Opinie: Nu de Staatsveiligheid ter discussie staat, is het misschien tijd om een en ander te optimaliseren

Vijftien aanbevelingen om de werking van de Belgische inlichtingendiensten te verbeteren.

1.

Moeite met spionnen die politiek actief zijn? Werk een apart statuut uit voor de analysediensten van de Staatsveiligheid. De buitendiensten – de inspecteurs op het terrein – hebben al zo’n apart statuut, de analisten nog niet. Zij zijn rijksambtenaar en hebben dus het recht om een politiek mandaat op te nemen. Dat kan zo’n apart statuut voor de analysediensten verhelpen. Moedig de diensten ook aan om de deontologische code te finaliseren die in de maak is. En vul het voorziene personeelskader in.

2.

Stel wetgeving op over het declassificeren van geheime documenten. Op dit moment geldt immers: eens geheim, altijd geheim. Pas na declassificatie kan een deel van het historisch archief van de Staatsveiligheid toegankelijk gemaakt worden voor onderzoek. Zo kan er eindelijk klaarheid komen over een aantal dossiers uit de loden jaren tachtig. De kwestie moet sowieso geregeld worden, aangezien de oude Archiefwet in 2009 is gewijzigd. In de regel moeten voortaan alle historisch relevante overheidsdocumenten ouder dan dertig jaar overgedragen worden aan het Rijksarchief.

3.

Maak wetten en richtlijnen op basis van de aanbevelingen van het Comité I, dat de inlichtingendiensten controleert. Stel bijvoorbeeld regels op voor de samenwerking met buitenlandse zusterdiensten. Welke informatie mogen de Belgische inlichtingendiensten doorspelen aan de CIA, MI6 en co.? Analyses of ook persoonsgegevens? Stel daarover criteria op.

4.

Maak werk van een protocolakkoord tussen de Staatsveiligheid en de federale politie om de informatie-uitwisseling te optimaliseren, bijvoorbeeld in de strijd tegen terrorisme. Zorg ook voor een fatsoenlijk beveiligd communicatienetwerk tussen politie, parket en inlichtingendiensten.

5.

De Staatsveiligheid heeft de afgelopen jaren duidelijk inspanningen gedaan op het vlak van communicatie: interviews, persberichten, studiedagen én vier jaar op rij een activiteitenverslag. Geef ook de ADIV (de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, de militaire tegenhanger van de burgerlijke staatsveiligheid) de toestemming om jaarlijks zo’n activiteitenverslag op te stellen – net zoals zijn Nederlandse zusterdienst MIVD dat doet.

6.

Maak een koninklijk besluit dat de evaluatie van de administrateur-generaal van de Staatsveiligheid regelt. Indien de evaluatie van Alain Winants positief is, zet dan de nodige stappen. Voor het gastland van de NAVO en de EU is het niet goed om zo’n belangrijke benoeming zo lang te laten aanslepen.

7.

Professor Rik Coolsaet noemt radicalisme het zout van de samenleving. Voer een debat over de vraag in hoeverre inlichtingendiensten radicale meningen moeten opvolgen.

8.

Neem cybercriminaliteit en -spionage ernstig. De voorbije jaren werden de ministeries van Buitenlandse Zaken, Justitie en Defensie het doelwit van gerichte cyberaanvallen, net als verschillende topfiguren binnen de Europese instellingen. Maar liefst achttien jaar geleden vestigde het Comité I de aandacht op het belang van de beveiliging van informatiesystemen. Voorzie budgetten om cyberexperts voor de inlichtingendiensten aan te trekken.

9.

Stel een wettelijk kader op om de activiteiten van privé-inlichtingendiensten te regelen. Idem dito voor het inschakelen van informanten door de Belgische inlichtingendiensten: maak daar regels voor.

10.

Hervorm het Ministerieel Comité voor Inlichtingen en Veiligheid (MCIV) en het bijbehorende college – de politieke aansturing van de Belgische geheime diensten – om de werking efficiënter te maken.

11.

Mijn archiefonderzoek in Sofia, Boekarest, Praag, Warschau, Berlijn en Boedapest leert dat België al sinds de Koude Oorlog een echte draaischijf is van buitenlandse geheime diensten. Dat is vandaag niet anders. Debatteer over wat die buitenlandse spionnen wel en niet mogen. Neem de controle op buitenlandse inlichtingendiensten ook expliciet op in de wet. En laat het Comité I een onderzoek instellen naar de vraag of de Belgische inlichtingendiensten niet te afhankelijk zijn van de Britse, Franse, Amerikaanse en Israëlische collega’s.

12.

Het antiterreurorgaan OCAD verzamelt en analyseert informatie over terrorisme afkomstig van onder meer de Staatsveiligheid, de militaire inlichtingendienst ADIV en de federale politie. Breng op dezelfde manier informatie samen over georganiseerde misdaad en witwassen, en betrek daarbij ook de Cel voor de Financiële Informatieverwerking.

13.

Breid de begeleidingscommissie van het Comité I uit met senatoren van alle fracties in het parlement, zoals in Nederland het geval is. Laat het Comité I een nota opstellen met de voor- en nadelen van veiligheidsmachtigingen voor de senatoren en voer daarover een parlementair debat.

14.

Vul de functies aan de top van de Belgische inlichtingenwereld in die al veel te lang open staan: adjunct-directeur van het OCAD, adjunct-administrateur-generaal van de Staatsveiligheid én een plaatsvervangend lid van de BIM-commissie. Die commissie van drie magistraten is zeer belangrijk, omdat ze de inlichtingendiensten de toestemming moet geven om bijzondere inlichtingentechnieken aan te wenden.

15.

Volg nauwgezet de verslagen van de BIM-commissie op en zie erop toe dat de inlichtingendiensten hun boekje niet te buiten gaan bij het afluisteren van telefoongesprekken, screenen van e-mails en de inzet van andere bijzondere inlichtingentechnieken.

Bron » De Morgen | Kristof Clerix

Rijksarchief laat oog vallen op archief Staatsveiligheid

Het Nationaal Rijksarchief brengt het archief van Defensie in kaart. De operatie start begin volgend jaar en duurt één jaar. Het Rijksarchief lonkt ook naar het archief van de Staatsveiligheid, maar daar kan het minder op medewerking rekenen.

De Staatsveiligheid bezit in de Brusselse Noordwijk een goed bewaakt archief met een totale lengte van zeven kilometer. In het weekblad Knack geeft Karel Velle van het Algemeen Rijksarchief aan dat een deel van het archief toegankelijk moet worden voor wetenschappelijk onderzoek. Maar de Staatsveiligheid heeft het daar moeilijk mee.

Nochtans zwaait Velle met een aantal wetteksten waaruit moet blijken dat het Rijksarchief wel degelijk een deel van het archief van de Staatsveiligheid kan herbergen. Sinds 2009 moeten overheidsdiensten alle historisch relevante overheidsdocumenten ouder dan dertig jaar overdragen. Daarnaast vormt de privacywet een instrument om een dossier bij de Staatsveiligheid in te kijken.

En met oud-topman Koen Dassen werd mondeling afgesproken om een risicoanalyse uit te voeren op de archieven van de Staatsveiligheid. “Bepaalde archieven hebben nog een maatschappelijk-historisch belang”, zegt Velle in Knack. “Het is ook een kwestie van goed bestuur: na verloop van tijd moet je maatregelen treffen voor de duurzame bewaring van informatie.”

Maar bij de Staatsveiligheid kan Velle op weinig medewerking rekenen. Zowel directeur Alain Winants als Robin Libert, hoofd Analyse van de Staatsveiligheid, houden de boot af en benadrukken in Knack de vele problemen die met een vrijgave zouden gepaard kunnen gaan. Zo geeft de Staatsveiligheid aan dat sommige dossiers ouder dan dertig jaar nog actief gebruikt worden.

Voorts zijn heel wat dossiers geclassificeerd en zou het moeilijk zijn om dat ongedaan te maken. Zelfs open bronnen, zoals krantenknipsels, kan de Staatsveiligheid naar eigen zeggen niet vrijgeven omdat de classificatie slaat op het hele dossier. Ook de toegevoegde knipsels, affiches en flyers.

Een ander argument is de samenwerking met de zusterdiensten. Onzorgvuldig omspringen met informatie zou goede relaties op het spel kunnen zetten. Ook de bekommernis van de inlichtingendienst om hun bronnen te beschermen en de toepassing van de privacywetgeving, zouden de vrijgave van een deel van het archief van de Staatsveiligheid dwarsbomen.

Uiteindelijk haalt de Staatsveiligheid ook de krappe personeelssituatie aan. “Ik denk niet dat we in de huidige situatie op budgettair vlak met open armen ontvangen zouden worden indien we een vraag stellen om over bijkomend personeel te beschikken dat die functie zou uitoefenen”, zegt Winants in Knack.

De samenwerking met Defensie loopt voor het Nationaal Rijksarchief gesmeerder, schrijft MO.be. Maar die gaat dan ook minder ver. Vanaf 1 januari 2011 gaan twee medewerkers gedurende een jaar alle archieven van Defensie in kaart brengen. Defensie bezit over diverse archieven. Het administratief archief bevindt zich in Zutendaal.

Het historisch archief is op het Koning Elisabethkwartier in Evere ondergebracht. Daar bevinden zich ook zes miljoen fiches van iedereen die tussen 1830 en 1988 zijn legerdienst heeft gedaan. Een deel van de info is openbaar. Het audiovisueel archief staat in Peutie. En in het Legermuseum wordt ook nog een deel van het historisch archief bewaard.

Defensie doet een beroep op het Nationaal Rijksarchief voor een status quaestionis. Defensie speelt overigens met het idee om een deel van de historische archieven door te schuiven naar het Legermuseum of het Rijksarchief. “Archieven bewaren is niet de corebusiness van Defensie”, aldus generaal Charles-Henri Delcour, stafchef van het leger.

Bron » Apache

“Notities koning Boudewijn worden nooit openbaar gemaakt”

CD&V-senator en historicus Pol Van Den Driessche betreurt dat de schriftjes van Koning Boudewijn nooit in een openbaar archief terecht zullen komen. Dat leidt hij af op het antwoord dat hij kreeg op zijn brief aan koningin Fabiola, waarin hij erop aandringt dat de schriftjes nooit verloren zouden gaan.

In de schriftjes nam koning Boudewijn nauwgezet notitie van de gesprekken die hij tijdens audiënties gedurende zijn 43 jarig koningschap had. Voor Van Den Driessche bevatten ze dan ook een grote schat aan informatie over een aantal cruciale perioden in de Belgische geschiedenis zoals de koningskwestie, de onafhankelijkheid van Congo, of de plaatsing van kernwapens.

De grootmeester van het Huis van Koningin Fabiola, generaal-majoor vlieger Wilfried Van Kerkhove, antwoordt dat de weduwe van koning Boudewijn de bezorgdheid van Van Den Driessche “ten volle begrijpt en op prijs stelt”, maar hij verwijst ook naar het antwoord van toenmalig premier Guy Verhofstadt in 2006 in de Senaat, dat de notities van Boudewijn geen deel uitmaken van de openbare archieven.

Pol Van Den Driessche betreurt het antwoord omdat hij vreest dat de notities verloren zouden. Uit het antwoord blijkt immers dat de notities nooit zullen worden overgemaakt aan het Koninklijk Archief of het rijksarchief. “Documenten die in privé-handen blijven, krijgen meestal geen goede behandeling, raken verloren of worden verkocht”, voegt hij er aan toe.

Bron » De Morgen

Strafdossiers blijven zeker twintig jaar bewaard

Strafdossiers van criminelen die correctioneel veroordeeld zijn, worden twintig jaar bewaard op de griffie. Daarna wordt een aantal dossiers vernietigd, een ander deel gaat naar het rijksarchief in Bever. Dossiers van geïnterneerden worden altijd bewaard. In ieder geval hebben parket en gerecht steeds inzage in het strafregister van veroordeelden tot zij overlijden. Dat zei minister van Justitie Jo Vandeurzen dinsdag in de Kamer aan Peter Logghe van het Vlaams Belang.

Die vroeg zich af of een Oostenrijkse zaak zoals deze van Jozef Fritzl die zijn dochter jarenlang opsloot, misbruikte en bij haar zeven kinderen verwekte, ook in België mogelijk zou zijn. Fritzl kon zolang onopgemerkt doorgaan omdat een verkrachtingsdossier tegen hem uit de jaren zestig was vernietigd. Logghe besloot dat “zo’n zaak in België dus ook zeker wel zou kunnen”.

Bron » Gazet van Antwerpen

Tentoonstelling 175 jaar Veiligheid van de Staat

Maandag opent in het Algemeen Rijksarchief in Brussel de tentoonstelling Undercover. 175 jaar Veiligheid van de Staat voor het grote publiek. ‘Zelfs na 175 jaar blijft een waas van mysterie hangen over de Veiligheid van de Staat. De tentoonstelling wil die helpen te doorbreken’, klinkt het veelbelovend in de expobrochure. Maar wie geheime informatie of dossiers verwacht, komt – niet geheel onverwacht – niet aan zijn trekken.

“Er bestaan heel wat misverstanden over de Veiligheid van de Staat. Tijdens selectieproeven bijvoorbeeld geven sollicitanten aan dat ze onze dienst linken met afluisteren, huiszoekingen en arrestaties. Terwijl we daar niet bevoegd voor zijn. Sommige studenten van het tweede jaar interieurvormgeving van de Hogeschool Sint-Lukas in Gent, die hebben meegeholpen aan de opbouw van de tentoonstelling, dachten dat alle camera’s op kruispunten rechtstreeks verbonden zijn met onze dienst”, lacht curator Robin Libert, adviseur-generaal van de Staatsveiligheid. Met de tentoonstelling wil de inlichtingendienst een realistisch beeld schetsen van zijn werking en meer openheid creëren.

Een document uit 1896 over mensensmokkel, landkaarten uit de Tweede Wereldoorlog, de bruine aktetas waarmee de Belgische spion Eugène Michiels in de Koude Oorlog strategische informatie doorspeelde aan de Roemenen en Russen, een paraplu-geweer, een terroristenhandleiding uit Afghanistan, het ligt er allemaal op de expo. In een vitrinekast in de hoek prijkt de rode vlag van het Kosovaarse Bevrijdingsleger UCK. “Afkomstig uit hun stocks in België.”

Een van de recentste attributen op de expo is een gesmolten kast uit de WTC-torens, stille getuige van de terreuraanslagen van 11 september. “Die eyecatcher hebben we in bruikleen gekregen van de CIA”, zegt Libert niet zonder trots. “Het is een primeur dat de CIA meewerkt aan een tentoonstelling in het buitenland. Het is trouwens ook de eerste keer dat de Veiligheid van de Staat het grote publiek een blik gunt in documenten uit haar archieven.”

De tentoonstelling richt zich tot een groot publiek. Voor secundaire scholen is een pedagogische map samengesteld. “Analisten van de Veiligheid van de Staat kunnen zelfs ingeschakeld worden als gids.” Qué? “Wees gerust, we gaan geen foto’s nemen van iedereen die passeert.”

De leukste speeltjes van de tentoonstelling staan vlakbij de uitgang: afluisterapparatuur verwerkt in een asbak, boek of pakje sigaretten, een ‘sweepingapparaat’ om afluisterapparatuur in gebouwen op te sporen, een baksteen die ooit dienst heeft gedaan als ‘dode brievenbus’ en nostalgischer hightech die onmiddellijk doet denken aan James Bond. “Allemaal veroverd op landen uit het Warschaupact”, zegt Libert. “Grote diensten in het buitenland hebben een afdeling met technische snufjes. België helaas niet.”

Bron » De Morgen