Proloog
Op zaterdag 28 mei 1983, rond 2u20 ’s nachts, wordt er door onbekenden ingebroken bij “Centre du Bois Paul André” in de Chaussée d’Ophain 4 in Braine l’Alleud.
De buit omvat een laspakket van het merk Oxypack, een slijper van het merk Peugeot 125TM, twee gasflessen – een witte en een oranje, merk Oxypack – en een boorstandaard.
Iets meer dan een week later, op woensdag 8 juni 1983, plegen onbekenden een inbraak in de garage van Michel Jadot. Deze garage bevindt zich op 600 meter van de winkel van Paul André, aan de Chaussée d’Ophain 178 in Braine l’Alleud. De dieven stelen een Saab 900 turbo en schieten de hond van de eigenaar dood.
Tijdens de zomermaanden gebeurt er voor zover we weten niets maar op 10 september 1983 stelen minstens drie onbekende gangsters zeven kogelvrije vesten bij de firma Wittock-Van Landeghem in Temse. Ze vermoorden Jozef Broeders, de echtgenoot van de conciërge. Linda Van Huffelen, de conciërge van de firma, raakt zwaar gewond.
De Saab
Tussen de feiten in Temse en Nijvel wordt de Saab waarschijnlijk nog verschillende keren opgemerkt door getuigen.
Op 10 september, rond 16u, wordt een donkerkleurige Saab opgemerkt op de N4 in Gembloux. In de wagen zaten vijf personen. Van één man wordt robotfoto G7 gemaakt. De wagen had aan de voorkant een Belgische nummerplaat en aan de achterkant een BZ-plaat.
Op 11 september, tussen 15u en 16u30, ziet een getuige op de parking van het museum bij de Leeuw van Waterloo een Saab 900 turbo van donkere kleur.
Tussen 12 en 15 september, de exacte datum is niet gekend, wordt de Saab opgemerkt door een man. Hij merkt de wagen op in de Rue au Gué in Braine-l’Alleud en hij ziet hoe de wagen de Rue Longue in rijdt en uit het zicht verdwijnt.
Op 16 september ziet een getuige op de parking van het GB Autocenter in Sint-Denijs-Westrem een Saab. Van de bestuurder werd robotfoto G5 gemaakt.
De inbraak
Op 17 september 1983, rond 1u ’s nachts, komen een onbekend aantal criminelen aan bij het Colruyt-warenhuis in Nijvel. De daders zijn hoogstwaarschijnlijk met drie en zijn aangekomen met de Saab die ze in juni in Braine-l’Alleud hebben gestolen.
Ze parkeren zich aan de achterkant van het warenhuis en dus uit het zicht van passerend verkeer op de Chaussée de Bruxelles. Ook mensen die gebruik maken van het DATS 24-tankstation kunnen hen niet onmiddellijk zien.
Ze stappen uit, pakken de in mei gestolen snijbrander en beginnen een deur van het warenhuis open te branden.
Rond 1u10 stopt een witte Mercedes bij het DATS 24-tankstation. Het is het koppel Fourez-Dewit. Ze komen uit Parijs en zijn onderweg naar hun huis in Ukkel. Jacques Fourez, die de auto bestuurt, beslist om de autosnelweg te verlaten en in Nijvel te tanken. Bij het DATS-tankstation kan je immers betalen met een magnetische kaart, het is met andere woorden een zelfbedieningsstation. Dat is iets wat toen nog niet overal mogelijk was.
Fourez parkeert zijn wagen tussen de pompen van het tankstation en het gebouw “Fonds des Routes”, dat zich naast het Colruyt-warenhuis bevindt. De wagen staat met zijn voorkant in de richting van de Chaussée de Bruxelles.
De wagen tankt “Super”, die pompen bevinden zich achteraan. Bij een Mercedes bevindt de benzinedop zit aan de rechter achterkant van de wagen. Jacques Fourez begint benzine te tanken. Als hij klaar is, steekt hij het benzinepistool terug in de pomp en wandelt naar de voorkant van zijn wagen om de benzinetank te vergrendelen.
Wanneer hij richting de achterkant van het warenhuis kijkt, merkt hij dat er een auto en inbrekers aan de Colruyt staan. Eén gangster begint met een pistool kaliber 7.65mm naar Jacques Fourez te schieten. Wanneer de man dichterbij komt, schiet hij Fourez neer met één kogel ter hoogte van het rechter oor. Fourez valt achterover. Het uur op zijn horloge geeft 1u15 aan.
Vanuit haar wagen ziet Elise Dewit de moord op haar man gebeuren. Ze stapt uit om haar man te kunnen helpen. Op het moment dat zij uitstapt, komt de moordenaar van haar man aan bij de openstaande autodeur van de bestuurder. Hij vuurt een schot af maar mist. De 7.65mm-huls wordt teruggevonden aan de rechterkant van de Mercedes.
Elise Dewit heeft geen schoenen aan. Wanneer ze ter hoogte van het lichaam van haar man komt, wordt ze door één van de gangsters vastgegrepen. Er ontstaan een worsteling waarbij ze haar bril verliest. Ze wordt naar de achterkant van het warenhuis gesleept. Daar wordt ze door een gangster vermoord met twee of drie kogels van het kaliber .22 LR in de bovenkant van haar hoofd.
Eén van de gangsters veegt het bloed op met de sjaal van het slachtoffer. De sjaal wordt nadien teruggevonden ter hoogte van het gebouw “Fonds du Route”. Het lichaam van Elise Dewit wordt naar de achterkant van het warenhuis gesleept. Daar wordt nogmaals een schot in de rechterkant van haar hoofd afgevuurd. Het lichaam wordt daarna nog één keer versleept.
Inmiddels wordt het lichaam van Jacques Fourez ook naar de achterkant van het warenhuis gesleept, tot tegen het hek. Daar wordt met wapen kaliber .22 drie keer op hem geschoten. Twee kogels treffen hem in de linkerkant van zijn hoofd. Daarna wordt het lichaam nog één versleept.
Na de moord op het koppel Fourez-Dewit stapt één van de gangsters in de Mercedes. Hij rijdt ermee naar de achterkant van het warenhuis en parkeert de wagen rechts van de deur die de gangsters aan het open maken zijn. De voorkant van de wagen staat in de richting van het centrum van Nijvel. De Saab staat links van de deur, met zijn voorkant richting het gebouw “Fonds des Routes”.
De gangsters gaan verder met het open branden van de deur. Als dit gebeurd is, betreden de daders het warenhuis. Om 1u23 treedt het stil alarm in werking en wordt de beveiliging van Colruyt, gevestigd in Halle, verwittigd. Zij verwittigen op hun beurt om 1u26 de rijkswacht van Nijvel.
Terwijl het alarm in werking treedt, zijn de daders volop bezig met het stelen van producten uit het warenhuis: koffie, olie, chocolade, … De Saab zit stampvol.
De aankomst van de rijkswacht
Om 1u30 komt een Nijvelse rijkswachtpatrouille ter plaatse en ze begeven zich naar de achterkant van het warenhuis. In de combi, een Ford Transit, zitten Marcel Morue en Jean-Claude Lacroix.
De rijkswachters parkeren hun combi op ongeveer drie meter afstand van de Saab. Op het moment dat de rijkswachters uitstappen, worden ze praktisch onmiddellijk onder vuur genomen door een gangster met een riot gun.
Het verhaal van rijkswachter Lacroix
Op het moment dat Jean-Claude Lacroix uitstapt, wordt een schot afgevuurd met een riot gun, kaliber 12. Verschillende projectielen treffen de linker bovenkant van de deur van de bestuurder. De schutter bevindt zich tegenover de combi, in het verlengde van de linker flank van het voertuig.
Lacroix zoekt beschutting tegen de linkerkant van de combi. Hij trekt zijn wapen, een FN-pistool kaliber 7.65mm, en vuurt tweemaal in de richting van de schutter. Er worden nadien twee hulzen gevonden in de combi. Daarna loopt hij langs het voertuig naar de achterkant van de combi, waar hij schuilt. Daar vuurt hij nogmaals in de richting van de gangster.
Wanneer hij aan de rechterkant van de combi komt, ziet hij Marcel Morue. Hij staat bij het portier van de combi. Morue vraagt om versterkingen op te roepen. Onmiddellijk daarna valt Morue op zijn rug. Daarop beslist Lacroix om het gevecht af te breken en zich voor dood te houden, met zijn lichaam op de vloerplaat rechtsvoor in het voertuig, zijn benen bungelend aan de buitenkant.
Een dader komt naar hem toe en wilt hem afmaken. Hij vuurt één schot af maar het schot ketst af op het epaulet van zijn uniform. Hierdoor zal Lacroix de feiten aan het warenhuis overleven.
Lacroix heeft tijdens het vuurgevecht één dader opgemerkt. Het is een man van ongeveer 1m80 groot met een gemiddelde lichaamsbouw, een ringbaar en gekleed in een driekwart regenjas.
Het verhaal van rijkswachter Morue
Wanneer de rijkswachtcombi aankomt aan de achterkant van het warenhuis stapt Marcel Morue uit, met zijn UZI-mitrailleur in de hand. Wanneer Lacroix bij hem komt, staat hij nog steeds achter het portier van de combi. Op een bepaald moment valt Morue op zijn rug, hij is in zijn rechter enkel getroffen door twee kogels, kaliber .45.
Hij ligt op zijn linker kant, zijn gezicht in de richting van het gebouw “Fonds des Routes”. Wanneer hij probeert op te staan, wordt hij aan zijn rechterkant getroffen door een schot uit een riot gun, kaliber 12. Hij schot komt uit de richting van de Mercedes. Direct daarna wordt een tweede keer geschoten met de riot gun. Een projectiel raakt Morue in de nek.
De man met de riot gun schiet nog een derde keer naar Morue, de projectielen raken Morue vol in het hoofd. Er worden ook nog twee kogels kaliber .22 LR gevonden in de linker onder arm van de rijkswachter. De onderzoekers hebben niet kunnen ontdekken wanneer deze werden afgeschoten.
De vlucht
Na het vuurgevecht met de rijkswacht nemen de gangsters de UZI-mitrailleur, de twee FN 7.65mm-pistolen en de walkie-talkies van de rijkswachters af. Lacroix hoort één van de gangsters zeggen: “Oh, le salaud, il avait une UZI”.
Ze stappen in de Saab en de Mercedes van het vermoorde koppel, vertrekken vanop de parking en rijden via de Chaussée de Bruxelles richting Braine-l’Alleud. De Saab vertrekt met gedoofde lichten, de Mercedes met de lichten aan. Wanneer de gangsters naar hun wagens stappen, hoort Lacroix één van hen zeggen “Maintenant on se tire” of “Maintenant on se barre”.
Wanneer de gangsters vertrokken zijn, slaat Lacroix via de radio in de combi alarm. Zijn bericht is kort maar krachtig: “Marcel a été tue! Vite. Du renfort!” Het is op dat moment 1u34.
Na de dramatische oproep van Lacroix wordt er alarm geslagen. Om 1u41 komen de versterkingen van de rijkswacht aan bij het Colruyt-warenhuis. Ondertussen plaatst de rijkswacht van Braine-l’Alleud een wegblokkade aan het kruispunt “Cosmos”, de kruising van de Chaussée de Nivelles en de Route du Lion.
Een politiewagen met drie agenten – Brigadier Bernier, inspecteur Ruys en agent Lemal – patrouilleert in de buurt van de wegblokkade in Braine-l’Alleud wanneer zij de oproep ontvangen. Ze rijden van de Avenue Allard de weg Nijvel-Eigenbrakel op en omstreeks 1u40 zien ze een witte Mercedes en een Saab aan hoge snelheid rijden en ze zetten de achtervolging in.
Iets verderop merken de agenten dat de Mercedes aan de rechterkant van de weg staat. Aan de overkant van de weg staat de Saab geparkeerd. Ze staan ter hoogte van het nummer 142 van de Chaussée de Nivelles, aan de bar “Diable Amoureux”.
De bestuurder van de Mercedes stapt uit en de agenten zien dat de man een riot gun vast heeft. De man is licht kalend, heeft een breed voorhoofd, gekrulde haren en draagt een “Canadees hemd”.
Wanneer de politieauto de twee auto’s passeert, openen die van beide kanten het vuur. Politieman Benoit Ruys, die de VW Golf bestuurt, wordt geraakt aan het hoofd maar kan de controle over het voertuig behouden. Eén van de daders schiet vanuit de Saab naar de achterkant van de politieauto, die in volle vaart richting naar het kruispunt “Cosmos” rijdt.
Na de confrontatie met de politie laten de daders de Mercedes achter en ze maken rechtsomkeer. Waarschijnlijk zijn ze dan naar de Ferme de Hougoumont gereden om er te schuilen want rond 2u ’s nachts merkt een getuige op hoe een voertuig met verschillende passagiers zich gedurende één of twee uren verbergt achter een hooimijt achter zijn hoeve.
De verdwijning
Vijf uur later, rond 7u ’s morgens, hoort een man die aan de Chaussée d’Alsemberg in Braine-l’Alleud woont, knallen van zwaar kaliber in zijn omgeving. Tien à vijftien seconden later volgt een tweede reeds knallen. Hij kijkt uit zijn raam maar ziet niemand. Is dit het moment dat de gangsters de Saab achterlaten aan de Chaussée d’Alsemberg 406 in Braine-l’Alleud?
Meer dan twee uur later, rond 9u30, wordt de Saab ontdekt. De buit van de overval zit nog in de wagen en de rechter achterband van het voertuig is plat. De daders hebben deze proberen te vervangen want de krik stond onder de wagen.
Er wordt de hulp ingeroepen van een speurhond. Deze volgt een spoor vanaf de Saab tot net voorbij het kruispunt Mont-Saint-Pont, ongeveer 300 meter verder. Daar raakt de hond het spoor kwijt. Vermoedelijk zijn de daders daar in een andere auto gestapt.
Daders
Het exacte aantal daders aan het Colruyt-warenhuis is onbekend. Vermoedelijk waren er drie. Van één personen is er een omschrijving:
- Een man van ongeveer 1m80 groot
- Gemiddelde lichaamsbouw
- Een ringbaard
- Gekleed in een driekwart regenjas
Het exacte aantal daders van de schietpartij aan “Diable Amoureux” is onbekend. Vermoedelijk waren er drie; twee gangsters in de Saab en één in de Mercedes. Van één persoon, de chauffeur van de Mercedes, is er een omschrijving:
- Gewapend met een riot gun
- Licht kalend
- Breed voorhoofd
- Gekrulde haren
- Draagt een “Canadees hemd”
Wapens
Colruyt Nijvel:
- Jachtgeweer, riot gun kaliber 12
- Pistool .22 RL FN
- Revolver .357 Magnum
- Pistool 9mm
- FN-Pistool 7.65mm
- Colt 1911 .45
Diable Amoureux:
- Riot Gun 1
- Riot Gun 2
Slachtoffers
Het drama heeft aan drie mensen het leven gekost.
Jacques Fourez was het eerste slachtoffer. Hij werd neergeschoten met een kogel van kaliber 7.65mm en afgemaakt met twee kogels van het kaliber .22.
Elise Dewit, de vrouw van Jacques Fourez, werd vermoord met vijf kogels uit het .22-wapen.
Rijkswachter Marcel Morue werd minstens drie keer beschoten door een riot gun. Hij werd ook geraakt door een 2 kogels van kaliber .45 en twee kogels uit het .22-pistool.
Zijn collega, Jean-Claude Lacroix, raakte gewond maar overleefde de feiten. Politieagent Benoit Ruys raakte eveneens gewond toen hij met de politiewagen door het kruisvuur reed.