Wat schuilde daar onder het zand bij de paters redemptoristen in Rouwmoer?

We schrijven 8 september 1994. In Gazet van Antwerpen verschijnt een bizar bericht over een lid van een ultrageheime organisatie, Gladio. Die zou ook in Essen actief zijn. Onder een berg zand, in de tuin van de paters redemptoristen in Rouwmoer zou een Gladio-wapendepot liggen. Andere binnen- en buitenlandse media springen erop en het nieuws haalt zelfs de Tweede Kamer in Den Haag. De hele theorie blijkt niet te kloppen en moet achteraf worden rechtgezet.

Gladio is de naam van een geheim netwerk dat in 1952 startte in Italië, gesponsord door de CIA en de NAVO. Doel was om bij een communistische machtsovername in Italië, of een Russische inval in andere landen, het verzet te organiseren. Toen het bestaan ervan uitlekte, bevestigden de Belgische, Duitse, Franse en Griekse overheden dat ze hebben deelgenomen aan dit NAVO-stay-behindnetwerk.

In 2007 nog wordt in het Nederlandse SBS6-programma Peter R. de Vries, misdaadverslaggever gesuggereerd dat Gladio in Nederland nog steeds actief is en dat de wapens naar de onderwereld zijn versast.

Hier wordt dan weer gespeculeerd dat het Belgische Gladio-netwerk gelinkt was met de Bende van Nijvel, en de CCC (Cellules Communistes Combattantes), verantwoordelijk voor heel wat dodelijke aanslagen, onder meer op een Kalmthouts echtpaar in 1987.

Wanneer het bericht van het wapendepot en dat Gladio nog actief was in België, de krant haalt, zijn de paters redemptoristen in alle staten. De berg zand was niets minder dan een speelheuvel voor de leerlingen van het aanpalende College. Die was ontstaan na het weggraven van het zwembad op het terrein, nu een sporthal, en was versterkt met betonblokken.

De Nederlandse journalist Joop Hoek van het toenmalige Brabants Nieuwsblad ziet daarin echter het bewijs dat de berg een bunker camoufleert die fungeert als wapendepot voor Gladio. “Want kloosters zijn vaak als depot gebruikt.” Dat zegt ook een voormalig spion van de Belgische inlichtingendienst, André Moyen.

Gazet Van Antwerpen neemt op 12 september het artikel over zonder de toenmalige lokale correspondent voor Essen erbij te betrekken. De man werkt nota bene op het secretariaat van het College.

Intussen haalt het ‘nieuws’ ook de andere Vlaamse kranten, Jan Becaus van de toen nog BRTN-nieuwsdienst hangt aan de lijn. In Nederland bereikt het nieuws de Tweede Kamer. Daar eist de Nederlandse Socialistische Partij dat de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken binnen de drie weken opheldering geven over krantenberichten dat Gladio nog steeds actief is, en of er in België en Nederland nog zo’n twintig geheime wapenopslagplaatsen van Gladio bestaan.

De paters sommeren Gazet Van Antwerpen om een rechtzetting. Ze ontkennen het bestaan van een ondergrondse schuilplaats, ijskelder of bunker. Ze trekken zelfs het bestaan van de spion André Moyen in twijfel. Het duurt tot 25 november vooraleer de krant bloklettert: ‘Geen wapendepot in klooster van Essen’.

De paters redemptoristen schrijven daarop: ‘We nodigen de reporters uit om met spade en schop zichzelf te komen overtuigen. Alleszins wordt door de onjuiste informatie, gepuurd uit cafépraat, de goede reputatie van onze congregatie en het college van Essen ernstig geschaad. Een nieuwe mythe is geboren en die zal ons wel blijven achtervolgen.’

Of hoe een zandberg bij de Essense paters ontaardt in een internationale mediahype en zelfs Nederlandse politici doet blozen. Het hele uitgebreide verhaal is te lezen in het jaarboek ‘De Spycker’ van de Koninklijke Heemkundige Kring Essen.

Bron » Gazet van Antwerpen

‘Meneer Niemand’ betaalde de bom

Bijna veertig jaar geleden beleefde Italië zijn ergste terreurdaad: de bomaanslag in het station van Bologna. Pas nu heeft het gerecht een min of meer helder beeld van opdrachtgevers en uitvoerders. Het zijn oude bekenden.

Hoeveel kost dat, een bomaanslag? Voor het bloedbad in het station van Bologna in 1980 was het budget 5 miljoen dollar. Het werd vanaf februari 1979 verzameld op een rekening in Genève bij de Zwitserse bank UBS, onder beheer van Licio Gelli. Zo staat het in een document met als titel ­‘Bologna-525779-X.S.’, dat het Italiaanse gerecht al in 1982 bij Gelli in beslag nam. Gelli was grootmeester van de dissidente loge Propaganda Due (P2), die de maçonnieke organisatievorm gebruikte om P2 als een geheim genootschap te laten opereren, met als doel een ‘democratische wedergeboorte’, zijnde een autoritaire, anticommunistische staat.

Het geld op de Zwitserse rekening voedde een reeks transacties die complex waren opgezet om zo weinig mogelijk sporen na te laten, voor het belandde bij de uitvoerders van de aanslag. Die lieten op zaterdag 2 augustus 1980, om vijf voor half elf, op het hoogtepunt van het vakantieseizoen, in de wachtzaal van het drukke Centraal Station van Bologna een met TNT en nitroglycerine gevulde koffer ontploffen. Balans: 85 doden, tweehonderd gewonden. Het was de zwaarste aanslag in Italië sinds de Tweede Wereldoorlog.

Het onderzoek verliep traag, ook omdat zichtbaar sprake was van obstructie. Toch kon het gerecht in 1995 drie daders definitief veroordelen. In 2007 kwam een vierde mededader voor de rechter en begin dit jaar nog kreeg de neofascist Gilberto Cavallini, alias ‘De Zwarte’, die al lange straffen uitzat voor moord en gewapende overvallen, levenslang. Hij had de eigenlijke daders onderdak, valse documenten en een auto bezorgd. Anderen, zoals Gelli en enkele officieren van de geheime dienst en de politie, liepen veroordelingen op omdat ze het onderzoek hadden gedwarsboomd met valse verklaringen en desinformatie (fake news zou dat vandaag heten) in de media. Opvallend: allen bleven elke betrokkenheid bij de aanslag ontkennen.

Follow the money

Dat ‘het bloedbad van Bologna’, zoals de aanslag in Italië bekendstaat, een extreemrechtse terreurdaad was, lijdt geen twijfel. Maar al ontbrak het nooit aan verdenkingen of complottheorieën, er kwam geen klaarheid over de structuur van de samenzwering. Tot vorige week. Toen maakte het parket van Bologna bekend dat het had kunnen reconstrueren hoe de aanslag was opgezet. Vanuit het principe ‘follow the money’ (‘volg het geld’), kwam het uit bij de UBS-rekening. Zo kwam de loge P2 in beeld: van daaruit vertrok het geld, van daaruit kwam dus de opdracht.

De speurders konden het leidende kwartet van P2 identificeren. Van hen is Licio Gelli de bekendste – hij stond nu eenmaal graag op het voorplan. Toch was hij, ondanks zijn titel als grootmeester, niet de spil van de loge. Dat was Umberto Ortolani, alias ‘Meneer Niemand’, een schimmige bankier die vooral in Zuid-Amerika een financieel imperium opbouwde, warme relaties onderhield met het Vaticaan en toen de grond hem thuis te warm onder de voeten werd, lang in Brazilië in ballingschap kon.

De twee andere opdrachtgevers lieten zich voor het eerst gelden tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar in tegengestelde rangen. De ene, Mario Tedeschi, vocht aan de kant van de nazi’s, de andere, Federico Umberto D’Amato, werkte voor de Amerikaanse inlichtingendienst OSS, de voorloper van de CIA. Wat ze toen al deelden, was het anticommunisme. Dat was ook wat hen bond toen ze in 1966 Rome overspoelden met de ‘Chinese posters’, die zogezegd waren aangeplakt door verstokte stalinisten. De posters zongen de lof van de Chinese Volksrepubliek. In die tijd was het net tot een breuk gekomen tussen Moskou en Peking en met de posters hoopten Tedeschi en d’Amato onmin te stichten in de uitgesproken op de Sovjet-Unie gerichte Italiaanse communistische partij PCI.

Tedeschi maakte carrière in de extreemrechtse journalistiek en politiek, onder meer als senator voor de neofascistische MSI, en was een meester in desinformatie, (zoals de ‘Chinese posters’). Ex-politiecommissaris en polyglot d’Amato was een nog invloedrijker personage. Hij leidde het ‘bureau voor vertrouwelijke aangelegenheden’ bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat zich vooral inliet met agitatie tegen de vakbonden en de PCI. Hij wordt gezien als verbindingsman tussen de Italiaanse staat, de Navo en de extreemrechtse scène. Hij breide een verrassend eind aan zijn carrière: als restaurantcriticus bij het centrumlinkse (!) weekblad L’Espresso.

8mm-filmpje

Voor de aanslag die ze in gedachten hadden, namen die vier contact met Paolo Bellini, militant van de neofascistische Avanguardia Nazionale (‘Nationale Voorhoede’), die ook informant was van d’Amato’s ‘bureau voor vertrouwelijke aangelegenheden’. Iemand die sterk lijkt op Bellini is ook te zien op een 8mm-filmpje dat een Duitse toerist dertien minuten voor de aanslag in het station had gedraaid. Voor het ‘handwerk’ had Bellini zich gewend tot de Nuclei Armati Rivoluzionari (‘Gewapende Revolutionaire Kernen’), een neofascistische terreurgroep: alle tot nu veroordeelde daders waren er lid van.

En de aanslag in Bologna diende ergens voor. Hij was het tragische hoogtepunt in wat bekendstaat als ‘de strategie van de spanning’ tijdens de zogeheten ‘loden jaren’ in Italië. Die begon in 1969 met een bomaanslag tegen een bank in Milaan (17 doden, 88 gekwetsten), die de politie in de schoenen van extreemlinkse anarchisten trachtte te schuiven. De terreurcampagne – die een spiegelbeeld kreeg in de terreur van ­extreemlinkse Rode Brigades – moest Italië rijp maken voor een autoritaire staat, met anticommunisme als centrale ideologie.

De context daarvan is internationaal: de Koude Oorlog, waarin de VS en de Navo Italië zagen als de ‘weke onderbuik’ van Europa: de communistische PCI haalde traditioneel veel stemmen. De ­Navo en de CIA vonden voor hun zorgen een gewillig oor bij het breed verspreide neofascisme en bij al wie niets goeds verwachtte van het communisme: politici (ook sociaaldemocraten), bankiers en zakenlui, kranteneigenaars, aristocratische nostalgici of op law and order gestelde politie- en inlichtingendiensten. En het ‘hoger belang’ gingen ze al snel zien als een vrijbrief voor politieke moord, pogingen tot staatsgreep en uiteindelijk terreur.

Berlusconiteit

Ongetwijfeld speelde ook Gladio daarin een rol, het clandestiene paramilitaire netwerk dat de Navo had opgezet om het gewapende verzet te organiseren in het geval van een Sovjet-invasie in West-Europa. Dat mocht al beginnen met verzet tegen de PCI. In zijn laatste roman, Het nulnummer (2015), heeft de schrijver Umberto Eco dat web indringend beschreven, waarbij hij vooral ‘de berlusconiteit der dingen’ uit de doeken doet: de pervertering van de democratie via mediamanipulatie (DS 21 februari 2015). Niet toevallig verwees hij zo naar de mediamagnaat en politicus Silvio Berlusconi; die was overigens al lid van P2, nog voor hij in de politiek ging.

De clandestiniteit, beschermd door het veiligheidsapparaat van de staat, creëerde echter een sfeer waarin het officiële doel ook ­privébelangen kon dienen. Dat leidde tot politiek wanbeheer en corruptie, deals met de maffia en tot financiële schandalen als het failliet van de Banco Ambrosiano (waarvan de voorzitter, P2-lid Roberto Calvi, ‘gezelfmoord’ onder een brug in Londen eindigde) en de bank van het Vaticaan.

Rond 1978 leek het gevaar het meest acuut, toen de twee grootste partijen, de christendemocratie en de PCI, zich bereid toonden om een ‘historisch compromis’ te sluiten. Zo zouden de communisten legaal aan de macht komen, vreesde rechts. Extreemlinks verweet de PCI dan weer een onvergeeflijk reformistisch verraad. Voor de neofascisten was ‘Bologna’ daarop het antwoord, georganiseerd vanuit P2, zo is sinds vorige week officieel bekend.
Alleen het klein grut heeft ervoor geboet. Van de vier opdrachtgevers heeft, ondanks tal van aanklachten, niemand ooit één dag in de gevangenis gesleten. En nu zullen ze het ook niet meer aan een rechter hoeven uit te leggen; zijn ze allen overleden.

Bron » De Standaard | Marc Reynebeau

‘Is de Bende van Nijvel verantwoordelijk voor de overval op deze kazerne in Vielsalm?’

Strafrechter op rust Walter De Smedt kijkt, na de nieuwe onthullingen over de Bende van Nijvel, opnieuw naar een overval die in 1984 plaatsvond in de kazerne Ratz in Vielsalm: ‘De overval werd altijd voorgesteld als een wapenfeit van de linkse Belgische terreur. Maar dit heeft nooit tot vervolging geleid en werd ernstig tegengesproken door andere elementen.’

Door de onthullingen over de ‘Reus’ van de Bende van Nijvel en de mogelijke betrokkenheid van de groep Diane – een speciale eenheid van de Belgische rijkswacht – is de theorie van de poging tot ontwrichting van de staat en het zaaien van paniek opnieuw een ernstige piste in het onderzoek geworden.

Maar er blijven nog vele vragen onbeantwoord. Wie maakte nog deel uit van de Bende? Wie gaf de opdrachten? Hoe ging dit alles dan precies in zijn werk?

Het dossier van de Bende van Nijvel is niet het enige dossier uit de zogenaamde loden jaren tachtig waarbij er tijdens een overval slachtoffers vielen zonder enig financieel gewin als motief.

Ook het dossier over de overval op de kazerne Ratz te Vielsalm doet aan een poging tot ontwrichting van de staat denken. De informatie die daarover publiek werd gemaakt bevat alle nodige elementen om de zoektocht naar de daders verder te zetten – plaats, datum, namen van betrokken personen en diensten. Maar wat gebeurde er met dat onderzoek?

De feiten

Op zondag 13 mei 1984 dringt, kort na middernacht, een commando de kazerne van de Ardense Jagers (een van de vier infanteriebataljons van de Landcomponent, een onderdeel van de Belgische Krijgsmacht, nvdr.) te Vielsalm binnen. Zij knippen de prikkeldraad door, zagen de tralies van een wapendepot weg, overmeesteren en knevelen milicien Pascal Moureau en schieten adjudant Carl Freches neer. Terwijl Freches ernstig gewond op de grond ligt, incasseert hij een bijkomend salvo van vier .45-kogels en wordt hij voor dood achtergelaten.

De overvallers verdwijnen met twintig FAL-geweren (licht automatisch geweer, nvdr.), vijf Vigneron-machinegeweren, drie Lee-Enfield geweren en een FALO-machinegeweer.

Als bij wonder overleeft Carl Freches de aanslag. Op 23 augustus 1985 doet de gerechtelijke politie een huiszoeking in een appartement aan de Landhuisjesstraat 73 te Ukkel. Er worden een FAL-geweer en een FALO-machinegeweer – beiden afkomstig van de diefstal in Vielsalm – aangetroffen.

De speurders vinden in het appartement ook de vingerafdrukken terug van Nathalie Ménigon, Jean-Marc Rouillan, Joëlle Aubron en Georges Cipriani, allen topfiguren van Action Directe (een Franse linkse stadsguerrillaorganisatie actief in de jaren tachtig, nvdr.). Een fragment van een andere vingerafdruk zou van de pas aangehouden Chantal Paternostre kunnen zijn.

Linkse terreur

Dit alles werd gezien als een duidelijke aanwijzing dat de daders moesten gezocht worden in de kringen van het Action Directe, de Cellules Communistes Combatantes (CCC, linkse terreurgroep die in de jaren tachtig aanslagen pleegde in België, nvdr.), of de FRAP (Front Revolutionnaire d”Action Proletarienne, een linkse terreurgroep actief in België in de jaren tachtig, nvdr.). Begin 1987 besluit het gerecht de wapendiefstal aan het CCC-dossier toe te voegen. Op 21 februari 1987 werden de leiders van Action Directe in Vitry-aux-Loges gearresteerd. Bij een huiszoeking in een boerderij daar vond de politie ook een van de wapens afkomstig van de diefstal in Vielsalm.

De overval werd altijd voorgesteld als een wapenfeit van de linkse Belgische terreur. Maar dit heeft nooit tot vervolging geleid en werd ernstig tegengesproken door andere elementen.

De andere elementen

Jean-Claude Marlair was op het moment van de overval commandant van de kazerne te Vielsalm. Hij zweeg gedurende lange tijd over wat er zondag 13 mei 1984 gebeurd is. Maar na een gesprek met zijn jeugdvriend, de ondertussen overleden bekende Franstalige onderzoeksjournalist René Haquin, gaf hij zijn versie van de gebeurtenissen.

Het verhaal van Marlair, die uit verontwaardiging zelf op zoek was gegaan naar de waarheid, laat een ander licht schijnen op de overval. Voor hem is de aanslag op de kazerne het werk van special forces uit het Belgische stay-behindnetwerk Gladio (een in 1952 gestart geheim netwerk, gesponsord door de CIA en de NAVO, om de communistische invloed te neutraliseren, nvdr.).

Marlair gaf bovendien ook namen en een reeks details die mits een onderzoek eenvoudig na te trekken zijn: ‘Alles werd op het hoofdkwartier van de Amerikaanse special forces te Londen gecentraliseerd. Een twaalftal leden werkte te Vielsalm en anderen werkten in Diekirch. Op het terrein werden gemengde Belgisch-Amerikaanse pelotons gevormd, één in het zuiden en het andere in het noorden van de provincie Luxemburg. Ieder peloton bestond uit een twintigtal Belgische commando’s en een tiental Amerikanen. Het noordelijk peloton stond onder het bevel van een luitenant van Flawinne, gecoacht door een paramilitaire verbindingsofficier en bemoederd door een partizaan die in zijn streek opereerde, Lucien Dislaire. Zij organiseerden schermutselingen en zetten valstrikken op, met de Ardense jagers achter zich.’

Ook Lucien Dislaire, door Marlair aangeduid als de partizaan van de streek, ging later aan het praten. Hij legde in een driedelige documentaire van de BBC een uitvoerige verklaring af die gelijkloopt met de onthullingen van Marlair. De vraag of hij zelf lid was van Gladio wilde hij niet beantwoorden. Hij verwees naar een artikel van René Haquin waarin vermeld werd dat hij bij zijn aanhouding in Luxemburg in het bezit was van een authentiek Belgisch diplomatiek paspoort. Dislaire voegde ook nog elementen toe aan het verhaal van Marlair. Op 9 juni 2008 herhaalt Lucien Dislaire in een open brief gericht aan Justitie en de Belgische pers alle elementen.

Bendedossier

Het was en is de vraag tot wat de gekende informatie over deze overval op de kazerne van de Ardense Jagers te Vielsalm heeft geleid. Enerzijds is er de vervolging en bestraffing van de gepleegde misdrijven an sich, maar anderzijds is er ook het mogelijk verband met de daden van de Bende van Nijvel. Is de Bende van Nijvel verantwoordelijk voor de overval op deze kazerne in Vielsalm?

Toen Martine Michel het dossier van de Bende van Nijvel overnam, werd er een team samengesteld om de verspreide dossiers samen te brengen en te inventariseren. Toen werd er één nietszeggende bladzijde over de overval te Vielsalm aangetroffen. Is die passage ondertussen al wat aangedikt?

Bron » Knack | Walter De Smedt

Wat was er nu toch eigenlijk aan de hand in die jaren 80?

Waar denkt u aan bij de jaren 80? Het antwoord in een finalevraag in een bekende quiz op een bevriende zender zou dit kunnen zijn: New Wave, U2, de Rode Duivels, E.T. en de komst van VTM. Maar het antwoord zou ook dit kunnen zijn: CCC, complottheorieën, Berlijnse Muur, Bende van Nijvel en Heizeldrama. Wat was dat nu toch met die jaren 80? Wat was er eigenlijk aan de hand? De jaren 80, voor u gefileerd in 8 schijfjes. Twee bevoorrechte getuigen, historica Els Witte (VUB) en journalist Paul Goossens, en ons archief doen de rest.

1. Een politieke en economische ruk naar rechts

Aan de vooravond van de jaren 80, op 3 april 1979, legt de christendemocraat Wilfried Martens de eed af van zijn eerste regering. De eerste van vele. De ene na de andere regering valt. De oorzaken zijn velerlei. De werkloosheidscijfers pieken, de overheidsschuld is torenhoog en de communautaire spanningen lopen hoog op.

Na de verkiezingen van 1981 besluit Martens het roer radicaal om te gooien. Samen met de liberalen neemt hij drastische maatregelen om de economie weer op het spoor te krijgen. Begin 1982 wordt de Belgische frank met 8,5 procent gedevalueerd, de automatische loonindexering wordt opgeschort en er wordt fors gesnoeid in de overheidsuitgaven.

“Dit was duidelijk een zichtbare politieke ommeslag”, zegt Els Witte. “Men grijpt ook in België naar de neoliberale oplossingen, waarbij het marktdenken centraal staat en niet langer de verzorgingsstaat. Groeiende armoede bij de meest kwetsbaren wordt zichtbaar. Vakbonden laten van zich horen en dat zint de rechterzijde uiteraard niet.”

“Het was vooral een schizofrene periode”, vult Goossens aan. “De regeringen-Martens waren enkel met het economische bezig. Dat hele gebeuren van de Bende van Nijvel, dat kluwen van overvallen speelden zich precies in een andere wereld af. Martens en zijn regering waren daar niet mee bezig. Ook de aandacht van de pers werd afgeleid naar de economische dossiers.”

2. Aanslagen versterken het repressie-apparaat

Tussen 1978 en 1995 hebben alle ministers van Justitie ook nog andere bevoegdheden. Zo is de liberale minister Jean Gol van 1981 tot 1985 ook vicepremier en minister van Institutionele Hervormingen. Later krijgt hij er ook nog Buitenlandse Handel bij. In dezelfde periode is ook de belangstelling van de politiek voor justitie fel gedaald.

Het aandeel van Justitie in de rijksbegroting bereikt onder Gol een relatief dieptepunt. Anderzijds wordt het aantal magistraten onder Gol uitgebreid. Vaak met “politieke benoemingen”, wat in die tijd helemaal niet vreemd is. Die sfeer van vriendjespolitiek leidt ook tot omkoping en smeergeld. Denk aan de Augusta-affaire bijvoorbeeld. Die barst zelf pas in de jaren 90 los, maar de omkoping zelf vindt plaats eind jaren 80.

Op Justitie heerst even paniek als in de pers verhalen verschijnen over de infiltratie van neo-nazi’s in de Staatsveiligheid. De ongerustheid neemt toch toe met de reeks bloedige overvallen van de Bende van Nijvel en de aanslagen van de extreemlinkse CCC. Het terrorisme, dat al eerder Duitsland en Italië trof, lijkt nu ook een Belgisch verschijnsel. In het justitiepaleis van Luik vindt een bomaanslag plaats op een moment dat Gol er aanwezig zou zijn. Er valt één dode. De dader is een advocaat met verwarde, extreemrechtse ideeën.

“De aanslagen hebben het repressie-apparaat heel duidelijk versterkt. De rijkswacht wordt versterkt, de begroting verhoogd, de uitrusting verbeterd,…“, aldus Witte. “Al deze maatregelen passen in de context van wat men op meerdere vlakken wel een bewogen periode in de Belgische politiek kan noemen.”

3. Is het toeval dat de CCC-kopstukken wel gepakt werden?

In 1984 en 1985 plegen de Strijdende Communistische Cellen veertien aanslagen in België. De eerste aanslag wordt gepleegd op een vestiging van het Amerikaanse bedrijf Litton in Evere.

In december 1984 wordt op vijf plaatsen tegelijk een NAVO-pijpleiding opgeblazen. In november 1985 wordt een bom in een bank in Charleroi en in de Kredietbank op het Ladeuzeplein in Leuven tot ontploffing gebracht. De Bank of America is op 4 december 1985 het laatste doelwit van de CCC.

De CCC heeft het vooral gemunt op banken en bedrijven, en wil geen menselijke slachtoffers maken. Toch kan de groep niet vermijden dat er twee brandweermannen om het leven komen en in totaal 28 mensen bij hun aanslagen gewond raken. Op 16 december 1985 worden de vier belangrijkste leden van de CCC – Bertrand Sassoye, Didier Chevolet, Pascale Vandegeerde en Pierre Carette – opgepakt als ze hamburgers zitten te eten in een Quick-fastfoodrestaurant in Namen. De vier worden op 21 oktober 1988 voor het hof van assisen in Brussel veroordeeld tot levenslang.

Voor Paul Goossens is het geen toeval dat de extreem-linkse CCC-kopstukken wel gevat werden en die van de Bende van Nijvel niet. “Dit was de prioriteit, daar stond men klaar voor. Als je de steekkaarten van de jaren 80 nakijkt, krijg je een schitterende lijst van alle mogelijke activisten.”

4. De blinde terreur van de Bende van Nijvel

De Bende van Nijvel blijft tot op de dag van vandaag een van de grote mysteries van de jaren 80. De blinde terreur begint in 1982 met een overval op een wapenhandelaar in Waver, al wordt ook een eerdere inbraak bij een kruidenier in verband gebracht met de Bende. Nadien volgen verschillende erg bloedige overvallen waarbij vooral supermarkten worden geviseerd. Opvallend is dat de buit al bij al klein is in vergelijking het buitensporige geweld dat wordt gebruikt.

Na twee bloedige jaren wordt het een tijdlang stil rond de Bende van Nijvel. Pas in het najaar van 1985 volgen nieuwe bloedige overvallen. Die overvallen worden nooit opgehelderd. Vermoedelijk is het de overvallers om de terreur te doen. Het onderzoek loopt helemaal vast. Er zijn aanwijzingen naar de betrokkenheid van rijkswachters bij de Bende, maar die worden nauwelijks opgevolgd. Ook de interne concurrentiestrijd tussen de verschillende politiediensten doet het onderzoek geen goed.

Een parlementaire onderzoekscommissie eind jaren 80 moet de geruchten over een grootschalige doofpotoperatie de kop indrukken, maar doet net het omgekeerde.

5. Overal complottheorieën: van roze balletten, tot VDB en Patrick Haemers

Dat de misdrijven van de Bende van Nijvel niet kunnen worden opgelost, doet in dit klimaat heel wat wenkbrauwen fronsen. Allerhande complottheorieën doen de ronde: zo komt zelfs koning Albert, toen nog prins, in opspraak. De prins wordt in verschillende artikels in verband gebracht met de roze balletten, vermeende geheime seksfeestjes tussen hooggeplaatsten en minderjarigen. Ook ex-premier Paul Vanden Boeynants (VDB) zou daarbij geweest zijn.

De naam van VDB valt tijdens de jaren 80 meermaals in allerlei onfrisse affaires. In 1982 wordt zijn onschendbaarheid opgeheven en enkele jaren later wordt hij veroordeeld tot 3 jaar voorwaardelijk en een geldboete wegens belastingontduiking. Wie aan VDB denkt en de jaren 80 denkt vooral aan zijn ontvoering door Patrick Haemers en zijn gelijknamige bende. Haemers is tot dan toe vooral bekend als overvaller. Hij is door zijn grote gestalte en zijn ervaring met zwaar banditisme overigens ook lange tijd een verdachte in het onderzoek naar de Bende van Nijvel, maar dat is nooit zwart op wit bewezen.

“Als je de goede contacten van Vanden Boeynants met mensen van de extreem-rechtse winkel bekijkt – zoals De Bonvoisin, Westland New Post* -, roept dat toch heel wat vragen op”, meent Goossens. “Daar zijn zo weinig duidelijke antwoorden op gekomen. Maar dat die afspraakjes er waren, dat lijdt geen enkele twijfel. Of hij de man in het spinnenweb was, dat weet ik niet.”

6. “Opgepast Voor Het Rode Gevaar”

“Het algemene politieke klimaat in de jaren 80 wordt rechtser. Neoliberaal denken vat ook post in de liberale partijen en aan de rechterzijde van de katholieke partijen”, zegt Witte. “In de Franstalige christendemocratische PSC voert de CEPIC (Centre politique des Indépendants et Cadres chrétiens) de strijd tegen de vakbonden en voor de neoliberale politiek. Deze club heeft uitlopers in de meest extreem-rechtse kringen.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat in de theorieën over de Bende van Nijvel vaak verwezen wordt naar een extreemrechts complot, door bijvoorbeeld Groep G, om de staat omver te werpen. Groep G is een groep extreemrechtse rijkswachters die gerekruteerd werden door het Front de la Jeunesse, een begin de jaren 80 verboden extreemrechte groepering. Na de ontbinding van dat Front zou de harde kern rond Paul Latinus Westland New Post (WNP) hebben opgericht. WNP wil mogelijke communistische infiltratie binnen officiële instanties bestrijden. De groep wordt opgeheven na de dood -volgens sommigen moord op- van Latinus.

Ook Gladio wordt genoemd in verband met de Bende. Het gaat om een geheim netwerk dat in de jaren 50 is opgericht door de militaire inlichtingendienst en de staatsveiligheid om verzet te kunnen bieden tegen de Sovjets in het geval die ooit België zouden bezetten. Een verband tussen Gladio, extreemrechts, terreur en de Bende is nooit bewezen.

“Het hele strategische denken in West-Europa werd bepaald door de overkant van het IJzeren Gordijn”, vult Paul Goossens aan. “Bij alle veiligheidsdiensten en in de politieke klasse was het wachtwoord ‘Opgepast Voor Het Rode Gevaar’. In functie daarvan werden in de openbaarheid en onder de radar initiatieven genomen en activiteiten gepland die dat als grote doel hadden. Er was een eendimensionale belangstelling van de veiligheid voor links activisme. Daardoor werd extreem-rechts in de politiediensten gedoogd en als loyale medewerkers beschouwd.”

7. Raketten brengen honderdduizenden mensen op straat

In de jaren 80 woedt de Koude Oorlog nog volop en is er nog een echte wapenwedloop tussen Oost en West. Als reactie op de plaatsing van Russische SS20-raketten in Centraal-Europa neemt de NAVO in 1979 het zogenoemde dubbelbesluit. Enerzijds worden 464 kruisraketten voor de middellange afstand en 108 Pershing II-raketten voor de korte afstand geplaatst in een aantal West-Europese landen, met tegelijkertijd een aanbod aan het Oostblok om te onderhandelen over wapenvermindering. Al die raketten kunnen worden uitgerust met kernkoppen.

Het besluit om al die kernraketten in Europa te installeren, leidt in alle betrokken landen tot massabetogingen. In ons land bereikt het protest zijn climax op de antirakettenbetoging van 23 oktober 1983. Hoeveel betogers er zijn, is niet exact vast te stellen, maar onder meer uit het aantal verkochte treinkaartjes en het aantal bussen dat is afgehuurd, kan worden afgeleid dat het er zo’n 400.000 waren. Ondanks al het protest beslist de regering-Martens om toch kruisraketten te plaatsen. Er komen er 20 op de vliegbasis in Florennes.

“De rechterzijde voelt zich vooral geviseerd op het terrein van de Koude Oorlog”, aldus Witte. “In deze tweede Koude Oorlog speelt wederzijdse afschrikking voor een atoomoorlog in de strategie de hoofdrol. België neemt in die tweede Koude Oorlog een bijzondere plaats in: het behoort dan al tot de hardcore van Europa.”

8. De zwartste dag uit de Belgische voetbalgeschiedenis

29 mei 1985 is wellicht de zwartste dag uit de vaderlandse voetbalgeschiedenis. Bij rellen voor de Europacupfinale tussen Liverpool en Juventus op de Heizel in Brussel komen tientallen mensen om het leven. De organisatoren maken een fout door de Italiaanse en Britse voetbalsupporters naast elkaar te zetten. Aangeschoten Britten gooien nog voor de aftrap met stenen naar de Italianen en chargeren. Door de druk van de mensenmassa stort een muur in en vallen mensen naar beneden. Bij de paniek die uitbreekt, worden tientallen mensen vertrappeld.

De ordediensten kunnen nauwelijks iets doen. Toegesnelde hulpdiensten zouden overigens zelf zijn bekogeld door de hooligans. Uiteindelijk vallen 39 doden en honderden gewonden. De slechte staat van het stadion en de ongecoördineerde aanpak van de rijkswacht en de politie worden met de vinger gewezen. Later worden stadions verplicht om onder meer een rampenplan te voorzien bij dergelijke wedstrijden. Het Heizelstadion wordt verbouwd en omgedoopt tot Koning Boudewijnstadion. Toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Charles-Ferdinand Nothomb weigert ontslag te nemen, wat heel wat ophef veroorzaakt.

9. De jaren 80 eindigen in de jaren 90

Eind 1989 valt de muur van Berlijn: het is het begin van het einde van de Koude Oorlog. Met het IJzeren Gordijn verdwijnt ook de tegenstelling tussen West en Oost én de focus op ‘Het Rode Gevaar’. Ook extreemrechts komt zeker na Zwarte Zondag in 1991 meer in beeld.

De meeste eerder genoemde zaken die tijdens de jaren 80 ontsporen, bereiken samen halfweg jaren 90 een climax als de zaak-Dutroux losbarst. Alles wat foutloopt in Justitie en in de gebrekkige samenwerking tussen de politiediensten culmineert.

Het enorme wantrouwen van de bevolking in de instellingen bereikt zijn hoogtepunt in de Witte Mars als naar schatting 300.000 mensen op straat komen voor betere bescherming van kinderen én een beter functionerend gerecht.

Bron » VRT Nieuws

De loden jaren 80

De vele verhalen over de Bende van Nijvel laten zich lezen als de puzzelstukken die samen de jaren 1980 vorm geven. Een handleiding bij een weinig opwekkende Belgische puzzel.

Malgoverno

In de jaren tachtig was een Belgische regering nooit een lang leven beschoren. Tussen het voorjaar van 1979 en het najaar van 1991 kende het land tien regeringen, de meeste geleid door de christendemocraat Wilfried Martens. Een moeizame staatshervorming (1980, 1988), die al meteen ter discussie stond, de oplopende overheidsschuld en de blijvend hoge werkloosheid droegen bij tot het gevoel dat het land politiek en economisch vierkant draaide. De devaluatie van de Belgische frank (1982) was er een teken van. In grote betogingen protesteerden de vakbonden tegen de besparingspolitiek van de regering, de vredesbeweging organiseerde een breed verzet tegen het bij de bevolking erg onpopulaire Navo-besluit om ook in België Amerikaanse nucleaire raketten te bewaren.

Dat na het Heizeldrama (1985, 39 doden) geen enkele minister politieke gevolgen trok uit de gebreken in de ordehandhaving, die toen aan het licht kwamen, versterkte niet alleen de indruk dat de politiek in een malgoverno verzonk, maar ook dat politici weigerden om er de verantwoordelijkheid voor op te nemen. Het wankele politieke klimaat ondermijnde het vertrouwen van burgers in de politiek en in de efficiëntie van de staatsinstellingen – wat de bereidheid om complottheorieën te geloven alleen kon verhogen.

Rijkswacht

Het aanpakken van zware criminaliteit was een opdracht voor de militair georganiseerde rijkswacht en haar Bewakings- en Opsporingsbrigades (BOB). Voor het zware werk was er een elite-eenheid, de Groep Diane, later het Speciaal Interventie-escadron (SIE). Van een heldere afbakening van taken en bevoegdheden met de gerechtelijke politie (GP) (of zelfs met de Staatsveiligheid) was amper sprake.

In de rijkswacht zouden de extreemrechtse sympathisanten zich hebben verenigd in een zogeheten Groep G. De rijkswachttop was ervan op de hoogte, maar sanctioneerde de leden nooit

Dat leidde tot rivaliteiten, een gebrek aan coördinatie en aan onderlinge communicatie en soms zelfs tot regelrechte tegenwerking. Aan die ‘politieoorlog’ kwam pas een einde nadat de nefaste invloed ervan nogmaals duidelijk was geworden in de zaak-Dutroux. De politiehervorming van 2001 leidde tot de oprichting van een federale politie, waarbij de rijkswacht werd opgeheven en de BOB fuseerde met de GP.

Extreemrechts complot

De raadselachtige en moorddadige overvallen van de Bende van Nijvel deden snel tal van complottheorieën ontstaan. Ze zouden passen in een strategie van de spanning in die loden jaren. Extreemrechtse organisaties zouden terreur organiseren met gelijkgestemden in de politie of bij veiligheids- en inlichtingendiensten en in de politiek om het publiek angst aan te jagen en rijp te maken voor een autoritair regime.

In die context zouden de overvallen van de Bende niets met misdadigheid, maar alles met terreur te maken hebben gehad. In de jaren zeventig deden al geruchten de ronde over nog verdergaande plannen, waarbij hoge officieren plannen maakten voor een extreemrechtse militaire staatsgreep. Van de namen die toen werden genoemd, zouden meerdere weer opduiken in de hypothesen rond de Bende, wat de indruk versterkte dat het ene in het verlengde lag van het andere.

Gladio

In de jaren 1990 zou het bestaan bekend worden van zogeheten stay-behind-groepen, een breedvertakt anticommunistisch netwerk dat vooral bekend is als Gladio. Deze paramilitaire organisaties waren opgezet in een Navo-context en werkten onder controle van de veiligheidsdiensten (ook in België) om in het geval van een Sovjet-Russische invasie het verzet te organiseren. Ze beschikten over clandestiene wapen- en munitieopslagplaatsen. In meerdere landen, onder andere in Frankrijk en Luxemburg, zetten ze in de jaren 1980 de organisatie en haar middelen in voor extreemrechtse terreur.

Golf GTI

In de jaren tachtig zouden de Belgische politiediensten, aldus politiek rechts, niet over voldoende middelen of het gepaste materiaal beschikken om het efficiënt op te nemen tegen de grote dreigingen van de tijd: banditisme, maar ook eventuele politieke subversie en communistische agitatie. Een symbool daarvan was de toen nieuwe, kleine, snelle en vinnige Volkswagen Golf GTI. De Bende van Nijvel maakte er graag gebruik van; daartegen waren de klassieke politiecombi’s of de rijkswacht-R4’tjes niet opgewassen. Als, in de complottheorie, een extreemrechtse machtsovername niet lukte, dan zou een betere uitrusting van de rijkswacht – de Golfjes inbegrepen – een geschikt plan B zijn geweest.

CCC

Op het hoogtepunt van de overvallen van de Bende van Nijvel sloeg ook de extreemlinkse terreur toe. De Cellules Communistes Combattantes (CCC) pleegden in 1984-85 ruim een dozijn bomaanslagen op doelwitten die ze op hun symboolwaarde hadden geselecteerd. Daarbij vielen twee doden. De groep, die geen half dozijn leden telde, werd snel opgedoekt. De CCC pasten zozeer bij de maatschappelijke en politieke destabilisering van de tijd dat al snel de theorie opdook dat ook deze terreurgroep was gemanipuleerd door (buitenlandse?) veiligheidsdiensten.

Paul Vanden Boeynants

In de vele, nooit bewezen theo­rieën over een extreemrechtse machtsgreep in België, direct via een coup of indirect, met een carambole via de terreur à la Bende van Nijvel, dook geregeld de naam op van Paul Vanden Boeynants. Deze flamboyante Brusselse christendemocratische politicus (1919-2003) was een sterkhouder van het Belgische unitarisme. ‘VdB’ diende zelfs even als (interim)premier, maar maakte vooral naam als minister van Defensie, wat hij acht jaar lang bleef. Als zijn carrière toch in mineur eindigde, had politiek extremisme daar niets mee te maken, wel zijn veroordeling wegens fiscale fraude.

CEPIC

‘Fatsoenlijk’ rechts en het rechts-radicalisme vonden een snijpunt in onder meer het Cepic (Centre Politique des Indépendants et Cadres Chrétiens). Deze drukkingsgroep in de christendemocratische partij PSC was het politieke vehikel waarmee vooral Paul Vanden Boeynants een tegengewicht wilde vormen voor de invloed van de christelijke vakbond in de partij. De kleurrijke baron ­Benoît de Bonvoisin speelde er een belangrijke rol.

Als deze organisatie – die ideologisch niet te vergelijken valt met analoge verenigingen in Vlaanderen – in het dossier van de Bende opduikt, komt het doordat ze volgens de complottheorieën ook als schakel zou hebben gediend (om contacten te organiseren en financiële middelen te versassen) tussen onder meer sympathiserende rijkswachters en (doorgaans vrij marginale) extreemrechtse organisaties als de NEM-clubs, Forces Nouvelles, het Front de la Jeunesse of Westland New Post. Ook schietclubs, de zogeheten practical shooting clubs, zouden hebben gediend als plek waar rijkswachters en extreemrechtse militanten elkaar ontmoetten.

Groep G

In de rijkswacht zouden de extreemrechtse sympathisanten zich hebben verenigd in een zogeheten Groep G. In deze context duiken de namen op van rijkswachters als Madani Bouhouche, Robert Beijer en Christian Amory. Vanuit deze vrij informele organisatie, waarover overigens maar weinig details bekend zijn, zouden ze contacten hebben onderhouden met onder meer de bevriende schietclubs, extreemrechtse organisaties, gevestigde politici, of gelijkgezinde figuren in het justitiële milieu, zoals Jean Bultot, adjunct-directeur van de gevangenis van Sint-Gillis. De rijkswachttop was op de hoogte van het bestaan van deze groep, maar sanctioneerde de leden nooit.

Roze balletten

Tot de wat ranzige politieke folklore uit de jaren zeventig en tachtig behoren de zogeheten roze balletten, seksfeestjes waaraan vooral leden van de Brusselse beau monde deelnamen. Het bestaan ervan kwam aan het licht bij een verder vrij banale, uit de hand gelopen echtscheiding (het dossier-Pinon). Het kreeg een betekenis voor de Bende van Nijvel (maar ook in tal van andere complottheorieën), omdat extreemrechtse militanten, zoals Jean Bultot, het dossier-Pinon zouden hebben ingezet om politici te chanteren.

Het delicate eraan was dat er minderjarigen bij betrokken zouden zijn geweest. Dat laatste geldt ook voor een ander omstreden dossier uit die tijd, de verkoop aan het Saudische leger van een medisch complex, dat pas tot een ‘goed’ einde kwam met de inzet van smeergeld en van callgirls, onder wie misschien minderjarigen.

Bizar genoeg dook een tiental jaar geleden op het internet een filmpje op van zo’n seksfeestje, waarop kenners onder anderen Jean Bultot herkennen. Het voldoet nagenoeg geheel aan eerdere beschrijvingen van de confituur-orgieën die de roze balletten hun kleur hebben gegeven. De amper geverifieerde verhalen errond speelden ook een grote rol in de theorieën die de roze balletten opnieuw lieten opduiken in de zaak-Dutroux, waarbij ook ‘hooggeplaatsten’ direct betrokken zouden zijn geweest.

Bron » De Standaard