Wilfried Martens: Van vele markten thuis

10 oktober 2013

Als een van de langst regerende eerste ministers domineerde Wilfried Martens de Belgische politiek tijdens de jaren 80 van de vorige eeuw. Als premier werkte hij aan de hervorming van België tot een federaal land. Hij was ook de man van het herstelbeleid en de devaluatie van de frank, en degene die de abortuskwestie oploste.

Wilfried Martens wordt op 19 april 1936 geboren in het Oost-Vlaamse Sleidinge. Hij volgt Latijn-Grieks in het Sint-Vincentiuscollege in Eeklo. In 1955 gaat hij rechten studeren in Leuven en alhoewel het gezin Martens niet flamingant is, engageert hij zich in de Vlaamse Beweging. In 1957 wordt hij voorzitter van het Vlaams Jeugdkomitee voor de Wereldtentoonstelling, dat ijvert voor de erkenning van het Nederlands op de Wereldtentoonstelling.

Na zijn studies gaat hij werken voor de Vlaamse Volksbeweging. Hij organiseert onder andere mee de twee Vlaamse marsen op Brussel en werkt zijn ideeën over het “unionistisch federalisme” uit, ideeën die op gemengde reacties binnen de Vlaamse aanhang werden onthaald.

Ondanks deze Vlaamse achtergrond treedt Martens niet toe tot de Volksunie, maar wordt hij in 1965 lid van de CVP. Hij begint er zijn carrière bij de CVP-jongeren, waarvan hij in 1967 voorzitter wordt. Samen met onder anderen Jean-Luc Dehaene en Miet Smet vormt hij het “Wonderbureau”, jonge hemelbestormers met progressieve ideeën. Onder zijn voorzitterschap werkten de CVP-jongeren drie geruchtmakende manifesten uit over meer autonomie voor Vlaanderen en de regionalisering van België en de samenwerking met andere niet-katholieke progressieven.

In 1972 wordt Martens voorzitter van de CVP, een functie die hij zeven jaar vervult. Zijn gedachten over de federalisering van België nemen concretere vormen aan en samen met onder anderen Hugo Schiltz (VU), Lucien Outers (FDF), en jonge socialisten zoals Karel Van Miert en André Cools werkt hij aan het Egmontpact, dat een concrete vorm aan die federalisering moet geven.

Het akkoord dat in 1977 werd gesloten door de meerderheidspartijen van de regering Tindemans II (CVP-PSC, BSP-PSB, VU en FDF) omvat afspraken over een hele reeks punten, zoals de invoering van gemeenschappen en gewesten, de splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde en een inschrijvingsrecht voor Franstaligen in 13 Nederlandstalige gemeenten rond Brussel.

Aan Vlaamse kant rees fel protest, vooral tegen de toegevingen aan de Franstaligen in de Brusselse rand, wat uiteindelijk tot een politieke crisis en het dramatische ontslag van premier Tindemans in 1978 leidde. Ook verschillende partijen raakten intern verdeeld. De radicale aanhang van de VU scheurde zich af, de nationale socialistische partij viel uiteen en binnen de CVP kwamen de meningsverschillen tussen premier Tindemans en voorzitter Martens op de voorgrond.

Na deze politiek woelige tijden komt de 43-jarige Martens in 1979 op relatief jonge leeftijd aan het hoofd van de regering te staan. In vier regeringen, met wisselende samenstelling, slaagt hij erin een tweede grote staatshervorming door te voeren. Er komen twee gewesten met plaatsgebonden bevoegdheden. De drie Cultuurgemeenschappen worden omgevormd tot gemeenschappen die bevoegd waren voor persoonsgebonden aangelegenheden.

Rond die tijd verslechtert de economische toestand zienderogen. Het tekort op de begroting loopt op tot 16 procent, maar als Martens drastische maatregelen voorstelt met een “urgentieplan”, wordt hij niet gevolgd door de socialisten. Een kort intermezzo met Mark Eyskens als premier eindigt eind 1981 met een grote nederlaag van de CVP.

Na de verkiezingen besluit Martens daarom het roer radicaal om te gooien door met de liberalen in zee te gaan. Er volgen meteen drastische maatregelen om de economie weer op het spoor te krijgen. Begin 1982 wordt de Belgische frank met 8,5 procent gedevalueerd, de automatische loonindexering wordt opgeschort en er wordt fors gesnoeid in de overheidsuitgaven.

Later beschrijft Martens deze regering als zijn meest succesvolle. “De grote kracht van die regering was dat het een beperkte regering was die bestond uit ministers die niet om de haverklap naar hun partijvoorzitters moesten bellen. Bovendien konden we twee jaar met bijzondere machten regeren, waardoor belangrijke beslissingen snel genomen konden worden.”

Na de verkiezingen van 1985 zet Martens zijn herstelbeleid voort met de liberalen, maar de perikelen in Voeren rond de benoeming en het ontslag van José Happart als burgemeester gooien roet in het eten. De spanningen tussen de Vlamingen en de Franstaligen in de regering lopen op en leiden tot de val van Martens VI.

Na de verkiezingen van 13 december 1987 en 148 dagen regeringsvorming gaat Martens opnieuw in zee met de socialisten en de VU. Deze regering Martens VIII voert een derde grote staatshervorming door. De bevoegdheden van de Gemeenschappen worden uitgebreid en zij krijgen het hele onderwijs onder hun vleugels. Voorts werd er een akkoord bereikt over de inrichting van het Brusselse Gewest.

In 1990 moet Martens een constitutionele crisis bedwingen omdat koning Boudewijn weigert om de abortuswet die door het parlement werd goedgekeurd te ondertekenen. Met de nodige creativiteit verklaarde de regering de koning “tijdelijk in de onmogelijkheid om te regeren”, waarna ze de wet zelf ondertekende. Een dag later herstelden de Kamer en de Senaat Boudewijn weer in zijn koninklijke bevoegdheden.

Intussen was Jean-Luc Dehaene meer en meer op de voorgrond getreden als de sterke man binnen de CVP en na “zwarte zondag”, de verkiezingen van 24 november 1991 die een doorbraak voor het Vlaams Blok brachten, werd Martens aan de kant geschoven als premier. Op enkele maanden na was hij 13 jaar premier geweest. Na zijn aftreden werd hij benoemd als minister van staat.

Toch betekende het vertrek uit de Belgische politiek niet het einde van de politieke carrière van Martens, die zijn volle aandacht nu op Europa wierp. Zo werd hij in 1990 voorzitter van de Europese Volkspartij (EVP), de christendemocratische fractie in het Europees Parlement, een functie die hij meer dan 20 jaar zou uitoefenen. Martens was ook enkele jaren Europarlementslid, maar toen de CVP niet hem maar Miet Smet de eerste plaats gaf op de lijst voor de Europarlementsverkiezingen, besloot hij niet meer op te komen.

Martens was ook de eerste premier van wie privézaken bekend raakten, zoals zijn openhartoperatie, het zware ongeval van zijn zoon en later ook de scheiding van zijn tweede vrouw en het huwelijk met Miet Smet. Eind december 2008 trad Martens nog even op het toneel van de nationale politiek om als “koninklijk verkenner” een poging te doen om de politieke impasse na het ontslag van de regering Leterme I te ontwarren. In oktober 2012 werd Martens nogmaals herkozen tot voorzitter van de EVP.

Bron » VRT Nieuws

Tags:

Menu