Bij de start van het gerechtelijk jaar, terug bij af?

2 september 2018

Bij de start van het gerechtelijk jaar peilden we naar de polsslag van de rechters. Wat leeft er in de magistratuur? Wat zijn de uitdagingen, de pijnpunten? En wat moet de minister van Justitie die de laatste acht maanden van zijn termijn ingaat, volgens hen nog absoluut doen. Of vooral niet doen?

Trop is te veel

Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) wordt ervaren als een man met een sterke geldingsdrang. Hij doet veel, volgens sommigen te veel. Hij maakte potpourriwetten, herschreef diverse wetboeken, hervormde procedures … “Er wordt te veel hervormd. We weten niet meer welke wet we moeten toepassen. Alles verandert razendsnel. Het is een soep geworden.” De complexiteit en snelle opeenvolgende wijzigingen, zorgen ervoor dat rechters niet meer kunnen volgen. Bovendien is de kwantiteit van het wetgevend werk niet altijd recht evenredig met de kwaliteit. Nieuwe wetgeving werd vernietigd (denk aan de mislukte hervorming van assisen) en mensen op het terrein missen bij al die initiatieven een gebrek aan praktijkkennis.

Minister Geens die nochtans zelf een jarenlange ervaring heeft als zakenadvocaat zou te veel vanuit een theoretische benadering wetgevend werk doen. De minister overlegt wel met de magistratuur maar of hij ook effectief luistert, wordt door een aantal gesprekspartners betwijfeld.

Daar staat tegenover dat een aantal rechters wel blij zijn met een aantal hervormingen die hen ook effectief meer armslag geven. Dat laat hen toe te werken met wetten aangepast aan de 21e eeuw.

Over de daadkracht van deze minister is er nagenoeg eensgezindheid (al zijn er ook die zeggen dat er meer aankondiging is dan verandering). Maar de wijze waarop de daadkracht tot uiting komt wordt door de een omschreven als vastberaden, door de ander als koppig. Hij heeft erg zijn best gedaan, wordt door de ander aangevuld met “hij heeft te erg zijn best gedaan”.

Peu is te weinig

Als er een jammerklacht haast unisono klinkt is het “besparingen, besparingen en nog eens besparingen”. Parallel met de onderfinanciering is er een onderbemanning. Deze regering legde de magistratuur een personeelsbesparing op waardoor slechts 90% van de kaders wordt ingevuld (en bij de griffies is dat zelfs 85%). Die operatie houdt geen rekening met (langdurige) ziektes. In de praktijk betekent dat dat minder mensen meer werk moeten doen. Gevolg: mensen zitten op hun tandvlees, sommige rechtbankkamers worden zelfs afgeschaft, er wordt meer gewerkt met alleenzetelende rechters i.p.v. een college van drie, de gerechtelijke achterstand loopt verder op…

Door de aard van het werk kan er bezwaarlijk met interimpersoneel gewerkt worden (al is er wel de oplossing van plaatsvervangende rechters, advocaten die inspringen als rechter) en dus moet er geschoven worden met mensen waardoor rechters soms van het ene arrondissement naar het andere moeten of plots verplicht worden om processen te leiden over onderwerpen die ze minder goed kennen.

Als er al vacatures uitgeschreven worden, gebeurt dat pas op het moment dat iemand vertrekt en dat is te laat ook al omdat een magistraat natuurlijk niet van de ene op de andere dag kan beginnen.

In 2019 komt er een golf van magistraten die met pensioen gaan en veel korpsoversten vragen zich af hoe ze die golf gaan nemen.

Een versnipperd landschap

Als sommige magistraten zich uit de naad werken (en zo ook het risico lopen sneller opgebrand te geraken), is het omgekeerde ook waar. Er zijn rechters die niet mogen klagen over hun werklast en het bijzonder rustig aan kunnen doen. Net zoals sommige rechtbanken in dit land beter bediend zijn met personeel dan vergelijkbare rechtbanken in andere arrondissementen. Het werklastdebat zou dus gediend zijn met enige nuance.

Of het bestaande werk dan niet beter verdeeld kan worden over alle magistraten, is een vraag die voor sommigen evident is, voor anderen ondenkbaar. Die laatste groep redeneert daarbij vooral vanuit de eigen geprivilegieerde positie. Anderen zeggen dat elementair management in het globale justitiehuishouden al veel zou verhelpen.

Iemand kandidaat?

In 2019 lopen ook een groot aantal mandaten af van korpsoversten, de leidinggevenden van rechtbanken en hoven. De ervaring heeft geleerd dat de persoon van die korpsoverste bijzonder bepalend kan zijn voor de gang van zaken. Het is dus van het grootste belang dat de juiste persoon op de juiste stoel komt te zitten.

Maar gegeven de enorme werklast die die functie, zeker als men het goed wil doen, met zich meebrengt en de relatief geringe vergoeding die daar tegenover staat, is het nog maar de vraag of de juiste mensen zich überhaupt kandidaat zullen stellen. Het is een breder maatschappelijk probleem dat zich ook in de magistratuur voordoet: wie wil er nog verantwoordelijkheid nemen?

Daar staat dan weer tegenover dat rechtbankvoorzitters eigenlijk ook niet beschikken over de middelen om hun stempel te drukken. Uit een audit van de Hoge Raad voor Justitie blijkt bv. dat bij de aanwerving van een magistraat, toch een essentieel onderdeel in het voeren van een beleid, liefst 11 partners hun zegje doen.

Zelfstandig beheer

Die vraag stelt zich des te meer omdat die korpschef binnen afzienbare tijd niet alleen de chef van een groep magistraten zal zijn, maar ook de zakelijke leider van de rechtbank. Dat is een kwestie die al een tijdlang meegaat maar nog steeds niet uitgevoerd is. 2019 wordt opnieuw als streefdatum voorop gesteld maar het is nog maar de vraag of dat zal lukken?

De kwestie komt er in essentie op neer dat rechtbanken een budget krijgen en daarmee moeten ze het doen. Maar achter dat eenvoudige zinnetje zitten in de praktijk een hoop problemen. Sommige magistraten blijven in de operatie een verkapte besparingsronde zien en vooral een politiek manoeuvre om, als het fout gaat (en sommigen beweren zelfs dat het is opgezet om fout te gaan), de rekening letterlijk en figuurlijk gepresenteerd te krijgen.

En wat als het budget op is? Mogen er dan geen gerechtskosten meer gemaakt worden? Geld op, zaak afgesloten? Of is dat een apart budget, net zoals voor de gebouwen?

Maar de vraag wie hoeveel geld moet krijgen doet ook de vraag stellen wie wat doet. En dan blijkt dat justitie eigenlijk van zichzelf niet weet waarmee ze bezig zijn en wat dat allemaal kost. Meten is weten maar elementair statistisch materiaal ontbreekt om op terug te vallen.

De vraag is ook of magistraten wel het juiste profiel hebben om ook managementstaken op zich te nemen. ‘Maar dat hoeft ook niet,’ zo zeggen sommigen. Managemenstaken zouden ook kunnen uitbesteed worden aan niet-magistraten net zoals een ziekenhuis zakelijk kan geleid worden door een niet-arts.

Een rechter moet rechtspreken

Door alle problemen dreigt men de kern van de zaak uit het oog te verliezen: zijn onze rechters in staat om kwalitatief goeie rechtspraak af te leveren? En het feit dat de vraag gesuggereerd wordt, impliceert dat sommigen hierbij hun twijfels hebben.

Dat heeft soms te maken met de gebrekkige kwaliteit van het vonnis of arrest op zich, maar het heeft ook te maken met een gebrek aan wetenschappelijke ondersteuning. Wat is bv. het effect van een vrijheidsberoving? We hebben behoefte aan diepgaand onderzoek zodat we beter weten waarmee we eigenlijk bezig zijn. Nu proberen we met de beperkte middelen die we hebben er het beste van te maken.

Hoe meer hoe beter?

In het verlengde hiervan wordt ook gewezen op het gevaar van de zuiver kwantitatieve benadering. Het oogt fraai als men in de statistieken kan lezen dat er zoveel zaken zijn afgewerkt. Maar hoe zit het bv. met de erg complexe (en dus tijdrovende) financieel economische dossiers? Stromen die sowieso nog door vanuit de parketten? Of kiest men enkel voor de gemakkelijkste zaken?

Overmorgen is belangrijker dan morgen

De dagelijkse problemen van justitie zijn groot en dat maakt dat men niet echt toekomt aan een lange termijnstrategie. Nochtans ligt daar dé grote uitdaging. Welke Justitie willen we over 25 jaar hebben? Hoe gaat Justitie om met digitalisering en artificiële intelligentie? Om die reden alleen al zou een minister van Justitie een termijn moeten hebben die langer duurt dan vijf jaar. Vanuit de beroepsgroep weerklinkt de vraag om ook op lange termijn te denken.

Informatisering, the never ending story

Justitie en informatisering, een mens kan er inmiddels een boek over schrijven. Maar voorlopig dan wel een met een open einde.

De kwestie is te complex om hier gedetailleerd uit de doekten te doen. De essentie is dat de verschillende diensten van justitie allemaal een eigen systeem hebben dat niet altijd compatibel is met een ander systeem. Veel kwaad bloed zette de beslissing van de minister in het voorjaar om over te stappen naar het zogenaamde MaCH-systeem, een systeem dat ervaren wordt als inferieur aan de eigen ontwikkelde applicatie VAJA (Vonnissen-Arresten). Magistraten voelen zich in deze beslissing gepasseerd en dat typeert volgens hen het gebrek aan inspraak in de hele ICT-hervorming.

In de marge van het digitaliseringsverhaal wijzen magistraten op het perverse effect van het gemakkelijke knip en plakwerk achter de computer. Advocaten leggen tegenwoordig in eenvoudige dossiers conclusies neer van 100 bladzijden en meer.

Kritiek en zelfkritiek

Veralgemeend leeft er in de wereld van magistraten een sfeer van geklaag. Er zijn rechters die keihard werken, hun job met veel inzet en enthousiasme doen, ja het zelfs beschouwen als een roeping, maar het engagement gaat vaak niet veel verder dan de eigen stoep. ‘Ik zorg dat mijn winkel goed draait en voor het overige bekijkt men het maar.’ Een mentaliteit die soms zelfs tot het lethargische neigt.

Magistraten zijn sterk in het beslechten van conflicten maar zwak in het verdedigen van de eigen zaak. Een individuele rechter laat af en toe wel ’s van zich horen maar de beroepsgroep verdedigt eigenlijk nooit collectief de belangen. Dat komt in de eerste plaats omdat er geen instantie is die de magistratuur vertegenwoordigt. Er is weliswaar het College van Hoven en Rechtbanken maar die organisatie wordt door sommigen ervaren als een weinig democratische representatie.

Als we over de rechterlijke macht spreken gaat dat eigenlijk over de vrederechter van Zoerle-Parwijs over een handelsrechter in Gent tot de voorzitter van het Hof van Cassatie in Brussel. Om maar te zeggen dat het geen eenvoudige opdracht is al die magistraten op een lijn te krijgen. Daarbij komt dat in die beroepsgroep de noties vrijheid en onafhankelijkheid ongeveer het statuut van een heilige koe evenaren. Gecombineerd met een gemiddeld niet gering ontwikkeld ego geeft dat een context waarbij de hand niet zo snel in eigen boezem gestoken wordt maar wel nogal gemakkelijk met de vinger gewezen naar de ander.

Als de rechterlijke macht niet gerespecteerd wordt, is het misschien ook wel omdat ze als beroepsgroep te weinig respect afdwingt?

De clash tussen de machten

Sinds Montesquieu het idee van scheiding der machten ontwikkelde, is er altijd wel een zekere spanning geweest tussen de drie poten van de trias politica, regering, parlement en justitie. Toch vallen een aantal uitspraken de jongste maanden van regeringsleden jegens de magistratuur op. Er werd over hen gesproken in termen van “activisten en wereldvreemde rechters” en sommige rechterlijke beslissingen werden openlijk bekritiseerd (net zoals trouwens in sommige rechterlijke uitspraken de politiek bekritiseerd wordt).

Men ervaart de ‘aanvallen’ als intellectuele oneerlijk en bovendien kunnen rechters zich erg moeilijk verdedigen op het publieke forum omdat ze verondersteld worden enkel recht te spreken via hun vonnissen en arresten.

Magistraten vinden het vreemd dat uitgerekend bij de N-VA, een partij die zich toch profileert op law-and-order, zo’n giftige pijlen worden afgeschoten die ook de hele rechtsstaat bezoedelen. Denk in dit verband aan de incidenten die er zijn geweest bij dossiers waarin zowel het vreemdelingenrecht als het strafrecht van toepassing zijn en waarbij de tweede de facto buitenspel gezet werd door de eerste.

En, zo voegen ze er fijntjes aan toe, uiteindelijk passen we slechts de wet toe. De wet die door de wetgever gemaakt is. Als degelijke wetgeving leidt tot degelijk werk is het omgekeerde ook waar.

Dat de politieke slinger richting populisme uitgaat, wordt als verontrustend ervaren. Rechters hebben een essentiële taak in het waarborgen van fundamentele rechten en vrijheden. Als dat in vraag wordt gesteld, dreigt men in een negatieve spiraal terecht te komen waarbij de legitimiteit alsmaar afneemt. Waar dat kan toe leiden, zien we in Polen. Dat krijgen we te horen van rechters die bewust luis in de pels willen zijn. ‘Omdat het nu eenmaal zo werkt in een rechtsstaat.”

Wat zitten wij hier eigenlijk nog te doen?

Fundamenteler dan het af en toe moeten slikken van een ongezouten mening is het gevoelen bij rechters niet echt gerespecteerd te worden, noch door de bevolking noch door de politici. Het feit dat bv. straffen die worden uitgesproken slechts erg partieel worden uitgevoerd, wordt ervaren als een aantasting van hun werk. “Als wij iemand een vrijheidsstraf geven van 20 maanden doen we dat niet voor niets. Het is bijzonder tergend te moeten zien dat op basis van een circulaire die straf dan slechts partieel wordt uitgezeten.”

Vooral bij strafrechters leeft er nog een andere bekommernis over de strafuitvoering. Door de wijze waarop een vrijheidsstraf momenteel wordt uitgevoerd, komen mensen niet altijd beter uit de gevangenis, zo wordt met een gevoel voor understatement gezegd. Die kritiek heeft ook betrekking op de versnipperde bevoegdheidsverdeling in ons land waarbij de gemeenschappen verantwoordelijk zijn voor de hulpverlening in de gevangenis.

Maar ook de maatschappelijke trend om zaken buiten de rechtbank om te regelen, wordt beschouwd als een aantasting van hun werk. Denk aan de tendens om conflicten ook bestuurlijk aan te pakken of zaken administratief af te handelen (de GAS boetes bv.). Ander voorbeeld: gerechtsdeurwaarders kregen het gedaan onbetwiste facturen te mogen innen. Daar komt geen rechter meer aan te pas. Maar ook de oprichting van een (Engelstalige) internationale handelsrechtbank wordt gezien als een aanval op de eigen instellingen.

De onderstroom van deze tendens is dat de macht verschuift richting uitvoerende macht, versta: de regering.

De weg naar en naast het recht

Het lijkt paradoxaal. Rechters klagen over te veel werk maar als er dan minder werk te doen is, omdat het door andere instanties over genomen wordt, is het ook niet goed. Daarop wordt gerepliceerd dat het een principiële kwestie is. Als mensen niet meer naar Justitie kunnen stappen, faalt de rechtsstaat. Om die reden moet de beweging, zo wordt gezegd, omgekeerd gebeuren. Justitie moet de nodige mensen en middelen krijgen om de taken die haar toebehoren naar behoren uit te voeren.

De toegang tot het recht is er voor gewone mensen niet gemakkelijker op geworden. Advocaten zijn duur (en daarbij komt ook nog ’s een Btw-tarief) en de rechtsplegingsvergoeding maakt het riskant om een zaak al dan niet te beginnen. Het risico bestaat dat mensen een kosten batenanalyse gaan maken vooraleer ze de stap naar de rechter zetten en zo finaal niet krijgen waar ze recht op hebben. Ander risico is dat mensen oplossingen gaan zoeken buiten het recht om. Justitie dreigt zo een privé justitie te worden

Wachten, wachten, wachten

Rechtspreken is natuurlijk niet alleen een kwestie van rechters. Magistraten werken in een keten waar, dat is bekend, de zwakste schakel de sterkte bepaalt. Als de cipiersvakbonden weer eens staken, betekent dat dat gedetineerden niet naar de rechtbank kunnen gebracht worden. In grote rechtbanken zitten verdachten in het cellencomplex van de rechtbank maar is het een heel gedoe om van het veiligheidskorps gedaan te krijgen dat ze ook effectief tot in de zittingszaal geraken. En als ze daar dan al geraken moeten ook nog eens de tolken aanwezig zijn en de advocaten.

De macht van een rechter is daar nihil. Hij heeft maar te wachten.

Magistraten met al wat meer professionele kilometers op de teller vinden dat werkwoord van toepassing op zowat alles wat met justitie te maken heeft. De problemen die nu gesignaleerd worden, zijn exact dezelfde problemen als een paar decennia geleden. Zo beschouwd is er bij de start van het gerechtelijk jaar niets nieuws onder de zon. De gerechtelijke wereld draait verder, een nieuwe ronde is begonnen.

Bron » VRT Nieuws | Dirk Leestmans

Tags: ,

Menu