heeft mijn boek Les Tueuries du Brabant gekocht. En inderdaad, het boek met de felgele kaft, een stuk van de Bendeaffiche voorstellend, ligt naast enkele prullaria op een tafeltje.” Daar ligt zijn tweede ook op zijn plaats: bij de prullaria.

Bron » De Wereld Morgen

Interpol zoekt Jean-Claude Garot

Jean-Claude Garot, bekend als de man die de wereld kennis liet maken met de Roze Balletten, wordt gezocht door Interpol. Garot staat op de Wanted-lijst van de Europese politieorganisatie omwille van de rol die hij zou hebben gespeeld in een miljoenenfraude bij de bouw van een sociaal woonproject in Honduras. In de jaren tachtig was Jean-Claude Garot niet weg te slaan uit het nieuws.

De Waalse journalist haalde toen geregeld de kranten als hoofdredacteur van het linkse weekblad Pour, waarvan in 1981 de redactie in brand werd gestoken, mogelijk door een extreem-rechts commando. Hij was ook de eerste die uitpakte met het dossier-Pinon en de beruchte Roze Balletten, de seks- en pedofilieverhalen met en door hooggeplaatste Belgen waarin ondermeer de zoektocht naar de identiteit van de Bende van Nijvel baadde.

Na de brand bij Pour ging Garot in zee met wielerkampioen Eddy Merckx, die hem vanaf 1983 naar de Verenigde Staten stuurde om daar het wielermagazine Winning Magazine op poten te zetten. Garot gaf een aantal bladen uit in de VS en bleef er tot 1997.

Toen keerde hij terug naar zijn geboortedorp Mozet in de buurt van Namen. Daar zette hij een nieuwe business op met de vrijetijdsonderneming X-Free Sport Management, die ondermeer mountainbike evenementen organiseert en parcours voor mountainbikes aanbiedt. Maar de nu 70-jarige Garot is ook in het buitenland actief gebleven.

In het Midden-Amerikaanse Honduras was hij sinds 2009 betrokken bij de activiteiten van de vastgoedonderneming Realco Investment van de Belg Michel Brukirer, een bekende naam in de wereld van het Belgische onroerend goed. In Brussel is hij aanwezig met vastgoedbedrijf en bouwpromotor Capitol Invest. Ook vastgoedbaron Michel Brukirer wordt gezocht door Interpol. Via zijn vastgoedonderneming Realco Investment stroomde meer dan 10 miljoen euro vanuit Europa naar Honduras.

In Honduras investeerde Realco in de bouw van luxueuze appartementsgebouwen met geld dat in Europa werd opgehaald. Sinds 2005, toen Realco Investment zijn activiteiten in Honduras begon, is er al meer dan 10 miljoen euro vanuit Europa naar Honduras gevloeid, verklaarde Brukirer zelf. Maar zijn Hondurese bedrijf werkte ook samen met de vroegere Hondurese president José Manuel Zelaya, die in juni 2009 met een militaire coup werd afgezet.

In opdracht van Zelaya was Realco betrokken bij een uitgebreid sociaal bouwproject: betaalbare woningen voor mensen met zeer beperkte middelen. En daar liep het fout. De Hondurese bank Banco Lafise diende begin dit jaar een klacht in bij het Hondurese gerecht: in het project voor betaalbare woningen zouden Realco en haar mensen verantwoordelijk zijn voor een fraude van ettelijke miljoenen euro met onderpanden en leningen van de bank.

Rechter Martha Murillo in Tegucigalpa, de hoofdstad van Honduras, vaardigde vorige maand een nationaal en internationaal aanhoudingsbevel uit tegen de ‘voortvluchtig’ Belgen Brukirer en Garot. Allebei staan ze nu op de Wanted-lijst van de Europese politieorganisatie Interpol en worden dus actief gezocht. In Honduras heeft Brukirer ondertussen alle schuld gelegd bij Garot en diens Italiaanse partner Luca Venturello.

Brukirer meldde op 24 maart van dit jaar in een brief aan de Hondurese krant La Tribuna dat hij Garot in 2009 had opgedragen om Realco te reorganiseren en dat Garot daarmee ook de totale financiële controle over het bedrijf had gekregen. Jean-Claude Garot, die nog altijd in Mozet is gedomicilieerd, was niet bereikbaar voor commentaar. Michel Brukiker evenmin.

Bron » Apache

“Eddy Merckx bezocht seksfeestjes in Brussel”

Michel Nihoul beschuldigt in zijn nieuw boek voormalig wielerkampioen Eddy Merckx ervan seksfeestjes – met louter volwassenen – te hebben bezocht in een bar in Etterbeek. Merckx ontkent het verhaal in alle toonaarden en gaat zijn advocaat op de zaak zetten.

Nihoul staaft zijn roddel over Merckx met een proces-verbaal waarin Dolores Bara, een van de uitbaters van de in 1975 geopende seksclub, enkele klanten vernoemt. Onder hen een vrederechter, verschillende rijkswachters, de zanger “Carlos” en Eddy Merckx. Volgens Dolores Bara kwam Merckx af en toe langs met vrienden.

De club heette aanvankelijk Les Atrébates, veranderde later van naam, ging dicht en heropende als taverne The Dolo. Nihoul leerde er zijn vriendin Marleen De Cokere kennen. In de nasleep van de zaak-Dutroux viel de naam van deze bar geregeld in de context van de wilde verhalen over prominenten en seksfeestjes, al dan niet met minderjarigen.

Van die verhalen schiet nauwelijks nog wat over. Volgens Nihoul ging het om doodgewone avondjes met partnerruil en af en toe een stevige, met drank overgoten orgie, onder meer in het eveneens roemruchte kasteel van Faulx-les-Tombes. Merckx beweert in Dag Allemaal dat hij nog nooit van Atrébates heeft gehoord, dat hij nooit aan een partouze-avond heeft meegedaan en dat Nihoul nu niet direct een geloofwaardige bron is. “Ik geef deze zaak aan mijn advocaat en dan zien we wel”, aldus nog Merckx.

Bron » Gazet van Antwerpen