België neemt ‘lords of war’ in het vizier

14 juni 2017

CD&V wil de controle op tussenhandelaars van wapens verstrengen. Nu kunnen deze ‘lords of war’ hun zaakjes hier ongestoord regelen.

Het is een cynisch tafereel halfweg de actiefilm Lord of War uit 2005. Vanop de brug van een roestig containerschip volgestouwd met raketlanceerders vertelt wapenhandelaar Yuri Orlov, gespeeld door Nicolas Cage, hoe hij zijn fortuin heeft vergaard door “elk leger ter wereld te bevoorraden, behalve het Leger des Heils”. “Eigenlijk bestaan er drie soorten wapendeals in de wereld”, zegt hij, “wit en legaal, zwart en illegaal, en mijn persoonlijke favoriete kleur: grijs.”

Dit lijkt misschien een fel uitvergrote filmscène, maar ze schuurt dichter tegen de realiteit aan dan veel mensen vermoeden. Het personage van Cage is namelijk gebaseerd op Viktor Boet, een Russische wapenhandelaar die met zijn vliegtuigen onder meer Afrikaanse krijgsheren, de Libische dictator Kadhafi en de taliban van wapens voorzag. De ‘Handelaar van de Dood’ opereerde midden jaren 90 vanop de luchthaven van Oostende. Vandaag zit hij in de cel.

Aparte categorie

Tussenhandelaars of ‘brokers” zoals Boet vormen een aparte categorie in de internationale wapenhandel. Ze bemiddelen transacties tussen wapenfabrikanten, kopers en verkopers. Ze brengen klanten met elkaar in contact, regelen het transport. Alles vanop de achtergrond. Een broker bezit de wapens nooit zelf.

België heeft sinds 2003 wetgeving voor tussenhandel in wapens. Tussenhandelaars moeten een vergunning aanvragen bij de overheidsdienst Justitie. Wie broker wil worden, mag bijvoorbeeld geen strafblad hebben. Maar: België legt dan wel regels op om de betrouwbaarheid van tussenhandelaars te checken, hun werk zelf wordt niet gecontroleerd. Van zodra een broker zijn vergunning heeft, ziet niemand toe op welke deals hij sluit, voor welke wapens en met welke bestemming.

Omdat de controle slap is en de pakkans bijgevolg zo goed als nul, voelen heel wat tussenhandelaars niet eens de nood om een vergunning aan te vragen – zo krijgen ze ook geen lastige vragen. Sinds 2003 heeft de overheidsdienst Justitie amper drie vergunningen afgeleverd aan Belgische tussenhandelaars in wapens.

“Het is duidelijk dat er véél meer zijn, maar dat ze zich niet melden”, zegt CD&V-parlementslid Veli Yüksel. Het Vlaams Vredesinstituut bevestigt dat. “Ons land heeft een reputatie.” België is een logistieke draaischijf, Brussel de thuisbasis van de NAVO, de Europese Unie en een overvloed aan lobbyisten. Kortom: een ideaal werkterrein voor wapenhandelaars met goede contacten.

Screening

“We moeten de controle opdrijven. Het kan niet dat we alleen weten wat brokers uitspoken als ze voor de rechter verschijnen”, vervolgt Yüksel. Hij heeft daarom nu een wetsvoorstel ingediend, dat gesteund wordt door heel de meerderheid.

In het wetsvoorstel wordt gevraagd om het toezicht op de tussenhandel van wapens te verstrengen. De vergunning voor brokers mag niet meer voor onbepaalde duur gelden, zoals vandaag, maar slechts voor vijf jaar. Voor een hernieuwing is er dan een screening nodig. Daarnaast moeten brokers elke zes maanden een uitgebreid activiteitenverslag indienen. Zodat duidelijk is met wie ze zakendoen.

“Door de terreurdreiging is illegale wapenhandel zowel nationaal als internationaal een topprioriteit geworden voor justitie. Het is zaak om de tussenhandelaars hier te dwingen om een vergunning aan te vragen en om hen daarna ook van dichtbij op te volgen”, zegt Yüksel. Het Vredesinstituut is tevreden met zijn initiatief. “De wetgeving is al lang aan een update toe.”

Dat bewijst het verhaal van Jacques Monsieur, een ex-militair uit Halle, die wapens leverde aan zowat de halve wereld. Met Iran deed hij gouden zaken door, onder het mom van waterpompen, zesduizend antitankraketten te verkopen. Monsieur is begin deze maand veroordeeld tot drie jaar cel. Hij had geen vergunning.

Bron » De Morgen

Tags: ,

Menu