Senaatsrapport bezwarend voor koen dassen

31 januari 2006

Koen Dassen heeft onverwachts ontslag genomen als administrateur-generaal van de Staatsveiligheid. Dassen anticipeert daarmee op de publicatie van een rapport over de rol van België in de nucleaire proliferatie van Iran, waarin zware kritiek wordt geformuleerd op de Staatsveiligheid.

Het rapport werd opgesteld door het Comité I, dat in opdracht van het parlement toezicht houdt op de werking van de inlichtingendiensten. De Staatsveiligheid blijkt onjuiste informatie verstrekt te hebben aan bevoegd minister van Justitie Laurette Onkelinx (PS) over de levering van isostatische persen door de firma EPSI in Temse aan Iran. Die machines kunnen gebruikt worden voor de bouw van raketten en militaire gevechtsvliegtuigen of voor het zeer omstreden programma voor atoomwapens van Iran.

Het rapport werd gisteren besproken in de begeleidingscommissie van het Comité I van de Senaat. Na afloop besloot de commissie om de integrale, gedeclassificeerde versie van het rapport vandaag op een persconferentie openbaar te maken. Meteen werd ook aangekondigd dat de aanbevelingen van de parlementaire begeleidingscommissie, “gelet op het belang van het dossier”, nog deze week donderdag tijdens een debat in plenaire vergadering zullen worden besproken.

Deze procedure is hoogst ongebruikelijk. Normaal worden dergelijke rapporten en aanbevelingen gepubliceerd in het jaarverslag van het Comité I, zodat het soms meer dan een jaar kan duren vooraleer de buitenwereld iets verneemt over wat er achter gesloten deuren in de begeleidingscommissie werd besproken. Volgens insiders bevat het rapport “politiek explosief materiaal”.

Diverse bronnen dicht bij het dossier bevestigen aan De Morgen dat het rapport zware kritiek bevat aan het adres van de Staatsveiligheid. Die is onder andere bevoegd voor de strijd tegen de verspreiding van chemische, biologische en nucleaire wapens. Zo zou de inlichtingendienst onjuiste informatie gegeven hebben aan minister van Justitie Laurette Onkelinx (PS). Het gevolg was dat Onkelinx op 3 mei vorig jaar op haar beurt onjuiste informatie zou hebben gebruikt in haar antwoord op een parlementaire vraag van Ecolo-Kamerlid Muriel Gerkens over de uitvoer van Belgisch nucleair materiaal naar Iran.

Minister Onkelinx verklaarde toen in de Kamercommissie Justitie dat de Staatsveiligheid niet op de hoogte was van het feit dat de CIA in juli 2004 de Belgische autoriteiten had gewaarschuwd voor de mogelijkheid dat een Belgische firma nucleair materiaal naar Iran zou proberen te exporteren. Het enige bedrijf dat dergelijk materiaal produceert is Engineered Pressure Systems International (EPSI) in Temse.

“Het kan zijn dat de Amerikaanse autoriteiten via hun verbindingsofficieren bij de douanediensten rechtstreeks informatie doorspelen die niet voor de Staatsveiligheid bestemd is”, zo nam de minister de geheime dienst in bescherming. “Het ministerie van Financiën (bevoegd voor de douane, GT) heeft de Staatsveiligheid niet op voorhand ingelicht.”

Op basis van een negatief advies van de Commissie van advies voor de niet-verspreiding van kernwapens (Canvek) had Vlaams minister van Economie Fientje Moerman (VLD) in januari 2005 een exportvergunning voor een isostatische pers van EPSI bestemd voor Iran geweigerd. Maar enkele maanden voordien, in november 2004, dus maanden nadat de CIA een waarschuwing verstuurd had, wist dezelfde firma een gelijkaardige, weliswaar kleinere pers te leveren aan Iran Aircraft Manufacturing Industries. Voor die kleinere pers was geen uitvoervergunning nodig.

Bron » De Morgen

Tags: ,

Menu