Jury veroordeelt zes van de acht beschuldigden in zaak-Cools

8 januari 2004

Richard Taxquet, privé-secretaris, en Pino Di Mauro, chauffeur van wijlen Alain Van der Biest, zijn gisteren in Luik veroordeeld als opdrachtgevers van de moord op minister van Staat André Cools. De jury had na twaalf jaar onderzoek slechts vijf uur nodig om tot die uitspraak te komen.

Het was gisteren drie uur in de namiddag toen de Luikse volksjury zes van de acht beschuldigden in de zaak-Cools veroordeelde wegens de moord op André Cools en de moordpoging op zijn toenmalige levensgezellin Marie-Hélène Joiret.

Na amper vijf uur beraadslaging hadden de juryleden al een uitspraak klaar. Dat wijst er in elk geval op dat er weinig meningsverschillen waren en dat het oordeel van de 12 juryleden over het aandeel van elk van de betrokkenen gelijklopend was.

De jury in de zaak-Cools heeft geoordeeld op grond van de feiten. Ze oordeelde niet vanuit de buik, maar rationeel, met het dossier in het achterhoofd. Voor Richard Taxquet, Pino Di Mauro, Ioachino Contrino, Carlo Todarello en de afwezige beschuldigden Domenico Castellino en Carlo Todarello oordeelde de jury dat ze een onmisbare rol hadden gespeeld in het moordcomplot tegen André Cools. De jury erkende hiermee dat de moord op Cools geregeld werd op het kabinet van PS-minister Alain Van der Biest.

De laatste dagen van het proces was voor de juryleden echter ook duidelijk geworden dat de directe medewerking van twee verdachten niet vast stond. Daarom ontsnapten Mauro De Santis en Silvio De Benedictis de dans. Beiden hebben in een eerste fase aan het moordplan meegewerkt, maar het is onvoldoende duidelijk of ze dat tot het einde hebben gedaan.

De Santis en De Benedictis werden vrijgesproken en verlieten als vrije mannen de assisenzaal. Meester Jean-Philippe Mayence, de advocaat van De Santis, liet zijn tranen de vrije loop net als zijn collega Jean Mignon, de advocaat van Silvio De Benedictis. Mauro De Santis kon alleen nog uitbrengen “dat hij helemaal kapot was.”

Openbaar aanklaagster, Marianne Lejeune, vroeg daarna tijdens de debatten over de strafmaat een levenslange gevangenisstraf voor de veroordeelden Richard Taxquet en Pino Di Mauro. De oud-kabinetsmedewerkers van Alain Van Der Biest kunnen volgens haar op geen enkele verzachtende omstandigheid rekenen. Taxquet was volgens de aanklaagster “het brein achter de twee Tunesische moordenaars”, Di Mauro was hun “gewapende hand”.

“Beide veroordeelden zijn in elk stadium van het moordplan tussenbeide gekomen. Zonder hen zou André Cools niet zijn vermoord.” Pino Di Mauro was de enige van de zes aanwezige beschuldigden die elke dag na afloop van de zitting naar huis mocht.

De aanklaagster riep de juryleden op Taxquet en Di Mauro in elk geval een straf te geven die hoger is dan twintig jaar, indien zij toch enige verzachtende omstandigheden zien. “De Tunesische uitvoerders hebben twintig jaar gekregen. De bedenkers van het moordplan op Cools kunnen toch niet minder krijgen.”

Advocate-generaal Lejeune verwierp ook krachtig het argument van de verdediging dat de feiten te lang geleden zijn en dat de redelijke termijn voor een veroordeling is verstreken. “Stel dat morgen de doders van de Bende van Nijvel alsnog voor het assisenhof zouden terechtstaan, zou een jury hen dan een lage straf geven omdat de feiten zich twintig jaar geleden hebben voorgedaan”, vroeg ze retorisch.

Voor de 43-jarige Luigi Contrino vroeg Lejeune verrassend genoeg een zeer zware straf: tenminste 30 jaar. “Zijn rol was essentieel”, aldus Lejeune. Contrino legde in Sicilië de contacten voor de rekrutering van de Tunesische doders en heeft hen ook bij hun aankomst in Luik opgevangen.

Contrino’s advocaat, meester Swennen noemde die eis buitensporig. Volgens hem zat Contrino in het moordplan aan het einde van de ketting en heeft hij bovendien een blanco-strafblad, wat allerminst kan gezegd worden van de andere veroordeelden.

Voor de afwezige beschuldigden die ook schuldig werden bevonden, Domenico Castellino en Cosimo Solazzo, eiste de openbaar aanklaagster 25 jaar. Beiden houden zich in Italië schuil voor de Belgische justitie.

De enige die op clementie kon rekenen van de openbaar aanklager was spijtoptant Carlo Todarello. Voor hem vroeg de aanklaagster een gevangenisstraf van 15 jaar. “In tegenstelling tot de overige veroordeelden heeft hij zijn aandeel in de moord bekend. Hij is volgens jullie verdict een moordenaar, zeker, maar hij werkte met het gerecht mee en heeft zijn leven gebeterd.”

Bron » De Standaard

Tags: ,

Menu