Nederlandse connectie

De verdachte villa

Vier miljoen pagina’s telt het Bendedossier inmiddels. Honderden speurders en magistraten hebben in de loop der jaren aan de zaak gewerkt. Het voornaamste werk werd destijds verricht door Freddy Troch, de kleine onderzoeksrechter uit Dendermonde. Hij was het die in 1986 in de buurt van het Hellend Vlak van Ronquières duikers in het kanaal deed afdalen.

Ze vonden er de babykoffer van de Delhaize in Aalst, het kogelvrije vest dat die avond werd gedragen door de man die David neerschoot. En wapens. De vondst in het kanaal Brussel-Charleroi is de enige echte stap voorwaarts die het gerecht in 28 jaar onderzoek stelde. De wapens maakten het mogelijk om via ballistisch onderzoek een materieel verband te leggen tussen 23 feiten tussen 1982 en die waanzinnige avond in Aalst.

Freddy Troch kon een beroep doen op de zogeheten cel-Delta, een team van de beste rechercheurs die in die tijd bij rijkswacht en gerechtelijke politie te vinden waren. De cel-Delta bleef nog jaren na de aanslag speuren, wroeten, contacten aanspreken in het milieu. Op 29 maart 1990 we zijn bijna vijf jaar na de feiten stellen zij een vertrouwelijk rapport op voor onderzoeksrechter Troch: “Aan de Immerzeeldreef te Aalst staat een villa met strodak. Kort voor de feiten in Aalst zouden daar enkele onbekende personen hun intrek hebben genomen om na de feiten te Aalst plotseling te vertrekken.”

Een tweede rapport volgt op 6 april 1990: “Uit inlichtingen bekomen bij notaris Peers te Erembodegem blijkt dat een aantal Nederlanders in de eerste helft van 1985 op hem beroep deden voor de stichting van PVBA Ocean Trading. (…) De notaris tot de oprichting van de PVBA niet te zijn overgegaan omdat deze personen wantrouwen inboezemden door hun gedragingen en uitlatingen.” Het bedrijf, zo staat er, zou aan “import en export” gaan doen van niet nader te omschrijven goederen. Er worden namen teruggevonden van de Nederlanders die hun intrek namen in de villa in de Immerzeeldreef 194: Bertus L., Roberto B. en Wilhelmus P.

Een buurtonderzoek leert dat de villa tot in augustus 1985 werd verhuurd aan L. en dat het er een dagelijks en vooral nachtelijk komen en gaan was van mensen in dure BMW’s en Mercedessen. De Nederlanders hadden weinig of geen contact met hun buren, zo rapporteert de cel-Delta: “Niemand in de buurt schijnt ooit geweten te hebben waarvan men, de Nederlanders, leefde en hoe het mogelijk was grote sier te maken met zulke grote wagens. (…) Ook maakten ze zich de bedenking dat kort na de feiten te Aalst op een slag en een keer er dan niemand meer te zien was.”

De villa werd begin februari 1985 gehuurd door Bertus L., die drie maanden huishuur betaalde en daarna niets meer. In augustus 1985 kwam de huisbaas de sloten vervangen, waarna de Nederlanders niet echt uit beeld verdwenen, maar voortdurend van woonplaats veranderden. Ze doken nu eens op in hotels of flats in Hekelgem, dan weer in Oordegem en dan weer in Erpe-Mere. De Nederlanders waren bekende figuren in het uitgaansleven rond Aalst. Ze werden vaak opgemerkt in ruigere etablissementen als The Vogue, The Fatz, The Golden Dollar en El Gringo. De door Bertus L. nagelaten adressen, in Amsterdam en Hoofddorp, bleken allemaal nep.

Jean Bultot

Het is niet de enige keer dat in het Bendeonderzoek richting Nederland wordt gewezen. Op 10 november 1985 wordt in het Bois de la Houssière het uitgebrande wrak teruggevonden van de Golf GTI die de Bende in Aalst heeft gebruikt. Naast het wrak liggen de restanten te smeulen van documenten die eveneens dienden te verdwijnen.

In het gerechtelijk lab kunnen enkele snippers worden gered. Het gaat om notities die werden gemaakt tijdens een lezing over wapens door de vroegere gevangenisdirecteur Jean Bultot. Zijn naam zal later om de haverklap opduiken in het Bendedossier, de man zal op zeker ogenblik de wijk nemen naar Paraguay.

Een van de betere vrienden van Bultot is Antoine Delsault, een voltijdse spion van de Staatsveiligheid. Maar dat laatste lijkt Bultot niet te weten. Hij neemt Delsault in die mate in vertrouwen dat hij op 8 november 1985 (daags voor de aanslag) bij hem op bezoek gaat. “Hij vroeg me of ik hem een mitraillette kon bezorgen daar een van zijn vrienden die dringend nodig had”, aldus Delsault in een verklaring aan de cel-Delta op 3 december 1987.

Jean Bultot

Jean Bultot

Daags na de aanslag in Aalst, op zondag 10 november 1985, staat Bultot opnieuw voor de deur, voor het aperitief. Deze keer maakt Delsault een bandopname van het gesprek. Die opname zou zich vandaag ergens in de ruime archieven van de Belgische Staatsveiligheid moeten bevinden. Het is voor vele mensen duidelijk dat er ergens een connectie is tussen de Bende van Nijvel en Jean Bultot. Zie de verbrande papiertjes in het Bois de la Houssière. Maar wat betekent het?

Terug dat ene moment, waarop Bultot vrijuit spreekt en niet als een brok opgejaagd wild die roept en tiert dat “ze” die gruwelijke feiten in zijn schoenen willen schuiven, zoals hij in de jaren die volgen zal blijven doen.

Jean Bultot, aperitievend bij zijn goede vriend Antoine Delsault, in proces-verbaal 101.747 van de cel-Delta: “Tijdens ons gesprek werden de feiten van Aalst aangehaald die de dag voordien waren gebeurd. Hij, Jean Bultot dus, beweerde dat men die feiten in de schoenen van extreem rechts wou schuiven. Het gesprek ging verder, hij zei dat het vreemd was dat het steeds een Delhaize was en dat het om afpersing ging. Hij zei dat het Nederlanders waren.” Bultot noemde ook een naam. Die van de tegenwoordig in de VS een gevangenisstraf uitzittende topcrimineel Henk Romy.

Het onderzoek omtrent de villa met het dak van stro aan de Immerzeeldreef 194 is nooit voltooid. Alles wijst erop dat Bertus L. als dat al zijn echte naam was deel uitmaakte van het Amsterdamse milieu. Voor het overige is het één en al mist. De data op de vergeelde stukken verraden waarom.

Op 18 juni 1990, zo leert ons de Bendeliteratuur, wordt op het parket-generaal in Bergen een vergadering belegd met dertien vooral Franstalige magistraten. Op 11 december 1990 wordt Freddy Troch na een tussenkomst van minister van Justitie Melchior Wathelet verplicht om al zijn dossiers af te staan aan zijn ambtsgenoot in Charleroi. De documenten over het Nederlands-Aalsterse spoor bevinden zich ergens onderaan een berg van 4 miljoen pagina’s.

De wereld is klein

“Het leven stroomt uit mij. Ik voel nu wel duidelijk waar ik geraakt ben: in mijn heup. Mijn been is eraf, denk ik. ‘Ik zal nu wel vlug dood zijn.’ Er komt een soort rust over mij. Ik heb me al bij de dood neergelegd. Ik ben bewusteloos. ‘Hela! Bij mij blijven!’, roept een man. Ik voel iemand aan mijn lijf schudden en onophoudelijk vloeken. ‘Gotverdegotver…’ aan één stuk door. ‘Hoe is je naam?’ vraagt de man. ‘Wie zijn je ouders?’ Ik versta hem moeilijk. Hij maakt me duidelijk dat hij van de politie is. Ik probeer te kijken, maar kan niks zien. Waar woon je? Met een heel flauw stemmetje antwoord ik: Hyacintenstraat 43.”

David Van de Steen is meegekomen. Hij vloekt. Hij leest de dossierstukken die we hebben meegebracht en begint verwoed huizen aan te wijzen. “Hier deed ik mijn eerste communie, in het kerkje, daar waar we nu staan. De Immerzeeldreef. Langs hier gingen wij naar school. Langs hier passeerden wij elke dag meerdere keren. Mama, papa, Rebecca, ik. We zijn op tweehonderd meter van de Hyacintenstraat 43. Nee, ik heb nooit wat gemerkt aan dat huis. Ik heb mijn ouders nooit horen spreken over Nederlanders. Hebben zij ons herkend? Man, dit is bangelijk.”

Bij de CWB tempert onderzoeksleider Eddy Vos de opwinding. “De moorden van de Bende van Nijvel waren alle zinloze moorden”, zegt hij. “Wie achterblijft, zal als vanzelf zijn hele leven lang blijven zoeken naar een vorm van ‘zin’ die erachter kan hebben gezeten. Het is hard om te zeggen, maar niet alleen de leden van de familie Van de Steen kregen een genadeschot.” Vos heeft was opzoekingen verricht. De Nederlandse piste zegt hem op het eerste gezicht niets. Er zijn in 1990 wat faxen naar Nederland verstuurd en de piste is terzijde geschoven.


Bron » De Morgen | Douglas De Coninck | Oktober 2010