De politieke erfenis van Philippe Moureaux, de laatste der marxisten

15 december 2018

Philippe Moureaux (79) zal altijd herinnerd worden als de man van de wet op discriminatie, van het vreemdelingenstemrecht en van het multiculturele Sint-Jans-Molenbeek. Maar hij is veel meer dan dat. “Hij had een heilig vuur voor de gewone man.”

“Zo’n ontzettend lieve man”, zucht een vrouw die elke dag met haar hondje passeert voor het flatgebouw waar Philippe Moureaux heeft gewoond. Meer dan een knikje was het niet, relativeert ze meteen. En het was lang geleden dat ze hem nog had gezien. Voor zij die hem kenden, komt het overlijden van Philippe Moureaux niet als een verrassing. Hij was al twee jaar ernstig ziek. Het ziekenhuis in en uit.

De minister van Staat en twintig jaar lang burgemeester van Molenbeek woonde dus in een appartement in zijn gemeente, met sinds enkele jaren zijn dochter Cathérine Moureaux op amper een paar honderd meter van hem.

“Het typeert Philippe Moureaux dat hij altijd in dat kleine flatje is blijven wonen”, zegt sp.a’-er Jef Van Damme, van 2006 tot 2012 schepen onder burgermeester Moureaux. “Nooit heeft hij zijn macht voor hemzelf gebruikt. Hij had een heilig vuur voor de gewone man. Een verontwaardiging over armoede.”

Olie op het vuur

Van Damme wordt nu schepen onder dochter Cathérine Moureaux, maar was er ook bij op de laatste dag van Philippe Moureaux als burgemeester, na de verkiezingen in 2012. Die liepen niet slecht voor de PS in Molenbeek en hij vormde snel een nieuwe meerderheid, tot bleek dat de overige partijen hem uit de coalitie duwden.

“Dat had hij niet zien aankomen, want Moureaux was een man van zijn woord”, zegt Van Damme. “Hij was nog iemand van ‘la parole d’honneur’.”

De ‘putsch’ in Molenbeek was het gevolg van een carambole die Yvan Mayeur in Brussel-stad in gang zette door Joëlle Milquet uit de coalitie te gooien. Milquet nam wraak door onder meer in Molenbeek meerderheden zonder de PS op te zetten. Moureaux heeft het Yvan Mayeur nooit vergeven. De oude marxist was toch al geen fan van het nieuwe socialisme à la Mayeur. Dat hij daarin geen ongelijk had, bleek later bij de affaire-Samusocial.

Tijdens zijn laatste jaren als burgemeester kwam het geregeld tot confrontaties tussen jongeren en de politie in Molenbeek. Dan al werd hem verweten om te laks op te treden, maar Moureaux reageerde ongemeen scherp tegen wat hij noemde: “een gewelddadige campagne tegen mijn gemeente”, die hij niet zou laten “kapotmaken door fascisten”.

“Inhoudelijk pakte hij die rellen goed aan, maar zijn zwakte was zijn opvliegendheid in de communicatie”, zegt Van Damme. “Dat kwam agressief over en gooide extra olie op het vuur.”

De grootste politieke fout van Moureaux is wellicht dat hij te lang blind bleef voor de fundamentalistische en dreigende kant van de islam in zijn gemeente. Dat had minder met overtuiging – Moureaux was een overtuigd vrijzinnige – dan met machtsdenken te maken. Om de macht in Molenbeek te bestendigen, leunde de oude burgemeester graag op de invloed van de moskeeën.

Door zijn typerende snor had Moureaux de bijnaam ‘Flupke Moustache’, maar de laaggeschoolde, arme delen van de migrantengemeenschap van oud-Molenbeek kenden Moureaux als de ‘chef’. Via uitgekiend cliëntelisme wist hij vele families aan zich te binden. Die machine functioneert nog altijd, blijkens de campagne van dochter Catherine bij de jongste verkiezingen.

Uitgesproken marxist

Hij schopte af en toe wild in het rond en noemde ex-vicepremier Jambon ‘een nazi’, een uitspraak die hij meteen daarna introk. Door zijn communicatie bevestigde Moureaux enkel het imago van laksheid in zijn gemeente, wat als een boemerang naar hem terugkeerde na de aanslagen in Parijs en 22 maart in ons land.

“Dat is een a posteriori intentieproces dat ik altijd wat vies heb gevonden en dat hem heel hard heeft geraakt”, zegt Van Damme. “Hij was een machtspoliticus die alles ervoor deed om die macht te verzilveren, maar daarachter zat een heel doorleefd engagement. Hij noemde zichzelf een uitgesproken marxist.”

Wat Moureaux ook typeert: een jaar na de verloren burgemeesterssjerp, dan al 74 jaar, richtte hij een nieuwe denktank op. Germinal moest een nieuwe, radicale koers voor de linkerzijde uittekenen, gestoeld op de analyses en het wereldbeeld van Karl Marx.

“Moureaux was een historicus die de visie van Marx deelde over de loop van de geschiedenis”, zegt Louis Tobback (sp.a). “Namelijk dat het kapitalisme leidt tot monopolievorming en uitbuiting. Kan je hem ongelijk geven? Je ziet het toch elke dag gebeuren?”

Binnen de PS werd Moureaux wel eens ‘de laatste marxist’ genoemd. Hij was belezen, een ideoloog, die in toespraken refereerde aan historische speeches. Dat is ook hoe Louis Tobback hem zich herinnert.

Moureaux belandde in 1972 in de politiek als adviseur op het kabinet van vicepremier André Cools, maar volgens Tobback was hij veel meer dan dat.

“Hij was de man achter Cools en veel van diens standpunten waren ingegeven door Moureaux. Grof gesteld: André Cools was de emotie en Moureaux was de ratio. De een was het buikgevoel en de ander het hoofd.”

Tobback en Moureaux waren in de jaren 80 beiden ministers in de regeringen-Martens VII en VIII, en het eerste jaar onder premier Dehaene. Een tijd van communautaire twisten.

“Wat het communautaire betreft, kan je rustig stellen dat Moureaux nooit geloofd heeft in de goede wil van de Vlaamse beweging, maar tegelijk belette hem dat niet om met mensen als Martens, Schiltz en Dehaene compromissen te sluiten”, zegt Tobback.

Moureaux had de gave om een ideologisch revolutionair discours te combineren met dagelijks pragmatisme. Zijn meest gedenkwaardige daad als minister is de wet op de discriminatie en xenofobie, de antiracismewet of ‘wet-Moureaux’. Maar Tobback leerde hem naar eigen zeggen pas veel later echt kennen, eind jaren 90, begin 2000, in de senaat. De twee trokken er aan de kar voor de wet op het vreemdelingenstemrecht.

“Ik had een grote waardering voor hem”, zegt Tobback. “De laatste keer dat ik hem zag, gaf hij zelf aan dat hij zwaar ziek was. Dat was anderhalf jaar geleden op een herdenking voor André Cools.”

Agusta

Hoe dicht Moureaux en Cools bij elkaar stonden, bleek in de nadagen van de moord op Cools. De Luikse PS-politicus werd in 1991 doodgeschoten. Een van de pistes in het moordonderzoek was de politieke strijd tussen de PS-kopstukken André Cools en Guy Spitaels.

Enkele jaren later bleek dat Moureaux zelf naar de onderzoeksrechter was gestapt om te melden dat er een verband zou kunnen zijn met geld dat in de Luikse PS-afdeling was binnengebracht door Guy Spitaels en waarvan de oorsprong niet zuiver was. Met zijn getuigenis zou Moureaux de Agusta-affaire in gang hebben gezet.

Even later is het Moureaux, lange tijd voorzitter van de Brusselse PS, die Laurette Onkelinx wegtrekt uit de clanoorlog in Luik.

“Er was nood aan een sterke figuur in het Brussels Gewest, maar Moureaux zag in haar ook een opvolger van hem in Molenbeek”, zegt ULB-politicoloog Pascal Delwit. “Onkelinx vestigde zich echter in Schaarbeek, wat hem diep ontgoochelde.”

Op haar website heeft Laurette Onkelinx een eerbetoon geschreven, aan “de staatsman” en “de dierbare vriend” die Moureaux voor haar was.

Wat met zijn politieke dochter niet was gelukt, lukte wel met de biologische dochter uit zijn tweede huwelijk. Philippe Moureaux heeft nog net lang genoeg geleefd om te zien hoe dochter Cathérine dit jaar de burgemeesterssjerp in Molenbeek kon veroveren. Vanaf de eerste rij, want de dag voor de verkiezingen in oktober sprak hij het campagneteam van zijn dochter nog moed in op het gemeenteplein in Molenbeek.

Er komt maandag een rouwregister in het gemeentehuis en op dinsdag is er de mogelijkheid om daar een laatste groet te brengen.

Bron » De Morgen

Tags: , ,

Menu